Sponsor boeken geschonken aan vluchtelingen van WAH

wahposter2a4GISTEREN VOL TROTS 38 BOEKEN KUNNEN SCHENKEN AAN DE VROUWEN VAN WIJ ZIJN HIER in de Burgemeester Roëllstraat.
Sponsor aub boeken geschonken aan vluchtelingen van Wij Zijn Hier. Dank!
Please sponsor books given to refugees of We Are Here (WAH) Thanks!
Literatuur, grammatica’s, taal(reis)boekjes, (prenten)woordenboeken, sprookjes, strips, sagen en legendes.
Literatuur, meestal hetzelfde boek in 2 talen/ Literature, mostly the same book in 2 languages
Maak aub uw sponsorbedrag over naar/ Subscribe please the amount you are sponsoring to
NL53INGB0005419523 van /from Hr A M J Meurs Amsterdam
en als u wilt, noem het boek en of u uw naam wilt zien vermeld/
and if you like, mention the book and if you want your name mentioned.
Welk boek wilt u als vluchteling graag hebben? Which book would you as a refugee like to get?
Welk boek wilt u als sponsor graag schenken?
Which book would you as a sponsor like to donate?
Dank aan/ Thanks to boekwinkels/ bookshops Schimmelpennink, Fenix en Streppel!

U waardeert de aanschaf van een of meerdere reeds door ons verworven boeken, en sponsort deze door het bedrag over te maken naar de hiervoor gereserveerde bankrekening NL53INGB0005419523 van
Hr A M J Meurs te Amsterdam ovv betreffende boek of boeken. Van het door u overgemaakte geld worden nieuwe boeken aangeschaft. Zowel boeken als geschonken bedragen worden op Facebook en op de website www.meursam.nl vermeld, met indien gewenst, uw naam of initialen of anoniem, en met de boeken die ervoor zijn gekocht.
Ook wanneer de boeken daadwerkelijk aan de vluchtelingen van WijZijnHier worden overgedragen, wordt dit op of FB, Twitter en de website vermeld.

Wilt u Wij Zijn Hier IN HET ALGEMEEN steunen, dat kan, en uw hulp (voor onderdak, voedsel, medicijnen, kleding, verwarming, advocatuur, reizen naar ambassades en consulaten; zij krijgen niets van staat of stad) is heel erg hard nodig. Maak een door u gekozen bedrag aub over naar:
Stichting Vrouwen Tegen Uitzetting o.v.v. We Are Here NL57 INGB 0006 4956 66. BIC/SWIFT: INGBNL2A
De stichting is een ANBI met RSIN 81489021 en maakt dus voor donateurs belastingaftrek mogelijk.
Een periodieke overschrijving van bijvoorbeeld €5 per maand komt als GIFT direct voor belastingaftrek in aanmerking en brengt een stuk meer zekerheid voor de vluchtelingen van WijZijnHier. Hartelijk dank. Het gaat om medemensen die niets hebben als ze het niet van mensen als u krijgen.
https://www.facebook.com/WijZijnHier/

Reeds eerder geschonken: img239
Previs and Bunchhead in het Somalisch: te sponsoren voor €7.
Previs and Bunchhead in het Nederlands: te sponsoren voor €7.
Tahar Ben Jelloun De as… Ned/Arab, te sponsoren voor €2
img270wah
wahtaharbenjelloundeas

Kijk ook voor onderstaande boeken voor het te sponsoren bedrag op de lijst bovenaan en maak dit bedrag over naar NL53INGB0005419523 van Hr A M J Meurs Amsterdam
en als u wilt, noem het boek, en geef aan of u uw naam wilt zien vermeld. Hartelijk dank!

VertellingenPoeBillyBuddSlangenkuilMijnJeugdhieldopinRotterdamGedaanteverwisseling

Amsterdam vangt nog geen derde op van de ‘vluchtelingen tussen procedures’

Amsterdam vangt nog geen derde van de ongeveer 700 ongedocumenteerde vluchtelingen in de stad op. In de reguliere BedBadBood (overdag de straat op) zo’n 160, en voor een DEEL van de zieken en voor zij die (vaak uit pure nood) zeggen te willen meewerken aan terugkeer, naar zeggen van de gemeente dus zo’n 90.
Het lijkt er dus zelfs niet op dat Amsterdam zijn ongedocumenteerden opvangt.
Integendeel, zij schopt de 200 ongedocumenteerden van Wij Zijn Hier / We Are Here (WAH) voortdurend de straat op zonder voorzieningen, voedsel, kleding en andere elementaire levensbehoeften.
Ondanks dat hebben 70 leden van de groep in de afgelopen jaren asiel weten te verkrijgen. Dat toont aan dat ongedocumenteerd zijn – door staat en stad en mensen die hen niet goedgezind zijn ‘illegaal’ genoemd, wat in feite vogelvrij betekent – heel vaak een TIJDELIJKE zaak is; in feite zijn ze ‘tussen procedures’.
Er is in de Amsterdamse Gemeenteraad een meerderheid voor 24uursopvang voor ‘vluchtelingen tussen procedures’. Maar de burgemeester persoonlijk houdt dit tegen, hij heeft het over ‘de rode lijn’ die niet overschreden mag worden tussen BedBadBrood (ten onrechte dus ‘opvang voor iedereen’ genoemd) en 24Uursopvang voor zieken en zij die ‘mee willen werken aan terugkeer’. Net als de staatsecretaris en de IND verwacht hij dat mensen die gevlucht zijn voor het gevaar dat zij lopen in hun land van herkomst meewerken aan terugkeer naar dat gevaar!
Dit omdat er voor hen geen perspectief zou zijn in Nederland. Dat is de OMKERING van het Vluchtelingenverdrag dat vrij vertaald luidt: Iemand die het gevaar ontvlucht in eigen land moet perspectief (opvang) geboden worden in een ander land. Zover is het dus gekomen met de regering, de IND en de burgemeester van Amsterdam: de OMKERING van het Vluchtelingenverdrag voor eigen gebruik. Bij burgemeester Van der Laan lijkt zijn persoonlijke oorlog vooral tegen WAH uit frustratie voort te komen over het project Vluchthaven (http://meursam.nl/vluchthaven-zuid-2-december-2013-9-juli-…/ ) http://meursam.nl/vluchthaven-zuid-2-december-2013-9-juli-…/ en gedraagt hij zich als een gefrustreerde heilige die geen kritiek kan verdragen. In werkelijkheid lag de mislukking aan de gemeente zelf die pas na enkele maanden op gang kwam en niet aan de vluchtelingen, die onder pijnlijke omstandigheden in deze voormalige gevangenis woonden die nog steeds veel kenmerken van een gevangenis had, niet alleen de cellen, ook de bewaking en de bezoekuren.
Zal de meerderheid van de Raad die anders wil de burgemeester uit deze tunnel kunnen halen? Hoe lang kan één persoon met zoveel demagogie en verdachtmaking, niet alleen van de vluchtelingen van WAH maar ook van doktoren die opkomen voor 24uursopvang, het uitoefenen van een mensenrecht tegenhouden?
Alleen al door het volstrekte gebrek aan plaats maken slechts enkele mensen van WAH zo nu en dan noodgedwongen door honger, kou e.d. gebruik van de BBB. Overdag vanaf 9 uur de straat op moeten is voor de veelal getraumatiseerde, slecht slapende vluchtelingen zo goed als onmogelijk. Dat en het gebrek aan plaats maakt dat ze op kraakpanden zijn aangewezen. Blijven wij, blijft de gemeenteraad accepteren dat ze daar weer steeds uitgegooid worden zonder ze een alternatief te bieden?
Lees ook:
http://meursam.nl/wat-kost-een-mens-n-a-v-hetzerig-telegra…/
en
http://meursam.nl/een-burgemeester-verblind-door-zijn-obse…/

Amsterdam betreurt het dat er geen akkoord is bereikt in het overleg over de bed-bad-broodregeling, maar het is voor de stad geen reden te stoppen met
parool.nl

Vluchthaven (Zuid), 2 december 2013 – 9 juli 2014 (9 maanden), mislukt gemeenteproject

Een van de grote frustraties van de burgemeester van Amsterdam, Van der Laan, een frustratie die nog steeds, en steeds maar weer door de burgemeester tegen de groep vluchtelingen van WAH wordt gebruikt. Ten onrechte, want de schuld lag niet bij de vluchtelingen.

(Van de site van WAH, vluchtelingen van Wij Zijn Hier/ We Are here, vertaald uit het Engels)

<Vluchthaven (Zuid), 2 december 2013 – 9 juli 2014 (9 maanden)

De vluchtelingen stonden sceptisch tegenover het aanbod van de gevangenis aan de Havenstraat, maar de burgemeester van Amsterdam verzekerde hen dat ze zouden kunnen  werken aan hun toekomst, waar die ook zou zijn. Maar op het eind van ‘het project Havenstraat’ verklaarde de burgemeester dat de ‘pilot’ was mislukt omdat er maar weinig mensen waren teruggekeerd naar hun land van herkomst. Het was duidelijk dat er een verborgen agenda was geweest. Het werd ook duidelijk dat het werkelijke probleem het gat is in het Nederlandse asielbeleid. Vluchtelingen kunnen niet terug, krijgen ook geen status, en kunnen evenmin ergens anders heen. Vrijwilligers maakten een plan voor de vluchtelingen om te werken aan hun toekomst. Dit hield in trauma-zorg, cursussen en workshops en hulp bij hun asielprocedure. Het kostte de gemeente enkele maanden om dit plan over te nemen en met de uitvoering te beginnen. Ondertussen werden de vluchtelingen geconfronteerd met bewakers van het departement  van justitie, wat het vaak moeilijk maakte je thuis te voelen, en hadden de vrijwilligers die wilden helpen strikte bezoektijden waarbij ze telkens hun identiteitskaart moesten tonen. Na 6 maanden gelastte de gemeente de vluchtelingen om te vertrekken. Die weigerden. In een uitstekende evaluatie werd beschreven waarom de mensen niet kunnen terugkeren naar hun land en evenmin op straat van niets kunnen leven. En ook hoe de pilot van 6 maanden in feite er een van 2 maanden werd omdat de gemeente zo laat startte met de screenings, de assistentie en de programma’s. Na een kort geding, een tweemaal uitgestelde uitspraak en beroep, verliet de groep het gebouw vrijwillig om arrestatie door de politie te voorkomen.>

(van de site van WAH) VLUCHTHAVEN (Zuid), 2 dec 2013 – 9 juli 2014 (7 months)

The refugees were sceptic about the offer of the prison at the Havenstraat, but the Major of Amsterdam assured them they would be supported to work on their future, wherever that future would be. At the end of the ‘project Havenstraat’ however, the Major stated the pilot was unsuccesful because only few people returned to their country of origin. It was clear there was an hidden agenda. It also became clear that the real issue is the gap in the Dutch asylum policy. Refugees cannot go back, yet do not get a status, and can also not go anywhere else. Volunteers made a plan for the refugees to work on their future. This included trauma-care, courses and workshops and assistance with their asylum procedure. It took the gemeente several months to take over this plan and start executing it. In the mean time refugees were faced with guards from the justice department that made it often difficult to feel at home and volunteers who wanted to assist had strict visit times and were obliged to show their ID. After 6 months the city council told the refugees to leave. They refused. In an amazing evaluation it is describes once again why the people cannot go back to their countries and also cannot live on the street from nothing. Also why the 6 months ‘pilot’ actually became a ‘2 months pilot’ because the city council started so late with the promised screenings, assistance and programs. After a court case, twice postponed verdict and appeal, the group left the building voluntarily to prevent eviction and arrest by the police.  

