Schuld en schaamte MeursAM Story

De jongen
De soldaat stond in de deuropening van het vliegtuig, hij keek naar me en glimlachte, alsof hij niet één seconde later te pletter zou vallen, alsof hij niet met grote snelheid voorbijschoot maar voorbij zweefde. Het zag eruit als een man in de deuropening van een vliegtuig op een kindertekening. Die tekening bleef daar op een paar meter hoogte voor me in de lucht hangen, terwijl iets links van me, enkele tientallen meters verder maar, het vliegtuig al was neergestort en in brand gevlogen en er een heel hoge zwarte rookzuil opsteeg tot ver boven de bomen.
Maar dat was twee dagen geleden. In werkelijkheid lag ik nu in een wei bij het Kleine Kanaal naast mijn vader en zei zacht: ‘Vader, het bloed loopt in mijn schoenen.’ En hij, nog zachter: ‘Da’s niks, jongen. Blijf maar stilletjes liggen. Doe maar of je dood bent.’ Ik wist toen dat het gelukt was wat hij me had aangeraden. ‘Laat je vallen, jongen,’ had hij gezegd, ‘meteen als ze beginnen te schieten, en houd je dood,’ terwijl hij recht voor zich uit bleef kijken naar de Duitse soldaten met hun mitrailleurs. Bij het eerste geratel lag ik al. En ik was blij dat we naast elkaar hadden gestaan samen met een tiental anderen uit Noorddorp en dat we daarom nu hier ook samen in het gras lagen, en ik dacht er weer aan hoe 2 dagen geleden het volgende vliegtuig naar beneden was komen zweven, dat nog maar tien meter boven de grond opeens met zijn neus recht naar beneden dook, en ook van dat waren ze allemaal dood. Verkoold, alleen hun haar was toen men hun helmen afdeed onaangetast, pikzwart, blond, bruin of rood. En daar was het derde vliegtuig al, en bij dit vloog twee meter boven de grond de klep open en kwam er een jeep naar buiten, maar te vroeg dus, hij kantelde, zodat je dacht dat het zo mooi had kunnen zijn, dat het zo mooi bedacht was: het komt rustig aanzweven, maakt een zachte landing en zodra de jeep begint te rijden trekt deze de klep open en rijdt naar buiten. Tot grote verrassing van de vijand natuurlijk die te verbaasd is om op de jeep te schieten en dan is het al te laat, dan is de vijand zelf al onder vuur genomen. Maar nee, zo ging het niet, de jeep valt naar beneden en rolt door naar het ondertussen ook al gecrashte vliegtuig, zodat ze nauwelijks twee seconden later weer verenigd zijn en samen opgaan in een enorme steekvlam.
Ik voelde me schuldig, want ik wist dat dit allemaal gebeurde omdat de Engelse soldaten van een jaar of twintig het ontzettend leuk vonden om te dollen met ons, jongens van een jaar of tien. We vielen geweldig in de smaak bij ze, en niet alleen omdat we oudere zussen hadden die ons straks zouden moeten komen halen. Nee, wij wisten dat we ze charmeerden, dat ze alles wat we zeiden en deden even leuk vonden. Ze namen ons in de maling, ze praatten tegen ons alsof ze tegen zichzelf praatten zoals ze enkele jaren geleden waren: jongens van een jaar of tien. Ze zagen in ons zichzelf terug, en wij wisten dat en buitten het uit, we kregen alles van ze.
Zo kwam het dat, toen de lucht vol hing met duizenden vliegtuigen, bommenwerpers en motorvliegtuigen die zweefvliegtuigen trokken, en de soldaten seinen moesten geven dat ze verder, vérder moesten en daarom rookgranaten in het vuur gooiden waaruit groene rook moest komen, zo kwam het dat ze het plastic deksel van de verkeerde granaat trokken en deze op het vuur smeten en er rode rook opsteeg, en voor dat vuur gedoofd was, was het al te laat en waren de eerste zweefvliegers al losgelaten en naar beneden gekomen… Ik voelde me vreselijk schuldig, want het was omdat wij zo bij elkaar in de smaak waren gevallen, elkaar steeds glimlachend aan hadden gekeken, die Engelse soldaten en ik en nog een paar vriendjes, daarom hadden ze even niet goed opgelet en stierven hun kameraden nu voor hun ogen.
Ik voelde me, twee dagen geleden dus, zo schuldig dat ik niet verbaasd was dat er even later dwars door een wei, dan door de haag en vervolgens door de boomgaard, waar hij alle bomen op zijn weg meenam, een bommenwerper recht op me afkwam om, volkomen terecht, mij te straffen voor het gestoei met de soldaten dat zulke vreselijke gevolgen had gehad. Ik was begonnen te rennen zo gauw ik dat vliegtuig in de verte op me af zag komen, en ik holde minstens twee kilometer door zonder om te kijken, zo bang was ik en zo zeker dat het ‘t op mij gemunt had. Ik holde door, ook nog toen ik allang de knal gehoord had en de bommenwerper, zoals ik later hoorde, tegen de hangar van de school tot stilstand was gekomen en in brand vloog. De motor werd op het schoolplein teruggevonden.
Ik was ontsnapt maar ik bleef voor mijn gevoel schuldig en daarom was ik al evenmin verbaasd dat ik twee dagen later in deze wei bij het Kleine Kanaal was terechtgekomen, al lag ik dan naast mijn vader, die met dit alles niks te maken had en die mijn leven had gered zonder dat ik dit had verdiend. Een paar kilometer naar het zuiden waar wij woonden, aan de andere kant van het Grote Kanaal, lagen de Engelsen en gaven ons eten en sigaretten en chocola. En hier ten noorden van ons dorp waren de Duitsers nog en wij hadden hier familie en zo was mijn vader op het idee gekomen. ‘Laten wij eens iets van wat jij die Engelsen weet af te troggelen naar mijn familie brengen,’ had vader gezegd, ‘want daarginds hebben ze nog honger.’ En dat was gelukt, dat was tenminste iets, we waren al op de terugweg toen we opeens met ruim tien anderen werden opgepakt en in dit weiland op een rij werden gezet, omdat mannen van de Witte Brigade, in afwachting van de Engelsen, alvast begonnen waren Duitsers neer te schieten. En zo zou ik alsnog van Duitsers mijn straf krijgen, niet voor wat ik Duitsers had aangedaan maar voor wat ik de kameraden van mijn Engelse vrienden had aangedaan.
We zijn de enige overlevenden, mijn vader en ik. De Duitsers waren met hun hoofd bij de komst van de Engelsen, ze lieten de lichamen om ons heen een nacht liggen, wel wetend dat de burgers hun verwanten ’s nachts zouden wegslepen. Zo konden wij, weliswaar gewond, wegkomen. Ik had een vleeswond aan mijn been die niet meer bloedde. Mijn vader had pijn in zijn borst maar niet ondraaglijk. Er bleek een kogel in zijn long vlakbij zijn hart te zitten die ze daar wijselijk hebben gelaten.

