Ben&Jerry’s is Unilever, is neokolonialisme en klimaatverandering, is vluchtelingen

Vluchtelingenwerk gaat met Ben&Jerry’s samenwerken. Ben&Jerry’s is Unilever, dat eerder samenwerkte met het Wereldnatuurfonds. Unilever liep, net als ik, een dag mee met de Climate Miles. Toen schreef ik dit stukje. Omdat Unilever met haar producten en productiewijze juist bijdraagt aan klimaatverandering.
Unilever is een multinational die zich in Derde Wereld als een neokoloniale macht manifesteert. Neokolonialisme en klimaatverandering horen bij de belangrijkste oorzaken van de wereldwijde vlucht van miljoenen mensen. Als Unilever haar neokoloniale houding in de wereld én haar productie niet ter discussie stelt, is de rest, het samenwerken met milieu- en vluchtelingenorganisaties, window dressing, een rookgordijn, dweilen met een kraan die zij zelf mee heeft opengezet. Een truc, om haar corebusiness, het produceren van discutabele en vervuilende zaken onder twijfelachtige omstandigheden, in stand te houden.
Wat Unilever door met Vluchtelingenwerk samen te werken ‘goedmaakt’ is slechts een fractie van de vluchtelingenstroom die Unilever zelf, ook door de samenwerking met dictatoriale regiems, mede veroorzaakt. Vluchtelingenwerk mag daar niet intrappen. Het moet onafhankelijk blijven en bij zijn werk in Nederland de wereldwijde oorzaken van het vluchtelingenvraagstuk aankaarten, inclusief de rol van een multinational als Unilever daarin. Een zoet sausje kan de bittere werkelijkheid niet verbloemen.
Alles wat ik heb geschreven over Unilever en het milieu is ook geldig voor Unilever en vluchtelingen.

Climate Miles en Unilever

Unilever kennen we allemaal. Onze douche en keuken staan vol met haar producten. Als Unilever meeloopt met de climatemiles en iets wil vertellen over wat het als wereldwijd productiebedrijf wil bijdragen aan het stoppen van de klimaatverandering, dan is dat een goed ding. Er is een wereld te winnen.
Maar dat deed Anniek Mauser, directeur Duurzaamheid Unilever Benelux, die op 18 november 2016 een dag meeliep, niet. Ze vertelde niet wat Unilever beter zou doen met de producten die het maakt, ze vertelde van een actie waarbij Unilever kinderen etiketten laat plakken op haar doucheproducten met teksten om hun ouders korter te laten douchen. Unilever doet dit samen met o.a. het Wereld Natuur Fonds.
En toen werd ik kwaad. Want dat heeft dus helemaal niets met wat Unilever zelf moet of zal doen te maken. Unilever weet precies wat anderen moeten doen. En bovendien met producten, zoals water en gas, waarbij het zelf geen belang heeft. Het zegt bijvoorbeeld niet: “Gebruik minder shampoo of minder zeep, goed voor het milieu.’
Ik zag die miljoenen potjes, flacons, flesjes, tubes, blikjes, doosjes en buisjes voor me waarvoor Unilever geen verantwoording neemt, die op stortplaatsen, in verbrandingsovens, als zwerfvuil in het milieu terechtkomen, en waarvan, pas de laatste jaren, een klein deel door de burger zelf gescheiden wordt en daarna door de gemeenschap verzameld en gerecycled. Ik dacht aan al dat plastic, blik, aluminium waarvan die verpakkingen gemaakt worden en de fossiele grondstoffen, zoals aardolie voor het plastic, die daarvoor nodig zijn geweest. Ik dacht aan de inhoud van al dat verpakkingsmateriaal, aan de zepen, de tandpasta’s, de shampoos, de crèmes, de deodorants, de gels, de wasmiddelen, de vetten en vetoplossers, die allemaal in het milieu gespoeld worden, en waar, opnieuw, Unilever geen enkele verantwoording voor neemt. Ik dacht aan de ijsjes, de margarines, kroepoek, worsten en sauzen… Unilever lijkt gespecialiseerd in producten waarvan we best zo min mogelijk gebruiken, zowel voor onszelf als voor het milieu.
Het is dan ook in ieder geval een zeer slechte zaak dat Unilever zegt de omvang van het bedrijf te willen verdubbelen. Elk product dat Unilever op de markt brengt is immers slecht voor het milieu. Waarschijnlijk is ook de helft van de producten overbodig en zijn een deel van de bestanddelen van veel producten overbodig. Het is bijvoorbeeld volkomen overbodig dat Unilever een bevolking die daar geen behoefte aan heeft, zoals die van India, aan de deodorant brengt, zoals het wel eens verteld heeft. Een beperking tot de werkzame stoffen in de producten, het weglaten van nodeloze toevoegingen, zou het milieueffect ook aanzienlijk kunnen indammen.
Ik hoorde Anniek Mauser van Unilever zeggen: ‘Geen groei zonder duurzaamheid, geen duurzaamheid zonder groei.’ Het eerste is een terechte wens, het tweede is onzin. In de natuur groeit alles, geen leven zonder groei, en sterft af – ook een groei- naar iets anders namelijk, recycling. Maar mevrouw Mauser bedoelt de groei van een bedrijf, van de economie, van Unilever. Het is soms beter dat die niet groeien, voor de duurzaamheid, voor het milieu, voor minder opwarming van de aarde. Het is beter voor de belasting van het milieu dat Unilever niet groeit.
Ik hoorde mevrouw Mauser zeggen dat ze op de mijlpaal had geschreven: ‘Geen verantwoordelijkheid nemen is geen optie.’ Verder zei ze: ‘Die verantwoordelijkheid geldt voor iedereen, voor overheden, voor bedrijven, voor NGO’s, maar vooral ook voor iedereen individueel op dagelijkse basis. (…) En die boodschap wil ik graag meenemen want zonder allemaal in actie te komen en klimaatverandering een halt toe te roepen zullen we ook geen economische ontwikkeling in de wereld meer hebben. …Eigenlijk gaat het ook over echte gedragsverandering, thuis onder de douche, daarvoor is Waterspaarders een heel mooi programma, dat we hebben opgezet met het Wereldnatuurfonds en … Dat gaat echt heel konkreet over kinderen die thuis eigenlijk het gesprek aangaan met hun ouders. En we laten ze etiketten ontwerpen met een oproep aan hun ouders, op de shampoo en op de douchegel, die komen in de douche te staan, plaats van delict, en dat is een voorbeeld hoe wij proberen gedragsverandering aan te pakken op een manier die niet belerend is (‘plaats van delict’! ) maar die echt blijft hangen, te beginnen bij kinderen, want die zijn de toekomst natuurlijk.’
Toen werd ik dus kwaad, om de onnozelheid waarmee ze zelf gelooft dat het een geweldige vondst is, maar vooral omdat wij die boodschap niet van een vervuiler als Unilever willen krijgen. Het is klef zoals Unilever ons privéleven binnendringt met filmpjes met sprekende dieren die van onze kinderen een legertje van nieuwe ‘melkbrigadiertjes’ (de ouderen weten nog wat dat zijn) voor het milieu moeten maken en zo de aandacht afleiden van de milieudelicten van Unilever.

