{"id":2016,"date":"2024-09-21T08:29:18","date_gmt":"2024-09-21T08:29:18","guid":{"rendered":"https:\/\/meursam.nl\/?p=2016"},"modified":"2024-09-21T08:38:16","modified_gmt":"2024-09-21T08:38:16","slug":"80-jaar-market-garden-bevrijding-van-en-rond-eindhoven","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/meursam.nl\/?p=2016","title":{"rendered":"80 Jaar Market Garden, bevrijding van en rond Eindhoven"},"content":{"rendered":"\n<p>Bewerking Album 75 Jaar Market Garden 5 jaar later<\/p>\n\n\n\n<p>Teksten en afbeeldingen uit de roman Aan de lange Weg aangevuld met beelden van Duits bombardement na de bevrijding van Eindhoven in nacht van 19 0p 20 september 1944 en begrafenis na geallieerd bombardement op Zeelst (Veldhoven) op 17 september 1944.<\/p>\n\n\n\n<p><a href=\"https:\/\/www.facebook.com\/media\/set?vanity=ton.meurs.7&amp;set=a.2692780020740979\">Facebook<\/a><\/p>\n\n\n\n<p><br><strong>MEURS A.M.<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>AAN DE LANGE<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>&nbsp;WEG<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Met illustraties in kleur en zwartwit van<\/p>\n\n\n\n<p>Ufuk Koba\u015f Smink<\/p>\n\n\n\n<p><strong>de Graal&nbsp;\n\u2013 Turnhout<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>2009 <\/strong><br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>De Personages Aan de Lange Weg<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Gekke familie<\/strong><br><em>Anneke Weels<\/em>, woont in de eerste bocht van de Lange Weg, in 1940 getrouwd me<br><em>Leo Weels<\/em>, ze krijgen acht kinderen, waaronder<br><em>Tonnie Weels<\/em>, het eerste kind, een meisje dat van haar vierde tot haar achtste in het sanatorium ligt vanwege tbc,<br><em>Jantje Weels<\/em>, hun tweede, met wiens geboorte het verhaal begint, volgens het schrijverpersonage<br><em>A.M<\/em>. vaak hinderlijk aanwezig;<br><em>Mimi Weels<\/em>, op haar vijfde levensgevaarlijk verbrand door een val vanaf het aanrecht in een kokende ketel met wasgoed;<br><em>Hugo<\/em>, hun laatste kind dat een uur heeft geleefd, maar gelukkig is het er een van een tweeling en dat andere is nummer acht;<br><em>Tante Jo<\/em>, zus van Leo Weels;<br><em>Bet<\/em>, halfzus van Anneke Weels, getrouwd met <br><em>Toontje Wolvers<\/em>;<br><em>Josje Weels<\/em>, zus van Leo Weels, trouwt uiteindelijk met<br><em>Cor<\/em>, de onderduiker;<em>Ria, Ferrie en Harry<\/em>, zus respectievelijk broers van Josje en Leo Weels.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Vreemde buren<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>De Vrouwen van de Eerste Huizen<\/em>, te weten<br><em>Hanna Bosmans,<\/em><br><em>Hanna Knietel<\/em> en<br><em>De oudste dochter van Meijer<\/em>; zij zijn tegelijk personages, vertelsters, commentatoren \u00e9n Muzen van <em>A.M<\/em><br><em>Burgemeester Van Tuin<\/em>, fabrikant en naaste buurman van Anneke en Leo Weels;<br><em>Jongen van Vlek<\/em>, soldaat die na de \u201cpolitionele acties\u201d terug\u00adkeert uit Indi\u00eb;<br><em>Petra Donkers<\/em>, bloedmooi buurmeisje, zowel in verband gebracht met de jongen van Vlek, bakker Wenkenbeek en <br><em>De Wildeman<\/em>, woeste kunstschilder waarmee Jantje Weels bevriend raakt vlak voor hij in militaire dienst moet<br><em>Van Zand<\/em>, verdacht van het vaderschap van het dode Engelen\u00adkopje;<br><em>Schoenmaker met het houten been<\/em>, naaste buurman in het blok van twee;<br><em>Westerweel<\/em>, familie die het blok in eigendom heeft en waarvan twee zeer oude broers daar aan de achterkant wonen tot aan hun dood, en als ook de schoenmaker sterft ziet een van hun neven de kans schoon er iedereen uit te jagen en er \u00e9\u00e9n woonhuis van te maken waarin hij en zijn vrouw<br><em>Brigitte Bardot<\/em>, gaan wonen;<br><em>Tante Erna, oom Robert en oom Lex<\/em>, geen echte familie van de Weelsen, ongetrouwde broers en zuster<br><em>Familie Van de Stal<\/em> met zoon <em>Wouter<\/em>, vriend van Jantje Weels;<br><em>Familie Brems<\/em>, waarvan de kinderen, de bedpissers, stinkend rijk worden;<br><em>Ineke<\/em>, jonge vriendin van Anneke Weels die Jantje leert lopen;<br><em>Familie Teunis<\/em>, buren in de Acht-huizen;<br><em>Familie de Laat<\/em>, buren in de Acht-Huizen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Dorpsgenoten<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Nieuwenhuis<\/em>, nachtmerrie van Josje Weels, pro-Duits;<br><em>Keesje Jansen<\/em>, heerser van het patronaatsgebouw;<br><em>Teun van Leer<\/em>, gehandicapte stamgast van hotel\/caf\u00e9 Den Os;<br><em>Marie<\/em>, bazin van Den Os, getrouwd met Gerrit;<br><em>Kareltje Manshoog<\/em>, minnaar van Marie, stamgast van caf\u00e9 Willems;<br><em>Heintje van der Horst<\/em>, de man van de fritestent;<br><em>Tinus<\/em>, duivenmelker en bouwvakker die voor Heintje heeft gewerkt.<\/p>\n\n\n\n<p><strong><em>Deel 1<\/em><\/strong><br><strong>Gekke familie<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Geboorte en bevrijding<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Anneke<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Door\neen regen van bommen holt de tante met de pasgeboren baby naar de schuilkelder.\nEen zuil van zand en modder spuit op. Een dikke tak breekt af en zakt krakend\ndoor de andere takken op de grond. Scherven vliegen de kippenren aan de zijkant\nvan het huis in, de kippen rennen krijsend het hok binnen, een blijft er\nliggen. Die gaat straks in de pot.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het is een wonder dat er geen bom\nvalt op het blok van twee in de eerste bocht van de Lange Weg waar in de linker\nwoning Anneke Weels net haar tweede kind ter wereld heeft gebracht.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De tante is uit de achterdeur\ngekomen en spurt tussen kolenhok en plee links en lindeboom rechts tot aan de\nschapendraad van de hof van de buren. Die hof ligt voor een groot deel achter\nhet huis van Anneke, want die van haar begint naast haar woning en loopt dan\nnet als die van de buren zo`n vijftig meter naar achter. De tante rent langs de\ndraad naar links, voorbij de jonge perzik-boompjes die uit de pitten zijn\ngegroeid die vader Leo daar drie jaar geleden bij de geboorte van het eerste\nkind in de grond heeft gestopt. Dat kind, een meisje, is nu ernstig ziek. En\nanderhalf jaar na de geboorte van dat eerste heeft Anneke een miskraam gehad.\nMet de baby die nu onderweg is naar de schuilkelder, een jongen, moet het goed\ngaan! <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De kelder waar de tante zich met het\nkind in laat zakken heeft Leo zelf gegraven. Het zijn maar balken en stammen\nmet een dikke laag aarde erop waar ze onder schuilen, dus tegen een voltreffer\nzal het niet helpen, maar tegen een bom in de buurt en rondvliegende scherven\nwel. Hij is aan het zicht onttrokken door de staakbonen die er nu, eind zomer,\ngroen en weelderig, metershoog omheen staan.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Veel mensen hebben een schuilkelder in de tuin. Dat is vanwege\nde nabijheid van het vliegveld dat sinds<\/p>\n\n\n\n<p>D-day,\nnu bijna vier maanden geleden, steeds maar weer door de Engelsen wordt\ngebombardeerd. Ruim vier jaar daarvoor waren het de Duitsers die het vliegveld\nbombardeerden.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Omdat dat praktischer en\nhygi\u00ebnischer was, is het kind wel in het huis aan de Lange Weg geboren, maar\nnauwelijks losgeknipt en afgespoeld wordt het op een holletje naar de\nschuilkelder gebracht. Dat doet tante Jo die daar in huis is en die de\npeettante zal worden. Zij weet wat gebombardeerd worden is, haar eigen huis\nstaat maar honderd meter van het vliegveld en is nu door de Duitsers in beslag\ngenomen. Ze waren tot nu toe goed weggekomen aan dat vliegveld, twintig meter\nachter hun woning is een bomkrater zo groot dat er een heel huis in kan. Het\nwas al maanden niet meer veilig om daar te slapen en tante Jo en oom Piet\nsliepen dan bij Anneke en Leo, en hun zoon Henk sliep verderop aan de Lange Weg\nbij opa Weels. Sinds hun huis was bezet stonden bij opa in de voorka\u00admer ook\nhun meubels opgeslagen. Henk sliep slecht, hij lag in het grote bed naast opa\nop de plek waar tot haar dood drie jaar geleden oma had gelegen, en opa lag de\nhele nacht op zijn rug te ronken. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;In de schuilkelder aangekomen heeft de\npasgeboren baby zijn eerste stukje strijd gewonnen. Maar er dreigen talloze andere\ngevaren! Het gebrekkige voedsel bijvoorbeeld. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cJongen, wat ben jij mager!\u201d zal een tante in\nGelderland bij wie hij logeert uitroepen als hij zich in zijn wit hempje aan de\ngootsteen staat te wassen. De jongen zal tot zijn vijftiende een echt oorlogskindje\nblijven. Daarmee is dan meteen verklapt dat hij in ieder geval de vijftien zal\nhalen. Dit ondanks de levens\u00adgevaarlijke besmettelijke ziekte tbc die van zeer\ndichtbij op hem loert. Zijn opa van moeders kant, die ook in het huis aan de\nLange Weg heeft gewoond, is als de jongen wordt geboren vier maanden daarvoor\naan tbc gestorven en zijn drie jaar oudere zusje ligt in het ziekenhuis in de\nstad, in afwachting van een plaats in het sanatorium. Pas na vier jaar zal ze\nweer uit het sanatorium komen, nadat ze als eerste meisje in het land op zo`n\njonge leeftijd aan tbc is geopereerd.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Er blijven gevaren loeren, vooral\ndie eerste weken. Hij moet immers meerdere malen per dag naar de volle,\nmelkige, blauw dooraderde borsten van zijn moeder gebracht worden, waar hij op\nzijn tiende samen met zijn ginnegappende vriendjes naar kan staan staren\nwanneer zijn jongste broertje onder de lindeboom de borst krijgt. Maar zij zijn\nniet de enigen die zich aan de borsten van dat tengere vrouwtje vergapen. Ook\nzijn tante Josje, die bij zijn opa verderop aan de Lange Weg woont en die zelf\nelf kinderen met de borst zal grootbrengen, zal hem later verklappen hoe ze met\nplezier naar die borsten van An\u00adneke kon kijken. Maar nu heeft hij daar nog\ngeen weet van. Van de pure schoonheid waarmee hij gevoed wordt, evenmin als van\nhet gevaar dat hij op de heen- en terugweg loopt.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze wonen een paar kilometer van het\nvliegveld. Maar de geallieerden gooien hun bommen vaak veel te vroeg af. En je\nwilt, als je het idee hebt dat de oorlog bijna voorbij is &#8211; de Engelsen staan\nal in Belgi\u00eb! &#8211; geen bom op je kop krijgen, zelfs niet voor een goed doel. <\/p>\n\n\n\n<p>En dan het lawaai! Je zal zo maar ter wereld moeten ko\u00admen.\nAls het niet van de bombardementen of van het afweerge\u00adschut is, dan is het wel\nvan de explosies wanneer de Duitsers voor ze vertrekken de startbanen en gebouwen\nopblazen.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cPoeh!, ik had geen gemakkelijke start, als ik er zo\neens over nadenk,\u201d zucht Jantje Weels vele jaren later. \u201cGeen wonder dat ik nog\nsteeds niet tegen lawaai kan. Ik zou mijn omgeving daar best eens op mogen\nwijzen.\u201d<br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Bet<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>In\nhet kerkdorp Sas, nog dichterbij het vliegveld, komt drie weken na Jantjes\ngeboorte Annekes halfzuster Bet als laatste uit haar kelder geklommen. Allicht,\nze was er ook als laatste ingegaan. Op hun Hans na. Die had bijna het loodje\ngelegd. Zo zou je vlak voor de bevrijding nog een kind verliezen. Maar als ze\nop haar hadden moeten wachten\u2026 De trap was te steil, de stenen treden waren te\nhoog en er was maar aan \u00e9\u00e9n kant een leuning.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Mijn been doet verschrikkelijk pijn.\nMet twee handen houd ik de ene leuning vast en trek en wring me naar boven.\nNaar beneden was nog moeilijker gegaan, dat moest helemaal zijwaarts. Maar toen\nzat de pijn er nog niet zo in, die was er door de trap af te gaan weer diep\ningekropen. Ik wring en draai me met mijn heupen naar boven. Met die heupen zit\nhet ook niet goed. Maar mijn been is toch het ergst.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cVan mij hoeft het niet meer,\u201d grom\nik luid als ik boven ben, \u201cdan maar dood. Dit is de laatste keer dat ik die\nkelder in ben geweest.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De klink aan de buitenkant van de\nkelderdeur is eraf gesla\u00adgen, op het hout zit een grote, diep ingebrande zwarte\nvlek. Maar net op tijd was die nieuwsgierige Hans aan de andere kant van de\ndeur geweest. De granaatscherf was door het open bovenraam naar binnen\ngevlogen, had de klink afgesneden en was over de tegelvloer tegen de muur\ngegleden. Bij het schoonmaken blijven we de plekken zien waar hij heen en weer\nheeft gekaatst. Het was een hels lawaai geweest.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDat scheelt weer een ruit, dat dat\nraam openstond,\u201d zegt mijn man Toontje die iedereen de kelder in heeft\ngestuurd. Dat heb je er ook nog bij, zo een die altijd grappig moet zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cVan mij hoeft het niet meer. Ik heb\nnegen kinderen op de wereld gezet,\u201d mopper ik, \u201c \u2019t is mooi geweest. Me dunkt dat\nik mijn taak vervuld heb.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJe bent de tel kwijtgeraakt,\nmoeder,\u201d lachen de kinde\u00adren voor ze naar buiten hollen om naar de ravage te\nkijken. \u201cAcht is ook wel genoeg.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar ik ben de tel niet\nkwijtgeraakt, ik heb me alleen versproken.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Op straat en onder de vernielde\nhuizen en schuren liggen twintig doden en tientallen gewonden. De Amerikanen\nhebben hun bommen te vroeg losgelaten. Het vliegveld, dat trouwens al door de\nDuitsers is verlaten, ligt een kilometer verder.<\/p>\n\n\n\n<p>Twee dagen later zijn de bevrijders er. Ik hoef niet\nmeer met mijn been de kelder in.<br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"631\" height=\"1024\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje-631x1024.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-352\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje-631x1024.jpg 631w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje-185x300.jpg 185w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje-768x1247.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje-1200x1948.jpg 1200w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2018\/10\/016LangeWegJosje.jpg 1663w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>Ze staan rijen dik om de bevrijders te\nverwelkomen. Josje Weels (\u2026) heeft een mooie zomerjurk aan\u2026 <\/em>(pag. 15)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Josje\n<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ze\nstaan rijen dik om de bevrijders te verwelkomen. Josje Weels, Annekes schoonzus\nvan verderop aan de Lange Weg, heeft een mooie zomerjurk aan en probeert op\nhaar tenen naar voren te dringen om zeker te zijn van wat ze denkt te zien. <\/p>\n\n\n\n<p>Jawel hoor! Op de voorste tank zitten de onderduikers\ndie ze zo goed kent en vooral natuurlijk haar vriend Cor die ze zo gemist heeft\nsinds de onderduikershut achter hun huis is afgebrand en hij zich steeds verder\nweg moest schuilhouden. Hij is alweer voorbij, maar hij heeft haar gezien en\nheeft gezwaaid en kushandjes geworpen, maar natuurlijk komt hij op dit\ntriomfantelijke moment voor geen goud ter wereld van die tank, dat snapt zij\nook wel. Het jubelt in haar: de oorlog is voorbij en ik ben vierentwintig en\nverliefd en wanneer kunnen we gaan trouwen en kinderen krijgen? En ze denkt ook\naan haar schoonzusje Anneke waar ze zo gek op is en die pas een baby heeft\ngehad: zou die alweer de straat op kunnen om de bevrijders te zien? <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze moet haar enthousiasme kwijt, wil\niets doen, iets geven aan die lachende Engelse, Amerikaanse soldaten &#8211; wat zijn\nhet? Wat doet het ertoe! &#8211; en dan ziet ze op een open plekje tussen al die\nvoeten een mooie geslepen steen liggen en raapt die op en wil die geven aan een\nvan die jongemannen of eigenlijk aan al die lachende \u201chello!\u201d roepende jongemannen.\nHet stelt niets voor, het had om het even wat kunnen zijn, het gaat om het\ngebaar en ze dringt zich naar voren, naar de jeep die net pas\u00adseert en steekt\nhaar hand met de steen uit en de breed lachende gebruinde soldaat in de jeep\nsteekt eveneens zijn hand uit en dan stoot iemand tegen haar arm en valt de\nsteen met een klap op de treeplank, een geweldige klap, iedereen schrikt ervan,\nJosje vooral, en het lijkt even stil, en in die stilte hoort ze een gehate\nstem: \u201cWat! Moet jij onze bevrijders met stenen gooien!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het is de man die haar al zo vaak is\nlastiggevallen, vooral \u2019s ochtends op de fiets omdat ze gedeeltelijk dezelfde\nroute naar hun werk hadden. Maar dat zal nu wel afgelopen zijn want hij werkte\nop het vliegveld voor de Duitsers. De man die zich sinds het begin van de\nDuitse bezetting Neuenhaus heeft genoemd en nu wel weer gewoon Nieuwenhuis zal\nheten, en die haar nu een kunstje wil flikken om de aandacht van zijn eigen\npro-Duitse houding af te leiden.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJe hebt ook al met een Duitser in\nhet hooi gelegen!\u201d roept Nieuwenhuis. Hij doelt op het goede contact dat ze\nheeft gehad met een Duitse soldaat die in het patronaat lag ingekwartierd. Deze\nhad een neef die zij kende uit haar geboortedorp vlakbij de Duitse grens,\nwaaruit haar familie op haar twaalfde is vertrok\u00adken. Zij en de Duitse soldaat\nhadden er vaak over gepraat hoe toevallig het was aan welke kant van de grens\nje woonde en hij had haar regelmatig eten meegegeven dat zij goed kon gebrui\u00adken\nvoor de onderduikers, en dat wist hij dan weer niet. Ook had ze hem verteld van\nhaar twee Duitse schoonzusjes, wier broers op een gegeven moment in het Duitse\nleger in Frankrijk moesten vechten, maar waar ze nu waren wist niemand. <\/p>\n\n\n\n<p>Maar op dit ogenblik krijgt ze tranen in haar ogen om\nzo\u00adveel brutaliteit, om het onrecht dat ze beschuldigd wordt, en door wie!<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze moet het op het politiebureau\nkomen uitleggen en is nog steeds te verontwaardigd om alleen te gaan, maar dat\nhoeft ook niet. Haar oude vader gaat woedend mee en herinnert Neuen\u00adhaus, die\nook is opgeroepen, eraan dat deze in het begin van de bezetting demonstratief\nhet portret van de koningin van het behang heeft gescheurd. Ach, eigenlijk weet\niedereen in het dorp, dus ook de politie wel hoe het werkelijk in elkaar zit.\nEn Josje lacht alweer als ze buiten komt en daar Cor ziet staan wachten, men\nwas hem meteen het voorval gaan vertellen, en hij wacht niet alleen op haar\nmaar ook op Neuenhaus om die een pak slaag te geven. Maar die wordt een poosje\nvastgehou\u00adden. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cEr\nis toch nog rechtvaardigheid, h\u00e8 schat!\u201d lacht Josje en slaat een arm om Cor\nheen. \u201cKom, jongen, we zijn vrij, laten we gaan trouwen en veel kinderen krijgen!\u201d<br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>De\nVrouwen van de Eerste Huizen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWe\nmoeten wel lachen,\u201d zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen, \u201czoals jij je\ngeboorte beschrijft. Wat een sensatie! En dan al die getallen en de\nbeschrijving van die gang naar de schuilkelder in de tuin, wat een precisie. Je\ntante Josje hield indertijd een beetje van sensatie, maar jij kunt er achteraf\nook wat van. Zijn er bommen gevallen aan de Lange Weg? Wij geloven er niks van.\nWij kunnen ons niet herinneren dat er de hele oorlog ergens anders bommen zijn\ngevallen dan op het vliegveld en in Sas, en dat laatste erg genoeg. Is er\neigenlijk op de dag van jouw geboorte wel gebombardeerd? Ja, dat zul je wel\nuitgezocht hebben. Zo bijdehand ben je wel.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Als je over de Lange Weg schrijft, kun je niet heen om\nde Vrouwen van de Eerste Huizen. Want ze wonen daar inderdaad in die eerste\nhuizen als je vanaf de stad komt, en vanaf daar lopen ze dagelijks over de\nLange Weg naar de sigarenfabriek, de school, de kerk en het patronaat en de\nwinkels, want alles ligt voor ze, daar zijn het de Vrouwen van de Eerste Huizen\nvoor. Achter ze ligt de stad en over de lange dijk naar de stad gaan ze met de\nbus of soms met de fiets en alleen bij bijzondere gelegenheden. Ze kennen elk\nhuis en elke bewoner aan de Lange Weg beter dan A.M., kortom hij heeft ze\nnodig. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cDe tranen komen bij jouw tante Josje in de ogen,\u201d\nzeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen, \u201cals ze aan je moeder Anneke denkt en\ndat die zo heeft moeten bevallen. Maar ze kan zich niet herinneren dat jullie\neen schuilkelder hadden in de hof. Iedereen had toen nog gewoon een diepe\nkelder in huis, jullie ook, dat weet ze zeker, daar gingen de mensen in bij een\nbombardement, en zij denkt dat jij ook gewoon in die kelder bent gebracht.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDat van dat opspuitende zand en die\ndooie kip is onzin,\u201d lacht de lange magere Hanna Bosmans die overal om lacht, \u201cmaar\nik heb er wel om gelachen. Anneke zal het trouwens moeilijk genoeg gehad\nhebben, want lawaai en spanning was er volop. Ik had nooit gedacht dat jij het\nzou halen, want veel stelde je niet voor toen je werd geboren, we zeiden maar\nniks toen Anneke je zo trots liet zien. Maar blijkbaar heb je het al een hele\ntijd overleefd. Nou proficiat. Daar zijn we aan de Lange Weg mooi klaar mee!\nWaar zit je trouwens tegenwoordig?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cEn die schapendraad voor de hof van\nde buren is er vol\u00adgens mij pas veel later gekomen, toen er andere buren waren,\nwant Leo was daar nog zo kwaad om. Zo, dan weet je dat,\u201d zegt de oudste dochter\nvan Meijer met haar zware stem.<br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Oorlog<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Josje\n<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>We\ngaan vier jaar terug. Nederland is vier maanden door de Duitsers bezet als\nJosje Weels die twintig jaar is, vanaf de Lange Weg over Sas naar de stad fietst,\nnaar de Glaspoort van Philips in het stadsdeel Strijp, het trommeltje met de\ndoor haar moeder gesmeerde boterhammen onder een riempje op de bagagedrager.\nNieuwenhuis die in het militaire dorp van Sas werkt, rijdt daar vaak op dezelfde\ntijd.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cIk heb liever dat jij niet met mij meefietst,\u201d zegt\nJosje, \u201cwant jij werkt voor het Duitse leger.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cEn wat denk je dat ze bij Philips\ndoen, dom ding?\u201d zegt Nieuwenhuis.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cWij zijn in ieder geval niet voor\nde Duitsers,\u201d zegt Josje ferm. Behalve die ene baas dan, denkt ze. Die zal bij\nde bevrijding met bureau en al op een vrachtwagen afgevoerd worden. En met\ndiegene die zich, zo gauw de Duitsers er waren, Neuenhaus heeft genoemd, zal\nhet niet veel beter aflopen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cWaarom denk je dat er bij jullie\nzoveel Duitse soldaten rondlopen?\u201d gaat Nieuwenhuis pesterig verder. \u201cJe hoeft\nhelemaal niet voor ze te zijn als je maar voor ze werkt. Ze zijn slim genoeg,\nslimmer dan wij.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Josje denkt aan de Oekra\u00efners die\ndoor de Duitsers bij luchtalarm het dak opgestuurd worden om het afweergeschut\nte bedienen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als de meisjes in de lunchpauze de\nijzeren trap afdalen, komt hen over de volle breedte van de trap een groep\nDuitse soldaten tegemoet met de bedoeling de meisjes opzij te dwin\u00adgen. Maar\nJosje zegt: \u201cWat ben ik moe!\u201d en gaat midden op de trap zitten, zodat de\nsoldaten wel om haar heen moeten, en niet alleen de meiden, ook&nbsp; de Duitsers schieten in de lach. Ziezo, denkt\nJosje, ieder zijn oorlog.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Wanneer ze in haar broodtrommeltje\nkijkt, ziet ze dat er blokjes paardevlees op het brood zitten. Dat lust ze niet\nen ze eet niet. Het is tegen de avond een lange tocht van Philips naar huis, en\nvermoeiend, zeker als je de hele dag niet hebt gegeten, want \u2019s morgens vroeg\nvoor ze naar het werk gaat eet ze nooit. Ze is laat, want ze had een \u201clekitimatiebewijs\u201d,\nzoals moeder zei, op moeten halen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Vanuit de verte heeft ze het al\ngezien, er staan een heleboel mensen voor hun huis. Ze pakken haar fiets aan en\nduwen haar naar binnen: \u201cGa maar gauw, Josje, want je moeder is niet goed\ngeworden.\u201d Dat was niet voor het eerst en de vorige keren was moeder er ook\naltijd weer bovenop gekomen. Aan het bed van haar moeder zit Anneke die sinds\ndrie dagen haar schoon\u00adzusje is, en misschien was die trouwpartij moeder wel\nteveel geworden. Ook Annekes eigen moeder hadden de tranen in de ogen onder het\nwitte mutsje gestaan toen ze de kerk uitkwam en ze had er een zakdoek bij\nmoeten pakken. Het was ook wat, dat op \u00e9\u00e9n dag de laatste twee van je vier\ndochters trouwden en dat in de oorlog!<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cDag moeder, hoe gaat het?\u201d zegt Josje tegen haar\nmoeder die flets glimlacht en dan weer haar ogen sluit. Moeder was de hele dag\nonrustig geweest. Ze liep steeds naar de voordeur en zei: \u201cWaar blijft vader\ntoch?\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cDie zal zo wel komen,\u201d zei de buurvrouw dan. Het was\nheel gewoon dat vader bij goed weer tussen de maaltijden niet thuis was. Moeder\nwas steeds op zoek naar brandhout en liep ook telkens naar het winkeltje. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cVrouw Weels, u bent al wel drie keer geweest voor een\nbuiltje suiker,\u201d zei de vrouw van het winkeltje. Dat waren protestante mensen.\nEn toen moeder terug naar huis wou, wilde ze achterom, langs de oude Gender,\nterwijl ze normaal goed wist dat het daar met prikkeldraad afgezet was. Terwijl\nze naar de oude Gender liep viel ze opeens, op haar zij, alsof ze door een\nwindvlaag van opzij werd omvergeblazen. Zo bleef ze liggen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cMoeder, ik val flauw van de honger,\nik moet gauw iets eten,\u201d zegt Josje en loopt naar de keuken waar een pan stamppot\nmet worst en een varkenspootje op de kachel staat. Terwijl ze uitgehongerd aan\nde keukentafel zit te eten, ziet ze door de geopende deur Anneke aan het bed\nvan haar moeder zitten. Ze kan niet stoppen, zo`n honger heeft ze, en ze eet de\nhele pan bestemd voor vijf personen leeg.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Nog dezelfde avond sterft haar\nmoeder. Het laatste eten dat moeder voor het hele gezin heeft klaargemaakt,\nheeft Josje in haar eentje opgegeten. Steeds ziet ze zichzelf daar aan die keukentafel,\nen door de geopende deur Anneke aan het sterfbed van haar moeder zitten. En ze\nblijft herhalen: \u201cMaar moeder, hoe kon ik weten dat het je sterfbed was en ik\nhad zo`n honger en ik lust geen paardevlees!\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;\u201cZe wisten vast dat wij van de grens komen en\nDuitsers gewend zijn en daarom hebben ze de lelijkste Duitser die ze hadden op\nons afgestuurd,\u201d zei mijn broer Leo altijd. De soldaat Knal, die bij ons was\ningekwartierd, was inderdaad erg lelijk. Hij noemde zich Flieger Knal, ook op\nzijn postkaarten naar de Heimat, en hij werkte ook wel op het vliegveld maar\ndan om aardappels te schillen. Hij werd erg geplaagd, bijvoor\u00adbeeld wanneer hij\naan de gootsteen uitgebreid zijn ene tand stond te poetsen. We reageerden onze\nergernis aan de bezetter op hem af, maar hij bleef er kalm onder, hij deed\nmeestal of hij het niet verstond. <\/p>\n\n\n\n<p>Het moest wel sportief blijven, vond mijn moeder. Een\nbuurmeisje bij ons op bezoek had gloeiend hete thee over zich heen gekregen,\nmen wilde \u201cdie Duitser\u201d de schuld geven, maar moeder wist dat dat onzin was en\nnam hem in bescherming. <\/p>\n\n\n\n<p>Hij was net zo ondersteboven als wij toen zij\nplotseling overleed. Bij zijn afscheid een jaar later, zei hij het nog: \u201cDie\nFrau Mutter hat doch immer f\u00fcr mich auch Pappe gemacht.\u201d Of zoiets. En hij\nsloeg zijn hakken tegen elkaar en zei: \u201cHerr Weels, ik wens u het allerbeste!\nHeil Hitler!\u201d Mijn vader had kalm aan zijn pijp getrokken en gezegd: \u201cDie beste\nwensen neem ik graag van je aan, Knal, en geef ik jou ook, maar met die Hitler\nkun je de pot op.\u201d Knal was gewoon vertrokken.<\/p>\n\n\n\n<p>Het\nwas wel eens moeilijk voor Josje toen er zich in het tweede oorlogsjaar\nonderduikers nestelden in een hut in het broekland achter hun huis. Met name in\nverband met Knal. Hij mocht niet weten dat zij hun eten bracht. Zeker moest hij\nniet net thuiskomen als zij met een lege pan uit het riet kwam. Maar hij was\nvrij stipt in zijn komen en gaan. Eigenlijk waren de leveran\u00adciers en leurders,\ndie gewend waren op de gekste tijden ach\u00adterom te lopen en waarvan een enkeling\nbij de NSB was, veel gevaarlijker. Knal mocht vooral niet merken dat er in huis\neten bewaard werd voor de onderduikers, dat bovendien nog vaak uit het\npatronaat, dus van de Duitsers kwam.<\/p>\n\n\n\n<p>Er\nzit vanalles hier achter ons huis. Zowel jongens hier uit de buurt als twee\nbroers helemaal uit Drenthe. Meestal zit er wel zo`n man of zeszeven. En\nallemaal omdat ze niet in Duitsland willen gaan werken. <\/p>\n\n\n\n<p>Een van die jongens uit Drenthe heeft zelfs al in\nDuitsland gewerkt en is ontsnapt. Hij had in eerste instantie toestemming\ngekregen om een gek uit zijn dorp, die per vergissing ook via de Arbeidsdienst\nin Duitsland was terechtgekomen, naar huis te begeleiden. Toen de toestemming\nwerd ingetrokken stapte hij toch op de trein, maar zonder de gek. Als de trein\nwordt ge\u00adcontroleerd, wordt het een sc\u00e8ne uit een film: een non die de paniek\nin zijn ogen ziet, geeft een teken dat hij zich onder haar habijt moet verstoppen.\n<\/p>\n\n\n\n<p>Altijd als hij dat verhaal vertelt, vragen ze niet: \u201cEn\nhoe is het verder gegaan?\u201d want ze zien hem voor zich, dus zal het wel goed\nzijn gegaan, maar: \u201cEn hoe was het onder die rok?\u201d En hoewel ik ook graag lach\nen natuurlijk ook hierom, moet ik toch altijd aan die gek denken, wat er met hem\nzal zijn ge\u00adbeurd.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze zijn gehaaid genoeg die jongens.\nDie uit Drenthe zijn niet katholiek en hebben allang geleerd dat ze dat in\nBrabant niet moeten laten merken, willen ze eten en onderdak krijgen. Want dat\nis de eerste vraag die bij de boeren opkomt. Daarom hebben ze altijd een\nrozenkrans bij zich, die ze achteloos uit hun zak laten bungelen of bij een\nmaaltijd uit hun achterzak halen en naast hun bord leggen, omdat ze er niet op\nwillen zitten. Hetzelfde als ze ergens mogen slapen, het zijn gevoelige jongens\ndie niet zomaar op de spullen in hun broekzakken gaan liggen en altijd komt als\neen van de eerste dingen die rozen\u00adkrans te voorschijn.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;\u201cIk zie het al,\u201d\nzegt de boer of boerin, \u201cik hoef verder niks te vragen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Dan\nstaat opeens de hut in brand! Ook veel van het riet er om\u00adheen brandt af. Is\nhet verraad? Hebben ze een jonge jongen die het bij zijn NSB-ouders niet\nuithoudt ten onrechte vertrouwd? Of is de jongen met zijn stoel tegen de kachel\nin slaap geval\u00adlen? De brandweer is er snel bij, met de net nieuwe motor\u00adspuitwagen.\nMaar ze komt niet verder dan tot aan de oude Gender vlak achter de huizen, die\nmeestal droogstaat en vol rotzooi ligt, vooral van de garage aan de overkant\nvan de Lange Weg. Met spades modder wordt het vuur om de hut heen gedoofd. Ook\nde politie komt eropaf, en de Duitsers. Omstan\u00adders proberen de Duitsers nog te\nlaten geloven dat het om een speelhut voor kinderen gaat, maar daarvoor is hij\nte professio\u00adneel ingericht. De Duitse commandant vindt het naambordje van de\nhut: \u201cHet Roosje\u201d. Hij vindt het een verdachte naam, waarom weet ik niet. <\/p>\n\n\n\n<p>Die nacht slapen de onderduikers op het zoldertje van\nonze keuken, waar je alleen van buitenaf op kunt komen. Ze moeten doodstil\nzijn, want in huis slaapt Flieger Knal. Het is een onhoudbare toestand en\niedereen is dan ook blij als het dag is en Knal naar het vliegveld vertrekt om\naardappels te schillen en de jongens een andere schuilplaats kunnen gaan\nzoeken. De Duitsers doen rondvraag in de buurt en blijken alle namen te kennen\nvan de onderduikers die in \u201cHet Roosje\u201d hebben gezeten. Behalve die van Fer,\nmijn jongste broer. Die werd, hoewel hij ver in de twintig is, zelfs helemaal\nniet gezocht en is dus voor niets ondergedoken. Hij wordt er hevig om geplaagd.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De jongen die bij die non onder de rok\nheeft gezeten ben ik trouwens erg aardig gaan vinden, dus ik hoop maar dat hij\nniet te ver weggaat. Hij heet Cor.<\/p>\n\n\n\n<p>Cor\nen zijn broer komen uit Drenthe, uit het veen. Hun vader is een goede\nturfsteker en aardappelrooier. Hij verdient veel maar drinkt het allemaal op.