De vader
De vader is er vijfentachtig mee geworden en vandaag wordt hij zonder kogel begraven. De burgemeester is er, want de vader is een held en de jongen ook, om wat er op het eind van de oorlog is gebeurd en omdat iedereen de tragiek kent die er later is gebeurd. De jongen had zich ooit voorgesteld dat hij hier zou staan en tijdens de toespraken waar hij niet naar luisterde zou hij zacht tegen mijn vader zeggen: ‘Da’s niks, vader, blijf maar stilletjes liggen. Doe maar net alsof u dood bent.’ Maar de jongen is er niet. Vroeger, zo’n 20 jaar na de oorlog, in de 60er jaren, had de vader nog wel eens gekscherend gezegd: ‘Haal dat ding er maar uit als ik dood ben en gebruik die kogel dan voor een van die oude nazigeneraals die alweer aan de top van de NAVO staan, zoals die Von Kielmansegg, dat soort figuren. Maar ouder wordend raakte hij de interesse voor die oude nazi’s kwijt, hij werd zachter. Tot hij opeens zijn zoon verloor door bloedvergiftiging. Zijn zoon die de kogel ook had laten zitten, niet omdat het zo moeilijk zou geweest zijn die te verwijderen, dat zou best gelukt zijn, maar uit solidariteit met zijn vader en als herinnering aan het gebeuren. Toen was uit droefheid de oude woede weer bovengekomen en had de vader zelfs overwogen om dan zelf die kogel uit het lichaam van zijn zoon te gebruiken om een van die, ondertussen, neo-nazi’s de kogel door zijn kop te jagen. Of hij het werkelijk ooit gedaan zou hebben weten we niet. Al gauw bleek de kogel uit het lichaam van zijn zoon zo geoxydeerd, waardoor ook de bloedvergiftiging was veroorzaakt, dat deze totaal onbruikbaar was. Toen weer jaren later het verdriet en de woede om zijn zoon niet zozeer weg waren dan wel wat weggezakt, herhaalde hij wel nog steeds dat hij graag die kogel had willen gebruiken voor de leider van een van die neo-nazigroeperingen. Hij handhaafde ook de opdracht dat na zijn dood de kogel uit zijn eigen lichaam verwijderd moest worden en bewaard als aandenken. Hij zei er niet meer bij wat ze er eventueel mee zouden kunnen doen. Daarvoor was hij te oud en eigenlijk ook te wee moedig geworden.
Nu heeft een neef, die het verhaal van de kogel kende, bedacht dat hij er voor de begrafenis van de vader wel eens wat spectaculairs mee kan doen. Een eerbetoon en tegelijk een aandenken. Met toestemming van de burgemeester wordt er op het verstrooi-ingsveld een 5 meter hoge paal met een plankje opgesteld. Daarop een stenen pot met de as van de vader. Er wordt een scherpschutter ingehuurd, de plaatselijke jager, die op de kruik mag schieten. En zo, vindt vooral de neef, komt het toch tot een spectaculaire asverstrooi-ing,