Wat kost een mens? (n.a.v. hetzerig Telegraaf-artikel)

OUDERWETS HETZERIG TELEGRAAFARTIKEL OVER DE VLUCHTELINGEN VAN WIJ ZIJN HIER

Typisch Telegraaf (fout in de oorlog, reactionair na de oorlog)-artikel: hetze tegen een bevolkingsgroep. Schijnbaar een tijdje ‘salonfähig’ maar nu weer terugvallend in oude reflexen.

Wat kost een groep mensen? Wat kosten kinderen, ouderen, studenten, zieken, gehandicapten, geestelijk gestoorden? Welke kosten tel je en welke bewust niet? Wat is de bedoeling van De Telegraaf? Sensatie, aandacht, verkoop? Anti-vluchtelingenkrachten in de maatschappij een steuntje in de rug geven? Op die dag werd in de gemeenteraad van Amsterdam de BedBadBrood-voorziening voor zieke, ongedocumenteerde (net als WijZijnHier) vluchtelingen behandeld.
Wat kost het de belastingbetaler wanneer de gemeente Amsterdam de oude en de nieuwe bestemming van een gebouw niet op elkaar afstemt? Wat kost het om dit voormalig stadsdeelkantoor ruim 2 jaar leeg te laten staan? Wat zou de verkommering van zo’n leegstaand gebouw gekost hebben? Is er door de gemeente een electriciteitsrekening betaald? Misschien. Ik heb deze mensen in andere panden meegemaakt zonder water, zonder verwarming, zonder electra. Ieder mens heeft recht op onderdak.
Wij zijn er trots op dat we in Nederland mensen een bestaansminimum garanderen, de bijstand. De 200 wisselende vluchtelingen van Wij Zijn Hier hebben echter in 4 jaar helemaal niets gekregen, geen cent, geen voorziening. Hoeveel miljoenen heeft de overheid daarmee, ten onrechte, uitgespaard? Wat had er aan menselijk kapitaal tegenover gestaan als deze mensen hadden mogen werken, studeren, creatief, sociaal actief zijn?
De onkosten van het leegmaken en schoonmaken van het gebouw? De vluchtelingen moesten het gebouw verlaten zonder dat ze iets anders kregen aangeboden. Ze vonden andere, kleinere, gebouwen, en konden dus daar niet al hun ‘bezittingen’ kwijt. Hun meubilair bestaat uit meubels die ze op straat hebben gevonden en waarvoor de gemeente dus destijds geen kosten heeft hoeven te maken om ze op te halen. Als wij verhuizen zetten we onze overtollige spullen op straat, waar het zonder over kosten te praten wordt meegenomen. Is het eerlijk om als het over vluchtelingen gaat, die al zoveel ‘hergebruiken’, het dan over de kosten te hebben? Zo kunnen we doorgaan.
Is het niet beschamend om mensen die we als overheid niets geven, te verwijten dat ze afval produceren, dat ze een ‘voetafdruk’ hebben? De Telegraaf schrijft een ouderwets smerig en suggestief artikel, want dat is het wat je doet wanneer je het over kosten van 1,3 miljoen hebt en er niet bij vertelt dat verreweg het grootste deel (€900.000) is gegaan naar een door de gemeente zelf opgezet project in de voormalige gevangenis aan de Havenstraat, dat door toedoen van diezelfde gemeente, die veel te traag op gang kwam, is mislukt. Die onkosten zaten grotendeels niet in de vluchtelingen maar in de eigen ambtenaren.
Het is een lachertje om te beweren dat er voor Wij Zijn Hier veel ambtenaren en politie zouden zijn ingezet. Ik heb een paar demonstraties en een paar verhuizingen meegemaakt van Wij Zijn Hier en ook demonstraties, manifestaties, evenementen van anderen. Het staat werkelijk in geen verhouding. Eén voetbalwedstrijd van Ajax krijgt meer politie- inzet/ambtenareninzet dan Wij Zijn Hier bij elkaar in 4 jaar. Kortom, het is gezocht en het is onzin. En het is kwaadaardig, zoals de term ‘rondreizend asielkraakcircus’ dat is. Als deze vluchtelingen normaal werden opgevangen zoals de Rechten van de Mens dat voorschrijven, zouden ze niet hoeven te kraken. Wij Zijn Hier schreef als antwoord op deze hetze een uitstekend persbericht. Daar kunnen kwaadwillenden als De Telegraaf het mee doen: https://www.facebook.com/WijZijnHier/posts/1292353127464914:0

Mieke Telkamp in de roman Aan de Lange Weg

mieketelkamp

(Mieke Telkamp (1934 – 2016) in de roman Aan de Lange Weg, rond 1960 in het dorp Aan de Lange Weg)

De absolute heerser van het patronaat is al jaren Keesje Jansen. Keesje komt op zijn fiets met een colbertje over zijn stofjas van zijn werk in de stad. Thuis, tegenover het patronaat, doet hij een andere stofjas aan. Met tegenzin pakt hij van de schoor­steenmantel de briefjes en mompelt: “Daar heb ik vandaag toch geen tijd voor!” Op de briefjes staan dingen als: “Keesje, wil je het meisjespatronaat extra goed schoonmaken, is dat mogelijk, Keesje?” Vaak staat er dan nog achter waarom men dat wil. Maar dat interesseert Keesje geen lor. Of er staat: “Keesje, mag ik dinsdagavond twee ketels koffie, een beetje goed warm graag.” Vooral om dat “een beetje goed warm graag” kan Keesje erg kwaad worden, maar meestal laat hij daar niks van merken. Hij frommelt de papiertjes in elkaar en gooit ze in een hoek. Als zijn vrouw vraagt hoe laat hij wil eten, valt hij uit: “Eten? Zijn jullie dan allemaal wereldvreemd, weet er dan niemand wat er vandaag aan de hand is? Ik zal al blij zijn als ik vannacht om een uur of twaalf kan eten!”

            Hij smeert twee sneden witbrood en valt in de lage stoel bij de kachel in slaap. Precies vijf minuten, dan springt hij op. Hij zegt: “Ik schijn de enige te zijn die beseft wat het betekent als Mieke Telkamp in het patronaat komt!” Dan gaat hij op een sukkeldrafje naar de overkant.

 

“Er zijn er maar weinig, geen een is er, wed ik, die kan zeggen dat hij de jurk van Mieke Telkamp heeft mogen dichtritsen, ja haar man misschien als ze die heeft, maar ik dus wel, en dat is niet voor niks, zo`n dame merkt gauw genoeg wat voor vlees ze in de kuip heeft, mij dus,” zegt Keesje Jansen.

            “Zo`n onnozelaar, zo`n voering van een stofjas, vertelt nu rond dat hij Mieke Telkamp heeft mogen helpen met aankle­den, dat hij haar halfnaakt heeft gezien, en suggereert dat het alleen aan hem heeft gelegen dat er niet meer tussen hen is gebeurd,” zegt Hanna Bosmans van de Eerste Huizen.

            “Hij staat altijd naar je te loeren, dat mannetje, en als Ada Knietel dan zo dom is om met een petticoat aan te komen serveren, hoeft hij maar te wachten tot ze een beetje over een tafeltje moet leunen om tegen haar billen aan te kijken,” zegt Tonnie Weels die samen met Ada, de dochter van Hanna Knietel van de Eerste Huizen, serveert in het patronaat.

            “Alles is prima gegaan,” zegt Keesje Jansen. “Het was hele­maal vol en ze heeft heel wat toegiften gegeven. Ik kreeg trouwens nog een compliment van haar voor de organisatie. Maar wat die kapelaan daar nou bij kwam doen, begrijp ik niet.”

Zondagsavonds loopt Keesje even een rondje, dat patronaat en die danszaal komen later wel, daar is het dan zo`n rotzooi, maar de volgende dag begint de bewaarschool weer en de eerste klas, en die worden dan wel door de meiden van het klooster schoongemaakt, maar hij kijkt ze toch liever zelf even na, en hij gaat ook altijd een keer door het Maagdenpad, en wat je daar allemaal ziet en hoort!


Maandagsavonds heeft hij in de koude tijd de kaartavonden en in de rest van het jaar verenigingsavonden zoals van St. Jozef of voorstellingen zoals die van Mieke Telkamp, en dinsdags feest- of clubavond, woensdags heeft hij judo in de grote zaal, donderdags de vrouwenbond en vrijdags is het speel­avond, zaterdags is het ’s morgens judo en ’s middags is er vaak ook wel het een en ander te doen, fancy fair bijvoorbeeld, hoewel dat ook op zondag kan zijn, maar dikwijls heeft hij ook films, zoals van De Dikke en de Dunne, en die zijn dan natuur­lijk ’s middags zodat de kinderen ook kunnen komen. Zater­dagsmiddags heeft hij de welpen en verkenners op de zolder boven de bewaarschool en zondagsavonds is het dansen. En als hij dan nog vertelt dat maandags en vrijdags de wijkverpleging boven het meisjespatronaat is, waarbij de hal, de trap en de overloop vol zitten met verstuikte voeten en zwerende vingers, en hij alle onregelmatige dingen niet eens op kan noemen, zoals het schoolgezondheidsonderzoek, en hij overal de eind­verantwoording voor heeft, ook voor het geld dat er omgaat, en ze altijd bij hem de sleutel moeten komen halen en terugbren­gen en hij voor de verwarming en voor koffie moet zorgen en dat ook de tapvergunning op zijn naam staat – duidelijk op een emaillen plaatje naast de deur, iedereen kan het zien – dan weet iemand die er een beetje kijk op heeft genoeg.

