{"id":1314,"date":"2021-06-07T20:24:33","date_gmt":"2021-06-07T20:24:33","guid":{"rendered":"http:\/\/meursam.nl\/?p=1314"},"modified":"2021-06-21T08:45:12","modified_gmt":"2021-06-21T08:45:12","slug":"de-patersfabriek","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/meursam.nl\/?p=1314","title":{"rendered":"DE PATERSFABRIEK meursamstory"},"content":{"rendered":"\n<p><em><strong>in HetWerk70 3e gecorrigeerde oplage<\/strong><\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>(Dit verhaal sluit minofmeer aan bij het in ik-vorm vertelde verhaal <\/em><a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=364\">Alles beter dan zo\u2019n pak slaag<\/a><em><a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=364\"> <\/a><\/em>Het<em>Werk 63 van 20 november 2013. Beiden zijn bedoeld als hoofdstukken van een roman)<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/209113476\/AAA-HetWerk70-literair-kladschrift-van\/\">Bestellen<\/a><\/em><br><em>Abonnement: zie onder verhaal.<br> <\/em><br> <em>meursam story<\/em><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"1024\" height=\"708\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/06\/Werk70p1-1024x708.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1306\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/06\/Werk70p1-1024x708.jpg 1024w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/06\/Werk70p1-300x208.jpg 300w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/06\/Werk70p1-768x531.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/06\/Werk70p1.jpg 1139w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 1362px) 62vw, 840px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p><br> <em><strong>DE PATERSFABRIEK<\/strong> <\/em> <\/p>\n\n\n\n<p>De lagereschooltijd van Driek was plotseling afgelopen. In het weekeind al, vlak na de laatste schooldag, werd hij in de kost gedaan bij een boer in een dorp op een twintig kilometer afstand. Dat had hij totaal niet verwacht. Hij was in alle klassen, net als trouwens de meesten van zijn broertjes en zusjes, de beste geweest. Pas in de 6<sup>e<\/sup> en laatste klas had hij wat concurrentie gehad van de kinderen van \u2018het groot\u2019 van het dorp, de gefortuneerde klasse. Hij was bij de deelnemers aan de Franse les geweest, had voor het eerst van zijn leven huiswerk meegekregen en vond het heerlijk. Hij was er altijd vast van overtuigd dat zijn \u2018echte\u2019 vader, die hij nog steeds situeerde in het kasteel,&nbsp; grootse dingen met hem voor had. En nu zat hij bij de boer. Nu bond hij korenschoven en plaatste ze als een wigwam tegen elkaar. Nu moest hij oefenen met een voor zijn leeftijd en lengte te grote zeis, liep hij gebukt tussen de graanstoppels om achtergebleven aren op te rapen. Het was heet, gloeiend heet. Hij was vol verwachting geweest waar hij naartoe zou gaan, misschien naar de stad, een middelbare school en in de kost bij burgermensen. Misschien in een internaat, alles was goed als hij maar thuis weg was, weg van zijn broer. <br> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ook bij de andere boerderijen daar in de buurt waren nieuwe jongens gekomen. Het was de vaste bestemming voor jongens uit grote boerengezinnen. Trouwens ook met de meisjes ging het zo, die gingen \u2018in betrekking\u2019, kwamen in het huishouden te werken van meestal ook boerengezinnen. De huishoudschool en de ambachtsschool waren nog ver weg, letterlijk en figuurlijk. Laat staan de middelbare opleidingen als HBS. Als de jongens vrij waren, wat zeldzaam was, hadden ze onderling contact en haalden kattenkwaad uit. Ze stalen fruit, knolletjes, wortels, noten bij andere boeren. Dat ze daar waren vonden de meesten best, ze waren over het algemeen blij dat ze thuis weg waren, ondanks hun beperkte vrije tijd ervoeren ze hier meer vrijheid. Ze schikten zich in hun lot. Er was nog \u00e9\u00e9n jongen die zich in een vergelijkbare situatie als Driek bevond. In die zin dat hij volkomen onverwacht in een boerengezin was terechtgekomen. Die jongen kwam uit een rijke familie en zijn ouders hadden hem bij een boer geplaatst omdat ze meenden dat dat goed was voor zijn opvoeding. Ze gingen ervanuit dat hij in zijn leven vaak de weg zou moeten wijzen aan al dan niet zelfstandige boeren. Maar of de jongen het daarmee eens was hadden ze niet gevraagd. Die jongen werd meestal de aanvoerder van het kattenkwaad dat ze uithaalden. <br> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bij een boer waar geen jongens in de kost waren \u2013 zelfs daar is hij te gierig voor, zei men \u2013 bonden ze de koeien met de staarten aan elkaar. Ze holden een biet uit, maakten er gaten in voor ogen, neus en mond en plaatsten er een brandende kaars in, een bekend kunstje om mensen bang te maken. Ze maakten lawaai, de boer kwam buiten, het was niet de eerste keer, hij kwam dan ook meteen buiten met zijn bats in zijn hand en zwaaide er dreigend mee. De jongens hadden minachting voor de boer, ze liepen niet eens weg, ze dachten de oude man makkelijk voor te kunnen blijven. De boer was getergd, hij zwaaide zijn bats, hij mikte met de platte kant op het hoofd van een van de jongens, hij raakte deze maar half maar de jongen viel neer en bleek achteraf zwaargewond. De boer zwaaide opnieuw zijn bats, hij was uitzinnig, moordzuchtig, hij moest worden gestopt. De jongen van rijke komaf die op gymnastiek zat, dook onder de bats door, ging in de zwaai mee en pakte de bats over van de boer en sloeg hem met de platte kant tegen zijn hoofd. De boer viel met zijn hoofd op een laag muurtje rond de mesthoop en was op slag dood. <br> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; In de hoogste klassen van de lagere school werd er voor elk vak een prijs gegeven, een boek. Al die prijzen gingen naar de kinderen van de rijken uit het dorp. De rijken kregen op die manier hun compensatie voor het geld dat ze aan de school gaven. Bijdragen die ze leverden voor een verbouwing, een kapot dak en dergelijke. Zoals dat ook gebeurde met de kerk, voor hun plaats vooraan in de kerk, voor privileges zoals vooraan te mogen lopen in een processie, direct achter de pastoor, de misdienaars en de bruidjes. Iedereen vond dat vanzelfsprekend en gewoon, men was eraan gewend, legde er zich bij neer. Behalve Driek en de jongen uit rijke familie die de boer had neergeslagen, ze zagen dat allemaal wel gebeuren maar ze waren het er niet mee eens. <br> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Alle jongens werden verhoord. Driek nam de schuld op zich. Hij hield het namelijk bij zijn boer, bij het leventje dat hij nu had, niet langer uit. Dan maar tuchtschool. Maar eigenlijk was hij ervan overtuigd dat hij aan de tuchtschool zou ontsnappen door toedoen van de kasteelheer. De andere jongens verklaarden dat het achter hun rug gebeurd was want dat zij weg waren gehold. De ernstige verwonding van de jongen die door de boer met zijn bats was neergeslagen woog zwaar. Het was duidelijk waartoe de boer in staat was geweest en hij had daarv\u00f3\u00f3r al een reputatie. Hoewel de rijke jongen in dit geval ook op de invloed van zijn rijke familie rekende, wist Driek hem te overtuigen dat ook hij, Driek,&nbsp; geen echt gevaar liep, want dat hij op de kasteelheer kon rekenen. De 2 jongens waren makkelijk opgewassen tegen de agenten die hen verhoorden. De familie van de rijke jongen vermoedde wel hoe het werkelijk gegaan was maar accepteerden het verhaal van de jongens. Wel hielden ze voeling met de kasteelheer. De twee jongens kregen allebei hun zin, ze werden beiden bij hun boer weggehaald, de rijke jongen ging naar een HBS in de stad en Driek, die volgens de rechter wel in de gaten moest worden gehouden, ging naar een internaat in het dorp van het kasteel. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Naar kostschool<\/strong><br>\n<br>\nDat werd dus lopen. Zijn vader liep met een grote kartonnen koffer met\ndaaromheen een touw. Driek droeg een kleinere kartonnen koffer waar gelukkig\nnog een riem om paste. Vader droeg ook nog een stoffen tasje, daar zaten\nboterhammen in, een kruikje thee en voor elk een appel. Driek vroeg zijn vader,\ntoen ze uit de stoomtram waren gestapt en erachter kwamen dat er verder geen\nverbinding was, hoe ver het lopen was. \u2018Och, zo\u2019n 2 kilometer, zoon,\u2019 zei deze.\nMaar Driek wist dat het 8 kilometer was want hij had het de dag ervoor in een\natlas opgezocht. Zijn vader had die moeite niet genomen. Hij had gezegd: \u2018Er\ngaat een tram, een stoomtram, en als die er niet is dan gaat er een\npaardentram, want die boeren zijn niet gek, die hebben paarden.\u2019 Maar de\nstoomtram ging tot H, waar ze net uitgestapt waren, en vanaf hier moesten ze\nlopen. Dat zou ze zo\u2019n 2 uur kosten en geen half uur zoals zijn vader zei, ze\nzouden te laat komen voor het toelatingsexamen dat om 11 uur plaatsvond, ze\nwaren sukkels, vond Driek. Eenmaal het dorp uit was er aan de weg geen bebouwing\nmeer. Hij had flink de pest in en hij schoot 2 keer, eerst op een zeldzame auto\ndie passeerde zonder een teken te geven, deze vloog meteen in brand en verdween\naan de zijkant in een sloot. Daarna schoot hij nog een keer, nu op een\nboerderij in een zijpad van waaruit geen enkel signaal kwam van maar enigszins\nbegaan zijn met de eenzame wandelaars. In beide gevallen was het verdiend. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze spraken nauwelijks\nonderweg. Zijn vader zei wel: \u2018Je zult zien dat er allemaal paters en nonnen\nzijn. De paters geven les en hebben de leiding, de nonnen regelen het\nhuishouden. De paters zullen je geloof wel testen en je vragen of je de\nnegertjes in Afrika wilt gaan bekeren. Ik geloof dat het een orde is die zich\nspeciaal op Afrika richt. Verheffen, zo noemen ze dat ook wel. Je vertelt ze\ngewoon zoals het is, dat je allerlei mooie verhalen over Afrika hebt gelezen.\nEn verder hou je je op de vlakte. Je mag je vingers aflikken met zo\u2019n\nopleiding. Ik heb zo\u2019n kans nooit gehad. Denk eraan dat wij er ook een bijdrage\naan moeten leveren. Na die 6 jaar kun je nog altijd zien wat je doet.\u2019 Driek\nkon zich niet goed voorstellen wat hij moest verwachten, maar leren daar had\nhij wel zin in. Hij zag dat vooral als het lezen van een heleboel boeken. Ze\nzwegen terwijl hij hieraan dacht. Maar de irritatie over de onnodig lange\nvoettocht wilde niet echt wegzakken.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toen\nna bijna 2 uur het rode dak van het college in zicht kwam schoot hij dat meteen\nin brand. De vader had niets in de gaten. Ze zouden daar rondlopen tussen de\nverbrande resten van het gebouw en tussen de verkoolde lijken. Maar de sukkels\nom hem heen zouden het niet merken. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze waren inderdaad te laat\nvoor het toelatingsexamen maar men geloofde blijkbaar het verhaal van zijn\nvader, al keken ze deze wel wat medelijdend aan. Maar zeiden dan: we nemen het\nwel een keer particulier af. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Zijn vader en hij waren door\nde voordeur binnengelaten en een paar dagen later al realiseerde hij zich dat\ndat de eerste en voorlopig ook de laatste keer was geweest dat hij door die\ndeur ging, want de leerlingen mochten daar niet in of uit en zelfs mochten ze\nhelemaal niet in dat deel van het gebouw komen waar de paters woonden.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze hadden samen een maaltijd\ngekregen in een van de kamers naast de voordeur \u2013 gekookte aardappelen, rode\nbietjes en een gehaktbal &#8211;&nbsp; en zijn vader\nwas even met een pater mee geweest om wat zaken af te spreken en daarna had hij\nal afscheid moeten nemen, want zijn vader had nog een voettocht en een\ntramtocht voor de boeg en er ging maar twee keer per dag een tram. \u2018Vaarwel, jongen,\nhou je goed,\u2019 zei zijn vader en kuste hem, wat ongewoon was. Ze zouden elkaar 3\nmaanden lang niet zien.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De pater liep met hem vanaf de\npaterskant de eetzaal binnen die refter werd genoemd en aan de gangkant waar de\nklassen waren er weer uit. De pater wees naar de trap naar de slaapzalen, zei\ndat de jongens deze niet mochten gebruiken, dat deze voor de paters was, tikte\nin het voorbijgaan tegen de deuren van de klaslokalen, wees de kamer van de\nOverste aan die net als de Prefect, de ordebewaarder, niet alleen een kamer in\nhet patershuis maar ook een hier in de gang had, hij opende de deur van de\nkapel \u2013 \u2018deze deur is altijd open, hier kun je tot God en tot rust komen\u2019 \u2013\nzwaaide naar de andere trap naar de slaapzalen die ze wel mochten gebruiken. Ze\nliepen midden door de studiezaal, staken de recreatiezaal over langs een\nbiljart en pingpongtafels, en vlak voor wat de pater de aula noemde gingen ze\nde speelplaats op die cour heette. Hij wees Driek op de toiletten aan de\noverkant en zei dat daarachter een beek liep en dat de bomen van hun bos waren.\nMet een gebaar naar links noemde hij het volley- en het handbalveldje en weer\ndaarachter, nauwelijks te zien door de bomen, het voetbalveld. En rechts van\nhet voetbalveld, aan de andere kant van de beek, zei hij, was zelfs een zwembad\ndat de jongens zelf gegraven hadden. Kortom, op sportief gebied kwam Driek hier\nniets tekort. Als het regende konden ze onder de loods die naast de aula lag.\n\u2018Kom, dan gaan we weer naarbinnen en laat ik je je chambrette zien, een chambrette\nis een kamertje zonder plafond met voor de ingang een gordijn.\u2019 Er was een aan\nde houten, lichtgroen geschilderde wanden vastgemaakt bed, en een kast.\nVanboven was het inderdaad open maar Driek zag meteen dat hij hier meer privacy\nzou hebben dan hij thuis ooit gehad had. \u2018Op de slaapzaal mag je niet praten op\nstraffe van naar huis gestuurd te worden. Kom,\u2019 zei de pater weer en leek hem\naan een touwtje met zich mee te trekken, \u2018dan geef ik je in de refter het\nreglement waar dat allemaal in staat, en je bagage, dan kun je die naar je\nchambrette brengen. Je wordt om zeven uur in de studiezaal verwacht. Om negen\nuur ga je na het avondgebed naar bed.\u2019<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toen de pater naar de bomen\nachter de toiletten op de cour wees had Driek daar met \u00e9\u00e9n hand aan een tak een\nmeer dan drie meter grote aap zien hangen die met zijn andere hand met zijn pik\nspeelde. Driek keek naar de pater of die de aap ook zag maar dat was duidelijk\nniet het geval. Hij besloot niets over de aap tegen de pater te vertellen. Hij\nging hier zijn eigen leven leiden. Net als de aap dat deed.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De studiezaal zat, en ook al\nde keren erna, helemaal vol met leerlingen uit alle klassen. Ze waren hier elke\ndag op het einde van de middag en \u2019s avonds. En voor de vrije woensdag- en\nzaterdagmiddag begon zat je ook eerst een uur in de studiezaal. Ook zondags\nbracht je tussen ontbijt en middageten twee uur in de studiezaal door. De\nmiddagen dat ze geen school hadden werden gezamenlijk doorgebracht met\nverschillende sporten of een gezamenlijke wandeling. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij had nooit geleerd wat\nstuderen was, nou ja, een klein beetje toen hij in de laatste klas van de\nlagere school Franse les kreeg en huiswerk waarbij hij ook woordjes en\ngrammatica moest leren.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Nu had hij voor elk vak een\nboek en een schrift waarin je schreef wat de leraar zei en wat niet in het boek\nstond. Driek bedacht dat er veel energie, tijd en papier bespaard had kunnen\nworden als de leraar gewoon zou vertellen wat er in het boek stond. Het schrift\nhad dan gereserveerd kunnen worden voor vragen van de leerlingen en\nverduidelijkingen van de kant van de leraar. Hij leerde hoe hij met zijn ellenbogen\nop de lessenaar en zijn vingers op zijn voorhoofd en zijn duimen in zijn oren\nkon studeren. Vanwege die ellenbogen had hij al meteen de tweede dag dat hij hier\nwas naar huis geschreven voor studiemouwen. In de studiezaal stonden ze onder\nbewaking van een surveillant. Driek wist dat de surveillant naakt was onder\nzijn toga en dat deze dacht dat Driek dat niet in de gaten had.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De\nverbazing dat hij zijn best moet doen om te leren ging niet zomaar weg. Het\nduurde weken, misschien wel twee maanden, voor het werkelijk tot hem\ndoorgedrongen was en hij er zich ook bij neergelegd had dat hij om te leren\nzich moest inspannen. De lagere school was veel te gemakkelijk geweest, hij had\nzich overschat, had zich om de tuin laten leiden.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De dagorde:<\/strong> <br>\n<br>\n6.25u: Opstaan junioren (1<sup>e<\/sup> t\/m 3<sup>e<\/sup> klas), 10 minuten na\nde senioren (4<sup>e<\/sup> t\/m 6<sup>e<\/sup> klas). Met grote passen en\nwapperende witte rok slaat de pater tegen de gordijnen van de chambretten om te\nkijken of er nog iemand in bed ligt, hij houdt halt, wie zou er nog in liggen? Ochtendgymnastiek\nop de cour, rondje in draf rond het voetbalveld, terug naar de slaapzaal, in\nhemdje en kort gymnastiekbroekje je gezicht, oksels en armen wassen aan de\nwasbakken in het waslokaal tussen grote en kleine slaapzaal, 12 wasbakken naast\nelkaar aan elke wand, in het midden een rij van 2 wasbakken tegenover elkaar, 2\ndeuren tegenover elkaar, naar elk van de 2 zalen een; aan de andere kant van de\nmuur, aan de zijde van de grote slaapzaal, zijn de voetwasbakken, veel gebruikt\nna sport of wandeling. Er is alleen koud water. Wassen dus \u2019s morgens aan een\nklein wasbakje en verder aankleden.<\/p>\n\n\n\n<p>6.45u:\nMorgengebed en meditatie van de senioren in de kapel.<br>\n6.55u: Morgengebed van de junioren. De junioren hoeven niet te mediteren en\ntrekken nu voorlopig gelijk op met de senioren. Van beide groepen zijn er een\npaar jongens die nog gauw hun doodzonde biechten omdat ze anders niet ter\ncommunie mogen. (Driek heeft geen idee wat deze doodzonde is, hij merkt wel dat\ndeze als een zwarte schaduw boven hun dagelijks leven hangt)<br>\n7.00u: H. Mis. Dat betekent Heilige Mis. Naar de mis dus, nuchter, want ze\nmoesten ter communie kunnen.<br>\n7.40u: Studie. Dat wil zeggen dat de Mis bijna 40 minuten kan duren. Maar\niedereen weet dat het ook in 20 minuten gebeurd kan zijn. Dat hangt van de <em>celebrant<\/em>\naf, de pater die de mis doet (20 minuten), of die de mis <em>celebreert<\/em>, dat\nwil zeggen <em>viert<\/em> (40 minuten). Dat is net zoiets als iemand die zegt dat\nhij \u2018het leven viert\u2019. Loop gillend weg of maak je schoorvoetend maar\nvastberaden uit de voeten. Niet alleen omdat degene die dit vreselijke clich\u00e9\ndurft te poneren, je triomfantelijk zal aankijken alsof hij het heeft\nuitgevonden, maar vooral omdat zo iemand zelden feestelijk leeft maar er wel\nuren over kan ouwehoeren. Driek denkt na deze zin even na en sluit niet uit dat\nook hij deze uitdrukking wel eens heeft gebezigd. Maar komt tot de conclusie\ndat dit niets afdoet aan zijn stelling.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Dat is dus elke morgen om 7\nuur weer spannend: welke pater komt er achter de misdienaar de sacristie uit?\nDe jongens rekken zich, buigen zich om degene voor zich heen, kunnen niet wachten\ntot de pater voor iedereen duidelijk in beeld is. Dan hoor je zuchten van\nopluchting of van teleurstelling. Driek is nooit misdienaar geweest, hij moet\nhet hier leren, misdienen. Hij had het altijd vreemd gevonden, jongens die vies\ndeden, vloekten, scholden, pesten, werden opeens misdienaar, kregen een\nmispakket, speelden thuis altaartje. Anderen die <em>te dom waren om voor de\nduvel te dansen<\/em>, kenden opeens het <em>confiteor <\/em>vanbuiten, in het\nlatijn dus, opeens op een zolder waar je aan het spelen was begonnen zij het\nconfiteor te zingen. Driek had een groot wantrouwen tegen dat misgedoe\nontwikkeld. En nu zit hij er middenin.<br>\n8.10u: Bed opmaken, ontbijt en vrije tijd (buiten door te brengen) (lokalen in\norde brengen)<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij heeft het moeilijk.&nbsp; Hij heeft meestal slecht geslapen. Tijdens\nhet half uur studie kun je je lessen nog een beetje voorbereiden als je dat de\nvorige avond niet gedaan hebt. Als je tenminste niet met je duimen in je oren\nen je vingers op je voorhoofd in slaap valt. En je ellenbogen opeens van de\nrand van je lessenaar af schieten. Telefoon!<br>\n<br>\n8.45u: 1<sup>e<\/sup> Les.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br>\nSlaapzaal, cour, rennen rond het voetbalveld, slaapzaal, kapel, studiezaal,\nrefter, klaslokaal. Hij kwam op al die plekken vaak te laat. Hij was er met\nzijn hoofd niet bij. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br>\nZijn moderator &#8211; elke jongen had een patermoderator &#8211; maakte na een week op het\ninternaat een afspraak met hem. Ze zaten in een leeg klaslokaal, de moderator\nachterstevoren in de bank voor hem met zijn gezicht naar hem toe en zijn benen\nin het gangpad. \u2018Zo, jongen,\u2019 zei de pater, \u2018vertel me eens, hoe ben je\nerachter gekomen dat je roeping hebt?