Wat een komedie, mompelt een mannetje dat met zijn handen in zijn zakken schouderophalend aan de rand van het veld staat toe te kijken.

Meurs A.M. 1 november 2017

 

DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM DL 8 SLOT Meurs A.M.

Slot DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM. Met Engelse vertaling. Op papier te koop voor €5. Opbrengst voor de vluchtelingen van www.wijzijnhier.org

SAMENVATTING VAN HET VOORAFGAANDE:
De ongeveer 35-jarige Theorie is niet de enige die probeert mee te liften op het succes van anti-vreemdelingen- , anti-immigratie- , anti-Europa- , anti-islam-bewegingen als die van Trump en Wilders, maar hij denkt er een intellectueel tintje aan te kunnen geven. Tot hij een gruwelijk fragment leest uit <DE MENSENHANDELAAR VAN AMSTERDAM>, een kort verhaal van Jaroslav Hasek, de schrijver van <De brave soldaat Svejk>. Hij besluit een PAZC, een Particulier Asiel Zoekers Centrum, gekoppeld aan een halal slachthuis en vleeshal op te richten, zijn oplossing voor het vluchtelingenprobleem. Als op zijn initiatief ook nog voor de verkiezingen de ultrarechtse partijen in Carré in een poging tot fusie bij elkaar komen, volgt er een verrassende ontknoping. In het laatste hoofdstuk vertelt Rein, Theorie’s compagnon en feitelijke organisator van PZAC en slachthuis, hoe het in werkelijkheid gegaan is.

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal. En ook in het Engels.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van @wijzijnhier.org

Deel 8 Epiloog

Ik kende Rein al heel lang. Het was altijd al een bijzonder figuur. Van alle markten thuis, was de beste kwalificatie. Hij was een man met een fantasie zoals je die zelden meemaakt. Maar geen fantast. Fantasie was voor hem een middel om te interpreteren wat hij zag en meemaakte en fantasie was voor hem een aftasten van mogelijkheden, van wat gemaakt, ontdekt, ontwikkeld zou kunnen worden.
Hij vertelde dat ze met meerdere mensen hadden gesolliciteerd. ‘Als een van de anderen het was geworden, zou die zich hebben teruggetrokken. Het was al snel duidelijk dat Theorie nooit naar de vleesproductie zou durven komen kijken. Er hoefde dan ook helemaal geen extra slachtruimte te worden gebouwd en ook geen ondergrondse gang tussen PAZC en slachthuis. Wat wel moest gebeuren was dat de vluchtelingen daadwerkelijk verdwenen.
Dat losten we op door ons te verdiepen in de schuilplaatsen van Amsterdam. We gingen daarin heel ver, terug tot in de 17e eeuw, in de statige grachtenpanden, kerkers, kelders, tot aan de katholieke schuilkerken toen het protestantisme de staatsgodsdienst was. Ook gebouwen waarvan we wisten dat er in de Tweede Wereldoorlog op min of meer grote schaal mensen waren ondergedoken. Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld. Het hervatten van de metrobouw 15 jaar geleden, nu voor de Noord-Zuidlijn, de geweldige budget- en tijdsoverschrijdingen, wat ook gold voor, en wat in tijd deels samenviel met, de verbouwingen van zowel Rijksmuseum als Stedelijk Museum, wezen niet alleen op de nog steeds bestaande bouwfraude, – een onontwarbare verknoping van boven- en onderwereld – , het maakte ook weer bouwwerkzaamheden bij die ‘oude’ atoomschuilkelders mogelijk, onder het mom dat alles onder de grond met elkaar te maken had, al was het maar om zaken uit te testen. We hadden aanvankelijk niet veel nodig, meestal beperkte het zich tot het weer toegankelijk maken van de atoomschuilkelders, noodzakelijk onderhoud en het weer in werking stellen van de voorzieningen.
De bouwfraudeurs werden gechanteerd door onze infiltranten en durfden hier officieel niets tegen te ondernemen. Hoewel ze, toen ze vermoedden dat er onder de infiltranten asielzoekers zaten, wel probeerden om de burgemeester tegen ze op te zetten, wat deels lukte, anders was de houding van de burgemeester niet verklaarbaar. Deze ging namelijk pogingen in het werk stellen om de asielzoekers naar het PAZC te lozen, in de hoop dat ze van daaruit snel doorgesluisd zouden worden. Dat lukte ook, maar vanaf het PAZC hadden wij natuurlijk de route in handen. We lieten ze onderduiken, net als de andere mensen van We Are Here. We tikten de fraudeurs op hun vingers door wat te laten lekken over een van hen – het ging in dit geval om een ambtenaar – en daarmee waren ze weer in het gareel.
We zetten bedrijfjes op onder de paraplu van legale Nederlandse bedrijven. Een hoog ontwikkelde afdeling legitimatie maakte het mogelijk voor de vluchtelingen om bijna volledig aan het maatschappelijke leven deel te nemen. Ze bestonden weer. Nieuwe asielaanvragen vanuit hun nieuwe identiteit waren zo goed als altijd succesvol.
Op stations van de Noord-Zuidlijn waar nog gebouwd werd waren we in staat af te dwingen dat de ruimte net iets breder werd, anderhalve meter bijvoorbeeld. Op de plaats van de oorspronkelijke muur lieten we een verplaatsbare wand plaatsen met daarvóór en vast er tegenaan aan de publiekszijde van vloer tot plafond een aluminium scherm van smalle verticale strips. De wand kon vanaf het aluminium scherm naar de muur worden geplaatst, zodat je tussen de wand en het aluminium scherm kon lopen dat van deze kant doorzichtig was. Je liep langs het scherm, dat op elke plaats kon worden geopend om iemand door te laten, opende dat met je telefoon al lopend en stapte de publieke ruimte in. Je deed dat als er geen mensen waren die dat konden zien, wat hun trouwens moeilijk gemaakt werd omdat er voortdurend op het scherm voorbijgangers geprojecteerd werden. Met je telefoon liet je de wand weer tegen het aluminium scherm schuiven.
Een verdere ontwikkeling is,’ vertelde Rein, ‘dat we met onze telefoon driedimensionale beelden in de ruimte kunnen projecteren. Als projectiekolom gebruiken we heel fijne druppeltjes, een soort mist, of ook rook of stof, zoals bij een regenboog of de zon die op een natte weg schijnt of in een stoffige stal. Omdat die kolom volume heeft kunnen we driedimensionale beelden projecteren. Door middel van magnetisme halen we via onze telefoon die druppeltjes of dat stof overal vandaan. Een plasje op de vloer, een geopend flesje water, de emmer van een schoonmaker, stof in hoekjes, op een buis aan het plafond. Zo kunnen we onszelf al lopend in de publieke ruimte projecteren voor we daar werkelijk zijn. Zo is de voorbijganger al aan ons gewend. Of we kunnen zelfs al voor we weer in de geheime ruimte verdwijnen een scherm tussen ons en het publiek projecteren. Dat mag natuurlijk niet gebeuren als een duivel uit een doosje. Maar zo beschermen we onze vluchtelingen dus, door ze de officiële wereld in- en uit te laten stappen.’
Wat die verstelbare wanden betrof geloofde ik Rein nog wel. Maar zoals ik zei: Hij was een man met een fantasie zoals je die zelden meemaakt. Maar geen fantast.
Ik had werkelijk geen idee of hij die fantasie, van de driedimensionale projectie van mensen en dingen op minuscule waterdruppels die hij door middel van magnetisme uit een plasje haalde, en dat allemaal met zijn telefoon, al had kunnen waarmaken.
Meurs A.M.

The story in english

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmepennink, de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

‘Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld.’

‘Dat losten we op door ons te verdiepen in de schuilplaatsen van Amsterdam. We gingen daarin heel ver, terug tot in de 17e eeuw, in de statige grachtenpanden, kerkers, kelders, tot aan de katholieke schuilkerken toen het protestantisme de staatsgodsdienst was. Ook gebouwen waarvan we wisten dat er in de Tweede Wereldoorlog op min of meer grote schaal mensen waren ondergedoken. Maar het meeste en ook het meest massale hadden we aan de atoomschuilkelders die tijdens de Koude Oorlog gebouwd waren, en vooral wanneer deze samenvielen met de bouw van de metro, en dan met zowel de afgebouwde Oostlijn als de nooit afgebouwde Oost-Westlijn Gaasperplas – Geuzenveld. Het hervatten van de metrobouw 15 jaar geleden, nu voor de Noord-Zuidlijn, de geweldige budget- en tijdsoverschrijdingen, wat ook gold voor, en wat in tijd deels samenviel met, de verbouwingen van zowel Rijksmuseum als Stedelijk Museum, wezen niet alleen op de nog steeds bestaande bouwfraude, – een onontwarbare verknoping van boven- en onderwereld – , het maakte ook weer bouwwerkzaamheden bij die ‘oude’ atoomschuilkelders mogelijk, onder het mom dat alles onder de grond met elkaar te maken had, al was het maar om zaken uit te testen. We hadden aanvankelijk niet veel nodig, meestal beperkte het zich tot het weer toegankelijk maken van de atoomschuilkelders, noodzakelijk onderhoud en het weer in werking stellen van de voorzieningen.’

Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten.

Wilders laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland geduldig aanleunen.

In Dresden was er zelfs een Nederlands spandoek. Pegida Nederland, om uitleg gevraagd over dit spandoek, verklaarde dat het zich echt alleen probeert op te trekken aan Wilders. Wat kan kloppen, want de organisatie heeft in Nederland aanzienlijk minder aanhangers dan de aanbedene. Later bleek het spandoek, dat in de demonstratie werd meegedragen , een voorbeeld van een grap waarmee zowel Wilders als Pegida op de hak werd genomen, en wel met het woord PIELENMUIS, door mensen die tenminste één woord uit het rijke oeuvre van de beroemde schrijver Gerard Reve hadden onthouden.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.
Dan vond hij zichzelf eerlijker. Hij gaf een asielzoeker geen enkele kans om te overleven.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We are here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumen-teerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We are here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.

In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> .

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor @wijzijnhier.org met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier , de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet: boekwinkeltje WONDERLAND

U kunt ook €6,56 (€5 plus €1,56 verzending) overschrijven naar NL07INGB0007646016 t.n.v. Meurs A.M. Amsterdam o.v.v. het door u gewenste adres. U kunt het dus ook aan iemand anders laten sturen.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

 

 

 

 

 

 

ONTKNOPING de MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM dl 7 wordtvervolgd

In januari van dit jaar heb ik in een verhaal verbeeld hoe ver een mens in vreemdelingenhaat kan gaan. De modellen die ik voor ogen had kwaken dagelijks de meest dwaze en walgelijke zaken uit en krijgen daarvoor veel aandacht – niet van mij trouwens – maar zijn nog niet zo ver gegaan als in mijn verhaal. Om ze in de gaten te houden hoeven we niet direct op elke scheet van ze te reageren. Maar we moeten ons wel realiseren waartoe het kan leiden. Daarom opnieuw in afleveringen mijn verhaal. En ook in het Engels.
Hieronder staat vermeld hoe het als tijdschrift te verkrijgen is. De volledige opbrengst is voor de vluchtelingen van WijZijnHier.