Ik dacht aan palmolie en ontbossingen, aan duurzaamheidscertificaten van palmolieleveranciers aan Unilever in Maleisië en Indonesië die niet bleken te kloppen, van thee uit India waarvoor hetzelfde gold (‘het was zo ver weg, multinational/miljardenbedrijf Unilever kon dat allemaal niet controleren’), en ik herinnerde me zoiets als met Shell in Nigeria (vergiftiging van het milieu), het bleek om een 14 jaar geleden na acties van Greenpeace in India gesloten thermometerfabriek te gaan, waarvan Unilever het kwik gedumpt had en waarvan tot op heden de bevolking ziek werd. En ik vond een recente Indiase rap hierover en plaatste deze in een tweed en deed mee aan de handtekeningactie om Unilever op zijn verantwoording te wijzen.
Later keek ik nog eens naar de foto’s en naar het filmpje van de climatemiles, zag hoe de dames Minnesma van Urgenda en Mauser van Unilever naar elkaar lachten, de zuurstof deed ze goed. Mauser kreeg van Minnesma de lach en de arm om de schouder zoals alles mijlpaalslaanders, en ik voelde me een spelbreker. Het ging er niet om wat er nog allemaal fout was maar om de goede wil tot verbetering.
De volgende dag dacht ik toch weer aan al die Unileverproducten en ging naar de site van Unilever en meende dat ik op de site van een milieuorganisatie, een NGO, was terechtgekomen. De leuzen sprongen me tegemoet. WERKEN AAN EEN BETERE TOEKOMST. Duurzaam leven. DUURZAME GROEI EN MAATSCHAPPELIJKE BETROKKENHEID. Het Unilever Sustainable Living Plan is een blauwdruk voor duurzame groei. EEN BETERE TOEKOMST VOOR KINDEREN. Samenwerking met de FDI World Dental Federation en het World Food Programme. Ons theemerk Lipton steunt projecten op het gebied van duurzame bosbouw in Afrika. Een betere toekomst voor landbouw & boeren.
Maar door het volgende soort vage formuleringen weet ik dat Unilever veel meer probeert te suggereren dan er werkelijk gebeurt:
Veel van onze merken bevatten ingrediënten die op ethisch verantwoorde en duurzame wijze zijn geproduceerd en die onafhankelijk zijn gecertificeerd.
• Dat geldt bijvoorbeeld voor Lipton-thee, dat is gecertificeerd door Rainforest Alliance, en voor het ijs van Ben & Jerry’s, waarvan verschillende smaken onder meer Fairtrade-vanille en -amandelen bevatten.
• Ongeveer de helft van onze grondstoffen komt uit de land- en bosbouw en dus werken we eraan om onze belangrijkste gewassen 100% duurzaam te maken.
De enige duidelijke mededeling die hier staat is dat Lipton-thee is gecertificeerd door Rainforest Alliance. Maar wat betekent dat dan weer, want ook voor Lipton-thee gold op een bepaald moment dat de certificatie twijfelachtig was.

Het lijkt er verdacht veel op dat sinds Unilever in 2008 door Greenpeace werd gedwongen de ontbossing voor palmolie te stoppen is gaan denken: If you can’t beat them, join them. In ieder geval met de mond en op papier. Unilever maakte een vlucht vooruit. Het spreekt in haar huidige Sustainable Living Plan vooral veel intenties uit. NGO’s kunnen afspraken maken om bijvoorbeeld het zout in voedingsproducten terug te brengen. De druk op het zoutgehalte is zo groot dat daar nauwelijks nog discussie over mogelijk is, Unilever moet wel. Met die palmolie zal het ook wel goed zitten, nog meer ontbossing is niet te verkopen. Unilever werkt samen met De Hartstichting, de Johan Cruyf-foundation, met voedselorganisaties, met scholen, met allerlei clubs overal ter wereld. Maar al die samenwerkingsverbanden draaien heen om de core business van Unilever die niet wezenlijk verandert: Unilever maakt producten waarvan er niet één biologisch en fair trade is, en zowel het product als de verpakking veroorzaken een aanzienlijke vervuiling. Ik heb de sterke indruk dat het Sustainable Living Plan voornamelijk een rookgordijn is en beschouw het plan om de productie te verdubbelen zelfs als levensgevaarlijk voor het milieu en de klimaatverandering.
Maar ik zou graag hebben dat de milieuorganisaties het Sustainable Living Plan van Unilever serieus tegen het licht zouden houden en ook het milieueffect zouden onderzoeken van de voornaamste producten inclusief hun verpakking.
Als ik een spelbreker ben, dan beschouw ik dat ondertussen als noodzakelijk in de strijd tegen klimaatverandering, inclusief de oorzaken van de wereldwijde vlucht van meer dan 60 miljoen mensen.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *