EEN BURGEMEESTER VERBLIND DOOR ZIJN OBSESSIE MET ‘TERUGKEER’, ‘ACTIVISTEN’ EN ‘RODE LIJNEN’

Op 13 en 14 juli 2016 vond in Amsterdam een vergadering plaats van de gemeenteraad. Ik volgde een deel van deze vergadering omdat in agendapunt 46A de situatie van de tot heden afgewezen asielzoekers, vluchtelingen die niet meer of niet opnieuw in de asielprocedure zitten, aan de orde kwam. Ik was verbaasd dat zo’n gemeenteraadsvergadering zo verschilde van een vergadering van het parlement, met name door de grote rol die de, zojuist voor 6 jaar herbenoemde, burgemeester speelde, het gewicht dat zijn aanwezigheid had, ook wanneer hij niet aan het woord was. Het had zo meer weg van een ondernemingsraadsvergadering, was mijn indruk. Des te meer bewondering had ik voor enkele raadsleden, die ondanks de lichaamstaal en de woorden van de burgemeester, rustig en beleefd de positie van de zogenaamde ‘uitgeprocedeerden’ aan de orde bleven stellen, hun 4 moties indienden, ondanks in 2 gevallen een negatief preadvies van de burgemeester, en in 3 van de  4 gevallen deze ook door de raad zagen aangenomen worden.

Dit is geen verslag van de vergadering van 14 juli. Wel is dit de volledige door burgemeester Van der Laan bij dit agendapunt (46A) uitgesproken tekst en mijn commentaar daarop. De toelichting door de indieners van dit agendapunt en van de moties en de daarbij gedane interruptie ontbreken dus en zelfs ontbreken de interrupties bij zijn eigen betoog waarop Van der Laan reageert. Het volledige door de gemeente gemaakte verslag vindt u bij Raadsinformatie Amsterdam, bij de agenda voor de raadsvergadering van 14 sept 2016.

Van der Laan: Ik denk dat een heel belangrijke vraag die gesteld is: Hoe kan het nou zijn dat onze beelden zo verschillen? Dat de beelden verschillen dat werd duidelijk in de bijdragen van de sprekers. En ik wil daar ook beginnen voor ik de moties preadviseer.
Op zichzelf is het natuurlijk zo dat iedereen die uitgeprocedeerd is maar hier wel is, die zit natuurlijk in een nare situatie. En daar hebben wij als Amsterdammers geprobeerd op een goeie manier, op een zo goed mogelijke manier, een oplossing voor te vinden door te zeggen: diegenen die bereid zijn mee te werken aan terugkeer, of enorm vertrouwen dat ze alsnog een verblijfsstatus zullen krijgen, kunnen in het programma Vreemdelingen, met activering, met juridische begeleiding, met alles wat erbij hoort, liefst voor 3 tot 6 maanden, als ze ziek zijn maximaal een jaar. En daarnaast hebben we gezegd: we doen als ondergrens voor iedereen, zonder enige voorwaarde te stellen – ik weet nog dat het slikken was voor sommige partijen in de raad – Bed, Bad en Brood, zodat er niemand gewoon op straat slaapt in deze stad. Dat is de hoofdzaak van ons beleid.

Commentaar: Zowel voor het werken aan terugkeer als aan het werken aan een verblijfsstatus is tenminste 1 à 1,5 jaar nodig, dat heeft de ervaring geleerd. De groep ongedocumenteerde vluchtelingen van WijZijnHier/WeAreHere (WAH) heeft dit meerdere malen gesteld, zowel in brieven aan de gemeenteraad als aan de Tweede Kamer. De meeste mensen kunnen bovendien niet meewerken aan terugkeer, omdat de oorzaak van hun vlucht (zoals oorlog, onderdrukking) nog steeds bestaat. De groep heeft uitgebreid geschreven over het asielgat, waarin ze terecht zijn gekomen nu ze geen verblijfsstatus krijgen en evenmin terug kunnen. Zie de site van www.wijzijnhier.org . De burgemeester, het programma Vreemdelingen negeert, ontkent het asielgat. Dat maakt een realistische werkwijze en termijnstelling onmogelijk.
De BedBadBrood-regeling, waarbij men elke dag 9 uur ’s morgens tot 16.00u ’s middags de straat op moet, is niet geschikt voor angstige, getraumatiseerde vluchtelingen die slecht slapen en op straat altijd bang zijn aangehouden te worden en zonder vorm van proces naar een detentiecentrum te worden gebracht. Velen hebben daar ervaring mee, hebben maanden vastgezeten voor ze weer op straat werden gezet, omdat het niet lukte hen uit te zetten.

Van der Laan: En nu doet zich het feit voor dat we door dat eerste jaar heen zijn sinds we met dat programma zijn begonnen, en dat we zien dat de hoop die velen van ons hadden, hebben, dat er daadwerkelijk gewerkt wordt aan terugkeer en dat het ook resultaat heeft, dat er voor die grond heel weinig, dat er heel weinig van uitkomt. En aan de andere kant van dat spectrum, in dat programma hebben we gezien dat er mensen zijn die in medische problemen zitten, en toen kwam de vraag natuurlijk op van u: hoe gaan we daar mee verder?

Commentaar: Hier wordt uit het ‘slechte’ resultaat, dat er weinig van terugkeer sprake is             geweest, afgeleid dat er niet of te weinig aan terugkeer gewerkt is. In werkelijkheid ligt dat aan de oorzaken in mijn bovenstaande commentaar gegeven (o.a. de situatie in de landen van herkomst) en aan de onrealistische inzet en verwachting van burgemeester en gemeentebestuur.

Van der Laan: Nou is het zo dat zich in de stad activisten bevinden, actiegroepen bevinden, vrijwilligers, hulpverleners, net als u en ik gewone mensen met alles door elkaar, en ook advocaten soms, ook gewone mensen, die betrokken zijn bij de zaak en dan helpen bij de beeldvorming waar wij nu tegenaan lopen om hun eigen kleur daar aan te geven. Hier is bij het naderen van het einde van het jaar voor de medische probleemgevallen direct keihard de positie ingenomen dat wij ze maar gewoon op straat zouden gooien. We hebben er in de commissie over gesproken, ik heb u voorgelezen – dat was dacht ik anderhalve maand geleden – hoe ze gediagnostiseerd werden en dat er een heel gedifferentieerd ding zou komen om juist te voorkomen dat mensen die echt niet op straat zouden kunnen zwerven, weliswaar ’s nachts zouden kunnen slapen en in Bed, Bad Brood zouden kunnen zijn maar overdag weer de straat op zouden moeten, en dat daarvoor genuanceerde oplossingen waren. Maar dan komt er een kortgeding-dreiging of ‘we gaan niet weg’-verhaal, u wordt opgeroepen, er worden ondersteunende brieven geschreven in de kranten van Dokters voor  de Wereld, van het College voor de rechten van de Mens, en allerlei andere actiegroepen of semi-actiegroepen, en dan raakt u bezorgd of er toch niet wat mis gaat in de stad. Die signalen brengt u hier in de raad en dat neem ik niemand die hier zit kwalijk. Maar het is mijn taak te zoeken naar de feiten en de cijfers en met u dáárop besluitvorming te plegen.                        

Commentaar: Niet de feiten bepalen het beeld, volgens de burgemeester, maar activisten die er hun eigen kleur aan geven. Bij die activisten horen ook Dokters van de Wereld en het College voor de rechten van de Mens. Hij had ook nog de Raad van Kerken kunnen noemen. Feit is dat de meeste van de 10 mensen in de 24-uur-opvang Daalburgh van het Leger des Heils een brief hadden gekregen van het gemeentebestuur met de mededeling dat het voor hen uitgetrokken jaar voorbij was en dat ze zich voor onderdak gekoppeld aan terugkeer konden melden bij de Vrijheids Beperkende Locatie (VBL) te Ter Apel. Omdat proefondervindelijk bewezen was dat ze daar geweigerd werden ‘omdat er geen zicht op uitzetting was binnen 12 weken’, betekende die brief een feitelijke opstraatzetting. Pas later schreef de burgemeester aan de gemeenteraad dat sommigen naar een 24uurs/terugkeer-           opvang in Amsterdam konden en verwees ook naar de gewone Bedbadbrood-regeling waarbij de mensen overdag de straat op moeten. De feiten en de cijfers waren dus door de burgemeester al een keer gewijzigd.

Van der Laan: Welnu, ik krijg net tien minuten geleden een brief van de advocaat van We are here too (of two?), die overigens al een stief aantal, mag ik zeggen tientallen kort gedingen tegen ons heeft gevoerd – en ik moet voorzichtig zijn, maar volgens mij nog nooit heeft gewonnen in die zaken – die heeft dus gedreigd met ‘We gaan niet weg’,  en was in die keten een belangrijke aanjager, en nu schrijft-ie: ‘Uit verschillende bronnen begrijp ik dat de afgelopen week veel is gedaan om cliënten een vervolgopvang te bieden, dat is goed nieuws en’ (blabla) dan zal ik hen adviseren op het aanbod in te gaan.’ Ik ga u de brief geven, ik weet niet of u hem al heeft maar… ik krijg hem echt net, en dan gaat het nog een tijd zo door. Maar dit is wel het krachtenveld waarin u als raad zich bevindt en waarin u soms voorbarig conclusies trekt. Dat heeft soms ook te maken met de situatie waarin u hier  zit ten opzichte van de Haagse politiek. Sommigen van u vinden dat de regering al lang een bestuursakkoord had moeten aanbieden dat past bij wat wij hebben. Anderen zijn daar wat minder stellig over. Dat kan allemaal. Maar laat u zich niet te snel op sleeptouw nemen. Er is een restprobleem waar ik zo iets over zal zeggen. Want ik zeg niet dat ik dit een onzinverhaal vind. Ik vind het sowieso goed dat u de signalen naar de raad brengt. Maar laten we nu even kijken welke feiten we kennen. Dit is een belangrijk ding. Ik zeg: Het is helemaal niet waar dat er de afgelopen week veel gedaan is, want dat was al zo, dus er is helemaal geen goed nieuws. Maar fijn dat u erkent dat er dan nu een situatie is waarin u uw cliënten wil adviseren om op het aanbod in te gaan.

Commentaar: De burgemeester kent de juiste naam van de organisatie van ruim 200        ongedocumenteerde vluchtelingen in zijn en hun stad, die hij al 10 keer uit hun woonplek heeft laten zetten, een organisatie die 4 jaar bestaat en zich We are here noemt, niet. Wat drijft hem om zo in de gemeenteraad te praten over een advocaat, notabene op het moment  dat deze schrijft op het aanbod in te gaan? In ieder geval geen tactiek en ook geen gezond verstand. Het is bovendien ‘not done’ om zo en op die plaats van een advocaat te vertellen dat hij nog nooit een zaak tegen de gemeente gewonnen heeft (wat trouwens niet klopt, advocaat Fischer heeft alleen al voor bijna alle huidige cliënten van Daalburgh de gemeente al een keer gerechtelijk tot opvang en behandeling gedwongen), bovendien zou dat nog niet betekenen dat  hij het deze keer niet zou kunnen winnen. De burgemeester laat zich leiden door pure ergernis dat de gemeenteraad zich volgens hem op sleeptouw heeft laten nemen door zo’n ‘aanjager’. Hij gaat zelfs in de gemeenteraad die ‘aanjager’ denkbeeldig toespreken. Over slecht theater gesproken… Blijkbaar heeft de advocaat zijn aanbod weer ingetrokken, wat me in deze sfeer niet verbaast. De gemeente en het Leger des Heils moeten nu een kort geding voeren om de patiënten van Daalburgh eruit te krijgen. De burgemeester gaat uitgebreid in op de brief van de advocaat waarvan hij alleen de voornaamste mededeling even had hoeven te vermelden, hij verzwijgt dat enkele uren daarvoor de deurwaarder namens de gemeente een strafrechtelijk uitzettingsbevel op de deur van het pand van We are here heeft laten plakken. Daarmee zouden op 8 september 145 kwetsbare, deels zieke mensen voor de 11e keer door de gemeente op straat worden gezet. Iedereen in de gemeenteraad kent die praktijk, toch werd onder leiding van  mevrouw Yesilgöz van de VVD met veel pathos het theater opgevoerd dat Amsterdam geen kwetsbare, zieke mensen op straat zet. Nog maar een maand daarvoor had een van die kwetsbare, zieke mensen van We are here een einde aan zijn leven gemaakt.

Van der Laan: Ik ga niet eigenwijs zijn. Hoewel me dat veel moeite zal kosten. Maar wij hebben heel vaak discussies gehad toen wij deze architectuur van Bed, Bad, Brood voor iedereen en het programma Vreemdelingen voor maximaal een jaar voor mensen die bereid zijn mee te werken, tot een oplossing  maakten. Weet u nog dat het College voor de rechten van de Mens, dat zich nu ook weer in deze strijd gestort heeft, ook tig brieven heeft geschreven om u duidelijk te maken dat wij niet eens een keus hebben, dat we die opvang moesten bieden? U heeft kennis genomen van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de Raad van State, dat wij hen niet hoeven te bieden. In de brief die laatst is geschreven, vorige week nog door het College voor de rechten van de Mens wordt weer verwezen naar een Europese commissie en het Europees Sociaal Handvest, dat inmiddels overruled is door de Raad van State en de Centrale raad van Beroep. Laat u zich, zelfs door het College voor de rechten van de Mens dus niet te snel op sleeptouw nemen. Laten wij bij de feiten blijven en verdedigen wat wij hebben opgebouwd. Want het is helemaal geen slecht systeem binnen, wat we dan weliswaar niet hoeven, maar wel mogen, doet Amsterdam ongeveer het maximale. Ik kom zo nog even op Groningen.

Commentaar: Ook door het College voor de rechten van de Mens mogen de gemeenteraadsleden zich van de burgemeester niet op sleeptouw laten nemen. Wat bezielt een burgemeester die, wanneer hij gehoord heeft van een Europese commissie dat hij volgens de rechten van de mens ongedocumenteerden opvang moet bieden, om naar de Raad van State en naar de Centrale Raad van beroep te gaan, om daar onderuit te komen? Deze organen kunnen natuurlijk geen andere uitspraak doen dan dat in Nederland de staatssecretaris verantwoordelijk is voor de opvang van ‘uitgeprocedeerden’. Formeel hoeft de gemeente het niet omdat de staatssecretaris het moet. Maar die doet het niet. Wie moet het dan doen? Het is niet iets wat je uit kunt stellen. Juist, de gemeente. En die bewaart dan maar de bonnetjes tot de staatssecretaris wel zover is. Als iemand te water raakt kun je hem niet laten verdrinken door te zeggen: Maar die-en-die stond er dichterbij.             Mensenrechten kunnen niet door een gerechtelijke uitspraak ‘overruled’ worden, zoals de             burgemeester zegt.Wetten en gerechtelijke uitspraken kunnen mensenrechten effectueren, zij kunnen deze nooit aantasten of beperken.

Van der Laan: Dat zijn mijn algemene opmerkingen vooraf, maar de conclusie is , wij sturen – en dat zei mevrouw Yesilgöz terecht – wij sturen nooit zieke mensen op straat. En de partners die hier mee te maken hebben, HVO-Querido voor de Bed, Bad en Brood, Leger des Heils voor wat betreft het programma Vreemdelingen, de GGD, ze behoren tot de beste partners die wij hebben in de stad. En mevrouw Yesilgöz heeft gelijk dat actievoerders, die dus de kaart zo spelen als die de laatste twee weken gespeeld is, die brengen onze hulpverleners en onze partners onder een zekere verdenking die zij niet verdienen. En daarom hoort u nu enig vuur bij mij. En nogmaals, u heeft gelijk de signalen hier te brengen, maar ik vind ook dat u als raadslid zelf niet alleen moet gaan praten met de actievoerders maar ook zou moeten gaan praten met de hulpverleners om de toets te kunnen maken hoe ligt het nou, waar ligt nou de waarheid. En daar kunnen altijd meer waarheden zijn, maar dat is wel een verantwoordelijkheid, vind ik, van ons als stadsbestuur.

Commentaar: Zoals al eerder gezegd: De gemeente Amsterdam stuurt al minstens 4 jaar lang de voor een groot deel getraumatiseerde mensen van Wij Zijn Hier op straat. En op dit  moment staat er weer zo’n uitzetting voor de deur. Groenlinks heeft vergeefs via een motie geprobeerd – misschien niet concreet genoeg – de gemeenteraad te bewegen om We are here een plek aan te bieden. Mensen van Daalburgh naar Ter Apel verwijzen betekent, omdat ze daar worden geweigerd, in de praktijk ze op straat zetten. Mensen van Daalburgh naar de Bedbadbrood verwijzen betekent in ieder geval ze overdag op straat zetten. Maar omdat de Bedbadbrood al vol zit en, als we de mensen van We are here erbij betrekken, er in Amsterdam honderden plekken in de Bedbadbrood te weinig zijn, betekent het ook voor de mensen van Daalburgh in de praktijk de straat. Dus: laat het gemeentebestuur van Amsterdam stoppen met die schijnheiligheid. En laat de gemeenteraad van Amsterdam afstand nemen als de burgemeester het niet kan laten achter de demagogie aan te gaan van de enige vriendin die hij die middag in de raad had, mevrouw Yesilgöz van de VVD. Het is ronduit smerig om altijd maar over actievoerders in plaats van over de vluchtelingen van WAH te spreken die samen met  supporters de strijd hebben aangebonden tegen het asielgat in het asielbeleid.
Het is ronduit laagbijdegronds om te suggereren dat de hulpverleners van het Leger des Heils of HVO-Querido of de GGD worden aangevallen als in werkelijkheid het gemeentebestuur en, in het geval van Daalburgh, de leiding van het Leger des Heils, maar vooral de burgemeester wordt bekritiseerd omdat hij halsstarrig vasthoudt aan dat ene jaar waarin er voor de zieke, ‘uitgeprocedeerde’ mensen van Daalburgh een ‘oplossing’ had moeten zijn.

(Na een interruptie)
Van der Laan: Ik was daar nog niet aan toe gekomen. Natuurlijk ga ik daar ook op in, want ik betrek nu de stelling zoals u het net noemde dat de mensen die terminaal ziek zijn, mensen die tbc hebben, mensen die een nierdialyse nodig hebben, mensen die suïcidaal zijn, die laten we in deze stad niet over straat zwerven, dus ook niet van 9 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s middags, de tijd dat ze niet in onze BBB kunnen dus, en dat had ik willen zeggen in de preadvisering van een van de moties, maar ik zal het nu doen, want het is iets dat u en de heer Groot Wassing en mevrouw Moorman waarschijnlijk, en de heer Peters natuurlijk, dat u het meeste zorgen zal baren. Welnu,  het antwoord is: in de BBB is een medische afdeling, als ik dat grote woord mag gebruiken, u moet niet het beeld van een ziekenhuis hebben, maar er is gelegenheid voor die mensen die u noemde, en de heer Groot Wassing en mevrouw Moorman, en de heer Peters, maar die ook alle anderen zich aantrekken, om niet op straat te gaan om 9 uur ’s ochtends maar gewoon te blijven. Dus dat is noem het maar BBB-plus voor de meest medisch kwetsbaren. Dat is er. En voor de ingezonden brieven weer binnenstromen dat dat niet genoeg is, wie uiteindelijk bepaalt of hij dan al of niet een beroep op kan doen of niet, is de GGD. En ik zal tot mijn laatste snik verdedigen dat dat de GGD is, want een actievoeder die brieven schrijft kan belangen hebben vanuit de actie die hij voert om dingen op te schrijven. Ik wil liever een gekwalificeerde arts van de GGD, onder verantwoording van wethouder Van de Burg, die opgeleid is, die objectief is, en die in een traditie staat van 150 jaar humanitair werk. Dus daar ligt voor mij een rooie lijn.

Commentaar: Weer die demagogie (laatste snik, rooie lijn) en  verdachtmaking van         ‘actievoerders’ (u weet wel, de advocaat van de patiënten, WAH, het College voor de rechten  van de Mens, de Raad van Kerken, het Wereldhuis,  Dokters van de Wereld), die dan een ander belang zouden dienen dan dat van de bewoners van Daalburgh. Het is juist de burgemeester die op de stoel van de GGD en de behandelaars is gaan zitten met zijn brief  dat het jaar voorbij was en de behandeling beëindigd.  Het is juist de burgemeester die op de stoel van de IND en de Dienst Terugkeer en Vertrek is gaan zitten met zijn verwijzing naarTer Apel.

Van der Laan: En nou kom ik bij de preadvisering van de dingen, sorry maar we zijn dwars door de tijd en we voeren deze discussie bijna driewekelijks maar ik zal heel snel de moties doorlopen. Meneer Groot Wassink, vastgoedbeheer, nee, dat staat zo ongeveer haaks op alles wat we gezegd en gedaan hebben:  we gaan geen gemeentelijk vastgoed voor een jaar geven. We hebben het trouwens, met de Vluchthaven hebben we het gedaan een half jaar en hoe teleurgesteld zijn sommigen zoals ik daar uit gekomen. Want dat leverde helemaal niks op in termen van bereidheid om terug te keren. Maar, we hebben de BBB, we hebben het programma Vreemdelingen voor een jaar, en ik hoef er niet eens over te praten met de wethouder Vastgoed, die dat waarschijnlijk best zou kunnen, maar we zouden ons hele systeem ondersteboven gooien en ze zouden nog minder terugkeren en niet beter worden, ook niet sociaal gezien. Ze zouden het opvatten als een aanmoediging om überhaupt nooit meer aan terugkeer te denken. Voor sommigen. Dat was CE.

Commentaar: De burgemeester wil liever de 145 mensen van WAH weer op straat zetten dan ze wat aan te bieden via ‘de wethouder Vastgoed,  die dat waarschijnlijk best zou kunnen.’  Het klinkt inderdaad of je het hele kapitalistische eigendomssysteem ondersteboven zou gooien. En weer die obsessie met en frustratie over terugkeer, verpersoonlijkt in de ‘Vluchthaven’, een van de gebouwen waarin WAH heeft gezeten en waarover zij op haar site het volgende zegt:
<Vluchthaven (Zuid), 2 december 2013 – 9 juli 2014 (9 maanden)
De vluchtelingen stonden sceptisch tegenover het aanbod van de gevangenis aan de Havenstraat, maar de burgemeester van Amsterdam verzekerde hen dat ze zouden kunnen  werken aan hun toekomst, waar die ook zou zijn. Maar op het eind van ‘het project Havenstraat’ verklaarde de burgemeester dat de ‘pilot’ was mislukt omdat er maar weinig mensen waren teruggekeerd naar hun land van herkomst. Het was duidelijk dat er een verborgen agenda was geweest. Het werd ook duidelijk dat het werkelijke probleem het gat is in het Nederlandse asielbeleid. Vluchtelingen kunnen niet terug, krijgen ook geen status, en kunnen evenmin ergens anders heen.
Vrijwilligers maakten een plan voor de vluchtelingen om te werken aan hun toekomst. Dit hield in trauma-zorg, cursussen en workshops en hulp bij hun asielprocedure. Het kostte de gemeente enkele maanden om dit plan over te nemen en met de uitvoering te beginnen. Ondertussen werden de vluchtelingen geconfronteerd met bewakers van het departement  van justitie, wat het vaak moeilijk maakte je thuis te voelen, en hadden de vrijwilligers die wilden helpen strikte bezoektijden waarbij ze telkens hun identiteitskaart moesten tonen. Na 6 maanden gelastte de gemeente de vluchtelingen om te vertrekken. Die weigerden. In een uitstekende evaluatie werd beschreven waarom de mensen niet kunnen terugkeren naar hun land en evenmin op straat van niets kunnen leven. En ook hoe de pilot van 6 maanden in feite er een van 2 maanden werd omdat de gemeente zo laat startte met de screenings, de assistentie en de programma’s. Na een kort geding, een tweemaal uitgestelde uitspraak en beroep, verliet de groep het gebouw vrijwillig om arrestatie door de politie te voorkomen.>

Van der Laan: Dan CF. Dat is de motie die zegt, dat de gemeente Amsterdam in die gevallen dat er redelijkerwijs niet verwacht  mag worden dat ze, gezien hun kwetsbaarheid in de BBB-voorziening kunnen blijven, opvang te bieden. Deze motie ontraad ik omdat die de suggestie geeft dat we naast de BBB wij nog iets anders doen, terwijl ik net heb uitgelegd dat we in de BB, BBB, iets doen om dit te doen. Dus als u de motie kan aanpassen en zeggen: ‘om binnen de BBB voor die medisch kwetsbaren iets te doen’, dan zal ik hem positief preadviseren.
Dan de derde, CG was de motie: ‘In het programma Vreemdelingen niet over te gaan tot parallelle schakeling.’ Ik wil een zaak doen met de gemeenteraad. We hebben de parallelle schakeling, dat wil zeggen dat je tegelijk moet werken aan zeg maar je medisch herstel en je juridische dingen, maar ook aan je terugkeer, dat noemden we parallel, en dat, volgens wat de heer Groot Wassink zegt, en ik heb die geluiden ook wel gehoord, dat is eigenlijk heel moeilijk, want je zit in een dubbele mindset, maar vooral gaf u een goed voorbeeld hoe je praat met een partner die jou aan de ene kant hoort zeggen dat je terug wil en aan de andere kant hoort dat je vraagt om documenten waardoor je zou kunnen blijven. Ik snap het probleem. Maar waarom deden we het? Omdat anders iedereen tijdenlang, en de volledige tijd, blijft werken aan zijn eigen ‘ik wil hier blijven’, en dan verstrijkt de tijd en is er niet aan terugkeer gewerkt, en is de tijd van dat half jaar, maximaal een jaar, voorbij. Als de heer Groot Wassink en de andere indiener van de motie, mevrouw Moorman, bereid zijn om te zeggen: We houden vast aan de door de gemeenteraad afgesproken termijnen, dan zeg ik, laten we dan het principe van de parallelle schakeling, als soms te ingewikkeld, maar laten vallen. Maar dan herbevestigt u dat we die termijnen hebben, dat heeft u al uitgesproken als gemeenteraad op voorstel van het college,en dan is dit niet een titel om door die termijnen heen te schieten. En ik denk dat u – ik kijk in de ogen van de heer Groot Wassink en mevrouw Moorman – als redelijke raadsleden zegt: daar zit misschien best wat in. Dus, verzin een oplossing, maar zoals hij nu hier ligt kan ik hem niet positief preadviseren. Terwijl als de termijn door u een soort van heilig wordt verklaard, dat wel zou kunnen.

Commentaar: Weer de obsessie met het werken aan terugkeer, wat voor de meeste          vluchtelingen een onmogelijke en ook onwenselijke zaak is, gezien de toestand in hun land van herkomst. Je vlucht naar Nederland maar je mag van de burgemeester niet werken aan je ‘ik wil hier blijven’. Wereldvreemd.

Van der Laan: Dan de laatste motie, CH, daar ben ik eigenlijk mee begonnen, dat is de motie van de heer Paternotte,  de heer Peters en Groot Wassink: het Groningse model. Ik wou graag één ding…En ik ben helemaal niet zuur, want ik ben zo Zen als Brahma en Lama nog nooit geweest zijn, maar ik heb wel een zekere ergernis bij  de verwijzing naar andere steden waar het beter gaat. Want u heeft allemaal een goed geheugen, ga ik effe vanuit, en ik ben al naar Rotterdam verwezen omdat het daar voor de Bed, Bad en Brood  beter zou zijn. Ik ben naar Utrecht verwezen omdat het voor diverse dingen er beter zou zijn. Ik had al naar Nijmegen en Leiden moeten gaan en nu moet ik naar Groningen. En iedere keer leverde het onderzoek  op: niet beter dan in Amsterdam, niet kwa input, niet kwa output, niet kwa outcome. Daarmee zeg ik niet, meneer Paternotte, meneer Groot Wassink en meneer Peters, dat u me probeert op het verkeerde been te zetten, maar iemand heeft u misschien op een verkeerd been gezet. In ieder geval, als u zegt, we gaan als college de Amsterdamse Bedbadbroodregeling omvormen naar een 24-uur-opvang, conform het Gronings model, met 24 uursopvang, met medische zorg, maatschappelijk werk, juridische spreekuren, zonder vastgestelde termijnen, met individueel maatwerk en waar gewerkt kan worden aan juridisch perspectief en/of terugkeer: Dat is het einde van Bed, Bad en Brood, dat is het overschrijden van de rode demarcatielijn tussen humanitaire hulp voor iedereen in de Bed, Bad en Brood van 17.00 uur ’s middags tot 9.00 uur ’s ochtends, en aan de andere kant het programma Vreemdelingen. En het college ontraadt deze motie met de allerallergrootste klem.

Commentaar: Iemand heeft, volgens de burgemeester misschien de heren Paternotte, Groot       Wassink en Peters op het verkeerde been gezet. Het college wil geen 24-uursopvang voor      ongedocumenteerde vluchtelingen. Ze moeten kost wat kost tenminste overdag de straat op (zonder werk, inkomen).

Van der Laan: En ik hoop dat ik nu op alles waar ik op in moest gaan, ben op ingegaan. Maar we kunnen dus zaken doen in het canoniseren van de medische afdeling in de BBB, en dat we misschien zaken kunnen doen over het niet langer parallel schakelen mits binnen de totale termijnen.
(na interruptie)
Ik vind het sowieso altijd interessant om ergens te gaan kijken, dus dat kan ik alleen maar zeggen: doe het vooral. Maar ik zou bijna zeggen: Neem de We are here too mee. En vraag aan het eind van het werkbezoek: Zouden jullie bereid zijn om hier naartoe te gaan? En weet waarom ik het vraag. Want dan zou het antwoord wel eens kunnen zijn: Neeneeneenee, nevernooit. En dan moet u doorvragen waarom dat zo is.

Commentaar: Weer die obsessie met en insinuaties tegen We are here. En de naam van de groep weet hij nog steeds niet, maar hoe hij tegen ze moet stoken weet hij wel.

(na interruptie) Van der Laan: Ik moet voorzichtig zijn want anders zou ik mezelf tegenspreken, ik heb me niet in Groningen verdiept, ik heb daar iets over  gelezen en ik heb uw motie gelezen en de toelichting daarop gehoord, maar ik ben dus sceptisch. En aangezien we nog – dat was trouwens een vraag die ik nog vergat – gesprekken hebben over het Bestuursakkoord, die echter niet met astronomische snelheid gevoerd worden, want iedereen snapt dat het een heel groot probleem is zo meteen, om het eens te worden, denk ik of de inschatting of dit past binnen het landelijke beleid of niet, dat ik zelfs daar voorzichtig in moet zijn, maar wat ik u zou willen vragen is: Wij hebben hier in Amsterdam, ja ik zou bijna zeggen de pech, maar dat is een heel subjectief iets, maar wij hebben hier de actiegroep We are here too, met twee- tot driehonderd mensen, en alles wat er omheen zit, aan hulpverleners en actievoerders, en die creëren die druk hier op de raad, op het stadsbestuur, en dat is een heel ander geval dan gewoon het opvangen van mensen zoals ze misschien in Groningen doen of in de Pauluskerk of wat dan ook. En daarom wil ik graag met u de partner blijven die dat onderscheid steeds maakt. En de rode lijn is echt nodig te houden totdat we de belangstelling van We are here too kwijt zijn en ze in Den Haag zitten waar hun echte doel misschien gerealiseerd kan worden, misschien niet. Maar in ieder geval kunnen wij dat niet.

Commentaar: Wat is de burgemeester van Amsterdam zielig, híj zit met We are here. En daarom is alles in andere steden veel makkelijker dan in Amsterdam. En de naam zal hij vandaag ook niet meer leren. Hij is sowieso hardleers met zijn ‘terugkeer’. Voor hij de mensen van We are here wil laten terugkeren naar hun land van herkomst, wil hij ze alvast naar Den Haag hebben, want om iets van de regering gedaan te krijgen moet je ook maar in Den Haag  gaan wonen. (Dan is hij er vanaf). Hij beschouwt de mensen van We are here duidelijk niet als burgers van zijn stad, Amsterdam, en zichzelf niet als hun burgemeester.

(na interruptie)
Van der Laan: Dat is een hele goeie vraag. Maar ontzettend moeilijk te beantwoorden. Ik moet u zeggen: sinds de onderhandelingen over het Bestuursakkoord zijn begonnen, zijn alle rechterlijke uitspraken wel heel nadrukkelijk in het voordeel van de staatssecretaris. Wij hebben lang gesproken met hem in de hoop dat we als lokale overheid zouden worden verplicht om Bedbadbroodachtige opvang, programma Vreemdeling-achtige opvang te geven, maar dat is tot nu toe tot in hoogste instantie uitgemaakt dat dat niet hoeft. Dus de positie van de staatssecretaris is niet verzwakt, die van ons is verzwakt. En intussen werd wel betaald, de betaling is gestopt, maar er wordt wel gespaard, heb ik begrepen. Ik denk in ieder geval niet dat het helpt als wij over onze rooie lijnen heen gaan om alsnog een akkoord te krijgen. Dat meen ik heel erg serieus.

Commentaar: Heeft de burgemeester gehoopt dat hij zou worden verplicht…?  Ongeloofwaardig. Toen hij door een Europese Commissie voor mensenrechten werd verplicht ging hij naar de Raad van State en de Raad van Beroep om er onderuit te komen!

(na schorsing)
Van der Laan: Ik begin even bij de laatste. Ik waardeer dat de raad, de indieners van deze motie zeggen: je moet het inderdaad eerst onderzoeken voordat je zegt het te doen en ik begrijp dat er nu staat: ‘te onderzoeken of het wenselijk is om te vormen naar’. Ik zeg: wij hebben die rode lijn getrokken in de Amsterdamse situatie, en ik wil die rode lijn tot mijn laatste druppel bloed hier verdedigen, want anders worden wij totaal ongeloofwaardig, en ik voorop. Dus ik zou wel willen toezeggen dat ik u nette informatie ga geven over het Groningse model, en ik nodig u ook uit mee te gaan bij wijze van spreken met de mensen die dat gaan doen. Maar dan verzoek ik u deze motie nu wel in te trekken want er staan allerlei overwegingen in waar ik nu niet op in wil gaan omdat ik hem heb ontraden, en er staat een omvorming in waar ik uiteindelijk ook niet bij wil terechtkomen. Maar als u hem intrekt zorg ik wel dat u in september informatie heeft over het Groningse model, in september ja, en kunnen wij doorpraten.
Over motie CE zeg ik niets want die heb ik met klem ontraden.
Motie CD, over de kwetsbare vluchtelingen kan ik met de wijziging die nu is voorgesteld door de heer Groot Wassink namens de indieners, goed uit de voeten. Dus die adviseer ik positief. Dan was de laatste motie, meneer de voorzitter, als helemaal duidelijk is dat de raad met de motie om niet langer uit te gaan van parallelle schakeling, niet bedoelt de termijnen ter discussie te stellen, en ik van mijn  kant zal toegeven dat ik heb gezegd: het zijn streeftermijnen, er zijn best uitzonderingen mogelijk, individueel maatwerk in heel bijzondere situaties, bijvoorbeeld binnenkort krijg je een beslissingen over je status, dat je er dan nog best een maand kan zitten, dat soort dingen, daar blijf ik af, dat zal ik niet veranderen. Maar als u zegt: die termijnen blijven staan, dan kan deze motie van een negatief preadvies een positief preadvies krijgen.

Tot zover de burgemeester.

