DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM Deel 5

(De boeken over populisme zijn deze Boekenweek populair. Zo’n boek begint dan meestal met het begin (van het populisme of van de schrijver), dat wil zeggen met een heel lange aanloop. Gelukkig is er ook Antonio Scurati, die al heel snel vertelt dat hij eerst een boek heeft geschreven over een slachtoffer van het fascisme, Leone Ginzburg, en daarna 3 boeken over de fascist zelf, namelijk Mussolini, en het worden er 4.
Met andere woorden: Scurati laat een fascist, een populist ZIEN)


(foto: Infiltranten in een demonstratie van Pegida in Duitsland nemen Wilders in de maling: ‘Pegida houdt van je pielenmuis’.) 

WE ZIJN AAN DE 3E POGING TOT EEN REGERINGSFORMATIE. Het is buitengewoon treurig om 2 oude heren uit een andere wereld te zien, die ik graag met dat pak in die andere wereld met rust zou hebben gelaten, heren die 4 maanden na de verkiezingen een 3e poging moeten doen om een partij aan de macht te helpen omdat die partij meer stemmen heeft weten te behalen, niet als alle andere partijen samen, wat een argument zou kunnen zijn maar niet het enige, maar gewoon meer als een van de andere partijen.

Dit terwijl de reden om deze partij, de #PVV, UIT de macht te houden zonneklaar is: namelijk omdat deze partij #racistisch#semifascistisch#ondemocratisch#onbetrouwbaar en #haatzaaiend is.
En NEE, mevrouw uit Venlo, #GeertWilders zegt NIET wat u denkt (en trekt dit net zo makkelijk weer in) maar heeft ervoor gezorgd dat u DENKT dat hij zegt wat u denkt.
En dat komt ook omdat andere partijen als VVD en CDA om opportunistische reden Geert niet hebben tegengesproken maar in dezelfde populistische vijver hebben gevist en nog vissen.
In DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM leest u hoe #populisme en #racisme werken en waar ze toe kunnen leiden.

Dit is het vervolg van DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM,
Deel 5, waarin Theorie vertelt over zichzelf en vooral over Wilders.

5
Nauwelijks 2 maanden na hun eerste afspraak zat het PAZC (Particuliere AZC) tjokvol. Het was het enige AZC in Nederland dat vol zat. Inderdaad was het probleem voor We Are Here letterlijk van de straat. Alle steden keken verwonderd toe. Azc’s concentreerden zich opportunistisch op de ‘makkelijke’ Syriërs en stuurden de moeilijker gevallen, meestal uit Noord- en Midden-Afrikaanse landen van wie de IND vond dat hen niet of niet zonder meer asiel kon worden verleend, door naar het PAZC, mét het gevraagde rugzakje met geld dat staat en gemeente samen vulden. Opeens kon dat!
                Het PAZC zat dus vol, kende het gewenste verloop op de geplande wijze en de halalvlees-markt was als enige in zijn soort razend populair.
                De verkiezingen naderden en Rein kon dat aan Theorie goed merken. De zaken liepen dan wel goed maar wat straalde daar van af op zijn nieuwe partij? Hoe kreeg hij de credits voor de asielzoekers die hij op heimelijke wijze deed  verdwijnen? Want dat ze verdwenen was een feit. Maar het oude probleem was gebleven, want wat kon hij openlijk laten zien? Rein overtuigde hem dat hij rustig door moest gaan met de demonstratieve gedwongen uitzettingen op Schiphol, zelf ging hij door met de demonstratieve ‘vrijwillige terugkeer’, eveneens op Schiphol. Misschien konden ze een persmoment organiseren waarop Theorie demonstratief verklaarde dat die ‘vrijwillige terugkeer’ eigenlijk de ideale terugkeer was voor zijn Partij voor Theorie en Praktijk en dat daar in toenemende mate succes mee werd geboekt. Misschien kon hij wel helemaal overschakelen op die ‘vrijwillige terugkeer’. Misschien kon Theorie zelfs op een bepaald moment wel te voorschijn treden als de man achter het succesvolle PAZC, het azc met het grootste percentage vrijwillige terugkeer!
                Maar Rein wist hem eerst ervan te overtuigen dat zijn invloed oneindig groter zou zijn als hij voor de verkiezingen tot een fusie zou weten te komen met de anti-immigratiepartijen. Het kiezerspotentieel van de PVV moest naar die nieuwe partij worden getrokken waarin Theorie als initiatiefnemer een stevige vinger in de pap zou hebben. Dat leek Theorie wel wat.
                Het gevolg was wel dat ze het vanaf nu tijdens hun wandeling heel veel over die andere partijen hadden.
                Theorie: ‘Laten we eerlijk zijn, we zijn een stel ijdeltuiten bij elkaar. Te beginnen met die Wagensveld van Pegida, dat hier niet van de grond is gekomen in tegenstelling tot in Duitsland, en dus ook geen politieke partij is geworden. Hier bleek hun enkele demonstratie vooral een reünie van extreemrechtse groepjes. Duitser Wagensveld had blijkbaar van Pegida Duitsland de opdracht gekregen de beweging over te brengen naar Nederland. Nou, daar staan ze dan met hun varkenskoppen. Wat moet je met die lui? Weet jij het? Die Wagensveld  is bijzonder ijdel. Die laat zich arresteren om in het nieuws te komen en is opvallend camerageil. Van Geert weten we het: alles waar hij voor op komt, zou je ook om kunnen keren, als hij  maar aandacht krijgt. Als hij maar macht kan verwerven. Nou ja, Roos… die heeft typisch zo’n koppie waarmee je er op het schoolplein om vraagt om gepest te worden. Dat is allemaal compensatie.
                Het is bekend dat we het moeten hebben van stemmen van de massa. Niet alleen aan onderbuikgevoelens appelleren zoals vreemdelingenhaat maar ook aan sociale dingen zoals de zorg en armoede. Dus we moeten inderdaad niet alleen nationalisten zijn maar ook socialisten. Nou ja, daar hebben we voorbeelden van: het nationaal-socialisme. Kijk als je nazi zegt, dan klinkt dat heel erg, maar in feite is nazi gewoon de afkorting van Nationalsozialist. Dat daar allerlei rassentheorieën bijgekomen zijn is een andere zaak. Maar met nationalisme in combinatie met socialisme is niks mee. Geert combineert die ook, de zorg, ouderen, dat doen wij ook. Misschien wij iets minder dan Geert, omdat we wat minder populistisch zijn, maar in feite komt het er wel op neer. Al betwijfel ik of Geert de zorg en de ouderen echt interesseren. Zonder dat sociale komen we er niet. Het is geen geheim dat onze kiezers vaak eenvoudige, zelfs simpele mensen zijn, zelfs al gedeeltelijk dementerende ouderen of zelfs zwakbegaafden. Wat denk je van die mensen die daar in Steenbergen stonden te joelen? Natuurlijk, er zijn weekendhooligans bij, mensen met een nette baan die uit pure frustratie in het weekend de lomperik willen uithangen, maar er zijn ook echte zwakbegaafden bij, er komt soms geen redelijk woord uit. Maar het zijn wel stemmen. Natuurlijk moet Wilders zich distantiëren van een man als Breitvik die 80 mensen heeft vermoord. Maar het feit is dat zo’n psychopaat wel mede door Wilders is getriggerd. Hij heeft hem niet alleen geciteerd maar heeft hem ook in Londen opgezocht toen Wilders daar kwam spreken. Wilders roept een aantal zaken bij de mensen op maar als het dan tricky wordt  dan distantieert hij zich daarvan. Heel verstandig maar… Kijk, wij zijn geen nazi’s, wij sturen geen miljoenen mensen naar vernietigingskampen. Hoewel ik soms denk: zijn wij in het klein ook niet met zoiets bezig? Wat je in het klein doet wanneer je nog niet aan de macht bent, kan iets groots worden als je wel aan de macht bent. En laat ons eerlijk zijn, het gaat er ons helemaal niet om of het nou moslims zijn of joden. Als het vóór de oorlog was geweest, zou het om joden gaan. Het gaat er meer om dat we appelleren aan de vreemdelingenhaat van een heleboel mensen. Eigenlijk gaat het om onszelf. We zijn ijdel. Ik geef het eerlijk toe, ik ben ijdel. Nou, en als er iemand ijdel is, dan is het Geert. Over Jan Roos hebben we het al gehad: wraak nemen.  We willen aandacht. En de leuzen die we daarvoor gebruiken  hangen af van de situatie. Nu zijn het de moslims, zo simpel is het, en nationalisme, tegen Europa. Geert weet niet zo veel, is ook niet bijzonder intelligent, hij is wel erg slim. Hij heeft een demagogie waar ik me voor schaam, maar ja, de mensen trappen erin. Zijn invloed heeft niets met de kwaliteit van zijn redevoeringen te maken maar meer met zijn publiek. Als je politicus van het jaar wordt doordat er naar je invloed wordt gekeken en niet naar de kwaliteit van wat je doet, dan is hij politicus van het jaar. Dan was Hitler de politicus van de eeuw, misschien de grootste politicus aller tijden. Maar misschien wordt dat gerelativeerd door het feit dat hij uiteindelijk heeft verloren.
                Ik heb de levens van Hitler, Mussolini, Mussert en Rost van Tonningen gelezen. Ik weet dat ik hoogbegaafd ben. Maar ja, dat zegt die Baudet ook van zichzelf Weet je wat erg is? Als je moeder tegen iedereen vertelt dat je hoogbegaafd bent.                          
               Wij keren ons tegen de élite, tegen de huidige bestuurlijke élite, maar natuurlijk willen wij daar zelf toe behoren of deze vervangen. We beperken ons tot kritiek op de bestuurlijke élite. Geert keert zich tegen de élite in het algemeen, zegt hij, maar hij bedoelt de bestuurlijke, de intellectuele en de culturele élite, en weet dat hij nooit bij de laatste twee zal horen. Zijn aanhang vindt dat prima, maar hijzelf zou daar eigenlijk wel bij willen horen. Maar hij heeft het gewoon niet. Waar je hem niet over hoort, is de financiële élite. Die valt hij niet aan. Natuurlijk, die wil hij op zijn hand krijgen. Zoals dat in Duitsland in de nazitijd is gegaan met Krupp, Volkswagen, IG Farben (Bayer), enzovoort, met alle grote bedrijven, allemaal achter Hitler.
                En Geert denkt nu opeens dat hij ook wel kan wat Trump kan met een grote mond en een hoop getwitter. Maar hij vergeet daarbij dat Trump niet alleen een heleboel zegt wat gewone mensen zouden willen zeggen maar ook een heleboel heeft wat gewone mensen zouden willen hebben! Geld namelijk. Zeg nou eerlijk, heeft Geert ook maar iets, het kleinste kleinigheidje wat jij zou willen hebben? Denk maar aan Rita. Rita …., zie je nou wel, we zijn haar achternaam al vergeten. Zo gaat het ook met Geert, omdat ze allebei niks hebben wat wij zouden willen hebben.
                Er zijn grote verschillen tussen de anti-immigratie, anti-moslim, anti-Europa-partijen. Maar het  grootste probleem zit hem toch in de ego’s van de leiders. Maar goed, laten we het proberen. Degene die met het fusievoorstel komt maakt in ieder geval een goede beurt bij de kiezer.’
                ‘Goed,’ zei Rein, ‘we doen het in Carré.’

door Meurs A.M.

DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM/ THE AMSTERDAM HUMAN SMUGGLER, het hele verhaal in het nederlands en engels.

Het Album op Facebook:
Facebook

4 Februari 1942 geboortedag van Johan van Nijen, dichter, schrijver, uitgever, wandelaar

Johan van Nijen overleed aan een aneurisma op 25 november 2012 te Turnhout, waar hij ook was geboren.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Een van de laatste foto’s van Johan van Nijen met zijn dochters bij de presentatie van OVER LOUIS PAUL BOON <Die twee gebroers en hun zuster, dat was heilig> van Josken Boon-Vermoesen en Meurs A.M. op 20 oktober 2012 in de Stadsfeestzaal van Aalst (B)).

Johan van Nijen was een door de media genegeerd schrijver. Hij stuurde jarenlang al zijn boeken op, kocht wekenlang de kranten in de hoop dat ze over hem zouden schrijven, tenslotte gaf hij het op en stuurde niks meer. Hij was te bescheiden om echt aan de bel te trekken. In zijn artikel <Het einde van de Graal> schrijft Paul van Leeuwenkamp niet alleen met waardering over de uitgaven van de Graal maar ook over Johan’s eigen roman Iks. Het zal deze goed gedaan hebben. Het was met dit boek dat hij enig succes had en dat door de meeste bibliotheken werd opgenomen.

Op de (opgeheven) site van De Graal lazen we:
<Wie is toch die man ? Johan werd geboren in de grote oorlog. Johan heeft echter niet het geweer in aanslag maar wel altijd een vriendelijk woord. Johan huwde en kreeg 2 kinderen. Op later leeftijd leerde hij reizen. Hij ontdekte het zachte toerisme, bergen, wandelen, buiten zijn, de natuur. Buiten slapen in een tent, en ’s morgens luisteren naar de vogels. Kijken hoe de zon ontwaakt tussen bergen met eeuwige mooie sneeuw. Genieten van een reep zwarte chocolade en vrienden om deze reep te delen. Niet het materialisme was belangrijk maar wel de mens. De mensen zoals de mensen zijn. Johan zijn geest staat open voor de Europese geschiedenis, de Belgische politiek, de kosmos, de evolutietheorie en de quantummechanica. Johan schrijft met een pen waaruit warme inkt vloeit.>
Wim Cools

Boekpublikaties van Johan van Nijen:

Een periode – gedichten
De redder van de wereld – novelle
De broeders van het licht – roman
Onrust – gedichten
Een blauwtje – verhalen
Tijl in Turnhout – verhaal
Iks – vampierenroman
Kolen – novelle
Op zoek naar – gedichten
Onderweg – over de GR5 door Vlaanderen en de Vogezen
De ontdekkingsreis – roman
Bakboord is links – verhalen
Vlaanderen boven – gedichten
Het geduld van Maria – buitenverhalen
Dag, meneer de controleur – verslag van een onderzoek ter plaatse
Teksten – gelegenheidsuitgave

Naast deze boeken stonden op de (opgeheven) site van De Graal talloze verhalen, fragmenten en foto’s van wandelingen door Johan gemaakt.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.
Een karakteristiek beeld van gedreven wandelaar Johan van Nijen, hier met Duck en fotograferend tijdens een wandeling aan de Ruhrsee.

Indrukwekkend op de site van de Graal was de documentatie over Gust van Brussel, vooral het 10-delige essay van Paul van Leeuwenkamp, <Het Labyrinth van Gust van Brussel>, maar ook de lijsten met publicaties van en over Van Brussel, de gedichten van Van Brussel zelf over De Reynaert en over zijn overleden vrouw Monique, maken, samen met de 8 van hem uitgegeven boeken, duidelijk dat Johan van Nijen de laatste 10 jaar De Graal vooral in dienst heeft gesteld van Van Brussel.
Met de 2 boeken die hij van mij uitgaf, ben ik hem ook daar dankbaar voor. Maar wat zou ik hem graag wat meer aandacht voor zijn eigen werk gegund hebben.
Dat daar pareltjes tussen zitten toont het volgende gedicht van


Johan van Nijen

Onvoltooid

ben ik niet
cel van jouw cellen
je mooiste complement
van wonderspiegels het geweten

ben ik niet
onvoltooid
maar toch volledig
het antwoord op alle vragen
volmaakt onvolmaakt

ben ik niet
hoe kortstondig ook
eeuwig reeds
en onsterfelijk

Het einde van de Graal
door Paul van Leeuwenkamp

#JohanvanNijen, #PaulvanLeeuwenkamp, #MeursAM

De Manke (uit het hoofdstuk Alles beter dan zo’n pak slaag)


Foto uit <Wentersel vruuger> van Jos van der Heijden

Zie Toelichting onder het verhaal

(Jongen van 8 in 1e Wereldoorlog)

Ik was al een poosje op de hoofdweg tussen de twee dorpen aangekomen. Eerst stond er nog een verspreid huis, zoals dat met de smederij, langzaam werd de bebouwing dichter. De twee jongens stonden me op te wachten zoals ik verwacht had. Waar zat je? zeiden ze, dit is al de derde dag dat we hier staan. Ze zaten in het dorp waar de kerk was op school, ik zat in een ander dorp op school. Ze wisten niet dat ik twee dagen nergens geweest was, alleen thuis in bed. Het was nog steeds donker. Ze hadden de big bij zich, ook al voor de derde dag. Degene die de big in zijn armen droeg aaide hem voortdurend, gaf hem kusjes en fluisterde hem woordjes toe om hem rustig te houden. Ze wilden dat ik de big onder de rok van de Manke zou stoppen als deze over het pad naar de kerk zou komen aangekropen. Zelf waren ze daar te schijterig voor. Ik had dat al een keer gedaan, ik had daar toen een reden voor en zou het niet opnieuw doen. Ik hield er niet van om in herhaling te vallen, ik vond dat fantasieloos. Iedereen had een hekel aan de Manke, omdat ze lelijk was en omdat ze verlamd was, omdat ze anders was. Ze werd als een heks beschouwd en kreeg overal de schuld van, van de hagel die de oogst verwoestte tot aan de oorlog, waar we weliswaar niet aan meededen maar waar we wel last van hadden door de vluchtelingen, de verdwaalde bommen en kanonskogels en eenvoudig doordat we niet over de grens konden die vlakbij was en waarachter we allemaal familieleden en bekenden hadden en waar velen van ons werkten. Ik had geen hekel aan de vrouw die ze de Manke noemden, al heel jong kwam ik bij haar thuis, ze woonde bij haar getrouwde zuster, en ze had ooit iets tegen me gezegd dat ik mijn hele leven niet zou vergeten. Ik was er ook van overtuigd dat de meeste mensen zich die hekel aangepraat hadden en die verdachtmakingen alleen gebruikten om zich kwaadaardig en zelfs misdadig tegenover haar te gedragen. Na het vreselijk pak slaag had ik veel liggen denken en ook dat was me duidelijk geworden. 
De Manke was een bijzonder iemand. Haar benen waren verlamd en ze kroop elke dag naar de kerk. Maar de dorpsbewoners beschouwden die kerkgang als pure schijnheiligheid en misleiding. 

 Aan de kant van het boerderijtje waar de Manke naar buiten komt om naar de kerk te gaan is aan de overkant van het erf de hooischuur waarin de Luie Apostel soms slaapt en daarnaast is de beukenhaag. De zwerver die de Luie Apostel genoemd wordt, dat laatste vanwege zijn lange baard, is een van de weinige vrienden die zij heeft. Soort zoekt soort, zeggen de mensen.  De haag is aan de onderkant open doordat katten en honden er veelvuldig doorheen kruipen, en ook wel kleine kinderen. De heg lijkt op pootjes te staan, de grond eronder is gladgeslepen, je kunt vanaf het erf tussen de stammetjes door kijken, maar je ogen blijven steken op de ruigte van het stukje niemandsland erachter. De haag is al verkleurd, ziet ze als zij, terwijl ze even op één hand steunt, moeizaam omhoogkijkt. Van de hoge eik aan het pad zijn eikels gevallen en daar moet ze voor oppassen want die kunnen pijn doen aan haar knieën. Ze is nu op het glad getreden zandpaadje dat naast het ongelijke karrenspoor loopt en ze denkt eraan dat de katten en honden inderdaad nooit deze route, het open stuk tussen haag en boerderij kiezen, dat laten ze blijkbaar over aan de mensen en de karren. Maar ze duiken altijd onder de heg, kijken even om zich heen en komen dan pas verder het erf op. En als ze vanaf het erf komen hetzelfde, eerst onder de heg, rondkijken, en dan pas verder door het ruige hoge gras naar het pad. Misschien zou ik dat ook moeten doen, denkt ze, misschien zou ik ook behoedzamer moeten zijn, misschien heb ik meer gemeen met deze dieren dan met mensen. Maar ze glimlacht en zucht als ze denkt: ik zou toch nooit onder die heg door kunnen, en bovendien: ze zouden me alleen nog meer uitlachen.

Ze moet niet vergeten te tellen. Ze kent precies het aantal passen van de achterdeur van het boerderijtje tot aan de kerkdeur, en van de kerkdeur tot aan de vierde bank van voren en van die vierde bank tot aan de communiebank. Beter was het als ze alvast begon te bidden. Dat zouden Onze Lieve Vrouw en het kindje Jezus meer op prijs stellen dan al dat gezeur. Het zijn vijfhonderdveertig passen tot aan de kerkdeur. Je kunt het eigenlijk geen passen noemen, dat weet ze wel, haar armbewegingen zijn korter dan de beenbewegingen die je passen noemt, maar het blijft evengoed een heel eind en haar inspanning is er niet minder om.

Ze passeert de weelderige tuin van de pastorie, een mooie tuin met alleen luxe planten, iets wat de meeste mensen zich niet kunnen veroorloven, die hebben de grond hard nodig voor groenten, aardappelen en, als er plaats is, fruit. Maar hier staan rozen, dahlia’s, vingerhoedskruid, Oostindische kers, seringenstruiken, lelies en veel planten waarvan zij de naam niet kent. En mooi ís het. Deze tuin wordt dan ook door een tuinman bijgehouden. Och, denkt ze, als je bedenkt dat een pastoor er is voor de zaken die een beetje boven de dagelijkse sleur uitstijgen, dan hoort zo’n luxe tuin daar ook bij. Een pastoor met zo’n mooie pastorie hebben we toch ook voor de luxe, hoort ze de ondeugende Fried Piene zeggen die aan de andere kant van het pad, tegenover het koetshuis van de pastorie woont. Ze kruipt nu voorbij het koetshuis. Er staat een koets in die de parochianen mogen lenen voor bijzondere gelegenheden, de pastoor heeft zelf geen paard. Hij kan ook niet fietsen, hij doet alles te voet. Trouwens, nog lang niet iedereen heeft een fiets. Soms komt er een boer te paard, spant het paard voor het rijtuig en haalt zo de pastoor op. Men heeft over het algemeen niet zoveel haast in het dorp.

