{"id":1370,"date":"2021-08-21T18:31:38","date_gmt":"2021-08-21T18:31:38","guid":{"rendered":"http:\/\/meursam.nl\/?p=1370"},"modified":"2021-09-21T08:45:28","modified_gmt":"2021-09-21T08:45:28","slug":"sal-santen-de-schrijver-die-niet-schreef-omdat-eerst-de-wereld-veranderd-moest-worden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/meursam.nl\/?p=1370","title":{"rendered":"Sal Santen De schrijver die niet schreef omdat eerst de wereld veranderd moest worden (special van HetWerk uit 2008)"},"content":{"rendered":"\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"573\" height=\"794\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52kaftscan.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1371\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52kaftscan.jpg 573w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52kaftscan-216x300.jpg 216w\" sizes=\"auto, (max-width: 573px) 85vw, 573px\" \/><figcaption><em><strong>Voorkaft en uittreksels uit HetWerk52 12e jrg 29 juli 2008 literair kladschrift van Meurs A.M. <\/strong><\/em><strong><br><\/strong><em><strong>SAL SANTEN-SPECIAL<\/strong><\/em><strong><br><\/strong><br><br><\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"492\" height=\"1024\" src=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial-492x1024.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1373\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial-492x1024.jpg 492w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial-144x300.jpg 144w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial-768x1598.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial-1200x2496.jpg 1200w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2021\/08\/werk52p4UittrekselSantenspecial.jpg 1433w\" sizes=\"auto, (max-width: 492px) 85vw, 492px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p>Juli 1998<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Schrijver en revolutionair Sal Santen overleden!<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Toch nog onverwacht is op\nzaterdag 25 juli de schrijver Sal Santen overleden.<\/p>\n\n\n\n<p>Sal Santen werd op 3 augustus\n1915 geboren uit&nbsp; joodse ouders, zijn\nvader was schoenmaker. Zijn&nbsp; enkele jaren\noudere en enige zus Saartje overleed eind jaren 20 aan tbc. Vader en moeder en\nenige en jongere broer Maurits werden in de tweede wereldoorlog door de nazi\u2019s\ngedeporteerd en vermoord. Schoonvader en revolutionair voorbeeld, Henk\nSneevliet, werd door de nazi\u2019s gefusilleerd. Zelf werd hij als jood ongemoeid\ngelaten omdat hij met een niet-joodse vrouw was getrouwd, zijn grote liefde\nBep, dochter van Mien, die hertrouwd was met de internationaal beroemde\nrevolutionair Sneevliet.<\/p>\n\n\n\n<p>Sal Santen was al op zeer jonge leeftijd aktief in de radikaalsocialistische jeugdbeweging&nbsp; en tijdens de oorlog aktief in het verzet. Hij was lid van de Vierde Internationale die door Trotski werd opgericht.. Hij vervulde internationaal een vooraanstaande rol in deze beweging en was goed bevriend met de leider van deze organisatie, Michel Raptis, met wie hij ruim een jaar in een Amsterdamse gevangenis zat vanwege steun aan het Algerijnse antikoloniale verzet. Midden jaren zestig brak hij, na een reeks van teleurstellingen op het menselijke vlak, met de beweging.&nbsp; In 1969 debuteerde hij op 54-jarige leeftijd als schrijver met \u2018<em>Jullie is jodenvolk\u2019<\/em>, dat meteen zeer goed werd ontvangen. Alle hierboven genoemde feiten spelen een grote rol in de bijna 20 boeken die Sal Santen tussen 1969 en 1995 heeft gepubliceerd.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Groots in kleine woorden voor groot leed<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Sal Santen beschrijft in zijn boeken voornamelijk zijn eigen leven, waaronder de genoemde drama\u2019s van leven en dood. Hij doet dat in een zeer kenmerkende, eigen, eenvoudige stijl: hoe groter het leed, hoe eenvoudiger de woorden. Samen met het hanteren van korte sc\u00e8nes bereikt hij zo een groot dramatisch effekt. De voornaamste boeken die zich afspelen tussen 1918 en 1945 zijn: <em>Jullie is Jodenvolk (1969), Sneevliet, rebel (1971), Saartje gebakken botje (1983), De B van Bemazzel (1989)<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>Veel aandacht kreeg Sal\nSanten voor zijn <em>Adi\u00f2s Compagneros!(1974)<\/em>,\nwaarin hij zijn afscheid van de revolutionaire organisatie beschrijft. Dit, dan\nblijkbaar nog niet verwerkte drama, haalt echter niet de kwaliteit van de\neerdere boeken. De afstand is misschien nog te klein om er al grote literatuur\nvan te maken.<\/p>\n\n\n\n<p>Santens meest <em>literaire<\/em> boek is <em>Brand in Mokum (1977).<\/em> Hier komen liefde, lichamelijke en\npsychische problemen, de jeugd, de oorlog, de gevangenis, de krant waar hij 20\njaar stenograaf was, \u00e9n humor samen: een meesterwerk!<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Revolutionair en mens<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Sal Santen bleef tot&nbsp; aan zijn dood revolutionair, misschien de\nlaatste. Als mens was hij absoluut betrouwbaar, zonder trucs, leugens of\nsmoesjes. Niet liegen, niet om bestwil, en eigenlijk ook niet tegen je\nvijanden. Dan heb je het als verzetstrijder en revolutionair moeilijk. Een\nbetere vriend kun je echter niet hebben.<\/p>\n\n\n\n<p>(&#8230;)<\/p>\n\n\n\n<p><em>Midden mei <\/em> <em>(1998)<\/em> <em>zat  ik midden in de productie van HetWerk12. (\u2026) Plotseling hoorde ik dat mijn vriend Sal Santen, die in het ziekenhuis was opgenomen voor een heupoperatie, complicaties had gekregen en het niet zou overleven. Dat was volkomen onverwacht, want de operatie zou zwaar zijn maar niet levensbedreigend. Een dag voor zijn opname waren we nog met de rolstoel gaan wandelen. Ik kon nergens anders aan denken en nergens anders over schrijven. Van de nood een deugd makend, schreef ik \u2018De laatste tochtjes met Sal\u2019, over onze wandelingen en over onze gesprekken. Wonder boven wonder overleefde Sal, de oude strijder, het toch. Hij knapt nu langzaam op.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Over een flink aantal jaren hoop ik een totaal nieuwe\nversie van de \u2018tochtjes\u2019 te schrijven, met veel nieuw materiaal.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Die nieuwe versie hoefde ik, bleek 2 maanden later,&nbsp; dus niet te schrijven. <\/p>\n\n\n\n<p><em><strong>De laatste tochtjes met Sal<\/strong><\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Zullen we links of rechts gaan?\nLinks in de richting van het Amstelpark, rechts naar de plantsoenen die tussen\nde wegen liggen. Waar vangen we nog wat zon? We gaan vanaf de deur van het&nbsp; joodse verzorgingshuis Beth Shalom&nbsp; rechtsaf, naar het groen, maar tegelijk zijn\nwe op weg naar een open plek in dat groen waar we de namiddagzon kunnen zien.\nHij heeft hier in de buurt gewoond, zegt hij, toen Bep nog leefde. Daar op het\ngrasveldje links staat de zon. Met enige moeite duw ik de rolstoel het veldje\nop en hurk naast Sal, hij sluit&nbsp; zijn\nogen en heft zijn gezicht naar de zon. Achter ons staan oude hoge bomen. Hij\nwil altijd graag naarbuiten. We zwijgen. Na een minuut of tien gaan we verder.\nWe komen aan de weg met de trambaan. Zullen we ergens wat drinken? Aan de\noverkant moet iets zijn. Het is zondagnamiddag, het zal wel open zijn.\nVoorzichtig de weg over, in \u00e9tappes, een omweg maken om oneffenheden te\nontwijken. Hij maakt met zijn hand een gebaar naarvoren als we verder kunnen,\nalsof hij manschappen aanvoert. Achterstevoren de drempel van het caf\u00e9 over, er\nmoet een wat \u00faitstekende stoel opzij geschoven worden, een andere stoel\nweggehaald, dan kan hij met rolstoel aan het tafeltje. Hij drinkt een glas\nwijn. Zouden ze hem herkennen met zijn opvallende witte kop met haar en zijn\ndikke wenkbrauwen? Ze zijn vriendelijk, maar het lijken me geen lezers. Terug\nop weg naar het verzorgingstehuis schemert het al, het is een aardige\nnazomerdag. \u2018Het perspectief is gunstig,\u2019 zegt Sal, \u2018Frankrijk heeft een\nsocialistische premier gekozen.\u2019 Sal ziet altijd een politiek lichtpuntje.<\/p>\n\n\n\n<p>Een dag of tien later bel ik\nhem op. Hij heeft ondertussen een paar exemplaren ontvangen van het artikel dat\nik in <em>Het<\/em>Werk over hem heb\ngeschreven.\u2019 Komt het uit als ik nu meteen kom? Dan kunnen we nog even\nnaarbuiten.\u2019 \u2018Ja, fijn,\u2019 zegt hij.<\/p>\n\n\n\n<p>We besluiten naar het\nAmstelpark te gaan. \u2018Hoe vond je het artikel?\u2019 zeg ik. \u2018Goed,\u2019zegt hij, maar ik\nheb wel een opmerking. Maar daar zullen we het onderweg over hebben.\u2019 Ik help\nhem in de rolstoel en hang het kleine tasje met o.a. zijn kamersleutel om zijn\nhals. Zijn deur hoeft niet op slot. Onderweg wijst hij zoals altijd de plekken\naan waar je het makkelijkst de stoep af kunt. Als er toch een drempel is, maakt\nhij een draaiend gebaar met zijn vinger: rolstoel omdraaien. Wanneer we een recht\nstuk voor ons hebben, begint hij: \u2018Je hebt het als een interview gepresenteerd,\nalsof ik het je verteld heb en dat is niet zo.\u2019 \u2018Nee, Sal,\u2019zeg ik, \u2018ik heb\nbewust niet met je over de inhoud gesproken omdat ik mijn eigen mening wilde\ngeven. Ik zeg juist steeds: hij <em>moet<\/em>\ndit of dat gevoeld of gedacht hebben, ik presenteer het dus als een\nveronderstelling van mij.\u2019 We zijn stil blijven staan tijdens deze diskussie en\nbesluiten verder te praten als we in het Amstelpark zijn. Maar we komen er\nverder niet op terug.<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Ik denk dat ik iets voor je\nheb,\u2019 zegt hij de volgende keer, \u2018je mag wat van me publiceren.\u2019 Ik vind het\nmoeilijk. Ik heb me voorgenomen in <em>Het<\/em>Werk\nalleen werk van mezelf af te drukken en anderen alleen te <em>citeren<\/em> wanneer ik over hen schrijf. Ik krijg eenkleur als ik het\nhem probeer uit te leggen, ik stuntel, ik vind het erg pijnlijk. Hij begrijpt\nhet, zegt hij. Maar ik blijf mezelf kwalijk nemen dat ik zo rechtlijnig ben\ngeweest, zo dogmatisch. Waarom heb ik niet toegegeven aan mijn goede vriend die\nzo met zijn werk bezig blijft, die zich niet te groot acht om in mijn\nbescheiden tijdschriftje te publiceren? Toch zullen we bij een volgende tocht\nweer een moment krijgen waarop ik mijn eerlijkheid vervloek. Vandaag gaan we\nvanuit Beth Shalom niet links- of rechtsaf maar rechtdoor, de polder in. Daar\nhebben we het over Harry Mulisch. Over die zijn we het eens: die vinden we\nniks.<\/p>\n\n\n\n<p>Mijn schoonmoeder, die ook\nboven de tachtig is, heb ik Sals dichtbundel \u2018Een veertje in de wind\u2019 laten\nlezen. Deze uitgave is hem door zijn kinderen aangeboden op zijn tachtigste\nverjaardag. Zoals ik verwacht had, vond ze hem prachtig. Ik vertel dat aan Sal,\nweid nog wat uit, maar hij heeft me door en onderbreekt me: \u2018Hoe vond je hem\nzelf?\u2019 We zijn aan het rechte stuk weg parallel aan het Amstelpark. Het lijkt\nof we op dit stuk steeds de pijnlijkste momenten hebben! Misschien is het\ngewoon het eerste rechte stuk waarop we niet zo hoeven op te letten waar we\nrijden, maar het is een feit. Ik moet toegeven dat ik de gedichten zeer ontroerend\nvind, maar niet zozeer gedichten als wel versjes. En dit is het ogenblik dat ik\nmezelf vervloek en me er daarna op betrap dat ik denk: zijn toenemende\nvergeetachtigheid zou voor dit moment een zegen zijn! Ik moet me inhouden, want\nik begin automatisch veel te hard tegen de rolstoel te duwen.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik doe hem een microcassette\ncadeau. Ik denk: misschien komt hij er makkelijker toe om zijn gedachten in te\nspreken dan op te schrijven, om als het ware hardop te denken. Het wordt geen\nsucces. (Zoals ook de voice mail die ik voor hem installeer een ramp wordt en\nsnel door de familie moet worden opgeheven!) Hij vraagt een vriendin bij Beth\nShalom of zij hem voor de microfoon vragen wil stellen. Ook ik heb gemerkt: als\nje hem vragen stelt, is hij bijzonder gretig, alsof hij een startvonk nodig\nheeft om los te branden. Maar het lukt haar niet. We nemen het\ncassetterecordertje mee naar het Amstelpark,&nbsp;\nje weet maar nooit. Maar eerst moet ik even in zijn postbus kijken. Hij blijft\nelke dag weer even belust op zijn post. Als de post nog niet geweest is kijken\nwe op de terugweg weer. Het is voorjaar. Er bloeien al bloemen en struiken in\nhet park. De kippen zoeken naar wormen en zaadjes. Het is midden op de dag, ik\nkon alleen in lunchtijd, straks gaan we in een cafetaria een kop soep met een\nbroodje eten. De zon staat pal in het zuiden, we gaan met ons gezicht naar de\nzon zitten, links van ons schittert de Amstel. Met het cassetterecordertje\nonder onze neuzen vraag ik hem over de Februaristaking van 1941. Hij gaat meteen\nge\u00efnteresseerd rechtop zitten. \u2018Je ging eerst naar de Slingerbeekstraat omdat\nje een schuiladres zocht en daar kon je niet terecht en toen trof je op een\nander adres stom toevallig je schoonvader Henk Sneevliet die je zijn oproep\nvoor de staking liet zien?\u2019 \u2018Ja, het was trouwens eigenlijk de\nSchipbeekstraat,\u2019 zegt Sal, \u2018ik heb de naam veranderd, en toen kwam \u2019s nachts\nde Sicherheitsdienst in de Schipbeekstraat, dus ik had inderdaad geluk gehad.\u2019\nWe praten over de invloed van de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiders\nPartij) van Henk Sneevliet op de Februaristaking. Sal zat toen trouwens zelf\nvanwege ideologische meningsverschillen bij een andere club. Hij slaapt in de\nzon even in. Op zijn kamer vertelt hij trots dat binnenkort in \u00e9\u00e9n band de\nherdruk van 3 van zijn boeken verschijnt. Hij zal ook signeren maar kan me de\npreciese datum niet noemen. Zondagmiddags om kwart voor zes zie ik in een\nkranteadvertentie dat hij die middag tussen 3 en 5 heeft gesigneerd. De\nvolgende keer dat ik hem zie heeft hij het boek voor me klaar liggen. Ik vraag\nof ik het aan een vriendin mag geven die jarig is en wier man zeer ernstig ziek\nis. Ik zal dan voor mezelf een nieuw exemplaar kopen en meebrengen voor zijn\nhandtekening.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is zondag en redelijk\nweer. \u2018Het komt trouwens goed uit,\u2019 heeft hij door de telefoon gezegd, \u2018want ik\nmoet maandag worden opgenomen in het ziekenhuis, voor&nbsp; een nieuwe heupoperatie.\u2019 Het is net na\nlunchtijd, we moeten voor drie uur terug zijn, want dan komt&nbsp; zijn dochter Ellen om in te pakken. Hij\nvertelt tegen iedereen die hij tegenkomt dat hij moet worden opgenomen.\nOnderweg zakt&nbsp; een van de voetsteunen van\nzijn rolstoel omlaag en raakt de grond. Ik til zijn grote voet eraf, draai de\nsteun vast en zat zijn voet er weer op. Het is mooi weer en het is druk in het\npark. Er zijn wel veel vliegen met lange zwarte vleugels, je ziet ze maar een\npaar dagen per jaar. We maken een zeer grote ronde, uiteindelijk moeten we ons\nnog haasten om om kwart voor drie terug te zijn. Haastig hollen we over de rails\nvan het treintje dat we overal kruisen. Sal klaagt niet. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bij de receptie horen we dat zijn dochter hem al gezocht\nheeft. \u2018Dag meneer Santen,\u2019 zegt een oude man voor de lift. \u2018O,\u2019 zegt Sal en\nricht zich een beetje op in de rolstoel en maakt een gebaar in de richting van\nde man, \u2018ik moet maandag naar het ziekenhuis, geopereerd, duurt zeker 6 weken\nalles bij elkaar.\u2019 \u2018Maandag, dat is morgen,\u2019 zegt de man, en je ziet hem\ndenken: zeg dan \u2018morgen\u2019 of heb je niet in de gaten dat dat&nbsp; morgen is?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Op zijn kamer staat Ellen zijn spullen te pakken voor de\nziekenhuisopname morgen. Voor zeker 6 weken, alles bij elkaar.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u2018Het gaat beter met de wereld,\u2019 zal Sal op zijn sterfbed\nzeggen, \u2018Soeharto is ook al van het toneel verdwenen.