Alles vergeven en vergeten Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting MeursAM Story

Een geschiedenisje dat begon op het einde van de Duitse bezetting

Ze waren dus langzaam met de tractor in de lengte, eerst over de voeten en zo naar het hoofd, over de jongen gereden die ze op planken hadden vastgebonden, waarbij op het eind vooral het hoofd geweldig gekraakt had. En ze hadden gevonden, eerst toch, dat ze daar recht op hadden, dat het goed was dat ze dat zo gedaan hadden: dat ze begonnen waren met de voeten, dat de jongen het had zien aankomen ook, dat was goed, vonden ze, ze hadden daar recht op, op de pijn en de angst van de jongen. En zelfs op het kraken van dat hoofd, wat de jongen zelf maar heel even gevoeld had. Het was juist daarom dat ze begonnen waren met de voeten. Ze hadden recht op die angst, op die pijn, op dat dichterbij komen van de wielen bij het gezicht.
Want de jongen had ook tientallen van hun gezinnen pijn doen lijden, telkens wanneer hij iemand van zo’n gezin die, meestal uit honger, de brug over het kanaal wilde oversteken, had neergeschoten met een klein rond gaatje midden op het voorhoofd.
De jongen was een Duitse soldaat van 15 jaar die ze gewond en zonder nog één kogel uit zijn schuilplaats op de brug gehaald hadden. De aangevoerde Duitse soldaten die het in september 1944 moesten opnemen tegen de vanuit Frankrijk oprukkende geallieerden waren steeds jonger geworden.
Het begon ermee dat iemand zei: ‘Het was wel een echte scherpschutter, die jongen, want onze Jan was meteen dood, hij heeft niet geleden, hij heeft waarschijnlijk niet eens geweten wat hem overkwam.’
Daar was het mee begonnen, en van toen af begonnen ze ook dat kraken steeds meer te horen, te voelen ook voor zover dat mogelijk was, en zei er ook al eens iemand: ‘We dachten dat het nodig was, dat misschien niet eens wij maar toch de andere gezinnen waarvan iemand was doodgeschoten daar niet alleen recht op hadden maar dat ook nodig hadden om het gebeurde ooit te kunnen vergeten.’
Maar ondertussen hadden ze er zichzelf al jaren mee getroost dat hun gezinslid niet had geleden, en daarmee waren ze niet zozeer dat gezinslid geleidelijk aan vergeten maar wel dat het was doodgeschoten. Aan het doodschieten dachten ze niet meer, maar het kraken konden ze niet uit hun eigen hoofd zetten.
Het was verkeerd, zei er toen voorzichtig iemand, de manier waarop we op die jongen wraak hebben genomen, dat we hem een extra pijnlijke dood hebben bezorgd. We hadden hem niet in leven kunnen laten, dat zouden we niet aangekund hebben, maar we hadden die jongen gewoon dood moeten schieten en het daarbij moeten laten.

Tientallen later kreeg je van die monsterlijke tractoren met banden van bijna 2 meter hoog en zo’n driekwart meter breed. De oude man liep op een smal weggetje en er reed hem er zo eentje voorbij en stopte dan plotseling. De man zag meteen dat het levensgrote kleurenfoto’s waren die op de enorme achterbanden van de tractor geplakt waren. Ze zagen er bovendien zeer levensecht uit, waren niet plat en bovendien keken ze hem lachend aan. Dus als iemand hem een boodschap had willen sturen, bedacht de man, was het mooi niet gelukt. ‘Ik heb het gezien hoor,’ riep de man, ‘rij nu maar weer door, haha.’
Toen begon de monstertractor langzaam achteruit te rijden. Ik zou makkelijk kunnen weglopen, dacht de man.

Meurs A.M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *