Bouwvakkersopstand, aanval op Telegraaf 1966 Uit: Mijn liefde is scharlakenrood

Twee dingen doen me de afgelopen dagen aan de Bouwvakkersopstand en de aanval op de Telegraaf in 1966 denken: Een nooit eerder gepubliceerd manuscript met de naam Hittegolf van Jan Wolkers hierover, in het nieuws door de biografie, én de vluchtelingvijandige uitlatingen van bouwvakkers vanaf de steigers tegenover een al lang en nog lang leegstaand pand in Diemen waaruit vluchtelingentussenprocedures geforceerd door de politie werden verwijderd.
De laatste bouwvakkers waren duidelijk op de hand van de Telegraaf, Powned, PVV, Pegida, Baudet e.d. In 1966 was dat heel anders.
(Zie voor alle recente informatie mijn facebookpagina)

De roman Mijn liefde is scharlakenrood bestaat uit 3 delen. In het eerste deel, De jongeman T,  wordt zijn aankomst in Amsterdam beschreven tijdens de opstand, in het tweede deel, Rooie Willem,  zien we deze vanuit de leider van de Rode Jeugd, in het derde deel kijkt dakloze verslaafde Kitty vanuit haar leven in 2003 terug op haar leven vanaf 1966. Hieronder De Jongeman T.
(Het betreft de 2e druk waarin enkele latere correcties niet zijn verwerkt)