Ze kruipt rustig verder. Ze komt zo bij de hoofdweg. Er zijn al een paar kinderen. Dat wil zeggen dat ze niet zo vroeg is als ze zou willen. Haha, zeggen de kinderen, de pastoor kan niet fietsen en hij heeft een rijtuig maar geen paard. De kinderen lachen hem uit, maar niet openlijk, dat zouden ze niet durven. De dokter heeft wel een rijtuig met paard, maar die woont in een ander dorp. Ze moet nu gaan oversteken. De kinderen lachen haar ook uit, maar evenmin openlijk. Ze zegt altijd: laat mij maar, ik heb mijn eigen tempo. Ze gaat extra vroeg, zodat ze helemaal naar voren in de kerk kan kruipen voordat het daar vol zit, en zodat ze bij het gaan naar de communiebank maar een kleine afstand hoeft af te leggen. En ze doet het ook omdat ze niet te veel mensen tegen wil komen en liefst geen kinderen. Het lijkt of er een hoopje kleren met een hoofddoek erop over de weg kruipt. Waarom neemt niemand haar op zijn rug? Kan ze niet op een karretje gezet worden, op een hondenkar, desnoods op een kruiwagen? Maar nee, ze doet dit al jaren zo. Wil ze niet anders, is het misschien tegelijk een soort boetedoening?

Je ziet niet hoe ze het doet, denken de kinderen, haar hele lichaam behalve haar hoofd is verborgen onder haar kleren, onder die omslagdoek en die lange zwarte rok. Wat beweegt daar zo laag over de grond? Je zou kunnen denken dat het een hond is. Je zou in het donker over haar kunnen vallen. Het is geheimzinnig hoe de Manke zich voortbeweegt, heeft ze benen of heeft ze geen benen, kan ze haar bovenbenen bewegen, kruipt ze dus op haar knieën of moet ze haar onderlijf meeslepen?  Doe het eens voor, zegt Bertje tegen de wat jongere Rinuske. En jawel hoor, daar kruipt Rinuske al op handen en knieën. Die zullen straks in de kerk goed vuil zien. Zeker nu hij zijn knieën stilhoudt en ze door het zand laat slepen. Dat zou je toch moeten zien, zegt Rinuske, aan de sporen. Nee, zegt Bertje, die sporen worden door de sleep van de rok weer uitgewist. Ja, die rok, zegt Rinuske, ze kan wel een big meenemen onder die rok. Hou je fatsoen, zegt Bertje. Haar handen zijn haar voorpoten. ’T is net een hond, ze kan zo voor de hondenkar, zegt Rinuske.  Zeg!, zegt Bertje. Maar ze is wel een slimme hond, zegt Rinuske, want, omdat haar handen natuurlijk geen echte poten zijn, heeft ze een stokje in elke hand waarmee ze zich kan afzetten.

Maar dat is toch vies, dat kruipen tussen al die hondendrollen, paardenvijgen en koeienvlaaien! Ja, maar die blijven toch zeker niet liggen, dat wordt regelmatig allemaal opgeruimd. Iedereen veegt immers naast zijn huis en hof, de pastoorsmeid doet dat voor en naast de pastorie, en anders de tuinman wel, die gaat er wel met een hark overheen. Maar haar knieën gaan toch helemaal kapot zo? Ja, daar zal ze dan wel iets omheen binden, misschien wat vodden maar misschien ook wel iets van leer dat ze schoonmaakt en steeds opnieuw kan gebruiken. Wie weet! Misschien heeft ze ook wel stokjes aan haar knieën zoals ze die in haar hand heeft. Maar dat kun je niet zien met die lange rok. Durf jij die rok op te tillen? Ben je helemaal gek! In het donker misschien wel, dan ziet ze toch niet wie het doet. Maar als het donker is dan zien wij toch ook niks! En met een lamp? Maar dan kan zij zien wie die lamp in zijn hand heeft! En je moet uitkijken dat de Luie Apostel er niet achteraankomt, want die helpt haar, want die mag daar in het hooi slapen. De Luie Apostel, lang haar, maar kaal bovenop zijn schedel, een lange baard, slordig gekleed, een stok met een knapzak op zijn rug, met daarin brood dat hij ophaalt bij de boeren, nooit bij degene bij wie hij slaapt. Dat is de regel. Hij ligt bijna altijd te slapen. Soms doet hij een klusje, haalt wat hout. Handig is hij niet. Het is geen kwaaie man. Maar hij zal de Manke zeker helpen. Als hij er is moet je dus uitkijken. Hij slaapt daar minstens een keer in de veertien dagen.

Ze moet de steenweg oversteken. Daar ligt een scherpe steen en daar een drol. Wie laat er zijn hond nu midden op de weg kakken? Op hebben de kinderen die drol in haar weg geschoven?  Ze hoort aan de stem en ze ziet aan de voeten en de klompen wie er voorbijgaat, fluistert Rinuske. Hij probeert zijn stem te vervormen, maar de Manke zegt: Ben jij die snotneus van een Van Herk? We moeten meer afstand houden, zodat ze ons niet kan zien en dan moeten we roepen, zegt Bertje. Is die deugniet van Jacobs er ook bij? zegt de Manke meteen. Ze hoort alles. Het is rustig op zondag, er zijn geen karren en paarden. Iedereen gaat te voet. Ze kijkt even naar de kerk terwijl ze over de ronde keien aan de zijkant van de weg kruipt. Ze kent de geschiedenis van de verharding van de weg. Toen ze een jaar of tien was, was de weg nog niet verhard. Toen ze de weg aanlegden was het met keien, kinderkopjes, en zij was waarschijnlijk de enige die er niet blij mee was. Later hebben ze de weg verbreed, hebben ze de keien in een zestig centimeter brede strook aan de zijkanten gelegd, en dunne bakstenen met de smalle kant naar boven in het midden. Het blijft ongemakkelijk.

Aan de overkant moet ze nog een stuk naar rechts om bij het pad naar het kerkhof uit te komen waaraan aan de rechterkant de ingang van de kerktoren ligt. Het pad bestaat uit aangestampte steentjes die pijn doen. Ze kruipt daarom onder de bomen door over het gras ernaast. Liefst aan de linkerkant. Aan de rechterkant zou ze vlak langs het pishokje komen en dat ruikt ze toch al erg. Haar zus zegt dat het verbeelding is, dat zij nog nooit iets heeft geroken. Maar van Genderen, de man van haar zus, geeft háár gelijk: het kon best eens zijn dat die luchtstroom langs de grond gaat. Je zou eens aan de kleine kinderen moeten vragen of zij het ook ruiken. Maar ze vraagt liever niks aan de kleine kinderen. Och, dat pishokje heeft zijn functie, misschien is die heg langs de muur van de kerk er wel om te verhinderen dat de mannen tegen de kerk pissen. Voor velen is het immers zondags niet alleen van de kerk naar de kroeg maar zeker ook andersom. De oudere vrouwen en mannen dragen zwarte met kachelblink gepoetste klompen. Ze kan zo aan de klompen zien wie het zijn. Als ze haar groeten – Goedemorgen, Marie – zegt ze: Goedemorgen, Drika, of Goedemorgen, Sjaak terug. Maar sinds het oorlog is groeten de meeste mensen haar niet meer. De oudere vrouwen dragen een witte muts, de een draagt die als een soort sluier die naast het hoofd wappert, de ander met een band en een strik onder de kin. De mannen hebben een pet op. Soms valt er een muts of pet. Ook dan weet ze meteen van wie die is. Het zijn altijd dezelfden… Ze weet dat ze veel bekijks heeft. Het zijn er vanaf de ingang nog zesenzestig tot aan de vierde bank. Ze moet links gaan zitten, bij de vrouwen. De eerste drie banken zijn voor de rijke boeren en het hoofd van de school, zij wringt zich in de vierde bank en hijst zichzelf op de zitting. Tot aan de vrouwencommuniebank recht voor haar zijn het er nog zestien. Als ze met de schaal rondkomen diept ze ergens uit haar kleren een cent op. Bij de communie doet de pastoor wel alsof hij haar het laatste stukje tegemoet wil komen, maar het is niet meer dan een schutterige beweging en hij is zoals altijd te laat en zij hijst zichzelf op de marmeren trede naast de communiebank.  De terugkeer uit de kerk is erger. Die drukte, al die mensen die blijven staan buurten, al die benen en voeten. Ze houdt haar hoofd naar beneden, zegt als men haar groet: Ja, goededag, zonder de voornaam eraan toe te voegen, kijkt niet op en kruipt haastig verder. Meestal wacht ze tot iedereen weg is. Thuis zit ze in de stoel in de hoek en komt er de hele dag niet meer uit, tenzij om naar de plee te gaan. Daarvoor moet ze de bijkeuken door kruipen. Ze hijst zichzelf op de plank. Haar zus is op haar eenenveertigste getrouwd met van Genderen en die is bij ze komen wonen. Zoals iedereen in het dorp, behalve de hoofdonderwijzer en de pastoor, boert hij en is de hele dag op het land bezig. En dat land ligt niet allemaal vlak bij huis maar overal verspreid. Hier een hectare en daar nog eens een hectare. Bij de Calvarieberg is de grond beter, als je daar land hebt zit je goed. Haar zus is wel veertien jaar jonger dan zij maar loopt toch ook tegen de zestig. Ze is klein, slank, heeft wit haar met daarop een wit mutsje. Ze draagt altijd grote wijde rokken met daarover een geruite schort. Het is een eenvoudig, stil mensje. Hun andere broers en zusters zijn getrouwd en het huis uitgegaan. Eén broer woont nog in het dorp, hij is de dorpssmid en zit in het bestuur van de handboogvereniging en in de Raad van Toezicht van de Boerenleenbank en heeft zo nog een paar van dat soort functies. Hij hoort, een beetje, zeggen zijn zusters, bij het groot van het dorp. Het zal niet lang meer duren of hij zit ook vooraan in de kerk. Hij is getrouwd en heeft vijf dochters. Marie doet in haar stoel allerlei huishoudelijke klusjes die ze zittend kan doen, zoals aardappelen schillen, groenten schoonmaken en naai- en verstelwerk. Haar zus doet de rest van het huishouden. Van Genderen is meestal buitenshuis bezig. Het is rustig en vredig in huis.  Maar nu heeft Marie gehoord dat ze een pasgeboren babytje in huis krijgen en dat hun broer met zijn gezin verhuist naar een ander dorp. En nu wuift ze het niet meer weg als iemand tegen haar zegt dat het toch ontzettend zwaar moet zijn, dat naar de kerk kruipen, maar antwoordt: Ja, maar misschien doe ik wel boete voor wat er hier allemaal gebeurt.

Op een dag was ik voor de voortdurende aandrang bezweken en ook dacht ik: het is beter dit dan erger. Op een donkere plek sloop ik achter de Manke aan toen er net op de kruisende steenweg een paard en kar passeerden en ze me niet kon horen, ik duwde de big onder haar rok en trok tegelijk aan zijn staart. In onze beleving was het gekrijs van de big en van de Manke nog urenlang te horen. Vandaag liet ik de jongens met hun big voor wat ze waren en liep door naar de kerk, het was tijd.

(…)

Ik dacht aan de protestantse jongen die we in elkaar hadden geslagen terwijl hij zich niet meer kon verweren, aan het vreselijk pak slaag dat ik zelf had gekregen van mijn broer en aan mijn reactie dat alles beter was dan zo’n pak slaag en dat ik voortaan die vuilak van een broer zijn gang zou laten gaan, aan het gekrijs van de Manke toen ik een big onder haar rok had gestopt, ik zat zo boordevol schuldgevoel om alles dat ik, toen ik ondertussen al honderden meters buiten het dorp omkeek naar de kerk, niet eens verbaasd was dat er dwars door een wei, dan door een haag en vervolgens door een boomgaard, waar het alle bomen op zijn weg meenam, een vliegtuig recht op me af zag komen. De Manke! Ze wist dat ik die big onder haar rok gestopt had en had een Duits vliegtuig op me af laten sturen maar toen had ze bedacht dat ik dat met die big niet zomaar gedaan had, dat ik er een bijzondere reden voor moest hebben, en met haar toverkrachten als heks had ze het vliegtuigje tot landen gedwongen maar had niet kunnen voorkomen dat het achter me aan kwam. Toverkrachten kenden hun grenzen. Ik was met mijn verdachtmakingen en bijgeloof al net zo erg als de anderen! Ik moest me vermannen. Het zou wel komen doordat ik dan wel niet verbaasd was maar toch geweldig was geschrokken. Ik hield me voor dat de Manke een vriendin van me was en dat ik die big onder haar rok had gestopt om erger te voorkomen. Als ze wist dat ik het was zou ze het begrijpen. Ik had nog twee vrienden in de wereld over, de een was mismaakt, de ander was gek volgens de mensen, ze noemden hem de Gekke Onderwijzer.  Maar ik moest al die hokuspokus van me afzetten. Als ze wist dat ik het gedaan had en niet wist dat ik het om een goede reden gedaan had, dan nog had ze niet de macht om een vliegtuig op me af te sturen. In ieder geval niet met toverkracht, want toverkracht bestond niet. Wat wel kon was dat er een verkenningsballon in de lucht hing van waaruit ze mij zagen lopen en dat ze dachten: die ziet er verdacht uit, en dat ze naar het dichtstbijzijnde vliegveld over de grens telegrafeerden. Maar waarom zou ik er verdacht uitzien? Het was allemaal toeval. De Manke zou altijd een vriendin van me blijven omdat ze een paar jaar geleden tegen me had gezegd: Ach, jongen, jij hebt meer verstand in je ene pink dan ik in mijn hele lijf. Dat zou ik heel mijn leven onthouden, zo trots was ik. Ik was de mensen aan het langs gaan omdat ik plaatjes verzamelde die bijvoorbeeld op een pak havermout zaten. Om het plaatje te vinden moest je het pak openen. Tante Marie, zoals ik de Manke noemde, maakte het pak speciaal voor mij open en toen ze het weer met een touwtje dicht wilde binden, deed ze het verkeerd. Ik nam het van haar over en toen zei ze dat wat me heel mijn leven zou bijblijven. Tegen mij praatte ze zacht en vriendelijk maar meestal staarde ze thuis zwijgzaam voor zich uit. Ze leed waarschijnlijk zeer onder wat de mensen over haar zeiden. Haar zus verklaarde, hoorde ik jaren later, haar norsheid zoals ze het noemde, uit het feit dat ze heel haar leven niet ongesteld was geweest. Dat bloed dat niet weg kon had zich opgehoopt in haar hoofd en drukte op haar hersens en daarom kon ze niet anders zijn als ze was. Ik had de big onder haar rok gestopt om erger te voorkomen. Nu het oorlog was dachten de mensen haar ongestraft te pakken te kunnen nemen, zelfs te kunnen vermoorden met het gelijk aan hun kant. Ze beschuldigden er haar van dat ze een Duitse was, in ieder geval was ze een Duitse agente die berichten over hen doorzond. De een wilde haar treffen in een van haar lievelingsdieren, haar kat, ze wilden die met een spijker door zijn kop aan haar deurpost nagelen. Anderen wilden een kuil graven in het pad waarover ze altijd naar de kerk kroop, een valkuil waarin sommigen zelfs ijzeren spiesen wilden plaatsen die haar zouden doorboren. De mensen konden erg wreed zijn. In een leegstaand boerderijtje was iemand van buiten het dorp komen wonen, de mensen kwamen erachter dat hij niet getrouwd was met de vrouw die bij hem woonde. Wekenlang trokken ze elke avond met potten en pannen, schuimspanen en pollepels, met ketelmuziek langs het boerderijtje.
(…)

Als je de mensen zo over de Manke hoorde praten kende hun sadisme, hun moordzucht en hun vindingrijkheid geen grenzen. Zij mochten dat allemaal, want zij stonden aan de goede kant. De krijsende big die een zeker zo hard krijsende Manke veroorzaakte moest afleiden van die gruweldaden die in de lucht hingen, moest ze, voorlopig dan toch, de wind uit de zeilen nemen. We hebben die smerige verraadster toch maar even goed te pakken genomen. Wat kan dat mens krijsen, onmenselijk gewoon, een varken is er niks bij, een normaal mens krijst niet zo.
Ik was begonnen te rennen zo gauw ik dat vliegtuig in de verte op me af zag komen, en ik holde minstens twee  kilometer door zonder om te kijken, zo bang was ik en zo zeker dat het ‘t op mij gemunt had. Ik holde door, ook nog toen ik allang de knal gehoord had en het gevechtsvliegtuig, zoals ik later hoorde, tegen de schutting bij de smederij tot stilstand was gekomen en in brand vloog. De motor werd in het weiland teruggevonden. Wat ben jij vroeg op school, zeiden ze tegen me.

________

Toelichting:
Vanaf begin 80er jaren liep ik niet alleen met mijn moeder door #Meerveldhoven om huizen en gebouwen te fotograferen die voor haar en mij belangrijk waren geweest, ik ging ook met haar naar #Wintelre op zoek naar haar roots.
Toen ze in 1994 overleed ging ik verder met het onderzoek.
Hoogtepunt voor haar zus Cisca was de reünie in 2004 met 3 leeftijd-genoten, allen boven de 90, uit Wintelre.
Een van de verhalen die ik er in die jaren opdeed was dat van haar verlamde tante die de Kromme Saris werd genoemd en die zondags van hun boerderij de paar honderd meter naar de kerk kruipend aflegde.
Ik zag onlangs op Wintelre zoals het was dat Doreke Saris opdook in een lied dat was gezongen in 1981 toen het 50 jaar geleden was dat de kerk van Wintelre was verbouwd.
Ik publiceerde dat verhaal in 2013 in mijn literair kladschrift HetWerk63 als onderdeel van een hoofdstuk van een roman in wording.
Het lied is de reden dat ik het verhaal van de Kromme Saris, die bij mij De Manke heet, nu op Facebook en op mijn website zet.
Hier zijn fragmenten van De Manke, uit een hoofdstuk dat heet: <Alles beter dan zo’n pak slaag>, voor 90% geïnspireerd op de ‘Kromme Saris.
Ik had namelijk in de 70er jaren in België ook een gehandicapte vrouw leren kennen die eveneens in een boerderij samen met haar getrouwde zus woonde.
Deze vrouw kon wel lopen. De verklaring die de zus gaf waarom de vrouw was zoals ze was, nors dus, was te mooi om niet te verwerken.
De Manke is dus een romanfiguur, waar en hoe ze naar de kerk kruipt is zoals in Wintelre, de big die onder haar rok wordt gestopt ook, maar iets anders, wat ze denkt en zegt komt helemaal voor mijn rekening.
De omstandigheden zijn zoals in Wintelre: de kruiptocht, de situatie in de oude kerk.
De grotere omgeving is wat anders, dorpen dicht bij de grens zoals Wintelre, Veldhoven, Geel in België, Vaals in Limburg, Beek bij Montferland en ‘s-Heerenberg bij de Duitse grens, worden in de roman een groot, nieuw landelijk dorp, een verzameling van vroeger zelfstandige dorpen eigenlijk, waar Driek rond 1909 wordt geboren en 100 jaar later na veel omzwervingen sterft.
Driek als jongen woont bijvoorbeeld buiten de bebouwde kom en valt daardoor onder een andere parochie dan waar zijn school staat.
Omdat hij elke dag naar de kerk moet maakt hij elke dag een wandeling van huis naar kerk naar school en via zijn grootouders terug naar huis.
Zo moest mijn vader als kind elke dag naar kerk en school. Ik heb die tocht van meer dan een uur van buiten Wehl naar Kilder naar Wehl en naar zijn huis nagelopen, niet makkelijk omdat er ondertussen een snelweg tussen zat die je niet op de oude route kon oversteken.
Maar weer: te mooi om niet te gebruiken.
In dit verhaal van de Manke is Driek op weg van thuis naar de kerk en gaat daarna naar school in een ander deel van het grote dorp.

Op (1) Facebook

HetWerk63 met o.a. het verhaal van De Manke is nog op papier verkrijgbaar voor €4 plus verzendkosten:
Boekwinkeltjes.nl – Jongen van 8 tijdens 1e Wereldoorlog. Alles beter dan zo’n p

Aankomst in Veldhoven (Dorp) in 1929

Naar een eerder bericht op Facebook


Mijn vader Theet Meurs kwam in 1929 op 23-jarige leeftijd vanuit Wehl Gelderland naar Veldhoven. Hij logeerde in Hotel en Tramstation Bijnen tegenover de kerk in Veldhoven Dorp. Zo zag het er toen uit.

Links hotel Bijnen

Theet Meurs werd geboren op 29 juni 1906 in Gelderland. In 1929 verhuisde hij naar Veldhoven in Noordbrabant. Hij woonde dus in hotel Bijnen tegenover de kerk in Veldhovendorp …

Het vroegere sigarenfabriekje De Futura aan Het Broek, later Dorpstraat.

… in het vroegere sigarenfabriekje De Futura aan het Broek (later Dorpstraat) toen zijn ouders en enkele broers en zussen in 1932 ook naar Brabant kwamen,
bij de garage Van de Moosdijk aan de Kapelstraat tegenover waar daar de Casparlaan (Van Vroonhovenlaan) op uitkomt,
weer aan het Broek schuin tegenover garage Verdonk waar later zijn zus Fientje (dan met Kees Tabak) bleef wonen, 

De achterkant van de woning, 2e van rechts, aan het Broek, later Dorpsstraat, waar eerst de familie Meurs en later de familie Tabak-Meurs woonde.

… terwijl Theet na zijn huwelijk met Nelleke Saris, dat tegelijk plaatsvond met dat van Nellekes zus Cisca met Antoon van Delft (links op de foto) op 17 augustus 1940, samen met Nellekes ouders op de Provincialeweg (De Langendijk) 168 ging wonen, waar later Kempen Cars kwam,

hij woonde nog in de Achtwoningen op de Provincialeweg 136 en in de Witherenstraat in Veldhoven. Hij overleed in 1976 en werd op het kerkhof naast de kerk begraven.


Tegenover de kerk in Veldhovendorp, vroeger en nu

De koffietafel na afloop was bij Hotel Bijnen. Zo was de circel rond.

Meer over hem met enige fantasie in de roman Aan de lange Weg, waarin hij figureert als Leo Weels.
Hier is in het boek zijn vrouw Anneke (Nelleke Saris) aan het woord:
Anneke – Meursam
Sas is Zeelst, waar mijn opoe, de moeder van mijn moeder, met mijn opa Saris in 1920 vanuit Wintelre via de Polkestraat, dan de Langendijk, vervolgens de Heuvel en tenslotte in de Kruisstraat terechtkwam.

STEM #PRINCIPIËEL EN #RADICAAL!

STEM #PRINCIPIËEL EN #RADICAAL!


Het gaat niet meer om de  #statusquo partijen als #VVD of #CDA,

en niet om #NIEUWSOCIAALCONTRACT van #Omtzigt, dat zo #CONSERVATIEF blijkt als het CDA,

niet meer over welke door en door #slecht zijn, zoals #PVV en #JA21,

of welke ook goede punten hebben,

HET GAAT OM WELK #GELUID ER NOG TOE DOET,

OM WELKE #STEM ER GEHOORD MOET WORDEN,

het gaat nog om

TWEE STEMMEN, TWEE GELUIDEN, TWEE STROMINGEN,

die van

HET #KLIMAAT, het milieu, het overleven van de aarde met alles erop,

en het gaat nog om de stem van

DE #GELIJKWAARDIGHEID, van mensen, van landen,

de stem van #ANTIRACISME en #ANTIDISCRIMINATIE.

Het gaat nog om

TWEE RADICALE EN PRINCIPIËLE GELUIDEN

die tegelijk een volledig, allesomvattend programma hebben,

ook over elkaars hoofdthema (al kan dat beter),

het gaat nog om HET #KLIMAAT

en het gaat nog om #GELIJKWAARDIGHEID,
ook op de SOCIALE LADDER
van MENSEN en VOLKEN,

het gaat nog om

DE #PARTIJVOORDEDIEREN

en de partij #BIJ1,

daar komen de

TWEE RADICALE EN PRINCIPIËLE GELUIDEN

vandaan die we het allerhardst nodig hebben,

het geluid van die partijen moeten we laten klinken,

en de andere partijen, groter of kleiner, zullen (moeten) volgen.

Kies PRINCIPIEEL en RADICAAL
voor een PARTIJ WAAR JE VOLLEDIG ACHTER KAN STAAN,

dat is belangrijker dan het machtsspel van al of niet in de regering of wie premier.

En bedenk bij dit alles dat er MEER moet gebeuren.

dat de mogelijkheid van een politieke partij beperkt is,
dat de werkelijke MACHT ligt BUITEN REGERING en PARLEMENT,

namelijk bij MULTINATIONALS, het KAPITAAL en zijn REGENTEN

dat er #BURGERINITIATIEVEN nodig zijn,

dat de meeste invloed op ons leven en op de strijd tegen #KLIMAATVERANDERING

is bereikt door #BUITENPARLEMENTAIRE organisaties, zoals  #URGENDA, #MILIEUDEFENSIE en #EXTENSIONREBELLION

en dat de eveneens BUITENPARLEMENTAIRE organisaties als #KICKOUTZWARTEPIET en #BLACKLIVESMATTER,

het VERBORGEN EN VERZWEGEN #RACISME

in onze maatschappij hebben blootgelegd,

zodat we daar heel anders tegenaan kijken dan enkele jaren geleden.

STEM PRINCIPIEEL en RADICAAL!
#BIJ1 heeft het even moeilijk met zichzelf

Ik stem #PARTIJVOORDEDIEREN!

Kan een krabbel zijn van appel



#Yesilgöz hoort bij die mensen waarvan ik overtuigd ben dat ze niet alleen onbekwaam zijn, anderen hun werk laten opknappen, altijd blijven doordrammen, en ook absoluut niet deugen. Zie hieronder een voorbeeld. – Meursam
#

DE VS KIEZEN VOOR HUN EIGEN GEOPOLITIEK BELANG

Achterhaalde getallen: Op 2 november 2023 bijna 10.000 slachtoffers in Gaza en ca 175 op Westbank

TERWIJL ISRAËL DE BEVOLKING VAN GAZA PROBEERT UIT TE ROEIEN EN TE VERDRIJVEN. Een nieuwe NAKBA!

Het is tegelijk ongelooflijk, misdadig en onaanvaardbaar.

De VS kiezen in de oorlog van Israël tegen Gaza voor hun eigen geopolitiek belang en macht in het MiddenOosten en in de wereld.
Ze offeren daarvoor niet alleen de volledige bevolking van Gaza op, de Palestijnen in de bezette Westbank, veel Libanezen en ook veel Israëliërs. De VS sturen aan op een oorlog met Hezbolla en andere organisaties die Israël dreigen als reactie op de Israëlische genocide op het volk van Gaza.

De VS weigerden op te komen voor een staakthetvuren om de moord op nu al meer dan 7000 Palestijnen te stoppen en de uiterst noodzakelijke humanitaire hulp mogelijk te maken en daarmee 1000den doden meer te voorkomen.

Daarentegen faciliteren ze een inval van Israël in de vorm van een grondoorlog die aan beide zijden onnoemelijk veel doden zal kosten.

THE US CHOOSES ITS OWN GEOPOLITICAL INTEREST
WHILE ISRAEL TRYS TO EXTERMINATE AND EXPLODE THE POPULATION OF GAZA. A new NAKBA!
It is at the same time unbelievable, criminal and unacceptable.
In Israel’s war against Gaza, the US is choosing its own geopolitical interest and power in the Middle East and in the world.
They not only sacrifice the entire population of Gaza, the Palestinians in the occupied West Bank, many Lebanese and also many Israelis.
The US is pushing for war with Hezbolla and other organizations that threaten Israel in response to the Israeli genocide of the people of Gaza.
The US refused to call for a ceasefire to allow desperately needed humanitarian aid and thus prevent 1,000s more deaths.
On the other hand, they are facilitating an Israeli invasion in the form of a ground war that will cost untold numbers of lives on both sides.

Ze gebruiken woorden als ‘Westerse democratische waarden’, waarvoor ze zeggen altijd te zijn opgekomen. Maar wij denken aan de mislukkingen in Viëtnam, Irak en Afghanistan. Ze vergelijken het met de oorlog van Oekraïne tegen de Russische inval en bezetting, maar wij denken aan de halfslachtige steun, waarbij de Oekraïners in feite het echte gevecht alleen voeren, ongeacht het veelmalig schermen van de VS met de miljarden steun.

Dit alles wordt gemotiveerd met het volledig demoniseren en bestialiseren van Hamas met als conclusie dat deze uitgeroeid moet worden. Joden weten beter dan wie ook hoe ook de holocaust met bestialiseren begon.

Onder het mom van alleen Hamas te bestrijden bombarderen de Israëliers ALLE Gazanen. De smoes is dat Hamas zich achter de bevolking verbergt en zelfs dat Hamas uit is op burgerslachtoffers.

Een andere smoes is dat Israël altijd waarschuwt. Dat is meestal niet zo, maar vooral: een waarschuwing heeft geen zin als je nergens naartoe kunt of als je op die andere plek ook wordt gebombardeerd.

Die andere plek kan dichtbij maar ook ver weg zijn. Zoals we gezien hebben met de miljoen Gazanen die van Israël (geheel tegen het oorlogsrecht) van het noorden naar het zuiden moesten vluchten en daar werden gebombardeerd. Die andere veilige plek is er dus gewoon NIET.

Al dit moorden vindt plaats onder de leus dat Israël het recht heeft zich te verdedigen. En bijna iedereen knikt daar braaf op van ja. Maar is dat zo?

Israël is een bezettende macht, niet officieel maar in feite ook van Gaza. Het bepaalt volledig wat de ‘grenzen’ voor Gaza zijn, op alle gebied, letterlijk en figuurlijk, zelfs wat betreft water, voedsel en medicijnen.

Heeft een bezettende macht het recht zich te verdedigen tegen degenen die die bezetting bestrijden? Had Duitsland het recht zich te verdedigen tegen verzetsstrijdster Hannie Schaft of tegen de geallieerden?

Dat wil  niet zeggen dat verzet tegen een bezetting geen beperkingen kent: in alle gevallen moet namelijk de burger worden ontzien. In het geval van de geallieerde bombardementen op bijvoorbeeld Dresden, Hiroshima en Nagasaki gebeurde dat duidelijk niet. En wat met de gewapende burgers, zoals de kolonisten in de bezette Westbank die heel wat gemoord hebben en steeds meer moorden, en die in Israël aan de grens met Gaza?

De actie van de gewapende tak van Hamas is een reactie op de wurging van Gaza en het onder bescherming van het Israëlische leger optreden van gewapende kolonisten tegen de Palestijnen op de bezette Westbank én op meer dan 75 jaar moord, verdrijving, landroof, internering enz. van Palestijnen.

De huidige uiterst rechtse, zionistische regering van Netanyaju laat geen enkele hoop op verandering voor de onderdrukte Palestijnen in het huidige Israël. Een volk dat alle hoop en perspectief wordt ontnomen kan dat tot onberekenbare daden komen.

Een groot deel van de bevolking van Israël dat zich verzette tegen de aantasting van de rechtsstaat door Netanyahu, maar dat zich nu schaart achter de wraakacties tegen de Palestijnen in het algemeen en in het bijzonder die in Gaza, heeft zich niet gerealiseerd dat die rechtsstaat voor de Palestijnen in Israël nooit heeft bestaan en dat hun perspectief nul is. Om het over de verdreven en gevluchte Palestijnen nog niet te hebben.

De organisatie Hamas is een gevolg en tegelijk een antwoord op de misdaden van Israël tegen het Palestijnse volk. Israël heeft Gaza jarenlang bezet gehouden maar heeft deze bezetting met name door het verzet van Hamas moeten opgeven. Israël heeft daarna de wurging van Gaza voortgezet en heeft een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld zo goed als volledig van de buitenwereld afgesloten. 75% Van de bevolking van Gaza bestaat uit verdrevenen of vluchtelingen uit Israël.

Hamas is het overheidsapparaat van Gaza en dus verantwoordelijk voor alle voorzieningen in het gebied en als zodanig nauw verbonden met het dagelijks leven van de Gazanen. Hamas is dit onder een blokkade van Israël en daarmee tijdens een voortdurende noodtoestand.

Gaza is nadat de Israëliers de bezetting moesten opheffen diverse keren aangevallen, waarbij ook toen in totaal enkele duizenden burgers werden gedood.

Hamas is ook een bevrijdingsorganisatie met een gewapende tak, de Al Qasam brigade. Het is Gaza niet toegestaan om een geregeld leger op te bouwen. Israël daarentegen heeft door toedoen van de VS een van de sterkste legers ter wereld.

Een gewapende verzetsorganisatie is het logische gevolg van een bezetting, een blokkade, een verdrijving uit hun oorspronkelijke woongebieden en van onderdrukking.

Een verzetsorganisatie wordt, gewild of niet, altijd beïnvloed door het soort geweld, het soort onderdrukking dat tegen haar gebruikt wordt.