\u2019<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Voor de handtekening in zijn laatste boek ben ik te laat.<\/p>\n\n\n\n<p>________________<\/p>\n\n\n\n<p>De drie boeken van Sal Santen die in het voorjaar van 1998 in \u00e9\u00e9n band verschenen waren: <em>Jullie is Jodenvolk, Saartje gebakken botje<\/em> en <em>De kortste weg, <\/em><strong>herinneringen aan een jeugd<\/strong>. <br><br>De passage die waarschijnlijk voor Sal aanleiding was om te zeggen dat ik het als een interview had gepresenteerd terwijl dat niet zo was, was waarschijnlijk de volgende die buiten het eigenlijke artikel stond.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Toen zijn geliefde Bep was overleden en\nhijzelf verzorging nodig had, ging Sal Santen in het Henri\u00ebtte Roland Holsthuis\nwonen. Om de naam alleen al. Een van de bestuurders bleek een antisemiet. Nu\nwoont Sal in het joodse tehuis \u2018Beth Shalom\u2019. Als atheist beschouwt hij dit als\neen nederlaag. Als u hem goedgezind bent, zoekt u hem dan eens op.<\/em>(<em>Het<\/em>Werk5 pag. 2, 26 september 1997.)<\/p>\n\n\n\n<p> Ik had hier inderdaad moeten schrijven: \u2018Als atheist moet hij dit als een nederlaag beschouwen.\u2019 Ik denk dat Sal sowieso de zin pijnlijk vond voor zijn medebewoners en het personeel van Beth Shalom. Hier volgt mijn artikel over Sal Santen:<\/p>\n\n\n\n<p><em><strong>Sal Santen<\/strong><\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em><strong>De schrijver die niet schreef<\/strong><\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em><strong>Omdat eerst de wereld<\/strong> <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em><strong>Veranderd moest worden<\/strong><\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Sal Santen (geb. 1915) werd\nschrijver toen hij boven de vijftig was. Zijn eerste boek <em>Jullie is Jodenvolk<\/em> verscheen in 1969, op zijn vierenvijftigste.\nZij tweede, <em>Sneevliet, rebel<\/em> in 1971.\nKleine boekjes, uiterst ingehouden geschreven, groot drama. Hoewel er &nbsp;in latere boeken vaak en eveneens zeer\ningehouden en soms nog \u2018mooier\u2019 op wordt teruggekomen, staan de grote drama\u2019s\nvan leven en dood in het leven van Sal Santen in deze twee werken: de dood door\ntbc van zus Saartje, de deportatie in de oorlog van achtereenvolgens vader\nBarend, moeder Sientje en broer Maurits die niet meer terugkeren, de\nfusillering door de nazi\u2019s van schoonvader en revolutionair voorbeeld Henk\nSneevliet, over wie dan nog bijna terloops vermeld wordt dat hij eerst twee\nzonen verloren heeft door zelfmoord, de laatste, Pam, omdat hij niet naar de\nSpaanse burgeroorlog mocht.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Natuurlijk zou Pam terugkomen. Pam bleef\nweg, een dag, een week. Dan was hij toch naar Spanje gegaan. Groot gelijk. Als\nhij het werkelijk had gemeend met dat dreigement was hij nu al lang gevonden.\nOver enige weken zou er wel een brief uit Spanje komen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Maar Pam kwam te voorschijn toen het ijs\nging smelten op de sloten rond Amsterdam, na een koude februarimaand.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Grote drama\u2019s, met minder\nwoorden beschreven dan de dood van poes Mimi, waaraan de jonge Sal in zijn\nonnozelheid schuld heeft. Hoewel, zoals ik zei, de grote drama\u2019s herhaaldelijk\nterugkomen in later werk. Zoals in <em>De B\nvan Bemazzel<\/em> (1989) de machteloze frustratie van de volwassen zoon die de\nvader niet kan overtuigen dat hij, om zijn leven te redden, de stansmachine uit\nde schoenmakerij moet afstaan aan de schoenmakerij van de Joodse Raad. \u2018Ben je\nwel goed bij je hoofd jij?\u2019 of woorden van gelijke strekking, krijgt hij te\nhoren. Het kort daarop volgende afscheid grijpt je naar de keel.<\/p>\n\n\n\n<p>Steeds is er hoop, vaak\nwaarschijnlijk tegen beter weten in. Zo verhuist het jonge gezin Santen nog in\nde oorlog naar een grotere woning, want er&nbsp;\nmoet immers voldoende plaats zijn voor hen die terugkeren. Zo moet er\nvoor de revolutie steeds nog een schepje bovenop gedaan worden, een laatste ruk\ngegeven worden, want al staat hij dan nog niet op wereldschaal voor de deur,\ndan toch wel in Zuid-Amerika of in Algerije.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De wereld veranderen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Voor Sal Santen moet de wereld veranderd worden. Want de\narmoe in die wereld heeft de dood van Saartje, gestorven aan tbc, op zijn\ngeweten. En het nazisme heeft de vader, de moeder, de broer en de\nrevolutionaire schoonvader Sneevliet en bijna het hele joodse volk vermoord. En\nhet kapitalisme heeft twee wereldoorlogen veroorzaakt en met zijn kolonialisme\nde rest van de wereld uitgebuit. Genoeg redenen om revolutionair te worden. En\nSal volgt het spoor van Leon Trotski die volgens hem de vlag van de\nsocialistische revolutie heeft hooggehouden.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar hij wil ook een gezin terug zoals de nazi\u2019s er een van\nhem hebben afgenomen: met 3 kinderen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Verscheurd<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Tientallen jaren lang&nbsp;\nmoet&nbsp; hij verscheurd geweest zijn\ntussen \u2018grote\u2019 en \u2018kleine\u2019 belangen, tussen \u2018algemeen\u2019 belang en \u2018eigen\u2019\nbelang, tussen \u2018revolutie\u2019 en \u2018kleinburgerlijkheid\u2019, zoals dat in kringen met\neen groot doel voor ogen heet.<\/p>\n\n\n\n<p>Tussen wereldrevolutie en gezin. Twee keer heeft de\nwereldrevolutie of de reactie daarop hem zelfs voor meer dan een jaar totaal\nvan zijn gezin gescheiden: de eerste keer van november 1952 tot december 1953\nals hij door de Vierde Internationale naar Zuid-Amerika wordt gestuurd, de\ntweede keer als hij in juli 1960 vanwege steun aan het Algerijnse verzet tegen\nhet Franse kolonialisme samen met zijn voorman Michel Raptis 13 maanden in een\nAmsterdamse gevangenis moet doorbrengen. Beide periodes heeft hij beschreven in\n<em>Adi\u00f3s Companeros!<\/em>(1974), in een\nherziene uitgave herdrukt in de politieke trilogie <em>Poste Restante Rood<\/em> (1986). Over de tweede periode heeft hij\nbovendien het brievenboek <em>Dapper zijn\nomdat het goed is <\/em>(Brieven uit de cel, 1993) gepubliceerd. De hier en daar\nin het artikel dat u nu leest afgedrukte fragmenten uit brieven aan zijn vrouw\nBep zijn uit de Zuid-Amerikaanse periode.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Er zijn ook paters aan boord, waaronder vreselijke types.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Een Italiaanse matroos zegt tegen een Spanjaard dat ze Franco zijn keel\nmoeten afsnijden. De Spanjaard beaamt het, maar kijkt angstig om. (\u2026) Een\nFranse arbeider die naar Dakar moet: In Frankrijk geen derde wereldoorlog meer,\ndan komt er revolutie. Nog erger, interrumpeert de dikke Syri\u00ebr verschrikt.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(uit brief aan Bep, geschreven\naan boord van schip naar Zuid-Amerika, gepost op 14\/11\/1952 in Dakar)<\/p>\n\n\n\n<p>MAAR er moet een derde belangrijke reden tot verscheurdheid\nin het leven van Sal Santen zijn geweest: het schrijven. Literair proza\nschrijven. Niet het schrijven van artikelen over de wereldrevolutie of\nverslagen van partijbijeenkomsten of het stenograferen van verhalen van anderen\n(hij was met een onderbreking van 4 jaar [1952 \u2013 1956] van 1950 tot 1970\nredactiestenograaf bij Het Vrije Volk). Behalve dat hij de wereld wilde\nveranderen, moet hij ook altijd al het plan gehad hebben om de grote drama\u2019s in\nzijn leven te beschrijven&nbsp; en het&nbsp; opgroeien van een \u2018jodenjongetje\u2019 dat niet\nwist dat het een jodenjongetje was tot het door hatelijke anderen daarop werd\ngewezen: \u2018Hee, smousie, wat doe jij hier eigenlijk?\u2019 (in <em>Jullie is Jodenvolk<\/em> (1969) Het moet toen 1922 en hij moet toen\nzeven geweest zijn en net met zijn familie naar Tuindorp-Oostzaan verhuisd, in\nhet uiterste noorden van Amsterdam, ver van de Jodenhoek waar zijn grootouders\nwonen&nbsp; en ver van de Jordaan waar hij is\ngeboren. Zijn vader roept hem binnen en zegt dat hij er voortaan op moet slaan\nals ze hem nog eens uitschelden. En dat terwijl hij Salie altijd verboden heeft\nom te vechten!<\/p>\n\n\n\n<p>Literatuur komt in het werk van Sal Santen niet voor. Alleen\nin een \u2018reflecterend\u2019 boek als <em>Schimmenspel<\/em>\n(filmdagboek 1982, n.a.v. een film over zijn leven <em>Sal Santen rebel <\/em>door Rudof van den Berg). Zijn moeder heeft eens\ngezegd: \u2018Die jongen moet in een bibliotheek werken.&nbsp; Hij houdt zo van boeken.\u2019 Ironisch genoeg zal\ndat pas gebeuren als hij in 1960 vanwege zijn revolutionaire werk in de\ngevangenis komt.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Ik ben maar een matig schaker, maar als je ziet hoe hier gespeeld\nwordt, erbarmelijk gewoonweg. Tot nu toe heb ik nog geen kans gehad mijn\nkrachten te meten. E\u00e9n spel op zoveel mensen, probeer dan maar eens aan de\nbeurt te komen als je alleen bent.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(uit brief aan Bep, geschreven\naan boord van schip naar Zuid-Amerika, gepost 14\/11\/1952 in Dakar)<\/p>\n\n\n\n<p>(Omdat je de geschiedenis kent,\nheb je ironisch genoeg de neiging te zeggen: \u2018Rustig maar, Sal, over 9 jaar, in\nde cel, krijg je alle kans.\u2019 Zie o.a het verhaal \u2018Brammetje\u2019 uit <em>Deze vijandige wereld <\/em>(1972)<\/p>\n\n\n\n<p>In zijn jeugd moet zijn broer Maurits hem samen met een vriend eens een boek gegeven hebben waarin ze geschreven hadden: \u2018Van 2 acteurs voor een auteur.\u2019 In <em>Adi\u00f3s Companeros! <\/em>zegt hij dat hij \u00e9\u00e9n keer op het punt stond om tegen zijn politiek leider en vriend Michel Raptis te zeggen dat hij eigenlijk altijd had willen schrijven, maar hij slikt het&nbsp; in, want hij vindt dat hij het dan maar waar had moeten maken.<\/p>\n\n\n\n<p>En zo wordt en blijft de revolutionair Sal Santen de eerste\nvijftig jaar van zijn leven een gemankeerd schrijver. Want schrijven en\nliteratuur zijn zo opvallend afwezig dat ze niet anders dan verdrongen kunnen\nzijn. Zoals bij een droogstaande alcoholist ook dat ene glaasje niet kan, uit\nangst voor een terugval.