1966
De Opstand
Op 14 juni 1966 komt T via het Centraal Station Amsterdam binnen en
krijgt op het stationsplein een stencil in zijn handen geduwd dat gericht is
“Aan de arbeidersklasse en de jeugd van Amsterdam”.
Dat is allebei precies wat ik voortaan ben, denkt T en leest: “Sinds
gisteravond een arbeider door de politie is doodgeslagen is Amsterdam
één groot slagveld.”
Nu pas kijkt hij om zich heen, naar de overkant, naar het
Victoriahotel, en merkt dat de drukte zoals hij die zich had voorgesteld
geen normale drukte is. In het midden wordt deze gevormd door twee
groepen van elk honderden personen die op een afstand van zo’n vijftig
meter tegenover elkaar staan. Nu eens komt de ene groep al stenen
gooiend naar voren en dringt daarbij de andere, die uniformen en rieten
schilden en stokken draagt, achteruit. En als op een commando deze
geüniformeerden naar voren komen, wijken de anderen op hun beurt
terug, waarbij sommigen zelfs in het station verdwijnen waar ze veilig zijn
voor de traangasgranaten die door de geüniformeerden in hun midden
worden geschoten. Soms worden deze granaten door dapper voorwaarts
rennende jongeren teruggegooid.
In een wijde kring, aan de overkant van het water aan beide zijden
van de brede dam tussen stationsplein en winkelstraat, staan om deze twee
groepen heen misschien wel duizend toeschouwers.
T wil verder lezen maar zijn ogen beginnen te tranen en terwijl
hij erin wrijft krijgt hij een klap op zijn hoofd. Hij strompelt zonder op te
kunnen kijken naar de zijkant van een kraampje en zakt in elkaar. Er komt
een vrouw naar buiten die hem wil wegjagen: “Wegwezen, niet gaan zitten.
Ik moet die rotzooi hier niet hebben.” Maar ze gaat terug binnen als ze
merkt dat het geen zin heeft, hij ziet haar niet eens.
Hij komt na een tijd overeind en begint langzaam in de richting van de
winkelstraat te lopen. Er zijn wel veel mensen maar die houden zich op
dicht tegen de huizen aan. Het lijkt of ze de brede middenbaan willen
vrijhouden voor de strijdende partijen. Maar die zijn op dit moment niet
te zien.
Dan naderen er midden over de brede winkelstraat demonstranten.
Ze schoppen en duwen met latten een zeker vier meter brede en
14 15
engel er bovenop, links zijn aan de gracht een paar café’s. Ik kan het beter
vragen, denkt hij, bovendien moet ik even zitten.
Aan de bar een man en twee vrouwen van tussen de dertig en veertig.
T neemt ook aan de bar plaats, laat twee krukken open. Ze kijken hem
belangstellend aan. Hij bestelt een pilsje.
“Dagje Amsterdam, jongen?” knipoogt de barjuffrouw. “’t Is
anders een rotzooitje op straat.”
“Maar bij ons ben je veilig, hoor jongen,” zegt een van de andere
vrouwen.
“Ik zoek een kamer,” zegt T, “ik wil hier komen wonen.” Hij
droomt even weg, denkt aan waar hij vandaan is gekomen, wat hij achter
heeft gelaten en aan zijn plannen. Voor zijn meisje is het nog het moeilijkst
te begrijpen. Ik heb het haar nog niet echt gezegd, maar ze zal wel voelen
dat het voorbij is, denkt hij, ik moet gewoon vérder.
“Heb jij geen kamertje voor die knappe jongen, Gé?” zegt de ene
vrouw tegen de ander.
“Me man ziet me aankomen,” zegt de vrouw die Gé wordt
genoemd. “Die vertrouwt me voor geen meter overdag thuis met zo’n
student. Neem jij hem maar, dan kom ik wel een keertje langs. Maar
misschien werkt hij wel gewoon en is-ie er overdag helemaal niet, wat zeg
jij, jongen?”
“Ik zoek werk,” zegt T. “Ik werk meestal in magazijnen, ik vind
wel wat.”
“Zo is dat, “ zegt de ene vrouw. “Die jongen vindt zo werk. Kom
bij ons zitten, jongen, we bijten niet en we zitten ook niet in bizniz. Neem
nog een pilsje.“
De barjuffrouw zet met een vragende glimlach het glas bier op de
bar naast Gé. T schuift naast haar. Gé legt haar hand op zijn bovenbeen,
ze leunt een beetje over hem heen terwijl ze met haar andere arm naar
buiten wijst.
“Niet doen,” zegt de andere vrouw. “Direct krijgt die jongen een
stijve pik.”
“Stil effe,” zegt Gé, ”ik wil hem alleen wijzen hoe hij een kamer
vindt. We doen je niks, je zit gewoon met een paar meissies die een jaar of
tien ouder zijn dan jij te praten. Heb je eigenlijk een meisje? Zal best. Zo’n
knappe jongen heeft vast wel een meisje.”
“Ja,”zegt T. “Nee,” zegt hij dan, “niet meer.”
“Nou, wat is het? Is het ja of nee. Je probeert ons toch niet te
versieren met je ‘nee’? Kijk, schat, je gaat hier rechtsaf de Brouwersgracht
op, tot over de Prinsengracht, dan ga je schuin de Westerstraat in en ben je
Het lijkt of hij Amsterdam opnieuw binnenkomt. Vlak naast hem
piept met luid gebel een tram. Links tussen twee kerktorens in staan op
een gebouw de teksten God roept u en God saves you. God gaat blijkbaar in
het Engels een stukje verder. Bij het stoplicht tegenover het Victoriahotel
doet hij geschrokken een stap terug de stoep op als er, vanachter hem
komend, een bus rakelings voor hem de bocht om raast. Ze willen me hier
gek maken, denkt T, maar ik laat me niet kennen.
Hij steekt over naar het Victoriahotel. Honderden bouwvakkers
zijn hier bezig andere bouwvakkers te dwingen een verbouwing van het
hotel stil te leggen, er wordt flink geduwd en getrokken. De bouwkeet
wordt in brand gestoken. Het talrijke publiek lijkt afwachtend de brede
winkelstraat, waar ook ergens de Dam moet zijn, in te kijken.
Politie op motoren en paarden voeren opnieuw charges uit.
Dan volgt over de volle breedte van straat en trottoir een rij agenten met
pofbroeken, laarzen en karabijnen. Ze doen in hun zwarte uniformen
aan Duitsers denken en het publiek lijkt navenant te reageren, de agenten
worden van alle kanten gestenigd. Ze hebben geen schilden en worden
gevoelig geraakt. Op bevel gaan ze onder luid boegeroep van het volk in
looppas over tot aan het Centraal Station en stellen zich daar op met hun
rug naar het gebouw.
“We zouden ze makkelijk baas kunnen als we maar alle wapens
mochten gebruiken. Maar dat is politiek, jongen.” T staat aan het begin
van een steegje en kijkt achter zich: blijkbaar een stille, in ieder geval
iemand die aan de kant van de politie staat.
Er wordt geschoten. Schiet men in de lucht of gericht? Weer
komen er motoren met zijspan en nu ook ruiters dicht langs de huizen.
Daarachter volgen over de volle breedte rijen agenten te voet met helmen,
latten en schilden. Bij het steegje staat een wagen met lege limonadeflesjes.
Zoiets vraagt erom. Ze regenen neer op de agenten. Een van hen trekt zijn
revolver. Hij vuurt enkele malen. Een man zakt in elkaar. Als T het idee
heeft dat de agent de revolver op hem richt, vlucht hij verder het steegje
in. Hij blijft nu op een half drafje doorlopen, want hij herinnert zich dat
hij een kamer moet zien te vinden en zal dan later naar de Dam gaan. Bij
de straten die hij kruist neemt hij steeds het steegje aan de overkant. Hij
gaat voorbij de deuren van een kerk waar een paar mensen uitkomen met
een folder in hun hand. Nu kan hij niet meer rechtdoor, moet links of
rechts, gaat rechts en plotseling ziet hij de eerste hoeren. Ze zijn overal
achter de ramen en in de deuropeningen. Hij voelt zich blozen en loopt
snel door. Hij passeert iets waarvan hij denkt dat het een enkele tientallen
meters hoge gashouder is en komt bij een gracht. Hij is bijna bij een brug,
aan de overkant is rechts van een winkelstraat een gebouw met een blauwe
16 17
achteraan opduiken en zich opnieuw wapenen. Maar plotseling merkt
hij dat er zich geen aanvallers meer tussen hem en het cordon politie
bevinden. Hij moet nu zelf gauw een steegje induiken, nog net op tijd
om de agenten voorbij te zien trekken onder het roepen van: “Pak ze!
Erachteraan! Pak dat langharig tuig! Breek ze de botten die stenengooiers.”
De truc met de steegjes kan ook andersom toegepast worden,
denkt T. Ik ga hier het steegje in en kom via het volgende steegje achter
de politie opnieuw op het Damrak en ben weer dichter bij de Dam.
Boerenslim, denkt hij en krijgt een kleur als hij denkt aan de gewonde
jongen bij het Centraal Station. Wanneer hij opnieuw op het Damrak komt
weet hij dat hij nog lang niet is waar hij wezen wil. Marechaussees met
gekruiste witte banden over hun rug en een rugzak, rieten schilden en
lange knuppels slaan er ongenadig op los. Mensen die uit de tram komen
en passerende fietsers krijgen klappen. Politie te paard en op motoren
drijven de demonstranten uit elkaar. Op de tramrails worden door de
betogers ijzeren staven gelegd. De orde in de gevechten lijkt aan beide
kanten weg. De woede bij de individuele demonstranten lijkt bovendien
groter te worden. T ziet hoe een man een agent met een bajonet aanvalt
en door een andere agent wordt neergeschoten. Een andere man die de
politie met een gebroken fles aanvalt krijgt een schot in zijn buik. Twee
agenten op motor met zijspan en een motoragent die is afgestapt slaan
samen in op een bromfietser die ze klem hebben gereden. Midden op
het trottoir ligt een man bewusteloos op zijn rug, zijn armen gespreid.
Aan de overkant, bij de Bijenkorf, worden enkele glazen toegangsdeuren
ingetrapt. Uitgerukte verkeersborden liggen als mikadostokjes over elkaar
heen.
Voetje voor voetje probeert T met zijn rug vlak langs de huizen
in de richting van de Dam te schuifelen. Als hij links kijkt in de richting
van waar hij vandaan is gekomen ziet hij hoe bouwvakkers voor C&A
een werkkeet in brand steken. Een busje van het bouwbedrijf wordt
omgesmeten op het Damrak. Een container verspert de weg. Op een
barricade ervoor staat een olievat in brand, zwarte rookwolken schieten
omhoog. Er vallen opnieuw pistoolschoten. T schuifelt verder, kijkt nu
in de richting van de Dam. Bij een volgend steegje, zo smal dat er geen
motoren of paarden in kunnen, krijgt een agent een karatetrap op zijn
kin en borst. Hij valt om en probeert zijn pistool te trekken. Hij krijgt een
schop tegen zijn hand en kijkt zittend de jonge aanvaller bang aan. Deze
verdwijnt met grote sprongen uit het zicht.
T gaat verder. Achter een busje ligt een marechaussee voorover,
half op zijn zij, het riempje van zijn sabel, die als een hopeloze erectie
midden in de Jordaan. Daar heb een juffie wel een kamertje voor je. Zeker
voor 75 piek, want dat is niet eens zo weinig.”
T herinnert zich niet dat hij verteld heeft wat hij kan betalen voor
een kamer.
“Maar wil je eerst naar de Dam? (Had hij dat ook al verteld?) Het
beste voor je zou zijn als je hier (ze wijst opnieuw over hem heen naar de
gracht) gewoon de Singel af liep, tot aan de Rozengracht, dan linksaf en
dan kom je achter het paleis, en aan de voorkant van het paleis is de Dam.
Maar als je dat interessant vindt, hoef je niet zo, dan ga je hier weer de
brug over, aan de overkant een beetje naar rechts, dan links het straatje in,
de Spuistraat over, de Nieuwe Zijds, telkens de steegjes aan de overkant
in, dan kom je vanzelf weer op het Damrak naar de Dam. Dat is leuker
voor je als je voor het eerst in Amsterdam bent. Maar kijk wel uit, want ik
geloof dat je al een beetje bezopen bent.”
“Ach meid, laat die jongen gewoon de Nieuwendijk aflopen,”
hoort hij de andere vrouw zeggen.
Hij is niet bezopen, weet hij, het is de klap. Maar hij had er niet
een paar pilsjes bovenop moeten nemen. Hij staat opeens op, legt 25
gulden op de bar, wat veel te veel is, en gaat naar buiten. Hij loopt de
steegjes in, soms zitten er hoeren, dan zijn er gezellig ogende winkeltjes en
café’tjes, dan weer is het duidelijk de achterkant van winkels en bedrijven,
van keukens van restaurants en ziet hij veel buitenlanders uit zuidelijke
landen. Uiteindelijk komt hij op wat blijkbaar het Damrak is, nauwelijks
20 meter van het steegje waar hij dit Damrak een uur of zo geleden heeft
verlaten.
Het is zeker lunchpauze, de drukte op straat wordt nog groter dan straks
al het geval was. Veel meisjes in korte rokjes en op hoge hakken zwermen
de straat op.
Ik moet en zal naar de Dam, denkt T. Het probleem is dat hij
zich achter een groep mannen bevindt waarvan de achtersten nog allerlei
projectielen, zoals stenen, halve tegels en latten, aan het verzamelen zijn
van de bouwwerf van C&A. Tegenover hen staan op vijftig meter afstand
agenten met helmen en schilden die met hun lange gummilatten tegen
de zijkanten van hun laarzen roffelen. De voorste demonstranten laten
zich blijkbaar niet intimideren, roepen: “Moordenaars! Fascisten!”, rennen
ondertussen naar voren en werpen hun projectielen, de latten aan de
voorkant verzwaard als speren. Dan rennen ze zwijgend langs de zijkanten
terug en verdwijnen in de steegjes, terwijl ondertussen de volgende rij de
aanval heeft ingezet. T is vol bewondering voor de strategie, vooral als
hij ziet hoe de eerste aanvallers via de steegjes zijn omgelopen en weer
18 19
Hij blijft inderdaad zonder op of om te kijken rechtdoor lopen, steekt
straten en grachten over tot hij in smalle straatjes komt. Dit moet de
Jordaan zijn.
“Waar vind ik hier een kamer?” vraagt hij plompverloren. Men
raadt hem aan bij de sigarenwinkel naar de raamadvertenties te kijken.
Terwijl hij bij een telefooncel staat te wachten, spreekt hem
een vrouw aan die achtentwintig jaar ‘gratis zonder iets te verdienen’ als
verpleegster heeft gewerkt. Haar vader, een heerboer, had haar naar een
ziekenhuis gestuurd en gezegd dat ze maar een patiënt moesten verplegen
van het geld dat zij verdiende, het tekort zou hij aanvullen. Haar man leeft
al zestien jaar zonder maag. Als hij weggaat krijgt hij een doosje mee met
twintig vakjes waarin verschillende soorten vloeibaar voedsel in plastic
zakjes. Ze praat in de tegenwoordige tijd maar zegt dan dat hij vorige week
aan kanker is gestorven.
“En nu heb ik zelf een bloedziekte,” zegt ze en toont een
medaillon met daarop Medisch Alert. “Dat is een nieuwe ziekte,” zegt ze,
“ze noemen het hemofilie. Dit wondje – ze laat een bepleisterde vingertop
zien – heb ik al vier maanden.” Dan moet ze haar plantjes gaan ophalen.
Na een paar telefoontjes, waarbij hij zich verplicht voelde om
tussendoor telkens een wachtende voor te laten gaan, komt hij terecht
bij een jonge blonde vrouw, nauwelijks vijf jaar ouder dan hijzelf, een
weduwe zoals ze meteen zelf zegt. Ze gaat hem voor naar een zeer klein
zolderkamertje, waarin onder het schuine dak net plaats is voor het eenpersoonsbed.
Het is er klam en er hangt aan een spijker in de balk boven het
bed een wollig colbertje op een hanger. Achter hen aan is een slungelige
jongeman naar boven gekomen, zegt “sorry”, dringt zich voorbij hen en
pakt het colbertje. “Dat is nog van mij,” zegt hij.
“Ik zie je zo bij het eten,” roept de vrouw hem naar beneden na.
T belooft nog dezelfde avond iets te laten horen.
Die is te versieren, denkt hij als hij weer op straat loopt. Of
wordt er een spel gespeeld? Is de jongeman van het bed op zolder naar het
bed van de weduwe opgeschoven en moet T wachten tot zij genoeg van
de jongeman heeft en hij op zijn beurt kan opschuiven en er opnieuw een
advertentie voor het zolderkamertje moet worden opgehangen? Ja, we zijn
in de grote stad, jongen, zegt hij tegen zichzelf.
Voor hem komt een jonge vrouw met half blote borsten en een
kort rokje een buitentrap af. Ze glimlacht naar hem en loopt voor hem uit.
Hij moet achter die benen en dat kontje aan, maar hij laat wel de afstand
iets groter worden. Hij volgt haar verschillende straten door, ze draait met
haar gat en kijkt niet om. Als ze een smalle gracht vlak voor een drukke
verkeersstraat oversteken, wordt daar het lichaam van een oudere man
omhoogsteekt, om zijn hand. Een voorbijganger geeft een schop tegen de
sabel. T kan nu het monument op de Dam zien. Even doorzetten.
Er worden stenen uit het plaveisel voor het paleis gehaald. De
politie schiet traangasgranaten af. Een houten huisje van de verkeerspolitie
wordt vernield. T is op de Dam. De verkeerslichten werken niet meer.
Van alle kanten probeert het verkeer zich een weg te banen. Sommige
chauffeurs vluchten weg uit hun auto waarop en waartegen stenen terechtkomen.
Andere rijden op het publiek in. Een bromfiets met een kist
achterop blijft op zijn standaard in de chaos overeind staan.
Politie en marechaussee hebben temidden van tientallen
voertuigen een soort hoofdkwartier gevormd. Het doet T denken aan
huifkarren in een cirkel, belaagd door indianen. Een arrestant wordt
geboeid in een zijspan afgevoerd. Agenten met verwondingen door stenen
worden in een busje weggebracht. De ene hoge pief van de politie houdt
de arm vast van een andere die met gebogen hoofd loopt. Ze zien er
potsierlijk uit in hun witte uniformen.
T kan niet lang genieten van zijn verblijf op de Dam. Hij wordt
de Nieuwendijk op gejaagd. Ook een bekende naam, denkt hij. Dan zal de
Kalverstraat ook wel in de buurt zijn. Maar er duikt een ander probleem
op. Potige figuren met boksbeugels, die ze soms in de zakken van hun
colbertje verstoppen, of met knuppeltjes die ze uit hun overhemd halen,
jagen jongelui terug de steegjes in naar het Damrak.
“Ze zijn voor jullie!” roepen ze naar de agenten die van de
andere kant komen. T, die nog steeds niet kan hollen, loopt voor ze uit,
weer vlak langs de gevel. Opeens wordt hij door een deur naar binnen
getrokken. “Die onderwereldfiguren zijn erger dan de politie,” zegt een
vrouw. “Wacht hier maar even tot ze weg zijn. Maar zorg dan wel dat je uit
de buurt komt, want je hebt nu geluk gehad. Misschien herkent dat gajes
je. Waar woon je?”
“Ik moet naar de Jordaan, een kamer zoeken,” zegt T. “Maar ik
moest eerst op de Dam zijn.”
“Daar heb je dan een mooie dag voor uitgekozen,” lacht de
vrouw. Ze steekt haar hoofd buiten de deur. “Nou, ze zijn weg. Hier
rechtsaf en dan gewoon steeds oversteken en rechtdoor blijven lopen.”
“Dankjewel,” zegt T.
“Niks te danken,” zegt de vrouw. “Als ik jou was ging ik even een
paar uurtjes liggen, je ziet eruit als een lijk.”
T probeert zo snel mogelijk door te stappen zonder te hollen.
Op naar de Jordaan, op naar zijn kamer.
20 21
T hurkt tussen de vuilcontainers met zijn broek op zijn enkels.
De kramp is naar het einde van zijn endeldarm getrokken en zijn ontlasting
loopt weg tussen de richels van de straatstenen. Hij moet van plaats
veranderen en andersom gaan zitten om te voorkomen dat de dunne
stront tegen zijn hakken loopt. Altijd van een helling af poepen en pissen,
leer dat nou eens, zegt hij in zichzelf. En nooit tegen de wind in plassen,
hoort hij zijn vader zeggen.
Het is zo goed als donker. De demonstranten en agenten rennen
voorbij. Hij voelt dat het nog niet over is in zijn buik, hij moet zich niet
afvegen voor hij zeker weet dat hij klaar is, want hij heeft eigenlijk niets
om zich af te vegen. Als hij geluk heeft vindt hij in een van zijn zakken een
pluizig papieren zakdoekje, maar hij vreest zijn gewone stoffen zakdoek te
zullen moeten opofferen.
Vlak voor hem wordt een meisje verkracht. Hij schrok toen ze
tussen de containers in kwam rennen en, toen ze niet verder kon, op haar
buik op een volgende sprong om er overheen te klimmen. Zo werd ze
gepakt door de marechaussee die haar achtervolgde. Hij bergt zijn ene stok
op en haalt zijn andere te voorschijn, denkt T, ik zou moeten schreeuwen
maar, als hij me al hoort, slaat hij me in mijn eigen stront, want ik kan
niet opstaan. Er is trouwens overal geschreeuw en vlakbij schreeuwt zíj:
“Typhuslijer, juut, fascist, vuilak!” En de marechaussee: “Hoer, stenengooier,
ik zal je leren!” T krijgt een nieuwe kramp, gevolgd door een golf
die over de straatstenen spuit. Het moet hier geweldig stinken, hoe kan
iemand aan sex denken in deze stank!
De marechaussee laat het meisje los, doet een stap achteruit om
zijn kleren in orde te maken, hij roept zoiets als: “Zo, en nou oprotten
en vlug een beetje!” Maar zij vlucht niet verder over de container maar
draait zich om en schopt liggend naar hem. Hij maakt een dreigend gebaar
met zijn knuppel. Maar zij komt van de container af naar hem toe en
begint hem te slaan en te schoppen en uit te schelden. Eerst slaat hij haar
keihard met zijn gummistok maar zijn slagen nemen in kracht af, hij lijkt
in te zien dat hij haar minstens bewusteloos moet slaan om van haar af
te komen. Hij pakt haar arm, draait die op haar rug en slaat haar in de
boeien. “Ik weet niet of ik hier goed aan doe,” schreeuwt hij, “ik heb het
gevoel van helemaal niet, ik zou je dood moeten slaan, heb ik het gevoel,
en misschien doe ik het nog als je niet meteen je gore kop houdt, jezus,
heb ik dat!” Hij duwt haar struikelend voor zich uit terwijl hij haar met een
hand vasthoudt.
Hij neemt zijn eigen aanklager mee, denkt T, en ik ben getuige,
maar ik kan alleen bevestigen dat er een verkrachting heeft plaatsgevonden,
ik zal niemand kunnen herkennen. Maar toch zal ik het doen. Als
opgevist. “Nog een slachtoffer van die moordenaars,” hoort hij iemand
zeggen. De sexy vrouw is rechtdoor gelopen, over de brede weg door het
plantsoen, ze vat post tegen de leuning van de brug erachter, zet haar ene
been voor het andere en steekt een sigaret op.
T is doodmoe en zoekt een lege bank in het plantsoen. Nu zou
ik mijn tas kunnen gebruiken voor onder mijn hoofd, denkt hij als hij gaat
liggen, maar die haal ik pas uit de kluis als ik straks een kamer heb. Hij valt
meteen in slaap.
“Dat is er eentje,” hoort hij roepen maar hij weet niet of het in zijn slaap is.
Een aantal breed geschouderde figuren staat om hem heen. Hij weet niet
wat ze willen, hij kan niet weglopen.
“Hij zit onder de hasj,” zegt er een. Geef hem een paar schoppen
onder zijn gat, anders blijft hij hier liggen.” T is te duf om iets te zeggen,
hij weet nauwelijks waar hij is, hij staat moeizaam op, beschermt met zijn
gekruiste onderarmen zijn achterhoofd waarop hij de klap heeft gehad
maar hij kan niet lang genoeg zijn billen dichtknijpen om te verhinderen
dat hij een puntige laars in zijn aars krijgt.
“Daar komt nog zo’n provo-nozem!” roepen ze. Ze steken een
lange lat tussen de spaken van een voorbijrijdende brommer. Die valt en
schuift een eind door.
“Onze jongens leren jullie dat wel af!” roepen ze. “Gisteravond
die bouwvakkers en nu die provo’s, wij moeten die rotzooi hier niet.”
T begint, terwijl hij probeert zich voor de geest te halen waar
hij de afgelopen dag geweest is, met pijn terug te lopen in de richting
waarvan hij gekomen is. Na een half uur staat hij voor het gebouw van de
Telegraaf, er staan honderden mensen voor, er ligt veel rommel op straat,
in de hal van het gebouw zijn politieagenten. Het is al negen uur, ziet T op
een torenklok. Zou ik niet iets moeten eten, ook al heb ik geen honger?
Hij loopt naar een plein en ontdekt het Lieverdje. Dat is beroemd van die
provohappenings, denkt hij. Hij koopt een broodje kroket en gaat terug
naar de Telegraaf.
“Ze gaan de eerste editie uitrijden,” zegt een man. “Dat moeten
we verhinderen, maar er is overal politie. We zijn eigenlijk met te weinig.
Dat was vanmorgen wel anders”
T heeft het gevoel dat hij moet overgeven. Hij ziet in een steegje
naar rechts een aantal verrijdbare vuilniscontainers en gewone ijzeren
vuilnisbakken staan. Hij krijgt kramp in zijn darmen. Stel je voor dat hij
in een arrestantenwagen zit en zo nodig moet. Er stijgt een gejoel op. De
vrachtwagens van de Telegraaf worden bekogeld. Maar dan is de politie
inderdaad overal, de demonstranten moeten rennen.
22 23
Hij neemt de tram terug naar het centrum en koopt een kaartje,
hij mag nu geen risico meer lopen, er mag geen tijd meer verloren gaan.
Een mooie hoer in een smal steegje maakt hem helemaal week door de
manier waarop ze zacht “ga je mee?” tegen hem zegt. Hij raakt er compleet
van ondersteboven en herhaalt het vaak.
Hij vraagt naar een kamer waar staat “Gemeubileerde kamer
te huur.” De hoeren in de deuropening staan te grinniken. “Wil je in de
business?” “Hij heeft wel een lekker kontje.”
Hij ziet hoe marechaussees een barricade aan een gracht
verwijderen.
Opeens staat hij voor een mooie hoer in een prachtig blauw licht
achter een raam.
Het lopen langs al die uitgestalde en poserende hoeren is voor T
een ervaring.
Op een brugje wordt een jongen door drie politiemannen met
gummiknuppels geslagen. Een man komt uit een café en zegt dat hij het
geen manier van doen vindt. Een agent met strepen op zijn mouw geeft
de man een klap boven zijn oog. De man blijft staan roepen: “Ik heb niks
gedaan. Arresteer me maar!” Er komen nog vijf agenten bij en met zijn
allen slaan ze op hem in.
Een Amerikaanse jongen spreekt T aan: hij houdt van het contact
met jongens, om ze te strelen maar niet verder te gaan. Dat deed hij wel
met meisjes, die neukte hij ook, zei hij, maar nu zocht hij een jongen en
geen meisje.
Die kunstenaar aan de Amstel, bij wie hij had aangebeld, had gezegd dat
hij daar wel een nacht kon slapen als hij niks anders vond, want de kamer
was al verhuurd maar de nieuwe huurder was er nog niet. Het is druk in
het café en rokerig ook en er zijn veel mensen tegelijk aan het praten,
hevig aan het praten mag je wel zeggen, en dan is er ook nog de jukebox
waar iemand steeds Great balls of fire op zet. Die zal daar ook wel een
bedoeling mee hebben, dat zal wel iets met de vuren op straat te maken
hebben. De man die hier vlakbij op een mooie kromme gracht zijn hondje
uitliet, een klein poezelig wit beestje, had gezegd dat er volgende maand
bij hem een kamer vrij kwam en dat hij die mocht hebben. Dus eigenlijk
kan hij nu nog wel een pilsje nemen, voor vannacht heeft hij onderdak en
volgende maand een kamer. Misschien vindt hij tot die tijd wel meer tijdelijke
adressen en desnoods moet hij een paar weken terug naar huis, dat is
ook geen ramp, kan hij meteen al zijn spullen meebrengen. Opeens denkt
hij aan zijn tas in het bagagedepot op het Centraal Station.
zij zegt dat hij het was, zal ik dat bevestigen, ik moet haar helpen, ik heb
iets goed te maken, ik ben alleen met mijn eigen problemen bezig geweest
en heb haar niet geholpen.
Hij vindt in zijn zakken om zich af te vegen alleen het stencil dat
hij op het stationsplein heeft gekregen. “Sinds gisteravond een arbeider
door de politie is doodgeslagen is Amsterdam één groot slagveld.” Hij
scheurt er een stukje af en dept zijn aars. Hij doet dat alleen om te
voorkomen dat het langs zijn benen loopt, want hij weet dat zo gauw hij
recht staat er een knakje in zijn darmen ontstaat waardoor hij opnieuw
moet. En zo gaat het inderdaad, hij moet weer snel neerhurken. Er blijft
nu een onuitstaanbaar schrijnende pijn aan zijn aars over die pas afneemt
als hij er zo snel hij kan een stukje papier tegen drukt. Hij blijft met kleine
stukjes deppen tot het stencil opgebruikt is en hij overweegt nog om het
laatste stukje voor de veiligheid tussen zijn billen te laten zitten. Maar hij
doet het niet, voornamelijk vanwege de mogelijkheid dat het er nog zou
zitten of uit zijn onderbroek zou vallen als hij deze in aanwezigheid van
iemand anders zou uittrekken. Dat hoeft niet bij een meisje te zijn, je kunt
ook in een cel of in het ziekenhuis terechtkomen, houdt hij zichzelf voor.
Als hij eindelijk opstaat is er niemand meer te zien bij de
Telegraaf. Hij is te snel overeind gekomen, hij voelt het in zijn hoofd.
Hij weet niet meer hoe hij hier gekomen is. Het is nog wel een drukke
straat waar de tram gaat, maar achter de straat zijn herenhuizen en daar
weer achter is een park. Hij denkt nu dat hij automatisch in de tram is
gestapt omdat de deuren toevallig opengingen op de plaats waar hij stond
te suffen. Dat hij in slaap is gevallen maar daarna de tram weer is uitgezet
omdat hij geen kaartje had. Hij moet wel terug naar het centrum voor een
kamer, het wordt al laat.
Bij een garage staan opvallend veel politieauto’s. Veel zien er
verfomfaaid uit: gebroken ruiten, deuken, lekke banden. Aan één kant
staat een aantal wagens dat provisorisch lijkt te zijn opgeknapt. Hier wel
nog deuken, maar geen gebroken ruiten of lekke banden. Bij deze wagens
duikt uit het niets een groepje van zes gebogen lopende jongelui op met
een getrokken mes dat ze langs hun linker of rechter been houden. Met
twee man per wagen steken ze eerst de achterbanden dan de voorbanden
lek. Elk paar doet dit bij zo’n drie wagens en verdwijnt dan uit het zicht,
bijna twintig wagens met stukgestoken banden achterlatend. Ze negeren
hem volkomen. Een guerilla-aanval op de politiegarage, denkt T. Goed
georganiseerd, mompelt hij en keert zich snel om en verdwijnt tussen de
huizen om niet de schuld te krijgen. Als hij gelovig was zou hij denken: ik
ben hier gebracht om dit te mogen aanschouwen.
24 25
eerder op de dag gezien of kende hij hem uit het zuiden? Als het mannetje
terugkomt blijft hij tussen hun tafeltjes staan en zegt met een krakende
stem: “Zo, en welke revolutionair geeft er een armlastige acteur een
pilsie?”
“Sodemieter op, Hiep,” zeggen de jongelui, “je hebt gisteren
de hele avond van ons zitten zuipen, zogenaamd omdat je precies wilde
weten wat er op het Marnixplantsoen gebeurd was.”
“Solly, solly.” zegt het mannetje met een grimas en heft zijn
armen half in de hoogte en loopt door.
“Dat is Hiep, van de tv weet je wel,” zegt een van de jongeren,
terwijl hij zich over het gangpaadje naar T buigt, “aardige kerel, maar als
hij platzak is moet je hem kort houden, want hij kent geen maat, maar hij
vindt wel iemand anders om te bietsen, iemand die hem voor het eerst ziet,
bijvoorbeeld.”
“O, hij kan van mij wel een pilsje krijgen,” zegt T en kijkt
achterom maar kan Hiep tussen de mensen en de rook niet meer zien.
“Dat bedoel ik, “ lacht de ander. T heeft zich te snel omgedraaid,
voelt hij in zijn hoofd, maar hij is blij dat iemand hem zomaar heeft
aangesproken.
“’t Was een goed idee van mij om onder de provo’s te gaan
werken hè,” roept de rooie.
“Van jou?”
“Nou ja, van ons, maar ik heb er toch altijd voor gepleit, die
beweging onder de jongeren moet politiek gericht worden.”
“Daarom hebben we die 3000 pamfletten ook uitgedeeld, we zijn
niet voor niks de hele dag bezig geweest, en onze taak is dan om te zeggen
dat het politieoptreden bevestigt dat bij de minste aantasting van het
kapitalistische staatsapparaat geweld wordt gebruikt door de overheid.”
“Dat heb ik gelezen,” roept T en springt op, “ik was het er
helemaal mee eens maar wist niet wat revisionisten waren en toen kreeg ik
een klap op mijn kop.” Hij voelt het meteen weer in zijn hoofd.
“Kom bij ons zitten,” zegt de rooie. “Zullen we nog een rondje
bestellen? Jij nog een Uppie?” vraagt hij aan de overjarige student. Er is
van de zes stoelen aan het tafeltje er een vrij en T gaat zitten. Blijkbaar
blij met een toehoorder van buiten de groep beginnen ze door elkaar
heen te vertellen wat ze het afgelopen etmaal allemaal gedaan hebben.
Ze hebben ook gekalkt, de bouwvakker laat zijn nog halfwitte handen
zien, voor hem maakt dat niks uit, zegt hij, hem kunnen ze daar niet op
pakken, de emmer met de borstel staat nog achter, die moet terug naar de
bouwkeet, dan nemen ze de volgende keer wel een nieuwe. Volksverzet RJ
en Van Hall ten val. Weet hij wie Van Hall is?, de burgemeester dus. Maar
Waar heeft die met zijn rooie haar en baard het over? Hij is
misschien een jaar ouder dan T, hij maakt gebaren alsof hij iemand optilt
en over een hek gooit of ergens bovenop zet, bijvoorbeeld op de kap van
een auto. “Oef!” zegt hij daarbij en lacht terwijl hij een sliert schuim uit
zijn snor veegt. Als iemand hem even blijft aankijken of als het gesprek
even stokt, herhaalt hij de voorstelling en telkens begint het hele groepje
weer te lachen.
Als de rooie het al een poosje niet meer gedaan heeft, neemt een
andere jongeman van de groep, groot en forsgebouwd met half lang sluik
haar, het over, trekt de aandacht van de rooie, zegt: “Willem!… Oef!” en
maakt het optillende en wegwerpende of neerzettende gebaar. Net zolang
tot Willem er genoeg van heeft: “Doe nou maar even normaal, Merkel!”
“Hé, geen namen, hadden we afgesproken,” zegt Merkel. Hij
loopt naar de jukebox en zet opnieuw Great balls of fire van Jerry Lewis op.
T heeft meer vertrouwen in wat, weliswaar ook in verschillende
versies herhaald, een man van tegen de vijftig vertelt, een bouwvakker aan
zijn knuisten en kleren te zien, die bij hen aan tafel zit en die naast zijn bier
ook een borrel drinkt.
“Ze begonnen meteen te slaan. Ze vroegen wel of je je wilde
verwijderen, maar toen ik me omdraaide om te kijken of ik achteruit
kon, zaten daar mensen op straat en kreeg ik een klap vanachter op mijn
schouder. Toen ben ik terug gaan slaan, we moesten wel, konden geen
kant op. Ze hadden van die lange latten en wij hadden alleen onze vuisten.
Later, toen we wat meer afstand hadden kunnen nemen, gebruikten we
fietsbellen, stenen, vuilnisbakken, alles wat we te pakken konden krijgen.
Maar toen was het voor mijn maat te laat, die had een zwieper op zijn slaap
gekregen en nog een paar klappen toen hij al voorover op de grond lag,
en toen reed er in volle vaart achteruit nog een politiebus over hem heen.
Want ze maakten dat ze wegkwamen die smerissen. Ze konden ons niet
baas, maar wat schiet je ermee op als je maat dood wordt weggedragen! We
hebben ze daarom vandaag flink te pakken genomen, en dat stinkblaadje
ook. Best mogelijk dat Jan een hartaanval heb gehad, maar die is wel aan
die klappen en dat over hem heen rijden te danken!”
“Voor mij was het meteen duidelijk dat het moord was,” zegt een
man met een bril die er uitziet als een wat oudere student.
“Maar jij was er toch pas nadat ik je gebeld had, een uur of negen
was jij er, toen hadden ze hem toch allang in die ziekenauto afgevoerd?”,
zegt de rooie die Willem wordt genoemd. “Sorry,” zegt hij dan, “ik weet
het, je hoeft niet overal zelf bij te zijn om er een oordeel over te vormen.”
Er komt een mannetje tussen de tafeltjes door in de richting
van de toiletten lopen en T zou zweren dat hij hem kende. Had hij hem
26 27
een stille zijn,” zegt de overjarige student nog. “Dit is geen stille,” zegt de
bouwvakker, “daar is hij te onschuldig voor.” Ze leggen hem neer op een
matras op een ongeverfde houten vloer vlak voor een oude stencilmachine.
Hij slaapt een gat in de dag. Als hij niet wakker is te krijgen slepen ze hem
met matras en al naar de slaapkamer. Later wordt hij uitgenodigd om aan
een vergadering deel te nemen. Ze vragen hem wat hij vindt van de tekst
van het krantje dat ze aan het maken zijn. Hij kan zich niet concentreren.
Hij vertrekt aan het begin van de avond. Vanuit een café op de hoek van de
Staalstraat en de Kloveniersburgwal neemt een taxichauffeur hem dwars
door de stad mee naar zijn vrouw in West voor een warme maaltijd. Ze
dient o.a. heerlijke gebakken krieltjes op. T heeft geen idee of ze van zijn
komst op de hoogte was. Het remmen, optrekken, rakelings langs mensen
en dingen rijden is volkomen nieuw voor T. Iedereen is aardig voor hem in
Amsterdam, maar het is goed dat hij dan nog niet heeft gegeten.
Teruglopend richting centrum ziet hij een Vietnamdemonstratie.
Op een hoek dringen er opeens agenten in de stoet en pakken het doodskistje
af dat twee jonge meisjes meedragen. Met zichtbare wellust trappen
ze het kistje stuk. Een auto waaruit een bord steekt met daarop Johnson
moordenaar wordt aangehouden, moet mee, achter een politieauto aan .
Hij drinkt te veel, hij gaat te vaak een café binnen, hij kan niet tot
het besluit komen om tijdelijk terug naar het zuiden te gaan.
Zoals ze voor het raam zit is ze fantastisch. Hij is een paar keer
langs haar gelopen. Ze volgt hem met haar ogen zonder van houding
te veranderen. Als hij eindelijk op haar afgaat, is hem net iemand voor.
Ze kijkt naar hem terwijl ze het gordijn sluit. Als hij een heel eind heeft
rondgelopen, komt hij min of meer toevallig weer voor haar venster
terecht. Hij gaat naar binnen en vraagt hoeveel en ze zegt twintig gulden.
Ze denkt dat hij weer weg wil, want ze maakt de deur open. Neenee, zegt
hij, ik wil voor twintig gulden.
Later belt hij aan bij de kunstenaar waar hij als hij niks vond een
nacht zou mogen slapen. Dat sloeg op de vorige nacht maar hij wordt niet
weggestuurd. Het redactieadres van de Rode Jeugd moet in de buurt zijn,
maar hij kan het niet meer vinden. Hij is nog altijd niet in zijn normale
doen, heeft nog steeds hoofdpijn.
Op zijn derde dag in Amsterdam zakt T in het Oosterpark in elkaar. In het
aan het Oosterpark gelegen O.L.Vrouwegasthuis ontdekt men de verwonding
aan zijn achterhoofd. De behandelend geneesheer maakt zich zorgen
omdat T met tussenpozen geheel buiten kennis raakt. In die tussenpozen
het gaat ook om naamsbekendheid voor hun organisatie de Rode Jeugd.
Binnenkort verschijnt hun eerste krantje. De jongeren rond provo en de
Vietnambeweging moeten gepolitiseerd worden. Het is de rooie die dat
zegt.
Hiep komt opnieuw voorbij. Rot op, Hiep! Had hij nou een
kamer gevonden of niet, hoe zat het ook al weer? Hij kan slapen aan de
Amstel, zo was het, waar is de Amstel?
Als arbeiders zomaar doodgeslagen kunnen worden, dan heb
jij het morele recht om terug te slaan. Als de Amerikanen duizenden
Vietnamezen doden en jij weet dat ze daar niks te maken hebben en je staat
aan de kant van de Vietnamezen, dan heb je de plicht hier de strijd mee
te helpen voeren en een Amerikaan te pakken, bij voorkeur een soldaat
natuurlijk, een die in Duitsland is gelegerd bijvoorbeeld en in Amsterdam
naar de hoeren komt. Dat is de overjarige student. De anderen vinden dit
overdreven. Het morele recht hebben is nog niet hetzelfde als strategisch
verstandig, je moet de bevolking mee zien te krijgen, dat andere werkt
averechts. Bepaalde dingen, zoals ruiten ingooien, zou nog wel kunnen
om de mensen wakker te schudden dat de Amerikanen heel wat meer
doen dan ruiten ingooien. Die met het rode haar zegt dat hij er wel bij
is, bij dit soort dingen, maar op afstand, omdat hij teveel opvalt, iedereen
kent hem, en hij krijgt altijd de schuld.
De rooie drinkt veel. De overjarige student niet, maar hij heeft
geleerd om erbij te blijven, uit wantrouwen. Hij heeft gemerkt dat er ’s
avonds laat aan een tafeltje in de kroeg dingen besproken en beslist zijn
waar hij niet bij was. Er zijn zelfs besluiten teruggedraaid en dus niet uitgevoerd
.
“Het zijn jongelui,” zegt de bouwvakker, “die het nu doorzetten.
Dat is niet erg. Het is goed dat de ME sowieso een lesje krijgt. Wij moeten
morgen weer vroeg op. Ik moet om half acht in die keet zijn. Of we wat
doen weten we nog niet.”
De forse met zijn lange sluike haar zegt niet veel, zeker sinds hij
dat optillende en wegwerpende gebaar niet meer mag maken, hij zet wel
steeds de plaatjes op en is volgens T misschien wel de aardigste. T gelooft
nu ook niet meer dat de rooie zelf een agent heeft opgepakt en op de kap
van een auto heeft gezet, dat is meer iets voor de bouwvakker. De jonge
forse met het lange sluike haar die Jan heet – voornamen mogen blijkbaar
wel – zou het misschien ook kunnen maar lijkt hem te zacht. Jan is wel
goed in armworstelen, de rooie heeft geen schijn van kans, maar Jan is
geen vechtersbaas, zoals hij zelf zegt.
T zakt weg, ze vinden dat hij ook wel erg bleek ziet. Ze nemen
hem mee naar de Kloveniersburgwal, naar hun redactieadres. “Het kan wel
28 29
Rijdt vader auto? Een vouwfiets lost zijn parkeerproblemen op!
Zowel degenen die passief kijken als die actief deelnemen, moeten tot de
orde worden geroepen. Dat betekent véél politie.
Je moet niet zo kwaad kijken. Dat was de tweede keer die dag dat
ze dat tegen hem zeiden.
Geen steun van minister Smallenbroek voor burgemeester van
Amsterdam. Idee Mobiele Eenheid in 1935 ontstaan in hoofdstad. Elk lid
van politiekorps wordt voor paar jaar bij deze organisatie ingedeeld, terwijl
hij tegelijkertijd gewoon dienst doet bij een van de afdelingsbureau’s.
Jij niet uitkleden. Haar achterste heeft hij niet gezien.
Modellen 1966, de pantalon die gemakkelijk zit en toch modern
is met of zonder kapnaad, licht in gewicht, luchtig in dragen. Provo kreeg
stok in pijp van broek tegen vluchten. Boetes van f.2000,- voor roetkapontgroening
de dood ten gevolge hebbende, voor de twintigers jhr. J.C.F
von M., W.O. baron van B., M.L.B.F. baron de L.
Zoals ze voor het raam zat was ze fantastisch.. ’t Is nog een
groentje, volgens mij is het een poot.
Hoe was tenslotte uw indruk over het politieoptreden? Het was
zeer cru, dat slaan met die lange latten en dat omverrijden van de mensen
op het trottoir.
Je bent bruin, waar ben je op vakantie geweest? In Italië.
De begrafenis van Jan Weggelaar. Een lange zwijgende stoet
door de Jordaan. D’r zullen wel stillen zijn. Wat een warmte deze week.
Zorg dat je je geld niet verliest, het valt uit je broekzak. Misschien
dat hij nu makkelijker een meisje durft te versieren.
Evenals ik zult u de gevolgen hebben bemerkt van de ondermijnende
krachten die voortdurend probeerden en nog proberen het gezag te
doen devalueren.
Ik waarschuwde je al van tevoren. Ze was fantastisch zoals ze
voor het raam zat.
De moeder van een in Velsen gelegerde dienstplichtige heeft van
de commandant van de compagnie van haar zoon een schriftelijk verzoek
ontvangen mee te werken om haar zoon zijn activiteiten als provo te doen
staken.
Je hebt wel verbeelding. Een ritmisch strak herhaald gebaar
zonder warmte. Je hebt te veel gedronken, schat. Drink jij nooit?. Wil je
een sigaret? Ben ik mooi?
Vier communisten gearresteerd. Op het redactieadres van de
Rode Jeugd aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam zijn zaterdagmiddag
vier redacteuren van het blad van de marxistisch-leninistische jongerenlijkt
hij voortdurend te dromen, er wordt een grote activiteit waargenomen
achter de niet geheel gesloten oogleden.
Ze was erg mooi, mooier dan hij op dat moment besefte. Voor vijfentwintig mag je me
helemaal naakt, een half uurtje. Ze ging hard met zijn pik op-en-neer. Ik kan niet
neuken met een slappe loel, zei ze.
Commissaris Molenkamp verklaart: bouwvakker Weggelaar
vermoedelijk door steen getroffen. Getuigen: Politie begon er direct op
los te slaan.
Als jij niet steeds zo commercieel zat te praten, zou ik wel
kunnen. Niet te veel met mijn borsten spelen, ik ben getrouwd en heb
twee kinderen. Zoenen niet, toe, daar houd ik niet van.
Ik had sabels, traangas en helmen nodig, aldus hoofdinspecteur
Wit. Twee Duitse Starfighters bij Harlingen neergestort. Er zijn nu 58
Duitse Starfighters neergestort sinds de Luftwaffe dit toestel in 1961 in
gebruik nam.
Ze had spitse, geen volle borsten. Je hebt te veel gedronken. Ze
deed het zo wild dat hij niet overeind kwam. Opeens ging ze haar collega
met hond roepen.
Het nieuwste model met zichtbare gasstand. Nog maar 3
dagen, dan is het Vaderdag! Winkels ergst getroffen. De schade in de
Amsterdamse binnenstad is volgens ramingen miljoenen guldens groot.
Bekende slagzinnen Het zal je gebeuren en Goed dat er politie is nu niet zo op
zijn plaats
Niet te veel friemelen. Ik waarschuwde je al van tevoren, hij
kwam zo op me af. Ze maakte met haar handen een wurggebaar.
Mag ik misschien? Voor vijfenveertig gulden! Hij wil zijn geld
terug, daar heb ik me dan helemaal voor uitgekleed!
Te gevaarlijk bij stadhuis. Huwelijken elders gesloten. De politie
had inmiddels de gummistok opgeborgen en in plaats daarvan de sabel
getrokken.
Je hebt wel een Duits accent. Ik ben een Duitse. Ik vind je erg
mooi.
Die hond interesseert me niet.. Maar als ze met zes man komen
zal het je wel interesseren.
De weduwe van de maandag bij een betoging overleden
bouwvakker verklaarde dat zij geen genoegen neemt met de gerechtelijke
sectie
Mannen met een zuidelijk uiterlijk werden veel geweigerd. Hij
heeft een andere mooie naakte vrouw voor zich gehad. Jammer dat hij zo
dronken was.
30 31
tieadres laten slapen. Hij weet niet meer waar het was. Hij moet dat artikel
van die Bomans te pakken zien te krijgen. Daar staat het adres in. Daarom
kon de politie er recht op af gaan. Maar hij is doodmoe.
Men constateert bij T een hersenschudding en algehele verzwakking. Men
houdt hem tien dagen in het ziekenhuis en adviseert hem terug te gaan
naar zijn ouders om verder aan te sterken. Verder raadt men hem aan om
zijn komst naar Amsterdam nog eens te overwegen, aangezien hij in zijn
eentje blijkbaar de neiging heeft zich te verwaarlozen. T brengt daartegen
in dat hij over enkele weken een kamer heeft, wat een groot verschil maakt.
Een maand later komt hij opnieuw Amsterdam binnen.
groep door Amsterdamse rechercheurs aangehouden. Zij worden verdacht
van opruiing en belediging van het openbaar gezag.
’t Is nog een groentje. ’t Is een poot.
Zodra de politie maatregelen neemt door overtreders op te
pakken, moet proces-verbaal worden opgemaakt. Dit als commentaar op
het wegvoeren van demonstranten per vrachtwagen naar ver buiten de
stad liggende punten.
Toen hoofdinspecteur Th. Sanders en vier politiemannen zaterdagmiddag
het pand aan de Kloveniersburgwal binnenstapten, was er juist
een redactievergadering aan de gang. De redacteuren waren volkomen
verrast. De politiemannen namen twintig exemplaren van Rode Jeugd in
beslag. Er zouden vijfhonderd exemplaren zijn verspreid. Ook de kopij
voor het nieuwe blad van de jongerengroep werd voor onderzoek in beslag
genomen. Volgens justitie is de politie tot een onderzoek overgegaan naar
aanleiding van een artikel van Godfried Bomans in de Volkskrant, getiteld
De Raddraaiers.
Mooi zwart schaamhaar, zo mooi zwart alsof het geverfd was,
prachtige ogen en sluik zwart haar. Wat vreselijk jammer dat hij niet
nuchter was! Hij zou zich triomfantelijk in haar leeggestort hebben, de
eerste andere vrouw in jaren! Leeggestort in een kapotje, weet hij achteraf.
De in Noord-Vietnam gevangen genomen piloten zullen als
oorlogsmisdadiger worden berecht. Rode Jeugd. Tegen vier leden van
linkse organisatie wegens opruiing zes weken geëist. Schrijvers en kunstenaars
sturen protesttelegram naar Godfried Bomans. Bomans slaapt slecht
na arrestatie Rode Jeugd-leden. Bomans schrijft brief aan officier van
Justitie om proces ongedaan te maken.
Ga je weer weg? Nee. O, ik dacht dat je weer wegging.
Bomans maakt honderd gulden over naar steuncomité Rode
Jeugd. Obscuur groepje, volgens het communistische dagblad de Waarheid,
door de katholieke Volkskrant gelanceerd. De vier jonge marxistenleninisten
worden elk veroordeeld tot tweehonderdvijftig gulden boete
en zes dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest (zes dagen).
Met advocaatkosten komt alles op zo’n 1700 gulden. Hiermee hoopt de
reactie de jongerengroep dusdanig te treffen dat zij de uitgave van haar
blad zal moeten stopzetten. Dit is echter buiten de solidariteit gerekend.
Steunlijsten zijn in omloop. Tekent met gulle hand!
Hij moet zorgen dat hij tegen meisjes kan lachen en praten
zonder te blozen. Hij wist opeens dat hij naar een hoer ging.
Hij moet reageren. Hij moet iedereen laten weten dat het goede
jongens zijn, die Rode Jeugdleden. Dat ze het goed bedoelen, ze zijn tegen
de oorlog in Vietnam. Ze hebben hem, een wildvreemde, op hun redactieadres laten slapen. Hij weet niet meer waar het was. Hij moet dat artikel van die Bomans te pakken zien te krijgen. Daar staat het adres in. Daarom kon de politie er recht op af gaan. Maar hij is doodmoe.
Men constateert bij T een hersenschudding en algehele verzwakking. Men
houdt hem tien dagen in het ziekenhuis en adviseert hem terug te gaan
naar zijn ouders om verder aan te sterken. Verder raadt men hem aan om
zijn komst naar Amsterdam nog eens te overwegen, aangezien hij in zijn
eentje blijkbaar de neiging heeft zich te verwaarlozen. T brengt daartegen
in dat hij over enkele weken een kamer heeft, wat een groot verschil maakt.
Een maand later komt hij opnieuw Amsterdam binnen.

