{"id":1589,"date":"2022-01-12T11:50:39","date_gmt":"2022-01-12T11:50:39","guid":{"rendered":"http:\/\/meursam.nl\/?p=1589"},"modified":"2022-01-14T08:00:42","modified_gmt":"2022-01-14T08:00:42","slug":"willem-adams-louis-paul-boon-in-eindhoven","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/meursam.nl\/?p=1589","title":{"rendered":"Willem Adams &#8211; Louis Paul Boon in Eindhoven"},"content":{"rendered":"\n<p><em>(Kunstschilder Willem Adams (1937-2022) overleed op 5 januari.)<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(Uit de  <a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/212766331\/A-HetWerk71-literair-kladschrift-van\/\">Adams(Boon)-special<\/a>\u00a0,\u00a0<em>Het<\/em>Werk71, literair kladschrift van Meurs A.M., verschenen 6 januari 2022, zoals ook  <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=1569\">Willem Adams 1937 &#8211; 2022<\/a>)<\/p>\n\n\n\n<p>Dit is het verhaal van Willem Adams over 3 dramatische, soms\nhilarische tochten per auto heen en terug tussen Eindhoven en Erembodegem, waarvan\n1 keer met Boon. Op de avond van 8 december 1967 wordt Boon, geconfronteerd met\nijs, sneeuw en afgesloten wegen, vanuit Erembodegem in Belgi\u00eb naar Eindhoven\ngebracht,&nbsp; zo\u2019n 150 kilometer, en\ndezelfde nacht weer terug. De snelweg tussen Eindhoven en Antwerpen bestaat nog\nniet. Het is ook het verhaal van Adams\u2019 expositie, de tegenwerking, de scepsis,\nhet ongeloof dat het hem zou lukken. Willem Adams was in 1967 30 jaar, Boon was\n55. &nbsp;De gebeurtenissen lieten ook Boon niet\nonberoerd, hij schreef er kort achter elkaar 2 Boontjes en\n2 fragmenten over. Ze zijn alle in dit verhaal opgenomen. <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Willem Adams &#8211; Louis Paul Boon in Eindhoven<\/strong>  (verteld in <strong>2007)<\/strong><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image is-resized\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Louis-Paul-Boon-001B-327x1024.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1591\" width=\"234\" height=\"734\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Louis-Paul-Boon-001B-327x1024.jpg 327w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Louis-Paul-Boon-001B-96x300.jpg 96w\" sizes=\"auto, (max-width: 234px) 85vw, 234px\" \/><figcaption>Boon opent op 8 dec. 1967 de tentoonstelling van Willem Adams in de Krabbedans in Eindhoven, gebouw Eindhovens Dagblad (uit ED).<br><br><br><\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p><strong>Het\nbegin<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ik zag voor het eerst een boek van Boon\nin een etalage. Het was de Kapellekensbaan en het was een dikke pil, van de\nArbeiderspers. Het stond in een etalage van een boekhandel die net begonnen\nwas, op de hoek van de Nieuwstraat en de Vestdijk, hier in Eindhoven. Die\nboekhandel is er niet meer, er zit nu een goktent. Ik was een jaar of zeventien\nen op weg naar de schilderles van Jan Gregoor. Het boek was net uit maar Jan\nkende het al, hij zei: \u201cWat een boek!\u201d Dat moet in 1953\/1954 geweest zijn. <\/p>\n\n\n\n<p>Het enige dat nog een beetje aardig was en dat je destijds in Meerveldhoven, waar ik toen nog woonde, kon krijgen, was Karl May. Die leende ik bij Van de Mierden, een ex-onderwijzer die in zijn huiskamer een uitleenbibliotheek had. En toen ik heel klein was, kreeg ik van een buurmeisje, Maria van Bree, Dick Trom, maar dat moest ik verdomme nog teruggeven ook. Een jaar of zeven, acht was ik toen.<\/p>\n\n\n\n<p>Midden in de jaren\nzestig had ik hier Bokboek liggen, daarin ging Weverbergh in een artikel uit\n1963 hevig te keer dat Hubert Lampo de driejaarlijkse Belgische staatsprijs had\ngekregen, volgens hem was Boon de echte kandidaat. \n\nToen ik in 1967 ging\nexposeren, dacht ik: wie kan dat openen? W.F. Hermans heb ik ook nog even\noverwogen. Maar ik dacht toch: Boon, dat is iets, van al die anderen hoor je over\ndertig jaar niks meer. Ik belde hem op of ik langs kon komen. Hij&nbsp; aarzelde, maar ik zei: ik kom wel even langs.\n\n\n\n<\/p>\n\n\n\n<p><em>Misschien was het vanuit Brabant in Holland naar Brabant in Belgi\u00eb niet zo ver als omgekeerd, want een paar uur later stond hij reeds aan het tuinhek. Ik zag een man zoals ik me onze voorvaderen, de Nervi\u00ebrs, de Eburonen en de Batavieren in mijn kinderjaren heb voorgesteld\u2026Groot en machtig, en vol haren. Adams, heette hij. Een naam die hij niet gestolen had.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(<em>Boontje<\/em> in <em>Vooruit <\/em>op 7 december 1967)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De eerste tocht<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Theo Kuypers\nwas een keer hier en die moest bij een tentoonstelling in Eijsden zijn, bij\nMaastricht. Hij had een deux cheveauxtje, een lelijke eend, geen luxe, zo een\nmet een bak erachter, een besteleend. En ik dacht, ik rij mee, we hadden zelf\ngeen auto, dan zijn we al op de helft. We hebben toen geslapen bij Hans\nMemelink, de bronsgieter van Sint Geertrui. We moesten op de grond slapen in\nhet hondenhaar, tussen de honden in, en daarom schrijft Boon: hij zat vol haar.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;We waren bij dat bungalowtje van Boon in\nErembodegem met een houten hek ervoor. Ze schrokken wel van ons, hadden nog\nnooit twee zulke rauwe figuren gezien, we zagen er ook uit, hadden heel de\nnacht niet geslapen, zaten onder de rotzooi en het hondenhaar. We zijn daar een\nuur of anderhalf, twee geweest. Ik had een kijkdoosje bij me met dia\u2019s en\nJeanneke zat erbij en was echt verrukt en zei: \u201cLouis, dat moet je doen!\u201d <\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"253\" height=\"232\" src=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Huize-Isengrimus.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1592\"\/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>Huize Isengrimus van Boon<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Het was toen\nal zwaar in de herfst. Op de terugweg hebben we nog ellende gehad. Kuipers wist\neen bijzondere weg binnendoor, dat was een bolle weg, geen holle maar een bolle\nweg, en daarop kwam hij met zijn as vast te zitten.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Stichting de Krabbedans<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Van de\nKrabbedans, de stichting die de tentoonstellingsruimte runde in het gebouw van\nhet Eindhovens Dagblad, heb ik geen enkele medewerking gehad. Ik heb zelf nog\nde vloer staan dweilen. Smit, die in het bestuur zat van de Krabbedans, dat was\nzo iemand die me recht in mijn gezicht zei: \u201cLouis Paul Boon, dat zal wel\nzijn!\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Een van die lui was bij Philips op staande\nvoet ontslagen, waarom wist niemand, zelf zei hij het natuurlijk ook niet, die\nwas toen penningmeester van de Krabbedans, hoe heette die man? Ik heb daar een\nschilderijtje verkocht \u2013 ha, dat was Vredegoor, mooie naam \u2013 en dat geld heeft\nhij ingepikt, ik heb het nooit gezien. Het schilderij was gekocht door Jaap\nThieman, al in het begin van de tentoonstelling, hij wou het eigenlijk meteen\nmeenemen. Dat w\u00e1s iemand, een heel dure antiquair, dat was de direkteur van\nPander, die had een verzameling van een van de mooiste Appels, van Jaap Wagenaar\nen ook van Jan Gregoor. Hij woonde daar in die hoge flats bij de Boschdijk. Hij\nheeft dat schilderij betaald aan die Vredegoor maar het geld heb ik nooit\ngezien.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Mijn vrouw zat daar toen die Jaap Thieman\nbinnenkwam, want ze hadden bij de Krabbedans ook niemand die kon oppassen, mijn\nvrouw heeft daar dagenlang gezeten.<\/p>\n\n\n\n<p>Ze zat er ook\ntoen er 10 man van de Provincie binnen kwam stormen, en met zijn tienen kochten\nze het kleinste schilderijtje dat er bij was, voor 300 gulden, dat was de\naankoop van de Provincie. De direkteur van Pijnenborgkoek, die oude, kwam ook\nkijken en zei tegen mijn vrouw: \u201cU bent zijn vrouw, dat zie ik, maar die jurk\npast niet bij die schilderijen.\u201d Hij wel met zijn zilveren wandelstok.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Ik moest op het affiche vermelden dat het 25\ncent entree was. En dat affiche met mij en mijn zonen werd overal gestolen, ze\nsloegen er de ruit van een etalage voor in om het mee te kunnen nemen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Kijk, hier heb ik het: Dagelijks, ook zondags\nvan 12 tot 17.00 uur en ook dinsdag- en donderdagavond. Een maand lang moest\ndaar altijd iemand zijn, mijn vrouw heeft daar verreweg de meeste tijd gezeten,\nmaar ik en jijzelf toch ook.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Toen ik daar zat vroeg er iemand: \u201cEn hoe was\nje indruk van Boon?\u201d Ik zeg: Ik zal het zo zeggen, Boon zat daar aan een tafel tegenover\nons en die tafel was wel twee meter breed maar was toch behoorlijk bezet. Op\ndie manier.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De tweede tocht<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Met Wim van\nGennep, mijn zwager, ging ik Boon op 8 december ophalen, het was spiegelglad,\nalles stond stil op de weg naar Antwerpen, dat was nog de oude weg, een snelweg\nwas er nog niet, er zijn er die het de Lange Weg noemen. We konden er niet door\nen toen hebben we een parallelweg genomen door de bossen. Maar op een bepaald\nmoment waren er, door de zwaarte van de\nsneeuw op de takken, bomen over de weg gevallen en moesten we dat hele eind\nweer terug. Tot een kwartier voor Antwerpen was het vreselijk slecht, daarna\nwerd het beter, dus in Erembodegem wist Boon van niks. Daar was het goed weer.\nWe hebben voor Boon verzwegen dat het zo slecht was, anders was hij nooit\ningestapt. Maar toen we weer bij Antwerpen kwamen zag hij het wel, dat was niks\ndan slibberen en schuiven. En we konden ook niet over de weg van Antwerpen naar\nEindhoven terug, die zat helemaal dicht, we moesten over Breda en Tilburg met\neen grote bocht naar Eindhoven.<\/p>\n\n\n\n<p>We kwamen dus al een paar uur te laat in Erembodegem aan, en dat was nog een prestatie, we hadden het eigenlijk al opgegeven. En dan nog eens de terugweg. Ik denk dat het wel een uur of elf, half twaalf was voor we weer in Eindhoven waren. Ik meen dat het om negen uur had moeten beginnen. Ik hoorde van mijn vrouw dat zij en de vrienden hadden staan zweten, komen ze nog of komen ze niet, en dat het viooltrio dat ik had ingehuurd niet wilde spelen voordat wij er waren. Op de radio werd omgeroepen dat vanwege de gladheid niemand meer de baan op mocht en ze wisten dat wij op die baan zaten en ze hoorden niks en zagen niks. Een van de vrienden heeft toen nog een oude pick-up van huis gehaald en platen gedraaid.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;En jijzelf hebt, om de mensen bezig te houden,\ntoen nog voorgelezen, heb ik gehoord, uit de interviews die je over mij had\ngehouden met de hotemetoten uit de zogenaamde Eindhovense kunstwereld, die niet\nwisten dat we dat samen opgezet hadden en die mekaar vuil maakten, en dat waren\nnou juist de lui die daar die avond alleen maar stonden te wachten hoe ik op\nmijn bek zou gaan. Louis Paul Boon, hadden ze tegen me gezegd, het zal wel!<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Inleiden<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Donderdag 7\/12\n&#8211; Nu heb ik het toch wel w\u00e9\u00e9r aan mijn been! En dit terwijl IK gezworen had dat\nze me nooit meer gingen vangen. Ik bedoel, met het inleiden van een ekspositie.