Hoe groter de overmacht van de bezetter is, hoe groter het geweld van de bezetting is, hoe meer kans er is dat de verzetsorganisatie zich niet aan het oorlogsrecht houdt, kan houden.
Rechtskundige en medewerker van het Internationaal Gerechtshof Knoops vertelde ons op tv hoe sommige daden wel tegen het oorlogsrecht maar toch geen oorlogsmisdaden kunnen zijn.

Tussen haakjes: Waarom durven zowel de VS als Israël geen lid te worden van dit Internationaal Gerechtshof? Het is duidelijk waarom.
Zo zou het kunnen zijn dat het geweld van Hamas tegen politieagenten en soldaten – ruim 365 van de 1400 door Hamas op 7 oktober gedode Israëliers – , niet tegen het oorlogsrecht is,
dat het geweld tegen een kibboets dit wel is, maar, hoe verschrikkelijk ook omdat er ook kinderen en ouderen bij zijn betrokken, geen oorlogsmisdaad omdat de bewoners gewapende kolonisten zijn,
en dat dan weer het geweld tegen ongewapende festivalgangers wel als een oorlogsmisdaad moet worden beschouwd.

Waarbij dan vermeld moet worden dat Hamas deze daden heeft verricht op het grondgebied waaruit ze zijn verjaagd en waarnaar ze geen perspectief hebben terug te keren.
En bovendien dat Israël al dergelijke daden in het verleden ook heeft verricht, dat het zowel op weg naar en na de uitroeping van de staat Israël op Palestijns grondgebied in 1948 bijvoorbeeld bewust bloedbaden heeft aangericht in Palestijnse dorpen met het doel zoveel mogelijk Palestijnen op de vlucht te jagen, terrorisme dus. Dat is gelukt en ruim 75 jaar later zitten we nog met de gevolgen.

En dat het deze daden in het heden nog steeds verricht, wat is vermoorden van meer dan 7000 (26 okt. 2023) burgers in Gaza in 18 dagen anders? En 103 dode burgers, ook (o.a. in vluchtelingenkampen ) op de Westbank op dit moment?

Het is te gemakkelijk om een bevrijdingsorganisatie onder een bezetting omdat zij geweld gebruikt een terroristische organisatie te noemen. Elke bezetter zal dat doen.
Heeft het volk van Gaza het recht zich met geweld tegen de bezetter te verzetten? Het antwoord is ja. Heeft Hamas andere mogelijkheden dan die welke ze tot heden gebruikte om zich met geweld tegen de bezetter verzetten? Ik denk van niet.
Dat wil niet zeggen dat je al die mogelijkheden mag goedkeuren.

Als Hamas een terroristische organisatie is, dan is Israël zonder twijfel een terroristische staat met een veelvoud aan dode burgers op zijn geweten. En dan niet vanuit een onderdrukte positie zoals Hamas maar vanuit een positie van laffe, risicoloze overmacht.

Bezetter Israël heeft niet het recht het bestuur van Gaza, zijnde verzetsorganisatie Hamas, uit te roeien. Hoe kwalijk dat ook door de VS, Westerse regeringsleiders en onze verfoeilijke en onnozele exregering wordt nagewauweld.
Dat Israël daarvoor zowat het hele Gazaanse volk moet uitmoorden zou genoeg moeten zeggen.
Maar Israël is blijkbaar daartoe bereid. En de VS ook. Daarom weigeren ze een staakthetvuren.

Dat laatste heeft me werkelijk geschokt. Daardoor zijn er ondertussen meer dan 7000 dode Palestijnse burgers in Gaza door Amerikaanse bommen en raketten. De oproep van de VS nu om burgers te ontzien is pijnlijk en een lachertje.

De VS hadden dit kunnen voorkomen. Wraak is geen oplossing. Dat is het niet bij individuele misdaden van mensen, daarvoor is er een rechtsstaat, die kan onderzoeken en straffen. Zo hoort het ook te zijn bij landen en organisaties.

Maar het is nog erger dan ik dacht. De VS doen het niet omdat ze werkelijk Israël willen steunen maar omdat ze hun geopolitieke macht in het MiddenOosten en de wereld willen terugwinnen. Met Israël als satellietstaat. Vandaar meteen die vliegdekschepen. Een provocatie, een uitdaging eigenlijk, aan Hezbolla, aan Iran. Aan China, aan Rusland.

De Palestijnen en de Israëliers moeten dit zelf oplossen, zonder inmenging van en het belang van landen. Ze zullen moeten durven teruggaan naar het begin, naar 1946, de weg naar en de uitroeping in 1948 van de Joodse staat in Palestina, naar de ramp, de Nakba.
Voor de Palestijnen zal dit geen probleem zijn, voor de Israëliers wel, ook voor degenen die dachten dat ze progressief waren en Netanyaju bijna weg hadden, maar toch het allergrootste probleem van Israël blijkbaar niet goed doordacht hadden.
Daarom hebben ze zich nu weer achter hem geschaard.
En denken hem als dit alles achter de rug is alsnog weg te kunnen jagen, want waarschijnlijk wist hij meer en heeft hij het laten gebeuren.
Maar dit alles zal niet gauw achter de rug zijn, dus ze kunnen daar niet op wachten.
Ze zeiden vaak dat ze geen problemen hadden met Palestijnen, maar hebben zich niet gerealiseerd hoe groot de problemen waren die de Palestijnen met Israël hadden en hebben.

Het progressieve deel van de bevolking van Israël moet de regering Netanyaju dwingen de wraakacties op de Palestijnen te stoppen, anders wordt het weer een eindeloze geweldsspiraal waar de hele wereld bij betrokken raakt.
Een nieuwe regering moet over zijn eigen schaduw stappen, de uitbreiding van de nederzettingen stoppen, beginnen met het opheffen van de nederzettingen en tegelijk onderhandelingen beginnen hoe de (nazaten van de) verjaagde en gevluchte Palestijnen geleidelijk naar het vroegere Palestina kunnen terugkeren.
Er is een fundamenteel onrecht dat na 75 jaar eindelijk teniet gedaan moet worden. Een andere oplossing is er niet. De Tweestaten oplossing is al lang de nek omgedraaid op de Westbank.
FREE PALESTINE!

Kan een afbeelding zijn van de tekst 'GAZA PALESTINE'

#Gaza, #Israël, #staakthetvuren, #geopolitiek, #Hamas, #VS #humanitairehulp, #bestialiseren, #oorlogsrecht, #oorlogsmisdaden, #Netanyaju, #terugkeer, #moord, #oorlog, #Westbank #uitroeien #nakba
#ramp #nederzettingen #kolonisten #onrecht #Hezbolla #Iran #genocide
#grondoorlog #deportatie


Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is image.png
Een paar dagen eerder…




ALS ER NA VANDAAG NOG GEEN WAPENSTILSTAND KOMT…

Israël vermoordde op laffe wijze, zonder eigen risico, met Amerikaanse bommen meer dan 7000 ongewapende burgers in Gaza in 19 dagen, waaronder de vrouw, de zoon, dochter en kleinkind van Aljaheera journalist Wael Al Dahdouh.

ALS ER NA VANDAAG NOG GEEN WAPENSTILSTAND KOMT…
(Waar zijn Israël en Biden mee bezig, hoe lang nog gaat dit pure moorden door?)

Met elke raket, met elke bom, met elk DOOD of gewond kind, dode of gewonde vrouw of man, in het dichtbevolkte Gaza (meer dan 7000 dode burgers tot heden, waarvan meer dan eenderde kinderen),
BOMBARDEERT ISRAËL ZICH STEEDS VERDER WEG VAN ZIJN EIGEN VEILIGHEID. Op één dag meer dan 500 doden door het bombarderen van een ziekenhuis, een oorlogsmisdaad op zichzelf (die niet op zichzelf staat).

Israël beging in zijn (voor)geschiedenis vele grote oorlogsmisdaden tegen de Palestijnen maar nog nooit vermoordde het vooral zoveel kinderen (eenderde) en daarnaast zoveel vrouwen en mannen in zo’n korte tijd. De kans is groot dat het deze keer in zijn eigen staart gebeten heeft, vanwege het toenemend verzet in Palestina, de tegenstellingen in Israël het totaal verliezen van internationaal begrip en steun.

Het zijn precies deze oorlogsmisdaden die de Israëliers,
en de zionnisten vóór de uitroeping van hun staat in 1948,
al tientallen keren begaan hebben, met tienduizenden dode Palestijnse burgers als gevolg.
Waarbij komt de wurging van Gaza (nu zelfs volledig afgesloten voor alles, zelfs water, voedsel, medicijnen, en iedereen),
de moorden, arrestaties, beledigingen, de martelingen van Palestijnen op de bezette Westoever en in het bezette OostJeruzalem,

én de totale uitzichtloosheid die de zwijgende wereld hen biedt,

plus de VS die in feite met hun ‘onvoorwaardelijke steun’ dit alles AANMOEDIGEN en die volledig medeverantwoordelijk zijn.

Het is precies DIT, wat ze al vaak meegemaakt hadden, wat ertoe geleid moet hebben dat de strijders van Gaza (dat geen regulier leger mag hebben),
toen ze eindelijk uitbraken uit het concentratiekamp dat Gaza door toedoen van Israël is en waar normaal leven onmogelijk is,
en ze eindelijk terug waren in het gebied waaruit hun ouders en grootouders, hun buren, verjaagd waren (70% van de 2,3 miljoen bewoners van Gaza zijn vluchtelingen uit wat nu Israël is),
dat ze, toen ze zagen hoe de Israëliers die er nu wonen feestvierden en vrij waren,
en ze zich herinnerden hoe Israëliers hadden staan juichen en klappen toen Gaza de vorige keren werd gebombardeerd,
en hoe, toen vreedzame, ongewapende bewoners van Gaza demonstreerden tot aan de grenshekken en er 100den van hen koelbloedig werden neergeschoten,
toen dit allemaal bovenkwam zouden ze zijn doorgedraaid en zich getergd en woedend niet alleen tegen militairen en politieagenten en tegen, in het gebied bij Gaza over het algemeen gewapende, volwassen burgers, gekeerd hebben, maar tegen iedereen, waaronder kinderen.

Als dit laatste waar is – er worden door Netanyaju veel leugens verspreid die door Biden en Blinken gretig zijn en worden overgenomen – dan is dit scherp te veroordelen en tegen het Internationaal Oorlogsrecht. Zoals het zeker tegen het
Internationaal Oorlogsrecht. was toen de Israëliers, en de zionisten daarvóór, HETZELFDE vele malen en in verhevigde mate en onbestraft deden.
En zoals nu ook zeker het bombarderen van het dichtbevolkte Gaza dat is, waarvoor door Netanyaju en de VS allerlei smoezen worden verzonnen.

Kun je – als ze gebeurd zijn – bij de Gazaanse strijders nog van door de bezetting emotioneel gedreven misdaden tegen het oorlogsrecht spreken, het antwoord van Israël is niet alleen een misdaad tegen het oorlogsrecht,
maar vooral ook een kille, bewuste en berekende, laffe moord zonder eigen risico vanuit de lucht door een door de VS oppermachtig gemaakt leger
op tot heden meer dan 7000 burgers, waarvan meer dan eenderde kinderen in Gaza,
en heeft niets met zelfverdediging te maken, wat het uitschakelen van de lanceerplaatsen van raketten zou zijn. Israël doet geen enkele moeite.
Trouwens: Heeft een BEZETTER echt het recht om zich te ‘verdedigen’?