Schuld en schaamte MeursAM Story

De jongen
De soldaat stond in de deuropening van het vliegtuig, hij keek naar me en glimlachte, alsof hij niet één seconde later te pletter zou vallen, alsof hij niet met grote snelheid voorbijschoot maar voorbij zweefde. Het zag eruit als een man in de deuropening van een vliegtuig op een kindertekening. Die tekening bleef daar op een paar meter hoogte voor me in de lucht hangen, terwijl iets links van me, enkele tientallen meters verder maar, het vliegtuig al was neergestort en in brand gevlogen en er een heel hoge zwarte rookzuil opsteeg tot ver boven de bomen.
Maar dat was twee dagen geleden. In werkelijkheid lag ik nu in een wei bij het Kleine Kanaal naast mijn vader en zei zacht: ‘Vader, het bloed loopt in mijn schoenen.’ En hij, nog zachter: ‘Da’s niks, jongen. Blijf maar stilletjes liggen. Doe maar of je dood bent.’ Ik wist toen dat het gelukt was wat hij me had aangeraden. ‘Laat je vallen, jongen,’ had hij gezegd, ‘meteen als ze beginnen te schieten, en houd je dood,’ terwijl hij recht voor zich uit bleef kijken naar de Duitse soldaten met hun mitrailleurs. Bij het eerste geratel lag ik al. En ik was blij dat we naast elkaar hadden gestaan samen met een tiental anderen uit Noorddorp en dat we daarom nu hier ook samen in het gras lagen, en ik dacht er weer aan hoe 2 dagen geleden het volgende vliegtuig naar beneden was komen zweven, dat nog maar tien meter boven de grond opeens met zijn neus recht naar beneden dook, en ook van dat waren ze allemaal dood. Verkoold, alleen hun haar was toen men hun helmen afdeed onaangetast, pikzwart, blond, bruin of rood. En daar was het derde vliegtuig al, en bij dit vloog twee meter boven de grond de klep open en kwam er een jeep naar buiten, maar te vroeg dus, hij kantelde, zodat je dacht dat het zo mooi had kunnen zijn, dat het zo mooi bedacht was: het komt rustig aanzweven, maakt een zachte landing en zodra de jeep begint te rijden trekt deze de klep open en rijdt naar buiten. Tot grote verrassing van de vijand natuurlijk die te verbaasd is om op de jeep te schieten en dan is het al te laat, dan is de vijand zelf al onder vuur genomen. Maar nee, zo ging het niet, de jeep valt naar beneden en rolt door naar het ondertussen ook al gecrashte vliegtuig, zodat ze nauwelijks twee seconden later weer verenigd zijn en samen opgaan in een enorme steekvlam.
Ik voelde me schuldig, want ik wist dat dit allemaal gebeurde omdat de Engelse soldaten van een jaar of twintig het ontzettend leuk vonden om te dollen met ons, jongens van een jaar of tien. We vielen geweldig in de smaak bij ze, en niet alleen omdat we oudere zussen hadden die ons straks zouden moeten komen halen. Nee, wij wisten dat we ze charmeerden, dat ze alles wat we zeiden en deden even leuk vonden. Ze namen ons in de maling, ze praatten tegen ons alsof ze tegen zichzelf praatten zoals ze enkele jaren geleden waren: jongens van een jaar of tien. Ze zagen in ons zichzelf terug, en wij wisten dat en buitten het uit, we kregen alles van ze.
Zo kwam het dat, toen de lucht vol hing met duizenden vliegtuigen, bommenwerpers en motorvliegtuigen die zweefvliegtuigen trokken, en de soldaten seinen moesten geven dat ze verder, vérder moesten en daarom rookgranaten in het vuur gooiden waaruit groene rook moest komen, zo kwam het dat ze het plastic deksel van de verkeerde granaat trokken en deze op het vuur smeten en er rode rook opsteeg, en voor dat vuur gedoofd was, was het al te laat en waren de eerste zweefvliegers al losgelaten en naar beneden gekomen… Ik voelde me vreselijk schuldig, want het was omdat wij zo bij elkaar in de smaak waren gevallen, elkaar steeds glimlachend aan hadden gekeken, die Engelse soldaten en ik en nog een paar vriendjes, daarom hadden ze even niet goed opgelet en stierven hun kameraden nu voor hun ogen.
Ik voelde me, twee dagen geleden dus, zo schuldig dat ik niet verbaasd was dat er even later dwars door een wei, dan door de haag en vervolgens door de boomgaard, waar hij alle bomen op zijn weg meenam, een bommenwerper recht op me afkwam om, volkomen terecht, mij te straffen voor het gestoei met de soldaten dat zulke vreselijke gevolgen had gehad. Ik was begonnen te rennen zo gauw ik dat vliegtuig in de verte op me af zag komen, en ik holde minstens twee kilometer door zonder om te kijken, zo bang was ik en zo zeker dat het ‘t op mij gemunt had. Ik holde door, ook nog toen ik allang de knal gehoord had en de bommenwerper, zoals ik later hoorde, tegen de hangar van de school tot stilstand was gekomen en in brand vloog. De motor werd op het schoolplein teruggevonden.
Ik was ontsnapt maar ik bleef voor mijn gevoel schuldig en daarom was ik al evenmin verbaasd dat ik twee dagen later in deze wei bij het Kleine Kanaal was terechtgekomen, al lag ik dan naast mijn vader, die met dit alles niks te maken had en die mijn leven had gered zonder dat ik dit had verdiend. Een paar kilometer naar het zuiden waar wij woonden, aan de andere kant van het Grote Kanaal, lagen de Engelsen en gaven ons eten en sigaretten en chocola. En hier ten noorden van ons dorp waren de Duitsers nog en wij hadden hier familie en zo was mijn vader op het idee gekomen. ‘Laten wij eens iets van wat jij die Engelsen weet af te troggelen naar mijn familie brengen,’ had vader gezegd, ‘want daarginds hebben ze nog honger.’ En dat was gelukt, dat was tenminste iets, we waren al op de terugweg toen we opeens met ruim tien anderen werden opgepakt en in dit weiland op een rij werden gezet, omdat mannen van de Witte Brigade, in afwachting van de Engelsen, alvast begonnen waren Duitsers neer te schieten. En zo zou ik alsnog van Duitsers mijn straf krijgen, niet voor wat ik Duitsers had aangedaan maar voor wat ik de kameraden van mijn Engelse vrienden had aangedaan.
We zijn de enige overlevenden, mijn vader en ik. De Duitsers waren met hun hoofd bij de komst van de Engelsen, ze lieten de lichamen om ons heen een nacht liggen, wel wetend dat de burgers hun verwanten ’s nachts zouden wegslepen. Zo konden wij, weliswaar gewond, wegkomen. Ik had een vleeswond aan mijn been die niet meer bloedde. Mijn vader had pijn in zijn borst maar niet ondraaglijk. Er bleek een kogel in zijn long vlakbij zijn hart te zitten die ze daar wijselijk hebben gelaten.