\u2019 Driek keek hem niet begrijpend aan. \u2018Je\nroeping om priester te worden, om je leven aan God te wijden, zoiets komt niet\nvan de ene dag op de andere.\u2019 Driek werd vuurrood. In \u00e9\u00e9n klap was hem veel\nduidelijk van wat hij in de afgelopen week niet goed begreep. Bijvoorbeeld dat\ner alleen maar paters les gaven, hoewel hij zich herinnerde dat zijn vader dit\nonderweg verteld had. Maar ja, op de bewaarschool waren ook alleen maar nonnen geweest en op de\nmeisjesschool ook nog heel lang. Opeens begreep hij het: dit was geen gewone\nkatholieke kostschool, geen gewoon internaat, dit was een seminarie, een\npriesteropleiding, dit was een patersfabriek. En hij voelde zich bedonderd, op\nde eerste plaats door zijn vader van het kasteel. Hij vermande zich even en\nslaagde erin om min of meer normaal te zeggen: \u2018Dat weet ik niet meer precies.\u2019\nDan holde hij het klaslokaal uit.<\/p>\n\n\n\n<p>Kort\ndaarna richtte Driek <em>\u2018De Vereeniging voor de rechten van het Groote kind\u2019<\/em>\nop (twee e\u2019s en 2 o\u2019s, zo schreef je dat toen). Hij had aan andere namen\ngedacht, bijvoorbeeld <em>\u2018De Vereeniging voor de rechten van den Puber\u2019<\/em>,\nmaar hij vond dat te veel latijn. En daar had hij al moeite genoeg mee.\nBovendien stond er in het Latijns woordenboek bij het woord <em>\u2018pu(b)er\u2019<\/em>\nals mogelijke betekenissen: <em>\u2018in staat zaad te maken, in staat een kind te\nverwekken\u2019<\/em>. Die betekenissen associeerde hij niet met zichzelf of met zijn\nvrienden, &#8211; die hij nog niet had maar die hij al wel lid maakte van de vereniging,&nbsp; hoewel hij voorlopig niemand op de hoogte\nstelde van de oprichting, ze zouden dat nog niet begrijpen. Hij associeerde\ndeze betekenissen met zijn grote broer en dat was geen prettige gedachte. Zijn\nbroer zou zich uit puur eigen belang tegen deze rechten keren maar dat kwam\nDriek goed uit, daarmee ging zijn broer regelrecht op weg naar de guillotine.\nDriek interesseerde zich erg voor de Franse Revolutie. Ook verschillende paters\nzouden deze smadelijke gang niet kunnen ontlopen, voorop de Prefect die op zijn\nkamer in de gang voor het minste of geringste de jongens gelastte hun broek\nomlaag te doen, ze over de knie legde en ze met de blote hand een pak slaag op\nhun blote kont gaf. Met zijn hoofd al tussen de planken van de guillotine\nzouden de billen van de Prefect publiekelijk ontbloot worden en zou hij voor de\nogen van de menigte allereerst zelf zijn favoriete lijfstraf ondergaan. Daarna\nzou het mes vallen en zijn kop rollen.<\/p>\n\n\n\n<p>Driek\nschrijft zijn:<br>\n<strong>RECHT\nOP ALGEMEEN EN OPENBAAR ONDERWIJS VOOR HET GR<em>OO<\/em>TE KIND<\/strong><br>\n<br>\n1. Elk groot kind, het kind vanaf 12 jaar, heeft het recht onderwijs te volgen\ntot tenminste het bereiken van zijn 17e levensjaar. Het mag daarbij wel\nvrijwillig enige werkzaamheden verrichten maar deze mogen slechts een gering\ndeel van zijn schoolweek uitmaken.<br>\n(Dus aan het bij een boer in de kost geven van 12-jarigen om daar zonder\nverdienste werkzaamheden te verrichten wordt met onmiddellijke ingang een einde\ngemaakt evenals aan het in betrekking doen van 12-jarige meisjes.)<br>\n2. Alle onderwijs, van welke aard of van welk niveau ook, is tot het bereiken\nvan de leeftijd van 17 jaar uitsluitend algemeen en openbaar en staat onder\ncontrole van de staat.<br>\n(Dus onderwijsinstellingen die reeds vanaf het 12e levensjaar van de leerling\ngericht zijn op een beroep dat deze pas veel later, bijvoorbeeld op zijn 24e,\nen na het volgen van hoger onderwijs, zal uitoefenen, zoals dat van pater,\nzullen moeten worden opgeheven of moeten overgaan op algemeen en openbaar\nonderwijs.)<br>\n3. Het is dom, onverantwoord en immoreel en dus verboden het grote kind tot 17\njaar vast te pinnen op of te dwingen tot een beroepskeuze of levenswijze.<br>\n4. Dus en wellicht ten overvloede: VOOR EEN PATERSFABRIEK VOOR ONDER 17-JARIGEN\nIS OP DEZE WERELD GEEN PLAATS! VOOR ZOVER DEZE NOG BESTAAN DIENEN ZIJ MET\nONMIDDELLIJKE INGANG TE WORDEN OPGEHEVEN!<\/p>\n\n\n\n<p>Driek\nzuchtte.<br>\n<br>\nHij kreeg brieven van zijn moeder en schreef ook terug. Hij schreef dat\nalles goed ging. Voor het eerst van zijn leven haalde hij een onvoldoende, het\nwas voor latijn. Op zijn herfstrapport had hij voor latijn een 5,5. Het was\nnormaal. Alleen de zittenblijvers slaagden erin een voldoende te halen voor\nlatijn. Zo maakten de paters duidelijk hoe belangrijk en moeilijk dat vak was,\nze moesten elke dag een uur aan latijn besteden. Maar hij schaamde zich voor\neen onvoldoende, kon het niet uitstaan. Hij was blij dat hij als eerstejaars in\nde herfstvakantie niet naar huis mocht \u2013 dat was omdat de eerstejaars moesten\nleren zich te onthechten, om 3 maanden te wennen aan niet thuis te zijn \u2013 en\ndat hij nergens zijn schoolrapport hoefde te laten zien.<\/p>\n\n\n\n<p>Als\nje over de beek het bos in ging had je aan de rechterkant al gauw het kerkhofje\nwaar enkele paters begraven lagen. Maar hij kwam erachter dat er nog een graf\nwas, een heuveltje ver weg in het bos, bijna aan de rand, met iets dat op een\nkruis leek, maar dan als dat van de goede moordenaar met boven de armen van het\nkruis geen opstaand gedeelte, een T dus. Het graf was van een weesjongen die in\ndiverse gestichten, internaten, had gezeten. Tot ze op zijn 12<sup>e<\/sup>\nbesloten hem naar de Patersfabriek te sturen. De jongen wist van niks. Toen hij\nerachter kwam waar hij terecht was gekomen maakte hij een einde aan zijn leven.\nZe wisten niet waar ze hem moesten begraven, hij mocht als zelfmoordenaar niet\nop het kerkhofje in de gewijde aarde bij de paters liggen. Het zal mij niet\noverkomen, dacht Driek, ik laat me niet gek maken. Soms bracht hij in het\ngeheim en zwijgend een bezoek aan zijn bondgenoot, zijn lotgenoot ook. Ook deze\njongen was ergens geplaatst waarvan hij niet wist wat het was.&nbsp; <\/p>\n\n\n\n<p>Midden in de herfst. Een hele middag werken op het koude, natte\nland van een boer. Bietjes uitdoen. Wat krijgen ze ervoor? Twee zuurstokken of\nkaneelstokken. Ze hebben geen werkhandschoenen en ook hun kleding en schoenen\nzijn niet geschikt voor dit werk in deze tijd van het jaar.<\/p>\n\n\n\n<p>Hij\nhad een enorme scrupulositeit. Of hij een snoepje zou nemen of niet, hoe hij ze\ndaarna met grote aantallen tegelijk in mijn mond propte, hevig begon te zuigen,\nademnood kreeg, opgelucht de plakkerige troep in de palm van zijn hand liet\nvallen, achterover zakte en na bleef hijgen, een papiertje zocht, ze daarin\nliet vallen, \u00e9\u00e9n snoepje in zijn mond stopte en er hevig op begon te zuigen.\nRollen groene menthol, het eten van stophoest. De pijnlijke tong, het schrale\ngehemelte als gevolg. Hij leende geld van andere jongens om te snoepen, hij zou\nhet na de Kerstvakantie terugbetalen. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze mochten soms roken op\nvoorwaarde dat ze dat van thuis mochten. Natuurlijk mochten ze dat allemaal. Hij stak na het ochtendgymnastiekrondje om het\nvoetbalveld een sigaret op en werd\nmisselijk. Hij besloot tot zijn 13<sup>e<\/sup> niet meer te roken. Dat zou zijn\nna het eerste jaar in de Patersfabriek.<\/p>\n\n\n\n<p>Tegen\nKerst had hij een 6-plus voor latijn. Maar had er geen voldoening van. Hij was\nmeegegaan in hun spel. Ze verwachtten nu vast dat hij voor het overige ook aan\nhun verwachtingen zou voldoen.<\/p>\n\n\n\n<p>Een\nweek voor Kerst. Op de fiets in de sneeuw, ijskoud, naar huis, in H moest hij al een keer afstappen, van G naar E heeft hij praktisch gelopen, een uur lang op een draf\nnaast zijn fiets vanwege ijskoude voeten. Normaal is het een uur fietsen, nu\nkwam hij uitgeput en koud na 3 uur voor het eerst in 3 maanden thuis. Hij kon\ner niet tegen dat zijn broers en zusjes zo onaardig tegen elkaar deden en begon\nte janken.<br>\n&nbsp;<br>\nEen van de dingen die in de vakantie van hem verwacht worden is buren-\nen familiebezoek om zijn schoolrapport, puntenkaart, zeggen de oudere mensen,\nte laten zien. Hij beantwoordt geduldig de vragen als: Was dat niet lang, zo 3\nmaanden zonder je familie? Dat viel wel mee, zegt hij. Bij het weggaan geven ze\nhem een paar stuivers. Of al eerder als de echtgenoot, meestal de oom of neef\ndie het niet hoeft te weten, ze hebben het zelf ook hard nodig, even de kamer\nuit is. Hij schaamt zich en zou het liever niet aanpakken. Maar zijn moeder\nzegt dat de mensen ook wel weten dat zo\u2019n school geld kost en een leerling die\nniet werkt moeilijk is voor een gezin. En dan geneert Driek zich ook daar voor.\n\u2018Later krijg je het allemaal terug,\u2019 zegt Driek. \u2018Dat denk ik niet,\u2019 zegt zijn\nmoeder. Ze gelooft echt dat ik pater wordt, denkt Driek.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Voor hij de kans krijgt zijn\neveneens verplichte bezoek aan de pastoor af te leggen komt deze al bij hem\nthuis. Hij wil iets voorstellen, niet alleen aan hem maar ook meteen aan zijn\nouders. <br>\nDriek zit aan het lage tafeltje in de woonkeuken waar normaal de kleine\nkinderen zitten, die zijn al naar bed. Hij leest een missieboekje dat aan de\ndeur is gekocht. Het lijkt erop dat men een Afrikaanse sage volledig heeft\ngekatholiseerd. De heidenen keren zich af van de magische figuren, mensen en\ndieren, van de sprookjesachtige wezens tussen mens en dier in, en tussen hun\nvoorouders en goden in. Ze bekeren zich tot het \u2018ware geloof\u2019. Het boekje\nkostte 1 gulden. Dat is veel geld, opbrengst voor de missie. Het is normaal dat\nde pastoor, als een van de weinigen, via de voordeur binnenkomt. Maar gewoonlijk\nblijft hij in de voorkamer maar daar is het nu te koud. Als hij verwacht werd\nzou de kachel daar zijn aangemaakt. Hij komt nu de woonkeuken binnen en zit aan\ntafel achter het tochtschot waar ook altijd het wijf van de huur zit. \u2018Hoe gaat\nhet?\u2019 zegt de pastoor, \u2018ik kom eens kijken, want ik heb je nog niet op de\npastorie gezien in deze vakantie.\u2019 \u2018Ik ben 3 maanden niet thuis geweest,\u2019 zegt\nDriek, \u2018en moest veel familie goedendag zeggen.\u2019 \u2018Je bent nu 3 maanden daar\ngeweest,\u2019 zegt de pastoor, \u2018en misschien heb je nog eens kunnen nadenken. Is\nhet wel zeker dat je naar Afrika wilt, het is natuurlijk een prachtig doel, en\nook nodig, maar hier ben je ook hard nodig, de roepingen lopen hier terug, de\nkerk kan iemand als jou ook goed hier gebruiken en je blijft in de buurt van je\nfamilie\u2019<br>\nDrieks hoofd zakt op zijn borst, hij staart naar het tafelblad voor zich, de\npastoor blijft maar doorpraten, er komt geen eind aan. Dat moet stoppen, denkt\nDriek, en hij roept: \u2018Tis goed, ik blijf wel hier.\u2019 Hij heeft zich ge\u00ebrgerd aan\nhet boekje, aan het verhaal dat de paters helemaal naar hun hand hebben gezet.\nIk wil helemaal niemand bekeren, denkt hij. \u2018Tis goed, tis goed,\u2019 zegt hij.\n\u2018Weet je het zeker?\u2019 zegt de pastoor. \u2018Ik wil hier blijven,\u2019 zegt Driek. \u2018\u2019t Is\ngoed,\u2019 zegt de pastoor. \u2018Dan praten we morgen verder, kom maar naar de\npastorie.\u2019<br>\nZijn moeder gaat met de pastoor de voorkamer in om deze door de voordeur uit te\nlaten. Als de deur tussen woonkeuken en voorkamer net dicht is springt Driek op\nen gooit het boekje woedend tegen de deur waarachter de pastoor net verdwenen\nis. Zijn vader springt naar de deur en gaat haastig de voorkamer in. De pastoor\nwordt teruggeroepen. Hij was nog net niet op zijn fiets gestapt, hij haalt\nge\u00ebrgerd zijn schouders op. Hij stapt op zijn fiets, komt niet meer terug de\nkamer binnen. Bij zijn bezoeken aan de pastoor elke anderhalve maand blijft het\nvoorval tussen Driek en de pastoor in staan, hoewel ze normaal elkaar wel\nkunnen vinden in hun liefde voor boeken. <\/p>\n\n\n\n<p>Toen hij terugkwam van vakantie\nvroegen sommige paters hem waarom hij niet op hen reageerde. Hij kon niet\nzeggen dat hij hen al een week geleden had geliquideerd. Hun tragiek was dat ze\nhet zelf niet doorhadden. Hij wist niet of hij daar wel iets op wou verzinnen. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Het\ntweede trimester<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ik moet beginnen met u te vertellen\ndat ik in de Kerstvakantie ook bij onze buurvrouw tante Net ben geweest. Ze zit\naltijd in het donker, dat kost geen lampolie of kaarsen of elektriciteit als\ndie er is. Ze kan op die manier niets doen, niet schoonmaken, niet strijken en\nevenmin sokken stoppen of breien. Ze heeft een ziekte, ze heeft hoge bloeddruk.\nAls ze wel eens in het licht komt zie je de paarsrode adertjes op de koontjes\nvan haar wangen. Wanneer ik zo oud ben lijkt die ziekte me ideaal, dan heb je\neen rustig leven. Ik heb van haar <em>De Navolging van Christus<\/em> van <em>Thomas\na <br>\nKempis<\/em> cadeau gekregen. Ik weet niet of ik er blij mee moet zijn: Ik lees\nallemaal circelredeneringen. Misschien kom ik hier nog wel een keer op terug.\nNaar u toe, bedoel ik, niet in de zin dat ik er anders over zal gaan denken,\nwant dat verwacht ik niet, het is te duidelijk.<br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br>\nIk moet u ook iets bekennen, meester, ik slaap vaak met een servet rond mijn\noren met de bedoeling mijn uitstaande oren tegen mijn hoofd te dwingen. Na het\nmiddageten of in de ochtendpauze van 20 minuten ga ik dikwijls naar mijn\nchambrette en sta dan een poos voor de spiegel. Deze &nbsp;heeft een lichtgroene houten rand en hangt aan\nde binnenkant van mijn kastdeur. De kast zit aan de wanden vast, de linker- en\nachterkant zijn onderdeel van de wanden van de chambrette. Je mag eigenlijk in\ndie pauzes niet op de slaapzaal komen. Ik kam mijn haar met slaolie vermengd\nmet zeep, het glimt dan mooi, je moet het wel wassen voor het begint te\nstinken. Ik kijk altijd goed naar het haar van de andere jongens, duw slagen in\nmijn eigen haar. Met een hand in mijn nek, een duim op een oor en de wijsvinger\nop het andere kijk ik hoe knap, hoe anders ik dan ben en vraag me af of ik nog\nwel het knapste jongetje van de klas ben. Als ik daar zo sta, mijn mond dicht\nhoud, mijn onderlip niet laat hangen en niet bloos, mag ik er zijn. Het wordt\neen obsessie mezelf zo te gaan bekijken.