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Want dat is nu\nmode geworden. Vroeger eksposeerde een schilder zijn werken en dat was\nvoldoende. Nu moet er nog iemand bijkomen die een openingswoord spreekt, zoals\nde burgemeester die de eerste steen legt voor een nieuw stedelijk ziekenhuis.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Ik heb dat eens\nop een kartoon gezien, die burgemeester, die met het truweel een klop op de\neigen vingeren geeft. En met dan als onderschrift: \u201cDe burgemeester sprak\nenkele gepaste woorden\u201d.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>En wat erger\nis, dat die ekspositie te Eindhoven in Holland is! Zodat ik bijna zes uur in\neen auto moet zitten \u2013 heen en retour \u2013 om van mijn dorpje aan de grens van\nBrabant in Belgi\u00eb, naar Brabant in Holland te gaan inleiden. Iets wat, als we\ndan nog geluk hebben, maar tien minuten zal duren.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Moest een mens\ndaar geld mee verdienen, ik zou mijn werk op de krant aan anderen overlaten, en\nop mijn deur een bordje spijkeren \u201cEkspositie-inleider\u201d, en door dit nieuwe\nberoep misschien schatrijk worden. Maar nu\u2026 vanzelfsprekend had ik die mij\ntotaal onbekende schilder uit Eindhoven een briefje teruggestuurd met \u201cWat\ndenkt ge wel\u2026 dat ik crazy ben?\u201d En prompt schreef hij, nu voor de tweede maal:\n\u201cOch, het heeft geen belang, maar ik kom toch even langslopen, als ik mag.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Misschien was\nhet vanuit Brabant in Holland naar Brabant in Belgi\u00eb niet zo ver als omgekeerd\nwant een paar uur later stond hij reeds aan het tuinhek. Ik zag een man zoals\nik me onze voorvaderen, de Nervi\u00ebrs, de Eburonen en de Batavieren in mijn\nkinderjaren heb voorgesteld\u2026<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Groot en\nmachtig, en vol haren. Addams, heette hij, Een naam die hij niet gestolen had.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Schilderijen\nhad hij niet bij, maar wel een kijkkastje, waarin afbeeldingen ervan konden\naangebracht. Ik heb een uur lang naar forsig rood en blauw en geel en groen\ngekeken. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Bij elk nieuw\nprentje moest ook mijn vrouw kijken, en die zei steeds maar: \u201cMooi! Mooi!\nMooi!\u201d En ik moet er meteen aan toevoegen, dat zij echt gevoel heeft voor\nschilderijen. Zij loopt zo een ekspositiezaal door en zegt: \u201cdat is mooi, dat\nis minder, dat is niets waard.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Dat laatste\nzegt ze vooral, als ik eens wat geschilderd heb.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Het is dan ook\nhaar schuld, door dat \u201cmooi, mooi, mooi\u201d, dat ik vrijdagavond naar Eindhoven\nmoet. Want ik kon niet meer weigeren. Goed dan maar, heb ik geantwoord. En\nAddams gaf me een klap waar ik nog steeds wat scheef bij loop, beloofde me te\nhalen en terug te brengen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>En beloofde\nbovendien mijn vrouw een schilderij, de grootste die erbij was. Op voorwaarde\ndan dat ze in de auto kon. Ze hoopt nu dat hij me komt halen met een\nverhuiswagen, en niet met een Volkswagentje.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(<em>Boontje <\/em>uit <em>Vooruit<\/em>, dagblad in Gent van 7\ndecember 1967, door Louis Paul Boon uitgesproken bij de opening van de\nschilderijententoonstelling van Willem Adams in Eindhoven op 8 december 1967 en\ndaarna aan de schilder overhandigd.)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Val dood met je hondenkar!<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Een van de\nhotemetoten waar ik mee te maken had was Adriaans, direkteur van de Sociale\nDienst, waar je in de contraprestatieregeling je schilderijen moest gaan inleveren.\nDie werden daar in een zaaltje waar allerlei oude heren aan de muur hingen\nbeoordeeld. En als je dan het geluk had dat ze \u201caangekocht\u201d werden, tussen\naanhalingstekens, dan kreeg je niet gewoon je geld, nee dan werd dat bedrag\ngedeeld door bruto 121gulden 80, ik weet het nog precies \u2013 daar hield je nog\ngeen 100 gulden van over &#8211; en het getal dat daar uitkwam was het aantal weken\ndat jij en je gezin daarvan moest leven. Bijvoorbeeld, je komt daar door weer en\nwind aan met een schilderij van twee bij twee meter op de bakfiets, en als je\nhet geluk hebt dat ze het aankopen, bijvoorbeeld voor 1000 gulden, dan moet je\ndaar ruim 8 weken van leven. Je zat dikwijls uren op je geld te wachten en dan\nwas Adriaans zo\u2019n man die beweerde dat ik niet moest overdrijven want dat\nniemand het leuk vond om op geld te wachten waar hij niets voor gedaan had.\nTerwijl ik daarvoor godverdomme wekenlang aan een schilderij had staan zwoegen\nen dat dan zelf nog moest komen brengen. Die man wist totaal niet waar hij het\nover had, een keer beweerde hij dat ik niet moest overdrijven over dat gesjouw door\nweer en wind omdat mijn schilderijen niet groter waren dan zo\u2019n 75 bij 75 centimeter. Zijn\nvader liep vroeger met een hondenkar melk te bezorgen en ik was vaak zo kwaad\nop de zoon omdat ik steeds moest bedelen om mijn geld, dat ik het een keer niet\nkon laten door de telefoon te roepen: Val toch dood, jij en je familie met je\nhondenkar!<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De tweede tocht dus<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ik ging Boon\ndus ophalen met Wim van Gennep, mijn zwager. Boon is nog bij hem thuis geweest\nnadat we na de opening het caf\u00e9 van Ad Snijders hadden bezocht, de Volksbond,\nhet caf\u00e9 van de Werkende stand. Want Boontje moest eerst nog wat eten voor we\nweer terug naar Erembodegem vertrokken.