De vader
De vader is er vijfentachtig mee geworden en vandaag wordt hij zonder kogel begraven. De burgemeester is er, want de vader is een held en de jongen ook, om wat er op het eind van de oorlog is gebeurd en omdat iedereen de tragiek kent die er later is gebeurd. De jongen had zich ooit voorgesteld dat hij hier zou staan en tijdens de toespraken waar hij niet naar luisterde zou hij zacht tegen mijn vader zeggen: ‘Da’s niks, vader, blijf maar stilletjes liggen. Doe maar net alsof u dood bent.’ Maar de jongen is er niet. Vroeger, zo’n 20 jaar na de oorlog, in de 60er jaren, had de vader nog wel eens gekscherend gezegd: ‘Haal dat ding er maar uit als ik dood ben en gebruik die kogel dan voor een van die oude nazigeneraals die alweer aan de top van de NAVO staan, zoals die Von Kielmansegg, dat soort figuren. Maar ouder wordend raakte hij de interesse voor die oude nazi’s kwijt, hij werd zachter. Tot hij opeens zijn zoon verloor door bloedvergiftiging. Zijn zoon die de kogel ook had laten zitten, niet omdat het zo moeilijk zou geweest zijn die te verwijderen, dat zou best gelukt zijn, maar uit solidariteit met zijn vader en als herinnering aan het gebeuren. Toen was uit droefheid de oude woede weer bovengekomen en had de vader zelfs overwogen om dan zelf die kogel uit het lichaam van zijn zoon te gebruiken om een van die, ondertussen, neo-nazi’s de kogel door zijn kop te jagen. Of hij het werkelijk ooit gedaan zou hebben weten we niet. Al gauw bleek de kogel uit het lichaam van zijn zoon zo geoxydeerd, waardoor ook de bloedvergiftiging was veroorzaakt, dat deze totaal onbruikbaar was. Toen weer jaren later het verdriet en de woede om zijn zoon niet zozeer weg waren dan wel wat weggezakt, herhaalde hij wel nog steeds dat hij graag die kogel had willen gebruiken voor de leider van een van die neo-nazigroeperingen. Hij handhaafde ook de opdracht dat na zijn dood de kogel uit zijn eigen lichaam verwijderd moest worden en bewaard als aandenken. Hij zei er niet meer bij wat ze er eventueel mee zouden kunnen doen. Daarvoor was hij te oud en eigenlijk ook te wee moedig geworden.
Nu heeft een neef, die het verhaal van de kogel kende, bedacht dat hij er voor de begrafenis van de vader wel eens wat spectaculairs mee kan doen. Een eerbetoon en tegelijk een aandenken. Met toestemming van de burgemeester wordt er op het verstrooi-ingsveld een 5 meter hoge paal met een plankje opgesteld. Daarop een stenen pot met de as van de vader. Er wordt een scherpschutter ingehuurd, de plaatselijke jager, die op de kruik mag schieten. En zo, vindt vooral de neef, komt het toch tot een spectaculaire asverstrooi-ing,

Wat een komedie, mompelt een mannetje dat met zijn handen in zijn zakken schouderophalend aan de rand van het veld staat toe te kijken.

Meurs A.M. 1 november 2017

 

DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM DL 8 SLOT Meurs A.M.

Slot DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM. Met Engelse vertaling. Op papier te koop voor €5. Opbrengst voor de vluchtelingen van www.wijzijnhier.org

SAMENVATTING VAN HET VOORAFGAANDE:
De ongeveer 35-jarige Theorie is niet de enige die probeert mee te liften op het succes van anti-vreemdelingen- , anti-immigratie- , anti-Europa- , anti-islam-bewegingen als die van Trump en Wilders, maar hij denkt er een intellectueel tintje aan te kunnen geven. Tot hij een gruwelijk fragment leest uit <DE MENSENHANDELAAR VAN AMSTERDAM>, een kort verhaal van Jaroslav Hasek, de schrijver van <De brave soldaat Svejk>. Hij besluit een PAZC, een Particulier Asiel Zoekers Centrum, gekoppeld aan een halal slachthuis en vleeshal op te richten, zijn oplossing voor het vluchtelingenprobleem. Als op zijn initiatief ook nog voor de verkiezingen de ultrarechtse partijen in Carré in een poging tot fusie bij elkaar komen, volgt er een verrassende ontknoping. In het laatste hoofdstuk vertelt Rein, Theorie’s compagnon en feitelijke organisator van PZAC en slachthuis, hoe het in werkelijkheid gegaan is.

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal. En ook in het Engels.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van @wijzijnhier.org

Deel 8 Epiloog

Ik kende Rein al heel lang. Het was altijd al een bijzonder figuur. Van alle markten thuis, was de beste kwalificatie. Hij was een man met een fantasie zoals je die zelden meemaakt. Maar geen fantast. Fantasie was voor hem een middel om te interpreteren wat hij zag en meemaakte en fantasie was voor hem een aftasten van mogelijkheden, van wat gemaakt, ontdekt, ontwikkeld zou kunnen worden.
Hij vertelde dat ze met meerdere mensen hadden gesolliciteerd. ‘Als een van de anderen het was geworden, zou die zich hebben teruggetrokken. Het was al snel duidelijk dat Theorie nooit naar de vleesproductie zou durven komen kijken. Er hoefde dan ook helemaal geen extra slachtruimte te worden gebouwd en ook geen ondergrondse gang tussen PAZC en slachthuis. Wat wel moest gebeuren was dat de vluchtelingen daadwerkelijk verdwenen.
Dat losten we op door ons te verdiepen in de schuilplaatsen van Amsterdam. We gingen daarin heel ver, terug tot in de 17e eeuw, in de statige grachtenpanden, kerkers, kelders, tot aan de katholieke schuilkerken toen het protestantisme de staatsgodsdienst was. Ook gebouwen waarvan we wisten dat er in de Tweede Wereldoorlog op min of meer grote schaal mensen waren ondergedoken. Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld. Het hervatten van de metrobouw 15 jaar geleden, nu voor de Noord-Zuidlijn, de geweldige budget- en tijdsoverschrijdingen, wat ook gold voor, en wat in tijd deels samenviel met, de verbouwingen van zowel Rijksmuseum als Stedelijk Museum, wezen niet alleen op de nog steeds bestaande bouwfraude, – een onontwarbare verknoping van boven- en onderwereld – , het maakte ook weer bouwwerkzaamheden bij die ‘oude’ atoomschuilkelders mogelijk, onder het mom dat alles onder de grond met elkaar te maken had, al was het maar om zaken uit te testen. We hadden aanvankelijk niet veel nodig, meestal beperkte het zich tot het weer toegankelijk maken van de atoomschuilkelders, noodzakelijk onderhoud en het weer in werking stellen van de voorzieningen.
De bouwfraudeurs werden gechanteerd door onze infiltranten en durfden hier officieel niets tegen te ondernemen. Hoewel ze, toen ze vermoedden dat er onder de infiltranten asielzoekers zaten, wel probeerden om de burgemeester tegen ze op te zetten, wat deels lukte, anders was de houding van de burgemeester niet verklaarbaar. Deze ging namelijk pogingen in het werk stellen om de asielzoekers naar het PAZC te lozen, in de hoop dat ze van daaruit snel doorgesluisd zouden worden. Dat lukte ook, maar vanaf het PAZC hadden wij natuurlijk de route in handen. We lieten ze onderduiken, net als de andere mensen van We Are Here. We tikten de fraudeurs op hun vingers door wat te laten lekken over een van hen – het ging in dit geval om een ambtenaar – en daarmee waren ze weer in het gareel.
We zetten bedrijfjes op onder de paraplu van legale Nederlandse bedrijven. Een hoog ontwikkelde afdeling legitimatie maakte het mogelijk voor de vluchtelingen om bijna volledig aan het maatschappelijke leven deel te nemen. Ze bestonden weer. Nieuwe asielaanvragen vanuit hun nieuwe identiteit waren zo goed als altijd succesvol.
Op stations van de Noord-Zuidlijn waar nog gebouwd werd waren we in staat af te dwingen dat de ruimte net iets breder werd, anderhalve meter bijvoorbeeld. Op de plaats van de oorspronkelijke muur lieten we een verplaatsbare wand plaatsen met daarvóór en vast er tegenaan aan de publiekszijde van vloer tot plafond een aluminium scherm van smalle verticale strips. De wand kon vanaf het aluminium scherm naar de muur worden geplaatst, zodat je tussen de wand en het aluminium scherm kon lopen dat van deze kant doorzichtig was. Je liep langs het scherm, dat op elke plaats kon worden geopend om iemand door te laten, opende dat met je telefoon al lopend en stapte de publieke ruimte in. Je deed dat als er geen mensen waren die dat konden zien, wat hun trouwens moeilijk gemaakt werd omdat er voortdurend op het scherm voorbijgangers geprojecteerd werden. Met je telefoon liet je de wand weer tegen het aluminium scherm schuiven.
Een verdere ontwikkeling is,’ vertelde Rein, ‘dat we met onze telefoon driedimensionale beelden in de ruimte kunnen projecteren. Als projectiekolom gebruiken we heel fijne druppeltjes, een soort mist, of ook rook of stof, zoals bij een regenboog of de zon die op een natte weg schijnt of in een stoffige stal. Omdat die kolom volume heeft kunnen we driedimensionale beelden projecteren. Door middel van magnetisme halen we via onze telefoon die druppeltjes of dat stof overal vandaan. Een plasje op de vloer, een geopend flesje water, de emmer van een schoonmaker, stof in hoekjes, op een buis aan het plafond. Zo kunnen we onszelf al lopend in de publieke ruimte projecteren voor we daar werkelijk zijn. Zo is de voorbijganger al aan ons gewend. Of we kunnen zelfs al voor we weer in de geheime ruimte verdwijnen een scherm tussen ons en het publiek projecteren. Dat mag natuurlijk niet gebeuren als een duivel uit een doosje. Maar zo beschermen we onze vluchtelingen dus, door ze de officiële wereld in- en uit te laten stappen.’
Wat die verstelbare wanden betrof geloofde ik Rein nog wel. Maar zoals ik zei: Hij was een man met een fantasie zoals je die zelden meemaakt. Maar geen fantast.
Ik had werkelijk geen idee of hij die fantasie, van de driedimensionale projectie van mensen en dingen op minuscule waterdruppels die hij door middel van magnetisme uit een plasje haalde, en dat allemaal met zijn telefoon, al had kunnen waarmaken.
Meurs A.M.

The story in english

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmepennink, de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

‘Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld.’

‘Dat losten we op door ons te verdiepen in de schuilplaatsen van Amsterdam. We gingen daarin heel ver, terug tot in de 17e eeuw, in de statige grachtenpanden, kerkers, kelders, tot aan de katholieke schuilkerken toen het protestantisme de staatsgodsdienst was. Ook gebouwen waarvan we wisten dat er in de Tweede Wereldoorlog op min of meer grote schaal mensen waren ondergedoken. Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld. Het hervatten van de metrobouw 15 jaar geleden, nu voor de Noord-Zuidlijn, de geweldige budget- en tijdsoverschrijdingen, wat ook gold voor, en wat in tijd deels samenviel met, de verbouwingen van zowel Rijksmuseum als Stedelijk Museum, wezen niet alleen op de nog steeds bestaande bouwfraude, – een onontwarbare verknoping van boven- en onderwereld – , het maakte ook weer bouwwerkzaamheden bij die ‘oude’ atoomschuilkelders mogelijk, onder het mom dat alles onder de grond met elkaar te maken had, al was het maar om zaken uit te testen. We hadden aanvankelijk niet veel nodig, meestal beperkte het zich tot het weer toegankelijk maken van de atoomschuilkelders, noodzakelijk onderhoud en het weer in werking stellen van de voorzieningen.’

Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten.

Wilders laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland geduldig aanleunen.

In Dresden was er zelfs een Nederlands spandoek. Pegida Nederland, om uitleg gevraagd over dit spandoek, verklaarde dat het zich echt alleen probeert op te trekken aan Wilders. Wat kan kloppen, want de organisatie heeft in Nederland aanzienlijk minder aanhangers dan de aanbedene. Later bleek het spandoek, dat in de demonstratie werd meegedragen , een voorbeeld van een grap waarmee zowel Wilders als Pegida op de hak werd genomen, en wel met het woord PIELENMUIS, door mensen die tenminste één woord uit het rijke oeuvre van de beroemde schrijver Gerard Reve hadden onthouden.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.
Dan vond hij zichzelf eerlijker. Hij gaf een asielzoeker geen enkele kans om te overleven.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We are here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumen-teerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We are here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.

In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> .

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor @wijzijnhier.org met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier , de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet: boekwinkeltje WONDERLAND

U kunt ook €6,56 (€5 plus €1,56 verzending) overschrijven naar NL07INGB0007646016 t.n.v. Meurs A.M. Amsterdam o.v.v. het door u gewenste adres. U kunt het dus ook aan iemand anders laten sturen.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

 

 

 

 

 

 

ONTKNOPING de MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM dl 7 wordtvervolgd

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal. En ook in het Engels.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van WijZijnHier.

Deel 7 DE ONTKNOPING

Op de fusiedag van de anti-immigratiepartijen zat Carré voor driekwart vol. Er waren detectiepoortjes en legitimatiecontroles, het was voor genodigden. De besturen van de partijen zaten op de eerste rij. Iemand mompelde: ‘Daar zit voor 500 jaar lik op een rij.’ En oogstte daarmee zowel besmuikt gelach als protest in zijn directe omgeving. ‘En dan zit Geert er nog niet eens bij,’ waagde toch iemand. Geert zou inderdaad met zijn bewakers in een kamertje ergens beneden zitten maar zou wel spreken, fluisterde men.
De sprekers zeiden allemaal op iets andere wijze hetzelfde en eindigden zelfs exact hetzelfde:
‘Daarom is de PVV de enige partij die…’
‘Daarom is WNL de enige partij die…’
‘Daarom is het FVD de enige partij die…’
‘Daarom is de PTP de enige partij die…’
Elke deelnemende partij had de pretentie de leiding te nemen in de nieuwe fusieorganisatie. Er zou nog heel wat commissiewerk nodig zijn wilde men om te beginnen met één programma en één lijst de verkiezingen in gaan.
Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten. Er werd al meteen gefluisterd dat ze, via een ondergrondse gang naar de kelders van Carré, uit de atoomschuilkelder onder metrostation Weesperplein kwamen. Ze zongen:
We are here and we will fight
cause shelter and freedom
is everybody’s right!
Theorie was in de praktijk altijd maar voor één ding bang geweest. Hij had namelijk stiekem zelf toch één bladzijde verder gelezen dan het verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam>. En sindsdien was hij bang ooit uitgeleverd te worden aan de Tsjoewaziërs. Op die bladzijde stond namelijk beschreven welke begeleiding Hašek, de latere schrijver van ‘Svejk’, meekreeg naar de stad Bugulma in het verre Rusland, waar hij commandant zou worden als de stad veroverd zou zijn, iets waarvan lang niet zeker was dat dit ooit zou gebeuren. Zijn begeleiding beloofde ook al niet veel goeds, want die beschreef Hašek als volgt:
<Beneden bij de wacht stond mijn begeleiding. Twaalf forse kerels, Tsjoewaziërs, die maar heel weinig Russisch kenden, zodat ze helemaal niet duidelijk konden maken of ze gemobiliseerd of vrijwilligers waren. Naar hun rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk te oordelen, waren het eerder vrijwilligers, tot alles bereid.>
De combinatie van een rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk met het feit dat ze vrijwilliger waren en tot alles bereid, was de oorzaak van de vele nachtmerries waaraan Theorie sindsdien leed. De Tsjoewaziërs doken voortdurend in zijn dromen op als de wraakengelen van alle asielzoekers die hij had laten vermoorden. In een zwakke bui had hij dit ooit aan Rein verteld. Het resultaat was dat vandaag 12 van de grootste zwarte mannen, waarvan Theorie dacht dat ze allang verorberd waren, met wilde pruiken op en knuppels in hun handen op Theorie af stoven en vlak voor hem overgingen in een krijgsdans en zongen:
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
Theorie zakte van schrik in elkaar, stierf ter plekke en ontkwam zo aan een levenslange gevangenisstraf vanwege de opdracht tot moord op honderden asielzoekers. De leiders van de andere partijen die als medeplichtig beschouwd werden waren jaren bezig aan te tonen dat ze wel het doel hadden asielzoekers kwijt te raken maar van déze methode nooit op de hoogte waren geweest.
De kiezers van de anti-immigratiepartijen namen hun leiders vooral kwalijk dat ze zo afgegaan waren, er werd overal om ze gelachen.
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
De aanhang schaamde zich voor hun leiders en minachtte hen. Ze namen zichzelf kwalijk dat ze in zulke lui geloofd hadden en verloren hun interesse.
Dit was het einde van <De mensensmokkelaar van Amsterdam> ofwel <De moderne menseneter> of <Het geheimzinnige halal slachthuis>.
Meurs A.M.
Wordt vervolgd.

The story in english.

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier ook op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink ,de antiquariaten Fenix en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

Op de fusiedag van de anti-immigratiepartijen zat Carré voor driekwart vol. Er waren detectiepoortjes en legitimatiecontroles, het was voor genodigden. De besturen van de partijen zaten op de eerste rij. Iemand mompelde: ‘Daar zit voor 500 jaar lik op een rij.’
Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten.

Wilders laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland geduldig aanleunen.

Pegida Duitsland heeft een veel grotere basis waar Wilders op zijn beurt wel wat mee wil doen. Daarom ging hij naar de Pegidademonstratie in Dresden.

In Dresden was er zelfs een Nederlands spandoek. Pegida Nederland, om uitleg gevraagd over dit spandoek, verklaarde dat het zich echt alleen probeert OP te trekken aan Wilders. Wat kan kloppen, want de organisatie heeft in Nederland aanzienlijk minder aanhangers dan de aanbedene. Later bleek het spandoek, dat in de demonstratie werd meegedragen , een voorbeeld van een grap waarmee zowel Wilders als Pegida op de hak werd genomen, en wel met het woord PIELENMUIS, door mensen die tenminste één woord uit het rijke oeuvre van de beroemde schrijver Gerard Reve hadden onthouden.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

Theorie was in de praktijk altijd maar voor één ding bang geweest. Hij had namelijk stiekem zelf toch één bladzijde verder gelezen dan het verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam>. En sindsdien was hij bang ooit uitgeleverd te worden aan de Tsjoewaziërs. Op die bladzijde stond namelijk beschreven welke begeleiding Hašek, de latere schrijver van ‘Svejk’, meekreeg naar de stad Bugulma in het verre Rusland, waar hij commandant zou worden als de stad veroverd zou zijn, iets waarvan lang niet zeker was dat dit ooit zou gebeuren. Zijn begeleiding beloofde ook al niet veel goeds, want die beschreef Hašek als volgt:
<Beneden bij de wacht stond mijn begeleiding. Twaalf forse kerels, Tsjoewaziërs, die maar heel weinig Russisch kenden, zodat ze helemaal niet duidelijk konden maken of ze gemobiliseerd of vrijwilligers waren. Naar hun rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk te oordelen, waren het eerder vrijwilligers, tot alles bereid.>
De combinatie van een rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk met het feit dat ze vrijwilliger waren en tot alles bereid, was de oorzaak van de vele nachtmerries waaraan Theorie sindsdien leed. De Tsjoewaziërs doken voortdurend in zijn dromen op als de wraakengelen van alle asielzoekers die hij had laten vermoorden.
In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> .

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We are here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumenteerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We are here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor WijZijnHier met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier, de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandel Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.

 

 

Alles vergeven en vergeten Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting MeursAM Story

Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting

Ze waren dus langzaam met de tractor in de lengte, eerst over de voeten en zo naar het hoofd, over de jongen gereden die ze op planken hadden vastgebonden, waarbij op het eind vooral het hoofd geweldig gekraakt had. En ze hadden gevonden, eerst toch, dat ze daar recht op hadden, dat het goed was dat ze dat zo gedaan hadden: dat ze begonnen waren met de voeten, dat de jongen het had zien aankomen ook, dat was goed, vonden ze, ze hadden daar recht op, op de pijn en de angst van de jongen. En zelfs op het kraken van dat hoofd, wat de jongen zelf maar heel even gevoeld had. Het was juist daarom dat ze begonnen waren met de voeten. Ze hadden recht op die angst, op die pijn, op dat dichterbij komen van de wielen bij het gezicht.
Want de jongen had ook tientallen van hun gezinnen pijn doen lijden, telkens wanneer hij iemand van zo’n gezin die, meestal uit honger, de brug over het kanaal wilde oversteken, had neergeschoten met een klein rond gaatje midden op het voorhoofd.
De jongen was een Duitse soldaat van 15 jaar die ze gewond en zonder nog één kogel uit zijn schuilplaats op de brug gehaald hadden. De aangevoerde Duitse soldaten die het in september 1944 moesten opnemen tegen de vanuit Frankrijk oprukkende geallieerden waren steeds jonger geworden.
Het begon ermee dat iemand zei: ‘Het was wel een echte scherpschutter, die jongen, want onze Jan was meteen dood, hij heeft niet geleden, hij heeft waarschijnlijk niet eens geweten wat hem overkwam.’
Daar was het mee begonnen, en van toen af begonnen ze ook dat kraken steeds meer te horen, te voelen ook voor zover dat mogelijk was, en zei er ook al eens iemand: ‘We dachten dat het nodig was, dat misschien niet eens wij maar toch de andere gezinnen waarvan iemand was doodgeschoten daar niet alleen recht op hadden maar dat ook nodig hadden om het gebeurde ooit te kunnen vergeten.’
Maar ondertussen hadden ze er zichzelf al jaren mee getroost dat hun gezinslid niet had geleden, en daarmee waren ze niet zozeer dat gezinslid geleidelijk aan vergeten maar wel dat het was doodgeschoten. Aan het doodschieten dachten ze niet meer, maar het kraken konden ze niet uit hun eigen hoofd zetten.
Het was verkeerd, zei er toen voorzichtig iemand, de manier waarop we op die jongen wraak hebben genomen, dat we hem een extra pijnlijke dood hebben bezorgd. We hadden hem niet in leven kunnen laten, dat zouden we niet aangekund hebben, maar we hadden die jongen gewoon dood moeten schieten en het daarbij moeten laten.

Tientallen later kreeg je van die monsterlijke tractoren met banden van bijna 2 meter hoog en zo’n driekwart meter breed. De oude man liep op een smal weggetje en er reed hem er zo eentje voorbij en stopte dan plotseling. De man zag meteen dat het levensgrote kleurenfoto’s waren die op de enorme achterbanden van de tractor geplakt waren. Ze zagen er bovendien zeer levensecht uit, waren niet plat en bovendien keken ze hem lachend aan. Dus als iemand hem een boodschap had willen sturen, bedacht de man, was het mooi niet gelukt. ‘Ik heb het gezien hoor,’ riep de man, ‘rij nu maar weer door, haha.’
Toen begon de monstertractor langzaam achteruit te rijden. Ik zou makkelijk kunnen weglopen, dacht de man.

Meurs A.M.

De mensensmokkelaar van Amsterdam Deel 6 Wordt vervolgd

(Koop dit verhaal op papier voor €5 ter ondersteuning van WijZijnHier , de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad. Hoe, zie onderaan dit bericht)

In de euforie aan rechtse kant over het Oekraïnereferendum, de Brexit en Trump worden er in Nederland en elders allerlei nieuwe rechtse partijtjes opgericht die hopen mee te snoepen van de ogenschijnlijk torenhoge feesttaart. Voor extreemrechtse clubjes als Pegida Nederland, de NVU, Blood and Honour is de PVV al lang de parlementaire vertegenwoordiging, en Geert maakt gretig gebruik van deze clubs als het om acties tegen moskeeën, de islam, azc’s, asielzoekers , statushouders of vreemdelingen in het algemeen gaat, acties waarvan hij zich altijd kan distantiëren als hem dat beter uitkomt. Zo lang ze maar geen eigen politieke partij oprichten. Geert laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland aanleunen maar kijkt ondertussen naar Pegida Duitsland dat een veel grotere basis heeft waar hij op zijn beurt wel wat mee wil doen. Daarom ging hij naar de Pegidademonstratie in Dresden.
Met de verkiezingen in Nederland op handen weet Rein, de succesvolle houder van zowel het PAZC, het enige Particuliere Asiel Zoekers Centrum, als van het halalslachthuis, politicus in spe Theorie ervan te overtuigen een uiterste poging te doen om tot eenheid te komen van de anti-immigratiepartijen. Ook als die niet lukt zal het zijn Partij voor Theorie en Praktijk geen windeieren leggen.

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van @wijzijnhier.org

Deel 6

Nauwelijks 2 maanden na hun eerste afspraak zat het PAZC tjokvol. Het was het enige AZC in Nederland dat vol zat. Inderdaad was het probleem voor We Are Here letterlijk van de straat. Alle steden keken verwonderd toe. Azc’s concentreerden zich opportunistisch op de ‘makkelijke’ Syriërs en stuurden de moeilijker gevallen, meestal uit Noord- en Midden-Afrikaanse landen van wie de IND vond dat hen niet of niet zonder meer asiel kon worden verleend, door naar het PAZC, mét het gevraagde rugzakje met geld dat staat en gemeente samen vulden. Opeens kon dat!
Het PAZC zat dus vol, kende het gewenste verloop op de geplande wijze en de halalvleesmarkt was als enige in zijn soort razend populair.
De verkiezingen naderden en Rein kon dat aan Theorie goed merken. De zaken liepen dan wel goed maar wat straalde daar van af op zijn nieuwe partij? Hoe kreeg hij de credits voor de asielzoekers die hij op heimelijke wijze deed verdwijnen? Want dat ze verdwenen was een feit. Maar het oude probleem was gebleven, want wat kon hij openlijk laten zien? Rein overtuigde hem dat hij rustig door moest gaan met de demonstratieve gedwongen uitzettingen op Schiphol, zelf ging hij door met de demonstratieve ‘vrijwillige terugkeer’, eveneens op Schiphol. Misschien konden ze een persmoment organiseren waarop Theorie demonstratief verklaarde dat die ‘vrijwillige terugkeer’ eigenlijk de ideale terugkeer was voor zijn Partij voor Theorie en Praktijk en dat daar in toenemende mate succes mee werd geboekt. Misschien kon hij wel helemaal overschakelen op die ‘vrijwillige terugkeer’. Misschien kon Theorie zelfs op een bepaald moment wel te voorschijn treden als de man achter het succesvolle PAZC, het azc met het grootste percentage vrijwillige terugkeer!
Maar Rein wist hem eerst ervan te overtuigen dat zijn invloed oneindig groter zou zijn als hij voor de verkiezingen tot een fusie zou weten te komen met de anti-immigratiepartijen. Het kiezerspotentieel van de PVV moest naar die nieuwe partij worden getrokken waarin Theorie als initiatiefnemer een stevige vinger in de pap zou hebben. Dat leek Theorie wel wat.
Het gevolg was wel dat ze het vanaf nu tijdens hun wandeling heel veel over die andere partijen hadden.
Theorie: ‘Laten we eerlijk zijn, we zijn een stel ijdeltuiten bij elkaar. Te beginnen met die Wagensveld van Pegida, dat hier niet van de grond is gekomen in tegenstelling tot in Duitsland, en dus ook geen politieke partij is geworden. Hier bleek hun enkele demonstratie vooral een reünie van extreemrechtse groepjes. Duitser Wagensveld had blijkbaar van Pegida Duitsland de opdracht gekregen de beweging over te brengen naar Nederland. Nou, daar staan ze dan met hun varkenskoppen. Wat moet je met die lui? Weet jij het? Die Wagensveld is bijzonder ijdel. Die laat zich arresteren om in het nieuws te komen en is opvallend camerageil. Van Geert weten we het: alles waar hij voor opkomt, zou je ook om kunnen keren, als hij maar aandacht krijgt. Als hij maar macht kan verwerven. Nou ja, Roos… die heeft typisch zo’n koppie waarmee je er op het schoolplein om vraagt om gepest te worden. Dat is allemaal compensatie.
Het is bekend dat we het moeten hebben van stemmen van de massa. Niet alleen aan onderbuikgevoelens appelleren zoals vreemdelingenhaat maar ook aan sociale dingen zoals de zorg en armoede. Dus we moeten inderdaad niet alleen nationalisten zijn maar ook socialisten. Nou ja, daar hebben we voorbeelden van: het nationaal-socialisme. Kijk als je nazi zegt, dan klinkt dat heel erg, maar in feite is nazi gewoon de afkorting van Nationaalsozialist. Dat daar allerlei rassentheorieën bijgekomen zijn is een andere zaak. Maar met nationalisme in combinatie met socialisme is niks mis mee. Geert combineert die ook, de zorg, ouderen, dat doen wij ook. Misschien wij iets minder dan Geert, omdat we wat minder populistisch zijn, maar in feite komt het er wel op neer. Al betwijfel ik of Geert de zorg en de ouderen echt interesseren. Zonder dat sociale komen we er niet. Het is geen geheim dat onze kiezers vaak eenvoudige, zelfs simpele mensen zijn, zelfs al gedeeltelijk dementerende ouderen of zelfs zwakbegaafden. Wat denk je van die mensen die daar in Steenbergen stonden te joelen? Natuurlijk, er zijn weekendhooligans bij, mensen met een nette baan die uit pure frustratie in het weekend de lomperik willen uithangen, maar er zijn ook echte zwakbegaafden bij, er komt soms geen redelijk woord uit. Maar het zijn wel stemmen. Natuurlijk moet Wilders zich distantiëren van een man als Breitvik die 80 mensen heeft vermoord. Maar het feit is dat zo’n psychopaat wel mede door Wilders is getriggerd. Hij heeft hem niet alleen geciteerd maar heeft hem ook in Londen opgezocht toen Wilders daar kwam spreken. Wilders roept een aantal zaken bij de mensen op maar als het dan tricky wordt dan distantieert hij zich daarvan. Heel verstandig maar… Kijk, wij zijn geen nazi’s, wij sturen geen miljoenen mensen naar vernietigingskampen. Hoewel ik soms denk: zijn wij in het klein ook niet met zoiets bezig? Wat je in het klein doet wanneer je nog niet aan de macht bent, kan iets groots worden als je wel aan de macht bent. En laat ons eerlijk zijn, het gaat er ons helemaal niet om of het nou moslims zijn of joden. Als het vóór de oorlog was geweest, zou het om joden gaan. Het gaat er meer om dat we appelleren aan de vreemdelingenhaat van een heleboel mensen. Eigenlijk gaat het om onszelf. We zijn ijdel. Ik geef het eerlijk toe, ik ben ijdel. Nou, en als er iemand ijdel is, dan is het Geert. Over Jan Roos hebben we het al gehad: wraak nemen. We willen aandacht. En de leuzen die we daarvoor gebruiken hangen af van de situatie. Nu zijn het de moslims, zo simpel is het, en nationalisme, tegen Europa. Geert weet niet zo veel, is ook niet bijzonder intelligent, hij is wel erg slim. Hij heeft een demagogie waar ik me voor schaam, maar ja, de mensen trappen erin. Zijn invloed heeft niets met de kwaliteit van zijn redevoeringen te maken maar meer met zijn publiek. Als je politicus van het jaar wordt doordat er naar je invloed wordt gekeken en niet naar de kwaliteit van wat je doet, dan is hij politicus van het jaar. Dan was Hitler de politicus van de eeuw, misschien de grootste politicus aller tijden. Maar misschien wordt dat gerelativeerd door het feit dat hij uiteindelijk heeft verloren.
Ik heb de levens van Hitler, Mussolini, Mussert en Rost van Tonningen gelezen. Ik weet dat ik hoogbegaafd ben. Maar ja, dat zegt die Baudet ook van zichzelf. Weet je wat erg is? Als je moeder tegen iedereen vertelt dat je hoogbegaafd bent.
Wij keren ons tegen de élite, tegen de huidige bestuurlijke élite, maar natuurlijk willen wij daar zelf toe behoren of deze vervangen. We beperken ons tot kritiek op de bestuurlijke élite. Geert keert zich tegen de élite in het algemeen, zegt hij, maar hij bedoelt de bestuurlijke, de intellectuele en de culturele élite, en weet dat hij nooit bij de laatste twee zal horen. Zijn aanhang vindt dat prima, maar hijzelf zou daar eigenlijk wel bij willen horen. Maar hij hééft het gewoon niet. Waar je hem niet over hoort, is de financiële élite. Die valt hij niet aan. Natuurlijk, die wil hij op zijn hand krijgen. Zoals dat in Duitsland in de nazi-tijd is gegaan met Krupp, Volkswagen, IG Farben (Bayer), enzovoort, met alle grote bedrijven, allemaal achter Hitler.
En Geert denkt nu opeens dat hij ook wel kan wat Trump kan met een grote mond en een hoop getwitter. Maar hij vergeet daarbij dat Trump niet alleen een heleboel zegt wat gewone mensen zouden willen zeggen maar ook een heleboel hééft wat gewone mensen zouden willen hebben! Geld namelijk. Zeg nou eerlijk, heeft Geert ook maar iets, het kleinste kleinigheidje wat jij zou willen hebben? Denk maar aan Rita. Rita …., zie je nou wel, we zijn haar achternaam al vergeten. Zo gaat het ook met Geert, omdat ze allebei niks hebben wat wij zouden willen hebben.
Er zijn grote verschillen tussen de anti-immigratie-, anti-moslim-, anti-Europa-partijen. Maar het grootste probleem zit hem toch in de ego’s van de leiders. Maar goed, laten we het proberen. Degene die met het fusievoorstel komt maakt in ieder geval een goede beurt bij de kiezer.’
‘Goed,’ zei Rein, ‘we doen het in Carré.’
Meurs A.M.
Wordt vervolgd: Deel7Facebook

The story in english

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink, de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel DeAanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WeAreHere die niets krijgen van staat of stad.

Wilders laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland geduldig aanleunen.

Pegida Duitsland heeft een veel grotere basis waar Wilders op zijn beurt wel wat mee wil doen. Daarom ging hij naar de Pegidademonstratie in Dresden.

Er was zelfs een Nederlands spandoek. Pegida Nederland, om uitleg gevraagd over dit spandoek, verklaarde dat het zich echt alleen probeert OP te trekken aan Wilders. Wat kan kloppen, want de organisatie heeft in Nederland aanzienlijk minder aanhangers dan de aanbedene. Later bleek het spandoek, dat in de demonstratie werd meegedragen , een voorbeeld van een grap waarmee zowel Wilders als Pegida op de hak werd genomen, en wel met het woord PIELENMUIS, door mensen die tenminste één woord uit het rijke oeuvre van de beroemde schrijver Gerard Reve hadden onthouden.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> .

<In Amsterdam, in een afgelegen straat bij de haven, waar in het water van een gracht in één jaar honderden vreemdelingen verdwijnen, ligt een klein café waarin je kamers kunt huren. In de drankjes voor de gasten, die hier willen overnachten, wordt echter een slaaptablet gemengd en daarna… daarna verdwijnt het bed met de gast door een valluik in de kelders. Een klap, een huiveringwekkende gedempte kreet… Naast het café is een slagerij. Daar wordt het vlees zo goedkoop verkocht en gehouwen, dat de winkel steeds vol kopers is. Het vlees heeft een eigenaardige bijsmaak – daar wordt immers mensenvlees gehouwen! Begrijpt u hoe dat gaat ? In de kelder worden de gasten met een slag van een bijl kapot geslagen, zij worden geslacht, gehouwen en in de nacht wordt het vlees naar de slagerij vervoerd.> Dat bracht hem op een idee.

 

 

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor @wijzijnhier.org met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor www.wijzijnhier.org, de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet, boekwinkeltje Wonderland.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandels www.Schimmelpennink.nl, en de antiquariaten Fenix Books en Streppel en biologische winkel De Enige Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van www.wijzijnhier.org die niets krijgen van staat of stad.

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We are here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumen-teerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We are here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.

Boekhandel Fenix Books verkoopt O.A. HetWerk met DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM en de Vluchtelingenportrettenkrant met 31 houtskoolportretten en ook het Kookboek Wij Zijn Hier / Wij koken hier (hier in de etalage) voor de vluchtelingen van WeAreHere

 

 

De mensensmokkelaar van Amsterdam Dl 5

(Koop dit verhaal op papier voor €5 ter ondersteuning van WijZijnHier, de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad. Hoe, zie onderaan dit bericht)

Op de dag dat een rechter heeft moeten ingrijpen om iets van het al te gekke dat Trump had gepresteerd terug te draaien – de mensen uit islamitische landen met een geldig visum die op Amerikaanse vliegvelden werden tegengehouden moeten worden doorgelaten – en er overal ter wereld anderen op weg naar de VS werden teruggestuurd, beseft de wereld wat het betekent als er een gek aan het roer staat. Ondertussen zweeg de ministerpresident van Nederland in de hoop met zijn VVD net als andere (extreem) rechtse partijen een zucht van deze nieuwe Westenwind mee te krijgen. Theorie ging tegelijk rustig door met zijn eigen oplossing van het vluchtelingenvraagstuk en was in een beschouwende stemming. Stilte voor de storm? Stond er voor de verkiezingen nog iets groots op stapel?

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van WijZijnHier.