<\/p>\n\n\n\n<p>De brieven, vooral die van begin vijftiger jaren vanuit\nZuid-Amerika maar ook die van begin zestiger jaren uit de cel, zijn h\u00e9t\nvoorbeeld van brieven van een schrijver die zichzelf (nog) niet toestaat\nschrijver te zijn. In de brieven uit Zuid-Amerika schrijft hij zich nergens\nuit, nooit gaat hij in op wat hem werkelijk bezighoudt, geeft hij zelfs maar\neen beschrijving die meer dan een alinea beslaat. En als je dan weet, uit o.a. <em>Adi\u00f3s Companeros!<\/em>, wat hem allemaal voor\nellende overkomt, dan moet er sprake geweest zijn van opzettelijke beperking.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Minder gunstig waren mijn eerste ervaringen. Er waren weer lichtzinnige\nbeloften gedaan, en niet alleen ik was daar het slachtoffer van, maar ook de\nman die mij geholpen heeft. Ik zat vreselijk in de put en durf het je nu te\nschrijven.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (uit\nbrief aan Bep, Santiago, 13 augustus 1953)<\/p>\n\n\n\n<p>Natuurlijk had die beperking op de eerste plaats als reden\ndat hij het in Nederland achtergebleven gezin niet&nbsp; ongerust wil maken of ontmoedigen. Bep en\nkinderen hebben het immers al moeilijk genoeg, zelfs het geld voor hun\nonderhoud arriveert aanvankelijk niet op tijd. Bovendien blijft het de\nbedoeling dat ze hem achterna komen.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar dan nog, dan had hij toch over wat \u2018onschuldiger\u2019 zaken\nwat meer uit kunnen weiden. Maar als hij dat zou doen, zou hij aan het \u2018schrijven\u2019\nraken en dan zouden die andere zaken ook opduiken, want schrijven betekent\n\u2018reflectie\u2019, je afvragen waar je mee bezig bent, en daar mocht hij niet bij\nstilstaan, hij moest vooruitkijken, het grote doel voor ogen houden. En\nbovendien, als hij zou gaan schrijven dan toch niet over zulke dagelijkse\nproblemen, dan toch op de eerste plaats over de grote drama\u2019s van leven en dood\nin zijn bestaan! Daar moest hij mee beginnen, dat was hij aan de nagedachtenis\nverplicht.<\/p>\n\n\n\n<p>En zo is het ook gegaan. Hij wist toen nog niet dat de breuk\nmet de revolutionaire beweging het volgende grote drama in zijn leven zou\nworden, en zijn andere literaire thema. Al zou het nooit zo\u2019n belangrijk thema\nworden als het opgroeien met twee wereldoorlogen en alles wat daarmee te maken\nhad, dat wil zeggen, als de eerste dertig jaar van zijn leven. Ondanks de\naandacht in de pers voor juist vooral het thema van de breuk met de\nrevolutionaire beweging, voor <em>Adi\u00f3s\nCompaneros!<\/em> dus.<\/p>\n\n\n\n<p>Hij zal genoten hebben van het vertrouwen dat hij genoot,\ndat hem deed gekozen worden tot in het hoogste orgaan van de beweging, hij zal\nde voldoening hebben gehad dat hij wat deed voor de bevrijding van de\nonderdrukte volkeren. Maar hij moet ook steeds om zich heen gekeken hebben of\ner niemand dat praktische werk kon overnemen. Hij moet ermee doorgegaan zijn\nomdat anderen het minder goed deden: dan maar zelf doen, dan gaat het\nuiteindelijk beter en sneller. Maar hij moet ook al die tijd geweten hebben dat\nhij ergens anders toch nog beter en unieker in was: schrijven. En dat dat\nuiteindelijk dus ook zijn taak was.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Ik raad je aan om de onverkorte vertaling van Don Quichot te lezen. Don\nQuichot is hier erg populair. Grappen, vergelijkingen en dergelijke worden vaak\naan hem ontleend, in alle kringen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (uit\nbrief aan Bep, Santiago 24 augustus 1953)<\/p>\n\n\n\n<p>En als de REVOLUTIE dan nog eens bepaald en belemmerd wordt\ndoor fractiestrijd, door onbetrouwbaarheid, door kinnesinne, dan wordt de\ninnerlijke verscheurdheid tussen revolutie, gezin en schrijven van de mens Sal\nSanten steeds groter. <\/p>\n\n\n\n<p>Hij keert pas terug uit Zuid-Amerika als zijn vrouw ernstig\nziek wordt. Ze heeft nog getelegrafeerd \u2018Blijf daar!\u2019 maar haar lichaam geeft\neen ander signaal. Na ruim een jaar komt hij terug uit Zuid-Amerika en van de\nplannen om met zijn gezin naar daar te vertrekken komt niets meer terecht.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Aan het eind van dit jaar vol verrassingen, complicaties en zorg, zit\nik dus op de boot, op weg naar m\u2019n Beppeke en m\u2019n jongens. Wat zullen we blij\nzijn, Bep, als we weer bij elkaar zijn. Dan blijven we bij elkaar, eerst in\nAmsterdam, en dan, naar Amerika.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (uit\nbrief aan Bep, 13 oktober 1953)<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Afgejakkerd<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Maar er verandert in de jaren daarna niet veel. Het blijft\nhollen, nog even alles op alles zetten. Binnen tien jaar is het voorbij. Dan is\ner ofwel een derde wereldoorlog of een socialistische wereldrevolutie. Nog even\nvolhouden, Sal, zegt zijn leider Michel Raptis.<\/p>\n\n\n\n<p>En ze begrijpen niet dat als hij een reis maakt voor de beweging naar Rome, Parijs of Algiers, dat hij, \u2018de kleinburger\u2019, de volgende dag weer gewoon op zijn werk moet zijn, in de nachtdienst. Hij holt van hot naar haar, jakkert zich zo af dat hij zijn been breekt. Er zijn complicaties, hij ligt maanden in het ziekenhuis. Komt dat even slecht uit voor de Beweging! Kameraad Santen wordt zo snel mogelijk terugverwacht om zijn werkzaamheden te hervatten! En in het ziekenhuis kan hij toch ook heel wat doen\u2026<strong><em><br> <\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Niet kiezen<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Hij kan de revolutie en zijn grote voorbeeld, Michel Raptis,\nniet in de steek laten. Hij kan niet kiezen, met zijn verstand kan hij geen\nafstand nemen van de beweging. Wat geeft hem het recht om niet langer te\nvechten tegen sociaal onrecht?