<\/p>\n\n\n\n<p><br>\nSoms heb ik staan dromen en ben of kom ik opeens in een volkomen lege zaal. Dan\nis er een bel gegaan of een teken geweest dat me is ontgaan. Ik begin te hollen\nen zie nog net de laatste de kapel of de refter ingaan. De rector maakt de deur\nvan de refter dicht. Soms houdt hij de deur van de refter open tot ik binnen ben.\nVaak ziet de rector me goed aankomen maar doet toch de deur dicht. Ik moet dan\nwachten tot na het bidden. Er zijn dan dikwijls nog enkele mededelingen. De laatkomers\nmogen tijdens deze naarbinnen gaan en aan de andere kant van de deur blijven\nstaan. Maar soms wordt dat ze belet doordat de pater met een hand achter zijn\nrug de klink van de deur vasthoudt.&nbsp; De\njongens wringen er dan toch aan, proberen hem omlaag te drukken en horen aan de\nstem van de pater terwijl hij de mededelingen doet de krachtsinspanning waarmee\nhij de deur dichthoudt. Hij laat soms opeens los, doet snel een stap opzij &nbsp;en zij vliegen naarbinnen. \u2018De deur klemt,\u2019 zeggen\nze tegen de pater die rood is van inspanning. <\/p>\n\n\n\n<p>Mijn\nleven hier is niet bepaald vrolijk, beste meester, maar u hoeft geen medelijden\nmet me te hebben. Ik zal een voorbeeld geven. Vrienden heb ik hier eigenlijk\nniet, daarvoor ben ik nog te veel op mezelf gericht, maar ik beleef de dingen\nook anders als zij en dat is mijn geluk. Als zij bijvoorbeeld over het houten\nbruggetje de beek naar het bos oversteken steek ik de Berezina over, over\nplanken half onder water op palen, tussen verdrinkende paarden door terwijl ik\ndrijvende lijken probeer te ontwijken. We komen dus totaal verschillend aan de\noverkant, wil ik maar zeggen. Dat vertel ik ze natuurlijk niet,&nbsp; ze zouden me voor gek verklaren maar u wil ik\nhet wel toevertrouwen, ook al noemen ze u, of misschien juist wel daarom, de\nGekke Onderwijzer.<\/p>\n\n\n\n<p>Het\nvoorjaar is koud en vooral nat, op veel plaatsen hoog water. Waar we in het\nbegin van het schooljaar nog op rietpollen die boven het water uitsteken durfden\nspringen, durven we op de vrije middagen nu alleen aan de onderkant tegen\nstammetjes te springen en tegelijk zo\u2019n stammetje vast te pakken zodat we niet\nomvallen. Maar hoe komen we zonder natte voeten daar weer vandaan? Dat lukt dan\nook meestal niet, want we kunnen ons nauwelijks afzetten, laat staan een\naanloop nemen.<br>\n<br>\nIk kom de trap van de slaapzaal aflopen en meen links van de trap in de kamer\nvan de Prefect tussen trap en kapel gehuil te horen. Straks zal vanuit deze\nkamer door een omhooggeschoven raam het winkeltje open zijn waar we vanaf de\ncour schoolgerei en snoep kunnen kopen. Ik loop de gang met de klaslokalen in\ntot aan de refter en keer dan om en inderdaad komt er uit de hoek naast de\nkapel een jongen snikkend met rood betraande ogen de gang op en buigt gauw zijn\nhoofd. Die heeft vast op zijn blote kont gehad. En weer keer ik om in de\nrichting van de refter en op de terugtocht zie ik in een klaslokaal de jongen\nop de schoot van de Wasbeer zitten. Straf van de Prefect, troost van de\nWasbeer, die twee spelen elkaar de bal toe. Twee jongens uit de hogere klassen\ndie hadden proberen te ontsnappen werden in de kelder temidden van allerlei\nleidingen en buizen tussen 3 broeders heenenweer geslagen. De paters, net als de\nPrefect dus, maakten hier hun handen niet aan vuil. Er werd niet over ge-sproken.\nDe jongens werden niet naar huis gestuurd, want dat wilden ze juist en hun\nouders waren hierop tegen. Ik denk aan het heuveltje in het bos.<\/p>\n\n\n\n<p>Er loopt naast het gebouw een breed\nkilometers lang zwart pad, steenkolengruis, hoe komt het anders zo zwart, naar\nde inrichting waar broeders samen met leken pati\u00ebnten met vallende ziekte\nverplegen. Als de pati\u00ebnten 7 jaar geen aanval hebben gehad mogen ze naar huis.\nMeestal krijgen ze vlak voor die 7 jaar om zijn een aanval en begint het\naftellen opnieuw. Is het de spanning of wordt er geknoeid met de medicijnen? We\nvoetballen wel eens tegen ze en een keer lag er een schuimbekkend op de\nmiddenstip. We lopen dat brede zwarte pad af om daar een film te gaan zien, het\nis The Kid van Charley Chaplin, de film breekt en de voorstelling is afgelopen\nen wij weer terug over datzelfde zwarte pad naar onze eigen inrichting. Het is\ntoch niet helemaal voor niks geweest want er zijn daar ook meisjes die helpen\nbij de verzorging en ik zorg altijd dat ze me goed zien, waarom weet ik\neigenlijk niet. Als ze naar me kijken bloos ik.<\/p>\n\n\n\n<p>In de Paasvakantie speel ik met heel kleine kinderen in de speeltuin, de oudere zijn allemaal naar school, mijn vakantie duurt langer. Wat doet die grote lummel hier, zie ik de ouders denken.<br> In de zomer, voor de grote vakantie, is het Grote Wandeling. Het is prachtig weer, we komen bij een ven, we hebben een zwembroek en een handdoek bij ons. Als we ons in de bosjes willen gaan omkleden roept Pater Simpie ons terug. Hij wil ook geen gedoe achter handdoeken. \u2018Jongens onder elkaar!\u2019 <\/p>\n\n\n\n<p>De zomervakantie. Mijn grote broer is\nnergens te bekennen. Hij blijft al die tijd weg, niemand weet waar hij is.\nMaakt hij een grote reis? Vlucht hij voor mij?<\/p>\n\n\n\n<p><br>\n<strong>Het\ntweede jaar<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Na de vakantie blijkt een flink aantal\njongens thuisgebleven. Het najaar verloopt zoals verwacht. &nbsp;Op een nacht kom ik uit mijn bed en sluip door\nhet gangetje naast de refter naar de keuken en verslind wel zo\u2019n 20 tomaten. Na\neen poosje op mijn rug in bed te hebben gelegen doe ik nog een keer hetzelfde.\nWat betekent dit? vraag ik me af terwijl ik daarna opnieuw in het donker lig te\nstaren. Wel herfstvakantie deze keer, mijn eerste dus want vorig jaar niet, 4\ndagen inclusief Allerheiligen. Slecht hierop gekleed werken we in november opnieuw\nop het natte koude land van een boer met als beloning een paar kaneelstokken . <\/p>\n\n\n\n<p>Ik durf van het dak van de loods te springen, dat gaat goed, maar fout gaat het wanneer ik me uit een van de dennenbomen bij het volleybalveldje laat vallen \u2013 er was een pluimballetje van wat ook wel badminton wordt genoemd in de boom blijven hangen &#8211; ik verstuik mijn enkel en lijd wekenlang de ergste pijn die ik ooit gehad heb, waarschijnlijk trouwens omdat pijnstillers nog niet erg in zijn. Ik zit met mijn been op een krukje naast mijn schoolbank in het klaslokaal en in de studiezaal, ik heb geen loopkruk, ik hinkel, de schokken doen extra pijn. Ik denk: wat heerlijk als ik nu niets had, geen kapotte mondhoeken, geen korst onder mijn neus van verkoudheid, geen verstuikte voet. Achteraf wijt ik mijn verschrikkelijke pijn aan achterlijkheid wat betreft pijnbestrijding en onderschatting van mijn probleem. Ik speel met jongens die het <em>naaischooltje <\/em>worden genoemd omdat ze zelf eenvoudige reparaties aan hun kleren uitvoeren. Dat <em>naaischooltje <\/em>zou later tegen me gebruikt worden, meester. <br> Het duurt weken voor ik weer normaal kan lopen. <br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Met Sinterklaas liggen \u2019s avonds om 7 uur de cadeautjes klaar op het bed in onze chambrette. Degenen die zich net als vorig jaar om 7 uur eerst nog een poosje knielend willen gaan <em>versterven<\/em> in de kapel \u2013 als genoegdoening voor de eigen zonden of voor die van de mensheid \u2013 worden door de overste, de Baas, de kapel uit gehaald. \u2018Kom op, jongelui, \u2019t is wel goed, ga gewoon die pakjes openmaken en geniet ervan.\u2019 Een aansteller stribbelt tegen, pakt dramatisch de soutane naast de dikke buik van de baas vast en zegt zeurderig: \u201cNee, pater, ik heb het nog niet verdiend, ik moet eerst nog boete doen.\u2019 \u2018En nu gauw naar boven!\u2019, zegt de Baas, \u2018of ik geef je pakje aan de arme negertjes, ondankbaar joch dat je bent!\u2019<br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Het is de bedoeling dat we op zondag een stropdas dragen. En een stropdas knopen was altijd een heel gedoe. Ik leer om er een vaste, verschuifbare knoop in te leggen, waardoor een lus ontstaat die ik groter en kleiner kan maken. Ik kan die lus over mijn hoofd doen en rond mijn hals aantrekken zonder dat ik de knoop los hoef te maken. In al mijn stropdassen, een stuk of vier, leg ik zo\u2019n knoop. <br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Voor het priesterkoor in de kapel hangt aan de linkerkant een Mariabeeld en aan de rechterkant een Heilighartbeeld. Als ik naar het laatste kijk moet ik aan de uitdrukking denken: <em>Het hart op de juiste plaats dragen. <\/em>Dat wil in dit geval zeggen: in het midden van de borst en bovenop de kleding, het is donkerrood en er schieten gouden stralen uit.<br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Wanneer ik, een beetje voorover, geknield in de kerkbank zit, ruik ik vaak een stank. Ik kijk het vak voor de kerkboeken na, ruik aan het vilten knielkussentje, zoek onder de knielplank. Overal ruik ik dezelfde stank maar vind niets. Als ik de volgende zondag een stropdas om mijn nek doe is de stank verschrikkelijk. Ik kokhals als ik aan de knoop ruik. Er zit een verdikking onder de knoop. Ik loop naar het toilet op de slaapzaal en maak boven de toiletpot de knoop los, ik schud en er valt een half verdroogde muis in de toiletpot. Die moet in de holle stropdas zijn gekropen tot aan de knoop en niet meer voor- of achteruit hebben gekund. Daarmee heb ik dus minstens 2 zondagen om mijn hals in de kapel gezeten! Ik gooi de stropdas naast de muis in de toiletpot en trek door voor ik weer moet kokhalzen. Ik heb z\u00f3 al mijn beproevingen, meester, ik hoef ze niet zoeken.<br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 <br> De Kerstvakantie is net zo snel voorbij als dat hij er opeens was. Ik heb vanaf nu voor alles voldoendes. Zelfs voor Grieks dat we vanaf het tweede schooljaar kregen. Mijn oudere broer is nergens te bekennen. Ik merk dat de familieleden bij bijeenkomsten van me verwachten dat ik voortaan bij de volwassenen zit. Ze luisteren naar me maar eigenlijk wil ik helemaal niks vertellen. <br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 In het voorjaar heb ik opeens hevige griep. Ik sta te dollen op mijn benen, kan niet recht blijven staan. Ik word opgenomen in de ziekenboeg op de Broedersgang, 40 graden koorts. Normaal mag je hier nooit komen, hoogstens om de mis te dienen in het kapelletje verder op de gang. Na een dag of 4 mag ik terug naar de slaapzaal, maar nog niet naar mijn eigen chambrette maar naar een in de buurt van de ziekenboeg om me nog regelmatig te kunnen controleren. Je hebt geijld, zeggen ze tegen me, het leek of je franse woordjes aan het leren was. <em>Pontonnier? <\/em>\u00a0Ik moet nog in bed blijven. <br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Ik lees maar begin als er niemand in de buurt is rond te snuffelen. Zo ontdek ik in een van de chambretten in een kast een luchtbuks. Ik vraag een jongen om een reep chocola voor me te kopen vanwege het zilverpapier. Van het zilverpapier maak ik propjes en schiet met de windbuks. Ik beheers me denkend aan de gevolgen en schiet niet op de lampen. Misschien vlak voor ik hier wegga, houd ik mezelf voor. Ik ontdek ook een chambrette waarvan de kast helemaal vol ligt met pakken suikerklontjes. Dat wordt mijn vaste snoepgoed. <br> \u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0 Weer beter moet ik mijn leerachterstand van ruim een week inhalen. Aan mijn klasgenoten vraag ik hun schrift met aantekeningen te leen. Maar die stellen niks voor, ik heb er niks aan. Ik heb geen idee hoe ik het moet inhalen. Ik lees in de leerboeken de pagina\u2019s door van wat de behandelde stof zou zijn maar niemand kan me zeggen of er niet een heel ander verhaal is verteld. Ik ben wel zo wijs om niet naar de leraren te gaan, ik ben geen slijmerd. <br> <br> Ik had dus hevige griep, maar ik was niet bang dat ik <em>Spaanse griep<\/em> had. Die was immers al 2 jaar onder de knie. Er waren zoveel miljoenen mensen aan gestorven, er waren zoveel, een half miljard, mensen besmet geweest dat de overlevenden immuun waren. Zonder dat er een vaccin aan te pas was gekomen. Want ze wisten de oorzaak niet. En als je niet weet wat het is kun je er ook geen geneesmiddel tegen maken. Ze hielden het op een bacterie, maar ze vonden geen bacterie. Als ze alle bacteries uitfilterden, ging nog de besmetting\u00a0 gewoon door. Er moet iets zijn, vindt de Nederlandse bioloog <strong>Martinus Willem Beijerinck,<\/strong> dat veel kleiner en simpeler dan een bacterie is en dat je met de huidige microscopen nog niet kunt zien. Hij noemt het <em>virus<\/em>, het Griekse woord voor vergif. Het wachten is volgens hem op een veel betere microscoop. Ondertussen is het enige dat helpt, isolatie van anderen, afstand houden, mondkapjes, handen wassen met zeep. De Spaanse griep duikt steeds opnieuw op omdat de maatregelen te vroeg worden opgeheven of omdat de mensen er zich niet meer aan houden.<\/p>\n\n\n\n<p>Als\nwe op de vrije middagen niet gezamenlijk gaan wandelen, in groepjes met een\nwandelleider, dan doen we aan sport. In het bos is ook een sportveld, we doen\ner aan honkbal en aan dingen waar ik nog nooit van gehoord heb zoals de\nhinkstapsprong. In hoogspringen ben ik niet slecht, ik kan mezelf goed\nzijwaarts achterover gooien. <br>\n&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik lees in bed onder de dekens\nmet een zaklamp. Die heeft me heel wat sigaretten, snoepgoed, zelfs geld\ngekost. Maar toen ik er een jongen mee zag, moest ik zo\u2019n ding hebben. Als de\nbatterij een keer leeg is besluit ik op het toilet te gaan lezen. Er brandt\nlicht maar de deur is niet op slot. Als ik de deur open stinkt het en zie ik\ndat iemand met stront op de gele muur heeft geschreven: IK WIL NAAR HUIS.