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Boon had een bewaker bij zich, een bodyguard.\nJeanneke had die meegestuurd, die moest zorgen dat Boontje weer terug in\nErembodegem kwam. Anders was hij die nacht in Eindhoven gebleven. Het was een\njonge, stevige man. Hij heette Dirk, we hebben nog een tijdje met hem\ngecorrespondeerd, die brieven moeten nog ergens boven liggen. Hij kon wel een\naantal exposities voor mij regelen in Belgi\u00eb, schreef hij, en hij zou\nbinnenkort wel langs bollen. Ik heb hem nooit meer gezien. Maar die Dirk moest\ndus Boon weer mee naar huis nemen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Ik zat met Boon achterin, zowel op de heen-\nals op de terugweg. Ja, want Van Gennep met zijn &nbsp;cultureel erfgoed\u2026 \u201cKijk, meneer Boon, dit is\nons Evoluon.\u201d Boontje dacht: Val maar kapot met je Evoluon, dat het maar\nontplofte! En hij gaf van die korte antwoorden als ik iets vroeg. Bijvoorbeeld\nover Hermans: \u201cDie kan nog geen borreltje drinken.\u201d Meer niet. Ze hebben elkaar\nook maar \u00e9\u00e9n keer ontmoet, in Antwerpen, daarna is er nooit meer contact\ngeweest. En over Claus: \u201cDat is een showman.\u201d Van die korte antwoorden: Dat was\ngeen schrijver, dat was een showman. Daar kon je het mee doen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;We kwamen in Erembodegem aan toen het licht\nwerd, een uur of acht \u2019s morgens dus. We hebben nog een kop koffie gedronken en\nzijn weer vertrokken, we waren kapot. En op de terugweg bij Antwerpen kregen we\neen lekke radiator en daarom moesten we telkens stoppen om hem met sneeuw bij\nte vullen. Want de garages waren dicht omdat er toch geen verkeer op de weg\nwas. We hebben toen mijn vrouw opgebeld, want die moest de garage bellen dat we\nnooit op tijd terug konden zijn. Het was een huurauto en de garage ging om vijf\nuur dicht. Ik denk dat we om half zes terug waren, helemaal total loss.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Eindhoven<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Donderdag 12\/12\n&#8211; Zoals gezegd moest ik vrijdagavond te Eindhoven in Holland inleiden. Het is\nte zeggen, de tentoonstelling van een Hollandse schilder voor open verklaren.\nIn november had hij dit reeds gevraagd, en toen was het een zonnige\nherfstnamiddag en had ik maar ja gezegd\u2026<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Er niet aan\ndenkend dat op 8 december sneeuw kon vallen. En alsof die sneeuw speciaal gewacht\nhad om te vallen, dikte hij de weg van Antwerpen naar Breda met een mooie witte\nmaar levensgevaarlijke laag. Want die laag vroor onmiddellijk vast, en het werd\nmet de auto meer walsen dan rijden.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Achteraf heeft\nmijn vrouw verteld, dat ze thuis ondertussen op TV naar het wegenbulletin\nluisterde, en men daar zei: \u201cde weg van Antwerpen naar Breda is onberijdbaar.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Ons moesten ze\nhet niet zeggen, we ondervonden het.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>En over een\nlevensgevaarlijke weg rijden is nog niets, als ge daar heel alleen zijt. Maar\nhet stemt u niet hoopvoller als ge links een wagen in de gracht ziet liggen, en\nrechts een wagen die tegen een boom goedag ging zeggen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Met dan wat\nverder het oranje-flikkerlicht van een politiewagen en de wagen van het rode\nkruis die hulp trachten te bieden aan drie andere in elkaar verstrengelde\nauto\u2019s.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Want wat denkt\nge? Driehonderd meter verder moeten ze ook voor ons met flikkerlichten en de\n900 hulp komen bieden, denkt ge. Ik weet het, ik ben geen held, en zeker niet\nals ik in een auto zit , maar mijn moed zakte nog dieper in mijn schoenen als\nik de chauffeur heilige namen ijdelijk hoorde gebruiken, zeggend: \u201cWe komen d\u2019r\nnooit.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Het was een\nHollandse chauffeur, en nu heb ik ook eens in het Hollands horen vloeken. Het\nis bijna helemaal \u2019t zelfde als in het Vlaams. Behalve dat zij meer Jezus\nzeggen in plaats van god, Wij zeggen: \u201cGodverdommenogaantoe.\u201d Zij zeggen:\n\u201cKristusgodverdommenogaantoe.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Dat hebt ge met\nprotestanten. Om halfnegen moest ik te Eindhoven mijn eerste woordje plaatsen\u2026\n\u201cDames en heren, het is mij een groot genoegen\u2026\u201d Het was niet halfnegen als we\ndaar arriveerden, maar halfelf. En zonder genoegen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Toch stond de\nhele zaal nog vol mensen, die naar ons hadden gewacht. \u2019t Zou bij ons in\nVlaanderen geen waar zijn. Ik heb eens in de sneeuw een ekspositie gaan\ninleiden te Achterhoek, en toen waren er maar twee mensen meer, de schilder en\nik. We hebben daar dan samen biljart gespeeld. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Om halftwaalf\nhadden de toehoorders er genoeg van, en met een aantal onder hen zijn we nog in\neen Eindhovens artiestencaf\u00e9 wat weest drinken. Mijn tafelgenote bleek Sofieke\nte heten, en met haar heb ik het over sommige woorden uit het boek van Jan\nCremer gehad.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Maar er was een\nvervelende vent bij, die zich steeds in ons gesprek mengde, en toen ik hem zei:\n\u201cman, ga toch weg\u2026. Ge ziet toch dat ik met Sofieke aan het praten ben!\u201d Toen\nantwoordde hij: \u201cJa, maar ik ben daarvoor toch haar echtgenoot!\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Zodat we meteen\nweer uit Eindhoven wegreden, langs dezelfde afschuwelijke baan. Het was zes uur\nin de ochtend als ik thuiskwam. Kapot. Helemaal kapot. In Eindhoven zullen ze\nme nooit meer zien.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(Een paar dagen na 8 december,\nop 12 december 1967, publiceerde Boon opnieuw een <em>Boontje <\/em>over Eindhoven. Hij zou er die\nweek nog twee keer op terugkomen.)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Het Eindhovens Dagblad<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Verslagen van\nmijn tentoonstellingen werden niet in het Eindhovens Dagblad geplaatst. Ton\nFrencken schreef een artikel, het werd gepubliceerd in Tilburg en in Den Bosch,\nzelfs in Nijmegen maar niet in Eindhoven. Het is nu allang iemand anders, Paul\nKokke, die werkt er nog, heeft zelfs een hoge functie bij die krant: hetzelfde\nsoort verhaal, dat duurt al 40 jaar. Als hetzelfde artikel in het Eindhovens\nDagblad komt, is de tentoonstelling zowat afgelopen of ze publiceren een\nartikel meteen\nillustratie maar in het Eindhovens Dagblad wel alleen een detail en dan nog op\nzijn kop of op zijn kant. &nbsp;Van de opening\ndoor Boon 40 jaar geleden, ook maar een klein artikeltje met een klein foto\u2019tje\nvan Boon op de katheder, ze konden er niet onderuit.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Ze hadden destijds twee correspondenten over\nkunst: JPB en OdC, ze tekenden met hun initialen. Juppupbut en OpdeCut, noemde\nik die: Jan Paul Bresser en Op de Coul. Als ze je niet doodzwegen, dan was het\neen heel klein stukje, en dat was altijd hetzelfde, dat was \u00e9\u00e9n groot clich\u00e9 van\ndie twee: zoals \u201ckrachtig en rond in de verf gezet\u201d of ( en dan ging het zeker\nniet over mij): \u201cfijn, lichtvoetig, fris, vindingrijk\u201d, soms in een iets andere\nvolgorde en met een enkel woordje eraan toegevoegd: \u201cfris, fijn, speels,\npo\u00ebtisch\u201d. Bresser schrijft nu voor het Elseviers Weekblad, nou dan weet je\ngenoeg. Deze Juppupbut zat een keer demonstratief op de Markt Sartre te lezen,\nmet de kaft goed zichtbaar omhoog gestoken.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Ik exposeerde in het gebouw van het Eindhovens\nDagblad, jij geeft in je inleiding die krant flink van katoen, er komt een\njournalist urenlang met je praten, noemt je de beste lezer die de krant ooit\ngehad heeft, wat komt er in de krant: niks! Dat duurt zo al meer dan 40 jaar.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Boeken tekenen<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Woensdag 13\/12\n&#8211; Wat het voorbije weekend betreft, daar zat voor mij nog meer miserie aan\nvast. Om zes uur in de zaterdagochtend bereikte ik dus weer veilig mijn huis,\nna een levensgevaarlijke tocht van Eindhoven, in Holland, naar Erembodegem, bij\nBrabant.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Toch brouwde ik\nnog wat koffie voor de jongens die me gebracht hadden, sloot daarna het hek\nachter hun hielen en dacht alleen nog: \u201cMijn bed, mijn bed, mijn bed.\u201d Ik viel\ner in neer, zag het nog enkele ogenblikken voortijlen door een gladde\nbesneeuwde weg, alsof het een bed op wielen was, en verzonk toen in een\ndroomloze slaap\u2026<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Waaruit ik niet\nlang daarna gewekt werd door mijn vrouw, die zei: \u201cWeet ge, dat ge straks naar\nAntwerpen moet om op de boekenbeurs uw werken te tekenen?\u201d Het drong maar vaag\ntot me door, en dieper onder de dekens kruipend, moet ik nog gezegd hebben: \u201cHou\nop met die zwarte humor.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(fragment<em> Boontje <\/em>in<em> Vooruit <\/em>op 13\ndec. 1967)<\/p>\n\n\n\n<p><em>Van haar kant\nvoelde ze zich ook verplicht iets in het midden te brengen. Ze zei: \u201cge hebt\nhet op de weg naar Eindhoven ook niet voor de poes gehad, zo door die sneeuw en\nijzel!\u201d Ik keek haar wat verbaasd aan, want in de krant kon ze het niet gelezen\nhebben, het relaas had ik nog niet gegeven.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>\u201cIk hoorde dat\nge maar rond zes uur in de ochtend weer thuis waart,\u201d zei ze ook nog.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Ik zat ontsteld\nte kijken. Hoe kon ze dat alles weten, hoe kon ze op de hoogte zijn van de\nkleinigheden in mijn leventje\u2026 zij, die daar elke ochtend in het zonnetje zat,\nals een vreemde, en me zelfs niet eens aankeek?<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>&#8211; Hebt ge soms\neen glazen bol, zoals waarzegsters, waarin alles te zien is wat met mij gebeurt?\nwou ik weten.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>&#8211; Nee, zei ze,\nik weet het gewoon, omdat mijn schoonbroer naast u in de wagen zat. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Haar\nschoonbroer, dat was dus Dirk, die voorgesteld had me te vergezellen omdat ik\nniet heel alleen zou zijn op die tocht. En de vrouw van Dirk, Ingridje, was dus\nhaar zuster!<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>&#8211; Da\u2019s mooi!\nzei ik\u2026 de zuster van Ingridje zijn, en daar helemaal niets over zeggen, maar\ndaar zitten zonder me aan te kijken, alsof ik een Chinees uit Tokio ben.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Ze lachte even.\nZe vond het zo grappig, zei ze, elke dag haar zuster te vertellen bij wie ik op\nhet treintje ging zitten en wat ik daar uit mijn botten sloeg.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>(Fragment in <em>Vooruit <\/em>waarin Eindhoven terugkomt in <em>Boontje<\/em> van 15 december 1967)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>De derde tocht<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>De derde keer\nwas met Wim Spruit en Arie Berkulin. Dat was een maand later, na de\ntentoonstelling. Het schilderij dat Boon heeft gekregen en dat hij zelf heeft\nuitgezocht was zo\u2019n soort schilderij als daar aan de muur hangt, ook een\ndonker, maar dan zo\u2019n 80\n centimeter hoog en 110 breed. &nbsp;Toen we dat gingen brengen, moesten we het\nBelgi\u00eb binnen smokkelen door het uit de lijst te halen en op te rollen. Je werd\ntoen nog aan de grens in Reusel aangehouden en moest vertellen of je iets had\naan te geven en dan kon je auto worden nagekeken.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;We reden naar Brussel, Wim wilde een borrel\nmaar we konden geen borrel krijgen. We wilden niet bij Boon met honger aankomen\nen bestelden bouillabaisse maar kregen het niet. Wim Spruit sprak toch behoorlijk\nFrans maar we kregen het niet, we waren waarschijnlijk te Hollands. Dat was toen\necht nog die taalstrijd.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;We kwamen in Erembodegem en Boon moest naar de\npresentatie van een dichtbundel, een kilometer of tien daarvandaan. We zijn\ntoen met hem meegegaan. Die dichter was tevens timmerman en had een gedicht geschreven\n\u201cWaar is de laatste metselaar gebleven?\u201d Dus Boontje die knipoogde al tegen\nmij.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Op de terugweg hadden we voor het eerst geen\nproblemen.<\/p>\n\n\n\n<p>_______<\/p>\n\n\n\n<p><em>De (fragmenten\nvan) Boontjes uit de Vooruit van de maand december 1967 zijn verzameld in\n&lt;Boontjes 1967&gt;, uitgeverij Houtekiet 2003. <\/em>INLEIDEN <em>is opgenomen in\nAvenue-reeks 16, VAN LOUIS PAUL BOON, De Ge\u00efllustreerde Pers, 1968. De slotzin\nis dan veranderd in: \u2018In Eindhoven zullen ze me niet gauw meer zien.\u2019<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Namen<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Adams,\nWillem: <em>1937-2022, kunstschilder;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Appel,\nKarel: <em>1921-2006, beeldend kunstenaar;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Berkulin,\nArie:<em> 1939, beeldend kunstenaar;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Boon,\nLouis Paul:<em> 1912-1979, schrijver;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Claus,\nHugo:<em> 1929-2008, dichter, schrijver;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Fuchs, Rudi: <em>1942<\/em>, <em>kunstcriticus, museumdirecteur<\/em>;<br><br>Hermans, Willem Frederik<em>: 1921-1995, schrijver;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Kuypers, Theo: <em>1939, kunstschilder;<\/em><br><br>Lampo, Hubert<em>: 1920-2006, schrijver;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>May,\nKarl<em>: 1842-1912, schrijver (van o.a. Old Shatterhand);<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Memelink,\nHans<em>: 1937-1990, beeldend kunstenaar, bronsgieter;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Snijders,\nAd<em>: 1929-2010, beeldend kunstenaar, exploitant caf\u00e9 De Volksbond\nEindhoven;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Weverbergh,\nJulien<em>: 1930, schrijver, uitgever, Boonkenner;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Wolf,\nJeanneke de<em>: 1915-2005, echtgenote Boon.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&#8212;&#8212;&#8211;<br>\n<em>Willem Adams \u2013 Louis Paul Boon in Eindhoven <\/em>en <em>Meurs A.M. over Louis\nPaul Boon in Eindhoven <\/em>werden eerder gepubliceerd in diverse versies van <em>Het<\/em>Werk51\nen in het boek van Meurs A.M. OVER LOUIS PAUL BOON \u2018Die twee gebroers en hun\nzuster, dat was heilig\u2019 Josken Boon-Vermoesen over de familie Boon.<br>\n<em>Boekwinkeltje Wonderland: <\/em><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/126473668\/OVER-LP-BOON-Die-twee\/\">Boekwinkeltjes.nl\n&#8211; OVER LP BOON, Die twee gebroers en hun zuster, dat was heili<\/a><em><\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Meurs A.M.\nover Louis Paul Boon<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>in Eindhoven<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>In 1987\nschreef Ton Meurs, een voorganger van Meurs A.M., ook al een verhaal over die\nberuchte 8 december van het jaar 1967. De inleiding van 1967, die vooraf ging aan\nde opening door Boon en die handelde over het Eindhovens Dagblad en het\nkunstleven in Eindhoven, was hier blijkbaar vervangen door de artistieke en\npolitieke actualiteit van het jaar 1987. Toch valt het op hoe de schijnbaar\ngroteske uitlatingen over kunst en subsidie gelijkenis vertonen met uitspraken\nin een interview van de toenmalige wethouder van Cultuur in Eindhoven, de heer Van\nder Harten in 1967. Ook uitlatingen in die tijd van de directeur van de Sociale\nDienst, de heer Adriaans, zijn in de satire duidelijk te herkennen. De\nApartheid bestaat in 1987 in\nZuid-Afrika nog volop, 1987 is bovendien het Multatuli-jaar. Dat gaat\nklaarblijkelijk aan de redenaar niet ongemerkt voorbij en behalve Boon kijkt\nook C\u00e9line hier en daar mee.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>LOUIS PAUL\nBOON IN ZUID-AFRIKA<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ton Meurs<\/p>\n\n\n\n<p><em>(fragmenten)<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Het gebouw van\nde gehate krant is helemaal volgelopen, met hoogwaardigheidsbekleders<\/p>\n\n\n\n<p>uit het\nkunstleven van de gehate stad\u2026 en ik loop tegen de stroom in de trap af, en zit\nmet mijn vriend Jan in het kafetaria aan de overkant en we kijken naar de\nschaduwen achter de beslagen ruiten daarboven\u2026 die, meer nog dan voor de\nschilderijen van mijn vriend Willem, zijn gekomen om de Opener van de avond te\naanschouwen: Louis Paul Boon.