{"id":1264,"date":"2021-03-28T22:04:06","date_gmt":"2021-03-28T22:04:06","guid":{"rendered":"http:\/\/meursam.nl\/?p=1264"},"modified":"2021-03-29T13:43:37","modified_gmt":"2021-03-29T13:43:37","slug":"anti-soeharto-acties-1970-in-roman-mijn-liefde-is-scharlakenrood","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/meursam.nl\/?p=1264","title":{"rendered":"Anti-Soeharto-acties 1970 met Zuid-Molukkers in roman Mijn liefde is scharlakenrood"},"content":{"rendered":"\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"303\" height=\"308\" src=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/03\/ProcesZuidMolukkersB1970.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1267\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/03\/ProcesZuidMolukkersB1970.jpg 303w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/03\/ProcesZuidMolukkersB1970-295x300.jpg 295w\" sizes=\"auto, (max-width: 303px) 85vw, 303px\" \/><figcaption><em>Affiche van de #Vrijheidsschool (initiatief #Cineclub) oktober 1970<\/em><br><\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p><strong>70 Jaar geleden werden ruim tienduizend ZuidMolukkers vanuit Indonesi\u00eb per schip overgebracht naar Nederland.<br>In het derde deel van de roman Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M. kijkt Kitty, inmiddels dakloos en verslaafd, vanuit 2003 terug op haar revolutionaire jaren. Hier vertelt ze hoe ze met een, eveneens jonge, ZuidMolukker in Amsterdam leuzen op de muren schildert tegen de komst van Soeharto naar Nederland. <\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Kitty<\/p>\n\n\n\n<p>1970<\/p>\n\n\n\n<p>Soeharto zou naar Nederland komen\nen dat wilden we verhinderen. Soeharto was verantwoordelijk voor de moord op\n700.000 communisten. De Zuid-Molukkers in Nederland hadden ook een appeltje met\nhem te schillen, want ze wilden een onafhankelijk Ambon en vooral, hij had hun\nleider, Soumokil, vermoord. Hoe konden we Soeharto bereiken en de&nbsp; indruk wekken dat het hier gevaarlijk voor\nhem was? Door een provocerende leus op de muren te kalken, waar de pers over\nzou schrijven en die hem op die manier zou bereiken nog voor hij uit Indonesi\u00eb\nzou zijn vertrokken. Want zo\u2019n leus, al was die met nog zo\u2019n koeienletters op\neen kade in Amsterdam gekalkt waar elke dag tienduizenden mensen hem lazen, zou\nhij natuurlijk nooit zelf onder ogen krijgen. Tenzij via een foto of een\nartikel in een krant. En dat lukte! De kranten pikten het op, ze spraken er\nschande van, van zo\u2019n leus, de toon was gezet, en toen een dag voor het\ngeplande bezoek ook nog eens drie\u00ebndertig Zuid-Molukse jongeren de Indonesische\nambassade in Wassenaar bezetten, waarbij een agent die op wacht stond werd\ngedood door een kogel \u2013 hoe dat gebeurde bleef onduidelijk \u2013 werd het bezoek\nvan drie dagen teruggebracht naar \u00e9\u00e9n dag en in Amsterdam kwam hij helemaal niet.<\/p>\n\n\n\n<p>En zo lag\nJantje, het kleine Zuid-Molukkertje, daar op zijn buik koeien van letters\nondersteboven op die schuine kade tegenover het CS te kalken. De Zuid-Molukkers\nzijn afstammelingen van stoer soldatenvolk maar als ik naar dat kleine Jantje\nkeek leken de afstammelingen een stuk minder stoer en de Molukken een stuk\nminder uitgestrekt. Dat dacht ik terwijl ik in een maillot met een kort rokje\nerover op de uitkijk stond en over de stoppende auto\u2019s heen bleef uitkijken en\neen prijs vroeg waarop geen enkele man serieus kon ingaan. \u201cVoor die prijs neuk\nik de koningin!\u201d riep er eentje, \u201cen de prinsessen erbij!\u201d en reed luid\ntoeterend weg. Waar het omging was dat niemand op Jantje lette die daar\nprachtig, van hem zelf gezien op zijn kop had geschilderd: DOODT SOEHARTO! DIEN\nHET VOLK!&nbsp; RJ. We waren daarna een beetje\nroekeloos geworden en stonden op het stationsplein die leuze, nu aan de\noverkant van het water, te bewonderen. Ik had de plastic tas met de emmer met\nkalk van Jantje overgenomen en terwijl we daar stonden zei ik plagend: \u201cHoe\nkrijg je dat voor elkaar, die grote letters met die kleine armpjes?\u201d \u201cIk heb\nmijn hele lijf erin gegooid,\u201d zei Jantje, \u201csoms voelde ik me echt van de wal af\nglijden.\u201d Een politieauto stopte met gierende remmen achter ons. Ik kon tussen\nde vele mensen in weg springen \u2013 het was midden op de avond \u2013 en vluchtte het\nstation in, waar ik weer normaal liep. Een auto kon me nu niet volgen. Ik ging\nde toiletten op het eerste perron binnen en veegde met toiletpapier de resten\nmuurverf van de buitenkant van de plastic tas. Daarna verliet ik het station\naan de andere kant dan die waarvan ik gekomen was. Er was hier niet veel\nverlichting en dat maakte me opnieuw overmoedig, ik kon nog wel een klusje\ndoen. Op een muur tussen twee laad- en losperrons in schilderde ik DOODT\nSOEHARTO, tot ik merkte dat er iemand naar me had staan kijken. In het gele\nlicht van een kantoortje zag ik de man telefoneren en ondertussen zijn hoofd en\nbovenlijf in gebogen houding heen en weer bewegen, ik wist dat hij speurde of\nhij mij nog zag. Rooie Willem, en T trouwens evenmin, kon dit soort dingen niet\nbegrijpen. Wij deden dit immers, we deden immers \u00e1lles voor het volk! Wij, die\nman, Willem, T en ik, de RJ, wij waren in dienst van het volk, wij w\u00e1ren het\nvolk! En toch lapten die kameraden ons erbij, onbegrijpelijk. Nou ja, gebrek\naan politiek inzicht, er moest nog veel aan scholing gedaan worden.