<\/p>\n\n\n\n<p>Op een avond schuift een van de jongens van het <em>naaischooltje<\/em> onder mijn dekens, hij zegt niks. Als we de deken over ons hoofd hebben getrokken zegt hij: Hoi. Ik zeg hoi terug. We liggen op onze rug, draaien een keer op onze zij en later op de andere zij. We raken elkaar niet aan. We fluisteren, maar alleen onder de dekens. Het is de eenzaamheid, de ellende, het verlangen naar huis, de stront op de muur. Als we op onze rug liggen zien we de bewegende schaduwen van de jongen in de chambrette naast ons die oefeningen doet om een bodybuildingfiguur te krijgen. \u2018Dan moet hij nog lang oefenen,\u2019 fluisteren we weer onder de dekens en lachen gesmoord.<br> &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; We worden niet betrapt maar wel verraden. Door de jongen van het <em>wouldbe<\/em>-bodybuilderfiguur? We worden niet samen verhoord, alleen apart. Pater Simon doet zo\u2019n verhoor gretig, ook in de biechtstoel vraagt hij graag details. Om de zwaarte van de penitentie te bepalen, zegt hij. Maar op dit vergrijp staat geen penitentie maar een strenge straf: naar huis gestuurd worden. Jullie lagen achter of naast elkaar? Nooit omgedraaid? Raakten jullie elkaar niet aan? Waarom noemen jullie je clubje het <em>naaischooltje<\/em>? Bij al die suggesties moet ik opeens aan mijn oudere broer denken. Kort daarna is het grote vakantie. Pater Simon komt bij mij thuis langs, hij probeert met me alleen te zijn maar ik weet dat te voorkomen. Ik praat niet over mijn grote broer. Maar ik weet dat mijn moeder aan hem denkt en aan wat hij met mij heeft gedaan. Wat moeten ze met me als ze me van school sturen? Ik word immers nog steeds verdacht van het doden van de boer. Waarschijnlijk komt ook de kasteelheer weer in beeld. De Patersfabriek was een goede oplossing, vonden ze. Wat moeten ze nu met me? <\/p>\n\n\n\n<p><em>Voor het eerste gedeelte, het moerassige gebied tot aan het water, kon hij gelukkig nog lagere brugjukken maken. Waar de eigenlijk rivier de Berezina stroomt, hevig stroomt met ijsschotsen, waar het water 2 meter diep is, zijn jukken van minstens 3 meter nodig. En dan moeten ze nog rekening houden met de modder, hoewel die met zo\u2019n sterke stroming mee zal vallen. \u2018Drie meter,\u2019 grapt iemand, \u2018dat is twee keizers op elkaar.\u2019 Ze lachen erom, maar het helpt toch als daar een keizer staat die je bemoedigend toeknikt en vertrouwen schenkt aan je onderneming wanneer je in je blote bast het ijskoude water in gaat. Het hout is schaars, ze kunnen maar 2 in plaats van 3 bruggen bouwen. Gelukkig zijn de daken van de huizen hier gemaakt van planken die ze kunnen gebruiken. Die zijn wel kort, ze moeten aan elkaar worden gespijkerd, wat de stevigheid van de brug niet verhoogt. Als Nederlandse <\/em>pontonniers<em> hebben ze een naam op te houden. Die keizer die daar aan de kant ze toe staat te knikken kan ook averechts werken, mannen overschatten zichzelf, blijven te lang in het ijskoude water, raken bevangen, worden meegesleurd. Redden kunnen de <\/em>pontonniers<em> elkaar niet, misschien wel het brugjuk als het ergens aan hun kant blijft steken, het kan dan op een kar teruggehaald worden. Sommige brugdelen houden geen stand en daarvoor moeten ze opnieuw het water in. <\/em><br><em>Al gauw raakt de brug verstopt met paarden, onder de voet gelopen mensen, karren. Dan begint hun moeilijkste taak, om alles wat in de weg ligt en niet verder kan, want terug kan niet, om mensen en dieren, dood of levend, alle materiaal van de brug af het water in te duwen.<\/em> <\/p>\n\n\n\n<p>Wat moeten ze nu met me? <\/p>\n\n\n\n<p><em>(wordt vervolgd)<br>\n________________________________________<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Het<\/em>Werk<\/p>\n\n\n\n<p><em>literair\nkladschrift van <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Meurs A.M. <\/strong>ISSN\n2215-1494<\/p>\n\n\n\n<p><strong>24e Jaargang\nNr.70 <\/strong>(69 was nog\nde 23<sup>e<\/sup>, dat stond verkeerd), <strong>1\njuni 2021<\/strong><em>.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Los nr: \u20ac4,-  Verkrijgbaar bij Fenix en Streppel in Amsterdam. Of door (inclusief verzending) \u20ac5,92 over te schrijven naar<\/strong> <br><strong><em>IBAN: NL97 TRIO 0379 4947 87 t.n.v. Meurs A.M. Amsterdam ovv Uw adres en HetWerk70. Alle nummers en boeken ook verkrijgbaar via Boekwinkeltje <a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/v\/wonderland\/\">Wonderland<\/a>. <a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/209113476\/HetWerk70-literair-kladschrift-van-Meurs\/\">Het<\/a><\/em><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/209113476\/HetWerk70-literair-kladschrift-van-Meurs\/\">Werk70<\/a> bij<\/strong><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/209113476\/HetWerk70-literair-kladschrift-van-Meurs\/\"><\/a> <strong><em><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/v\/wonderland\/\">Wonderland<\/a><\/em><\/strong> <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Grootabonnement\nNL (11 nrs looptijd ca 4 jaar maar wordt korter): \u20ac41; <br>\nKleinabonnement (6 nrs, looptijd ca 2 jaar, doet mee aan de korting): \u20ac21,50; <\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Steunabonnement (11 nrs): \u20ac50.<em> <br> <\/em>Belgi\u00eb en rest Europa: \u20ac50. <em>Overmaken op <\/em><\/strong>(attentie nieuw banknummer!): <strong><em>IBAN: NL97 TRIO 0379 4947 87 t.n.v. Meurs A.M. Amsterdam ovv Uw adres. Of mail naar: <br> <\/em><\/strong><a href=\"mailto:hetwerkliterair@hotmail.com\"><strong>hetwerkliterair@hotmail.com<\/strong><\/a><\/p>\n\n\n\n<p><strong><em><br><\/em><\/strong><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>in HetWerk70 3e gecorrigeerde oplage (Dit verhaal sluit minofmeer aan bij het in ik-vorm vertelde verhaal Alles beter dan zo\u2019n pak slaag HetWerk 63 van 20 november 2013. Beiden zijn bedoeld als hoofdstukken van een roman) BestellenAbonnement: zie onder verhaal. meursam story DE PATERSFABRIEK De lagereschooltijd van Driek was plotseling afgelopen. In het weekeind al, &hellip; <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=1314\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;DE PATERSFABRIEK meursamstory&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-1314","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1314","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1314"}],"version-history":[{"count":15,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1314\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1340,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1314\/revisions\/1340"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1314"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1314"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1314"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}