Deel 7 DE ONTKNOPING

Op de fusiedag van de anti-immigratiepartijen zat Carré voor driekwart vol. Er waren detectiepoortjes en legitimatiecontroles, het was voor genodigden. De besturen van de partijen zaten op de eerste rij. Iemand mompelde: ‘Daar zit voor 500 jaar lik op een rij.’ En oogstte daarmee zowel besmuikt gelach als protest in zijn directe omgeving. ‘En dan zit Geert er nog niet eens bij,’ waagde toch iemand. Geert zou inderdaad met zijn bewakers in een kamertje ergens beneden zitten maar zou wel spreken, fluisterde men.
De sprekers zeiden allemaal op iets andere wijze hetzelfde en eindigden zelfs exact hetzelfde:
‘Daarom is de PVV de enige partij die…’
‘Daarom is WNL de enige partij die…’
‘Daarom is het FVD de enige partij die…’
‘Daarom is de PTP de enige partij die…’
Elke deelnemende partij had de pretentie de leiding te nemen in de nieuwe fusieorganisatie. Er zou nog heel wat commissiewerk nodig zijn wilde men om te beginnen met één programma en één lijst de verkiezingen in gaan.
Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten. Er werd al meteen gefluisterd dat ze, via een ondergrondse gang naar de kelders van Carré, uit de atoomschuilkelder onder metrostation Weesperplein kwamen. Ze zongen:
We are here and we will fight
cause shelter and freedom
is everybody’s right!
Theorie was in de praktijk altijd maar voor één ding bang geweest. Hij had namelijk stiekem zelf toch één bladzijde verder gelezen dan het verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam>. En sindsdien was hij bang ooit uitgeleverd te worden aan de Tsjoewaziërs. Op die bladzijde stond namelijk beschreven welke begeleiding Hašek, de latere schrijver van ‘Svejk’, meekreeg naar de stad Bugulma in het verre Rusland, waar hij commandant zou worden als de stad veroverd zou zijn, iets waarvan lang niet zeker was dat dit ooit zou gebeuren. Zijn begeleiding beloofde ook al niet veel goeds, want die beschreef Hašek als volgt:
<Beneden bij de wacht stond mijn begeleiding. Twaalf forse kerels, Tsjoewaziërs, die maar heel weinig Russisch kenden, zodat ze helemaal niet duidelijk konden maken of ze gemobiliseerd of vrijwilligers waren. Naar hun rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk te oordelen, waren het eerder vrijwilligers, tot alles bereid.>
De combinatie van een rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk met het feit dat ze vrijwilliger waren en tot alles bereid, was de oorzaak van de vele nachtmerries waaraan Theorie sindsdien leed. De Tsjoewaziërs doken voortdurend in zijn dromen op als de wraakengelen van alle asielzoekers die hij had laten vermoorden. In een zwakke bui had hij dit ooit aan Rein verteld. Het resultaat was dat vandaag 12 van de grootste zwarte mannen, waarvan Theorie dacht dat ze allang verorberd waren, met wilde pruiken op en knuppels in hun handen op Theorie af stoven en vlak voor hem overgingen in een krijgsdans en zongen:
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
Theorie zakte van schrik in elkaar, stierf ter plekke en ontkwam zo aan een levenslange gevangenisstraf vanwege de opdracht tot moord op honderden asielzoekers. De leiders van de andere partijen die als medeplichtig beschouwd werden waren jaren bezig aan te tonen dat ze wel het doel hadden asielzoekers kwijt te raken maar van déze methode nooit op de hoogte waren geweest.
De kiezers van de anti-immigratiepartijen namen hun leiders vooral kwalijk dat ze zo afgegaan waren, er werd overal om ze gelachen.
<Tsjoetsjoetsjoe….wawawa…zizizi…>
De aanhang schaamde zich voor hun leiders en minachtte hen. Ze namen zichzelf kwalijk dat ze in zulke lui geloofd hadden en verloren hun interesse.
Dit was het einde van <De mensensmokkelaar van Amsterdam> ofwel <De moderne menseneter> of <Het geheimzinnige halal slachthuis>.
Meurs A.M.
Wordt vervolgd.

The story in english.

Alle 8 afleveringen van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM vindt u hier ook op Facebook

HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. is via internet verkrijgbaar bij boekwinkeltje Wonderland (€5 plus €1,56 verzending, vermeld verzendadres)

Ook voor €5 verkrijgbaar bij de boekhandels Schimmelpennink ,de antiquariaten Fenix en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.
Volledige opbrengst voor de vluchtelingen ‘tussen procedures’ van WijZijnHier die niets krijgen van staat of stad.

Op de fusiedag van de anti-immigratiepartijen zat Carré voor driekwart vol. Er waren detectiepoortjes en legitimatiecontroles, het was voor genodigden. De besturen van de partijen zaten op de eerste rij. Iemand mompelde: ‘Daar zit voor 500 jaar lik op een rij.’
Toen de besturen in de slotceremonie samen op het podium stonden, kwamen er plotseling uit luiken, coulissen, uit de hemel van het toneel, langs kabels en touwen, op rolschaatsen, 100den, men zei later wel 1000, vluchtelingen tevoorschijn met banieren, spandoeken en borden die het podium en het publiek in de zaal volledig insloten.

Wilders laat zich de kwijlende aanhankelijkheid van Pegida Nederland geduldig aanleunen.

Pegida Duitsland heeft een veel grotere basis waar Wilders op zijn beurt wel wat mee wil doen. Daarom ging hij naar de Pegidademonstratie in Dresden.