MET ELKE BOM OP GAZA BOMBARDEERT ISRAËL ZICH STEEDS VERDER WEG VAN ZIJN EIGEN #VEILIGHEID.
De verdeeldheid in Israël zal toenemen, de vastbesloten en beheerste #bevrijdingsstrijd, gewapend en ongewapend, zal versterkt worden. En opnieuw zullen er, helaas, Palestijnen zijn die zich, mede door deze nieuwe, ongekend grote, #oorlogsmisdaden tegen de bevolking van Gaza, zo #geprovoceerd en #uitzichtloos voelen dat ze helemaal door het lint gaan.

Israel was established in Palestine 75 years ago on the soil and blood of the Palestinians, and later expanded to include the occupiedterritories.
10.000s Of Palestinians have been killed, injured, imprisoned, expelled and treated like animals ever since.
The world ignored this. The #US even has fellow #responsibility for the crimesofoccupation.
There have been uprisings before in 75 years of occupation. If the world doesn’t learn from this one, more will follow.
The Palestinians are completely within their rights in their liberationstruggle.

Israël is 75 jaar geleden gevestigd in Palestina op de grond en het bloed van de Palestijnen, en later uitgebreid met de #bezettegebieden.
10000den Palestijnen zijn vermoord, verwond, gevangengezet, verjaagd en worden sindsdien als beesten behandeld.
De wereld negeerde dit. De VS is zelfs #medeverantwoordelijk voor de bezettingsmisdaden.
In 75 jaar bezetting waren er eerder opstanden. Als de wereld nog niet leert van deze, zullen er meer volgen.
De Palestijnen staan volkomen in hun recht in hun bevrijdingsstrijd.

Kan een afbeelding zijn van de tekst 'GAZA PALESTINE'


DE WEVERIJ IN AAN DE LANGE WEG

Weverij De Groof, in het midden links van de O.L Vrouwedijk richting Waalre, horizontaal de Provincialeweg, foto 1938

De Duitse soldaat Weebe, die de Lange Weg had moeten bewaken maar die ondergedoken was, kroop uit de aardappelkelder van de familie Beentjes en werd als een held onthaald en zou nog jaren met zijn vrouw de achterkant van een van de huizen van de familie Beentjes bewonen. Tot hij weggepest werd bij de weverij, waarbij degene die op zijn baan uit was niet aarzelde om het Duits zijn van de heer Weebe en zelfs het Duitse jood zijn van mevrouw Weebe in de strijd te gooien. Maar dat is al weer tien jaar na de oorlog, als Weebe zich van lieverlee genoodzaakt ziet terug naar Duitsland te vertrekken.
(uit Na de oorlog, De tegengestelde beweging)

Anneke doet haar mond al open om te vertellen wat ze de laatste tijd allemaal heeft meegemaakt – en dat is heel wat! – maar de vrouwen zien het huis van Maas en over die gaan ze het eerst even hebben. Want dat hij het houdt met zijn secreta­resse op de weverij… vooruit!… maar dat schijnheilige half­luide gedoe met zijn vrouw in de kerk – “ga jij maar eerst, schat” – en hoe dat daar op een rij zit met al die vijf dochters en te communie gaat met geloken ogen en de handen met de vingertoppen tegen elkaar onder de kin, daar krijg je toch acuut de kriebels van! Zeker als je weet dat hij de Duitse deserteur Weebe heeft laten wegpesten door degene die zijn baantje wilde hebben en die, zoveel jaar na de oorlog, er gebruik van maakte dat Weebe Duitser was. Wat uiteindelijk gelukt is omdat Maas met die secretaresse gechanteerd kon worden. Maar Weebe is daardoor wel terug naar Duitsland! Mensen zijn beesten. Erger nog. Van die verhalen over Indië van de jongen van Vlek lijkt ook steeds meer te kloppen. Hij is allang niet de enige meer die ze vertelt.
(uit Het begrafenisfeest)

Wat doen mijn knieën zeer, denkt Anneke. Kom zeg, ik ga op mijn kont zitten. En die jongen maar blijven knielen. En dan nog zonder viltje. Brave jongen, maar ik heb toch liever dat-ie op zijn broek let. Die is op zijn knieën al zowat door, en híer hoef ik niet aan te komen voor een nieuwe broek. Neem me niet kwalijk, Heer… O, dat doet deugd!… Die dikke engelen­kopjes aan die pilaren… Nee, niet  doorgaan. Kijk, de hele familie Maas, man, vrouw en vijf dochters, hij, chef van de weverij die het met zijn secretaresse houdt en die de Duitse deser­teur Weebe eruit heeft gewerkt. Zou-ie ter communie durven gaan? En Van der Reijden, de gemeentesecretaris: “Wij zijn geen filantropische instelling, wij houden niet van rekken.” Ligt je kind jaren in het ziekenhuis en vraag je wat geld te leen aan de gemeente… Ja, ga maar allemaal vooraan zitten, alle­maal op de eerste rij. Allemaal meebetaald aan de nieuwe kerk? Nou, wij ook hoor! Laat ons maar lekker hier zitten, kunnen we de zaak beter overzien. Oké, iedereen heeft jullie nu wel gezien, kijk ze maar eens fluisteren. Ha, Bosmans, de buschauffeur, touringcar wel te verstaan, vaak dagen van huis, Lourdes, Rome, Kevelaer, in ieder stadje een ander schatje, zeggen ze, maar waarschijnlijk een brave huisvader, allang blij zijn eigen vrouw niet teleur te hoeven stellen. Van Zand, je bent een komediant. Je zegt: wij bidden niet. Maar je durft niet thuis te blijven.
(uit De gekke onderwijzer)

En bij het huis daarna blijven we nog even buiten, hier woont een vriendje van Jantje, Wouter van de Stal. Deze buurjongen heeft zelf ook konijnen, in kooien achter het huis. Hij mist er wel eens eentje, maar als hij hardop zegt dat zijn vader maar eens een huis verder moet gaan kijken, want dat ze daar een dezer dagen wel konijn zullen eten, krijgt hij een draai om zijn oren. Maar hij blijft ervan overtuigd, zoals hij ook weet dat een kip die in de hof van de buurman verdwaalt in de pot terechtkomt. De buurman aan die kant is Walterke Smits, de schilder die er bij de weverij een hele week over doet om een deur af te lakken en die van een pilsje houdt en zijn twee dikbuiken achterover slaat in het winkeltje van Piet van Doelen in de tweede bocht van de Lange Weg, want op café mag hij niet en thuis mag het evenmin.
(uit De verbranding)

Maar ze weten alles, de fietsers, alles van en rond het dorp. Van de Gender, de nieuwe en de oude. En zoals iedereen die hem gekend heeft zweren ze bij de oude Gender, die van voor de omlegging. Daar zat nog vanalles in, die leefde nog. Er zijn nog een paar stukken van over, na hevige regen staat er soms zelfs weer wat water in. De nieuwe Gender is alleen op zondag, wanneer de wasserijen en weverijen stil liggen, nog tamelijk helder. Dan heb je in een strenge winter zelfs kans dat hij nog bevriest en kun je erover naar de Leef schaatsen, de ijsbaan tegenover de steenfabriek richting stad. Wel zie je ook op zondag, als het grijsblauw van het afvalwater van de fabrieken hem niet verkleurt, dat de Gender steeds bruiner wordt. IJzer waarschijnlijk. Dat heb je met die omleggingen! zeggen de fietsers.
(uit Op café Een)


De schilder Willem Adams eind jaren ’50 bij weverij De Groof in Meerveldhoven. In Aan de lange Weg staat Adams model voor De Wildeman.
Uit het FBalbum Willem Adams 1937 – 2022.
https://www.facebook.com/photo?fbid=6760577453961195&set=a.5050695791616045


Het is zondagavond laat en Jan zit bij Willems. De Wilde­man komt binnen, een kunstschilder die zo genoemd wordt vanwege zijn uiterlijk en gedrag. Jan kent hem van de verhalen. Maar er komt iets bij wat de verhalenvertellers niet op waarde wisten te schatten: de Wildeman heeft veel gelezen, Dostojewski, Hermans, Streuvels, Elsschot, Wilde. Het klikt tussen de zeven jaar oudere Wildeman en Jan. Het is al tegen sluitingstijd en ze vertrekken met een liter vieux naar het hutje van de Wildeman. Er staat een kolenkacheltje en er liggen overal tekeningen met een laagje gruis erop. Jan slaapt een paar uur op de rand van het bed van de Wildeman, het hout staat `s morgens in zijn rug. Om half tien zitten ze in café van Oers aan de weg naar Oerle. Ze ontbijten, drinken, kletsen en toepen, en de Wildeman vertelt verhalen, net als de vorige avond. Bij het toepen vertrouwt Jan blindelings op de Wildeman. Bij de verhalen telt voor Jan alleen of ze goed verteld worden. Jan komt zelf ook los. Cafédochter Maria vlucht blozend naar de keuken. Om een uur of een beginnen ze van Sas naar de Lange Weg te lopen; om half drie moet de Wildeman beginnen bij de weverij. Dan komt Jans zus Tonnie hen tegemoet fietsen.
(uit Op café Twee)


Hij is begonnen op de weverij, waarschijnlijk al op zijn veertiende, zoals veel jongens in die tijd. Er waren twee fabrie­ken in het dorp. Het was of de sigarenfabriek of de weverij. Of je moest naar de stad en dan werd het techniek: Philips of DAF. Sigaren maken was niets voor Heintje. Weven trouwens ook niet, zoals na een paar jaar wel duidelijk was.

Elke week weer werd hij met nog twee anderen bij de baas geroepen. Voor hen hing hun weefwerk, er waren stukken af en het zat vol gaten. De baas begon te vloeken: “Godgodgod-verdomme… Gòòòòòdgodgod-godverdomme…” Tien minuten lang. De jongelui lieten het gelaten over zich heen gaan. De week daarop was het weer hetzelfde en de scène herhaalde zich.

Heintje is meer dan tien jaar op de weverij gebleven. Het is de enige baas die hij ooit heeft gehad. De laatste jaren had hij er zijn fritestent bij. Op het pleintje.

Dat zag je in die tijd, begin jaren vijftig, overal verrezen er fritestenten, ook in de nieuwe wijken, druk bezocht door jongelui die het eten thuis beu waren. Er stonden meestal een man en een vrouw in die dit naast hun werk en hun gezin deden. Ze maakten heel lange dagen en zagen er slecht uit, ook door de gebrekkige ventilatie en waarschijnlijk omdat ze thuis veel restjes uit hun eigen tent aten, want eten weggooien deed je in die jaren na de oorlog niet en de koelmogelijkheden waren nog zeer beperkt.

Maar we hebben het over Heintje van der Horst. Toen Heintje nog een frituur begon, aan de Lange Weg, stopte hij bij de weverij. Daar haalden ze opgelucht adem en Heintje deed dat ook, voortaan was hij zelfstandig.
(uit Heintje van der Horst of De Lange Weg in vogelvlucht, De Vrouwen van de Eerste Huizen).