\nTijdens de aardappeloogst houdt hij zijn kinderen, en dat moeten er minstens\neen stuk of zes zijn, thuis van school en laat ze met hem op het land werken.\nMaar ook het geld dat de kinderen verdienen zuipt hij op. Hij komt na het werk\nniet eens naar huis, gaat regelrecht naar de kroeg. Als hij wel thuis is, is\nhet ruzie. In zo`n gezin ben je blij dat je het huis uit kan. Maar het was niet\nCor zijn bedoeling dat dat via de Arbeidsdienst in Duitsland zou zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Josje wil alles van Cor weten. Sinds\nHet Roosje is afge\u00adbrand is hij wel erg ver weg, in de bossen buiten het dorp.\nJosje vindt het wel spannend, ze vindt alles spannend, ook om daar eten te gaan\nbrengen, maar ze moet met spijt toegeven dat het te riskant is, dat ze\nmakkelijk gevolgd kan worden, en ze stopt er mee. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Vooral de goedlachse Duitse officier\nJozef, die bij haar thuis langskwam vanaf het begin dat Flieger Knal bij hen\nwas ingekwartierd, heeft er een handje van plagerig tegen haar te zeggen: \u201cWaar\nis Cor toch tegenwoordig?\u201d Josje weet niet goed wat ze aan hem heeft. Hij lacht\naltijd zo hard dat de medailles op zijn borst rinkelen, maar hij weet de namen\nvan alle jongens die in Het Roosje hebben gezeten, hij moet met de kermis\ngezien hebben dat de jongens daar ook zijn, hij gooit die avond zijn medailles\nover straat, maar de volgende dag draagt hij ze weer. En, heeft ze zich laten\nvertellen, hij brengt dan wel altijd wat voor de familie mee maar pakt toch ook\nsteeds naar de holster van zijn revolver als hij achterom komt lopen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De onderduikers gaan gewoon bij de\nwatermolen in de Dommel zwemmen, tussen de kampeerders en dagjesmensen. Hoe\nmeer mensen hoe veiliger. Maar ze spelen ook een spelle\u00adtje met Fer zijn schoen\nin het water. Daar kan Josje zo kwaad om worden! Het is zo makkelijk om Ferrie\nin de maling te nemen. Al moest ze misschien geen medelijden met hem hebben,\nwant had hij niet de aansteker die zij van Cor had gekregen verkocht en het\ngeld er doorheen gedraaid? Zou Jozef zo vaak bij hen thuis komen om via Fer wat\nmeer te weten te komen?<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cLaat\nde jongens maken dat ze wegkomen, want er is een zwijn gestolen!\u201d Het is Jozef\ndie naar haar roept vanaf het dak van de sigarenfabriek waar ook Duitsers zijn\ngelegerd en ze roept terug: \u201cJa goed, dag Jozef.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>Ze vraagt zich af wat er aan de hand is: is er iemand\nopge\u00adpakt voor het stelen van een varken en heeft die de schuld aan de onderduikers\ngegeven, misschien zelfs de plaats van de hut verraden? Of wil de slimme Jozef\nop deze manier de plaats van de hut te weten komen?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het is een prachtige hut, die\ntweede, in de bossen tussen Steensel en Riethoven, bijna helemaal onder de\ngrond want de bodem is hier niet zo drassig als in het broekland achter hun\nhuis, met raampjes vlak boven de grond en een ontsnappings\u00adgat aan de\nachterkant. Er hangen kleden aan de wand en ze hebben er zelfs een SS-uniform. <\/p>\n\n\n\n<p>Het oude moedertje had wanhopig een van de\nonderduikers aangeklampt om haar wat simpele zoon onder te laten duiken, want\nhij had zich zonder dat zij van iets wist over laten halen om bij de SS te gaan\nen was plotseling in dat uniform thuisgekomen. Ze was zich doodgeschrokken, had\nhem het uniform meteen uitgetrokken en hem in bed gestopt tot zij het onder\u00adduikadres\nhad gevonden. Vooral Theo, Cor&#8217;s broer maakt veel gebruik van het uniform, hij\nkomt er mee tot in Hilversum om eten te brengen. Josje zegt het vaak: vooral\nTheo en hun vriend Alex durven alles.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cHet\nis Jozef!\u201d roepen de onderduikers naar elkaar als ze door het raampje vlak\nboven de grond de Duitsers recht op de hut af zien komen marcheren. En\nmisschien omdat ze hem zo goed kennen en bij andere gelegenheden wel eens vlak\nnaast hem gestaan hebben en zelfs wel eens iets met hem gedronken hebben,\ndenken ze nu te laat aan vluchten. Behalve Cor.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cKomm daraus, komm daraus!\u201d roept\nJozef al van ver.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cHet is Jozef!\u201d roepen de\nonderduikers alsof dat een gerust\u00adstelling is. En inderdaad komt Jozef aan het\nhoofd van twintig manschappen recht op de hut af marcheren. Maar waarom doet\nhij dat en roept hij in plaats van de hut stiekem te omsingelen?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cWaar is Cor toch gebleven?\u201d zegt\nJozef plagerig tegen Josje.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cSmeerlap, je hebt ze zelf laten\narresteren,\u201d zegt Josje.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cWe hadden gehoord van een feestje\nen wij wilden ook naar het feest,\u201d lacht Jozef. Er was inderdaad een soort\nfeestje in de hut waarbij ook onderduikers van elders aanwezig waren. Hoe wist\nJozef dat? Ferrie? Zat daar Jozef achter dat Fer niet gezocht werd voor de\nArbeidsdienst? Of wist Jozef het toch van degene die het zwijn had gestolen?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Cor heeft er nog over gedacht om\nzich ook maar aan te geven nu al zijn kameraden zijn opgepakt en de hut is\nvernie\u00adtigd. Maar als zijn broer Theo en zijn beste vriend Alex op transport\nnaar Duitsland al bij Venlo uit de trein weten te springen, is hij blij dat hij\nniet heeft opgegeven. Hij vindt onderdak bij een, vanzelfsprekend, katholieke\nboer. Hij hoeft niet mee te bidden, ze weten dat hij niet godsdienstig is opge\u00advoed,\nmaar de boerin zegt wel hoe mooi het zou zijn wanneer Cor nog tijdens zijn\nverblijf bij hen zijn Eerste Communie zou doen. Voor Josje hoeft het niet, hij\nmag van haar gewoon blijven zoals hij is.<\/p>\n\n\n\n<p>Het\nblijft een vreemd ding zo`n oorlog, zeker als je jong bent, alles is anders\nwant de Duitsers zijn de baas, maar eigenlijk gaat het leven gewoon door en het\nis ook spannend, want je voelt je een baldadig kind als je de bezetters een\nloer kunt draaien. Eigenlijk ben je voortdurend zoals alle jongeren in opstand\ntegen het gezag maar in de oorlog is dat met toestem\u00adming van en zelfs\naangemoedigd door de ouderen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als je in een caf\u00e9 wat te luid zegt\ndat je viavia hebt gehoord dat het met de Duitsers in Frankrijk niet zo best\ngaat, komt er zo`n figuur met een lange jas naast je staan en laat zwijgend een\nspeldje achter zijn revers zien.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cMooi speldje,\u201d zegt Josje. \u201cIs het\nte koop?\u201d En de zwij\u00adgende figuur gaat even zwijgend weg.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;Maar als ze op straat voor het caf\u00e9 zegt: \u201cDaar\nis de zoon van de geitenboer die de onderduikers heeft verraden,\u201d wordt ze door\nde jonge NSB\u2019er in elkaar geslagen. Ook zijn vader is een fanatieke NSB\u2019er, op\nhun huis staat Nooit Gedacht, en dat staat op veel huizen, maar als de Duitsers\nde oorlog beginnen te verliezen, wordt daar flink, zij het nog voorzichtig, om\ngegnif\u00adfeld.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bij Bergeijk, op de weg naar de\ngrens, staat een Nederlander die soldaat is in het Duitse leger op de meest\ngekke tijden mensen aan te houden, te fouilleren en op te brengen. Iedereen in\nde buurt heeft de pest aan hem. De weer ontsnapte onderduikers Theo en Alex\nnemen hem te pakken en laten hem voor halfdood aan de weg liggen. Het volk, ook\nde boeren, lacht in zijn vuistje. Het enige dat de Duitsers doen is een avondklok\ninstellen. Dat heeft iedereen er graag voor over. Verder gebeurt er niets, er\nwordt niemand opgepakt, niemand verhoord. Het lijkt erop dat de Duitsers ook\nmet de fanatieke\u00adling in hun maag zaten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik geloof dat ik wel van een beetje\nsensatie hou, denkt Josje, zolang er met Cor maar niks gebeurt. Eigenlijk is\ndat maar een lauwe oorlog hier bij ons. Iedereen, de burgemeester, de politie,\nde ambtenaren, is gewoon op zijn post gebleven. Er is maar een enkeling echt\npro-Duits, zoals er blijkbaar ook maar een enkeling fel anti-Duits is. We\nergeren ons aan de arrogantie van de Duitsers, spotten ermee, helpen\nonderduikers, maar er is geen gewapend verzet of sabotage en er worden ook geen\nmensen vastgezet, gemarteld, laat staan terechtgesteld. Frans de Lepper komt\nmet een geladen revolver bij caf\u00e9 van Oers binnen en iedereen schrikt zich rot,\nwant dat had hem wel zijn kop kunnen kosten, maar Frans is een voddenkoopman\ndie van alles weet op te scharrelen, en het ding wordt snel wegge\u00adwerkt. Er\nvalt wel eens een klap, maar dat was voor de oorlog ook al het geval.\nPolitieagent Oud had daar altijd al een handje van. Hij slaat mensen recht in\nhet gezicht als ze in de weg staan of geen of een verkeerd antwoord geven, en\nhij is dat in de oorlog gewoon blijven doen. Burgemeester Van Tuin komt bij je\nthuis om je over te halen om de Duitse Winterhulp te steu\u00adnen. Maar als je\nblijft weigeren gebeurt er verder ook niks. En dezelfde vrouw die geweigerd\nheeft mee te doen aan de Win\u00adterhulp, accepteert wel dat er elke middag zes Duitsers\ndie in het patronaat gelegerd zijn hun boterham bij haar thuis komen opeten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Er zijn al heel wat kinderen van\nDuitsers geboren. Het valt natuurlijk niet goed te keuren, maar wat doe je\neraan, vindt Josje, zo is het leven. Die Duitse jongens zijn al bijna vijf jaar\nhier, vijf jaar lang zijn de meisjes verliefd op ze kunnen wor\u00adden. Onze\njongens die in Duitsland moeten werken gaan daar toch ook met Duitse meisjes!\nHet is natuurlijk niet helemaal hetzelfde maar toch. En daar zijn vast ook\nkinderen van geko\u00admen. Het is allemaal niet zo eenvoudig, denkt Josje.<\/p>\n\n\n\n<p>Nu\nde geallieerden al in Belgi\u00eb staan, is burgemeester Van Tuin opeens\nondergedoken. Die wil vast nog als verzetsheld uit de oorlog komen in plaats\nvan als promotor van de Duitse Winterhulp. En Josje heeft ook <br><\/p>\n\n\n\n\n\n<p><em>Het oude moedertje had wanhopig een van de\nonderduikers aangeklampt\u2026<\/em>(pag.26)<br>\ngehoord dat de vrouw die geweigerd had mee te doen aan de Winterhulp, maar wel\nde hele oorlog bij het middagmaal Duitsers in huis had geaccepteerd, dat had\ngedaan omdat ze een keer in de tuin naast haar een glimp had opgevangen van de\nvolwassen buurjongen, die dus in zijn eigen huis zat ondergedoken. Ze had\ngeacht: daar moeten de Duitsers dus niet gaan eten. En ze had het de hele\noorlog voor zich weten te houden, dat van die buurjongen.<\/p>\n\n\n\n<p>Nadat\nal die geallieerde vliegtuigen zijn overgevlogen en Sas zo ongelukkig is\ngetroffen, hoort Josje dat de eerste Engelse pantserwagen vanuit het zuiden via\nde noodbrug over de Dommel het dorp is binnengekomen. Als een tank het ook\nprobeert, stort de brug in en kantelt de tank. Het blijft die dag bij die ene\npantserwagen die de weg door Sas en om het vlieg\u00adveld heen wordt gewezen, waar\nhij ten noorden van de stad contact kan leggen met de Amerikanen die daar zijn\ngedropt. <\/p>\n\n\n\n<p>Maar nauwelijks hebben sommige helden gehoord van de\nEngelse pantserwagen, of ze hebben een van de dochters van een doodarm gezin,\nwaarvan de vader om den brode bij de NSB was gegaan, uit huis gehaald om haar\nin het openbaar kaal te scheren. Gelukkig wordt dat door een man met de\nrevolver in de hand verhinderd.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; En dan komen de tanks met daar\nbovenop Cor vanuit het westen over de Lange Weg Josje tegemoet rijden en\nprobeert Nieuwenhuis nog iets even belachelijks als zieligs met haar uit te\nhalen. Maar dan is de oorlog ook voor haar voorbij. <br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Anneke<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ze\nis nu twee jaar getrouwd, bijna even lang als de bezetting duurt, en hij is\naltijd weg. De meeste klanten die hij heeft komen oorspronkelijk uit Gelderland,\nnet als hij. Allemaal voor werk naar Brabant gekomen. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWat ga je doen met zo`n vreemde kerel uit zo`n ver\nland!\u201d zei haar moeder toen ze zei dat ze verkering had met Leo. <\/p>\n\n\n\n<p>Ze wonen tientallen kilometers verspreid rond de stad,\ndie klanten, soms in kleine achterafboerderijtjes. Het is altijd laat als hij\nthuiskomt. Dat is niet prettig, zeker in oorlogstijd. Soms zou Anneke willen\ndat hij een beroep koos waarbij hij gewoon overdag kon werken. Ook al staat dat\nwat minder dan verzekeringsagent. Op de zijkant van het huis richting stad,\nboven de kippenren, heeft hij een groot emaillen bord met een dame met\nhoepelrok en paraplu gespijkerd. Omdat het huis in een bocht ligt is het van\nveraf te zien. De Duitsers verdenken, waarschijnlijk na aangifte van een NSB\u2019er,\nhem ervan dat het ophangen van dat bord met \u201cDe Eerste Nederlandsche\u201d erop een\nuiting is van nationalisme. Hij maakt er geen punt van en hangt het bord op van\nde andere verzekerings-maatschappij waar hij voor werkt: \u201cDe Bataafsche\u201d. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWeten die Duitsers en hun meelopers veel,\u201d zegt hij.\nZe krijgen er ook nog wat geld voor van de verzekerings-maat\u00adschappij.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Ze wou dat hij \u2019s\navonds thuis was, zeker nu het tweede op komst is. En nu opa en opoe gaan\nverhuizen. Ze ziet zich al \u2019s avonds in haar eentje met twee kinderen zitten.\nAls hij thuis is, is hij met zijn administratie bezig of in de hof met zijn\nplanten of met het graven van de schuilkelder.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Tonnie is al een ruim een jaar en\neen echt handenbindertje geworden. Ze klimt overal op, zelfs op het aanrecht.\nLevensgevaarlijk. Anneke kan dat allemaal niet in de gaten houden en voor haar\nmoeder is die kleine rakker te vlug. Opa doet zijn best. Maar hij hoest steeds\nmeer en raakt daar helemaal uitgeput van. Steeds vaker gaat hij het trapje van\nde opkamer op en kruipt in bed. Anneke maakt zich ongerust, ook voor de kleine.\nHet is goed dat ze verhuizen. Zeker nu er een andere kleine op komst is.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Opa proeft van de soep. Mag Tonnie\nook wat? Jawel, maar de lepel is nog te vol. Hij zal er eerst wat vanaf slurpen.\nTonnie lacht. Dat is een vreemd geluid h\u00e8? Eigenlijk is de lepel veel te groot\nvoor Tonniekes kleine mondje. Maar aan de punt gaat het wel. Wat is dat nou?\nKan zij ook al slurpen?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Kijk, daarom maakt Anneke zich zo\nongerust. Want haar vader is duidelijk ziek. Er wordt niet over gepraat. Haar\nvader en moeder praten sowieso weinig met elkaar. Ze heeft zich altijd\nafgevraagd of ze eigenlijk wel bij elkaar passen. Moeders eerste man is\noverleden, daar is haar halfzuster Bet uit Sas van. Een van de weinige keren\ndat moeder een paar zinnen achter elkaar zei, was toen haar zus Saskia en zij\nop dezelfde dag trouwden en haar zus in Nijmegen ging wonen. De man van haar\nzus kon hier geen werk meer vinden in de schoenindustrie en daar wel.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cAls je naar Nijmegen verhuist, zie ik je nooit meer,\u201d\nzei haar moeder. \u201cDat overleef ik niet.\u201d Gelukkig zien ze Saskia nog\nregelmatig, dat is erg meegevallen.<\/p>\n\n\n\n<p>Het\nis een miskraam geworden en hij was er niet bij. Daar was ze al steeds bang\nvoor geweest, dat hij er niet bij zou zijn. Toch kon hij er niets aan doen,\nwant het kwam een paar weken te vroeg.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Anneke had steeds in haar hoofd het\nzinnetje zitten: \u201cAls het erop aan komt, ben je er niet bij.\u201d Of dat zo zou\nzijn wist ze helemaal niet, maar ze was er wel bang voor. Ze wist ook dat ze\nhem daarmee kwetste, maar omdat dat zinnetje in haar hoofd zat moest het er ook\nuit, hoe ze zich ook voornam om het voor zich te houden. Ze heeft er meteen\nspijt van en begint zelf te huilen. Hij komt de hele dag, het is zondag, niet\nuit de kuil die hij aan het graven is voor de schuilkelder. <\/p>\n\n\n\n<p>Het\nis doodgeboren, ik wist al een paar dagen dat het niet goed zat, want ik voelde\nniets meer. Mijn moeder, die nog elke dag uit Sas naar hier komt lopen om met\nhuishoudelijke karweitjes als aardappels schillen en groente schoonmaken te\nhelpen, laat wel eens merken dat ze dan ook niet had hoeven te verhuizen. Mijn\nouders wonen nu naast Bet in een van de lage huisjes met rieten dak waarin Bet\nen haar gezin ook nog gewoond hebben. Ik vond het niet verantwoord om zo`n\nzieke man als mijn vader in \u00e9\u00e9n huis te laten leven met kleine kinderen. Die\nzijn het meest kwetsbaar, zeker met dat oorlogseten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Leo\u2019s zuster Jo en haar man Piet,\ndie zo dicht bij het vlieg\u00adveld wonen, op amper tweehonderd meter, dat ze\nnauwelijks meer thuis durven te slapen, doen dat nu vaak hier. Hun zoon slaapt\nverderop aan de Lange Weg bij het gezin van opa Weels. De Duitsers hebben het\nvliegveld flink uitgebreid en tot een belangrijke uitvalsbasis voor hun jagers\nen bommenwerpers gemaakt en daarmee ook tot een voornaam doelwit voor de\nEngelsen. Laten we eerlijk zijn, rond die miskraam kon ik de hulp van Jo best gebruiken,\nal is ze dan wat bazig. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als Leo thuis is werkt hij aan zijn\nschuilkelder in de hof. Haast heeft hij nooit. De oorlog moet lang duren,\nwillen we er nog iets aan hebben.<\/p>\n\n\n\n<p>Mijn\nvader is overleden aan tbc. Ik had altijd al een vermoeden dat hij dat had. Hij\nis maandenlang niet meer uit bed geweest en uiteindelijk doodgegaan in het\nkamertje waar tot zeven jaar geleden Bet en Toontje hun winkeltje hadden. Nu\nhebben ze een grote winkel met woonhuis ernaast. Bet heeft ook nog jonge\nkinderen. Die wonen dan wel niet in hetzelfde huis als mijn vader en moeder,\nmaar toch. Die dokters zouden meer open kaart moeten spelen. Ze doen alsof gewone\nmensen onnozel zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik heb een foto laten maken van\nTonnie met het grote buurmeisje Ineke dat altijd met haar optrekt. Ik liet die\nfoto trots aan iedereen zien en sommigen zeiden \u201cja mooi\u201d en anderen zeiden\nheel weinig en knikten en gaven hem terug, tot iemand zei: \u201cMaar Anneke, zie\njij dat dan niet? Dat kind is doodziek! Kijk eens naar die ogen en die\nkoortswangen. Dat kind moet naar een dokter!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Daar ben ik geweldig van\ngeschrokken, want inderdaad. Misschien had ik het gewoon niet willen zien. Ik ging\nnaar de dokter en ik zei: \u201cDokter, ik wil weten of mijn kind tbc heeft.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cHoe kom je daarbij, Anneke?\u201d zei\nhij. \u201cJe hoeft toch niet meteen het ergste te denken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cIk wil het weten, dokter,\u201d zei ik, \u201cmijn\nvader had ook tbc en dat hebben we ook veel te laat gehoord en nooit is er wat\ngedaan om mijn kind daartegen te beschermen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cRustig maar,\u201d zei hij, \u201cals iemand\ntbc heeft wil dat nog niet zeggen dat hij ook een gevaar is voor anderen.\nDaarvoor moet je zogenaamd \u2018open\u2019 tbc hebben.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Een week later hoorde ik dat Tonnie\ninderdaad tbc heeft. Ze ligt nu in onze slaapkamer aan het raam zodat ze de\nstraat kan zien want het kan lang gaan duren. Ze vindt het maar raar: die\nkinderen die altijd buiten spelen. En die zullen het op hun beurt wel vreemd\nvinden dat zij daar altijd voor het raam ligt. Over een maand wordt ze drie.\nNormaal had ik haar kunnen aanmel\u00adden voor de fr\u00f6belschool voor over een jaar.\nZonde dat ze nu net ziek is. <\/p>\n\n\n\n<p>Ik\nloop alweer op zeven maanden. Jo en Piet wonen al een tijdje bij ons in, want\nhun huis bij het vliegveld is door de Duitsers in beslag genomen. Ze hadden\ndaar toch weg gemoeten, want sinds de geallieerden in Frankrijk staan, wordt\nhet vliegveld praktisch elke week gebombardeerd. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; We hopen dat Tonnie gauw in het\nsanatorium kan worden opgenomen. Iedereen verwacht wel dat de oorlog nu vlug is\nafgelopen. We kijken erg uit naar de geboorte van ons tweede kind. Ik heb het\ngevoel dat deze keer alles goed gaat. Aan mij zal het niet liggen, daar ben ik\nvan overtuigd. Maar er kan zoveel van buitenaf gebeuren. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Leo fietst al maanden op houten\nbanden. Dat maakt het hem nog moeilijker om \u2019s avonds voor spertijd, dat is\nacht uur, thuis te zijn. Ik heb al een paar keer doodsangsten uitgestaan omdat\nhij te laat was. Tot overmaat van ramp werd zijn fiets door een Duitse soldaat\ngevorderd. Toen heb ik hem voor het eerst echt kwaad gezien! Zo boordevol verontwaardiging\ndat hij niet te houden was. Iedereen waarschuwde hem voorzichtig te zijn, maar\nhij ging naar de Duitse kommandant, speelde in het beste Duits dat hij als\nvroegere grensbewoner een beetje kende zo op over zijn <em>Lebensunterhalt!, kranke Tochter! und&nbsp;\nzweite Kind auf&nbsp; Komst!<\/em>, dat\nwonder boven wonder hij zijn fiets terugkreeg. Hij vertelt het trots, terwijl\nhij net als zijn vader aan zijn pijp trekt. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cAnders waren die moffen nog niet\njarig geweest,\u201d voegt hij eraan toe. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; O ja, de schuilkelder is ook al een\npaar weken klaar.<\/p>\n\n\n\n<p>We\nhebben ons tweede kind gekregen, een jongen. Alles is prima gegaan. We hebben\nhem Jan genoemd naar mijn vader Johannes die een paar maanden geleden is\noverleden. Peetoom is Toontje geworden, de man van Bet, en hij is zeer vereerd.\n<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cDat heb je goed gedaan, schoon meidje,\u201d zei hij tegen\nme, \u201cjij laat zien dat je me meer waardeert dan je vader altijd heeft gedaan.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>Jantje is meteen na de geboorte door zijn peettante Jo\nde schuilkelder ingebracht, want zo hevig als op die dag was het vliegveld nog\nniet eerder gebombardeerd. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cEr waren verschillende aanvalsgolven,\u201d zei Leo en: \u201cMaar\ngoed dat we die schuilkelder hebben!\u201d Het deed mij in ieder geval goed dat\nJantje betrekkelijk veilig was. Maar het blijft vreemd dat je een kind ligt te\nkrijgen terwijl de vliegtuigen over brommen en de explosies en het afweergeschut\nklinken. En dat je dan eigenlijk ook nog blij bent met die vliegtuigen en die\nexplosies, als ze maar het juiste doel treffen. Tonnie lag toen gelukkig al in\nhet ziekenhuis in de stad. Tot er plaats is in het sanatorium in Tilburg. Ze\nwas te ziek om nog langer thuis te blijven, bovendien zou ik gaan bevallen. Ik ben\ner blij om, ik neem aan dat de Engelsen geen ziekenhuis bombarderen. Niet met\nopzet tenminste, maar de andere missers zijn ook vaak fataal geweest. En Leo\nzegt dat de vliegtuigen altijd uit het zuiden of zuidwesten komen, dus niet\nover de stad op het vliegveld afgaan, dat is teveel risico vanwege het Duitse\nafweergeschut dat vooral rond Philips staat. Laten we maar hopen dat het\nallemaal waar is.<\/p>\n\n\n\n<p>Dit\nis dus wat ik bedoelde met die missers die voor de bevolking fataal zijn. In de\nstraat en wat verderop in de buurt van mijn zuster Bet zijn in Sas twintig\ndoden gevallen en nog veel meer gewonden. Weer door te vroeg losgelaten bommen\nvan de geallieerden. Wat is dat toch? <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDat is angst bij die vliegeniers\ndat ze getroffen worden boven het vliegveld en dan door hun eigen bommen exploderen,\u201d\nzegt Leo. In ieder geval is bij Bet iedereen ongedeerd, ook mijn moeder. De\nhele dag zijn er vliegtuigen over gevlogen, allemaal naar het noorden. Nog een\nkwestie van een paar dagen, zegt iedereen, ze zijn de Belgische grens al over.<\/p>\n\n\n\n<p>Zo\nbang ben ik nog nooit geweest! De bevrijders waren er de volgende dag al en\ngevochten is er hier in het dorp eigenlijk niet. Wel in mijn geboortedorp,\nvijftien kilometer hier vandaan, ook nog toen wij hier al waren bevrijd. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar wat gebeurde er op de dag van\nde bevrijding van de stad? De Engelsen stonden midden in Eindhoven en toen\nkwam, terwijl er de hele dag geen Duits vliegtuig was te bekennen, de Luftwaffe\nplotseling terug. Er was nog nauwelijks afweergeschut, de bommen treffen de\nEngelse munitiewagens, tankwagens worden geraakt, er ontstaan hevige branden.\nTweehonderdvijfentwintig mensen sterven, om van de gewonden maar niet te\nspreken. En ondertussen ligt ons doch\u00adtertje daar midden in de stad in het\nziekenhuis! Op nog geen honderd meter er vandaan ligt alles plat. Maar het\nziekenhuis blijft ongeschonden. De volgende morgen is Leo daar bij Tonnie. Het\nis er een heksenketel vanwege de honder\u00adden doden en gewonden. Maar Tonnie ligt\ndaar rustig achter glas naar de drukke gang te kijken en vertelt dat er\nallemaal soldaten naar haar hebben gezwaaid.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Nu we, met zijn vieren ondertussen,\ndit alles hebben over\u00adleefd, zal de rest ook wel goed komen. Als er maar gauw\nplaats is in het sanatorium. <br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Bet<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>De\noorlog in Sas is de strijd om het vliegveld dat maar een kilometer van de kom\nvan Sas ligt terwijl de gehuchten en eenzame boerderijen er als een gespreide\nduim en wijsvinger omheen liggen. Het is de oorlog van het begin van de oorlog\nwanneer de Duitsers het vliegveld bombarderen, van afweergeschut en gesprongen\nruiten. En tijdens de bezetting is het de oorlog van de uitbreiding van het\nvliegveld voor de Duitse jagers en bommenwerpers, van boeren die hun\nboerderijen en land moeten afstaan, van honderden arbeiders die er\ntewerkgesteld worden en allemaal moeten eten en waarvan, laten we eerlijk zijn,\nBet en Toontje met hun winkel ook een behoorlijk graantje meepikken.\nLevensmiddelen gaan op de bon. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Een groot deel van de avond brengen\nze met zijn allen door met het opplakken van de levensmiddelenbonnen. Het\nplaksel maken ze zelf. Plakken en drogen. En de volgende dag brengen ze de\nbonnen naar het distributiekantoor naast het gemeentehuis. De bonnen zijn\ngratis maar er wordt toch in gehandeld, de een heeft altijd te weinig en een\nander heeft altijd over. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Midden in Sas zijn in het\nverenigingsgebouw honderdvijftig Duitse soldaten ingekwartierd. \u2019s Avonds en \u2019s\nnachts moet het absoluut donker zijn, na acht uur mag niemand meer op straat.\nMaar tot die tijd kan men in de winkel terecht. En \u2019s morgens om zeven uur\nweer. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Met de suiker op de bon wordt het\nonmogelijk om de stroop te maken die nodig is voor de gazeusebrouwerij. \u2019t Is\nmisschien een groot woord voor de installatie in de oude stal. Er werd limonade\ngemaakt, een gazeuse in kleine smalle beugelflesjes, prikkellimonade zoals de\nkinderen zeggen bij wie hij erg populair is geworden. B\u00e8ta\u2019s kinderen helpen\nmee door aan een groot wiel te draaien. Het is een bottelmachien. Niemand\nbegrijpt precies wat er gebeurt en niemand snapt waarom deze limonade zoveel\nlekkerder is dan ranja, de met water aangelengde oranje siroop die kinderen bij\nbijzondere gelegenheden te drinken krijgen. Behalve Toontje dan. Het heeft met\nde grote cilinder met koolzuur te maken waarmee Toontje de prik in de flesjes\nweet te krijgen. In huis maakten zij tevoren de stroop door suiker met\ncitroenessence te koken. In de brouwerij werd de stroop in de flesjes gedaan en\nwerd er water en koolzuur aan toegevoegd. Je moest er snel bij zijn om de\nbeugelflesjes op tijd af te sluiten. <\/p>\n\n\n\n<p>De\nbezetting duurt al bijna een jaar wanneer ik, naar ik aan\u00adneem, mijn laatste\nkind krijg. Waarom zou je geen kinderen krijgen? \u2019t Is een rustige tijd en het\nziet er niet naar uit dat er voorlopig iets zal veranderen. Bovendien komen bij\nons de kinderen nu eenmaal zoals ze komen. Toontje is gelukkig boven de vijftig\nen te oud voor de Arbeidsdienst maar van zijn maten van de handboogvereniging\nmoeten er heel wat wel naar Duitsland. Ze hebben daarom een groepsfoto laten\nmaken. Laten we hopen dat ze allemaal terugkeren.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Na twee jaar bezetting komen mijn\nouwelui naast ons in onze vroegere woning wonen. Mijn stiefvader is ernstig\nziek en aan de Lange Weg verwachtte Anneke haar tweede kind. \u2018t Is niks\ngeworden, een miskraam, maar het is toch beter dat hij daar weg is. Hier hebben\nze hun eigen woninkje en kunnen we de kinderen er toch een beetje weghouden.\nBovendien wonen Toontjes moeder Liesbetje, die al midden tachtig is, en zijn\nbroer Doruske er aan de andere kant naast. Zodat ze altijd bij elkaar kunnen\ngaan buurten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;Toontje kon het, toen we een nieuwe winkel\nhadden laten bouwen, niet laten zijn kleine brilletje op te zetten en voor zijn\nschoonvader te gaan staan die hem altijd een flierefluiter had gevonden, en te\nzeggen: \u201cBen ik nu goed genoeg?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cToontje\nis man geworden,\u201d zeiden de mensen, \u201ctoen hij bij de sigarenfabriek werd\nontslagen. Dat is het beste wat hem in zijn leven is overkomen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cZo, en dat gaat hier dan allemaal\nveranderen,\u201d had Toontje rustig gezegd, toen hij uit de sigarenfabriek\nthuiskwam en hij zijn moeder Liesbetje op de boomstam was gepasseerd en even\nnaar de drie spelende kinderen had gekeken en naar Bet die al weer dik was van\nhet volgende.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Liesbetje: het gezicht als een\nuitgedroogde, gele gerimpelde appel die de hele winter op zolder heeft gelegen,\nmaar met pikzwart haar, geen streepje grijs te bekennen. Ze zit op de boomstam\nvoor het rijtje van drie lage woninkjes met rieten dak. Soms zit ze op een\nstoel. De timmerman van de overkant heeft aan beide kanten van de straat een\npaar boomstammen liggen, hij zaagt eraf wat hij nodig heeft. En als ze op zijn\nbrengt een sloffend paard nieuwe, die als de kettingen zijn losgemaakt op de\nweg ploffen en aan de kant worden gerold.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toontje keek naar dingen die hij\nallang kende, het minus\u00adcule winkeltje met het paar sokken en de fles met\nzuurtjes, bij wijze van spreken dan, want er lagen nog een paar dingen meer.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cAls je in die tijd een paar sokken\nin de vensterbank legde, had je een winkel,\u201d zeiden de mensen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJa,\u201d zei Toontje altijd, \u201cen als je\neven niet oplette lag er een kind bij.\u201d Maar dan doelde hij wel heel erg op\nzijn eigen situatie. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Liesbetje verkocht wat\nhuishoudelijke artikelen en bijvoor\u00adbeeld ook klompen. Maar daarvoor moest in\nhet piepkleine winkeltje een trap die aan ringen hing neergelaten worden, want\nde klompen lagen opgeslagen op het zoldertje. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toontje ging door de lage deur het\nwinkeltje in, waarbij zelfs hij, die toch niet zo groot was, moest bukken. Door\neen deur rechts keek hij in de kamer met de bedstee en bedacht dat die in vergelijking\nmet zijn eigen slaapkamer opvallend leeg was, want in zijn eigen slaapkamer\nstond nog een wiegje en een kinderbedje. Ach, het zou ook hier snel vol komen\nstaan, maar deze kamer was toch iets groter. En het was bij de winkel. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cMoeder,\u201d mompelde hij alvast, \u201cik\ngeloof dat we eens moeten praten.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Moeder Liesbetje kon hem buiten op\nde boomstam onmogelijk gehoord hebben, maar ze begreep wel wat er aan de hand\nwas, er waren nu drie kinderen en volgend jaar zouden het er vier zijn. Ze had\nniet gedacht dat het ooit nodig zou zijn. Een jaar of zeventig had ze zichzelf\naltijd gegeven en ze was nu al drie\u00ebnzeventig geworden, en dat kon nog jaren zo\ndoorgaan. Als Toontje werkelijk dacht wat van de winkel te kunnen maken dan\nmoest het maar. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDoruske moet dan maar naar het\nandere opkamertje,\u201d zei Liesbetje. Toontje schrok op en zag dat zijn moeder\nachter hem stond en met hem meekeek. Doruske was Toontjes een paar jaar oudere,\nongetrouwde broer die bij zijn moeder was blijven wonen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toontje was ook de verwaarloosde\nstal ingelopen die aan de achterkant van het huisje met het winkeltje was\ngebouwd en waar je vanaf de zijkant in kon. Ook hier had hij goed rondgekeken.