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is 8\ndecember 1967 en het had om 21.00 uur moeten beginnen. <\/p>\n\n\n\n<p>Het wordt tien\nuur en nog steeds is het stampvol daar achter de ramen, maar de kunstenaar is\ner niet en de Opener is er niet\u2026 de kunstenaar is de Opener halen, 150 kilometer hier\nvandaan en het sneeuwt!&#8230; alleen de inleider is in de buurt\u2026 en dat ben ik.<\/p>\n\n\n\n<p>We hebben het\nsamen gepland, de kunstschilder en ik: hij zal exposeren in het gebouw van Het\nGroot Eindeloos Dagblad en tijdens de inleiding zal ik die krant afbreken, tot\naan de grond\u2026 alleen de schilderijen van mijn vriend zullen op mysterieuze\nwijze in de lucht blijven hangen.<\/p>\n\n\n\n<p>Hoe lang zal\nik durven wachten? Heb ik niet de verantwoording?&#8230; ik!&#8230; nu de kunstenaar\nnoch de beroemde schrijver er zijn\u2026 is het niet mijn schuld als het bezoekerspeil\nin het volgestroomde gebouw weer zakt? Wat moet ik zeggen wanneer die twee\nstraks komen en alleen nog mij aantreffen?<\/p>\n\n\n\n<p>Ik moet het\npubliek vasthouden!&#8230; ik hol naar de overkant, de trap op, en sta al op de katheder.<\/p>\n\n\n\n<p>Zal ik jullie\neens wat zeggen?\u201d zeg ik. \u201cJullie staan hier nou, voor die schilderijen van\nAdams, maar weten jullie wel\u2026 dat de kelders van het stadhuis vol staan met die\ndingen?&#8230; dat we niet weten waar ermee te blijven? Weten jullie dat? Jullie\nlachen, jullie denken: dat is satire\u2026 De kelders staan vol\u2026 we geven er wel\neens eentje weg \u2013 dat mag niet maar dat doen we toch \u2013 maar er komen er wel\ntien voor terug!.. En nou wil ik jullie vragen \u2013 jullie komen helemaal niet\nvoor die schilderijen maar toch wil ik jullie\u2026 is het niet de vraag\u2026 of je\nzomaar dingen kunt blijven maken waar niemand naar vraagt\u2026 het ezelschilderij\ndus, het schilderij waar geen afzet voor is!<\/p>\n\n\n\n<p>Op elk stukje\nvrije wand hangen we iets of laten we wat vervaardigen! We weten niet wat we\nmoeten doen\u2026 al die schilderingen!.. we verzuipen erin, we komen erin om\u2026 Help!\nRed ons!..\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Ze beginnen te\njoelen, te protesteren. Een zeer jonge man (h\u00e9, moet jij nog niet in bed\nliggen?), een eihoofd, halve knikkers van ogen erop geplakt, komt naar voren:\n\u201cEerbied voor de kunst! &nbsp;Schande!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Niets van\naantrekken.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWe zijn die\nkunstenaars in hun atelier gaan opzoeken,\u201d zeg ik. \u201cKwamen ze tenminste niet\nmet die lappen van 3 bij 3\n meter naar ons toe!&#8230; kochten we de kleinste \u2013 ook nog\nvaak 2 bij 2, hoe halen ze het in hun hoofd! \u2013 en als we weggingen vergaten we\nhet kunstwerk zogenaamd\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>Je kent dat\nwel, we brachten een fles mee, dronken wat\u2026 en probeerden met de nek tussen\nonze schouders te verdwijnen, bang dat we teruggeroepen werden\u2026 Komt zo\u2019n\nonnozele hals de volgende dag zo\u2019n lap naar het stadhuis brengen\u2026 te voet\u2026 of\nop de bakfiets\u2026 en met een wind!&#8230; en een gezicht van \u201cals ik toch niet overal\naan zou denken!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Weer dat lastige\njochie, hij staat nu met z\u2019n vuisten tegen de katheder te trommelen. Nou, dan\nmaar de volle laag!<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cMoet je luisteren,\nsnot, ik zeg dit ook voor jou, voor jouw generatie\u2026 Ik ben er niet zo een die\nde volgende generatie met onze problemen wil opzadelen\u2026 o.k., ik neem je niks\nkwalijk, je bent jong en idealistisch\u2026 jij vindt dat we eerbied voor de kunst\nmoeten hebben, dat we de kunst moeten steunen \u2013 wat iets anders is dan de\nindividuele kunstenaar! Wij dachten dat vroeger ook\u2026 een financieel probleem,\ndachten we\u2026 op te lossen door de kunst te privatiseren\u2026 met sponsors en reclame\nte gaan werken\u2026 Waarom niet een klein merknaampje in de hoek van zo\u2019n grote\nlap?&#8230;<\/p>\n\n\n\n<p>Jij denkt natuurlijk:\nals ik minister was sloot ik wat musea, brak de financi\u00eble ondersteuning van de\nkunstenaars af, en ik was er\u2026 <\/p>\n\n\n\n<p>Maar, beste\njongen, dat is het probleem niet\u2026 Je doet op die manier niets aan de productie!\nWe zijn veel te lang te tolerant geweest! Als we nu niets doen moeten we straks\nkunstwerken gaan opslaan in onderaardse zoutlagen!&#8230; en kunnen we hierboven er\nalleen een microfiche van bewaren\u2026 Dat bedoel ik als ik zeg: de volgende\ngeneratie niet onze problemen opschepen!&#8230; Mag ik nu verder?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De jongen\nlijkt een beetje afgebluft. Vooruit, daar ga ik weer.<\/p>\n\n\n\n<p>(\u2026)<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cDe zwarte\nwordt mishandeld in naam van de Makro (de SHV), in naam van Philips, in naam\nvan de Shell!&#8230; De zwarte in Zuid-Afrika\u2026 och laten we ons beperken tot de\nkinderen, anders wordt het zo veel, zo algemeen\u2026 Welnu: 10.000den zwarte\nkinderen zijn gevangen gezet, mishandeld, gemarteld, verkracht en vermoord\u2026 en\nwij laten dat toe want wij doen ZAKEN met Zuid-Afrika!&#8230;\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Ze hebben me\nvan het podium gesleurd, maar plotseling laten ze me los. Ik zie dat ik voor\neen vriendelijk glimlachende Louis Paul Boon sta. Hij trekt me aan mijn mouw\neen beetje omlaag, brengt zijn mond naar mijn oor.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cIk was er al\neen poosje,\u201dzegt hij, \u201cmaar ik dacht: laat maar even gaan, want Multatuli zelf\nzou nooit naar Eindwereld zijn gekomen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Dan stapt hij\nonder luid applaus het podium op.