<\/p>\n\n\n\n<p>Dan maakt zijn lichaam de keuze voor hem en weigert nog\nlanger dienst. Hij krijgt, zonder aanwijsbare reden, twee keer een\nlongontsteking. En bovendien gaat hij opnieuw in therapie bij een psychiater\ndie hem in de oorlog ook al eens tijdens een moeilijke periode heeft\nbijgestaan.<\/p>\n\n\n\n<p>Dan kan hij eindelijk schrijver worden, het vak waarvoor\nhij, na alles wat hij in zijn leven zowel om den brode als om te wereld te\nveranderen heeft gedaan, het meeste talent heeft. Maar makkelijk zal hij het\nzichzelf niet maken: al schrijvend zal hij de eerste vijftig jaar van zijn\nleven opnieuw beleven en proberen te begrijpen. En wat valt er te begrijpen?<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>De grote thema\u2019s<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Vooral het boek <em>Adi\u00f3s\nCompaneros! <\/em>kreeg veel aandacht in de pers: de revolutionair, de hoge pief\nin de Vierde Internationale, die door zijn beweging een jaar naar Zuid-Amerika\nwas gestuurd om daar de revolutie voor te bereiden, die in de gevangenis had\ngezeten vanwege steun aan het Algerijnse verzet, de man die tientallen jaren\nals communist (trotskist) actief geweest was, en nu met de beweging had\ngebroken en die allerlei intriges en kinnesinne van binnenuit beschreef, d\u00e1t\nwas interessant! En dat in een tijd dat sinds provo in Nederland en de\nculturele revolutie in China en mei \u201968 in Frankrijk en de Maagdenhuisbezetting\nin Nederland juist allerlei radikaallinkse stromingen vooral onder jongeren\nzeer populair waren.<\/p>\n\n\n\n<p>In een interview in Vrij Nederland van 1982 zegt Igor\nCornelissen tegen Sal Santen dat hij zonder de Vierde Internationale als\nschrijver minder te melden had gehad. Maar hoe belangrijk ook in het leven van\nSal Santen, achteraf, nu, weten we dat (de breuk met) de revolutionaire\nbeweging maar een betrekkelijk klein deel van het literaire werk van Sal Santen\ninneemt. Eigenlijk maar \u00e9\u00e9n boek, 220 bladzijden, <em>Adi\u00f3s Companeros!<\/em> dus. Het filmdagboek <em>Schimmenspel<\/em> gaat daar natuurlijk ook wel over, maar dat is geen\ngewoon boek, dat is een reflectie op de reflectie van de filmer Rudolf van den\nBerg&nbsp; op zijn leven en vooral op zijn\nverhouding met Michel Raptis. In hetzelfde <em>Schimmenspel<\/em>\nstaan een paar nooit eerder of later gepubliceerde fragmenten in romanvorm die\nde verhouding tussen hem en Michel Raptis beschrijven. Hoewel je begrijpt wat\nSal Santen bedoelt, zijn het niet de beste stukken die hij geschreven heeft. En\nook <em>Adi\u00f3s Companeros!<\/em> is niet zijn beste\nboek, hoe belangrijk voor Sal persoonlijk en sociaal-historisch ook. Daarvoor\nmoet er te veel verteld, uitgelegd en betoogd worden, wordt er misschien te\nveel begrip gevraagd en te veel geprobeerd te begrijpen wat er gebeurd is. Toen\nMultatuli, in <em>Max Havelaar<\/em>, wist dat\nhij veel zou moeten betogen (\u2018De Javaan wordt onderdrukt!\u2019), kwam hij op het\nidee om dat af te wisselen met de verhalen van Droogstoppel en van Sa\u00efdja en\nschiep een van de meesterwerken van de wereldliteratuur. Waarmee, met een\nknipoog, gezegd is dat veel betogen en veel begrip kweken zonder meer, een\nmoeilijke zaak is in de literatuur.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar het meesterlijke van Sal Santen ligt dan ook in zijn\nandere grote thema.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Meesterlijk<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Het meesterlijke van Sal Santen ligt in het beschrijven van\nde eerste dertig jaar van zijn leven. Twee wereldoorlogen en de tijd\ndaartussen. De grote drama\u2019s van leven en dood die zich in de wereld en in zijn\nnaaste nabijheid afspelen. Dit alles zeer ingehouden beschreven, door alleen te\nlaten zien. Er valt niets te betogen, niets te begrijpen. Al vraagt hij zich\nwel voortdurend af hoe het kon gebeuren en houdt hij er een slecht geweten aan\nover. Bijna al zijn boeken gaan hier over. Mijn favorieten zijn: <em>Jullie is Jodenvolk<\/em> (1969), <em>Sneevliet, rebel<\/em> (1971), <em>Saartje gebakken botje<\/em> (1983) en <em>De B van Bemazzel<\/em> (1989).<\/p>\n\n\n\n<p>Er zijn, behalve de hierboven genoemde thema\u2019s, twee andere onderwerpen:\nde gevangenis en zijn ervaringen als werknemer bij Het Vrije Volk (<em>De Rode Burcht<\/em>). De gevangenis levert de\nbeste verhalen op.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Liefdesverhaal<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Maar behalve dit alles is Sal Santen ook de schrijver\nvan&nbsp; een van de mooiste\nliefdesverhoudingen die ik ken: die tussen Jules en Jeltje in <em>Brand in Mokum<\/em> (1977). Of moet ik\nzeggen: die van Jeltje voor Jules, want die is het prachtigst uitgebeeld? Maar\nof de geliefde nu Liesje (in <em>Stormvogels<\/em>,\n1976), Jeltje of gewoon Bep heet, het is altijd Bep, het is altijd de\nontroerende liefde van Bep voor haar \u2018jongen\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p>Dit steekt het prachtige \u2018liefdesverhaal\u2019 (over Engeltje en\nhaar \u2018jongen\u2019) van Hans Fallada, <em>Wat nu,\nkleine man?