De uitslag van de moties.
De aanname van motie CH (1040) kan een radicale omslag ten goede in de 24uursopvang van uitgeprocedeerden betekenen.
Motie CE Groot Wassink (is ondertussen 1035 geworden) om gemeentelijk vastgoed voor tenminste 1 jaar voor uitgeprocedeerde vluchtelingen ter beschikking te stellen, wordt verworpen.
Motie CF Groot Wassink c.s. (is 1036 geworden) dat de meest kwetsbare uitgeprocedeerde vluchtelingen in de BBB-voorziening kunnen verblijven voor zorg en 24-uursopvang, wordt aangenomen.
Motie CG Groot Wassink c.s. (is 1038 geworden) In het programma Vreemdelingen niet over te gaan tot parallelle schakeling, wordt aangenomen.
Motie CH Paternotte c.s. (is 1040 geworden) Te onderzoeken of het wenselijk is de Amsterdamse bed, bad, brood-opvang om te vormen naar een 24-uursopvang conform het Gronings model, met medische zorg, maatschappelijk werk, juridische spreekuren, activerende begeleiding, zonder vastgestelde termijnen, maar individueel maatwerk en waar gewerkt kan worden aan genezing, juridisch perspectief en/of terugkeer;
– voor de financiering van de opvang aanspraak te maken op de gelden die daarvoor door het Rijk zijn gereserveerd;
– hierover terugkoppeling te geven in september 2016;
wordt aangenomen.

Commentaar. Conclusie: Het gemeentebestuur van Amsterdam is tot heden, met de        burgemeester voorop, en in overeenstemming met het regeringsbeleid gefocust op terugkeer van uitgeprocedeerde vluchtelingen. Toch is voor de meeste van deze vluchtelingen, afkomstig uit Somalië, Ethiopië, Eritrea, Soedan, Oeganda, Burundi, de reden van hun vlucht (oorlog, onderdrukking) niet veranderd omdat de situatie in deze landen niet is veranderd. Het is niet een ex-Joegoslavië waar de oorlog op een bepaald moment over was. De meeste van deze vluchtelingen uit Afrika zijn niet in het bezit van geldige identiteitspapieren. Dat is voor de IND reden om hun vluchtverhaal met wantrouwen  tegemoet te treden met als methode van aanpak: ontmaskering. Een stringent terugkeerbeleid, noemen sommigen het parmantig. Waarom is eigenlijk niet duidelijk. Sommigen menen dat het de invloed van de VVD is die het gras voor de voeten van de PVV wil wegmaaien. De aanpak is eigenlijk louter voor de Bühne, want in de praktijk kan er        nauwelijks een uitzetting/terugkeer naar een van deze landen gerealiseerd worden, al blijft het enkele geval schrijnend genoeg voor de vluchteling die het treft. En al leidt het in de praktijk tot het lijden van duizenden ‘illegalen’ in Nederland. De meeste van deze vluchtelingen zijn in het asielgat terechtgekomen, ze krijgen geen verblijfsstatus en ze kunnen evenmin terug. De meesten zijn verstoken van alle voorzieningen. Dat is tegen de rechten van de mens. Maar de Nederlandse regering en het gemeentebestuur van Amsterdam zijn er tot nu officieel mee weggekomen: ze geven alleen minimale voorzieningen aan duidelijk zieken (en dan lang niet aan allemaal) en aan degenen    die zeggen mee te willen werken aan terugkeer. Onder de laatsten bevinden zich velen die zich uit wanhoop en uitzichtloosheid hiervoor hebben aangemeld, uit angst voor het leven op straat zonder iets, maar met een nieuwe angst om ook daadwerkelijk uitgezet te worden.
Het wordt tijd om het beleid om te draaien. De vluchtelingen zullen blijven komen, zo is de             wereldsituatie. We moeten de vluchtelingen welwillend tegemoet gaan treden, allemaal, niet      alleen die uit het grootste crisisland van het moment, Syrië.
Amsterdam heeft in zijn Programma Vreemdelingen momenteel als uitgangspunt ‘dat terugkeer naar het land van herkomst aan de orde is als legaal verblijf onrealistisch is’. Daar zit hem meteen het probleem. Want dit is de omkering van de vluchtproblematiek. Want de geest van het Vluchtelingenverdrag luidt: ‘Als terugkeer naar het land van herkomst onrealistisch (want gevaarlijk) is, is legaal verblijf (in het land waarnaar men vlucht) aan de orde.’ De burgemeester van Amsterdam heeft zich zo vastgebeten in terugkeer, dat hij het probleem van de vluchteling heeft omgedraaid. Het ASKVluchtelingen heeft zich van hem afgekeerd. De gemeenteraad van Amsterdam heeft in zijn vergadering van 14 juli 2016 laten zien dat ze vast van plan is hem op zijn schreden te doen ‘terugkeren’. Daarna de IND en de regering nog. Zoals het nu is worden er vele onnodige slachtoffers gemaakt.

Amsterdam, 12 september 2016
Meurs A.M.

SPONSOR BOEKEN CADEAU GEDAAN OP DE 4E VERJAARDAG VAN Wij Zijn Hier

Deze boeken werden op 4 september, de 4e verjaardag van de groep WAH, overhandigd aan Abderisac, de coördinator niet-financiële donaties. We konden er een paar nieuwe schoenen bij doen dat door een van de vluchtelingen was gevraagd en waarvoor een schenker werd gevonden, waarvoor hartelijk dank. Het deed ons dan weer goed de drager er trots mee te zien rondlopen bij de rechtbank, het kortgeding tegen ontruiming op 7 september. Ook dit soort niet-financiële donaties blijven hard nodig evenals de financiële. Voor de boeken, zie hieronder. Voor de overige donaties, zie aub de website www.wijzijnhier.org
Als sponsoring voor deze boeken ontvingen wij vandaag €20 van mevrouw V. Hiermee worden nieuwe boeken aangeschaft. Heel hartelijk dank. 

BOEKEN CADEAU GEDAAN OP DE 4E VERJAARDAG VAN Wij Zijn Hier, de door staat en stad meest verwaarloosde vluchtelingen, 145 in getal, die burgemeester Van der Laan op 8 september op straat wil zetten (uitspraak kortgeding op 14 september)

U waardeert de aanschaf van een of meerdere reeds door ons verworven boeken, en sponsort deze door het bedrag (Zie bij afbeelding van de boeken) over te maken naar de hiervoor gereserveerde bankrekening NL53INGB0005419523 van
Hr A M J Meurs te Amsterdam ovv betreffende boek of boeken. Van het door u overgemaakte geld worden nieuwe boeken aangeschaft. Zowel boeken als geschonken bedragen worden op Facebook en op de website www.meursam.nl vermeld, met indien gewenst, uw naam of initialen of anoniem, en met de boeken die ervoor zijn gekocht.
Het idee is om bij literatuur het boek in het Nederlands én gelijktijdig in een Noord- of Midden-Afrikaanse taal of in het Engels of Frans (misschien Italiaans) aan te bieden.
Verder zoeken wij: Pocketwoordenboeken, reis- en taalboekjes (Wat en hoe in het….; ……. op reis);
Kinder (prenten)woordenboeken in NL/Eng/Fra. Nrd- en Midd.-Afrikaanse talen;
SPROOKJES en FABELS in NL/Eng/Fra. Nrd- en Midd.-Afrikaanse talen;

U gaat zelf op zoek naar een van de door ons gezochte boeken en neemt daarna contact met ons op. Dat kan via Facebook https://www.facebook.com/ton.meurs.7 (voor een privébericht stuurt u eerst een vriendschapsverzoek) of Twitter MeursA.M.@TonMeurs . Of u mailt naar meursam@hotmail.com .

Delen van dit bericht is sympathiek maar neem aub zelf ook een boek onder uw hoede. Het gaat om bedragen van €0,25 tot €14,50. DAAR MOET IETS VOOR U TUSSEN ZITTEN.
NIET VAN BROOD ALLEEN!
Zie op de site http://wijzijnhier.org/who-we-are/ wat 4 jaar WijZijnHier inhoudt en waarom ze hier nog steeds zijn zonder verblijfsstatus, zonder mogelijkheid tot terugkeer en zonder door staat of stad voorzien te worden van minimale menselijke basisbehoeften.
WILT U WETEN WELKE BOEKEN WIJ NOG ZOEKEN? Wilt u WijZijnHier in het algemeen steunen? Zie dan:
https://www.facebook.com/ton.meurs.7/media_set…
NOOIT MEER SLAPEN van Willem Frederik Hermans is inmiddels verworven voor €4,-. Dat is dus ook het te sponsoren bedrag.
HEEL HARTELIJK DANK!Boekencadeaus4jWAH

Sponsor boeken voor vluchtelingen van Wij Zijn Hier

SPONSOR BOEKEN VOOR VLUCHTELINGEN
Het idee is om bij literatuur het boek in het Nederlands én gelijktijdig in een Noord- of Midden-Afrikaanse taal of in het Engels of Frans (misschien Italiaans) aan te bieden. U ziet eerst het lijstje met de boeken die wij zoeken en waarnaar u op zoek kunt gaan, en daaronder het lijstje met (vaak dezelfde) boeken die wij (meestal in het Nederlands) reeds hebben verworven en die u kunt sponsoren.

BOEKEN gezocht voor vluchtelingen van WijZijHier:
Mogelijkheid 1: U gaat zelf op zoek naar dit boek en neemt contact met ons op. Zie verder onderaan. Hartelijk dank.

COBRA’S IMPUNITY van Moses Isegawa; ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

Die Verwandlung van Franz Kafka in het Engels, Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

LÉGENDE ET VIE D’AGOU’CHICH van Mohammed Khaïr-Eddine, ook in het Engels, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

THE SLAVE GIRL van Buchi Emecheta; ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

ON M’A VOLÉ MON ENFANCE van Diaryatou Bah; ook in het Engels, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

NOOIT MEER SLAPEN van Willem Frederik Hermans, ook in het Engels, Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

BILLY BUDD van Herman Melville in het Engels, Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

One hundred years of solitude van Gabriel Garcia Márquez, ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

Winter in Wartime van Jan Terlouw, ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

Amsterdam Stories van Nescio, ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

TALES, STORIES van Edgar Allan Poe, ook in het Frans, Arabisch, Swahili, Somalisch, Kirundi, Amhaars, Oromo, Tigriniya;

____________________________________________________________________

Te sponsoren BOEKEN voor vluchtelingen van WijZijnHier:

Mogelijkheid 2: Bij het exemplaar dat we hebben verworven ziet u het bedrag waarmee u het boek kunt sponsoren. Zie verder onderaan. Hartelijk dank.

Verworven: SLANGENKUIL van Moses Isegawa te sponsoren voor €1;

Verworven: DE GEDAANTEVERWISSELING van Franz Kafka ( te sponsoren voor €2);

Verworven: Leven en legende van Agoun’chich van Mohammed Khaïr-Eddine, te sponsoren voor €10;

Verworven: De Slavin van Buchi Emecheta, te sponsoren voor €2;

Verworven: Mijn jeugd hield op in Rotterdam van Diaryatou Bah, te sponsoren voor €2;

Verworven: ALLA FINE DEL SONNO (Italiaans) van Willem Frederik Hermans, te sponsoren voor €5;

Verworven: BILLY BUDD (Nederlands) van Herman Melville, te sponsoren voor €1;

Verworven: HONDERD JAAR EENZAAMHEID van Gabriel Garcia Márquez, te sponsoren voor €1;

Verworven: OORLOGSWINTER van Jan Terlouw, te sponsoren voor €1;

Verworven: DE UITVRETER, TITAANTJES, DICHTERTJE van Nescio, te sponsoren voor €1;

Verworven: FANTASTISCHE VERTELLINGEN van Edgar Allan Poe, te sponsoren voor €1;

Verder zoeken wij:
Pocketwoordenboeken, reis- en taalboekjes (Wat en hoe in het….; ……. op reis)
Kinder (prenten)woordenboeken in NL/Eng/Fra. Nrd- en Midd.-Afrikaanse talen;
SPROOKJES en FABELS in NL/Eng/Fra. Nrd- en Midd.-Afrikaanse talen;

U gaat zelf op zoek naar een van de door ons gezochte boeken en neemt daarna contact met ons op. Dat kan via Facebook https://www.facebook.com/ton.meurs.7 (voor een privébericht stuurt u eerst een vriendschapsverzoek) of Twitter MeursA.M.@TonMeurs . Of u mailt naar meursam@hotmail.com .