Deel 5
Rein vertelde een week later – alles liep op rolletjes – dat hij al enkele zogenaamd uitgeprocedeerden terug in de procedure heeft weten te krijgen. Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.
Ze kwamen te praten over de AZC’s die leeg staan nu de vluchtelingen in Zuid-Europa worden tegengehouden en hoe moeilijk het destijds ging toen die AZC’s moesten worden opgericht. Theorie zei: ‘Weet je dat wij staatssecretaris Dijkhoff nog hebben ingefluisterd hoe hij dat moest doen? Iedereen moest natuurlijk eigenlijk wel stiekem lachen. Zo’n neo-liberale VVDer die opeens asielzoekerscentra moest gaan oprichten. Helemaal tegen de zin van de partij in natuurlijk. Wij zeiden: je moet dat niet gaan tegenhouden, je moet dat juist net iets té goed doen. Je brengt er juist flink wat meer naar plekken waar ze dat niet verwachten, waar men op zichzelf is gebleven. Dat is goed gelukt. Het protest, het verzet was daarmee ingebakken. In een villawijk lukt dat niet, die gaan er niet zo tegenin, daar denken ze: we zien wel, we doen rustig aan, die mensen voelen zich hier toch niet thuis, er is geen busvervoer want we hebben allemaal een auto, dus dat werkt niet, die vluchtelingen gaan zelf overplaatsing vragen.’
Theorie was in een beschouwende stemming: ‘Kon jij je in je jeugd voorstellen dat je aan een mens, dat zou dan een zwerver geweest zijn, niets zou geven, geen eten, geen onderdak, geen kleren, niets? Crepeer maar, zeg je dan in feite. Je zorgde altijd dat er een tehuis was waar ze terecht konden. Nu het om vluchtelingen gaat die geen asiel hebben gekregen, doe je dat niet. Je geeft ze niks, want je vindt dat ze hier niet mogen zijn. Of nog schijnheiliger: Je zegt dat je ze ’s avonds en ’s nachts wilt opvangen in zogenaamd Bed, Bad en Brood. Maar je weet dat er daar geen plaats is. En ondertussen laat je ze dan verhon-geren en verkommeren. Je profiteert ervan dat er mensen zijn die ze wel iets geven, die ze niet laten creperen.
Dan vind ik mijzelf eerlijker, ik geef die mensen geen kans om te leven, ik beroof die mensen zelfs van een kans om te leven, ik verlos ze uit hun lijden, wat mij betreft is dat oprechter.’
Meurs A.M.
Wordt (bijna) dagelijks vervolgd: Facebook.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We Are Here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumenteerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We Are Here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.’

In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek <De brave soldaat Svejk> :
<In Amsterdam, in een afgelegen straat bij de haven, waar in het water van een gracht in één jaar honderden vreemdelingen verdwijnen, ligt een klein café waarin je kamers kunt huren. In de drankjes voor de gasten, die hier willen overnachten, wordt echter een slaaptablet gemengd en daarna… daarna verdwijnt het bed met de gast door een valluik in de kelders. Een klap, een huiveringwekkende gedempte kreet… Naast het café is een slagerij. Daar wordt het vlees zo goedkoop verkocht en gehouwen, dat de winkel steeds vol kopers is. Het vlees heeft een eigenaardige bijsmaak – daar wordt immers mensenvlees gehouwen! Begrijpt u hoe dat gaat ? In de kelder worden de gasten met een slag van een bijl kapot geslagen, zij worden geslacht, gehouwen en in de nacht wordt het vlees naar de slagerij vervoerd.> Dat bracht hem op een idee.

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor WijZijnHier met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier  , de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet, boekwinkeltje Wonderland.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van www.wijzijnhier.org die niets krijgen van staat of stad.

The story in english.

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier op Facebook.

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink,de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

De mensensmokkelaar van Amsterdam Deel 4 Wordt vervolgd

(Koop dit verhaal voor €5 ter ondersteuning van WijZijnHier , de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad. Zie onderaan hoe.)
Terwijl de (extreem)rechtse partijen elkaar de loef afsteken in hun oplossingen van het asielvraagstuk en de jonge Theorie met zijn nieuwe Partij voor Theorie en Praktijk (de PTP) er aanvankelijk een intellectueel tintje aan wou geven, bezweek hij voor een even radicale als gruwelijke oplossing nadat hij een fragment uit ‘De mensenhandelaar van Amsterdam’ had gelezen van Jaroslav Hasek, de beroemde schrijver van ‘De brave soldaat Svejk.’ Hij besloot een particulier AZC op te richten, een PAZC, met daarnaast een slachthuis met winkel. Dat stond al in deel 1 en dit is: Deel 4

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal. En in een keer in zijn geheel in het Engels.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van WijZijnHier

Deel 4

Theorie had gelijk gekregen. Het slachthuis schreeuwde om overname en de bank had de reorganisatie maar al te graag naar voren geschoven nu er belangstelling was voor het gebouw. Er werden 400 woonkamertjes, een keuken, een waszaal met douches en een recreatiezaal in gebouwd.
Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis wordt gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.
“Akkoord,’ zei Theorie, ‘er moet een flink verloop zijn in het PAZC, in ieder geval van een stuk of 10 per week. Hoeft niet meer te zijn, maar wel het tempo erin houden. Het vlees moet inderdaad door de slager persoonlijk verwerkt worden. Wanneer anderen ermee in aanraking komen moet het al onherkenbaar zijn, niet meer tot een mens te herleiden. Ter afleiding bushmeat in het assortiment is heel goed. Verder gewoon schapen, geiten, koeien, kippen, enzovoort aanvoeren. Ondertussen gaan alle mensen die uit het PAZC vertrekken, voor een aantal dagen of definitief, doet er niet toe, via het slachthuis. Soms worden ze officieel overdag weggebracht maar brengen we ze ’s nachts verdoofd terug om alsnog die uitgestippelde weg te gaan. O ja, en we bieden ook vegetarisch vlees aan. Als we klachten krijgen dat het te veel naar gewoon vlees smaakt, verwijzen we naar het etiket waarop staat: ‘Vervaardigd in een omgeving waar ook vleesetende planten worden verwerkt’. Laten we dat allemaal gewoon afspreken. Ik geef je volledig de vrije hand, zowel bij de verbouwing als bij het beheren van het PAZC en de slagerij. Ik vertrouw je.’

Ze waren een beetje uit de buurt geraakt en stonden voor een gebouw vol leuzen en spandoeken.
‘O ja,’ zei Theorie weer, ‘we beginnen ermee om heel We Are Here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumenteerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We Are Here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’
‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen. De gemeente zal ook mensen uit de Bedbadbrood willen sturen. Prima, maar betalen! We zijn een particuliere organisatie. Wij lossen niet alleen voor de staatssecretaris maar zeker ook voor de gemeente Amsterdam een enorm probleem op, een probleem waar de gemeente door toedoen van de burgemeester met zijn legisme (zoek maar een keer op) helemaal op is vastgelopen. Lossen wij voor ze op. Als ze maar dokken. We nemen WAH in één keer helemaal op en als de gemeente niet snel dokt, dreigen we dat we ze ook in één keer allemaal weer op straat zetten, met vervoer naar de Stopera.’

Theorie had nog een ander punt. Hij had op de tv gezien dat ze op Lesbos van reddingsvesten en andere aangespoelde spullen van asielzoekers allerlei dingen recycelden en vroeg aan Rein: ‘Wat doen wij eigenlijk met wat er zoal van een vluchteling over blijft, zijn spullen, maar ook die stoffen van zijn lichaam die niet als voedsel kunnen worden verwerkt? Ik las dat er in de oorlog in Duitsland niet alleen goud uit tanden werd gewonnen maar ook dure pruiken werden gemaakt van het haar dat voor de dood werd afgeknipt, en ook dat er goede zeep is te peuren uit de lichaamsvetten. Kunnen wij daar iets mee?’
Rein haastte zich te vertellen dat in deze tijd van kennis van DNA het een zeer groot risico zou inhouden om van een vluchteling ook maar iets te hergebruiken. Alles, maar dan ook alles, werd in de oven van het slachthuis verbrand samen met de menselijke resten die niet tot voedsel konden worden verwerkt, of samen met het vlees dat vanwege ziekte ongeschikt werd bevonden voor consumptie. Het werd via een aparte ‘route’ wel eerst tot onherkenbaar vlees verwerkt zodat onderweg naar de oven geen risico werd genomen. Was verwerking niet mogelijk werd het via handlangers in het crematorium als bijstook mee verbrand samen met verminkte lijken als gevolg van ongelukken of transplantaties.
Theorie knikte en verklapte nog dat hij er wel tegen kon een lijk te zien en ook wel onherkenbaar verwerkt vlees maar niet iets ertussenin. Rein zei: ‘Begrijp ik, maar een slager heeft daar gelukkig minder moeite mee.’ Theorie probeerde zijn fantasie een andere kant op te sturen en zei benepen: ‘Laten we het ergens anders over hebben. Weet je nog dat je tegen me zei dat je zulke offers had gebracht: ten eerste om aardig te zijn tegen asielzoekers, ten tweede dat je je geweten opzij had gezet door wel de stap te willen zetten ze te vermoorden, te slachten. Ik wilde je niet chanteren door te vertellen welk offer ik gebracht had, maar ik kan het nu wel vertellen. Ik heb het systeem bedacht van een PAZC gekoppeld aan een abattoir, een slachthuis, om vluchtelingen te slachten en te eten. Ik kan je nu vertellen dat ik zelf geen vlees eet en dat ik ook tegen het eten van vlees ben. Kun je je voorstellen wat zo’n slachthuis voor mij betekent als vegetariër? Wat een offer ík gebracht heb? Je begrijpt dat ik niet naar het productieproces kom kijken en evenmin details wil horen over lichaamsdelen.’
Ze namen hier afscheid, Theorie ging die avond niet meer opnieuw langs het PAZC en slachthuis.
Meurs A.M.
Wordt (bijna) dagelijks vervolgd

The story in english

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink ,de antiquariaten Fenix Books en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier  die niets krijgen van staat of stad.

Het slachthuis.
Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC (Particulier Asiel Zoekers Centrum) en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.
'Akkoord,’ zei Theorie, ‘er moet een flink verloop zijn in het PAZC, in ieder geval van een stuk of 10 per week. Hoeft niet meer te zijn, maar wel het tempo erin houden. Het vlees moet inderdaad door de slager persoonlijk verwerkt worden. Wanneer anderen ermee in aanraking komen moet het al onherkenbaar zijn, niet meer tot een mens te herleiden. Ter afleiding bushmeat in het assortiment is heel goed. Verder gewoon schapen, geiten, koeien, kippen, enzovoort aanvoeren. Ondertussen gaan alle mensen die uit het PAZC vertrekken, voor een aantal dagen of definitief, doet er niet toe, via het slachthuis. Soms worden ze officieel overdag weggebracht maar brengen we ze ’s nachts verdoofd terug om alsnog die uitgestippelde weg te gaan. O ja, en we bieden ook vegetarisch vlees aan. Als we klachten krijgen dat het te veel naar gewoon vlees smaakt, verwijzen we naar het etiket waarop staat: 'Vervaardigd in een omgeving waar ook vleesetende planten worden verwerkt'.
(Uit https://boekwinkeltjes.nl/b/178070524/De_Mensensmokkelaar_van_Amsterdam/)
In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> :
<In Amsterdam, in een afgelegen straat bij de haven, waar in het water van een gracht in één jaar honderden vreemdelingen verdwijnen, ligt een klein café waarin je kamers kunt huren. In de drankjes voor de gasten, die hier willen overnachten, wordt echter een slaaptablet gemengd en daarna… daarna verdwijnt het bed met de gast door een valluik in de kelders. Een klap, een huiveringwekkende gedempte kreet… Naast het café is een slagerij. Daar wordt het vlees zo goedkoop verkocht en gehouwen, dat de winkel steeds vol kopers is. Het vlees heeft een eigenaardige bijsmaak – daar wordt immers mensenvlees gehouwen! Begrijpt u hoe dat gaat ? In de kelder worden de gasten met een slag van een bijl kapot geslagen, zij worden geslacht, gehouwen en in de nacht wordt het vlees naar de slagerij vervoerd.> Dat bracht hem op een idee.
‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We Are Here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumenteerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort). 
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We Are Here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.'
Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met 'Ein neues Europa' 'Ein neues Drittes Reich' lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop. 
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor WijZijnHier met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier, de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. te koop via internet:

Ook verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen 'tussen procedures' van www.wijzijnhier.org die niets krijgen van staat of stad.
Biologische winkel De Aanzet  
verkoopt ook belangeloos voor €5 DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM, de WAH-Vluchtelingenportrettenkrant (€7.50) en het Wij Zijn Hier/ Wij koken hier- kookboek (€17,50).

ROND DE BEVRIJDING VAN EINDHOVEN E.O. Uit de roman Aan de lange Weg van Meurs A.M.

ROND DE BEVRIJDING VAN EINDHOVEN E.O.
teksten Uit de roman Aan de Lange Weg van Meurs A.M.

(toegevoegd) Sas (Zeelst 17 september 1944)

Bet

In het kerkdorp Sas, nog dichterbij het vliegveld, komt drie weken na Jantjes geboorte Annekes halfzuster Bet als laatste uit haar kelder geklommen. Allicht, ze was er ook als laatste ingegaan. Op hun Hans na. Die had bijna het loodje gelegd. Zo zou je vlak voor de bevrijding nog een kind verliezen. Maar als ze op haar hadden moeten wachten… De trap was te steil, de stenen treden waren te hoog en er was maar aan één kant een leuning.
Mijn been doet verschrikkelijk pijn. Met twee handen houd ik de ene leuning vast en trek en wring me naar boven. Naar beneden was nog moeilijker gegaan, dat moest helemaal zijwaarts. Maar toen zat de pijn er nog niet zo in, die was er door de trap af te gaan weer diep ingekropen. Ik wring en draai me met mijn heupen naar boven. Met die heupen zit het ook niet goed. Maar mijn been is toch het ergst.
“Van mij hoeft het niet meer,” grom ik luid als ik boven ben, “dan maar dood. Dit is de laatste keer dat ik die kelder in ben geweest.”
De klink aan de buitenkant van de kelderdeur is eraf geslagen, op het hout zit een grote, diep ingebrande zwarte vlek. Maar net op tijd was die nieuwsgierige Hans aan de andere kant van de deur geweest. De granaatscherf was door het open bovenraam naar binnen gevlogen, had de klink afgesneden en was over de tegelvloer tegen de muur gegleden. Bij het schoonmaken blijven we de plekken zien waar hij heen en weer heeft gekaatst. Het was een hels lawaai geweest.
“Dat scheelt weer een ruit, dat dat raam openstond,” zegt mijn man Toontje die iedereen de kelder in heeft gestuurd. Dat heb je er ook nog bij, zo een die altijd grappig moet zijn.
“Van mij hoeft het niet meer. Ik heb negen kinderen op de wereld gezet,” mopper ik, “ ’t is mooi geweest. Me dunkt dat ik mijn taak vervuld heb.”
“Je bent de tel kwijtgeraakt, moeder,” lachen de kinderen voor ze naar buiten hollen om naar de ravage te kijken. “Acht is ook wel genoeg.”
Maar ik ben de tel niet kwijtgeraakt, ik heb me alleen versproken.
Op straat en onder de vernielde huizen en schuren liggen twintig doden en tientallen gewonden. De Amerikanen hebben hun bommen te vroeg losgelaten. Het vliegveld, dat trouwens al door de Duitsers is verlaten, ligt een kilometer verder.
Twee dagen later zijn de bevrijders er. Ik hoef niet meer met mijn been de kelder in.

Josje (toegevoegd: schoonzus van Anneke, Veldhoven/Meerveldhoven 18 september 1944)

Ze staan rijen dik om de bevrijders te verwelkomen. Josje Weels, Annekes schoonzus van verderop aan de Lange Weg, heeft een mooie zomerjurk aan en probeert op haar tenen naar voren te dringen om zeker te zijn van wat ze denkt te zien.
Jawel hoor! Op de voorste tank zitten de onderduikers die ze zo goed kent en vooral natuurlijk haar vriend Cor die ze zo gemist heeft sinds de onderduikershut achter hun huis is afgebrand en hij zich steeds verder weg moest schuilhouden. Hij is alweer voorbij, maar hij heeft haar gezien en heeft gezwaaid en kushandjes geworpen, maar natuurlijk komt hij op dit triomfantelijke moment voor geen goud ter wereld van die tank, dat snapt zij ook wel. Het jubelt in haar: de oorlog is voorbij en ik ben vierentwintig en verliefd en wanneer kunnen we gaan trouwen en kinderen krijgen? En ze denkt ook aan haar schoonzusje Anneke waar ze zo gek op is en die pas een baby heeft gehad: zou die alweer de straat op kunnen om de bevrijders te zien?
Ze moet haar enthousiasme kwijt, wil iets doen, iets geven aan die lachende Engelse, Amerikaanse soldaten – wat zijn het? Wat doet het ertoe! – en dan ziet ze op een open plekje tussen al die voeten een mooie geslepen steen liggen en raapt die op en wil die geven aan een van die jongemannen of eigenlijk aan al die lachende “hello!” roepende jongemannen. Het stelt niets voor, het had om het even wat kunnen zijn, het gaat om het gebaar en ze dringt zich naar voren, naar de jeep die net pas¬seert en steekt haar hand met de steen uit en de breed lachende gebruinde soldaat in de jeep steekt eveneens zijn hand uit en dan stoot iemand tegen haar arm en valt de steen met een klap op de treeplank, een geweldige klap, iedereen schrikt ervan, Josje vooral, en het lijkt even stil, en in die stilte hoort ze een gehate stem: “Wat! Moet jij onze bevrijders met stenen gooien!”
Het is de man die haar al zo vaak is lastiggevallen, vooral ’s ochtends op de fiets omdat ze gedeeltelijk dezelfde route naar hun werk hadden. Maar dat zal nu wel afgelopen zijn want hij werkte op het vliegveld voor de Duitsers. De man die zich sinds het begin van de Duitse bezetting Neuenhaus heeft genoemd en nu wel weer gewoon Nieuwenhuis zal heten, en die haar nu een kunstje wil flikken om de aandacht van zijn eigen pro-Duitse houding af te leiden.
“Je hebt ook al met een Duitser in het hooi gelegen!” roept Nieuwenhuis. Hij doelt op het goede contact dat ze heeft gehad met een Duitse soldaat die in het patronaat lag ingekwartierd. Deze had een neef die zij kende uit haar geboortedorp vlakbij de Duitse grens, waaruit haar familie op haar twaalfde is vertrok¬ken. Zij en de Duitse soldaat hadden er vaak over gepraat hoe toevallig het was aan welke kant van de grens je woonde en hij had haar regelmatig eten meegegeven dat zij goed kon gebrui¬ken voor de onderduikers, en dat wist hij dan weer niet. Ook had ze hem verteld van haar twee Duitse schoonzusjes, wier broers op een gegeven moment in het Duitse leger in Frankrijk moesten vechten, maar waar ze nu waren wist niemand.
Maar op dit ogenblik krijgt ze tranen in haar ogen om zo¬veel brutaliteit, om het onrecht dat ze beschuldigd wordt, en door wie!
Ze moet het op het politiebureau komen uitleggen en is nog steeds te verontwaardigd om alleen te gaan, maar dat hoeft ook niet. Haar oude vader gaat woedend mee en herinnert Neuen-haus, die ook is opgeroepen, eraan dat deze in het begin van de bezetting demonstratief het portret van de koningin van het behang heeft gescheurd. Ach, eigenlijk weet iedereen in het dorp, dus ook de politie wel hoe het werkelijk in elkaar zit. En Josje lacht alweer als ze buiten komt en daar Cor ziet staan wachten, men was hem meteen het voorval gaan vertellen, en hij wacht niet alleen op haar maar ook op Neuenhaus om die een pak slaag te geven. Maar die wordt een poosje vastgehou¬den.
“Er is toch nog rechtvaardigheid, hè schat!” lacht Josje en slaat een arm om Cor heen. “Kom, jongen, we zijn vrij, laten we gaan trouwen en veel kinderen krijgen!”