<\/em>, naar de kroon. En het is natuurlijk een superieur eerbetoon\naan de vrouw zonder wie Sal Santen geen revolutionair en geen schrijver geweest\nzou zijn.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Brand in Mokum<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Brand in Mokum<\/em> is\nook in andere opzichten een bijzonder boek. De hallucinaties en dromen zijn zo\ngoed geschreven als in Dennis Potters <em>De\nZingende Detectieve<\/em>. Sal Santen splitst zich in dit boek op in 3 andere\npersonages: de hoofdpersoon Jules die uiterlijk niet op hem lijkt maar voor de\nrest wel, Salz die een karikatuur is van het uiterlijk van Sal, en Sander over\nwie Salz een oorlogsverhaal heeft geschreven.<\/p>\n\n\n\n<p>Hier komen liefde, lichamelijke en psychische problemen, de\noorlog, de jeugd, de gevangenis, Het Vrije Volk, en, niet te vergeten, humor\nsamen. <em>Brand in Mokum<\/em> is een (zeer\nonderschat)&nbsp; literair meesterwerk.<\/p>\n\n\n\n<p>In 1990, op vijfenzeventigjarige leeftijd, bij het\nverschijnen van zijn bundel <em>Een slecht\ngeweten<\/em>, noemde Sal Santen zichzelf&nbsp;\n\u2018uitgeschreven\u2019, zijn leven was in kaart gebracht. Hij publiceerde\ndaarna nog&nbsp; de van notities voorziene\nbrievenbundel <em>Dapper zijn omdat het goed\nis <\/em>(1993) en <em>De nalatenschap van Henk\nSneevliet<\/em> (1995).<\/p>\n\n\n\n<p>Ik ben de laatste die Sal Santen op twee-entachtigjarige\nleeftijd zijn rust misgunt. Maar ik weet dat het schrijven in zijn hoofd\ndoorgaat, al zijn de lichamelijke mogelijkheden beperkt. In een groots boek als\n<em>Brand in Mokum<\/em> heeft hij aangetoond dat\nzijn literaire mogelijkheden niet beperkt zijn tot wat hij heeft meegemaakt.<\/p>\n\n\n\n<p>&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8212;&#8211;<\/p>\n\n\n\n<p><em>Ik voegde er destijds\nnog een stukje aan toe over het Letterkundig Museum en noemde het het <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Literair Museum<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Het is bekend dat Sal Santen bij het Literair Museum de\nbrieven van zijn zus Saartje niet kwijt kon. Waren het nou brieven van hemzelf,\nde schrijver geweest, dan wel. Is de bekende pijp van de schrijver, die in zijn\nwerk geen rol speelt, belangrijker dan gegevens over en van een van de belangrijkste\npersonages uit het werk van Santen? Saartje komt in elk boek voor.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Boeken van Sal Santen<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\"><li>Jullie is Jodenvolk (1969);<\/li><li>Sneevliet, rebel (1971);<\/li><li>Deze vijandige wereld (1972)<\/li><li>Adi\u00f3s Companeros! (1974);<\/li><li>Een geintje (1975);<\/li><li>Stormvogels (1976);<\/li><li>Brand in Mokum (1977);<\/li><li>De kortste weg (1979);<\/li><li>Brieffragmenten (bibliofiel, 1981);<\/li><li>Schimmenspel, filmdagboek (1982);<\/li><li>Saartje gebakken botje (1983);<\/li><li>Poste Restante Rood (Sneevliet, rebel; De Rode      Burcht; Adi\u00f3s Companeros!, 1986);<\/li><li>Heden kijkdag (1987);<\/li><li>Kinderdief (1988);<\/li><li>De B van Bemazzel (1989);<\/li><li>Een slecht geweten (1990);<\/li><li>Dapper zijn omdat het goed is (brieven, 1993);<\/li><li>De nalatenschap van Henk Sneevliet (1995);<\/li><li>Een veertje in de wind (gedichten, niet in de handel, 1995);<\/li><li>Jullie is Jodenvolk, De Kortste Weg en Saartje gebakken botje in \u00e9\u00e9n band (1998).<\/li><\/ol>\n\n\n\n<p><strong>Op 25 juli 1998, 10 jaar na zijn dood, is van Sal Santen geen enkel boek nieuw verkrijgbaar!<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Anno 2021 zijn de meeste van zijn boeken (slechts) als E-boek verkrijgbaar, een enkel ook nog tweedehands.<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Mooi\nen interessant is ook het boekje van dochter Ellen Santen: <em>Aan twee minuten stilte heb ik niet genoeg <\/em>(1983)<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Juli 1998 Schrijver en revolutionair Sal Santen overleden! Toch nog onverwacht is op zaterdag 25 juli de schrijver Sal Santen overleden. Sal Santen werd op 3 augustus 1915 geboren uit&nbsp; joodse ouders, zijn vader was schoenmaker. Zijn&nbsp; enkele jaren oudere en enige zus Saartje overleed eind jaren 20 aan tbc. Vader en moeder en enige &hellip; <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=1370\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;Sal Santen De schrijver die niet schreef omdat eerst de wereld veranderd moest worden (special van HetWerk uit 2008)&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-1370","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1370","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1370"}],"version-history":[{"count":10,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1370\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1416,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1370\/revisions\/1416"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1370"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1370"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1370"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}