U waardeert de aanschaf van een of meerdere reeds door ons verworven boeken, en sponsort deze door het bedrag over te maken naar de hiervoor gereserveerde bankrekening NL53INGB0005419523 van
Hr A M J Meurs te Amsterdam ovv betreffende boek of boeken. Van het door u overgemaakte geld worden nieuwe boeken aangeschaft. Zowel boeken als geschonken bedragen worden op Facebook en op de website www.meursam.nl vermeld, met indien gewenst, uw naam of initialen of anoniem, en met de boeken die ervoor zijn gekocht.
Ook wanneer de boeken daadwerkelijk aan de vluchtelingen van WijZijnHier worden overgedragen, wordt dit op of FB, Twitter en de website vermeld.

Wilt u Wij Zijn Hier IN HET ALGEMEEN steunen, dat kan, en uw hulp (voor onderdak, voedsel, medicijnen, kleding, verwarming, advocatuur, reizen naar ambassades en consulaten; zij krijgen niets van staat of stad) is heel erg hard nodig. Maak een door u gekozen bedrag aub over naar:
Stichting Vrouwen Tegen Uitzetting o.v.v. We Are Here NL57 INGB 0006 4956 66. BIC/SWIFT: INGBNL2A
De stichting is een ANBI met RSIN 81489021 en maakt dus voor donateurs belastingaftrek mogelijk.
Een periodieke overschrijving van bijvoorbeeld €5 per maand komt als GIFT direct voor belastingaftrek in aanmerking. Hartelijk dank. Het gaat om medemensen die niets hebben als ze het niet van mensen als u krijgen.
https://www.facebook.com/WijZijnHier/

Zie voor o.a. eerdere boekschenkingen: http://meursam.nl/boeken-voor-vluchtelingen/

 

DeSlavinVerworven: De Slavin van Buchi Emecheta, te sponsoren voor €2; zie aub ook bij gezocht

GedaanteverwisselingVerworven: DE GEDAANTEVERWISSELING van Franz Kafka ( te sponsoren voor €2); zie aub ook bij gezocht

MijnJeugdhieldopinRotterdamVerworven: Mijn jeugd hield op in Rotterdam van Diaryatou Bah, te sponsoren voor €2; zie aub ook bij gezocht

SlangenkuilVerworven: SLANGENKUIL van Moses Isegawa te sponsoren voor €1;zie aub ook bij gezocht

zie aub ook bij gezocht

BillyBuddVerworven: BILLY BUDD (Nederlands) van Herman Melville, te sponsoren voor €1; zie aub ook bij gezocht

VertellingenPoeVerworven: FANTASTISCHE VERTELLINGEN van Edgar Allan Poe, te sponsoren voor €1; zie aub ook bij gezocht

Zie meer afbeeldingen op Facebook

Mensenrechten kunnen niet ‘overruled’ worden door een gerechtelijke uitspraak

De uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – aan Bed/Bad/Brood mag de voorwaarde van medewerking aan terugkeer naar land van herkomst gesteld worden – lijkt een overwinning voor de staatssecretaris en voor bijvoorbeeld de burgemeester van Amsterdam, maar is het niet. Mensenrechten kunnen niet overruled worden door een gerechtelijke uitspraak.
Mensenrechten zoals onderdak, voedsel (in dit geval vertaald in bed, bad en brood) zijn namelijk objectieve rechten. Zij zijn gedurende duizenden jaren ontstaan en zij leven in de hoofden en de harten van de mensen. Zij bestaan zonder verdragen, wetten, hoven, zelfs zonder en al lang vóór De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze Universele Verklaring, het Europese Hof, allerlei wetten, zijn hulpmiddelen, zijn zelfs nodig om de objectieve rechten van de mens in praktijk te brengen. Maar zij kunnen deze objectieve rechten van de mens nooit inperken.

Mag je aan een objectief recht voorwaarden stellen? Bijvoorbeeld aan: Een mens heeft recht op voedsel. Nee, daar mag je geen voorwaarde aan verbinden. 
Maar als je zegt: Elk mens moet voedsel verstrekt worden, dan valt daar wel een en ander over te zeggen. Dat elk mens recht heeft op voedsel wil namelijk niet zeggen dat hem dit zonder meer en altijd zonder tegenprestatie moet gegeven worden.
Degene die hem dit voedsel verstrekt mag een compensatie voor zijn inspanning en voor zijn kosten vragen. Er mag dus een voorwaarde gesteld worden.
Maar dat wil niet zeggen dat de gever ook zonder meer deze voorwaarde mag bepalen. De voorwaarde of tegenprestatie mag niet tegen de wet ingaan en evenmin tegen het belang van degene die het voedsel ontvangt. Dit laatste is vooral ook van belang voor een vluchteling die als voorwaarde voor voedsel krijgt opgelegd om mee te werken aan zijn terugkeer naar het land van herkomst. De medewerking aan terugkeer kan tegen zijn belang ingaan.
Als de hongerige niet in staat is te betalen voor het voedsel of in staat is een redelijke, voor hem en voor de gever, wederdienst te leveren, moet deze mens toch van voedsel voorzien worden. Want voedsel is een mensenrecht. Of negatief geformuleerd: een mens mag een ander mens niet laten creperen.
Als een overheid van een vluchteling wil eisen om, in ruil voor voedsel en onderdak, mee te werken aan zijn terugkeer, dan moet deze overheid op de eerste plaats in elk afzonderlijk geval zichzelf afvragen of het redelijk is dit te eisen.
Als de vluchteling verklaart dat hij graag mee zou willen werken aan zijn terugkeer maar dat niet kan omdat hij kan aantonen dat er in zijn land van herkomst oorlog of onderdrukking heerst, of dat hij persoonlijk gevaar loopt of een trauma heeft, of dat hij dat niet kan omdat hij geen identiteitspapieren heeft en deze ook niet kan verkrijgen, dan moet deze ´verklaring van in principe mee willen werken´ beschouwd worden als het voldoen aan de voorwaarde van medewerking aan terugkeer.
Als een vluchteling niet in staat is terug te keren, moet hij basisvoorzieningen krijgen om een menswaardig bestaan te leiden.
Daar kan geen Europees Hof, geen regering, geen staatssecretaris, geen burgemeester omheen.
En geen sociaalvoelend mens zal deze fundamentele mensenrechten laten aantasten. Deze sociaalvoelende mens zal de op straat gezette, door de overheid aan zijn lot overgelaten vluchteling blijven helpen, en ook uiteindelijk deze tekortschietende overheid ter verantwoording roepen en verantwoordelijk stellen.

 

De zelfdoding van ‘vreemdelingen’ in de roman Mijn liefde is scharlakenrood

(van de achtercover: Vele jaren later, in een tijd van nieuw terrorisme, kijk Kitty – inmiddels dakloos en verslaafd – terug op hun revolutionaire jaren. In plaats van lid van het internationale rode leger, zoals ze spottend zegt, is ze nu lid van het leger der hopelozen. Maar ze blijft lachen.

Deel 3 Kitty
2003

Na het volgende wordt het me te veel. De jonge Marokkaan loopt me
voorbij als ik uit de douche kom. Daarna wordt het een clichéscène uit
een film. Ik zie de Marokkaan met zijn rug naar me toe voor het raam
staan. Ik ga terug de douche in om mijn handdoek te pakken. Als ik op-
nieuw naar het raam kijk is het leeg.
Ik vraag me af of ik een plof heb gehoord. Ja, denk ik, maar ik wist
niet wat het was. Ik ren naar het raam en kijk naar beneden, de jongen
beweegt nog.
De volgende dag zie ik hoe de schoonmaakster met zeepsop en
daarna met bleek het dikke bloed probeert weg te schrobben. Het is in
de steen getrokken en gaat niet weg. Dan komt er iemand naar buiten
en pakte een paar handen wit zand uit de zandbak en gooit dat over de
rode plekken in de tegels. Dat moet, want vlakbij is een kinderspeelplaats,
daar komt ook het zand vandaan.
De Marokkaanse familie komt langs en maakt de leiding van het
tehuis verwijten: hij was toch niet voor niets hier, u wist toch dat hij
psychische moeilijkheden had! Hoe kan iemand zomaar uit het raam
springen? Waarom hangt er wel een net in het trappenhuis en is het
raam gewoon open? Dat net is er ook pas gekomen nadat er iemand aan
de buitenkant van de omheining is gaan hangen, weet ik.
Een heel jong Marokkaans moedertje, dat een zus zou kunnen zijn,
komt ook naar het tehuis. Misschien om wat spullen op te halen, mis-
schien om te horen wat er is gebeurd, misschien om te kijken naar de
plek.
Ikzelf krijg een aanval, het duurt vijf dagen voor ik er weer uitraak.
Net uit mijn crisis bekijk ik een in de zaal genomen foto van een
164
groepje bewoners.
De jonge Marokkaan zit op de achtergrond, een beetje in de schaduw.
Was hij thuis weggelopen, was hij het huis uitgezet? De jongen zei
weinig, niks eigenlijk. Wist dat jonge moedertje wel iets van hem?
Ik bekijk het gezicht met een vergrootglas en schrik ontzettend. De
jongen is de enige die me recht aankijkt, uitdrukkingsloos.

(….)

Door een kier van de deur die altijd openstaat omdat hij bang is opgesloten
te zijn – dat heeft hij overgehouden uit Bosnië, zegt men er steeds
bij – heb ik hem wel gezien maar gedacht dat hij zat te bidden. Met het
touw om zijn hals is hij op zijn knieën gezakt en door het touw in een
knielende houding gebleven. Zijn begeleider heeft hem samen met de
politie los moeten knopen. Hij is de laatste tijd een magere lijdzame
man geweest die soms uren op zijn maatschappelijk werker zat te wachten
zonder te protesteren. Misschien kwam dat door de medicijnen, of door
de vordering van zijn ziekte. Want maanden daarvoor had hij zich
nog wel eens kwaad gemaakt, was uit zijn vel gesprongen en had met
een mes gedreigd. Die kwade man in hem was al eerder doodgegaan
of doodgemaakt. Het laatste zetje heeft hij nu zelf gegeven. Daarmee
is voor de bewoners die een verdieping lager onder de douches wonen een
probleem opgelost, namelijk het water dat door het plafond kwam als
hij douchte. Hij laat eigenlijk maar één probleem achter: wie er voor de
kosten zou opdraaien voor de repatriëring van zijn lichaam naar Bosnië.
Maar daarvoor wordt via een truc een potje gevonden. En zo wordt
een trend voortgezet. Naarmate hij minder lastig werd, was steeds de
vindingrijkheid hem te helpen toegenomen.
Voor mij is dit duidelijk een filmbeeld: de man die door de kier van
de deur zichtbaar is en geknield lijkt te zitten bidden. De camera die inzoomt
en de werkelijkheid laat zien. Het lijkt een cynische persiflage op
de Sire-reclame die ogenschijnlijk een biddende, buigende Turk toont
die in werkelijkheid een besnorde stratenmaker in actie blijkt te zijn.

Uit Mijn liefde is scharlakenrood, roman van Meurs A.M

Verklaring van Hashim, 33 j, vluchteling uit Soedan van WijZijnHier (WAH), 6 jaar in NL, 3 jaar in de asielprocedure, 3 jaar erbuiten, overleden door zelfdoding op 5 juli 2016 in Amsterdam

‘Zo geraakte ik in een oneindige beweging van draaikolken, met het gevoel geen normaal bestaan te hebben, en stierf elke intellectuele ambitie in slow motion in mij als gevolg van mijn wrede ervaringen en lijden.’ (uit Statement van Hashim gepubliceerd op 24 juni 2014)

Zie aub ook het laatste
Statement van Hashim d.d. 1 juni 2016  uit SPREAD THE WORDS, gedaan in april 2016. Het eerste statement deed Hashim in 2014 tijdens The march for freedom van Brussel naar Straatsburg. Ik ben een vluchteling werd gepubliceerd werd op 25 juni 2014 in de voorloper van SPREAD THE WORDS, Freedom not Frontex. In april 2016 zag Hashim een metgezel van De Mars voor de vrijheid terug en deed bij die gelegenheid zijn tweede statement. In het internetmagazine SPREAD THE WORDS werd en wordt dagelijks in meerdere talen een statement van een vluchteling opgenomen. De Nederlandse vertaling van de statements van Hashim wordt daar nu ook toegevoegd.

WAHStatementHashim24062016

Ik ben een vluchteling

Hashim, 33 j, vluchteling uit Soedan van WijZijnHier (WAH), 6 jaar in NL, 3 jaar in de asielprocedure, 3 jaar erbuiten, overleden door zelfdoding op 5 juli 2016
Ik ben een vluchteling

Ik ben een vluchteling.
Ik verliet mijn land om veiligheidsredenen
en vanwege de politieke maatregelen,
ik vluchtte voor een politiek
die de menselijkheid geweld aandoet.
Ik kwam naar Europa
omdat Europeanen geloven in mensenrechten,
die daar al lang geleden zijn ingesteld.
Ongelukkig genoeg
heb ik me tegenover zeer ernstige problemen
geplaatst gezien
nadat ik in Griekenland was geraakt.
Onderdeel hiervan is de onderdrukking
van mensen met een zwarte huid,
het schenden van de mensenrechten
van een vluchteling.
Er bestaan geen mensenrechten
voor vluchtelingen in Griekenland.
Zoals dat van huisvesting,
werk en medische verzorging.
Zelfs in de basisbehoefte aan
voldoende voedsel om in leven te blijven
wordt niet voorzien,
noch geniet je bewegingsvrijheid
binnen het land.
Het ergst, alle wegen voor vluchtelingen
om te integreren
in het normale maatschappelijke leven
in Europa
zijn geblokkeerd,
en lange tijd leed ik daar
onder de uitzonderlijk zware omstandigheden.
Wat me er toe dwong
naar een ander Europees land
te vertrekken,
een dat zou voorzien in
betere mensenrechten voor vluchtelingen.
Maar jammer genoeg
zijn er geen grote verschillen
tussen de landen in Europa.
Als het gaat om het schenden en onderdrukken
van het recht van een vluchteling,
het vertragen en uitstellen van de procedure
en het verstrekken van verblijfspapieren voor vluchtelingen,
het unfair en ongelijk toepassen van het burgerrecht,
en het verhinderen van vluchtelingen om vrij te integreren
in de Europese maatschappij.
Als het gaat om het brengen van vluchtelingen
in wrede omstandigheden,
in isolatiekampen weg van de burgers
en het normale leven.
Zo geraakte ik in een oneindige beweging van draaikolken,
met het gevoel geen normaal bestaan te hebben,
en stierf elke intellectuele ambitie
in slow motion in mij
als gevolg van mijn wrede ervaringen en lijden.
Nadat ik in Nederland asiel had aangevraagd,
is daar de niet te rechtvaardigen
afwijzing van mijn asielverzoek,
waarna ik ben geconfronteerd met de wrede werkelijkheid
van het eindeloze lijden van het zonder papieren
in Europa zijn,
dat erin bestaat altijd subject te zijn
van controle op basis van huidskleur,
van in de gevangenis te worden geworpen
en voor lange tijd in een detentiecentrum.
En terwijl ik als vluchteling geen enkele toegang heb
tot een normaal leven,
mij elke vorm van psychologische stabiliteit ontbreekt,
levend in voortdurende angst
om elk moment gearresteerd te worden
door een van de immigratieagenten
of andere autoriteiten belast met
het controleren van vluchtelingen,

bekruipt mij het gevoel
dat ik gevlucht ben
voor onderdrukking
om in een ander soort onderdrukking
terecht te komen.

STATEMENT VAN HASHIM, gepubliceerd in het Arabisch, Engels en Frans in het internetmagazine FREEDOM NOT FRONTEX d.d. 24 juni 2014: https://freedomnotfrontex.noblogs.org/post/2014/06/24/statement-هاشم/ Nederlandse vertaling
Meurs A.M. www.meursam.nl

Alicia Keys zingt We are Here

Ik ben een vluchteling. Ik verliet mijn land om veiligheidsredenen  en vanwege de politieke maatregelen,  ik vluchtte voor een politiek die de menselijkheid geweld aandoet. Ik kwam naar Europa omdat Europeanen geloven in mensenrechten, die daar al lang geleden zijn ingesteld. Ongelukkig genoeg heb ik me tegenover zeer ernstige problemen geplaatst gezien nadat ik in Griekenland was geraakt. Onderdeel hiervan is de onderdrukking van mensen met een zwarte huid, het schenden van de mensenrechten van een vluchteling. Er bestaan geen mensenrechten voor vluchtelingen in Griekenland. Zoals dat van huisvesting, werk en medische verzorging. Zelfs in de basisbehoefte aan voldoende voedsel om in leven te blijven wordt niet voorzien, noch geniet je bewegingsvrijheid binnen het land. Het ergst, alle wegen voor vluchtelingen om te integreren in het normale maatschappelijke leven in Europa zijn geblokkeerd, en lange tijd leed ik daar onder de uitzonderlijk zware omstandigheden. Wat me er toe dwong naar een ander Europees land te vertrekken, een dat zou voorzien in betere mensenrechten voor vluchtelingen. Maar jammer genoeg zijn er geen grote verschillen tussen de landen in Europa. Als het gaat om het schenden en onderdrukken van het recht van een vluchteling, het vertragen en uitstellen van de procedure en het verstrekken van verblijfspapieren voor vluchtelingen, het unfair en ongelijk toepassen van het burgerrecht,  en het verhinderen van vluchtelingen om vrij te integreren in de Europese maatschappij.  Als het gaat om het brengen van vluchtelingen in wrede omstandigheden, in isolatiekampen weg van de burgers en het normale leven. Zo geraakte ik in een oneindige beweging van draaikolken, met het gevoel geen normaal bestaan te hebben, en stierf elke intellectuele ambitie in slow motion in mij als gevolg  van mijn wrede ervaringen en lijden. Nadat ik in Nederland asiel had aangevraagd, is daar de niet te rechtvaardigen afwijzing van mijn asielverzoek, waarna ik ben geconfronteerd met de wrede werkelijkheid van het eindeloze lijden van het zonder papieren in Europa zijn, dat erin bestaat altijd subject te zijn van controle op basis van huidskleur, van in de gevangenis te worden geworpen en voor lange tijd in een detentiecentrum. En terwijl ik als vluchteling geen enkele toegang heb tot een normaal leven, mij elke vorm van psychologische stabiliteit ontbreekt, levend in voortdurende angst om elk moment gearresteerd te worden door een van de immigratieagenten of andere autoriteiten belast met het controleren van vluchtelingen, bekruipt mij het gevoel dat ik gevlucht ben voor onderdrukking om in een ander soort onderdrukking terecht te komen.

STATEMENT VAN HASHIM, gepubliceerd in het Arabisch, Engels en Frans in het internetmagazine FREEDOM NOT FRONTEX d.d. 24 juni 2014: https://freedomnotfrontex.noblogs.org/…/statement-%D9%87%D…/

Zie dus ook:
Statement van Hashim d.d. 1 juni 2016  uit SPREAD THE WORDS

En ook:  De zelfdoding van ‘vreemdelingen’ in de ‘opvang’ in Mijn liefde is scharlakenrood.

Screbrenica of de mandaad (nav rechtsgang Dutchbatters om ‘onmogelijke missie’)

30 juni 2016: Twaalf veteranen van Dutchbat III stellen de Nederlandse staat na ruim twintig jaar bij de rechter aansprakelijk, omdat ze op een ,,onmogelijke missie” zijn gestuurd.
In juni 1996, 20 jaar geleden, schreef ik het toneelstuk Screbrenica of de mandaad. Het verscheen in drie afleveringen in april, mei en juni 1997 in de nummers 1, 2 en 3 van HetWerk, literair kladschrift van Meurs A.M. Het is samen met andere spelen voorjaar 2006 in boekvorm verschenen onder de titel Spelen bij uitgeverij de Graal te Turnhout. Deze uitgeverij is opgeheven. Voor huidige verkrijgbaarheid: zie onderaan.

De gevangenneming  van de Bosniërs en de scheiding van de vrouwen door de Serviërs vond plaats in een enclave en onder het oog van Nederlandse blauwhelmen die namens de VN de bewoners van Srebrenica hadden moeten beschermen. In het derde en laatste bedrijf van het toneelstuk SREBRENICA OF DE MANDAAD leest u wat de aanloop tot en de massamoord van 8000 Bosnische mannen door de Serviërs doen in de hoofden van een Nederlandse JONGE SOLDAAT en een OUDERE MILITAIR. De GENERAAL is een Serviër.
SPELENKAFTVOOR040106B1kopie

DERDE BEDRIJF

Kort voor de genocide van Srebrenica. De resten van een loods vol kogelgaten en bloedvlekken, boven de hoofden van de personages hangt een brug. De militairen hebben hun mouwtjes karikaturaal hoog opgeschoven, ze doen steeds tussendoor wat lichaamsoefeningen, hun bodycultuur steekt schril af tegen de onzichtbare vermagerde en verpauperde bevolking.

De OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT laden een vrachtwagen met grote blikken, dozen en kratten uit.

JONGE SOLDAAT Hoe was het in Bratunac, majoor? Weer zo in de watten gelegd door die Serviërs, majoor? U bent de hele nacht weggebleven, majoor.

OUDERE MILITAIR Onvoorstelbaar, jongen. Wat die lui je voorschotelen, eten, wijn… Om van de zaken waar ik als hoofd van een gezin geen gebruik wens te maken maar te zwijgen.

JONGE SOLDAAT U bent gelukkig getrouwd, hè majoor?

OUDERE MILITAIR Maar ja, je koopt dan ook in een keer voor 25000 mark. Daar willen ze wel wat tegenover stellen.

JONGE SOLDAAT (kijkt geïnteresseerd in een half geopende doos) Ze schijnen ook aan de Moslims te verkopen, maar die kunnen natuurlijk nooit de prijs betalen die wij geven, majoor. (Haalt een blikje bier uit de doos) Bavaria, dat is toch uit Breda, majoor.

OUDERE MILITAIR Wat ze aan ons niet kwijt kunnen slijten ze aan de plaatselijke bevolking. Nou, die willen wel na die maandenlange blokkades.

JONGE SOLDAAT (houdt de doos omhoog, leest) “Dutchbat, speciale zending.” Zouden ze ons onze eigen spullen durven verkopen, majoor?

OUDERE MILITAIR (antwoordt niet, kijkt naar SOLDAAT HERMAN, die in trainingsbroek en een gebloemd overhemd, de mouwen extreem hoog opgerold, onopvallend het toneel op is komen schuifelen) Hoezo ben jij in burger? Heb jij soms iets gepro­beerd? Kijk maar uit. Ze hebben het recht je als spion zonder meer te liquideren. Als guerillero trouwens ook.

JONGE SOLDAAT Ja eigenaardig. Beide partijen maken gebruik van spionnen, maar ze vinden het nodig zo verontwaardigd te doen over die van de tegenpartij dat ze menen het recht te hebben deze zonder meer neer te schieten.

SOLDAAT HERMAN Na ze eerst gemarteld te hebben om nog zoveel mogelijk te weten te komen natuurlijk.

JONGE SOLDAAT Natuurlijk. Een riskant beroep, spion.

SOLDAAT HERMAN Maar wel goed betaald.

JONGE SOLDAAT Toch geen vluchtpoging gedaan, hè Herman?

SOLDAAT HERMAN (scherp) Als ik een vluchtpoging doe, dan lukt ie ook. Dan ben ik vertrokken.

JONGE SOLDAAT Rustig maar, ‘t kon zijn dat ‘t je allemaal teveel werd. ‘t Valt niet mee om maandenlang opgesloten te zijn en niet met verlof te kunnen. Wij hebben het daar ook moeilijk mee.

SOLDAAT HERMAN Zoals ik zei, ik ben geen mietje. Als ik weg wil, ben ik weg. (Haalt zijn uniform, legt zijn pistool en een dikke portemonnee uit zijn broek, wrijft liefkozend over de portemonnee terwijl de JONGE SOLDAAT zegt)

JONGE SOLDAAT Had jij trouwens niet veel meer kleren aan daar­straks?

(Er rennen enkele gestaltes over de hangbrug)

SOLDAAT HERMAN Verrek, dat waren Moslims! Die haal ik terug! (pakt een machinepistool en gaat, nog steeds in trainingsbroek, achter ze aan over de hangbrug, de anderen kijken hem hoofdschuddend na)

OUDERE MILITAIR Moet jij niet eens proberen weg te komen? Je neemt gewoon een voertuig mee. Ik heb liever dat het jou lukt dan Herman. Die durf ik niet bij me thuis langs te sturen.

JONGE SOLDAAT Ik wil de zaak hier niet in de steek laten.

OUDERE MILITAIR Kom zeg, normaal was je allang met verlof geweest.

JONGE SOLDAAT Stil, daar is ie weer.

SOLDAAT HERMAN (komt op met enkele verouderde geweren, gooit ze op de grond) Waren zogenaamd op jacht.

OUDERE MILITAIR Die mensen zíjn op jacht. Ze hebben niets te eten. Die lui zijn wanhopig. Er zijn al meer dan tien mensen van honger omgekomen!

SOLDAAT HERMAN Ik hou me aan het mandaat: ontwapen iedereen binnen de compound.

JONGE SOLDAAT Heb jij al één Serviër een wapen afgenomen?

SOLDAAT HERMAN Nee, maar dat doet niets af aan het principe.

(Er gaat een mijn af. Daarna is het even doodstil. Dan klinkt een jongemeisjesstem:)

JONGEMEISJESSTEM (buiten beeld) Zijn jullie daar, schatjes van me. Lieve Hollandertjes! Wij waren met ons tweeën gekomen om jullie te verwennen en wat brood en cigaretten van jullie te krijgen. Maar nu mijn zusje op een mijn is gelopen, wil ik jullie vragen mij een keer extra te neuken, zodat ik de begrafenis kan betalen. Doen jullie dat, lieve hollandertjes van me?

OUDERE MILITAIR (Overstuur) Ga weg! Ga terug! Loop midden op de weg. Hier zijn brood en cigaretten. Kom niet terug! (pakt een brood en een pakje cigaretten, wil ze gooien, maar wordt tegengehouden door SOLDAAT HERMAN die nog maar half is aangekleed)

SOLDAAT HERMAN Zonde! (halveert het brood, pakt een paar cigaretten uit het pakje) Zou marktbederf zijn. Ik kom eraan, schatje! (gaat af)

JONGE SOLDAAT (mompelt) O god, laat hem op een mijn lopen voor hij bij dat meisje is. (Blijft staan luisteren, sluit zich dan bij de OUDERE MILITAIR aan die woest verder gaat met het lossen van de vrachtwagen. Na een poosje) Misschien moet ik inderdaad hier weg voor ik een van mijn eigen mensen vermoord. (Ze lossen de vrachtwagen. SOLDAAT HERMAN komt terug en trekt wellustig zijn trainingsbroek op) Had je die cigaretten en dat brood niet zo kunnen geven?

SOLDAAT HERMAN Ik neem wat ze aanbiedt, zij krijgt wat ze vraagt. Ik blij met haar kutje, zij blij met het brood. Ik ben lief tegen haar. Wat wil je nog meer! Bovendien vrij ik veilig. Ook voor mezelf en mijn meisje thuis trouwens.

JONGE SOLDAAT Je bent een schoft.

SOLDAAT HERMAN De Serviërs snijden haar borsten en haar schaamlippen af! Want, zeggen ze, dat deden de Ustasja’s in de Tweede Wereldoorlog ook met de Servische vrouwen.

JONGE SOLDAAT Klootzak, moet ze soms blij zijn dat jij dat niet doet?

SOLDAAT HERMAN Gelul, ik doe gewoon wat iedere man zou doen en betaal ervoor wat ervoor staat. Als de prijs omhoog gaat betaal ik meer. We weten precies wat we aan elkaar hebben. Niet meer en niet minder. De rest is schijnheiligheid. Bovendien heb ik haar zus begraven. De stukken bij elkaar geraapt en begraven. Moest terplekke gebeuren. Zie ik jou nog niet doen. Ben je vast ook te fijngevoelig voor. Ik heb er een extra beurt voor gekregen. Maar daar deed ik het niet voor. Ik had echt met haar te doen. Ik heb ook mijn zwakke kanten. En nou, shit, wil ik een pils.

(Er sluipen, nu van de andere kant, gewapende gestaltes over de brug)

OUDERE MILITAIR Serviërs, zie je zo, aan de wapens en hun hele stijl: goed getraind. (Er wordt over hun hoofden heen geschoten) Ik moet toegeven dat ik de verdwaalde kogels van de Moslims voor ons gevaarlijker vind dan het gerichte vuur van de Serviërs.

JONGE SOLDAAT Moet je er niet achteraan, Herman?

(heviger artillerievuur)

OUDERE MILITAIR De mensen zitten daar op elkaar gepakt. Dat kan nooit missen.

JONGE SOLDAAT Ik voel me niet op mijn gemak.

SOLDAAT HERMAN Dat zijn je vrienden, man! (luistert naar het schieten, grinnikt) Ik geloof dat ik eens ga kijken of er in de stad iets te beleven valt. (af)

(De OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT zitten elkaar een poosje aan te kijken)

JONGE SOLDAAT (staat op) Ja, ik denk dat ik het moet proberen.

OUDERE MILITAIR Wacht ( af en meteen terug met een klein pakje).Geef dit voor me af. (Drukt hem even tegen zich aan)

(JONGE SOLDAAT af. De OUDERE MILITAIR raakt in een crisis vol drukke bewegingen en wanhoopsgebaren maar maakt geen geluid, gaat dan zitten, zegt voor zich uit:) Jezus in de hof van Getsemane… (plechtig) Kunt gij dan niet één uur met mij waken? (stilte)

JONGE SOLDAAT (komt verslagen op, geeft de OUDERE MILITAIR het pakje terug) Herman is erger, staat vastgebonden aan een lantaarnpaal de verschrikkelijkste dingen te schreeuwen. Als zo dadelijk mét de Serviërs ook de pers komt, gaat dat de hele wereld rond. We moeten hem doodschieten. Ik geef me op als vrijwilliger.

SOLDAAT HERMAN (buiten beeld schreeuwend) Jullie hebben de verkeerde! Ik sta aan jullie kant! Ik heb een hekel aan Moslims. Het zijn geen mensen! Het zijn scharminkels! Haal me hier weg! Ik vecht met jullie mee! Geef me Arkan! Dat is een man naar mijn hart. Stelletje dienstplichtigen die me hier vastgeketend hebben. Ik wil Arkan zien! Arkan! Was ik Serviër zou ik een Arkan zijn! Arkan! Weg met de NAVO! Fuck de NATO! Maak me los, Arkan! Maak je vriend los, Arkan!

(Het schieten neemt in hevigheid toe, dan klinkt er marsmuziek en wordt een ijzeren gevaarte in de vorm van een hoge steile tent op wielen het toneel op getrokken. Het heeft ijzeren pinnen als een fakirbed en in het midden van een de zijden is een opengesneden varken gespiest)

OUDERE MILITAIR Jezus, de GENERAAL komt eraan!

GENERAAL (komt autoritair op) Zo, majoor. Wij moeten even wat dingen regelen. Tussen haakjes, ik heb vers vlees voor je meegebracht. Mijn jongens komen morgen binnen en ik verwacht dat jij je er buiten houdt. Ik bedoel dat niet een van je mannen per ongeluk begint te schieten, uit plichtsbesef of zo. Daarginds heb ik een oude tank neergezet, daar mogen jouw landgenoten een luchtaanval op uitvoeren. Dus blijf uit de buurt. Dat is van hogerop zo geregeld. Grote politiek, majoortje. Nog wat, een van jouw gasten staat daar de hele tijd te schreeuwen – weinig militaire discipline trouwens –  die krijg je zo terug. Zo, neem het vlees mee, nee op je nek. (tegen JONGE SOLDAAT) Help even. Morgen rekenen we wel af.

(Legt samen met de JONGE SOLDAAT het varken op de rug van de OUDERE MILITAIR, de JONGE SOLDAAT ondersteunt de OUDERE MILITAIR, samen gaan ze af, de GENERAAL kijkt goedkeurend en zelfvoldaan in het rond, zijn ‘standaard’ wordt van het toneel getrokken en hijzelf gaat daarna met ferme pas af)

OUDERE MILITAIR (komt verslagen op met JONGE SOLDAAT) Niet te geloven dat dat dezelfde man is die me gisteren in Bratunac zo voorkomend heeft behandeld. Hij was toen wel in burger.

SOLDAAT HERMAN (komt op) Misverstand. Het was een misverstand. Als ze geweten hadden wie ik was, hadden ze het niet gedaan, zeiden ze. Kom, ik heb goeie zin. Morgen zijn ze hier en wij kunnen naar huis. Zet de tv even aan: RTL 4. (…kijkt naar tv buiten beeld) Tjee, hun jeugd afgenomen, willen liefst zo ver mogelijk weg, niemand doodschieten… En wij dan! Wij hier voor ze de kastanjes uit het vuur halen. Mooi niet! Eerst zij, dan wij! Als we er dan toch allemaal aan moeten. Maar wat klets ik. (Staat op, gaat met vinger over een grote rode vlek op de muur van de loods, ruikt aan zijn vinger) Slechte verf trouwens. Morgen is het afgelopen. We hebben wat te vieren. Niet in het minst mijn behouden terugkeer natuurlijk. (Ze drinken, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT aanvankelijk met tegenzin. SOLDAAT HERMAN zet telkens flarden van het lied ‘Wij houden van oranje’ in, geleidelijk aan beginnen de anderen mee te zingen, ze worden sentimenteel)

OUDERE MILITAIR Mijn vader had in Indonesië gevochten, kwam terug, dacht een baantje te krijgen. Maar hij kon kolen gaan sjouwen! Ja, een paar jaar later, toen hadden ze hem weer nodig. Toen kwamen ze aan de deur. Voor Korea. Om het Vrije Westen te verdedigen.

JONGE SOLDAAT Libanon, o Libanon, het liefste wat ik heb zit in Libanon.

SOLDAAT HERMAN Ik was de beste op de oefenbaan, eigenlijk was ik in alles de beste. Ik had álles kunnen bereiken in het leger. Als ik die mietjes niet was tegengekomen. Handen van het lijf, zei ik nog. Maar ze dachten dat ik een grapje maakte. Maar met zulke dingen lach ik niet. Ik heb ze vreselijk in elkaar geramd. Er was niets aan te doen. Ik moest het gewoon doen.

BODYBUILDER (staat plotseling daar in camouflagetenue dat zijn figuur goed doet uitkomen) Goedenavond.

OUDERE MILITAIR U bent vroeg, u bent de eerste.

SOLDAAT HERMAN (kijkt bewonderend, raakt de bovenarmen van de BODYBUILDER aan) Tjee, wat een spieren, daar zitten wat oefenuurtjes in! De superioriteit straalt er toch vanaf, zeg nou eerlijk. Als je dit ziet kun je toch niet volhouden dat die Moslims gelijkwaardig zijn, dat ze dezelfde rechten hebben. ‘t Is toch in één oogopslag duidelijk wie hier de baas moet zijn.