(uit Aan de Lange Weg, roman van Meurs A.M., 1e dr 2004, 3e, geïllustreerde dr 2009)

When I paint my masterpiece van Bob Dylan

Gezongen met The Band, plus engelse en nederlandse tekst en een link  naar Waarom de teksten van Dylan de Nobelprijs verdienen en naar The meaning of the lyrics and the music’. Zie de links onderaan.

dylannobelprijs

Vooral droombeelden in When I paint my masterpiece

When I Paint My Masterpiece
 
Oh, the streets of Rome are filled with rubble,
Ancient footprints are everywhere.
You can almost think that you’re seein’ double
On a cold, dark night on the Spanish Stairs.
Got to hurry on back to my hotel room,
Where I’ve got me a date with Botticelli’s niece (1)
She promised she’d be there with me
When I paint my masterpiece.
Oh, the hours we’ve spent inside the Colosseum,
Dodging lions and wastin’ time.
Oh, those mighty kings of the jungle, I could hardly stand to see ‘em,
Yes, it sure has been a long, hard climb.
Trainwheels runnin’ through the back of my memory,
When I ran on the hilltop following a pack of wild geese.
Someday, everything is gonna be smooth like a rhapsody
When I paint my masterpiece.
Sailin’ ‘round the world in a dirty gondola.
Oh, to be back in the land of Coca-Cola! (2)
Well I left Rome and landed in Brussels,
On a plane ride so bumpy that I almost cried.
Clergymen in uniform and young girls pullin’ muscles,
Everyone was there to greet me when I stepped inside.
Newspapermen eating candy
Had to be held down by big police.
But someday, everything is gonna be different
When I paint that masterpiece.
(1) Meestal wordt er gezongen <pretty little girl from Greece>, maar ik geef de voorkeur aan het absurde <Botticelli’s niece> dat Dylan ook soms zingt.
(2) Ook voor deze 2 regels bestaat een alternatieve en iets langere tekst.

 

Dan schep ik mijn meesterwerk

O die straat in Rome vol met rommel
Antieke oudheid overal
‘K denk zie alles dubbel, arme drommel
Koud en donker aan de Spaanse trap

Keer haastig terug naar mijn piepklein hotel
Botticelli’s lief vond hem maar een oude vlerk
Zij zei zacht tegen mij ‘k kom vanavond bij je
Dan schep jij jouw meesterwerk

In dat oud Colosseum kun je uren blijven hangen
Weg van die leeuwen en de tijd
Machtig koning der jungle, ‘k zou je graag wegvangen
Maar heb geen zin in nog zo’n klim

Een trein dendert dwars door mijn herinnering
Rennend over heuvels achter wilde ganzen aan
Eens zal alles rustig zijn als in een oude kerk
Dan schep ik mijn meesterwerk

Zeilend rond de wereld in een vuile gondola
O, ik wil terug naar het land van Coca Cola! (2)

Ik verliet dan Rome en landde in Brussel
Na een vliegreis eindigend in Munch zijn schreeuw
Iedereen was daar en zei welkom hier in Brussel
Geestelijken in uniform,  jonge meiden in een geeuw

Verslaggevers kauwend kauwgom
Moesten verjaagd zonder dat ik het merk
Maar op een dag zal alles anders zijn
Dan schep ik mijn meesterwerk

Nederlandse vertaling Meurs A.M.

Zojuist, net voor ik dit op internet plaats, komt de vertaling van Bindervoet en Henkes binnen. We hebben allebei kerk als rijmwoord voor meesterwerk gebuikt. Voor de hand liggend, zeker in Rome. Ik had het eerst al gebruikt toen het kon en nodig was, bij Botticelli namelijk, en er meteen <oude kerk>  van gemaakt, ook voor de hand liggend in Rome. Maar ik had die kerk verderop harder nodig, namelijk om die, gecombineerd met oud en rust, te stellen tegenover het denderen en het rennen. Dus ging de kerk daar naar toe. Bij Botticelli vond ik <oude vlerk> wel passen.
Het valt me op dat ik veel minder woorden op een regel gebruik dan zowel het origineel (Dylan) als de vertaling (van Bindervoet en Henkes). Ik denk dat de laatsten de lettergrepen geteld hebben. Het verschil tussen Dylan en Bindervoet/Henkes is dat Dylan strak blijft en dat bij de anderen het willen uitkomen op evenveel lettergrepen soms leidt tot een beetje geouwehoer.

Bob Dylan and the Band When I paint my masterpiece           

Waarom de teksten van Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur verdienen

 

When I Paint My Masterpiece: the meaning of the lyrics and the music

 


Waarom de teksten van Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur verdienen

bobdylan2
Toen ik hoorde dat Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur had gekregen, begon ik op  Facebook met een voorlopig eerbetoon. De bedoeling was namelijk om het geleidelijk uit te breiden.

Ja, ik ben ervan overtuigd dat Dylans teksten de Nobelprijs voor literatuur verdienen.
Dat hij zijn teksten ook op muziek zet en ook zingt, mag daarbij niet in de weg staan. Om het maar eens negatief uit te drukken.
Evenmin mag daarbij in de weg staan dat hij ook nadrukkelijk het recht opeist en neemt om gewoon een lekker liedje te maken en te zingen. Dat doet namelijk niets af aan de hoge kwaliteit van de teksten – daar gaat het hier over – van de andere songs.
En het maakt de maker en zanger alleen maar sympathieker.

Aan songteksten worden bepaalde eisen gesteld, ze moeten zingbaar zijn, daarom kunnen ze het best rijmen. Al zijn er uitzonderingen, maar het bekt/zingt wel een stuk beter. Dat maakt het schrijven van een songtekst niet makkelijker maar moeilijker. Een slecht schrijver schrijft ook slechte rijmen. Letterlijk vaak, namelijk kreupelrijmen, maar schijft ook slechte zinnen en weet niets uit te beelden. Bij een goed schrijver als Dylan kan het gedwongen rijm juist tot mooie, absurde formuleringen en beelden leiden. Of is zelfs het kreupelrijm noodzakelijk voor en wordt goedgemaakt door een prachtig beeld.

Songteksten kunnen poëtisch zijn maar zijn geen gedichten. Ze naast elkaar leggen is appels met peren vergelijken. Van een modern gedicht kan ik nog nauwelijks accepteren dat het rijmt. Al zijn ook hier weer uitzonderingen.
Je kunt Dylan dus niet met dichters vergelijken. Het gaat om de kwaliteit die ieder, de songschrijver en de dichter, op zijn eigen gebied levert.

Je kunt ook niet zeggen: Er zijn zoveel (andere) grote schrijvers die hem, de Nobelprijs, hadden verdiend. Want dat geldt elk jaar. En dat geldt door de hele geschiedenis van de Nobelprijs heen. James Joyce, Jaroslav Hasek, Louis Ferdinand Céline, Bohumil Hrabal, Louis Paul Boon, Gerard Reve, om enkele van de tientallen te noemen, hebben ‘hem’ ook niet gekregen.

Zelfs degenen die beweren dat Dylan de Nobelprijs voor literatuur niet verdient, ontkennen niet dat Dylan de top is van het songteksten schrijven. Dat wil dus eigenlijk zeggen dat ze songteksten niet tot de literatuur rekenen. Of dat songteksten nooit het niveau van andere literatuur kunnen bereiken. Want het is nog maar de helft, het wordt pas wat als het wordt gezongen. Hetzelfde hadden we met toneelteksten, toen Dario Fo in 1997 de Nobelprijs voor literatuur kreeg. Het wordt pas wat als ze worden gespeeld.
Nou, dat ‘het wordt pas wat’ geldt dus niet voor de teksten van Bob Dylan en evenmin voor die van Dario Fo. Ze zijn ook goed (alleen maar) te lezen. Het is anders dan ze te horen zingen en ze te zien voordragen. Het is net als bij het lezen van een ‘gewoon’ boek, je voegt er je eigen verbeeldingskracht aan toe.
Met zijn verbeeldingskracht helpt Dylan je een heel eind op (een avontuurlijke) weg.
bobdylan
Ik kwam het huis in de Prins Hendrikstraat in Eindhoven binnen waar ik sinds kort assistent, manusje van alles, was van een vertaler. Ik was nog maar een paar treden de trap op toen ik inhield. Boven in huis klonk vanuit een zolderkamertje waarvan de deur open moest staan, een door merg en been gaande song. Zes minuten lang, weet ik achteraf, bleef ik doodstil op de trap staan luisteren. Het bleek LIKE A ROLLING STONE van Bob Dylan te zijn. Zonder geluid sloop ik verder de trap op en sloot geruisloos de deur van het kamertje dat als kantoor diende achter me.

Let op de (droom)beelden die Dylan van Rome en Brussel oproept in de song When I paint my masterpiece, die ik steeds in mijn hoofd had toen ik 50 jaar later door Rome liep.
Mijn niet bewust, in de zin van niet gezocht, eerbetoon aan Bob Dylan was dat ik met zijn song When I paint my masterpiece in mijn hoofd, iets schreef – want dat is mijn manier om met het leven om te gaan – waarbij ik werd geïnspireerd door zijn song. Ik liet het zeer kleine Romeinse gidsje bij ‘Het perspectief’ haar eigen meesterwerk schilderen door het maken van een foto van haarzelf in ‘Het perspectief’, waarop ze er uitzag als een reuzin.
Dylans werk barst van dergelijke eerbetonen aan songschrijvers, zangers, dichters, schrijvers, schilders en onderdrukten.
http://meursam.nl/rome-met-in-mijn-hoofd-when-i-paint-my-m…/

When I paint my masterpiece van Bob Dylan

Perspectief

Over mijn buurman, de filmmaker Emil Busurcã (1960 – 2006)

Dit jaar zag ik Alexandra Jansse terug bij een prachtige door haar gemaakte film over We Are Here, de door staat en stad meest verwaarloosde, ongedocumenteerde vluchtelingen. Ik kende haar via mijn vroegere buurman, de filmmaker Emil Busurca, die in januari van dit jaar 10 jaar geleden was overleden. Dit weerzien is voor mij aanleiding het stukje over zijn dood opnieuw op mijn site te plaatsen.

(2 pagina’s tekst uit HetWerk43 van 24/01/06, theaterspecial van het literair kladschrift van Meurs A.M., met teksten uit zijn nieuwe boek Spelen, met 4 theaterstukken, en nieuwe teksten over de doden in zijn stukken)

Terwijl ik deze nieuwe teksten schreef lag in de woning beneden mij de filmmaker Emil Busurca op sterven.  Zo kwamen ook zijn laatste dagen in dit nr van HetWerk terecht;

Je kunt niet gewoon afscheid nemen van iemand van wie je weet dat die doodgaat.  Beide partijen houden het liever vaag. Je vraagt je wel af waaraan je doodgaat. Aan kanker dus heel vaak.  Maar waar komt die kanker vandaan? Op sommige plaatsen is de kans om kanker te krijgen vier keer zo groot  als op andere plaatsen. En je kunt ook niet gewoon zeggen dat je dood wilt. Dat is een taboe. Je moet een reden hebben.

Emil Busurca’s laatste film (productie John Kok): vanaf 5 april  Transnistrië, het vergeten kerkhof  Emil Busurca Nederland/Roemenië 2006
Deze documentaire vertelt het verhaal van duizenden Roemeense zigeuners die in de Tweede Wereldoorlog stierven door uitputting, executies, ondervoeding en ziektes tijdens de deportatie vanuit Roemenië naar het bezette zuidwestelijke deel van de Oekraïne (Transnistrië), ook “het Auschwitz van Roemenië” genoemd.  Première 5 april 20.00 u Rialto Ceintuurbaan 338 Amsterdam. www.rialtofilm.nl

(uit het hoorspel De Gekke Onderwijzer, Spelen, pag. 117)
GEKKE ONDERWIJZER:
En dan mijn oom:
zijn ogen stonden half open
en hij stamelde:  ‘dood of zo?’
toen hij mij zag
bedoelde hij dat hij
wel gauw dood zou gaan
omdat ik anders niet langs zou komen?
inderdaad ik kwam afscheid nemen
zonder het te kunnen zeggen
waarom eigenlijk niet?
waarom kon ik niet zeggen:
dag oom, ik denk dat het de laatste keer zal zijn
je was een goede oom
bedankt voor alles
en dan druk je zijn hand
extra lang
maar niets van dit alles
je moest zeggen: beterschap
en veel sterkte
en ik kom nog wel eens langs
de leugenachtigheid!
In die roes, de verdoving
van de medicijnen
zei hij: dood of zo?
Of was de afstand tussen ons
al zo groot geworden
dat hij mij zag
als een verschijning NA zijn dood?
Dood of zo?

(De Gekke Onderwijzer, pag. 117)
DE GEKKE ONDERWIJZER
(pauze,rustig)
Ik ben vierenvijftig jaar
dat denk ik elke dag
zeg ik een paar keer per dag
tegen mezelf
ik heb nog zeker twintig jaar
misschien wel dertig
dertig jaar
dertig jaar geleden was ik vierentwintig
dat is nog maar kort geleden
dertig jaar is dus niet lang
maar als de pijn terugkomt
is het eerder afgelopen
want dat pik ik niet…
blijf nou rustig alstublieft…
(wacht) bij haar ging de pijn niet meer weg
ze zei: ik wil nog zoveel vertellen
maar ben te moe
in de weken voor ze doodging
zei ze nog:
dat moeten die strijkplanken
met asbest zijn geweest
vroeger op mijn werk  (stilte)
(De Gekke Onderwijzer, Spelen, pag. 120)

(foto) Etalage van grafische Studio René Bakker in de straat waar filmmaker Emil Busurcã woonde, met de  impressie van zijn laatste dagen ter lezing voor de buurt. www.meursam.nl

Mijn buurman, de filmmaker Emil Busurcã
Er zijn de oude, de vroegere doden, en er zijn altijd weer de nieuwe doden. Het was 18 januari en we hadden dit jaar al 2 begrafenissen achter de rug. Beide mensen, 74 en 58, waren gestorven aan kanker. Onze benedenbuurman had 2 maanden geleden gehoord dat ook hij leed aan deze verwoestende ziekte. Hij  is 45 jaar geworden.

Emil werd opgehaald met de ambulance. Ik bleef lang voor het raam staan kijken. Die zie ik niet meer terug, dacht ik. Zijn lange, bleke hoofd schudde heen en weer terwijl ze hem in de auto schoven. Waarom fixeren ze dat hoofd niet? dacht ik. Zijn vriendin Lena kwam op een drafje het huis uit gelopen, achter de ambulance om, en nam voorin plaats naast het personeel. Zijn vriend en producer van zijn films, John, die zijn stationcar aan de overkant schuin op de stoep had geparkeerd, reed achteruit en ging vlug achter de ambulance aan.

Wanneer ze weg zijn, hoor ik een langgerekt gehuil beneden. Als van een hond die huilt naar de maan. Floortje, de hond van Lydia en later van Emil, deed dat, de enkele keer dat hij alleen in huis werd gelaten. Maar dat kan niet, denk ik, Floortje is dood, een paar maanden geleden heeft hij, na een mooi en lang leven, een spuitje gekregen. Gelukkig hoeft hij dit niet mee te maken. Hij heeft dit al een keer meegemaakt toen Lydia doodging, ook aan kanker. Of zou Emil nog troost gehad hebben aan Floor? Nee, ik denk van niet, ik denk dat hij eerder een hoop ellende met Floor gehad zou hebben. Het beest was, net als Emil nu, doodziek.

Opeens dacht ik: het gehuil is van de moeder! Emil zei steeds dat hij na deze serie bestralingen in staat zou zijn naar Roemenië te reizen. Hij vond dat zijn moeder ook het beste terug zou kunnen gaan, hij zou wel dáár komen, en hij zei tegen een vriend: jij hebt gezorgd dat ze hier kwam (met businessclass), je zorgt ook maar dat ze weer teruggaat. Maar het moedertje was koppig en vastbesloten niet zonder haar enig kind terug te keren: dood of levend. En dat had ook wel iets, vonden we.  Ze is niet in het vliegtuig gegaan en nu is ze alleen daar beneden en heeft ze het te kwaad. Ik luisterde aandachtig, ging zelfs naar beneden om de krant te halen en bleef minutenlang staan luisteren. Ik hoorde niets meer. Misschien was het verbeelding geweest, misschien was het moedertje toch terug naar Roemenië.

Emil kwam terug met de ambulance en alles speelde zich af in omgekeerde volgorde. Blijkbaar was het voor een behandeling geweest.
De volgende dag hing er, toen ik thuiskwam van boodschappen, een heel zware, zoete geur van verrotting in huis. Ik dacht meteen aan het lievelingsgerecht van Emil. Ik heb het nooit gezien, laat staan geproefd, maar wel vaker geroken, zij het niet in zo’n hevige mate als nu. Ik stel het me voor als vanbinnen rot geworden aardappelen, waarvan de schil weliswaar taai is geworden maar nog intact is, en die met schil en al in een koekenpan worden opgebakken. Gekarameliseerd. Zo ruikt het. En ik denk dat het er ook ongeveer zo uit ziet, maar het is een andere vrucht. Maar het doet er niet toe wat ik ervan denk, Emil is er gek op. Ik leunde over het balkon om naar beneden te kijken: alles zat potdicht. Ik zette dan maar op de eerste en tweede verdieping de ramen en deuren tegen elkaar open. Dat moedertje! Ze is erg vroom en nu haar zoon toch niet meer is te redden, bidt ze dat hij dan ook maar zo gauw mogelijk naar de hemel gaat. En een vriend van Emil had er bij hem op aangedrongen om euthanasie te regelen. Nu ik in deze verstikkende walm zit, denk ik: er is daar beneden een compromis gesloten. De vriend krijgt zijn zin: de euthanasie voor Emil, Emil krijgt zijn lievelingsmaal, zijn galgemaal, en het gebed van het moedertje wordt ook verhoord: Emil gaat na het eten van dit maal rechtstreeks naar de hemel, als hij al niet eerder omkomt in de kookwalmen.

Toch bleek na enkele uren iedereen het te hebben overleefd.
Maar toen we twee dagen later van weekend terugkwamen was het huis beneden leeg. Emil lag elders opgebaard en het moedertje en vriendin Lena waren al terug naar Roemenië. Het lichaam van Emil zou later volgen. Alle vrienden waren naar huis. Het was koud in ons huis. Je voelde dat er onder ons niet meer werd gestookt. Iedereen was weg. Er steeg een ijzige kou op van beneden. Wat had ik deze graag ingeruild voor de warme walm van amper achtenveertig uur geleden. ———–

Meurs A.M.

HetWerk, literair kladschrift van Meurs A.M.

EEN BURGEMEESTER VERBLIND DOOR ZIJN OBSESSIE MET ‘TERUGKEER’, ‘ACTIVISTEN’ EN ‘RODE LIJNEN’

Bericht in het Nederlands Dagblad van 22 oktober 2016

Gefeliciteerd, cliënten van Daalburgh, gefeliciteerd advocaat Fischer! Hèhè: niet de burgemeester of de politiek bepalen de diagnose en de behandeling van een patiënt maar een arts ofwel de GGD. In een vlucht vooruit had burgemeester Van der Laan juist wat hij noemde de ‘actievoerders’, waarbij hij uitdrukkelijk advocaat Fischer, Het Wereldhuis, Dokters van de Wereld en Het College voor de Rechten van de Mens vermeldde, met veel demagogie verweten dat ze op de stoel van de GGD waren gaan zitten. Hij deed dit in de Raadsvergadering van 14 juli bij een agendapunt over ‘uitgeprocedeerden’ , die ik ‘ongedocumenteerden’ zou noemen en zeker geen ‘illegalen’. Want: ‘Geen mens is illegaal.’ ‘Kent u die uitdrukking?’ zou dominee Gremdaat zeggen. Zie de volledige tekst van Van der Laan bij dit agendapunt op de betreffende Raadsvergadering en mijn commentaar daar op:

Op 13 en 14 juli 2016 vond in Amsterdam een vergadering plaats van de gemeenteraad. Ik volgde een deel van deze vergadering omdat in agendapunt 46A de situatie van de tot heden afgewezen asielzoekers, vluchtelingen die niet meer of niet opnieuw in de asielprocedure zitten, aan de orde kwam. Ik was verbaasd dat zo’n gemeenteraadsvergadering zo verschilde van een vergadering van het parlement, met name door de grote rol die de, zojuist voor 6 jaar herbenoemde, burgemeester speelde, het gewicht dat zijn aanwezigheid had, ook wanneer hij niet aan het woord was. Het had zo meer weg van een ondernemingsraadsvergadering, was mijn indruk. Des te meer bewondering had ik voor enkele raadsleden, die ondanks de lichaamstaal en de woorden van de burgemeester, rustig en beleefd de positie van de zogenaamde ‘uitgeprocedeerden’ aan de orde bleven stellen, hun 4 moties indienden, ondanks in 2 gevallen een negatief preadvies van de burgemeester, en in 3 van de  4 gevallen deze ook door de raad zagen aangenomen worden.

Dit is geen verslag van de vergadering van 14 juli. Wel is dit de volledige door burgemeester Van der Laan bij dit agendapunt (46A) uitgesproken tekst en mijn commentaar daarop. De toelichting door de indieners van dit agendapunt en van de moties en de daarbij gedane interruptie ontbreken dus en zelfs ontbreken de interrupties bij zijn eigen betoog waarop Van der Laan reageert. Het volledige door de gemeente gemaakte verslag vindt u bij Raadsinformatie Amsterdam, bij de agenda voor de raadsvergadering van 14 sept 2016.

Van der Laan: Ik denk dat een heel belangrijke vraag die gesteld is: Hoe kan het nou zijn dat onze beelden zo verschillen? Dat de beelden verschillen dat werd duidelijk in de bijdragen van de sprekers. En ik wil daar ook beginnen voor ik de moties preadviseer.
Op zichzelf is het natuurlijk zo dat iedereen die uitgeprocedeerd is maar hier wel is, die zit natuurlijk in een nare situatie. En daar hebben wij als Amsterdammers geprobeerd op een goeie manier, op een zo goed mogelijke manier, een oplossing voor te vinden door te zeggen: diegenen die bereid zijn mee te werken aan terugkeer, of enorm vertrouwen dat ze alsnog een verblijfsstatus zullen krijgen, kunnen in het programma Vreemdelingen, met activering, met juridische begeleiding, met alles wat erbij hoort, liefst voor 3 tot 6 maanden, als ze ziek zijn maximaal een jaar. En daarnaast hebben we gezegd: we doen als ondergrens voor iedereen, zonder enige voorwaarde te stellen – ik weet nog dat het slikken was voor sommige partijen in de raad – Bed, Bad en Brood, zodat er niemand gewoon op straat slaapt in deze stad. Dat is de hoofdzaak van ons beleid.

Commentaar: Zowel voor het werken aan terugkeer als aan het werken aan een verblijfsstatus is tenminste 1 à 1,5 jaar nodig, dat heeft de ervaring geleerd. De groep ongedocumenteerde vluchtelingen van WijZijnHier/WeAreHere (WAH) heeft dit meerdere malen gesteld, zowel in brieven aan de gemeenteraad als aan de Tweede Kamer. De meeste mensen kunnen bovendien niet meewerken aan terugkeer, omdat de oorzaak van hun vlucht (zoals oorlog, onderdrukking) nog steeds bestaat. De groep heeft uitgebreid geschreven over het asielgat, waarin ze terecht zijn gekomen nu ze geen verblijfsstatus krijgen en evenmin terug kunnen. Zie de site van www.wijzijnhier.org . De burgemeester, het programma Vreemdelingen negeert, ontkent het asielgat. Dat maakt een realistische werkwijze en termijnstelling onmogelijk.
De BedBadBrood-regeling, waarbij men elke dag 9 uur ’s morgens tot 16.00u ’s middags de straat op moet, is niet geschikt voor angstige, getraumatiseerde vluchtelingen die slecht slapen en op straat altijd bang zijn aangehouden te worden en zonder vorm van proces naar een detentiecentrum te worden gebracht. Velen hebben daar ervaring mee, hebben maanden vastgezeten voor ze weer op straat werden gezet, omdat het niet lukte hen uit te zetten.

Van der Laan: En nu doet zich het feit voor dat we door dat eerste jaar heen zijn sinds we met dat programma zijn begonnen, en dat we zien dat de hoop die velen van ons hadden, hebben, dat er daadwerkelijk gewerkt wordt aan terugkeer en dat het ook resultaat heeft, dat er voor die grond heel weinig, dat er heel weinig van uitkomt. En aan de andere kant van dat spectrum, in dat programma hebben we gezien dat er mensen zijn die in medische problemen zitten, en toen kwam de vraag natuurlijk op van u: hoe gaan we daar mee verder?

Commentaar: Hier wordt uit het ‘slechte’ resultaat, dat er weinig van terugkeer sprake is             geweest, afgeleid dat er niet of te weinig aan terugkeer gewerkt is. In werkelijkheid ligt dat aan de oorzaken in mijn bovenstaande commentaar gegeven (o.a. de situatie in de landen van herkomst) en aan de onrealistische inzet en verwachting van burgemeester en gemeentebestuur.

Van der Laan: Nou is het zo dat zich in de stad activisten bevinden, actiegroepen bevinden, vrijwilligers, hulpverleners, net als u en ik gewone mensen met alles door elkaar, en ook advocaten soms, ook gewone mensen, die betrokken zijn bij de zaak en dan helpen bij de beeldvorming waar wij nu tegenaan lopen om hun eigen kleur daar aan te geven. Hier is bij het naderen van het einde van het jaar voor de medische probleemgevallen direct keihard de positie ingenomen dat wij ze maar gewoon op straat zouden gooien. We hebben er in de commissie over gesproken, ik heb u voorgelezen – dat was dacht ik anderhalve maand geleden – hoe ze gediagnostiseerd werden en dat er een heel gedifferentieerd ding zou komen om juist te voorkomen dat mensen die echt niet op straat zouden kunnen zwerven, weliswaar ’s nachts zouden kunnen slapen en in Bed, Bad Brood zouden kunnen zijn maar overdag weer de straat op zouden moeten, en dat daarvoor genuanceerde oplossingen waren. Maar dan komt er een kortgeding-dreiging of ‘we gaan niet weg’-verhaal, u wordt opgeroepen, er worden ondersteunende brieven geschreven in de kranten van Dokters voor  de Wereld, van het College voor de rechten van de Mens, en allerlei andere actiegroepen of semi-actiegroepen, en dan raakt u bezorgd of er toch niet wat mis gaat in de stad. Die signalen brengt u hier in de raad en dat neem ik niemand die hier zit kwalijk. Maar het is mijn taak te zoeken naar de feiten en de cijfers en met u dáárop besluitvorming te plegen.                        

Commentaar: Niet de feiten bepalen het beeld, volgens de burgemeester, maar activisten die er hun eigen kleur aan geven. Bij die activisten horen ook Dokters van de Wereld en het College voor de rechten van de Mens. Hij had ook nog de Raad van Kerken kunnen noemen. Feit is dat de meeste van de 10 mensen in de 24-uur-opvang Daalburgh van het Leger des Heils een brief hadden gekregen van het gemeentebestuur met de mededeling dat het voor hen uitgetrokken jaar voorbij was en dat ze zich voor onderdak gekoppeld aan terugkeer konden melden bij de Vrijheids Beperkende Locatie (VBL) te Ter Apel. Omdat proefondervindelijk bewezen was dat ze daar geweigerd werden ‘omdat er geen zicht op uitzetting was binnen 12 weken’, betekende die brief een feitelijke opstraatzetting. Pas later schreef de burgemeester aan de gemeenteraad dat sommigen naar een 24uurs/terugkeer-           opvang in Amsterdam konden en verwees ook naar de gewone Bedbadbrood-regeling waarbij de mensen overdag de straat op moeten. De feiten en de cijfers waren dus door de burgemeester al een keer gewijzigd.

Van der Laan: Welnu, ik krijg net tien minuten geleden een brief van de advocaat van We are here too (of two?), die overigens al een stief aantal, mag ik zeggen tientallen kort gedingen tegen ons heeft gevoerd – en ik moet voorzichtig zijn, maar volgens mij nog nooit heeft gewonnen in die zaken – die heeft dus gedreigd met ‘We gaan niet weg’,  en was in die keten een belangrijke aanjager, en nu schrijft-ie: ‘Uit verschillende bronnen begrijp ik dat de afgelopen week veel is gedaan om cliënten een vervolgopvang te bieden, dat is goed nieuws en’ (blabla) dan zal ik hen adviseren op het aanbod in te gaan.’ Ik ga u de brief geven, ik weet niet of u hem al heeft maar… ik krijg hem echt net, en dan gaat het nog een tijd zo door. Maar dit is wel het krachtenveld waarin u als raad zich bevindt en waarin u soms voorbarig conclusies trekt. Dat heeft soms ook te maken met de situatie waarin u hier  zit ten opzichte van de Haagse politiek. Sommigen van u vinden dat de regering al lang een bestuursakkoord had moeten aanbieden dat past bij wat wij hebben. Anderen zijn daar wat minder stellig over. Dat kan allemaal. Maar laat u zich niet te snel op sleeptouw nemen. Er is een restprobleem waar ik zo iets over zal zeggen. Want ik zeg niet dat ik dit een onzinverhaal vind. Ik vind het sowieso goed dat u de signalen naar de raad brengt. Maar laten we nu even kijken welke feiten we kennen. Dit is een belangrijk ding. Ik zeg: Het is helemaal niet waar dat er de afgelopen week veel gedaan is, want dat was al zo, dus er is helemaal geen goed nieuws. Maar fijn dat u erkent dat er dan nu een situatie is waarin u uw cliënten wil adviseren om op het aanbod in te gaan.