<\/p>\n\n\n\n<p> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar daar had ik niet op gewacht. Ik verstopte mijn kalkgereedschap bij een bouwkeet die tegen een stukje van die lange achterkant van het CS aan stond. Hier viel het niet op, zeker niet toen ik het uit de tas had gehaald, het leek gewoon bij het materiaal te horen dat er lag. Ik zou het later op de avond wel ophalen. Ik begon dus verstandiger te worden. Tenminste dat dacht ik. In de waan dat niemand me zonder kalktas wat kon maken, wandelde ik weer door het CS om te zien of ik Jantje kon terugvinden. Ik zag hem niet en ik dacht: kom, ik kijk nog \u00e9\u00e9n keer naar die mooie grote leus aan de overkant van het water voor ik terugga naar het actiecentrum. Het politieauto\u2019tje verderop was vast allang teruggevallen in zijn dagelijkse, sluimerende routine. Ik was nauwelijks tien meter van de ingang van het CS verwijderd of het voertuig leek met een sprong op me af te stuiven. Ik rende opzij maar ze reden me binnen de kortste keren klem. Toen ze me de wagen in duwden zat Jantje daar al. We deden of we elkaar niet kenden. \u201cZo, zijn dat nou Black Panthertjes?\u201d zei de ene agent tegen de andere. Ze haalden alles door elkaar, maar we gaven geen kik.<\/p>\n\n\n\n<p> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze hielden ons een paar uur vast. We praatten wel, bijvoorbeeld vroegen we wat de tenlastelegging was, maar we gaven geen naam. Dat had ons wel zes uur kunnen kosten, maar het was nu eenmaal afspraak. Ze hadden geen bewijs en hadden ons evenmin op heterdaad betrapt. We hadden niets bij ons en er zaten geen verfspatten op onze kleren en handen. Ik zag dat Jantjes kleren aan de voorkant wel wat goor waren van het op de grond liggen, maar hij zei dat hij gevallen was toen ze als gekken achter hem aanreden. \u201cAnders hadden jullie me nooit te pakken gehad,\u201d lachte hij nog. \u201cMaar we hebben je,\u201d zeiden ze, \u201cdaar gaat het om, je bent er gloeiend bij.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Toen ze ons om een uur of twaalf \u2019s nachts vrij lieten, konden ze het niet laten om nog een spelletje te spelen. Ze lieten ons spitsroeden lopen tussen een rij van aan elke kant wel acht agenten. Waar haalden ze al die smerissen vandaan? Was dit het verzetje dat ze zichzelf gunden wanneer de nachtploeg de avondploeg afloste? De dubbele rij begon in de smalle gang, waar we alleen maar zijwaarts konden passeren, en liep tot het midden van de Warmoesstraat. Ze keken ons strak aan terwijl we passeerden. Een hief er met een ruk zijn arm op en ging dan door zijn haar. Een ander zette zijn been in de loop en trok het pas op het laatste moment terug. We keken rustig terug, we voelden ons moreel ver verheven boven deze dienaren van het kapitaal. Toen we dertig meter de Warmoesstraat in waren, spraken we af dat elk met een omweg naar zijn eigen huis zou gaan. Ik was net een steegje in geslagen, toen ik Jantje luidkeels hoorde roepen: \u201cMENA! \u2026 MURIA!\u201d, de vrijheidskreet van de Zuid-Molukkers.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Thuis bleek mijn kind nog wakker, of liever gezegd weer wakker. Het luisterde aandachtig naar het verhaaltje dat de scholiere die van huis was weggelopen en bij me logeerde voorlas. Het ging over Black Panthers die voor maaltijden zorgden op zwarte scholen. \u201cZo, mama is weer thuis,\u201d zei ik. \u201cAlles goed hier?\u201d <br><br>#ZuidMolukkers<\/p>\n\n\n\n<p>(uit de roman <a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/118498110\/Mijn-liefde-is-scharlakenrood\/\">Mijn liefde is scharlakenrood<\/a> van Meurs A.M.)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>70 Jaar geleden werden ruim tienduizend ZuidMolukkers vanuit Indonesi\u00eb per schip overgebracht naar Nederland.In het derde deel van de roman Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M. kijkt Kitty, inmiddels dakloos en verslaafd, vanuit 2003 terug op haar revolutionaire jaren. Hier vertelt ze hoe ze met een, eveneens jonge, ZuidMolukker in Amsterdam leuzen op de &hellip; <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=1264\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;Anti-Soeharto-acties 1970 met Zuid-Molukkers in roman Mijn liefde is scharlakenrood&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-1264","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1264","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1264"}],"version-history":[{"count":9,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1264\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1276,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1264\/revisions\/1276"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1264"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1264"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1264"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}