\nAl gauw scharrelen er wat kippen rond die vrij het weilandje naast de stal\nkunnen oplopen, als ze hun eieren maar binnen leggen. Het weilandje is van een\npaar oude mensen in het boerderijtje aan de andere kant van het weilandje, en\ndie hebben er geen bezwaar tegen dat Toontje er een aantal bijen\u00adkasten op zet\nen er gras snijdt voor de konijnen die hij aan\u00adschaft, en ook het paardje dat\neen poosje later in de stal komt te staan mag er grazen. Ze zijn allang blij\nmet de eieren die Toontje af entoe langsbrengt, en de pot met honing vinden ze\neen lekkernij. Toontje pakt alles aan wat hij maar kan. In een hoek van de oude\nverwaarloosde stal vindt hij plek voor een varken. En in de stal komt ook de\nbrouwerij.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het was of Toontje op zijn\nveertigste wakker was geschrokken. Hij had dus eens naar de huisjes gekeken en\nnaar iets gevraagd waarmee hij zich tot dan toe niet had bemoeid: \u201cHoeveel huur\nbetalen wij hier eigenlijk?\u201d En ook bij zijn moeder Liesbetje had hij ge\u00efnformeerd.\nEn bij de buren daarnaast, want het was een blok van drie waarin ze woonden en\nvan \u00e9\u00e9n eigenaar.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij wist het geld voor de koop van de\nhuisjes te lenen en gebruikte voortaan de huur die hij ontving \u00e9n de huur die\nhij zelf betaald zou hebben om zijn schuld af te lossen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDat kan zo niet langer,\u201d had\nToontje gezegd, alsof hij inderdaad door het ontslag wakker was geschrokken en\neen ander mens geworden. Hij had dan wel met zijn moeder Liesbetje van woninkje\ngewisseld en had daarmee wat meer ruimte gekregen, maar praktisch elk jaar kwam\ner een kind bij. Als het vierde wordt geboren, slaapt zijn oudste dochter van\nzes bij Bet&#8217;s ouwelui die dan nog niet aan de Lange Weg wonen maar in de\nPolderstraat op de rand van Sas en het Dorp aan de Lange Weg. En Mart van drie\nslaapt op het opkamertje bij ome Doruske in het woninkje van Liesbetje. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toontje had naar het weilandje naast\nzijn huisje gekeken en naar het boerderijtje aan de andere kant van dat\nweilandje. Hij leek de afstand te meten. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; En toen de huisjes zijn eigendom\nwaren en het geld alsmaar groeide in zijn broekzak, nam hij een hypotheek en\nmaakte plannen om van het geld een winkelwoonhuis te bouwen op het weilandje\nnaast zijn oude huisje. Het weilandje, dat bij het boerderijtje aan de andere\nkant hoorde, kocht hij voor een appel en een ei. De oude mensen die nog in het\nboerderijtje woonden, gebruikten het al jaren niet meer en waren alleen maar\nblij met de extra zakcent.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; En een paar jaar later stond er\ninderdaad op het weilandje, dat geen weilandje meer was, een winkelwoonhuis\nwaarin alle zes kinderen, ook de twee dus die ondertussen geboren waren, thuis\nkonden slapen, en waar je ruim met paard en wagen omheen kon rijden. <\/p>\n\n\n\n<p>Ik\nzit al jaren met mijn been. Vanaf de geboorte van de derde, ik weet het nog\nprecies. Het bleef dik. Als je er een vinger in duwde, bleef er een put in\nzitten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toen stootte ik het aan de punt van\neen van de koekblikken die opgestapeld stonden in de nieuwe winkel. Ik krijg\nhet koud als ik er weer aan denk. De wond ging niet meer dicht. Het been\nbepaalt de rest van mijn leven.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het stinkt en het doet pijn. Ik heb\nzin om het iemand onder de neus te duwen. Omdat ik er zo de pest in heb.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cHier, geniet er ook maar eens van.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Dat zeg ik niet. Maar ik klaag en\nzeur wel en laat het iedereen zien. Een beetje medeleven kan ik wel gebruiken. Wat\ndie stank betreft, als een van de jongens zijn voeten staat te wassen in de\nkeuken ruikt het evenmin lekker. Om het er maar niet over te hebben dat we,\nbijna vanaf het begin dat we ons eerste winkeltje hadden, ook vis verkochten en\nuitventten vanuit de keuken. Met klachten over stank moeten ze dus bij mij niet\naankomen.<\/p>\n\n\n\n<p>Mijn\nstiefvader gaat dood aan tbc in het kamertje waarin wij ons winkeltje begonnen\nnadat Toontje met ontslag uit de sigarenfabriek was thuis gekomen. Hij zei\naltijd dat hij graag lang genoeg zou willen blijven leven om te weten wie\nuiteindelijk de oorlog zou winnen, maar dat heeft hij dus niet gehaald. <\/p>\n\n\n\n<p>We zijn nu al vier jaar door de Duitsers bezet. Het\nwordt weer onrustiger op en rond het vliegveld. Terugkerende Duitse vliegtuigen\nlaten voor de landing midden in de nacht twee brisantbommen vallen in onze\nstraat. Alle ruiten in de buurt sneuvelen, er is een enorme schade aan vee en\nhuizen maar er zijn alleen wat lichtgewonde mensen. Maar het is nu vooral de\noorlog van de bommen van de geallieerden. Ook hun bommen komen vaak buiten het\nvliegveld terecht, de schade is groot, er wordt veel vee gedood maar onder de\nbevolking vallen geen doden. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Tot op de eerste dag van \u201cOperatie\nMarket Garden\u201d. Duizenden vliegtuigen komen die dag vanuit Engeland over de\nKempen en werpen hun bommen, materieel en manschappen af. Het is een mooie zonnige\nzondagochtend, het luchtalarm is al een paar keer afgegaan. Tijdens de hoogmis\nverschijnen de eerste groepjes Amerikaanse bommenwerpers, \u201cVliegende For-ten\u201d\ngenaamd, begeleid door jagers boven ons dorp. Doelwit is ongetwijfeld het\nvliegveld. Ze weten blijkbaar niet dat de Duitsers daar al weg zijn. Na een\nbombardement door de geallieerden begin september, waarbij opnieuw veel woonhuizen\nzwaar worden beschadigd, besluiten de Duitsers de vliegbasis op te geven.\nDagen- en nachtenlang zijn er de explosies en is er de zwarte rook en de stank\nvan de gebouwen, startbanen, gevorderde huizen en munitie die door hen werden\nopgeblazen. Overal in Sas zijn ruiten gesprongen en zijn de pannen van de daken\ngevlogen. Maar de geallieerden weten blijkbaar van niks. En als zo vaak laten\nze hun bommen te vroeg los. Twintig doden en veel zwaargewonden. Hoofden en\nledematen van mensen liggen verspreid over straat bij ons huis. Ons twaalfjarig\nzoontje Hans dat nieuwsgierig het huis uit is geglipt, wordt door partizanen\nnaar binnen gejaagd. Hij heeft de klink aan de binnenkant van de kelderdeur net\nlosgelaten wanneer er aan de andere kant een granaatscherf op slaat. Was hij\neen seconde later gekomen, was hij minstens zijn hand kwijt geweest. Ik ben net\nmet veel moeite met mijn been beneden geraakt als hij zowat bovenop me valt. Ik\nben kwaad omdat hij naar buiten is gelopen maar ik ben toch vooral blij dat hij\ner is.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Engelse tanks, met op de voorste\ndokter Wouters die geen bed gezien heeft vanwege de doden en gewonden, komen een\ndag later vanaf de stad Sas binnen rijden. Ik haal opgelucht adem, ik hoef niet\nmeer met mijn been de kelder in.<br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"806\" height=\"1024\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/019LangeWegTonnieIneke-806x1024.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-683\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/019LangeWegTonnieIneke-806x1024.jpg 806w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/019LangeWegTonnieIneke-236x300.jpg 236w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/019LangeWegTonnieIneke-768x975.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/019LangeWegTonnieIneke-1200x1524.jpg 1200w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>Maar Anneke, zie jij dat dan niet? Dat kind is doodziek! Kijk eens naar die ogen en die koortswangen.<\/em>(pag.35)<br> <\/p>\n\n\n\n<p><strong>De Vrouwen van de Eerste Huizen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWat\n\u00e9\u00e9n ding betreft kan ik je wel helpen,\u201d zegt Hanna Bosmans. \u201cJullie hadden op\nhet eind van de oorlog wel een schuilkelder in de tuin. Het heeft de hele\noorlog geduurd voor het zover was, als hij thuis was zag je Leo altijd graven.\nIk mag zeggen dat ik hem aardig ken, want ik kom zelf ook uit Gelderland, en hij\nwas niet een van de vlotsten maar wel altijd bezig, meestal met zijn verzekeringen\nen anders in zijn hof.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJa, hij keek nooit op als je\nvoorbijkwam,\u201d zegt de oudste dochter van Meijer met haar zware stem.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cEn als je naar hem riep, keek hij\nmet tegenzin,\u201d zegt Hanna Knietel die heel vlug praat en een beetje sproeit. \u201cAlsof\nhij bang was dat je bleef staan om een praatje te maken. Nou, denk ik dan, ik\nken wel gezelliger mensen om een praatje mee te maken. Maar je wilt toch ook\nniet voorbijlopen zonder iets te zeggen, of wel soms? Dat deed je toch zeker\nniet in die tijd!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cMaar voor jouw tante Josje haal je wel\nwat naar boven,\u201d zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen. \u201cZe vraagt zich af of\njij weet dat ze met haar kinderen nog wel eens naar de krater is gegaan waar de\ntweede onderduikershut is geweest en waar de onpeilbare Duitse officier Jozef\nhandgranaten in had laten gooien. Ja hoor, wel nadat iedereen eruit was. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Over de sfeer in die oorlog zegt je\ntante Josje dat we niet veel op hadden met de Duitsers maar dat er toch meer\nkinderen van Duitsers dan van Canadezen zijn geboren, hoewel die plaatsten de\nnaam hadden. Ze blijft zeggen: zo is het leven. Als het haar dochters geweest\nwaren die een relatie met een Duitse jongen hadden, zou ze erover gepraat\nhebben en gezegd dat het beter was van niet, maar ze zou het niet absoluut\nhebben verboden. We kunnen je trouwens alvast verklappen dat we het trouwboekje\nvan je tante Bet en je oom Toontje hebben gevonden. We lachen ons rot.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Na de oorlog<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>De tegengestelde\nbeweging<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ze\nkwamen uit hun schuilplaatsen te voorschijn. Uit hutten, schuren, van zolders,\nen sommigen uit een geheime plaats in hun eigen huis. En vooral de laatsten deden\neen beetje schutterig en lacherig, alsof ze zich moesten verontschuldigen dat\nze niet verder weggeweest waren en waarschijnlijk niet belangrijk genoeg,\nanders hadden de Duitsers wel serieuzer gezocht. Ze aarzelden eerst nog, de onderduikers,\nen keken veel om zich heen, ze konden niet geloven dat de Duitsers weg waren. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ook kwamen de eerste arbeiders terug\nuit Duitsland en die vertelden dat ze het goed gehad hadden en blij waren niet\nte zijn ondergedoken. Al die spanning! En ze arriveerden vrijwel gelijk met\ndiegenen die maanden eerder tijdens een bombardement van de geallieerden ergens\nin Duitsland ontsnapt waren en nu eindelijk na een lange barre tocht via\nZwitserland, Frankrijk en Belgi\u00eb thuiskwamen, en ze zeiden tegen deze ontsnapten\ndat die maar beter hadden kunnen afwachten, want dat ze dan, net als zijzelf,\ngewoon op de trein hadden kunnen stappen. Zo wist je nooit wanneer je het nu\neigenlijk goed deed. En hier waren degenen die voor de Duitsers gewerkt hadden\nhet volkomen mee eens.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Wij kwamen dus uit onze\nschuilplaatsen. Voor zover we ons schuil gehouden hadden natuurlijk, want de\nmeesten van ons waren gewoon doorgegaan met leven op dezelfde plaats en bijna\nop dezelfde manier als we dat voor de bezetting deden. Bijna&#8230; Want we kropen\ntoch uit onze schulp, we hadden ons onder de Duitsers toch gedeisd gehouden,\nwant je wist het maar nooit met ze. Behalve dan diegenen die partij voor de\nbezetters hadden gekozen, die kropen nu op hun beurt in hun schulp. Kortom, er\nwaren veel tegengestelde bewegingen. De Duitsers trokken weg, in oostelijke\nrichting, terwijl ze opnieuw onze fietsen meenamen, zoals ze dat ruim vier jaar\ndaarvoor gedaan hadden in zuidelijke richting. Maar toen waren er genoeg\nDuitsers achtergebleven om ons onder de duim te houden.<\/p>\n\n\n\n<p>Cor\u2019s\nvrienden kwamen uit de bossen waarin ze zich verborgen hadden gehouden nadat ze\neen paar maanden eerder bij Venlo uit de trein naar Duitsland waren gesprongen.\n<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De Duitse soldaat Weebe, die de\nLange Weg had moeten bewaken maar die ondergedoken was, kroop uit de aardappelkelder\nvan de familie Beentjes en werd als een held onthaald en zou nog jaren met zijn\nvrouw de achterkant van een van de huizen van de familie Beentjes bewonen. Tot\nhij weggepest werd bij de weverij, waarbij degene die op zijn baan uit was niet\naarzelde om het Duits zijn van de heer Weebe en zelfs het Duitse jood zijn van\nmevrouw Weebe in de strijd te gooien. Maar dat is al weer tien jaar na de\noorlog, als Weebe zich van lieverlee genoodzaakt ziet terug naar Duitsland te\nvertrekken.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Burgemeester Van Tuin liet zich,\ntoen hij weer opdook, als een verzetsheld eren omdat hij vlak voor de\nbevrijding was ondergedoken nadat hij de andere vier jaar van de oorlog gewoon\nop zijn post was gebleven en persoonlijk de mensen thuis had opgezocht die\nweigerden mee te doen aan de Duitse Winterhulp. Hij zou nog tot ruim vijf jaar\nna de oorlog burge\u00admeester blijven, zoals hij dat twintig jaar voor de oorlog\nen ruim vier van de viereneenhalf jaar in de oorlog was geweest, en hij zou\nzich weer dezelfde privileges toe-eigenen die hij zich altijd had toege\u00ebigend,\nzoals jagen op tijden waarop en op plaatsen waar dat voor anderen verboden was\nen zoals met zijn motor over het betonnen fietspad rijden omdat dat minder hobbelde\ndan over de keien van de Lange Weg.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Tegengestelde bewegingen dus. De\nDuitsers weg en wij die te voorschijn komen en de Canadezen die onze huizen,\ndanszalen en meisjes binnendringen, zoals sommigen van onze jongens,\nongetwijfeld jaloers, het uitdrukten. Zo was daar het meisje uit de woning die\naan de jongensschool was gebouwd, dat daar jarenlang ziek achter het raam aan\nde straatkant had gelegen en waar nu de ene Canadees na de andere door het open\nschuifraam naar binnen kroop, recht in het bed en onder de lakens. Waar het\nmeisje wonderbaarlijk van opknapte, zo zelfs dat het een stevige stoere meid\nwerd die trouwde en in de grote tuin achter de school met groot gemak spreeuwen\nschoot en zonder boe of bah een Vlaamse gaai neerhaalde, iets wat ze\nongetwijfeld ook van de Canadezen had geleerd. En de vader die altijd met de\nschooljongens overhoop lag, al was het maar over een bal in zijn tuin, en die\nmet Leo Weels op de bouw van het klooster heeft gewerkt en ook uit Gelderland\nkomt en zich daarom misschien wel een beetje vreemd uitdrukt, werd stie\u00adkem\nuitgelachen als hij over zijn dochters sprak als zijn \u2018zeven reine leli\u00ebn\u2019.\nMaar niemand lachte hem uit toen een van zijn \u2018zeven reine leli\u00ebn\u2019 zich\nverdronk in de Dommel, want zoiets wens je geen enkele ouder toe. Wel was men\nvan mening dat de oudste jongen in huis, die volgens velen van onduidelijke\nafkomst was, als een soort slaaf werd behandeld en vond men het ongehoord dat\nhet wonderwel opgeknapte zieke zusje, dat dus eerst sloom en wezenloos was en\nnu actief en bazig, hem met de windbuks door zijn pet schoot. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar dit laatste terzijde. Ook Cor heeft dus zijn onderduik\u00adadres bij boer Spek kunnen verlaten.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Josje<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ferrie\nis er op de dag dat de Engelse tanks over de Lange Weg het dorp binnenkomen al\nvroeg met mijn fiets vandoor. Hij wil zoals gewoonlijk overal tegelijk zijn.\nHij eet ook alles achter elkaar en door elkaar wat de bevrijders hem aan\nchocola, ander snoep en blikvoedsel toewerpen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDaar ben ik mooi klaar mee,\u201d zeg\nik. \u201cEn je stinkt ook nog,\u201d zeg ik. Mijn hele fiets zit onder, het is zo dun\ndat het door zijn broekspijpen op de trappers en de kettingkast is gelopen. Zo\nkomt hij thuis. En als alles schoongemaakt is, gaat hij er opnieuw met mijn\nfiets vandoor en heb ik mijn fiets nooit meer teruggezien. Ik verdenk hem ervan\ndat hij hem verpatst heeft, zoals hij de aansteker die ik van Cor heb gekregen\nook verpatst heeft. Maar ik kan nooit lang kwaad blijven op mijn jongste broer,\nwant hij is nu eenmaal zo.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij was al zestien en ik twaalf toen\nwe uit Gelderland naar Brabant kwamen en toch had ik het idee dat ik voor hem\nverantwoordelijk was, altijd op hem moest letten. Natuurlijk was ik het niet\nalleen, er was ook Ria van veertien en ook Leo, die al een paar jaar eerder\nnaar Brabant was vertrokken en bij ons kwam wonen tot hij met Anneke trouwde.\nHarry ging toen net in militaire dienst.