Commentaar: De burgemeester kent de juiste naam van de organisatie van ruim 200        ongedocumenteerde vluchtelingen in zijn en hun stad, die hij al 10 keer uit hun woonplek heeft laten zetten, een organisatie die 4 jaar bestaat en zich We are here noemt, niet. Wat drijft hem om zo in de gemeenteraad te praten over een advocaat, notabene op het moment  dat deze schrijft op het aanbod in te gaan? In ieder geval geen tactiek en ook geen gezond verstand. Het is bovendien ‘not done’ om zo en op die plaats van een advocaat te vertellen dat hij nog nooit een zaak tegen de gemeente gewonnen heeft (wat trouwens niet klopt, advocaat Fischer heeft alleen al voor bijna alle huidige cliënten van Daalburgh de gemeente al een keer gerechtelijk tot opvang en behandeling gedwongen), bovendien zou dat nog niet betekenen dat  hij het deze keer niet zou kunnen winnen. De burgemeester laat zich leiden door pure ergernis dat de gemeenteraad zich volgens hem op sleeptouw heeft laten nemen door zo’n ‘aanjager’. Hij gaat zelfs in de gemeenteraad die ‘aanjager’ denkbeeldig toespreken. Over slecht theater gesproken… Blijkbaar heeft de advocaat zijn aanbod weer ingetrokken, wat me in deze sfeer niet verbaast. De gemeente en het Leger des Heils moeten nu een kort geding voeren om de patiënten van Daalburgh eruit te krijgen. De burgemeester gaat uitgebreid in op de brief van de advocaat waarvan hij alleen de voornaamste mededeling even had hoeven te vermelden, hij verzwijgt dat enkele uren daarvoor de deurwaarder namens de gemeente een strafrechtelijk uitzettingsbevel op de deur van het pand van We are here heeft laten plakken. Daarmee zouden op 8 september 145 kwetsbare, deels zieke mensen voor de 11e keer door de gemeente op straat worden gezet. Iedereen in de gemeenteraad kent die praktijk, toch werd onder leiding van  mevrouw Yesilgöz van de VVD met veel pathos het theater opgevoerd dat Amsterdam geen kwetsbare, zieke mensen op straat zet. Nog maar een maand daarvoor had een van die kwetsbare, zieke mensen van We are here een einde aan zijn leven gemaakt.

Van der Laan: Ik ga niet eigenwijs zijn. Hoewel me dat veel moeite zal kosten. Maar wij hebben heel vaak discussies gehad toen wij deze architectuur van Bed, Bad, Brood voor iedereen en het programma Vreemdelingen voor maximaal een jaar voor mensen die bereid zijn mee te werken, tot een oplossing  maakten. Weet u nog dat het College voor de rechten van de Mens, dat zich nu ook weer in deze strijd gestort heeft, ook tig brieven heeft geschreven om u duidelijk te maken dat wij niet eens een keus hebben, dat we die opvang moesten bieden? U heeft kennis genomen van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Raad van State, dat wij hen niet hoeven te bieden. In de brief die laatst is geschreven, vorige week nog door het College voor de rechten van de Mens wordt weer verwezen naar een Europese commissie en het Europees Sociaal Handvest, dat inmiddels overruled is door de Raad van State en de Centrale raad van Beroep. Laat u zich, zelfs door het College voor de rechten van de Mens dus niet te snel op sleeptouw nemen. Laten wij bij de feiten blijven en verdedigen wat wij hebben opgebouwd. Want het is helemaal geen slecht systeem binnen, wat we dan weliswaar niet hoeven, maar wel mogen, doet Amsterdam ongeveer het maximale. Ik kom zo nog even op Groningen.

Commentaar: Ook door het College voor de rechten van de Mens mogen de gemeenteraadsleden zich van de burgemeester niet op sleeptouw laten nemen. Wat bezielt een burgemeester die, wanneer hij gehoord heeft van een Europese commissie dat hij volgens de rechten van de mens ongedocumenteerden opvang moet bieden, om naar de Raad van State en naar de Centrale Raad van beroep te gaan, om daar onderuit te komen? Deze organen kunnen natuurlijk geen andere uitspraak doen dan dat in Nederland de staatssecretaris verantwoordelijk is voor de opvang van ‘uitgeprocedeerden’. Formeel hoeft de gemeente het niet omdat de staatssecretaris het moet. Maar die doet het niet. Wie moet het dan doen? Het is niet iets wat je uit kunt stellen. Juist, de gemeente. En die bewaart dan maar de bonnetjes tot de staatssecretaris wel zover is. Als iemand te water raakt kun je hem niet laten verdrinken door te zeggen: Maar die-en-die stond er dichterbij.             Mensenrechten kunnen niet door een gerechtelijke uitspraak ‘overruled’ worden, zoals de             burgemeester zegt.Wetten en gerechtelijke uitspraken kunnen mensenrechten effectueren, zij kunnen deze nooit aantasten of beperken.

Van der Laan: Dat zijn mijn algemene opmerkingen vooraf, maar de conclusie is , wij sturen – en dat zei mevrouw Yesilgöz terecht – wij sturen nooit zieke mensen op straat. En de partners die hier mee te maken hebben, HVO-Querido voor de Bed, Bad en Brood, Leger des Heils voor wat betreft het programma Vreemdelingen, de GGD, ze behoren tot de beste partners die wij hebben in de stad. En mevrouw Yesilgöz heeft gelijk dat actievoerders, die dus de kaart zo spelen als die de laatste twee weken gespeeld is, die brengen onze hulpverleners en onze partners onder een zekere verdenking die zij niet verdienen. En daarom hoort u nu enig vuur bij mij. En nogmaals, u heeft gelijk de signalen hier te brengen, maar ik vind ook dat u als raadslid zelf niet alleen moet gaan praten met de actievoerders maar ook zou moeten gaan praten met de hulpverleners om de toets te kunnen maken hoe ligt het nou, waar ligt nou de waarheid. En daar kunnen altijd meer waarheden zijn, maar dat is wel een verantwoordelijkheid, vind ik, van ons als stadsbestuur.

Commentaar: Zoals al eerder gezegd: De gemeente Amsterdam stuurt al minstens 4 jaar lang de voor een groot deel getraumatiseerde mensen van Wij Zijn Hier op straat. En op dit  moment staat er weer zo’n uitzetting voor de deur. Groenlinks heeft vergeefs via een motie geprobeerd – misschien niet concreet genoeg – de gemeenteraad te bewegen om We are here een plek aan te bieden. Mensen van Daalburgh naar Ter Apel verwijzen betekent, omdat ze daar worden geweigerd, in de praktijk ze op straat zetten. Mensen van Daalburgh naar de Bedbadbrood verwijzen betekent in ieder geval ze overdag op straat zetten. Maar omdat de Bedbadbrood al vol zit en, als we de mensen van We are here erbij betrekken, er in Amsterdam honderden plekken in de Bedbadbrood te weinig zijn, betekent het ook voor de mensen van Daalburgh in de praktijk de straat. Dus: laat het gemeentebestuur van Amsterdam stoppen met die schijnheiligheid. En laat de gemeenteraad van Amsterdam afstand nemen als de burgemeester het niet kan laten achter de demagogie aan te gaan van de enige vriendin die hij die middag in de raad had, mevrouw Yesilgöz van de VVD. Het is ronduit smerig om altijd maar over actievoerders in plaats van over de vluchtelingen van WAH te spreken die samen met  supporters de strijd hebben aangebonden tegen het asielgat in het asielbeleid.
Het is ronduit laagbijdegronds om te suggereren dat de hulpverleners van het Leger des Heils of HVO-Querido of de GGD worden aangevallen als in werkelijkheid het gemeentebestuur en, in het geval van Daalburgh, de leiding van het Leger des Heils, maar vooral de burgemeester wordt bekritiseerd omdat hij halsstarrig vasthoudt aan dat ene jaar waarin er voor de zieke, ‘uitgeprocedeerde’ mensen van Daalburgh een ‘oplossing’ had moeten zijn.

(Na een interruptie)
Van der Laan: Ik was daar nog niet aan toe gekomen. Natuurlijk ga ik daar ook op in, want ik betrek nu de stelling zoals u het net noemde dat de mensen die terminaal ziek zijn, mensen die tbc hebben, mensen die een nierdialyse nodig hebben, mensen die suïcidaal zijn, die laten we in deze stad niet over straat zwerven, dus ook niet van 9 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s middags, de tijd dat ze niet in onze BBB kunnen dus, en dat had ik willen zeggen in de preadvisering van een van de moties, maar ik zal het nu doen, want het is iets dat u en de heer Groot Wassing en mevrouw Moorman waarschijnlijk, en de heer Peters natuurlijk, dat u het meeste zorgen zal baren. Welnu,  het antwoord is: in de BBB is een medische afdeling, als ik dat grote woord mag gebruiken, u moet niet het beeld van een ziekenhuis hebben, maar er is gelegenheid voor die mensen die u noemde, en de heer Groot Wassing en mevrouw Moorman, en de heer Peters, maar die ook alle anderen zich aantrekken, om niet op straat te gaan om 9 uur ’s ochtends maar gewoon te blijven. Dus dat is noem het maar BBB-plus voor de meest medisch kwetsbaren. Dat is er. En voor de ingezonden brieven weer binnenstromen dat dat niet genoeg is, wie uiteindelijk bepaalt of hij dan al of niet een beroep op kan doen of niet, is de GGD. En ik zal tot mijn laatste snik verdedigen dat dat de GGD is, want een actievoeder die brieven schrijft kan belangen hebben vanuit de actie die hij voert om dingen op te schrijven. Ik wil liever een gekwalificeerde arts van de GGD, onder verantwoording van wethouder Van de Burg, die opgeleid is, die objectief is, en die in een traditie staat van 150 jaar humanitair werk. Dus daar ligt voor mij een rooie lijn.

Commentaar: Weer die demagogie (laatste snik, rooie lijn) en  verdachtmaking van         ‘actievoerders’ (u weet wel, de advocaat van de patiënten, WAH, het College voor de rechten  van de Mens, de Raad van Kerken, het Wereldhuis,  Dokters van de Wereld), die dan een ander belang zouden dienen dan dat van de bewoners van Daalburgh. Het is juist de burgemeester die op de stoel van de GGD en de behandelaars is gaan zitten met zijn brief  dat het jaar voorbij was en de behandeling beëindigd.  Het is juist de burgemeester die op de stoel van de IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek is gaan zitten met zijn verwijzing naarTer Apel.