Josje (toegevoegd: schoonzus van Anneke, Veldhoven/Meerveldhoven 17/18 september 1944)

Nadat al die geallieerde vliegtuigen zijn overgevlogen en Sas zo ongelukkig is getroffen, hoort Josje dat de eerste Engelse pantserwagen vanuit het zuiden via de noodbrug over de Dommel het dorp is binnengekomen. Als een tank het ook probeert, stort de brug in en kantelt de tank. Het blijft die dag bij die ene pantserwagen die de weg door Sas en om het vlieg¬veld heen wordt gewezen, waar hij ten noorden van de stad contact kan leggen met de Amerikanen die daar zijn gedropt.
Maar nauwelijks hebben sommige helden gehoord van de Engelse pantserwagen, of ze hebben een van de dochters van een doodarm gezin, waarvan de vader om den brode bij de NSB was gegaan, uit huis gehaald om haar in het openbaar kaal te scheren. Gelukkig wordt dat door een man met de revolver in de hand verhinderd.
En dan komen de tanks met daar bovenop Cor vanuit het westen over de Lange Weg Josje tegemoet rijden en probeert Nieuwenhuis nog iets even belachelijks als zieligs met haar uit te halen. Maar dan is de oorlog ook voor haar voorbij.

Anneke (toegevoegd:halfzus van Bet, schoonzus van Josje, Zeelst, Eindhoven 19 september 1944)

Dit is dus wat ik bedoelde met die missers die voor de bevolking fataal zijn. In de straat en wat verderop in de buurt van mijn zuster Bet zijn in Sas twintig doden gevallen en nog veel meer gewonden. Weer door te vroeg losgelaten bommen van de geallieerden. Wat is dat toch?
“Dat is angst bij die vliegeniers dat ze getroffen worden boven het vliegveld en dan door hun eigen bommen exploderen,” zegt Leo. In ieder geval is bij Bet iedereen ongedeerd, ook mijn moeder. De hele dag zijn er vliegtuigen over gevlogen, allemaal naar het noorden. Nog een kwestie van een paar dagen, zegt iedereen, ze zijn de Belgische grens al over.

Zo bang ben ik nog nooit geweest! De bevrijders waren er de volgende dag al en gevochten is er hier in het dorp eigenlijk niet. Wel in mijn geboortedorp, vijftien kilometer hier vandaan, ook nog toen wij hier al waren bevrijd.
Maar wat gebeurde er op de dag van de bevrijding van de stad? De Engelsen stonden midden in Eindhoven en toen kwam, terwijl er de hele dag geen Duits vliegtuig was te bekennen, de Luftwaffe plotseling terug. Er was nog nauwelijks afweergeschut, de bommen treffen de Engelse munitiewagens, tankwagens worden geraakt, er ontstaan hevige branden. Tweehonderdvijfentwintig mensen sterven, om van de gewonden maar niet te spreken. En ondertussen ligt ons dochtertje daar midden in de stad in het ziekenhuis! Op nog geen honderd meter er vandaan ligt alles plat. Maar het ziekenhuis blijft ongeschonden. De volgende morgen is Leo daar bij Tonnie. Het is er een heksenketel vanwege de honderden doden en gewonden. Maar Tonnie ligt daar rustig achter glas naar de drukke gang te kijken en vertelt dat er allemaal soldaten naar haar hebben gezwaaid.
Nu we, met zijn vieren ondertussen, dit alles hebben over¬leefd, zal de rest ook wel goed komen. Als er maar gauw plaats is in het sanatorium.

De lijkkisten op 2-wielige platte wagens in het centrum van Zeelst. (‘uit Zeelst in oorlogstijd’ van de werkgroep ‘Zeelst schrijft geschiedenis’, 17 september 2004)

Aanvulling Zeelst: Uit geallieerde documenten is gebleken dat er onder de lindebomen op Cobbeek Duits afweergeschut zou hebben gestaan. Ooggetuigen hebben bevestigd dat dat er inderdaad wel eens had gestaan en ook dat De Duitsers op hun aftocht, nadat ze op het vliegveld zoveel mogelijk opgeblazen hadden, onder die lindenbomen hun paarden hadden beslagen. Maar dat was dus 2 dagen geleden. Er vielen 19 doden.
Aanvulling Eindhoven: Het bombardement door de Duitsers vond niet op de dag van de bevrijding plaats maar ruim een dag later in de nacht van 19 op 20 september. Wat het des te onbegrijpender maakt dat daar midden in het centrum onbeschermde trucks met munitie stonden. Zij werden de oorzaak van de grootte van de ramp. Er vielen 227 doden.

(Uit BRABANT BEVRIJD van Jack Didden & Maarten Swarts, uitgave waarschijnlijk 1994)

roman Aan de Lange Weg

 

 

 

THE AMSTERDAM HUMAN SMUGGLER by Meurs A.M.

THE AMSTERDAM HUMAN SMUGGLER by Meurs A.M.
Followed by the statements of Hashim, refugee of We Are here, who died (33 years old) on July 5th 2016.
Buy the paper version for €5 to support We Are Here. Transport €1,56:
Wonderland

On the very same day that in Koblenz Germany an anti-immigrant rally was taking place and Geert Wilders spoke in German of a ‘new Europe’ [New Third Reich!] – on this day the horrid story of ‘the ‘Amsterdam Human Smuggler’ was published, in which story at the end a similar meeting took place in the Amsterdam theatre Carré whereupon a remarkable thing happened. But lets start from the very beginning….

Buy the paper version for €5 to support We Are Here. Transport €1,56. HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet bij boekwinkeltje Wonderland 
Ook verkrijgbaar bij boekhandel Schimmelpennink en de antiquariaten Fenix en Streppel EN BIOLOGISCHE WINKEL De Aanzet in Amsterdam.

1
Theorie was a young yet mature man of around 35 who never really knew for certain how he had gotten his name. Was it supposed to be like ‘Theorie’ as opposed to ‘practice’? Did his mother call him this as a ‘pay-back’ against his father who had abandoned him before his birth? Did she do this to revenge his father – to which he taken a distinctive resemblance? What Theorie himself always said was “Theorie precedes practice and then it is Theorie which returns back from that practice.” Yes, yes of course that must be so, people would say ironically. Or was the origin of the name a combination of his grandfathers from his father’s side with his grandmothers name on his mother’s side? Theo and Rie. In anycase his mother found this a bit comical – but she also disappeared from his life before he could actually ask her more about it.
Whatever the origin of the name was, Theorie was not satisfied with his life thus far. He did not have the smarts for anything scientific nor to become rich. He could not write nor did he possess any artistic abilities so he thought to himself – I will go into politics as a right-wing populist! And what was the political catch phrase that everyone was talking about – the mass immigration of refugees. Yes! And Islam, and nationalism, and being against Europe…Yes!
Obviously there was already lots of activity on this front, but Theorie thought he could at least add a somewhat intellectual flavor to it all. He did often over-estimate his own abilities. He thought he was being original when he said it was not enough to just speak against the immigration wave, that we have to tighten and even close the borders, that we should send them back. He wanted to actually show in action that he could in fact get refugees to return to their home countries and that less of them would come into the country. This last part, about less coming into the country he thought was rather cunning of himself; the refugee stream should not be cut off completely because it was in fact their existence in the country which had and would continue to create support for his populist right-wing political cause. As Theorie you also should be practical. And that is why he gave his party the name ‘The Party for Theory & Practice’ or PTP.
It was at this time that Theorie found the quotation. Not that he was the kind that would frequent book-stores, but he would sometimes rummage through the on-sale books which were set out on tables outside. For 1 or 2 Euro you could hardly go wrong. The title caught his attention immediately; ‘The People-Trafficker of Amsterdam’. It was of course ‘the Amsterdam’ but also ‘the People-Trafficker’. People-smuggling, trafficking in women, all of these are topics of the day. He did not know the author of the book and only later recognized that he was the same author as <The Good Soldier Svejk>. He knew this book but was not overly impressed by it. This Soldier Svejk appeared to him a bit of a fool, a loser. This book seemed also to disappoint him; they were very short stories and the story entitled ‘The People-Trafficker of Amsterdam’ was actually only 3 pages long. And that turned out to be only about the impact of trashy sentimental novels on the lives of some people. So that did nothing for him.

But then he read this:

<In an isolated back street of Amsterdam, near the harbor, where almost a hundred aliens disappear every year, there is a small café that also rents rooms. In the drinks that are given to the people who overnight here they add sedatives and then…..the bed and guest are dropped through a trapdoor to the basement. A knock on the head, a chilling muffled cry …. Beside the café there is a butcher’s shop. Their meat is so cheap the low prices ensure the store is always full of customers. The meat The meat has a strange taste – there is indeed human flesh cut! Do you want to know how that works? In the basement, the ‘guests’ are beaten to pieces with a blow from an ax, slaughtered, cut up and then at night the meat is transported to the butcher shop.>

Theorie forgot about his cute intellectual touch that he wanted to add to the refugee question, he now knew exactly what he had to do!

But not long after all of this, he also realized that someone with his reputation could not possibly do this by himself. He would need to set up his very own needed Asylum Center, an AC but a very specific type of AC , a Private Asylum Center, a PAC. We should all do what we are good at, add value in his or her own particular way. And one with a butchers shop nearby! He placed an advertisement.
An ad looking for the director or a PAC ….beside an Islamlic or Halal butchers shop?
No that would not do. Because Theorie was convinced that someone who applies for a ‘pro-refugee’ position does not get to the opposite, especially not to the extreme opposite, the other extreme.
But one could expect it the other way around and you could never obviously place an ad for the murdering of refugees. Not yet anyway. Some people will just have to have some patience!
Theorie placed and ad for a ‘personal-assistant’. An ‘assistant for him, Theorie, with his anti-refugee, zenophobic anti-foreigner, anti-Moslem, and anti-Europe reputation. Anyone answering the ad would have to be interviewed to be clear that in fact the opposite would be expected of him as appeared in the ad. At this point one would have to see how the respondents would respond.
But one had to think this through. If this person, after some thought, still said yes but then later succumbed to his ‘pro-refugee’ sentiments, especially when it came to actually physically eliminating them, the person would not be able to turn back. Theorie had to think this through.
So he placed the ad for a ‘personal assistant’. About dozen people responded and it seemed that most had drawn the conclusion that he needed a bodyguard and accordingly these types answered the ad.
A totally different type, an old hippie with a pony-tail but not so old, around 45 or so, aroused his interest. Theorie asked him “Do you know my company goals? OK fine. But are you willing to provide some special in-put, are you willing to make some personal sacrifices for the job?
You will have to do exactly the opposite of what the advertisement actually says!
You have to go up at the station and pick up asylum-seekers and bid them welcome, you have to register them and even coddle them if necessary and set up a reception center. Are you able to do that?
I have to know that first before I explain myself. If you do not immediately say no, then I want you to sleep on it for a night and come back tomorrow, we’ll talk further about it. At least if you agree to my proposal without asking questions and without knowing exactly what it entails or why, then we can proceed further.”
The next day without asking any questions, the applicant, named Rein said yes.
Well, “said Theorie, “our goal is to get rid of asylum seekers. I can tell you that now is really what you wanted and what is the reason you came here, and we can reach that goal.
The question is really, what are you willing to do to achieve this? You have indicated that you are willing to go totally against the values which you had at first indicated were your own and can pretend publicly to be a ‘friend of asylum-seekers’. But the real question is: what are you ultimately willing to do about getting rid of asylum seekers? How far dare you go?
I’m not saying you should have to, but I need to know if, for example you might commit in bourgeois jargon ‘a crime’, even if it included a murder, would you do this to get rid of asylum seekers?
At this point the applicant ‘personal assistant’ wanted a couple of days to think it over.
After those few days he came back and said: “It is not easy. I’m not used to do things against my character, against my conscience. It is very hard for me to be pro asylum-seeker, to be kind to them, to ‘coddle’ them. But it would just as difficult for me to murder them. I am against asylum seekers, but I’m not a murderer.
But I believe that it will still succeed me, right by this combination of the two that the contradiction between the two raises. I must first act very much against my nature and act warm and welcoming and coddle them – and because I will find this so revolting and frustrating it will generate enough aggression in me, that I could probably be able to actually murder them. So yes, I will do it!
Theorie patted him on his shoulder and hugged him. “I knew I could count on you. I know when I look at people what kind of dwells inside.

2
In the following days they walked around a lot in the dark – they could not be seen together. Officially, they each represented a totally different- each one hostile to each other -side of the asylum issue. Usually it was Theorie that did the talking and it seemed as if he had not been able to really discuss his inner most thoughts before with anyone. It seemed that he Rein regarded as his great sounding board, perhaps because they were so different. Rein looked around 40-ish, not that old, perhaps 45, but looked like an old hippie, with pony-tail. Theorie looked around mid-thirties and was dressed in a suit and looked the’ ideal son-in’.
On their walks Theorie usually wore a hat. He was too restless to sit down anywhere and they often walked along the canals. Properties that had accessibility to water were of peculiar interest.

They stood in front of an old butchers shop – Theorie knew it was nearly bankrupt.
We can take it over you know – and probably right away. There is another bank over there, but those banks have drastically cut back, they were bailed out once but that will not happen a second time, they face a huge loss of image. So that building will most likely also soon be empty.
Apart from exploring the places where everything which was being planned would take place, Theorie, described his idea how they would explain-away the disappearance of their allotted refugees, and how they would explain their much larger number of people compared to other ordinary ACs. And finally, he wanted to show how he wanted to maintain his supply of refugees.
“Look,” said Theorie, “we therefore provide a thru flow of people without obviously explaining the reason why. At least not at first, perhaps later when other more countries come to realize that it really cannot be otherwise. How then do we explain how we are arriving at such a high rate of thru traffic.
There are a number of possibilities to explain the discrepancies – people disappeared on their way to the asylum centrum in Ter Apel because they went under-ground, others were distracted by the temptations of the big city, who think they can find their way outside of any asylum-centres.
There are also in those in Ter Apel , individuals whom are actually extradited or whose refugee status is rejected. These are just a few, but where possible we should take advantage of that and act as if we were responsible. We can play the same game as the Dutch government – play dumb and pretend we do not know that those people be immediately arrested on arrival, decapitated or at least locked up.
We bring a group of people to Schiphol, they wave to the press there, but somehow they never actually arrive at the gate. Via a short-cut we get them slightly disguised return somehow via a back-door back to Amsterdam, draw their plan, or log on to ‘We Are Here’ and the circuit begins again.
‘We Are Here’ is a group of about 200 according to the government of failed asylum seekers who cannot return. That is our first target. Another group gets on the plane…. but then returns with the next plane back to the Netherlands. We have already agreed to that with some corrupt authorities on the other end and with ‘new documentation’ they would just look like ‘fresh’ or new asylum-seekers. That way we can keep the stream of refugees flowing.
Of course there will also be those with a little pocket money who really will attempt to return to their country of origin, in the knowledge that they really have no chance in the Netherlands and hoping still to escape the authorities in their own country.
Some think that with a couple of hundred euro they can start some kind of small business. Hope is a strange thing and does funny things to people. And hope will return even if it has to take some detours.
If indeed it does not succeed in their land of origin, they then suddenly hope that it will all succeed the next time and they stand with luck again at our doorstep and subscribe to our “procedures”, not at understanding what that actually entails. But people are stubborn, especially in their hope.
People who end up using a smuggler will inevitably keep coming back to Europe.”
Theorie said after they had dodged an oncoming group of noisy young Moroccans. “It really is a hopeless case and ends up costing a fortune. It would be cheaper and more effective than to have just leave a hole in a Greek fence and then start some Balkan fires – we do have local contacts for that. Increasingly far-right parties in fact see that a full closure is counterproductive to their supporters. People would think that things have settled down, the refugee flow has stopped and people could fall back asleep again and the traditional political parties could continue with their traditional inertia. So with a breach in a fence where a few thousand refugees break through the blame game can begin again and voila -everybody focused again.”
Before they departed Theorie put a copy of the book “The Amsterdam trafficker” in Rein’s hand. “Here,” he said, “do not waste time and only read the lead story from the title then you will understand exactly what I’m getting at. Look after the book well. It could give some others the idea. I will look after the real-estate we need. Think carefully about the secret connection between PAC and the butcher. Hire some staff for the PAC, and ensure that there is one person you can trust and which ensures the supply of PAC to butchery. The rest of the staff – let this person hire them – should know nothing. Hire a butcher which you can rely on blindly because he is on our side but preferably also because you know something about him. Let him hire his own staff at the butchery. ‘Great, that should about do it!’ ‘he heard himself say and could not avoid the cliché of our times – “Have a nice day” he said. But otherwise everything went fine.
He gave Rein a warm handshake – he had found himself a confident and side-kick!

3
Theorie had been proven right. The butcher’s shop did indeed want to be acquired and the reorganized bank was only too happy for a deal now that there was interest in the building. There were now built in 400 roomettes, a common kitchen, washrooms with showers and a recreation room.
They walked around the buildings. Rein told him that there was an underground connection between PAC and the butcher shop which also had two new cold rooms and in between a slaughter room.
Only the head butcher is allowed in there and will be processing other than products from the PAC as bushmeat, which will be mainly monkey meat, and occasionally a Highlander or a buffalo or other wild meat from other Dutch sources.
“Agreed,” said Theorie, “there should be quite a throughput from the PAC, at least 10 per week. Should not be any more than this – but the pace should be kept constant. The meat must indeed be handled personally by the butcher. When others encounter it must already be unrecognizable, no longer be traced back to a human being.
In order to distract and mislead the introduction of the bush-meat range is quite good. Furthermore, sheep, goats, cows, chickens, would add to the assortment. Meanwhile, all those who leave the PAC, for several days or permanently, does not matter, will exit through the butchers. Sometimes they are taken away officially during the daytime but we’ll take them back at night drugged.
Oh yes we also have vegetarian meat. If we get complaints that it tastes too much to just flesh, we refer to the label that says “Made and processed in an environment with carnivorous plants.” Let’s all just agree to that. I’ll give you a completely free hand in both the renovation and in managing the PAC and butchery. I trust you.”
They had in the meantime walked on a bit and ended up in front of a building full of slogans and banners.
“Oh yes,” said Theorie again, “we start by offering to provide shelter. Considering the very questionable way Amsterdam is dealing with ‘non-documented’ and rejected asylum-seekers, it would actually make us look very good. Often we are dealing with people with absolutely no identity papers or documentation of any kind, are unregistered and at most have only very superficial identification. When these people ‘disappear’ no one will raise a finger. We would have to take account of the various groups within We Are Here, WAH. While not a very tight group in itself, their various components [ like Swahili, French speakers, Somalis etc etc] are.
“Leave that to me” said Rein. “As soon as we provide the people from ‘We Are Here’ shelter it will create a lot of PR for us. Many AC will want to send us their difficult cases. Well that would be great for us answered Theorie, as long as they pay. The various municipalities will also want to send people from the BedBathBread. Which is fine …as long as they pay! We are a private organization and we are not only solving the problems for the Secretary of State, but also assisting the municipality of Amsterdam in dealing with their huge problem, which the mayor has only made worse with his stubborn stickling to vague legalities. We will fix it for them – as long as they pay. We take WAH at once completely and if the municipality does not quickly pay us, they will face the risk that we would put them all back on the street at once, transporting them all directly to City Hall.”
Theorie had another point. He had seen on TV people recycling all sorts of things on Lesbos – life jackets and other things washed up on the beach. He asked Rein: “What do we do with refugee remains, their belongings, but also their actual body substances which could not be processed as food?
I read that during World War II the Germans not only extracted gold from teeth, but also made expensive wigs from hair that has been cut off for the dead, and that they were able to make soap from body fat. Can we do something like that?”
Rein hastened to say that in this age of knowledge of DNA it would pose a huge risk to even reuse something of a refugee. Everything, absolutely everything, was burned in the furnace of the slaughterhouse together with the human remains that could not be processed into food, or together with meat which has been declared unfit due to illness for consumption. But first it was processed into unrecognizable meat through a separate ‘route so that no risk was taken on the way to the oven. Processing was not possible it was burned as co-firing using henchmen in the crematorium along with mutilated bodies as a result of accidents or transplants.
Theorie nodded and admitted that he had no problem with a corpse or cadavers or even unprocessed meat but could not stand something in between. Rein said, “I understand, but a butcher fortunately has not problem with that.” Theorie steered his imagination into a different direction, and said small-mindedly, “Let’s talk about something else. Remember when you said you would have to make a sacrifice to me, namely at first to be nice to asylum seekers, and then you had put conscience aside again in order to murder them and take them to the slaughter. I did not want to blackmail you by telling what a sacrifice I had made, but I can tell you now. I’ve devised a system PAC linked to an abattoir, a slaughterhouse to slaughter refugees and then eat them. I can tell you now that I do not eat meat and that I’m against eating meat. Can you imagine what such a slaughterhouse means for me as a vegetarian? What a sacrifice I myself had to make? You understand that I did not come to look at the production, nor did I want to hear about all the dirty details about body parts.”
They then departed and went their different ways – Theorie did not go again that evening to the PAC and the butchers.