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik zie ons nog met onze ouders in\ndie oude vrachtauto stappen die mijn broer Peer, die erg handig was, had opgeknapt.\nPeer, die al getrouwd was, bracht ons ook, met ons hele hebben en houden, veel\nstelde het niet voor. Als laatste sprongen de honden op de auto.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; We kwamen in een leegstaand\nsigarenfabriekje aan de Lange Weg te wonen, de Gender liep er vlak achter en de\nratten schoten weg op de binnenplaats. Het was maar voor kort, we kregen al gauw\neen huis in de Kerkstraat, maar na een paar jaar trokken we in dit huis aan de\nLange Weg naast het voormalige sigarenfabriekje waarin ondertussen al weer\nandere Gelderlanders woonden. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; In de Kerkstraat had Leo een\nkamertje waar hij de administratie van zijn verzekeringswerk deed. Hij heeft de\ndeur op slot. Moeder staat voor de deur te smeken om haar wat van het verzekeringsgeld\nte lenen voor het huishouden.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cLeo?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJa, wat is er nou weer!\u201d Hij\nweigert zoals altijd, doet de deur niet open. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cVerrekte kerel,\u201d zegt moeder en\nsloft weer weg. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Moeder had altijd geld nodig, maar\nals ze dan een worst of een brood had gekocht, gaf ze die ook meteen weer weg.\nEen buurmeisje dat door een ziekte erg dik was, kreeg wel eens wat en Leo zei\ndan: \u201cMoet jij die dikke nog dikker maken?\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Mijn moeder was veel te goed. Ik mis\nhaar nog steeds en moet nog vaak aan haar dood denken. <\/p>\n\n\n\n<p>Harry\nzagen we in de oorlog niet vaak thuis. Hij moest in verband met de\narbeidsdienst uit handen van de Duitsers zien te blijven, hij zat een tijd\nondergedoken in Drenthe, terwijl Cor en zijn broer uit Drenthe juist weer hier\nin Brabant ondergedoken zaten. Harry slachtte illegaal bij de boeren in de\nomgeving. Tot het fout ging en hij in concentratiekamp Vught terechtkwam. Of\nhij daaruit ontsnapt is of dat ze hem hebben vrijgelaten, weet ik niet, hij\nkwam er in ieder geval vel over been uit. Nu is hij druk met het opbrengen van\ncollaborateurs. Als hij thuis komt, moet een van ons aardappelen voor hem\nbakken, want hij eet niets anders dan gebakken aardappelen, nauwelijks vlees.\nVreemd voor een slager, zou je zeggen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik maak me weer eens ongerust over\nFerrie. Hij reed eerst rond in een Rode Kruiswagen. Goed, dat is zijn werk.\nMaar nu heeft hij het voor elkaar dat dokter Wouters in de Rode Kruiswagen\nrijdt en hijzelf in de auto van de dokter. Zo schijnen ze allebei goedkoop aan\nbenzine te kunnen komen. En Ferrie vindt het natuurlijk prachtig in een luxe\nauto te kunnen rijden. Maar dat is niet waar ik me het meest ongerust over\nmaak. Hij is stapelgek op een mysterieuze vrouw die opeens is opge-doken en die\nalleen Engels spreekt en van iedereen geld leent. En nu willen ze nog gaan\ntrouwen ook. Het ergst vind ik nog dat ze zo vaak bij ons op de meisjeskamer\nblijft slapen. Ik vertrouw haar voor geen cent.<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cWat\nben je onrustig,\u201d zeg ik. \u201cEen vrouw van de wereld als jij.\u201d Ik praat Engels\nmaar slecht Engels, eigenlijk gooi ik er alleen maar zo nu en dan een woordje min\nof meer Engels tussendoor, zoals iedereen van wie ze geld geleend heeft en die\nze toch heel goed duidelijk heeft kunnen maken wat ze wil. En ze verstaat me\nprima, weet ik, al doet ze net of ze niets verstaat als we onder elkaar praten\nen dat woordje Engels er niet tussendoor gooien.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201c\u2019t Is vast niet je eerste huwelijk,\u201d\nzeg ik. \u201cWaarom moet jij nou nog zenuwachtig zijn? \u2019t Is maar met een\nboerenpummel dat je vandaag trouwt. Wil je soms helpen om alles voor de plechtigheid\nin gereedheid te brengen? Nou, dat is al lang voor elkaar hoor. De rode loper\nligt al vanaf het hotel dwars over straat naar de kerk aan de overkant. Moet je\nsoms ergens anders voor weg?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Dan zegt mijn zus Ria: \u201cIk ben het\ndie weg moet. Ik moet naar de mis maar ik kan niet want ik heb vreselijke\nbuikpijn.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJe hebt straks meer dan mis genoeg,\u201d\nzeg ik, \u201cals deze deftige dame hier met onze onnozele broer in het huwelijk\ntreedt. Dat wordt een plechtigheid waar dat vroegmisje van jou niet tegenop\nkan.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJe begrijpt het niet,\u201d zegt Ria. \u201cDie\nmis straks is er een voor haar en onze broer. Die van nu is er een speciaal\nvoor mij, een Maria-mis. Ik heet Maria, weet je nog?\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cZal ik voor jou gaan?\u201d zegt de\ndeftige Engelse dame gretig. \u201cIk kan op zo`n dag wel wat extra gebeden\ngebruiken.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze zegt het in het Engels en wat\nsimpeler, we begrijpen het prima. Zowel zij als mijn zus gaan elke dag naar de\nkerk, mijn zus lijkt geen betere vervangster te kunnen treffen. En zo geraakt\nde aanstaande bruid toch de deur uit en leent in de gauwigheid even mijn hoed\nen sjaal.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar\neen paar maanden later vind ik haar, de Engelse spionne zoals ze wordt genoemd,\n\u00e9n mijn hoed en sjaal terug op het politiebureau. Ze ziet er goed uit, slank,\nen ze spreekt nu opeens vloeiend Nederlands. Ik sta daar samen met ons\nmelkboertje in zijn grijze melk-boerenjasje en op zijn klompen, van hem heeft\nze namelijk ook geld geleend. Ik ben een van de weinigen van wie ze geen geld\ngeleend heeft, alleen maar een hoed en een sjaal. Waarom ben ik daar dan? Toch\nniet voor die hoed en sjaal. Ik had gehoord dat ze in Amsterdam was opgepakt en\nin Eindhoven vast zat wegens oplichterij. Ik wilde haar gewoon eens zien in\nhaar huidige situatie en haar nog eens vertellen dat ik haar nooit had\nvertrouwd en dat ze mijn broer Ferrie lelijk had laten zitten maar dat dat mij\nniks had verbaasd. Ik was weer eens uit op sensatie, denk ik. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cBad boy,\u201d zegt ze als ik over\nFerrie begin. Het heeft wel iets, vind ik, zoals ik daar sta met die\noplichtster die het allemaal lichamelijk geen kwaad lijkt te hebben gedaan en\ndat melkboertje dat nog een keer zegt: \u201cEn mijn geld?\u201d maar ook wel begint te begrijpen\ndat hij er naar kan fluiten. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Vooraanstaande Philipsmensen waren\nerin getrapt, dus niet alleen onze familie en mensen uit het dorp. Mijn broer\nHarry die op collaborateurs en spionnen jaagt was er ingetrapt. Zelfs mijn\nzwager in Gelderland, die net als mijn broer Leo in verzekeringen doet maar op\neen heel andere manier, en die al heel wat mensen een verzekering heeft aangesmeerd\ndie ze niet nodig hebben en die bovendien niet van de borsten van zijn\nschoonzusjes kan afblijven. De halve Lange Weg had geld aan haar geleend en we\ngingen met zijn allen naar het Engelse consulaat om dat geld terug te halen.\nVeel meer dan de informatie dat ze de identiteit had aangenomen van een Engelse\nvan adel waarmee ze in de cel had gezeten, kregen we niet. Maar ik vond het\nheel interessant, nu begreep ik hoe ze aan die documenten kwam. Ze kreeg extra\nvoedselbonnen, met een stempel van het consulaat. Ze zou een erfenis uit\nEngeland krijgen, had ze iedereen verteld, maar eerst moest ze nog\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik had wel te doen met Ferrie.\nHoewel ik hem vaak had gewaarschuwd. Hij huilde en jammerde toen ze niet terugkwam\nuit de kerk. Hij had alles betaald. Daar stond de hele familie op haar paasbest\nbij de rode loper die dwars over de weg vanaf het hotel tot aan de kerkdeur\nlag. Ferrie ging zoeken bij de Dommel, hoewel we hoorden dat iemand haar in een\nauto had zien stappen. Een ongeluk, een vermissing, zelfmoord? Wij zoeken\naltijd bij de Dommel, dat schijnbaar onschuldige riviertje, maar dat op enkele\nplaatsen venijnig diep schijnt te zijn, om over de levensgevaarlijke\ndraaikolken in sommige bochten maar niet te spreken. Ook toen Ferrie gehoord\nhad dat ze gearresteerd was, zei hij nog steeds van haar te houden, van zijn\ngeliefde die met haar ogen dicht typte en zeven talen kende. Maar geen Nederlands\nin de tijd dat ze bij ons thuis kwam. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik moet er wel om lachen. Zoals ik\nal zei: het meest last heb ik nog gehad van het feit dat ze altijd bij ons op\nde meisjeskamer moest slapen als Ferrie haar mee naar huis nam. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ferrie is er trouwens ook al\noverheen, hij bracht gisteren achter op de motor vanuit Nijmegen een meisje van\nzeventien met een heel kort rokje mee naar huis. Daar gaat hij nu, op zijn\nnegenentwintigste, mee trouwen, zegt hij. Ze heeft al bij ons op de\nmeisjeskamer geslapen. <\/p>\n\n\n\n<p>Nu de oorlog voorbij is, blijkt het toch allemaal niet\nzo eenvoudig, voor mij en voor mijn zus Ria tenminste. Voor Ferrie wel, voor\nhem was het leven altijd simpel geweest. Hij trouwt binnen de kortste keren met\nhet meisje van zeventien met het korte rokje waar iedereen het over had: hoe ze\nzo achter op de motor en bij ons op de divan durfde zitten!<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDat kan toch niet!\u201d Ria is me\nachterna gelopen naar de keuken. \u201cJe kijkt door haar keelholte weer naar\nbuiten.\u201d Ze is een beetje vroom en een beetje preuts, mijn zus Ria.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cIk kan me er niet druk over maken,\u201d\nzeg ik, \u201cwij kunnen er toch wel tegen? En ik kan me niet voorstellen dat Ferrie\niets ziet dat hij al niet eerder gezien heeft, en wat betreft vader: gun die\nouwe ook eens wat!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cIk geef die twee zes weken,\u201d zei\neen buurvrouw die er kijk op had. En inderdaad trouwen ze binnen een paar\nmaanden, maar Ferrie is ook al negenentwintig en dan heb je geen zin om lang te\nwachten, ook al is zij pas zeventien. De baby is een meisje.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Voor w\u00edj trouwen wil Cor katholiek\nworden. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cTwee geloven op \u00e9\u00e9n kussen, daar\nslaapt de duivel tussen,\u201d zegt de pastoor. Maar als ik dan zeg: \u201cO, dan word ik\nmaar niks of protestant\u201d &#8211; ik weet niet eens wat ze bij Cor thuis eigenlijk\nzijn &#8211; dan is dat ook weer niet goed, het mag blijkbaar maar \u00e9\u00e9n kant op\ngebruikt worden. Voor mij hoeft het niet, voor mij mag hij blijven zoals hij\nis, maar katholiek worden maakt het trouwen en de discussie in de familie wel\neenvoudiger. Er gaat wel weer een tijd overheen voor Cor genoeg weet over het\ngeloof om toegelaten te worden. Nou, als ze mij al die dingen zouden vragen,\nzou ik ze ook niet weten, dus wat doet die pastoor nou allemaal moeilijk. Het\ngaat er toch om hoe je vanbinnen bent, of niet soms?<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het is dus allemaal niet zo\neenvoudig. Als ik trouw en het huis uit ga, blijft Ria achter om voor vader en\nhet huishouden te zorgen, terwijl zij ouder is en dus eigenlijk het eerste\nrecht heeft om te trouwen. Maar ze wil voor het zover is nog wat van het leven\ngenieten, ze vindt dat ze daar in de oorlog te weinig kans voor heeft gehad. En\nvoor de oorlog was het crisistijd en zijn we van Gelderland naar Brabant\nverhuisd net toen zij de leeftijd begon te krijgen om uit te gaan. Nee, Ria wil\nnog een poosje lekker gaan dansen, ze is gek op jongens met zwart haar.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; We gaan altijd samen, zeker als we\nnaar de stad gaan. Het zijn nu allemaal Engelsen en Canadezen in de danszalen.\nEen Canadees blijft maar \u201cPrommes?\u201d aan me vragen. Ik versta er niks van. Ik\nvraag aan iemand wat \u201cprommes?\u201d betekent. Dan begrijp ik dat ik had moeten\nbeloven dat hij me zou terugzien. Cor komt daar ook wel, maar vaak wat later.\nMet hem dans ik ook, maar het gaat toch niet zo goed als met sommige anderen.\nIk houd er vooral van om met jongens die dat goed kunnen de Engelse wals te\ndansen.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Engelse wals mocht je in de oorlog\nniet zeggen, je moest zeggen: langzame wals. Maar je versprak je natuurlijk wel\neens. Ook liet ik me wel eens iets ontvallen als \u201cDie rot\u00admof!\u201d en dan stond er\nweer zo eentje naast je met een speldje achter zijn revers. De Duitse soldaten\nsloegen gretig, nee niet met knuppels, dat deden ze wel bij andere soldaten of\nbij dronken Nederlanders die de boel op stelten zetten. Nee, het liefst met de\nvlakke hand tegen je kont, dat deden ze graag, dat vonden ze zeker lekker. Och,\ndacht ik dan, het is maar tegen mijn kont, dat gaat wel weer over. Ik hield er\nnu eenmaal van om een grapje te maken en streken uit te halen. Ria was altijd\nal serieuzer, maar ze lachte meestal wel als ik iets uithaalde. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Je kon alleen in het begin van de\noorlog nog in het patronaat dansen. Daar dansten ook Duitse soldaten die in het\npatronaat of bij de mensen thuis ingekwartierd lagen. Ik kwam er een Duitser\ntegen die iemand kende uit mijn geboortedorp aan de Duitse grens en die me eten\nbezorgde. Maar daar kregen Ria en ik ook de naam dat we niet met Duitsers\nwilden dansen. Terwijl we alleen maar geweigerd hadden omdat we net hadden\nafgesproken om de volgende dans samen te doen. We dansten vaak samen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar dat dansen was alleen in het\nbegin van de oorlog. Daarna kon je alleen nog in Duitse gelegenheden terecht en\ndaar wilden we niet naar toe. Hoewel ik me voor de rest niet zo bewust was van\nwat er allemaal gebeurde, ik hield meer van flauwekul maken. Ik had het bijvoorbeeld\nniet door wat het betekende toen de Duitser Knal, die bij ons ingekwartierd\nwas, zei dat er iets gebeurd was op het vliegveld en eraan toevoegde: \u201cSo ein\nganz kleiner Judenbengel hat Steine gewor\u00adfen.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; V\u00f3\u00f3r de oorlog ging ik nog niet\ndansen. Vader liet me niet gaan. Bovendien zag ik er een stuk jonger uit dan ik\nin werkelijkheid was. Dus dansen was er jarenlang niet bij geweest. Je kwam als\njongere in de oorlog wel bij Leens Cafetaria. Dat was waar ik voor de deur door\nde zoon van de geitenboer, net als zijn vader een NSB\u2019er, in elkaar was geslagen.\nBij de bevrij\u00adding heeft mijn broer Harry die bij de PAN, de partizanen, was,\nde geitenboer opgehaald, deze kwam net met een koe uit de wei. Harry heeft veel\ncollaborateurs opgebracht en waar\u00adschijnlijk daarom dacht vrouw Nieuwenhuis dat\nhij ook de hand had gehad in de arrestatie van haar man. Ze riep: \u201cBe\u00addankt,\nhoor!\u201d toen hij voorbij fietste. <\/p>\n\n\n\n<p>\u201cNiks te danken!\u201d riep hij terug, maar hij wist niet\nwat zij bedoelde. En ook ik had Nieuwenhuis niet aangegeven, hoewel hij op het\nvliegveld voor de Duitsers had gewerkt en mij bij de fietstocht naar het werk\nin de stad vaak getreiterd had met de superioriteit van de Duitsers en zich\nNeuenhaus noemde en mij bij de bevrijding een kunstje had geflikt. Ik zou dat\nnooit doen, een vader van zo`n groot gezin, met al die kinderen thuis, ik kan\ner wel om janken als ik eraan denk. Nee, ik zou zoiets nooit doen. En Harry ook\nniet. Bovendien was een van de zoons van Nieuwenhuis zelf bij de PAN.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar\nnu kunnen we volop dansen, Ria en ik, we gaan de danszalen af en genieten. Nu,\nal boven de vijfentwintig, zijn we eindelijk jong. Cor en ik kunnen nog niet\ntrouwen en Ria wil nog geen verkering, laat staan dat ze wil trouwen. We\ngenieten van onze jeugd, van onze lichamen. Ria loopt op zeer hoge hakken, ik\nheb dat nooit goed gekund, dus doe het met wat minder. Het is de tijd van\njurken met blote schouders, van de dunne schouderbandjes, soms wel drie paar,\nvan je jurk, je onderjurk en je bustehouder. BH zei je toen nog niet. Tijdens\nhet dansen vallen de bandjes van je schouder. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cBandenpech!\u201d grappen de jongens. We\nwillen onze okselharen scheren, maar we weten dat vader dat niet goed zal vinden.\nBovendien schijnt het erg ongezond te zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Twee jaar lang genieten we.\nNatuurlijk, we gaan ook naar ons werk en doen het huishouden, zorgen voor\nvader, en gaan helpen bij onze broers en zusters als er kinderen worden geboren.\nDat zijn er veel in die eerste jaren na de oorlog, dat is bekend. En wij waren\nthuis al met ons tienen. Ik blijf meestal in de buurt, zoals bij Anneke en Leo\nen bij Harry en zijn vrouw Mia. Ria zit vaak wekenlang in Gelderland. Maar ze\nprobeert toch in de weekeinden thuis te zijn en dan gaan we op stap.<\/p>\n\n\n\n<p>De\npret is opeens voorbij als ik zwanger raak. Van \u00e9\u00e9n keer! Natuurlijk was het al\ndie jaren niet makkelijk geweest, zeker voor Cor niet toen ons huwelijk steeds\nuitgesteld werd, maar we hadden het nooit gedaan. Tot er iets in Cor zijn\nfamilie gebeurde waardoor hij erg in de put zat, wekenlang. Toen heb ik hem\nwillen troosten. Met het bekende gevolg. Het zou nog niet zo erg geweest zijn\nals niet heel de familie er doodziek van was geweest. Cor krijgt van iedereen\nte horen: hoe heb je dat nu kunnen doen! En hij begint dan steevast te huilen.\nKortom, een drama omdat iedereen het zo opklopt. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het slaat ook over op mij. Het is\nlente, maar geen vrolijke lente. Het groen is overal onbeschaamd opgeschoten,\nhet is veel te fel groen, bijna blauw. Ik heb een hekel aan mijn lichaam. Ik\nverafschuw mijn eigen geur. Ik haat het schaamhaar dat uit mijn directoire\nkrult. Wat een naam, directoire, bah, ik kan er niet om lachen. Ik zweet, natte\nslierten onder mijn oksels. Vooral haat ik mijn dikke buik. Hoe heeft het zover\nkunnen komen!<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik zit bij Cor achterop de fiets en\nwil eraf springen, recht onder de vrachtwagen die aan komt rijden. Cor voelt\nhet en pakt mijn arm vast. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cNiet doen,\u201d zegt hij, \u201cik kan je\nniet missen, we komen hier samen doorheen.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Vanaf dat moment ben ik er eigenlijk\noverheen. Het zijn niet wijzelf, denk ik, die er mee zitten, het is wat we ons\ndoor anderen aan laten praten. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Alleen juist de preutse en vrome Ria\nheeft me al die tijd gesteund. Maar door al het gedoe, eerst Ria die eigenlijk\nv\u00f3\u00f3r mij zou moeten trouwen maar liever nog wat van haar jeugd wil genieten,\nvervolgens de voorwaarde dat Cor eerst een volwaardig katholiek moet worden, is\nons huwelijk wel erg lang uitgesteld. Dan komt ook nog mijn vader te\noverlijden. Tien dagen na zijn dood trouwen we dan eindelijk. Drie maanden\nlater krijgen we een flinke dochter.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als er nog iemand in het Dorp Aan de\nLange Weg is die niet weet dat ons huwelijk een moetje is, dan weet die het nu.\nWant als onze dochter geboren wordt, komt burgemeester Van Tuin &#8211; ja, hij nog\nsteeds &#8211; haar huldigen, is er feest en natuurlijk een wielerwedstrijd, want ons\nkind is de tienduizendste inwoner van de gemeente. Hiephiephoera!<\/p>\n\n\n\n<p>En\neigenlijk valt er hierna over mij niet meer zoveel te vertellen. Ik krijg in\nvijftien jaar elf kinderen. Cor is een ideale, ge\u00ebmancipeerde echtgenoot, al\nvoordat dat woord bestond. We hadden geen kind minder willen hebben. Iedereen\nblijft gezond en we lachen erg veel in ons grote gezin.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het drama waar ik het nog over wil\nhebben begint in Gelderland, ruim een jaar na de geboorte van mijn eerste kind.\nRia is in huis bij een van onze zussen die een baby heeft gehad. Die zus\noverlijdt aan trombose, tien dagen na de geboorte. Trombose? Iedereen krijgt\ntrombose, wie overlijdt er nu aan trombose! Ik ben woedend. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ria blijft plichtsgetrouw het\nmoederloze gezin van zes kinderen ondersteunen. Zo nu en dan komt ze een weekeind\nnaar huis om op adem te komen, huilt bij mij uit en gaat met lood in de\nschoenen terug naar Gelderland. Haar jeugd is voorbij en de jongens met zwart\nhaar zijn volkomen uit beeld. Toch hoopt ze de eerste jaren nog dat, als de\nkinderen wat groter zijn, ze weer haar eigen leven kan gaan leiden, want\nnatuurlijk houdt ze van die kinderen die ze nu grootbrengt maar toch\u2026 <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze helpt jarenlang zo plichtsgetrouw\ndat haar zwager bij wie ze in huis is gaat denken dat ze het voor hem doet.\nOntkennen helpt niet, hij is ervan overtuigd dat hij helemaal aan haar wens\nvoldoet als hij haar ten huwelijk vraagt. Na maanden huilen tijdens de\nweekeinden in Brabant stemt ze toe.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"1024\" height=\"993\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3-1024x993.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-689\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3-1024x993.jpg 1024w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3-300x291.jpg 300w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3-768x744.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3-1200x1163.jpg 1200w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/012LangeWegVrouwen3.jpg 1699w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 1362px) 62vw, 840px\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\"><br><em>Als je over de Lange Weg schrijft, kun je niet heen om de Vrouwen van de Eerste Huizen.<\/em>(pag.18) <\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Nog kan ik in janken uitbarsten van medelijden als ik eraan denk hoe op haar eenendertigste het leven met mijn zus aan de haal is gegaan. Ze sterft op haar twee\u00ebnvijftigste. <br> <\/p>\n\n\n\n<p><strong>Anneke<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Tonnie\nheeft haar eigen ledikantje moeten meenemen naar het sanatorium in Tilburg. Er\nis nog aan vanalles gebrek, ook aan bedden. Leo had het al van tevoren met de\nlijnbus meegegeven, dat wil zeggen eerst uit elkaar gehaald en dan de bodem en\nde poten en de kanten op elkaar gelegd en op zijn precieze manier met touwtjes\naan elkaar gebonden. En de chauffeur kreeg behalve de normale vrachtprijs ook\ninstructies waar hij het af moest geven en bovendien een fooitje. Leo keek de\nbus na, eigenlijk vond hij dat hij er zelf bij moest blijven wilde het allemaal\ngoed gaan. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De volgende dag stapten wij zelf met\nTonnie en twee kartonnen koffers op de bus. Ze was wel normaal aangekleed en\nkon ook wel lopen maar ze moest toch veel gedragen worden, ze was gewoon te\nziek.<\/p>\n\n\n\n<p>En\nik sjouw met Jantje en Rietje, die anderhalf jaar na hem geboren is en Hennie\ndie weer anderhalf jaar daarna geboren wordt, steeds naar het consultatiebureau\nin het patronaat. Niet alleen voor de normale controle op gewicht en de prikken\ntegen pokken en mazelen, maar steeds weer om te laten constateren dat geen van\nde andere kinderen tbc heeft. Hoewel ze er wel mee in aanraking zijn geweest,\nwant het kruisje op hun arm wordt een grote rode vlek, een bult zou je het\nzelfs kunnen noemen, want het oppervlak is duidelijk verhoogd. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar dat is een goed ding, leg ik\naan iedereen uit, die kleine besmetting, want daardoor kunnen mijn kinderen\nnooit van hun leven meer tbc krijgen. Je kunt die kleine besmetting eigenlijk\nbeschouwen als een inenting tegen tbc, zoals die prikken tegen mazelen en\npokken\u2026 als de vrouwen begrijpen wat ik bedoel. Zodat het rood opgekomen\nkruisje bij mijn kinderen eigenlijk beter is dan het niet opgekomen kruisje bij\nandere kinderen. Want het niet opgekomen kruisje wil weliswaar zeggen dat die\nkinderen geen tbc hebben, maar dat is maar een momentopname, dat is geen enkele\ngarantie dat ze het niet elk moment kunnen krijgen. Wat niet wil zeggen, zeg\nik, dat een opgekomen kruisje altijd iets goeds is, natuurlijk niet, maar in\nhet geval van mijn kinderen wel, snappen jullie? zeg ik.<\/p>\n\n\n\n<p>Leo\nis nu nog meer van huis. Er is geen avondklok meer die er voor zorgde dat hij\nmeestal voor die tijd thuis was, bovendien gaat hij een keer per week op de\nfiets naar het sanato\u00adrium in Tilburg. Dat kost een hele dag en die moet voor\nzijn verzekeringswerk natuurlijk ingehaald worden. Hij zegt zelfs dat het\neigenlijk niet in \u00e9\u00e9n dag kan, want dat de tijd dat hij bij Tonnie kan zijn dan\nniet de moeite waard is. Daarom blijft hij het liefst bij zijn neef in\nHilvarenbeek slapen. Maar ik weet dat hij, als hij alle tijd van de wereld zou\nhebben dat ook zou doen, want die neef is een van de weinigen waar hij goed mee\nkan opschieten. Dus laat hij zich de gelegenheid niet ontnemen om daar eens een\navondje te zitten ouwebetten.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik kan niet rondkomen van het geld\ndat hij verdient met de verzekeringen, ook al hebben we groente en fruit uit\neigen hof. Een kind in het ziekenhuis kost ook extra. Elke zondag gaan we samen\nmet de bus die kant op. We hebben dan wel kippen en een paar konijnen, de\nkruidenier en de slager moeten toch betaald worden, al mag ik dat \u00e9\u00e9n keer per\ndrie maanden van de kinderbijslag doen. Leo heeft totaal geen besef wat dingen\nkosten. Hij telt zijn geld van de verzekeringen en begrijpt niet dat het niet\nveel voorstelt tegenover wat er allemaal in een gezin als dat van ons wordt\nuitgegeven. Hij noemt prijzen en zegt: \u201cDat kan goed een hele gulden kosten\u201d,\nterwijl het dan bijvoorbeeld wel vier keer zoveel is geweest. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar nu hebben ze hem een varken\naangepraat. Hij heeft het alleen nog maar over zult en spek en balkenbrij zoals\nze dat vroeger bij hun thuis hadden. Hij vertelt wat ze volgens mij tegen hem\ngezegd hebben: \u201cJe hebt toch een hof met groente en fruit en daarvan allerlei\nafval. Rot fruit en rotte aardappels eet het ook, dat vindt zo \u2018n beest juist\nlekker! En die kinderen laten toch ook eten staan wat anders maar wordt weggegooid.\nNou, dat eet dat varken allemaal, dat is een soort vleesmachine. Dat etensafval\nstop je erin en binnen een jaar krijg je er worst en ham en spek voor terug. In\n\u00e9\u00e9n jaar! Wat wil je nog meer! Aan de slager zul jij niet veel geld meer\nuitgeven.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cJe hebt trouwens een broer die het\nvarken kan slachten,\u201d hebben ze tegen hem gezegd. \u201cEn je zusters zullen je\nhelpen om het om te zetten in worst en vlees. Het hoeft allemaal niks te kosten.\u201d\n<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik weet het niet: kippen, konijnen,\nweer een varken erbij. Dat moet toch ook allemaal eten gegeven worden, en wie\nmoet dat doen en wanneer? <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Neem nou het omkeren van de\ngranieten drinkbak van de kippen. Dat moet, want het water is na \u00e9\u00e9n dag\nmodder. Die bak moet je optillen en dan omkieperen. Hem langzaam laten zakken,\ndat lukt je niet, daar is hij te zwaar voor. Maar als hij een beetje ongelukkig\nuit je handen glijdt, krijg je met een enorme plets de moddergolf recht tegen\nje aan, midden in je gezicht, om het over je kleren maar niet te hebben. En dan\nmoet het ding weer worden teruggedraaid. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Wie plukt het gras voor al die\nbeesten? De mensen in de buurt die wat handiger zijn snijden het gras, soms\nzelfs met een sikkel. Maar voor een scherp mes hoef je bij ons niet aan te\nkomen, laat staan dat we een sikkel hebben. Zelf is hij er door de week niet\nvoor het donker is. Ik ken wel een paar mensen met een varken, we zouden heus\nniet de enigen zijn, maar ik ken nog meer mensen zonder varken. En waarom\nmoeten wij nou net weer bij degenen m\u00e9t een varken zijn? God-zal-me-laze\u00adren! <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Al die beesten die gevoerd worden\ntrekken toch ook weer ongedierte zoals ratten aan. En die hebben we al genoeg\ngehad of hebben we misschien nog wel. Ik zie hem nog op het hooi\u00adschelfje boven\nde schuur bezig, helemaal buiten zichzelf, een kop zo rood als vuur, aan de\nriek in zijn hand een bloedende rat van een halve meter groot. Ze piepten, nee\ngilden, die beesten, en renden alle kanten op, sprongen naar beneden, waar ik\nop mijn beurt begon te gillen. En al heeft hij er dan een stuk of vier aan de\nriek gestoken, waar zijn degenen gebleven die ontsnapt zijn? Ik geloof er niks\nvan dat er \u00e9\u00e9n kat in de buurt is die zo`n beest aan kan. Die zitten gewoon te\nwachten om terug te komen. Als ze er al niet zijn. Hij klimt heus niet elke\nweek op de hooischelf met gevaar van er doorheen te vallen. Ik vind het maar\nniks al die beesten met die kleine kinderen, ik heb al genoeg te prakkiseren\nmet Tonnie die moet worden geope\u00adreerd. Maar maak hem dat maar wijs.<br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"806\" height=\"1024\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/015LangeWegOpaS-806x1024.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-687\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/015LangeWegOpaS-806x1024.jpg 806w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/015LangeWegOpaS-236x300.jpg 236w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/015LangeWegOpaS-768x975.jpg 768w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2019\/09\/015LangeWegOpaS-1200x1524.jpg 1200w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p><em>\u2026zijn hoofd met de hoekige hoge platte\npet geheven, zijn pijp als een scepter in zijn hand.<\/em>(pag. 68)<br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Bet <\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Haar\nvader overleed toen ze heel jong was, haar moeder hertrouwde al gauw en kreeg\nnog vier dochters. Maar geen zoon die de smederij kon voortzetten. Daarom\nzouden ze naar Sas verhuisd zijn. Maar zij heeft altijd gedacht dat het om haar\nwas. Dat haar stiefvader zich schaamde om wat haar was overkomen. Hij was een\nerg trotse man met een tot op het laatst kaarsrechte rug, zijn hoofd met de\nhoekige hoge platte pet geheven, zijn pijp als een scepter in zijn hand.<\/p>\n\n\n\n<p>Het\ngaat goed met ons nadat ik zo moeizaam na het bombardement uit de kelder\ngekropen ben. Behalve met mijn been dan.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; In het begin is nog bijna alles op\nde bon. Maar de mensen beginnen toch langzaamaan wat geld te krijgen. In ieder\ngeval voor hun eerste levensbehoeften. En daarvoor kunnen ze bij ons terecht.\nVan \u2019s morgens voor zevenen tot \u2019s avonds na elven.<\/p>\n\n\n\n<p><em>Het hoofddoel van het huwelijk is:\nkinderen voor God voort te brengen en christelijk op te voeden<\/em>, staat er in mijn trouwboekje, en daar heb ik me aan\ngehouden. Ik ben ervan overtuigd dat ze allemaal, van het eerste tot het\nlaatste, christelijk opgevoed zijn. Ook al had ik dat bij het eerste niet zelf\nin de hand.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar er staat ook: <em>De vrouw moet aan den man onderdanig zijn in\nalles wat goed en eerbaar is en de man moet door echt christelijke liefde dien\nplicht veraangenamen. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Dat was iets waar ik wel wat op had\naf te dingen. Toontje is geen kwaad mannetje en ik ken hem, vooral vanaf het\nmoment dat we het winkeltje van zijn moeder Liesbetje overnamen, als een harde\nwerker die heel wat bereikt heeft, maar hij heeft zo zijn streken, en bovendien\ndoe ik ook mijn werk. Ik krijg de kinderen, breng ze groot, zorg voor het huishouden\nen help zoveel mogelijk in de winkel. Dus onderdanig aan mijn man, nou nee. Hij\nmag me er wel eens mee plagen en ik wil ook wel de reactie geven die hij wil\nuitlokken, maar dat is het dan. <\/p>\n\n\n\n<p>Er\nwaren ook tegenslagen. Met de brouwerij bijvoorbeeld. Ach, het was gewoon een plek\nin de stal waar een bottelmachine stond. Maar het werd toch een groot succes.\nWe moesten ermee stoppen omdat de mensen die handige kleine smalle\nbeugelflesjes die Toontje speciaal had laten maken niet terugbrachten. Ze\ngebruikten die om bijvoorbeeld thee mee naar het werk te nemen. En Toontje had\ngeen statiegeld willen vragen. Zo moesten de mensen de prikkellimonade die ze\nzo lekker vonden missen door hun eigen kortzichtigheid.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; En er was natuurlijk jaloezie. En\nniet alleen van de winke\u00adlier verderop, op het pleintje. Er werd geroddeld. De\nkruide\u00adnierswaren die met paard en kar werden bezorgd, zouden naar vis smaken.\nTerwijl we verdomme de hele vrijdagavond schrobden en boenden om de kar proper\nte hebben voor de kruidenierswaren op zaterdag. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als de mensen kwaad willen vertellen,\nkun je er niet veel tegen doen, dat heb ik wel geleerd. Er waren er die wel\neens gezien hadden dat er een kat op de viskar sprong. En dat hondje dat er\naltijd bij was vertrouwden ze ook niet. Nou ja.