Van der Laan: En nou kom ik bij de preadvisering van de dingen, sorry maar we zijn dwars door de tijd en we voeren deze discussie bijna driewekelijks maar ik zal heel snel de moties doorlopen. Meneer Groot Wassink, vastgoedbeheer, nee, dat staat zo ongeveer haaks op alles wat we gezegd en gedaan hebben:  we gaan geen gemeentelijk vastgoed voor een jaar geven. We hebben het trouwens, met de Vluchthaven hebben we het gedaan een half jaar en hoe teleurgesteld zijn sommigen zoals ik daar uit gekomen. Want dat leverde helemaal niks op in termen van bereidheid om terug te keren. Maar, we hebben de BBB, we hebben het programma Vreemdelingen voor een jaar, en ik hoef er niet eens over te praten met de wethouder Vastgoed, die dat waarschijnlijk best zou kunnen, maar we zouden ons hele systeem ondersteboven gooien en ze zouden nog minder terugkeren en niet beter worden, ook niet sociaal gezien. Ze zouden het opvatten als een aanmoediging om überhaupt nooit meer aan terugkeer te denken. Voor sommigen. Dat was CE.

Commentaar: De burgemeester wil liever de 145 mensen van WAH weer op straat zetten dan ze wat aan te bieden via ‘de wethouder Vastgoed,  die dat waarschijnlijk best zou kunnen.’  Het klinkt inderdaad of je het hele kapitalistische eigendomssysteem ondersteboven zou gooien. En weer die obsessie met en frustratie over terugkeer, verpersoonlijkt in de ‘Vluchthaven’, een van de gebouwen waarin WAH heeft gezeten en waarover zij op haar site het volgende zegt:
<Vluchthaven (Zuid), 2 december 2013 – 9 juli 2014 (9 maanden)
De vluchtelingen stonden sceptisch tegenover het aanbod van de gevangenis aan de Havenstraat, maar de burgemeester van Amsterdam verzekerde hen dat ze zouden kunnen  werken aan hun toekomst, waar die ook zou zijn. Maar op het eind van ‘het project Havenstraat’ verklaarde de burgemeester dat de ‘pilot’ was mislukt omdat er maar weinig mensen waren teruggekeerd naar hun land van herkomst. Het was duidelijk dat er een verborgen agenda was geweest. Het werd ook duidelijk dat het werkelijke probleem het gat is in het Nederlandse asielbeleid. Vluchtelingen kunnen niet terug, krijgen ook geen status, en kunnen evenmin ergens anders heen.
Vrijwilligers maakten een plan voor de vluchtelingen om te werken aan hun toekomst. Dit hield in trauma-zorg, cursussen en workshops en hulp bij hun asielprocedure. Het kostte de gemeente enkele maanden om dit plan over te nemen en met de uitvoering te beginnen. Ondertussen werden de vluchtelingen geconfronteerd met bewakers van het departement  van justitie, wat het vaak moeilijk maakte je thuis te voelen, en hadden de vrijwilligers die wilden helpen strikte bezoektijden waarbij ze telkens hun identiteitskaart moesten tonen. Na 6 maanden gelastte de gemeente de vluchtelingen om te vertrekken. Die weigerden. In een uitstekende evaluatie werd beschreven waarom de mensen niet kunnen terugkeren naar hun land en evenmin op straat van niets kunnen leven. En ook hoe de pilot van 6 maanden in feite er een van 2 maanden werd omdat de gemeente zo laat startte met de screenings, de assistentie en de programma’s. Na een kort geding, een tweemaal uitgestelde uitspraak en beroep, verliet de groep het gebouw vrijwillig om arrestatie door de politie te voorkomen.>

Van der Laan: Dan CF. Dat is de motie die zegt, dat de gemeente Amsterdam in die gevallen dat er redelijkerwijs niet verwacht  mag worden dat ze, gezien hun kwetsbaarheid in de BBB-voorziening kunnen blijven, opvang te bieden. Deze motie ontraad ik omdat die de suggestie geeft dat we naast de BBB wij nog iets anders doen, terwijl ik net heb uitgelegd dat we in de BB, BBB, iets doen om dit te doen. Dus als u de motie kan aanpassen en zeggen: ‘om binnen de BBB voor die medisch kwetsbaren iets te doen’, dan zal ik hem positief preadviseren.
Dan de derde, CG was de motie: ‘In het programma Vreemdelingen niet over te gaan tot parallelle schakeling.’ Ik wil een zaak doen met de gemeenteraad. We hebben de parallelle schakeling, dat wil zeggen dat je tegelijk moet werken aan zeg maar je medisch herstel en je juridische dingen, maar ook aan je terugkeer, dat noemden we parallel, en dat, volgens wat de heer Groot Wassink zegt, en ik heb die geluiden ook wel gehoord, dat is eigenlijk heel moeilijk, want je zit in een dubbele mindset, maar vooral gaf u een goed voorbeeld hoe je praat met een partner die jou aan de ene kant hoort zeggen dat je terug wil en aan de andere kant hoort dat je vraagt om documenten waardoor je zou kunnen blijven. Ik snap het probleem. Maar waarom deden we het? Omdat anders iedereen tijdenlang, en de volledige tijd, blijft werken aan zijn eigen ‘ik wil hier blijven’, en dan verstrijkt de tijd en is er niet aan terugkeer gewerkt, en is de tijd van dat half jaar, maximaal een jaar, voorbij. Als de heer Groot Wassink en de andere indiener van de motie, mevrouw Moorman, bereid zijn om te zeggen: We houden vast aan de door de gemeenteraad afgesproken termijnen, dan zeg ik, laten we dan het principe van de parallelle schakeling, als soms te ingewikkeld, maar laten vallen. Maar dan herbevestigt u dat we die termijnen hebben, dat heeft u al uitgesproken als gemeenteraad op voorstel van het college,en dan is dit niet een titel om door die termijnen heen te schieten. En ik denk dat u – ik kijk in de ogen van de heer Groot Wassink en mevrouw Moorman – als redelijke raadsleden zegt: daar zit misschien best wat in. Dus, verzin een oplossing, maar zoals hij nu hier ligt kan ik hem niet positief preadviseren. Terwijl als de termijn door u een soort van heilig wordt verklaard, dat wel zou kunnen.

Commentaar: Weer de obsessie met het werken aan terugkeer, wat voor de meeste          vluchtelingen een onmogelijke en ook onwenselijke zaak is, gezien de toestand in hun land van herkomst. Je vlucht naar Nederland maar je mag van de burgemeester niet werken aan je ‘ik wil hier blijven’. Wereldvreemd.

Van der Laan: Dan de laatste motie, CH, daar ben ik eigenlijk mee begonnen, dat is de motie van de heer Paternotte,  de heer Peters en Groot Wassink: het Groningse model. Ik wou graag één ding…En ik ben helemaal niet zuur, want ik ben zo Zen als Brahma en Lama nog nooit geweest zijn, maar ik heb wel een zekere ergernis bij  de verwijzing naar andere steden waar het beter gaat. Want u heeft allemaal een goed geheugen, ga ik effe vanuit, en ik ben al naar Rotterdam verwezen omdat het daar voor de Bed, Bad en Brood  beter zou zijn. Ik ben naar Utrecht verwezen omdat het voor diverse dingen er beter zou zijn. Ik had al naar Nijmegen en Leiden moeten gaan en nu moet ik naar Groningen. En iedere keer leverde het onderzoek  op: niet beter dan in Amsterdam, niet kwa input, niet kwa output, niet kwa outcome. Daarmee zeg ik niet, meneer Paternotte, meneer Groot Wassink en meneer Peters, dat u me probeert op het verkeerde been te zetten, maar iemand heeft u misschien op een verkeerd been gezet. In ieder geval, als u zegt, we gaan als college de Amsterdamse Bedbadbroodregeling omvormen naar een 24-uur-opvang, conform het Gronings model, met 24 uursopvang, met medische zorg, maatschappelijk werk, juridische spreekuren, zonder vastgestelde termijnen, met individueel maatwerk en waar gewerkt kan worden aan juridisch perspectief en/of terugkeer: Dat is het einde van Bed, Bad en Brood, dat is het overschrijden van de rode demarcatielijn tussen humanitaire hulp voor iedereen in de Bed, Bad en Brood van 17.00 uur ’s middags tot 9.00 uur ’s ochtends, en aan de andere kant het programma Vreemdelingen. En het college ontraadt deze motie met de allerallergrootste klem.

Commentaar: Iemand heeft, volgens de burgemeester misschien de heren Paternotte, Groot       Wassink en Peters op het verkeerde been gezet. Het college wil geen 24-uursopvang voor      ongedocumenteerde vluchtelingen. Ze moeten kost wat kost tenminste overdag de straat op (zonder werk, inkomen).

Van der Laan: En ik hoop dat ik nu op alles waar ik op in moest gaan, ben op ingegaan. Maar we kunnen dus zaken doen in het canoniseren van de medische afdeling in de BBB, en dat we misschien zaken kunnen doen over het niet langer parallel schakelen mits binnen de totale termijnen.
(na interruptie)
Ik vind het sowieso altijd interessant om ergens te gaan kijken, dus dat kan ik alleen maar zeggen: doe het vooral. Maar ik zou bijna zeggen: Neem de We are here too mee. En vraag aan het eind van het werkbezoek: Zouden jullie bereid zijn om hier naartoe te gaan? En weet waarom ik het vraag. Want dan zou het antwoord wel eens kunnen zijn: Neeneeneenee, nevernooit. En dan moet u doorvragen waarom dat zo is.

Commentaar: Weer die obsessie met en insinuaties tegen We are here. En de naam van de groep weet hij nog steeds niet, maar hoe hij tegen ze moet stoken weet hij wel.