4
Barely two months after their first meeting their PAC , the Private Asylum Center was completely full. It was the only reception center in the Netherlands that was full. Indeed the problem for ‘We Are Here’ literally had disappeared. All Dutch cities watched in wonder and some envy. Other AC’s focused opportunistically on the ‘easy’ Syrians. They sent the more difficult cases -mostly from North and Central African countries – whom the Immigration and Naturalisation Service (INS) did not accept as having enough believable documentation about them and thus could not be granted further asylum to the PAC. They provided them with the requested backpack with some pocket money that state and municipal authorities had between them provided. Suddenly this all became possible, where in the past it would have been unthinkable!
The PAC was so full and the desired results had been achieved – the halal meat market was the only one of its kind and extremely popular.
The elections were approaching, and Rein could see that Theorie was more than well aware of this. The business was good but in what way did this influence the chances for his party in the elections? How would he be able to cash in with votes all the good work he had done for the refugees but making them in fact to disappear? Because their disappearence had now become a reality. But the old problem remained, because he was very limited in what could he openly reveal.
Rein had convinced him to go quietly on with the demonstrative forced evictions at the airport, he himself went through with the demonstrative ‘voluntary return’, also at Schiphol.
Maybe they could organize a press event wherin Theorie would ostentatiously declare that “voluntary return” was actually the ideal return for his Party for Theory and Practice, and this is where his party had achieved the most success. Maybe he could switch completely over to ‘voluntary returns’. Theorie could possibly even at some time come out as the very man behind the successful PAC, the asylum seekers’ center with the largest percentage of voluntary returns.
But Rein convinced him that his influence would be infinitely greater if he could find out before the election to try and achieve a merger with all the other anti-immigration parties. The PVV (PFF, Party For Freedom) voters potential had to be drawn to the new party which Theorie as the initiator would have a firm finger in the pie. That appeared to be something which Theorie found both intriguing and possible.

5
The day which had been chosen for the merger of all the of the anti-immigration parties a meeting had been arranged at Carré which was about three-quarters full. Temporary security gates had been set up along with identity checks, and it was all for an invited audience only. The official boards of the parties sat in the front row. Someone muttered, “There’s 500-year clink in a row.” And this comment garnered laughter and some furtive protest in the immediate vicinity. “And Geert is not even there,” some added. Geert would indeed not be on the stage yet – he would sit down somewhere with his guards in a room but would speak later they whispered.
The speakers all seemed to be saying the same thing but different ways but in the end were exactly the same:
“That’s why the PFF is the only party that … ‘
“Therefore VNL is the only party that … ‘
“Therefore, the FFD is the only party that … ‘
“Therefore, the PTP is the only party that … ‘
Each participating party had the pretension to take the lead in the new merged organization. There was still a lot of committee work needed if one wanted to obtain a unified single program and candidates list going into the elections.
When the boards of all the parties had assembled together on stage for the closing ceremony, the unexpected happened. On stage, there appeared suddenly out of doorways, side-wings, ‘exits’ which had been previously closed, from the sky-lights above along cables and ropes, from stage-right and stage- left, from back-stage, and on roller skates, hundreds, it was said later thousands of refugees with banners and signs entirely surrounding the stage and the audience in the hall.
It was immediately assumed that they had all somehow snuck in through an underground hallway to the basement of Carré, which connects to the fallout shelter underneath Weesperplein Metro Station.
And they sang:
We are here and we will fight
cause shelter and freedom
is everybody’s right!
Theorie was ever only afraid of one thing. He had secretly read one page beyond the story <The people-trafficker Amsterdam>. And since then he was most afraid to be ever extradited to the Tsjoewaziërs. On that page was namely described how Hašek, the future author of “Svejk” was given an introduction to the city of Bugulma in distant Russia, where he would be commander if the city would be conquered, something which was far from certain ever to happen.
His guidance promised even though no good, because they were described by as Hašek follows:
<Down at the entrance stood my guard. Twelve strong guys, Tsjoewaziërs who knew very little Russian, so it was not entirely clear whether they were conscripts or volunteers. To judge by their righteous and terrible appearance, they were volunteers, and ready for anything.>
The combination of their righteous and terrible appearance and the fact that they were volunteers and willing to do anything was the cause of many nightmares that Theorie since suffering. The Tsjoewaziërs appeared constantly in his dreams as revenge angels of all asylum seekers he had murdered. He had told this to Rein in one of his weaker moments. The result was that today, 12 of the largest black men, who Theorie thought were already eaten, with wild wigs and bats in their hands approached Theorie in a war dance and sang:
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
Theorie collapsed from fright and died on the spot and thus escaped a certain life sentence for ordering the murder of hundreds of asylum seekers. The leaders of the other parties spent their next years trying to prove their innocence and trying to prove that while they did want to ‘get rid’ of refugees, they had never known or approved of this deadly method.
The voters of the anti-immigrant coalition blamed their leaders for their present situation – people everywhere were laughing at them.
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
The supporters were ashamed of their leaders and despised them. They blamed themselves that they had believed in such sordid people and lost interest.
This was the end of <The smuggler from Amsterdam> or <The modern man-eater> or <Mysterious halal slaughterhouse>.

6
I had known Rein for a long time. He was always a kind of unique figure. An all-rounde was perhaps the best overal qualification. He was a man with an imagination as you rarely experience, but was by no means a dreamer. Fantasy was for him a means to interpret what he saw and experienced; it provided him with possibilities that could be developed further.
He said he had applied for the job with several other people. “Had it been one of the others they would have withdrawn. It was soon clear that Theorie would never dare to come and watch the meat being produced. Therefore there was never any reason for any additional slaughter area to be built and no underground corridor between PAC and slaughterhouse was really needed. What had to happen was that the refugees would actually just disappeared.
We resolved the problem by just researching and immersing ourselves in the historical shelters of Amsterdam. We went quite far back into the 17th century, in the stately canal houses, there were dungeons, cellars, and even places where hidden Catholic masses were held when Protestantism became the state religion. We even included buildings that we knew were hiding places in the Second World War. But most and the most massive, were the atomic bomb shelters that were built during the Cold War, and especially if it coincided with the construction of the Metro subway system, and then with both the completed East Line and the never-completed East-West Line Gaasperplas – Geuzenveld .
The resumption of underground construction 15 years ago, for the North-South line, the great budget and time and cost overruns, happened and coincided at about the same time as the renovation of both the Rijksmuseum and the Stedelijk Museum. What we had was an ongoing construction fraud – an inextricable linking of the above-ground and literally and figuratively the underworld. This had all made work on that legacy atomic shelters possible, under the pretext that everything below the ground was related with each other, if only to get to try different underground building methods.
We did not need much initially, limited mostly to just making the atomic bomb shelters accessible again and providing the necessary maintenance up-keep to start operating the facilities.
Construction fraudsters were blackmailed by our infiltrators and dared not officially complain. Although when they suspected that there were asylum seekers among the infiltrators they tried to mobilize the mayor against them, which succeeded in part. Otherwise the attitude of the mayor was not really explainable.
The mayor had made efforts to discharge the asylum seekers to the PAC, hoping that from there they would be quickly channeled back to their home countries, or at least somewhere else. That worked, but from the PAC course we had the route in hands. We let them go underground, like the other people of ‘We Are Here’. We kept continual pressure on the fraudsters through threatening some leaks on one of them – in this case to a local city official – and they were quickly back in line.
We created small businesses under the umbrella of legal Dutch companies. A highly developed division legitimacy made it possible for the refugees to participate almost fully in social life. They started to exist again as useful human beings. New asylum applications from their new identity were almost always successful.
Stations along the North-South line which were still being built we were able to enforce that the space was just slightly wider, for example by about one and a half meter. On the spot where the wall was originally planned we fitted narrow vertical strips of aluminum screens which went from floor to ceiling. Between the most outward-built wall of the subway and the aluminum screen we made a movable wall, which in it’s normal state fit firmly against the aluminum screen.
The movable wall could be shifted from the aluminum screen to the stone wall, so a person could just fit in between them. At your side the aluminium screen was transparant. You walked past the screen, which could be opened with your phone at any place to let you through, opened already running and you stepped into the public space . One could do that when there were no people around who could see what was happening. In order to make it even more unclear and opaque for any potential viewers people would be continuously projected on the screen as by passers.
On the spot where the wall was originally planned we fitted narrow vertical strips of aluminum screens which went from floor right up to the ceiling. Between the outer- wall of the subway and the aluminum screen we made a movable wall, which in it’s normal state fit firmly against the aluminum screen.
A further development, Rein said ,was that we could project three-dimensional images with a mobile phone into space. As a projection column, we used very fine droplets, a kind of mist, or even smoke or dust, such as a rainbow or the sun shining on a wet road or in a dusty barn. Because this column has volume we could project three-dimensional images. Through activating magnetism we get through our phone droplets or dust from everywhere. A puddle on the floor, a bottle of water, the bucket of a cleaner, dust in corners, on a pipe or on the ceiling. We could project ourselves while walking in public space as if were really actually there. So the passer-by would already be accustomed to having others sharing the space . We could even disappear before we got in the secret space by projecting a screen between us and any potential viewers. This should not be done as a sort of operatic ‘Deus ex machina’ but rather as a way we can protect our refugees, by bringing them into and out of the official world at a time of our choosing.
Regarding these adjustable walls, I think I believed Rein. But like I said, he was a man with an imagination as one rarely experiences – but he was no dreamer.
I really have no idea whether he could in fantasy or in reality produce these three-dimensional projections of people and things in tiny water droplets that he pulled through magnetism from a puddle, and all with his phone.
________________________________________________________

Hashim (33 years old) died on July 5th 2016. He was politically active in the “Wij Zijn Hier” group in Amsterdam and participated in the “March for Freedom” (2014).

1TH STATEMENT OF HASHIM MADE APRIL 2014, PUBLISHED JUIN 2014 in ‏العربية‎, english, français,in Freedom not Frontex
Hashim (33 years old) died on July 5th 2016. He was politically active in the “Wij Zijn Hier” group in Amsterdam and participated in the “March for Freedom” (2014).
I am a refugee, I left my country for security and political measures, and fleeing from politics that violate humanity. I came to Europe cause European believe in human rights which have been established there for long time. Unfortunately, I have faced lots of sever hardships after I made it to Greece. Part of it is the oppression against dark skin people, violating the refugee’s human rights, there is not any human rights for refugees in Greece. Like accommodation, or employment, or medical treatment. Even you don’t have the basic necessity of food sustain for your self and keep a life, or the freedom of moving freely in the country. Worst, having all avenues to be blocked to integrate refugees in European society’s regular life, and for long time I was suffering from exceptional harsh circumstance there. What forced me to leave to another European country, that would provide better human rights for a refugee, but unfortunately, there are no big differences between European countries. As far as violating and repressing the refugee’s right, slacking and delaying in processing and issuing residency papers for refugees, practicing unfair and unequal citizen right, preventing refugees from integrating freely within the European society. And put refugees in harsh circumstances, in isolation camps away from citizens and regular life, thus I’ve found my self in unending spins of whirl, feeling that I don’t have a normal existence in life, and all of my intellectual ambition died within me in a slow motion and some of my harsh experiences and suffering. After I’ve applied for asylum in Holland, is the unjustifiable rejection of my asylum application, after this rejection I’ve been faced by the harsh reality of endless suffering without papers in Europe which lays in being subject to be controlled based on color and being put in jail, and detention center for a long time. And not have any access as a refugee for a decent life, lacking all kind of psychological stability, living under constant fear that any time I could get arrested by any of the immigration’s polices or any other authorities in charge of controlling refugees , which put me under the feeling that you have fled oppression to a different kind of oppression.

Je suis un réfugie, j’ai quitté mon pays pour la sécurité et des mesures politiques et fuis des politiques qui violent l’humanité. Je suis venue en Europe car les européen croient dans les droits humains, qui ont été installer la-bas il y a longtemps. Malheureusement j’ai fais face a des épreuves difficiles, après que je suis arrive en Grèce. Une partie c’est l’oppression contre les personnes avec une peau noire, le viole des droits humains des réfugies, il n y a pas de droits humains pour les réfugies en Grèce. Comme l’accommodation ou l’emploie ou le traitement médical. Il n y a même pas une basse de nécessite pour maintenir la nourriture pour toi même et de rester en vie ou la liberté de se bouger librement dans le pays. Pire encore, toutes les pistes sont bloquer pour que les réfugies soient intégrer dans la société européenne de la vie quotidienne, et pendant longtemps j’ai souffert des circonstances exceptionnellement rudes d’ici. Ce qui m’a obligé de quitter pour un autre pays européen, lequel fournirait des meilleures droits humains pour les réfugies, mais malheureusement, il n y a pas de si grandes différences entre les pays européens.
Autant que les droits de réfugies sont violer et réprimer, relâchant et attardant les procès et issues des papier de résidence pour réfugies, les pratiques inégales et injustes des droits des citoyens, empêchent les réfugies de s’intégrer librement dans la société européen. Et mettent les réfugies dans des circonstances dures, dans des camps d’isolation loin des citoyens et de la vie normale, ainsi je me suis retrouvé dans des tourbillons tournants interminables, sentant que je n’ai pas une existence normale dans la vie et toutes mes ambitions intellectuelles mourais en moi au ralenti et certaines des me dures expériences et souffrances. Après avoir demander l’asile en Hollande, c’est la réjection injustifiable de ma demande d’asile, après cette réjection j’ai du faire face a la réalité dure de l’interminable souffrance sans papiers en Europe, d’être contrôler a cause de la couleur et d’être mis en prison et dans un centre de détention pour longtemps. Et de ne pas avoir accès en tant que réfugie pour une vie convenable. Manquant de chaque sorte de stabilité psychologique, vivant dans la peur constante d’être arrêter a chaque instant par des policiers migratoires ou par d’autre autorités responsable de contrôler les réfugies, ce qui me donnes l’impression que tu as fuis une oppression a une autre oppression différente.

انا لاجئ هجرت بلادي لاسباب أمنية وسياسية وسياسات” تضظهدالانسانية واتيت الي اروبا لان الاروبيين يؤمنون بحقوق الانسان التي اسست منذ زمن بعيد .لقد واجهت معانات شديدة بعد ان دخلت الي اليونان منها الاضظهاد للسود وانتهاك حقوق الانسان وليس هناك اي حقوق للاجئ من مسكن أو عمل او علاح حتي لا تملك قوت يومك او حرية التنقل مع عدم توفير سبل الاندماج في المجتمع الاروبي ولمدة ظويلة ظللت اعاني من ظروف انسانية حرجه هناك ممااضظررت الي النزوح الي دولة اوربية اخري توفر حقوق انسانية افضل ولكن من المؤسف انه لاتوجد فروقات كبيرة بين الدول الاروبية في اضظهاد حقوق اللاجئ وعدم توفير الاوراق والحقوق المواطنبة والاندماج وسط المجتمع الاروبي ووضع اللاجئ في ظروف سئية وعزله عن المجتمع الاروبي ممااجد نفسي في دوامة ليس لديهانهايةوتشعر ان ليس لديك وجود طبيعي في .الحياة وقتل كل الطموحات الفكرية ببطئ ومن اكبر المعانات التي واجهتها بعد طلبي اللجوء في هولنداهي الرفض التعسفي لطلب اللجوءوبعد رفض الطلب اواجه المعاناة الحقيقية التي تكمن في دخول السجن لمدة طويلة وعدم وجود ماوي او اي من سيل الحياة الكريمة وعدم وجود استقرار نفسي والعيش تحت الخوف من الاعتقال في اي لحظة من اي جهة امنية اوبواسطة السلطات المعنيةمما يسبب باحساس انك تهرب من اضطهاد الي
“اضظهادمن نوع اخر.
2TH STATEMENT OF HASHIM MADE APRIL 2016, PUBLISHED JUIN 2016 in ‏‎ english, français,in Spread the words

I’m from Sudan and my first asylum was in Netherlands. I’m living now since six years, three years in the system, three years out the system. And then, the life to be out the system, or to be without documents, it is not easy for me as a Refugee. Why I’m here in Europe? Because I want protection from the government and war. There is no freedom, there is no humanity rights. And then I arrived to Europe. Already, I was believing in Europe, I will find human rights. And actually I found something different. Europe believes it is the human rights. That they made the human rights. I lived on the streets. It is not possible for person, to live in the street without anything, without knowing where to go, without friends.
At the same time, if you get arrested without documents, then they bring you in the jail. And then, for how long, you don’t know. They can keep you till two years. And maybe try to send you back. Also, in my place, in Darfur, is still not safe. If I go back, I will die. And then, they let me free. I come back to the streets. That happened to me, two times. Where are the rights? Where is the humanity? Where are the human rights? So that’s mean, I lost my right as a human person. In my country, and in Europe.

Je suis du Soudan et mon premier asile était dans les Pays-Bas. Je vis maintenant depuis six ans, trois ans dans le système, trois ans en dehors du système. Et ensuite, la vie étant en dehors du système, ou être sans documents, ce n’est pas facile pour moi comme Réfugié. Pourquoi je suis ici en Europe ? Parce que je veux la protection du gouvernement et de la guerre. Il n’y a aucune liberté, il n’y a aucun droit d’humanité. Et ensuite je suis arrivé en Europe. Déjà, je croyais en Europe, je trouverai des droits humains. Et en réalité j’ai trouvé quelque chose de différent. L’Europe croit que ce sont eux les droits humains. Qu’ils aient fait les droits humains. J’ai vécu dans les rues. Ce n’est pas possible pour une personne, de vivre dans la rue sans quoi que ce soit, sans savoir connaître ou aller, sans amis.
En même temps, si vous êtes arrêtés sans documents, alors ils vous amènent dans la prison. Et ensuite, pour combien de temps, vous ne savez pas. Ils peuvent vous garder jusqu’à deux ans. Et essaye peut-être de vous renvoyer. Aussi, à ma place, à Darfour, ce n’est toujours pas sûr. Si je retourne, je mourrai. Et ensuite, ils me laissent sortir. Je reviens dans les rues. Ce m’est arrivé, deux fois. Où sont les droits ? Où est l’humanité ? Où sont les droits humains ? Donc ça veut dire que j’ai perdu mon droit en tant qu’une personne humaine. Dans mon pays, et en Europe.


Buy the paper version for €5 to support We Are Here. Transport €1,56:
Wonderland HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet bij boekwinkeltje Wonderland
Ook verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink en de antiquariaten Fenix en Streppel EN BIOLOGISCHE WINKEL De Aanzet in Amsterdam.