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik weet niet meer wat hij gezegd heeft daar op die katheder waar ik zo lang gestaan had\u2026 Zijn woorden aan mij gericht bleven in mijn hoofd zoemen. Ik weet nog wel dat hij daarna in het kaf\u00e9 danste met Sophie, die op haar zeer hoge hakken ver boven hem uitstak. Ikzelf werd afgeleid door een journalist van het Groot Eindeloos Dagblad, die een interview met me wilde en zei dat ik een van de beste lezers van hun blad was\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>Louis Paul Boon\nschreef twee verhaaltjes over deze avond maar keerde nooit in Eindwereld terug._____<\/p>\n\n\n\n<p><em>Louis Paul Boon\nin Zuid-Afrika werd gepubliceerd in Adem, sept. 1988, in<\/em> <em>Het<\/em>Werk51 en\nin Meurs A.M. OVER LOUIS PAUL BOON \u2018Die twee gebroers en hun zuster, dat was\nheilig\u2019 Josken Boon-Vermoesen over de familie Boon.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"305\" height=\"454\" src=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Contraprestatie.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1594\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Contraprestatie.jpg 305w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/Contraprestatie-202x300.jpg 202w\" sizes=\"auto, (max-width: 305px) 85vw, 305px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>Op 15 april 1967 publiceerde de<\/em><br><em>kunstcriticus Mr. Ton Frenken in het<\/em><br><em>Eindhovens Dagblad een gedeelte uit<\/em><br><em>een brief van Willem Adams. Deze<\/em><br><em>brief veroorzaakte grote onrust in het<\/em><br><em>bestuurlijke deel van het Eindhovense<\/em><br><em>kunstwereldje.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Boon in 1967<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Boon is in 1967\neen bekend figuur, hoewel hij al jaren nauwelijks iets nieuws heeft gepubliceerd,\nbehalve dan de dagelijkse <em>Boontjes <\/em>in <em>De Vooruit <\/em>in Gent.<\/p>\n\n\n\n<p>De boeken die\nverschijnen zijn vooral verzamelingen van deze Boontjes, zoals <em>Dag aan Dag <\/em>in 1963 en <em>Dorp in Vlaanderen\n<\/em>in\n1966. De laatste roman die hij dan heeft gepubliceerd is <em>Het nieuwe\nOnkruid <\/em>in\n1964 en daarv\u00f3\u00f3r verscheen <em>De zoon van Jan de Lichte, <\/em>in 1961.<\/p>\n\n\n\n<p>Wel krijgt\nhij, mede doordat een jonge generatie schrijvers hem als hun voorloper is gaan\neren, grote literaire erkenning. Weverbergh deed dat in zijn gestencild\ntijdschrift Bok in 1963, waarvan de boekuitgave, <em>Bokboek, <\/em>in 1965 grote\ninvloed had. Het tijdschrift <em>Komma <\/em>bracht in 1966\neen speciaal Boonnummer uit.<\/p>\n\n\n\n<p>In april 1967\nwordt in Nederland aan Boon de Constantijn Huygensprijs 1966 uitgereikt. Boon\ntreedt in de jaren zestig veel naar buiten en<\/p>\n\n\n\n<p>is veel op\nradio en televisie.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"240\" height=\"201\" src=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2022\/01\/BoonmetDurnez-optv1963.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-1595\"\/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>Louis Paul Boon met Gaston Durnez op tv in 1963<\/em><br><br> <br><a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/212766331\/A-HetWerk71-literair-kladschrift-van\/\">Adams(Boon)-special<\/a> , <em>Het<\/em>Werk71, literair kladschrift van Meurs A.M., verschenen 6 januari 2022,  <em>genummerd en gesigneerd<\/em>, verkrijgbaar  in mijn Boekwinkeltje Wonderland: <em>bij het overlijden van de kunstschilder Willem Adams<\/em>, met Persoonlijk eerbetoon, onze kennismaking zoals beschreven in Aan de Lange Weg, het verhaal <em>Willem- Adams over Louis Paul Boon in Eindhoven<\/em>, de 3 autotochten heen en weer tussen Eindhoven en Erembodegem in Belgi\u00eb, de opening op 8 januari 1967 van zijn tentoonstelling door Boon, de expositie, de problemen met de kunstenaarsregeling de Contraprestatie, de Sociale Dienst, met de publicaties in het Eindhovens Dagblad. Ook de <em>Boontjes<\/em> door #LouisPaulBoon over deze belevenis in het dagblad Vooruit, en Willem Adams als model voor personages in mijn schrijven, 16 pag, waarvan 4 met afbeeldingen in kleur: \u20ac4 plus \u20ac1,92 verzendkosten. Klik op de link bovenaan voor het bestelformulier (veiligste manier) of maak \u20ac5,92 over naar NL97 TRIO 0379 4947 87 van Meurs A.M. <strong>ovv Uw adres <\/strong>(eenvoudigste manier). Hartelijk dank. Een abonnement wordt zeer gewaardeerd.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>(Kunstschilder Willem Adams (1937-2022) overleed op 5 januari.) (Uit de Adams(Boon)-special\u00a0,\u00a0HetWerk71, literair kladschrift van Meurs A.M., verschenen 6 januari 2022, zoals ook Willem Adams 1937 &#8211; 2022) Dit is het verhaal van Willem Adams over 3 dramatische, soms hilarische tochten per auto heen en terug tussen Eindhoven en Erembodegem, waarvan 1 keer met Boon. Op &hellip; <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=1589\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;Willem Adams &#8211; Louis Paul Boon in Eindhoven&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-1589","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1589","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1589"}],"version-history":[{"count":13,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1589\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1614,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1589\/revisions\/1614"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1589"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1589"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1589"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}