(na interruptie) Van der Laan: Ik moet voorzichtig zijn want anders zou ik mezelf tegenspreken, ik heb me niet in Groningen verdiept, ik heb daar iets over  gelezen en ik heb uw motie gelezen en de toelichting daarop gehoord, maar ik ben dus sceptisch. En aangezien we nog – dat was trouwens een vraag die ik nog vergat – gesprekken hebben over het Bestuursakkoord, die echter niet met astronomische snelheid gevoerd worden, want iedereen snapt dat het een heel groot probleem is zo meteen, om het eens te worden, denk ik of de inschatting of dit past binnen het landelijke beleid of niet, dat ik zelfs daar voorzichtig in moet zijn, maar wat ik u zou willen vragen is: Wij hebben hier in Amsterdam, ja ik zou bijna zeggen de pech, maar dat is een heel subjectief iets, maar wij hebben hier de actiegroep We are here too, met twee- tot driehonderd mensen, en alles wat er omheen zit, aan hulpverleners en actievoerders, en die creëren die druk hier op de raad, op het stadsbestuur, en dat is een heel ander geval dan gewoon het opvangen van mensen zoals ze misschien in Groningen doen of in de Pauluskerk of wat dan ook. En daarom wil ik graag met u de partner blijven die dat onderscheid steeds maakt. En de rode lijn is echt nodig te houden totdat we de belangstelling van We are here too kwijt zijn en ze in Den Haag zitten waar hun echte doel misschien gerealiseerd kan worden, misschien niet. Maar in ieder geval kunnen wij dat niet.

Commentaar: Wat is de burgemeester van Amsterdam zielig, híj zit met We are here. En daarom is alles in andere steden veel makkelijker dan in Amsterdam. En de naam zal hij vandaag ook niet meer leren. Hij is sowieso hardleers met zijn ‘terugkeer’. Voor hij de mensen van We are here wil laten terugkeren naar hun land van herkomst, wil hij ze alvast naar Den Haag hebben, want om iets van de regering gedaan te krijgen moet je ook maar in Den Haag  gaan wonen. (Dan is hij er vanaf). Hij beschouwt de mensen van We are here duidelijk niet als burgers van zijn stad, Amsterdam, en zichzelf niet als hun burgemeester.

(na interruptie)
Van der Laan: Dat is een hele goeie vraag. Maar ontzettend moeilijk te beantwoorden. Ik moet u zeggen: sinds de onderhandelingen over het Bestuursakkoord zijn begonnen, zijn alle rechterlijke uitspraken wel heel nadrukkelijk in het voordeel van de staatssecretaris. Wij hebben lang gesproken met hem in de hoop dat we als lokale overheid zouden worden verplicht om Bedbadbroodachtige opvang, programma Vreemdeling-achtige opvang te geven, maar dat is tot nu toe tot in hoogste instantie uitgemaakt dat dat niet hoeft. Dus de positie van de staatssecretaris is niet verzwakt, die van ons is verzwakt. En intussen werd wel betaald, de betaling is gestopt, maar er wordt wel gespaard, heb ik begrepen. Ik denk in ieder geval niet dat het helpt als wij over onze rooie lijnen heen gaan om alsnog een akkoord te krijgen. Dat meen ik heel erg serieus.

Commentaar: Heeft de burgemeester gehoopt dat hij zou worden verplicht…?  Ongeloofwaardig. Toen hij door een Europese Commissie voor mensenrechten werd verplicht ging hij naar de Raad van State en de Raad van Beroep om er onderuit te komen!

(na schorsing)
Van der Laan: Ik begin even bij de laatste. Ik waardeer dat de raad, de indieners van deze motie zeggen: je moet het inderdaad eerst onderzoeken voordat je zegt het te doen en ik begrijp dat er nu staat: ‘te onderzoeken of het wenselijk is om te vormen naar’. Ik zeg: wij hebben die rode lijn getrokken in de Amsterdamse situatie, en ik wil die rode lijn tot mijn laatste druppel bloed hier verdedigen, want anders worden wij totaal ongeloofwaardig, en ik voorop. Dus ik zou wel willen toezeggen dat ik u nette informatie ga geven over het Groningse model, en ik nodig u ook uit mee te gaan bij wijze van spreken met de mensen die dat gaan doen. Maar dan verzoek ik u deze motie nu wel in te trekken want er staan allerlei overwegingen in waar ik nu niet op in wil gaan omdat ik hem heb ontraden, en er staat een omvorming in waar ik uiteindelijk ook niet bij wil terechtkomen. Maar als u hem intrekt zorg ik wel dat u in september informatie heeft over het Groningse model, in september ja, en kunnen wij doorpraten.
Over motie CE zeg ik niets want die heb ik met klem ontraden.
Motie CD, over de kwetsbare vluchtelingen kan ik met de wijziging die nu is voorgesteld door de heer Groot Wassink namens de indieners, goed uit de voeten. Dus die adviseer ik positief. Dan was de laatste motie, meneer de voorzitter, als helemaal duidelijk is dat de raad met de motie om niet langer uit te gaan van parallelle schakeling, niet bedoelt de termijnen ter discussie te stellen, en ik van mijn  kant zal toegeven dat ik heb gezegd: het zijn streeftermijnen, er zijn best uitzonderingen mogelijk, individueel maatwerk in heel bijzondere situaties, bijvoorbeeld binnenkort krijg je een beslissingen over je status, dat je er dan nog best een maand kan zitten, dat soort dingen, daar blijf ik af, dat zal ik niet veranderen. Maar als u zegt: die termijnen blijven staan, dan kan deze motie van een negatief preadvies een positief preadvies krijgen.

Tot zover de burgemeester.

De uitslag van de moties.
De aanname van motie CH (1040) kan een radicale omslag ten goede in de 24uursopvang van uitgeprocedeerden betekenen.
Motie CE Groot Wassink (is ondertussen 1035 geworden) om gemeentelijk vastgoed voor tenminste 1 jaar voor uitgeprocedeerde vluchtelingen ter beschikking te stellen, wordt verworpen.
Motie CF Groot Wassink c.s. (is 1036 geworden) dat de meest kwetsbare uitgeprocedeerde vluchtelingen in de BBB-voorziening kunnen verblijven voor zorg en 24-uursopvang, wordt aangenomen.
Motie CG Groot Wassink c.s. (is 1038 geworden) In het programma Vreemdelingen niet over te gaan tot parallelle schakeling, wordt aangenomen.
Motie CH Paternotte c.s. (is 1040 geworden) Te onderzoeken of het wenselijk is de Amsterdamse bed, bad, brood-opvang om te vormen naar een 24-uursopvang conform het Gronings model, met medische zorg, maatschappelijk werk, juridische spreekuren, activerende begeleiding, zonder vastgestelde termijnen, maar individueel maatwerk en waar gewerkt kan worden aan genezing, juridisch perspectief en/of terugkeer;
– voor de financiering van de opvang aanspraak te maken op de gelden die daarvoor door het Rijk zijn gereserveerd;
– hierover terugkoppeling te geven in september 2016;
wordt aangenomen.

Commentaar. Conclusie: Het gemeentebestuur van Amsterdam is tot heden, met de        burgemeester voorop, en in overeenstemming met het regeringsbeleid gefocust op terugkeer van uitgeprocedeerde vluchtelingen. Toch is voor de meeste van deze vluchtelingen, afkomstig uit Somalië, Ethiopië, Eritrea, Soedan, Oeganda, Burundi, de reden van hun vlucht (oorlog, onderdrukking) niet veranderd omdat de situatie in deze landen niet is veranderd. Het is niet een ex-Joegoslavië waar de oorlog op een bepaald moment over was. De meeste van deze vluchtelingen uit Afrika zijn niet in het bezit van geldige identiteitspapieren. Dat is voor de IND reden om hun vluchtverhaal met wantrouwen  tegemoet te treden met als methode van aanpak: ontmaskering. Een stringent terugkeerbeleid, noemen sommigen het parmantig. Waarom is eigenlijk niet duidelijk. Sommigen menen dat het de invloed van de VVD is die het gras voor de voeten van de PVV wil wegmaaien. De aanpak is eigenlijk louter voor de Bühne, want in de praktijk kan er        nauwelijks een uitzetting/terugkeer naar een van deze landen gerealiseerd worden, al blijft het enkele geval schrijnend genoeg voor de vluchteling die het treft. En al leidt het in de praktijk tot het lijden van duizenden ‘illegalen’ in Nederland. De meeste van deze vluchtelingen zijn in het asielgat terechtgekomen, ze krijgen geen verblijfsstatus en ze kunnen evenmin terug. De meesten zijn verstoken van alle voorzieningen. Dat is tegen de rechten van de mens. Maar de Nederlandse regering en het gemeentebestuur van Amsterdam zijn er tot nu officieel mee weggekomen: ze geven alleen minimale voorzieningen aan duidelijk zieken (en dan lang niet aan allemaal) en aan degenen    die zeggen mee te willen werken aan terugkeer. Onder de laatsten bevinden zich velen die zich uit wanhoop en uitzichtloosheid hiervoor hebben aangemeld, uit angst voor het leven op straat zonder iets, maar met een nieuwe angst om ook daadwerkelijk uitgezet te worden.
Het wordt tijd om het beleid om te draaien. De vluchtelingen zullen blijven komen, zo is de             wereldsituatie. We moeten de vluchtelingen welwillend tegemoet gaan treden, allemaal, niet      alleen die uit het grootste crisisland van het moment, Syrië.
Amsterdam heeft in zijn Programma Vreemdelingen momenteel als uitgangspunt ‘dat terugkeer naar het land van herkomst aan de orde is als legaal verblijf onrealistisch is’. Daar zit hem meteen het probleem. Want dit is de omkering van de vluchtproblematiek. Want de geest van het Vluchtelingenverdrag luidt: ‘Als terugkeer naar het land van herkomst onrealistisch (want gevaarlijk) is, is legaal verblijf (in het land waarnaar men vlucht) aan de orde.’ De burgemeester van Amsterdam heeft zich zo vastgebeten in terugkeer, dat hij het probleem van de vluchteling heeft omgedraaid. Het ASKVluchtelingen heeft zich van hem afgekeerd. De gemeenteraad van Amsterdam heeft in zijn vergadering van 14 juli 2016 laten zien dat ze vast van plan is hem op zijn schreden te doen ‘terugkeren’. Daarna de IND en de regering nog. Zoals het nu is worden er vele onnodige slachtoffers gemaakt.

Amsterdam, 12 september 2016
Meurs A.M.