In Dresden was er zelfs een Nederlands spandoek. Pegida Nederland, om uitleg gevraagd over dit spandoek, verklaarde dat het zich echt alleen probeert OP te trekken aan Wilders. Wat kan kloppen, want de organisatie heeft in Nederland aanzienlijk minder aanhangers dan de aanbedene. Later bleek het spandoek, dat in de demonstratie werd meegedragen , een voorbeeld van een grap waarmee zowel Wilders als Pegida op de hak werd genomen, en wel met het woord PIELENMUIS, door mensen die tenminste één woord uit het rijke oeuvre van de beroemde schrijver Gerard Reve hadden onthouden.

Theorie is bij een gedwongen uitzetting geweest waarbij de man in een moderne dwangbuis werd vervoerd en KLM-personeel, marechaussee en de blijkbaar begeleidende vrouwelijke dokter (in opleiding waarschijnlijk) stonden te lachen. Theorie vond het onmenselijk en stuitend.

Ze liepen om de gebouwen heen. Rein vertelde dat er een ondergrondse verbinding tussen PAZC en slachthuis werd gebouwd met eveneens ondergronds twee nieuwe koelruimtes en daar tussenin een slachtruimte. Alleen de hoofdslager komt daar en zal er behalve producten uit het PAZC ook bushmeat, dat zal voornamelijk apenvlees zijn, verwerken, en zo nu en dan een Hooglander of een bizon of ander wildernisvlees uit Nederland.

Theorie was in de praktijk altijd maar voor één ding bang geweest. Hij had namelijk stiekem zelf toch één bladzijde verder gelezen dan het verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam>. En sindsdien was hij bang ooit uitgeleverd te worden aan de Tsjoewaziërs. Op die bladzijde stond namelijk beschreven welke begeleiding Hašek, de latere schrijver van ‘Svejk’, meekreeg naar de stad Bugulma in het verre Rusland, waar hij commandant zou worden als de stad veroverd zou zijn, iets waarvan lang niet zeker was dat dit ooit zou gebeuren. Zijn begeleiding beloofde ook al niet veel goeds, want die beschreef Hašek als volgt:
<Beneden bij de wacht stond mijn begeleiding. Twaalf forse kerels, Tsjoewaziërs, die maar heel weinig Russisch kenden, zodat ze helemaal niet duidelijk konden maken of ze gemobiliseerd of vrijwilligers waren. Naar hun rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk te oordelen, waren het eerder vrijwilligers, tot alles bereid.>
De combinatie van een rechtschapen en verschrikkelijk uiterlijk met het feit dat ze vrijwilliger waren en tot alles bereid, was de oorzaak van de vele nachtmerries waaraan Theorie sindsdien leed. De Tsjoewaziërs doken voortdurend in zijn dromen op als de wraakengelen van alle asielzoekers die hij had laten vermoorden.
In aflevering 1 zagen we hoe Theorie een gruwelijk fragment las in het korte verhaal <De mensenhandelaar van Amsterdam> van Jaroskav Hasek , de schrijver van het beroemde boek<De brave soldaat Svejk> .

‘O ja,’ zei Theorie, ‘we beginnen ermee om heel We are here onderdak te bieden. Met de manier waarop Amsterdam met die ‘ongedocumenteerden’, ‘uitgeprocedeerden’ is omgegaan, speelt het ons PAZC geweldig in de kaart. Het gaat bovendien vaak om mensen zonder papieren die nergens of maar zeer oppervlakkig staan geregistreerd. Die kunnen verdwijnen zonder dat er een haan naar kraait. We moeten wel rekening houden met de verschillende groepen binnen WAH. Het geheel van WAH is niet zo hecht, maar de groepen vaak wel (Swahili, Francofonen, Somaliërs, enzovoort).
‘Laat dat maar aan mij over,’ zei Rein. ‘Als wij in één klap We are here onderdak bieden, zal dat geweldig aandacht trekken. Veel AZC’s zullen hun moeilijke gevallen naar ons willen sturen.’ ‘Is natuurlijk prima,’ antwoordde Theorie, ‘als ze maar betalen.

Op de dag dat in Koblenz anti-immigratiepartijen bijeenkomen en Wilders in het Duits met ‘Ein neues neues Europa’ ‘Ein neues Drittes Reich’ lijkt aan te kondigen, wordt het gruwelverhaal <De mensensmokkelaar van Amsterdam> gepubliceerd, waarin op het eind een soortgelijke bijeenkomst in Carré wordt gehouden, met een verrassende afloop.
Dit verhaal is mijn antwoord op de vraag waartoe vreemdelingenhaat kan leiden en tegelijk het antwoord aan de ijdele leiders van anti-vreemdelingenpartijen en -groepen die in de gewone en de sociale media een aandacht krijgen die zij niet verdienen.
Door de toegevoegde Engelse vertaling van het verhaal en de statements van de overleden vluchteling van We Are Here, Hashim, in verschillende talen, is het een internationaal nummer geworden. De Boekenrubriek voor WijZijnHier met het DUOPAKKET, 2 keer hetzelfde literaire boek, 1 keer in het NL en 1 keer in een andere taal, was dat al.
De aanklacht tegen de huidige organisatie van de gezondheidszorg door mijn in december 2016 aan longkanker overleden broer Gerard, sluit dit nummer van HetWerk af.
Ik roep iedereen op dit nummer op papier voor €5 te kopen. De opbrengst is voor WijZijnHier, de vluchtelingen die niets krijgen van staat of stad.
Hartelijk dank!
HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M. via internet.

Ook verkrijgbaar bij de boekhandel Schimmelpennink, en de antiquariaten Fenix  en Streppel en biologische winkel De Aanzet in Amsterdam.

 

 

Alles vergeven en vergeten Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting MeursAM Story

Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting

Ze waren dus langzaam met de tractor in de lengte, eerst over de voeten en zo naar het hoofd, over de jongen gereden die ze op planken hadden vastgebonden, waarbij op het eind vooral het hoofd geweldig gekraakt had. En ze hadden gevonden, eerst toch, dat ze daar recht op hadden, dat het goed was dat ze dat zo gedaan hadden: dat ze begonnen waren met de voeten, dat de jongen het had zien aankomen ook, dat was goed, vonden ze, ze hadden daar recht op, op de pijn en de angst van de jongen. En zelfs op het kraken van dat hoofd, wat de jongen zelf maar heel even gevoeld had. Het was juist daarom dat ze begonnen waren met de voeten. Ze hadden recht op die angst, op die pijn, op dat dichterbij komen van de wielen bij het gezicht.
Want de jongen had ook tientallen van hun gezinnen pijn doen lijden, telkens wanneer hij iemand van zo’n gezin die, meestal uit honger, de brug over het kanaal wilde oversteken, had neergeschoten met een klein rond gaatje midden op het voorhoofd.
De jongen was een Duitse soldaat van 15 jaar die ze gewond en zonder nog één kogel uit zijn schuilplaats op de brug gehaald hadden. De aangevoerde Duitse soldaten die het in september 1944 moesten opnemen tegen de vanuit Frankrijk oprukkende geallieerden waren steeds jonger geworden.
Het begon ermee dat iemand zei: ‘Het was wel een echte scherpschutter, die jongen, want onze Jan was meteen dood, hij heeft niet geleden, hij heeft waarschijnlijk niet eens geweten wat hem overkwam.’
Daar was het mee begonnen, en van toen af begonnen ze ook dat kraken steeds meer te horen, te voelen ook voor zover dat mogelijk was, en zei er ook al eens iemand: ‘We dachten dat het nodig was, dat misschien niet eens wij maar toch de andere gezinnen waarvan iemand was doodgeschoten daar niet alleen recht op hadden maar dat ook nodig hadden om het gebeurde ooit te kunnen vergeten.’
Maar ondertussen hadden ze er zichzelf al jaren mee getroost dat hun gezinslid niet had geleden, en daarmee waren ze niet zozeer dat gezinslid geleidelijk aan vergeten maar wel dat het was doodgeschoten. Aan het doodschieten dachten ze niet meer, maar het kraken konden ze niet uit hun eigen hoofd zetten.
Het was verkeerd, zei er toen voorzichtig iemand, de manier waarop we op die jongen wraak hebben genomen, dat we hem een extra pijnlijke dood hebben bezorgd. We hadden hem niet in leven kunnen laten, dat zouden we niet aangekund hebben, maar we hadden die jongen gewoon dood moeten schieten en het daarbij moeten laten.

Tientallen later kreeg je van die monsterlijke tractoren met banden van bijna 2 meter hoog en zo’n driekwart meter breed. De oude man liep op een smal weggetje en er reed hem er zo eentje voorbij en stopte dan plotseling. De man zag meteen dat het levensgrote kleurenfoto’s waren die op de enorme achterbanden van de tractor geplakt waren. Ze zagen er bovendien zeer levensecht uit, waren niet plat en bovendien keken ze hem lachend aan. Dus als iemand hem een boodschap had willen sturen, bedacht de man, was het mooi niet gelukt. ‘Ik heb het gezien hoor,’ riep de man, ‘rij nu maar weer door, haha.’
Toen begon de monstertractor langzaam achteruit te rijden. Ik zou makkelijk kunnen weglopen, dacht de man.

Meurs A.M.