BODYBUILDER Ik ben Moslim. Ik kom jullie een voorstel doen.

SOLDAAT HERMAN Moslim? Met zo’n lichaam, dat bestaat niet!

BODYBUILDER (richt zich tot de OUDERE MILITAIR) De zaak is ernstig. Ik ben commandant Pilav. Morgen doen de Cetniks een beslissende aanval. We denken een kans te hebben als Dutchbat zijaanzij met ons wil vechten.

(De JONGE SOLDAAT kijkt hoopvol, de OUDERE MILITAIR schrompelt in elkaar, SOLDAAT HERMAN zegt verontwaardigd)

SOLDAAT HERMAN Wat!

BODYBUILDER (Gaat ernstig verder) U, wij allemaal weten wat er gebeurt als we ons overgeven. U bevindt zich hier bij een loods waar al eerder massa-executies hebben plaatsgevonden. Alle mannen zullen worden afgeslacht. Net als in de andere plaatsen die de Cetniks hebben veroverd. Iedereen kan dit weten, want het is overal gebeurd. Als u niet samen met ons vecht, zult u medeverantwoordelijk zijn voor de moord op duizenden mannen.

JONGE SOLDAATIk wil vechten!

(De OUDERE MILITAIR lijkt nog verder in elkaar te krimpen)

SOLDAAT HERMAN Shit, wat een klerezooi!

(Er klinken voetstappen en geweerschoten vlakbij, de BODYBUILDER duikt de coulissen in)

OUDERE MILITAIR (dronken) Er moet iets gebeuren. We hebben te weinig steun. Er moet iets gebeuren dat de Amerikaanse politieke opinie achter Clinton gaat staan. En dat de Russen de Serviërs moeten laten vallen. Zoiets als op de markt van Sarajevo. We moeten ze tot iets provoceren waardoor er een ommekeer ontstaat. Enkele tientallen levens om duizenden te redden. (Jankt) Hoe moet ik het thuis uitleggen als mijn jongens niet terugkomen? (Begint te zingen:) ’De machtigste koning van storm en van wind is de arend geweldig en groot.’

SOLDAAT HERMAN (zingt aanvankelijk mee) Shit, ik ben ervandoor. Straks laat ik mijn hachie voor iets waar ik totaal niet achtersta. Dat zou ik mezelf erg kwalijk nemen.

JONGE SOLDAAT Dat is een fascistenlied.

OUDERE MILITAIR Dat zongen we vroeger al bij het kampvuur en bij de wandelclub. Je kon er prachtig op marcheren. De wandelclub van het gekkenhuis won trouwens altijd de eerste prijs. Die waren door niks afgeleid en gingen kaarsrecht en fier 25 kilometer lang de paden en lanen door.

SOLDAAT HERMAN (verdwijnt, stilte, de OUDERE MILITAIR neuriet, dan buiten beeld schreeuwend) Kleremoslims, laat me door. Herman laat zich niet tegenhouden. Niet door een stelletje schapeneukers. Jullie zijn het niet waard dat we voor jullie opkomen. Weg met de ayatolla’s! Ga uit de weg, stelletje fundamentalisten! Herman gaat door! (Er klinkt een schot, stilte, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT kijken elkaar aan)

(Hevige beschietingen, lichtflitsen, geren over de hangbrug, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT gaan in dekking, dan laat de brug aan een kant los en dondert naar beneden. Het wordt stil, er klinkt marsmuziek, de ‘standaard’ met een open gesneden varken erop wordt het toneel opgetrokken en achter op het toneel, het varken richting publiek, neergezet. De GENERAAL komt op en begint meteen het toneel met roodwitte plastic linten in ‘corridors’ te verdelen, zegt tegen de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT die opgesprongen zijn:)

GENERAAL Hier help even mee. Hier de vrouwen, daar de mannen. (Pakt de helm van het hoofd van de OUDERE MILITAIR en zet hem op, drukt zijn eigen helm op het hoofd van de OUDERE MILITAIR, gaat naar de coulissen en roept) Kom maar, jullie zijn hier veilig. Verenigde Naties hier, kom maar. Ja, u hier, ja en u daar. Prima.

(Er komt een schijnbaar eindeloze stroom van mannen en vrouwen op gang, die opkomen, via de uitgezette ’gangen’ lopen en weer afgaan. Telkens als er een man is afgegaan klinkt er een schot. De OUDERE MILITAIR staat stram in de houding en salueert met op zijn hoofd de helm van de GENERAAL.)

Ons volk is blij, majoor. Ze schieten in de lucht. Ze zijn terug op hun geboortegrond. Ze zijn blij, majoor!

(De GENERAAL blijft de mensen lokken en indelen)

Ja, kom maar, u daar en u daar. ‘t Gaat goed zo. Verenigde Naties ja, komt u maar hoor. In spin de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit. Zo was het toch, hè majoor?

(De JONGE SOLDAAT krimpt bij elk schot in elkaar alsof hijzelf geraakt wordt. Een salvo machinegeweervuur, doorgaand terwijl de lichten uitgaan. Stilte )

EINDE

EPILOOG 

Terwijl de lichten zijn aangegaan, het publiek eventueel klapt en de acteurs buigen, doet de JONGE SOLDAAT plotseling een stap naarvoren, er klinkt een schot, de JONGE SOLDAAT krimpt in elkaar, doet nog een stap naarvoren, weer een schot, krimpt weer in elkaar, nog een stap, maar stoot dan een woedende schreeuw uit, draait zich om en rent op de OUDERE MILITAIR en de GENERAAL af, deze doen een stap opzij om hem door te laten, maar hij sleurt ze met gespreide armen op hun keelhoogte achterwaarts mee en spiest ze ieder aan een kant naast het varken op de ‘standaard’. Dan blijft hij er hijgend even naar kijken. Het licht gaat uit. De acteurs blijven in het donker doodstil op hun plek staan. Vóór de zaallichten aangaan zijn ze verdwenen en KEREN NIET TERUG.

_________________

(c) juni 1996, 2005 Meurs A.M

Verkrijgbaarheid: bestellen  en  Boekwinkeltje Wonderland.

ROME, met in mijn hoofd When I paint my masterpiece (and Botticelli’s niece)

ROME, met in mijn hoofd When I paint my masterpiece (and Botticelli’s niece)

Net door de poort onder de gebouwen door, met in mijn hoofd voortdurend de Bob Dylan song ‘When I paint my masterpiece’, realiseerde ik me schrikkend dat ik een militair in een kantoortje was gepasseerd , en dat wat ik eerst voor ‘hallo’ had gehouden ook ‘halt!’ kon geweest zijn,  en hield ik met ingetrokken nek mijn pas in, voor de zekerheid,  en ook om vooral niet de indruk te wekken dat ik voor dat ‘halt!’ wegvluchtte, wat dodelijk kon zijn.
Er gebeurde niets, het moest ‘hallo’ geweest zijn. Op de vraag van de receptioniste of ik professor, wetenschapper, leraar, schrijver, of tenminste journalist was, durfde ik niet te zeggen ‘schrijver’ en probeerde mijn lafheid te verbergen met het grapje ‘allemaal’. De receptioniste schonk me goedmoedig de korting.
Naast de receptie stond op een paar meter afstand een opvallend klein vrouwtje me al een tijdje toe te lachen telkens wanneer ik in haar richting keek. De gids is een  gidsje, dacht ik, van ongeveer 50 jaar oud en niet groter dan 145 centimeter. In een uniformpje met een zwarte rok en een blauwe blouse, met zwart gelakte schoenen en glad donker geverfd haar. Ze droeg een zwart gerande bril. Ze glimlachte steeds en sprak alleen Italiaans. Ze stapte met afgemeten passen voor me uit, keek telkens om of ik volgde. Ze hield de zware deur met haar kleine lijfje open en zei ‘grazie’ wanneer ik de deur van haar overnam. Ze bracht me naar de overkant van een binnenplaatsje, draaide dan op haar hakken naar rechts en maakte een armgebaar in de richting van ‘Het perspectief’. We bevonden ons 10 meter van een zuilengalerij met daarachter een pad tussen rechthoekig geschoren hagen met op het einde het beeld van een romein met helm.  De afstand tot de romein leek 100 meter, hij leek 1 meter 80. Maar ik had gelezen dat het geheel  niet meer dan 9 meter diep was en de romein nog  geen 90 centimeter hoog. ‘Unbelievable,’  zei ik zoals van me verwacht werd tot het vrouwtje. Zij glimlachte stralend.

Perspectief

Op het binnenplaatsje stonden twee rijk beladen sinaasappelbomen. En er waren minstens twee katten. In de boom zat een vogel die schreeuwend de kat uitdaagde. Die sprong dan tegen de boom terwijl de sinaasappels vielen. Het vrouwtje bracht me naar binnen naar de zalen met honderden jaren oude schilderijen, tafels, kasten, vazen en beelden. Een oude man en vrouw verwelkomden me. De man wees naar een stapel catalogi in verschillende talen. Elke kleine zaal had een eigen stapel . Mijn oog viel meteen op een schilderij van een kardinaal in een fel rood kleed. Het kwam me bekend voor. Het moest ergens voor gebruikt zijn,  een boek of een film. Als ik naar de schilderijen van de Vlaamse en Hollandse schilders keek, viel me op dat ze opvallend helder en scherp waren geschilderd.
Toen ik moe van een hele dag lopen op een bank onder een raam had plaatsgenomen kwam een jonge vrouw de luiken sluiten en moest om ze te vergrendelen op een stoel gaan staan om bij het haakje te kunnen. Terwijl zij zich rekte stond plotseling het gidsje in de deuropening en rekte zich  schijnbaar onwillekeurig met de vrouw mee. Betrapt draaide het kleine vrouwtje zich dan bruusk om en verdween.
In de poort groette ik luid de militair. Met opnieuw het lied van Bob Dylan in mijn hoofd dacht ik aan het kleine gidsje. Nu iedereen weg was en het licht nog goed installeerde het vrouwtje op het binnenplaatsje een camera met zelfontspanner, bukte zich maar een heel  klein beetje om onder het koord voor de Prospettiva door te gaan en stelde zich op achter de romein aan het eind van het plantsoentje. Met haar 145 centimeter torende ze hoog uit boven de nog geen 90 centimeter van de romein.  Op de foto keek ze die avond naar een diepe galerij met daarachter een plantsoen en op wel 100 meter afstand een grote stoere krijger met achter hem een reuzin.

Ik zong zacht hardop: ‘Everything will be different, when I paint my masterpiece.’

Bob Dylan and the Band When I paint my masterpiece           

Reversed Ispahan: flying for those in power in EU the British meet the same people in power at home

Reversed Ispahan: flying for those in power in EU the British meet the same people in power at home

THE GARDENER AND DEATH

A Persian Nobleman:

This morning, with a face turned pale from fright,

My gardener rushed in, “Sir, if I might!

“At work, just now, I stopped to take a breath,

And looked up from the roses. There stood Death.

“Startled, I quickly left the work I’d planned,

But saw full well the menace of his hand.

“Lend me a horse and I will make it run.

Before night falls I’ll be in Ispahan!”

This afternoon (I’d long since watched him flee),

I chanced on Death beneath a cedar tree.

When he just stood there in his cloak of grey,

I asked about the threat he’d made that day.

He smiled, “It was not threat as he surmised.

I raised my hand because I was surprised,

“To find a man here working in the sun,

Whom I must fetch tonight in Ispahan.”

P.N. van Eyck [Pieter Nicolaas van Eyck] (1887-1954)

Translation from the Dutch by David Colmer

HET OMGEKEERDE ISPAHAAN: Vluchtend voor de machthebbers van de EU komen de Britten thuis dezelfde machthebbers tegen

HET OMGEKEERDE ISPAHAAN:
Vluchtend voor de machthebbers van de EU komen de Britten thuis dezelfde machthebbers tegen.

DE TUINMAN EN DE DOOD

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”

Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”

P.N. van Eyck ( 1887-1954 )