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Volgens andere roddelaars dan weer\nzou Toontje niet kunnen tellen en amper kunnen schrijven. Schrijven had hij\ninderdaad pas als soldaat geleerd en foutloos zou het nooit gaan &#8211; hij schreef\nbijvoorbeeld luzifers &#8211; maar dat was bij de meeste gewone mensen die nog in de\nnegentiende eeuw geboren waren het geval. En tellen kon hij als de beste. <\/p>\n\n\n\n<p>De\npijn en de lap om het been die iedereen kon zien maakten mij er niet vrolijker\nop. Mijn stem werd hard, ik werd ongedul\u00addig en veeleisend en ergerde me aan\nmensen die vrolijk waren, speciaal aan Toontje.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het was soms of ze \u2018t erom deden.\nHet was zo`n feest waar alle ooms en tantes en neven en nichten aanwezig waren.\nWij, ooms en tantes, zaten op een verhoging naast elkaar, aan \u00e9\u00e9n kant van een\naantal aan elkaar geschoven tafels. Iedereen kon onder de tafel door kijken.\nIedereen kon dus ook mijn been zien. Tot overmaat van ramp, bleek achteraf, was\ner ook nog een foto gemaakt.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De neven en nichten, en de tantes\nwaren ook niet wijzer, daagden hem dan uit. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cOom Toontje, draag een versje voor,\nzing een liedje.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDoe niet zo gek, Toon,\u201d zei ik dan.\n\u201cBlijf hier! Kom van die stoel af!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; En dan lachten ze allemaal nog\nharder en zweepten hem nog meer op. Het duurde net zo lang tot hij boven op een\nstoel of tafel stond en zong:<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cVan je remplemplem, van je mosselemem.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het was: \u201cVan je ramplanplan, van je\nmosselman.\u201d Maar mosselemem was natuurlijk veel leuker. Het was nog een\nvreselijk lang lied ook. De tantes en nichten pisten in hun broek van het\nlachen. <\/p>\n\n\n\n<p>Ik\nwas overal met mijn been geweest, in het hele land. Dat had me heel wat geld en\ntijd gekost. Eerst met de bus, maar vanaf midden jaren vijftig bracht ons Peet\nme met de auto, als die niet kapot was tenminste. Want dat had je in het begin\nook nog vaak met die tweedehands auto\u2019s. Met de kar was geen doen, na tien\nminuten was ik al geradbraakt.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Jarenlang hadden ze me naar een\nkruidendokter in Baarle-Nassau gebracht. Naar gebedsgenezers was ik ook\ngeweest. Toontje deed dat hand opleggen ook, maar mij kon hij niet helpen. Die\nvan ons kon iedereen helpen behalve mij.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij legde zijn ene hand op iemands\nhoofd en hield de hand van de zieke in zijn andere hand, of legde die andere\nhand op zijn eigen hart. Hij stond met zijn ogen dicht te prevelen, met die\nstijve bovenlip, die strakke mondhoeken, waarnaar men keek omdat men verwachtte\ndat ze zouden gaan krullen, en dat zijn lippen zouden gaan trillen. Als\ntoeschouwer kon men de spanning niet volhouden en begon men opgelucht hard te\nlachen. En men verwachtte dat Toontje zou gaan meedoen, maar niets daarvan, hij\nbleef onverstoorbaar, hij keek zelfs niet naar je. Tot hij klaar was en een\nstap achteruit deed, dan pas keek hij je aan en glimlachte.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bij mij werkte het dus niet. En\nnatuurlijk nam ik hem kwalijk dat hij iedereen kon helpen maar mij niet.\nMisschien lag het aan mij, geloofde ik er gewoon niet in, kende ik hem te goed.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik\nwas dus de kelder uit geklommen met mijn been en de koningin was terug in\nNederland gekomen met haar bontjas. Toen Toontje iets over haar zei &#8211; of was\nhet over de nieuwe koningin die we korte tijd later kregen? &#8211; werd hij op zijn\ngezicht geslagen. Dat was wel eens goed voor hem, zij het niet speciaal d\u00e1\u00e1rom.\nMaar het was goed dat hij met zijn grote mond wat weerwerk kreeg.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toontje zit aan de bar en is het\ngezwam van zijn buurman over de koningin beu en zegt: \u201cWat de koningin! De\nkoningin heeft hetzelfde kutje als ons Bet!\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De man wordt kwaad en slaat Toontje\nvan de kruk af. Toontje krabbelt overeind en zegt: \u201cEn het was nog wel be\u00addoeld\nals een compliment.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar om hem vanwege de koningin op\nzijn gezicht te slaan, was natuurlijk onzin. Van mij mocht hij over de koningin\nzeggen wat hij wou. Hoewel, het was beter als hij zijn grote kop eens leerde\nhouden. Hij moest maar leren dat hij niet overal mee kon lachen. Met mij ook\nniet.<\/p>\n\n\n\n<p>Mijn\nstiefvader had me uit zijn trouwboekje voorgelezen, en later wees hij er nog\neens op dat in het onze precies hetzelfde stond: <em>Elke poging aangewend om het ongeboren kind, hoe jong ook, te dooden,\nis poging tot moord en daarom een zeer zware zonde tegen het 5<sup>e<\/sup>\ngebod: \u2018Gij zult niet dooden\u2019.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Een\nzeer zware zonde is eveneens elke opzettelijke poging, om het hetzij door\ninwendige, hetzij door uitwendige middelen de zwangerschap af te breken op een\ntijdstip, waarop de vrucht nog niet buiten het lichaam kan blijven leven\n(vruchtafdrij\u00adving). <\/em><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Zoiets zou niet eens in me opgekomen\nzijn. Het was of hij het meer tegen zichzelf zei, hij zat er meer mee dan ik.\nHij wilde het absoluut verborgen houden. En daarom, dat bleef ik denken, waren\nwe ook verhuisd. Dat hij geen opvolger had in de smidse, was toch geen reden om\nte verhuizen! Je kon het hoogstens omdraaien: de smederij was geen reden om te\nblijven.<\/p>\n\n\n\n<p>Toontje\nis erg trots op de nieuwe Solex zoals dan nog niemand er een heeft. Hij is de\neerste in Sas en in het dorp aan de Lange Weg. Hij gaat nu nog vaker naar Bets\nzuster Anneke aan de Lange Weg. Iedereen mag de Solex uitproberen. Maar ze\nweten niet hoe het ding te stoppen, en als dan de motor einde\u00adlijk afgeslagen\nis, vaak na een botsing of valpartij, durft men er niet meer op en komt te voet\nterug, wat wel eens een uurtje kan duren. Dan lacht Toontje niet, dan is hij\nongerust, zeker als het zijn jonge nichtje Tonnie is dat zo lang wegblijft met\nde Solex.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Wanneer hij te lang blijft hangen &#8211;\nals hij aan het buurten is en veel aandacht krijgt en regelmatig een nieuwe kop\nkoude koffie (die speciaal voor hem wordt bewaard) en hij uit zijn zakken stukjes\nworst en zuurtjes en dubbeltjes uitdeelt aan de kinderen en de worst ook aan de\nhondjes, verliest hij alle tijd uit het oog &#8211; en wanneer het dan al donker\nwordt moet Jantje meefietsen naast de Solex van zijn peetoom, want in het\ndonker is Toontje zo goed als blind.<\/p>\n\n\n\n<p>Toen ik mankend en een en al pijn op het eind van de\noorlog met mijn been uit de kelder geklommen was, had ik me ver\u00adsproken. Ik\nzei: \u201cIk heb negen kinderen op de wereld gezet, \u2019t is mooi geweest.\u201d Maar ons\ngezin telde acht kinderen. Mis\u00adschien kwam het omdat Mientje toen net getrouwd\nwas en ook in Sas was komen wonen. Misschien kwam het omdat het einde van de\noorlog in zicht was en ik daarom aan mijn stief\u00advader moest denken, en met name\ndacht: \u201cDat einde heeft hij dus net niet gehaald terwijl hij zo graag wilde\nweten hoe het zou aflopen.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ik was ervan overtuigd dat vooral\nhij degene was geweest die het geheim had willen houden en die ook de hele\nconstruc\u00adtie, waarin mijn eerste kind in een ander gezin in ons dorp werd\nopgevoed en wij naar Sas verhuisden, daarvoor bedacht had. Hij, de trotse\neigenaar van een smederij en een van de notabe\u00adlen van mijn geboortedorp.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Door die hevige gebeurtenissen vlak\nvoor de bevrijding had ik aan mijn stiefvader en mijn eerste kind moeten denken\nen had me versproken. Dat was het vast geweest.<br><\/p>\n\n\n\n<p><strong>De Vrouwen van de Eerste Huizen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>De\nVrouwen van de Eerste Huizen hebben het trouwboekje van Toontje en Bet te\npakken gekregen en amuseren zich daar blijkbaar kostelijk mee.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Als het waar\nis wat hier staat &#8211; en ze buigen zich weer lachend over het trouwboekje &#8211; dan\nheeft Bet inderdaad haar taak ruimschoots vervuld. Maar Hanna Bosmans is al\nweer verder in de tekst en leest over de onderdanigheid van de vrouw aan de man\nen schatert: \u201cAls die van mij zich hier ooit op zou durven beroepen, krijgt-ie\nklapjes, dus dat waagt hij niet.\u201d <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; \u201cDie van mij\nook niet,\u201d zegt de oudste dochter van Meijermet haar zware stem in haar enthousiasme, en ze vergeet even dat ze geen\nman heeft. Ze kijken elkaar aan die vrolijke vrou\u00adwen, en proesten het uit, en\nHanna Knietel wel heel letterlijk.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Maar de\nVrouwen van de Eerste Huizen gaan verder. Omdat ze zelf het eeuwige leven\nhebben, in dit verhaal in ieder geval, springen ze graag een beetje heen en\nweer in de tijd, ze staan te popelen om twintig jaar vooruit te springen en het\neinde te vertellen van het verhaal van Bet: <\/p>\n\n\n\n<p><strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <em>Het einde van het verhaal van Bet<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Dadelijk\nzullen ze weten wat haar geheim was. Want ze wilde haar geheim niet mee het\ngraf in nemen, net niet. Ze zullen kwaad zijn, haar kinderen, erg kwaad, om wat\ner al die tijd voor ze verzwegen is. Maar daarna zullen ze met hun nicht, die\nhun halfzuster blijkt te zijn en al die tijd bij ze in de buurt woonde, naar de\nkoffietafel gaan. Ze zullen zowat over elkaar heen buitelen met hun uitroepen\n\u2018weet-je-nog-wel toen ik dat zei, als ik toen geweten had\u2019. En Mientje, haar\neerste kind, zal haar ogen sluiten, zoals ze dat vaak doet als ze praat, en zeg\u00adgen:\n\u2018Ja, maar ik wist het natuurlijk al die tijd.\u2019 En dan pas zal het tot sommige\nvan haar andere kinderen doordringen dat zij dan wel verontwaardigd kunnen\nzijn, maar dat zij niet degenen zijn die al die jaren een probleem hebben\ngehad. Dat probleem had haar eerste, voorhuwelijkse, dochter, en Bet zelf: zij\nkonden zich tegenover elkaar niet als moeder en kind gedragen. <\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bet denkt\nook nog aan de grap waarmee Toontje altijd veel succes had en waarmee hij haar\nsteeds weer op de kast kon krijgen, hij zei dan: \u201cZe mogen op mijn doodsprentje\nzetten wat ze willen, als het maar niet is: \u2018Eens zullen we elkander wederzien.\u2019\n<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hij is drie\njaar voor haar gestorven, en zij weet niet wat hij op het eind nog geloofde of\nniet geloofde, maar zij is er niet bang voor dat dat zal gebeuren, dat\nwederzien. Hoe een mens toch kan veranderen ja.<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Ze ligt te\ngrinniken in de kist want zij voelt haar been niet meer en moet steeds denken\naan het slot van het griezelverhaal waarmee je als verteller de toehoorders op\nhet eind geweldig deed schrikken. Zij herinnert zich eigenlijk alleen die\ndreigend en geheimzinnig uitgesproken laatste zin die eindigde in die uitroep,\nwaarbij de verteller met gestrekte armen in de richting van de toehoorders\nsprong, wier hart even stilstond. Het verhaal was iets met een zeerover die een\ngoudschat had verstopt in zijn houten been en daarmee begraven was, en iedereen\nmaar in het donker op het kerkhof zoeken naar die schat. En dan klinkt er een\nstem:<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cHet been, het beeeen, het gouououden beeeen, hier H\u00c9B\nje het been!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Die laatste\nzin hebben de Vrouwen van de Eerste Huizen eerst met langzame donkere dreigende\nstem ingezet en bij HEB zijn ze tegen elkaar opgesprongen en zijn, ondanks dat\nze wisten wat er ging gebeuren en er zelf aan meededen, toch nog van elkaar\ngeschrokken en daarna in lachen uitgebarsten.<\/p>\n\n\n\n<p>En A.M. denkt: als deze dames zo doorgaan wordt het een heel ander boek.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"has-text-align-center\">&#8212;&#8212;&#8212;-<\/p>\n\n\n\n<p>(Einde van  het 1e deel van Aan de Lange Weg, dat voornamelijk over Oorlog en Bevrijding gaat en op internet wordt gepubliceerd ter gelegenheid van 75 jaar Market Garden)<br><\/p>\n\n\n\n<p>(uit <em>Aan de Lange Weg, <\/em>roman van Meurs A.M., 3<sup>e<\/sup>, ge\u00efllustreerde druk 2009: <a href=\"https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/105679570\/Aan-deLange-Weg-roman-van\/\">https:\/\/www.boekwinkeltjes.nl\/b\/105679570\/Aan-deLange-Weg-roman-van\/<\/a>)<\/p>\n\n\n\n<p>(gebaseerd op de  verhalen van familieleden, vrienden, buren en dorpsgenoten, waarbij later de historische feiten werden gezocht, zoals:<br>&#8211; het bombardement van Zeelst (in het boek <em>Sas),&nbsp;<\/em>kerkdorp van Veldhoven, door geallieerden: <br><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"542\" height=\"433\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Zeelstbombardement.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-204\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Zeelstbombardement.jpg 542w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Zeelstbombardement-300x240.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 542px) 85vw, 542px\" \/><figcaption class=\"wp-element-caption\"><br>De kisten met de omgekomenen worden op weg naar het kerkhof door Zeelst gereden.<br><a href=\"https:\/\/www.youtube.com\/watch?v=Y6SfYqTUB_4\">En filmpje bevrijding Zeelst: https:\/\/www.youtube.com\/watch?v=Y6SfYqTUB_4<\/a><br><\/figcaption><\/figure>\n\n\n\n<ul class=\"wp-block-list\">\n<li> Het bombardement van Eindhoven op de munitiewagens van de geallieerden door de teruggekeerde Luftwaffe ruim 24 uur na de bevrijding, foto&#8217;s: <a href=\"https:\/\/www.facebook.com\/ton.meurs.7\/media_set?set=a.1666656480020010&amp;type=3\">https:\/\/www.facebook.com\/ton.meurs.7\/media_set?set=a.1666656480020010&amp;type=3<\/a><\/li>\n<\/ul>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"741\" height=\"512\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement3.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-211\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement3.jpg 741w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement3-300x207.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"732\" height=\"493\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement2.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-209\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement2.jpg 732w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement2-300x202.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"723\" height=\"528\" src=\"http:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement1.jpg\" alt=\"\" class=\"wp-image-208\" srcset=\"https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement1.jpg 723w, https:\/\/meursam.nl\/wp-content\/uploads\/2017\/09\/Bevrijding1944Eindhovenbombardement1-300x219.jpg 300w\" sizes=\"auto, (max-width: 709px) 85vw, (max-width: 909px) 67vw, (max-width: 984px) 61vw, (max-width: 1362px) 45vw, 600px\" \/><\/figure>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bewerking Album 75 Jaar Market Garden 5 jaar later Teksten en afbeeldingen uit de roman Aan de lange Weg aangevuld met beelden van Duits bombardement na de bevrijding van Eindhoven in nacht van 19 0p 20 september 1944 en begrafenis na geallieerd bombardement op Zeelst (Veldhoven) op 17 september 1944. Facebook MEURS A.M. AAN DE &hellip; <a href=\"https:\/\/meursam.nl\/?p=2016\" class=\"more-link\">Lees verder <span class=\"screen-reader-text\">&#8220;80 Jaar Market Garden, bevrijding van en rond Eindhoven&#8221;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-2016","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-uncategorized"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2016","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=2016"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2016\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2019,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/2016\/revisions\/2019"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=2016"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=2016"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/meursam.nl\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=2016"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}