Aan de Lange Weg

Roman van Meurs A.M.

omschrijving, bestellen

#Yesilgöz hoort bij die mensen waarvan ik overtuigd ben dat ze niet alleen onbekwaam zijn, anderen hun werk laten opknappen, altijd blijven doordrammen, en ook absoluut niet deugen. Zie hieronder een voorbeeld.

DE HETZE VAN DE TELEGRAAF TEGEN ASIELZOEKERS IS VEEL MENSEN TE VEEL GEWORDEN. TEKEN DE PETITIE (trending op twitter!) (2066 handtekeningen in 2016, zie in het FB-bericht)

En lees wat ik van een eerder Telegraafartikel over Wij Zijn Hier vond. Zo klaagde ik het Telegraafartikel aan dat op aangeven van mevrouw #Yesilgöz van de VVD was geschreven: ‘Asielkraak kost goud’ en een ander: ‘Illegalen slopen panden’.
Jan-Willem Navis ( in zijn stijl ‘Jan-Wilders Navis’) is meestal de schrijver en bedenker van Wildersachtige benamingen als ‘rondreizend asielkraakcircus’.

OUDERWETS HETZERIG TELEGRAAFARTIKEL OVER DE VLUCHTELINGEN VAN WIJ ZIJN HIER

Typisch Telegraaf (fout in de oorlog, reactionair na de oorlog)-artikel: hetze tegen een bevolkingsgroep. Schijnbaar een tijdje ‘salonfähig’ maar nu weer terugvallend in oude reflexen. Wat kost een groep mensen? Wat kosten kinderen, ouderen, studenten, zieken, gehandicapten, geestelijk gestoorden? Welke kosten tel je en welke bewust niet? Wat is de bedoeling van De Telegraaf? Sensatie, aandacht, verkoop? Anti-vluchtelingenkrachten in de maatschappij een steuntje in de rug geven? Op die dag werd in de gemeenteraad van Amsterdam de BedBadBrood-voorziening voor zieke, ongedocumenteerde (net als WijZijnHier) vluchtelingen behandeld.

Wat kost het de belastingbetaler wanneer de gemeente Amsterdam de oude en de nieuwe bestemming van een gebouw niet op elkaar afstemt? Wat kost het om dit voormalig stadsdeelkantoor ruim 2 jaar leeg te laten staan? Wat zou de verkommering van zo’n leegstaand gebouw gekost hebben?

Is er door de gemeente een electriciteitsrekening betaald? Misschien. Ik heb deze mensen in andere panden meegemaakt zonder water, zonder verwarming, zonder electra. Ieder mens heeft recht op onderdak.

Wij zijn er trots op dat we in Nederland mensen een bestaansminimum garanderen, de bijstand. De 200 wisselende vluchtelingen van Wij Zijn Hier hebben echter in 4 jaar helemaal niets gekregen, geen cent, geen voorziening. Hoeveel miljoenen heeft de overheid daarmee, ten onrechte, uitgespaard? Wat had er aan menselijk kapitaal tegenover gestaan als deze mensen hadden mogen werken, studeren, creatief, sociaal actief zijn?

De onkosten van het leegmaken en schoonmaken van het gebouw? De vluchtelingen moesten het gebouw verlaten zonder dat ze iets anders kregen aangeboden. Ze vonden andere, kleinere, gebouwen, en konden dus daar niet al hun ‘bezittingen’ kwijt. Hun meubilair bestaat uit meubels die ze op straat hebben gevonden en waarvoor de gemeente dus destijds geen kosten heeft hoeven te maken om ze op te halen. Als wij verhuizen zetten we onze overtollige spullen op straat, waar het zonder over kosten te praten wordt meegenomen. Is het eerlijk om als het over vluchtelingen gaat, die al zoveel ‘hergebruiken’, het dan over de kosten te hebben? Zo kunnen we doorgaan.

Is het niet beschamend om mensen die we als overheid niets geven, te verwijten dat ze afval produceren, dat ze een ‘voetafdruk’ hebben? De Telegraaf schrijft een ouderwets smerig en suggestief artikel, want dat is het wat je doet wanneer je het over kosten van 1,3 miljoen hebt en er niet bij vertelt dat verreweg het grootste deel (€900.000) is gegaan naar een door de gemeente zelf opgezet project in de voormalige gevangenis aan de Havenstraat, dat door toedoen van diezelfde gemeente, die veel te traag op gang kwam, is mislukt. Die onkosten zaten grotendeels niet in de vluchtelingen maar in de eigen ambtenaren.

Het is een lachertje om te beweren dat er voor Wij Zijn Hier veel ambtenaren en politie zouden zijn ingezet. Ik heb een paar demonstraties en een paar verhuizingen meegemaakt van Wij Zijn Hier en ook demonstraties, manifestaties, evenementen van anderen. Het staat werkelijk in geen verhouding. Eén voetbalwedstrijd van Ajax krijgt meer politie- inzet/ambtenareninzet dan Wij Zijn Hier bij elkaar in 4 jaar. Kortom, het is gezocht en het is onzin. En het is kwaadaardig, zoals de term ‘rondreizend asielkraakcircus’ dat is. Als deze vluchtelingen normaal werden opgevangen zoals de Rechten van de Mens dat voorschrijven, zouden ze niet hoeven te kraken. Wij Zijn Hier schreef als antwoord op deze hetze een uitstekend persbericht. Daar kunnen kwaadwillenden als De Telegraaf ( én Yesilgöz!) het mee doen: https://www.facebook.com/WijZijn…/posts/1292353127464914:0

Leo gaat terug naar de bouw (uit Aan de Lange Weg)

Afbeelding en tekst Jan Jansen op FB in @Veldhovenzoalshetwas

Jantje, zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen, mag in de voorkamer zijn huiswerk maken. De voorkamer wordt alleen gebruikt als er bijzonder bezoek is, wanneer de pastoor op bezoek komt bijvoorbeeld. Op de tafel midden in de kamer ligt een dik kleed waarvan je jeuk krijgt aan je blote armen. Midden op tafel staat een fruitschaal van rose glas met gekleurd fruit van geperst papier, een peer is beschadigd en heeft een witte vlek. Als goede leerling krijgt Jantje vanaf de vijfde klas Franse les. Het flesje inkt met een stuiter erin, de kroontjespen, het leerboek Frans en het schrift geven hem een gelukzalig gevoel. Zijn vader plaagt: “Hoe is het nu met Kesseke en Ilia? Hebben ze elkaar al?”
“Qu’est-ce-que” en “Il-y-a”, dat is Frans, dat weet ik ondertussen ook,” zegt Hanna Bosmans van de Eerste Huizen.
Leo is zenuwachtig wanneer in de voorkamer de controle op het verzekeringsgeld plaatsvindt. Uren tevoren probeert hij de kolenkachel in de voorkamer aan te maken, wat niet altijd lukt, want dat ding is soms een jaar lang niet aan geweest. De kamer staat onder de rook, hij moet de voordeur die anders altijd dicht blijft, open zetten.
Hij heeft alles uitgerekend met pen en papier. Op zo`n avond kan het laat worden, Leo heeft een kleur als hij even de grote woonkeuken binnenkomt. Tonnie moet koffie in de voorkamer brengen. Op het eind drinken ze een borreltje. Het loopt dan tegen twaalven. Misschien doet Leo zo zijn best omdat hij denkt dat ze iets zoeken om van hem af te raken.
Net zoals wanneer het wijf van de huur er is, kunnen de kinderen, wanneer de verzekeringsbazen er zijn, de spanning nauwelijks aan. Ze willen mee ten aanval tegen deze indringers, maar ze mogen niet, moeten braaf zijn, zoals hun ouders abnormaal braaf zijn. Een van de meisjes kan zich niet inhouden, ze zegt hardop: “Meneer Lenaerts heeft haartjes in zijn neus.”
De bazen willen Leo zijn verzekeringsportefeuille afnemen. Zijn klantenbestand is toch al te klein en te veel verspreid. Maar de familieleden en de Gelderlanders, die zijn voornaamste klanten vormen, pikken dat niet. Ze dreigen samen met Leo naar een andere maatschappij over te stappen. Het resultaat is dat hij wel zijn portefeuille mag houden maar zijn vaste salaris kwijtraakt, voortaan krijgt hij alleen nog een percentage van de geïnde verzekeringspremie. Dat is te weinig om van te leven, zeker met zo`n gezin. Hij gaat de verzekering in de avonduren en in het weekeinde doen. Overdag keert hij terug naar de bouw, waarin hij ook begonnen is toen hij uit Gelderland naar Brabant kwam. Voortaan moeten de kinderen op school desgevraagd vertellen dat hun vader opperman is. Is dat net zoiets als opperhoofd?

(uit Aan de Lange Weg van Meurs A.M. te verkrijgen in Boekwinkeltje Wonderland: https://www.boekwinkeltjes.nl/…/Aan-deLange-Weg-roman-van/

(1) Facebook Album Mijn vader, de opperman


Mijn vader Theet Meurs werkte aan de Bouw van de Lambertuskerk in Meerveldhoven 1952.



Ik schreef eerder over de dood van mijn vader. In het hoorspel De Gekke Onderwijzer laat ik dit personage vertellen wat mijn zus meemaakte toen ze vanuit Groningen in Eindhoven op ziekenhuisbezoek kwam en hem niet op de zaal zag. De Gekke Onderwijzer werd gepubliceerd in het boek Spelen van 2006. In mijn literair kladschrift HetWerk dat ik maakte over dit boek schreef ik o.a. over de dood van mijn vader.

Mijn vader Theet Meurs (1906 – 1976) werd in Wehl Gelderland geboren en kwam in 1929 naar Veldhoven. Hij woonde op 2 plaatsen in Veldhoven, op 2 plaatsen in Meerveldhoven en weer op 2 plaatsen in Veldhoven. Hij was een boerenzoon, werkte in Gelderland als boerenknecht, in Veldhoven als opperman in de bouw, als verzekeringsagent en weer als opperman. In mijn roman Aan de Lange Weg staat hij model voor Leo Weels.

De bouwvakkers aan de kerk in Meerveldhoven, waarschijnlijk in 1952 als het dak erop zit. Rechts boven mijn vader Theet Meurs (helaas getekend, misschien mag ik nog een keer en beroep doen op Jos Habraken?). Op de voorgrond zittend 2e van links deken Martinus van de Ven, verder zittend wellicht de burgemeester en de aannemer Van de Velden?, verder op middelste rij 2e van rechts staand Theo Geurts, de kapelaan, later bouwpastoor van de kerk in D’Ekker. Maar ik kijk toch vooral naar de mannen die ik aan het werk heb gezien toen ik aan de overkant van de Schoolstraat op de lagere school, de St Jozefschool zat. In mijn herinnering is er minstens een, een leiendekker (dakwerker) omgekomen.

< MIJN PAPA HEEFT OOK AAN DE KERK GEWERKT> was het kopje in de krant bij de opening van de nieuwe Lambertuskerk in 1953. Mijn zusje, hier aan de hand van Monseigneur Mutsaerts voor de deur van de pastorie, had een versje opgezegd en er deze mededeling aan toegevoegd. Rechts van de bisschop deken Van de Ven in vol ornaat, links gemeentesecretaris Van der Weijden. 

Mijn Boekwinkeltje Wonderland voor o.a. mijn publicaties.