1966 – 1969 De bewustwording van T, uit Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M.(nav Tanja Nijmeijer)

(Tanja Nijmeijer krijgt bij het verschijnen van haar boek veel kritiek op het feit dat ze zich bij de linkse guerrillabeweging FARC in Colombia heeft aangesloten.
De jongeman T vraagt zich midden 60er jaren in de roman <Mijn liefde is scharlakenrood> het volgende af:
<Moet hij eigenlijk niet naar Zuid-Amerika gaan en aan de kant van
de guerilleros vechten? Wat is eigenlijk het excuus om niet te gaan?
Heeft iemand het recht te zeggen: ik ben moe, het is me te moeilijk, ik
heb genoeg van het me moeilijk maken, ik wil gewoon mijn eigen leven
leiden en van daaruit eerlijk proberen te blijven?

Hij heeft nu meer dan een jaar geprobeerd alles bij te houden wat er
in de wereld gebeurt. Verder nergens tijd voor. Moet hij daar dan maar
mee stoppen? Maar nauwelijks enkele minuten later beseft hij, na het
nieuws gehoord te hebben, dat het weglaten van dit alles de dood zou
betekenen voor zijn nieuwe bestaan.
)

1966 – 1969

De bewustwording van T

T heeft in Amsterdam een kamertje gevonden bovenin een huis aan een gracht en vlakbij een oude vestingtoren. Hij had een man die in de buurt, op de Kromboomsloot, zijn hondje uitliet aangesproken en die man had gezegd dat er bij hem over zes weken een kamer vrij kwam. Je gaat eerst een paar meter een zijstraatje van de gracht in en een hoge buitentrap op en staat dan voor de buitendeuren waarvan er een alleen van de eerste verdieping is. De andere is van het trappenhuis naar de tweede en de derde en naar de zolder, waar de bewoners van de étages elk een kamertje hebben dat ze meestal verhuren. Op de begane grond, onder die hoge buitentrap, is een soort kerk meent T waar de bewoners van de eerste verdieping alles mee van doen hebben. Een toilet hebben de kamerhuurders op de vierde niet, daarvoor moeten ze bij hun hospita aankloppen. Of ze moeten een emmer gebruiken die met chemicaliën is gevuld en chemisch toilet wordt genoemd. Je kunt deze emmer op een gunstig moment legen in het toilet van je hospita of, liefst ‘s avonds laat als er niemand op straat is, in de gracht. Er staat daar een vissers- of woonbootpompje waaraan je de emmer kunt omspoelen. Op de zolderverdieping is er voor de vijf bewoners, waarvan T er nu een is, slechts een wasbak in het trappenhuis met daarnaast een butagastoestel. Het is absoluut niet de bedoeling dat je je emmer leegt in de wasbak. Zoals het evenmin de bedoeling is dat de jongens in de wasbak plassen. Als de twee meisjes die er wonen erop betrapt zouden worden dat ze hun pispotje in de wasbak kieperen, zouden ze een andere kamer moeten zoeken. En omdat een van hen haar kamer via de kerk beneden heeft gekregen, zou ze niet meer op bemiddeling van de kerk mogen rekenen. Integendeel, deze zou het haar zelfs moeilijk kunnen maken. Als iedereen weet waar hij aan toe is, hoeven we het er verder niet over te hebben.

Het meisje dat haar kamertje via de kerk heeft gekregen woont aan de overkant van het trappenhuis. Er woont aan dat gangetje ook nog een wat oudere, nogal kleine man met sluik zwart haar die er soms uitziet als een zwerver en dan opeens weer een net pak aan heeft. Aan de kant van T woont nog een jongen en vlak naast T een meisje.

President Johnson van de Verenigde Staten wil ingrijpend gaan bezuinigen op het ruimtevaartprogramma. Dat is natuurlijk vanwege de kosten van de oorlog in Vietnam. Vriend en vijand geloven echter niet dat de VS het risico zullen nemen dat ze wat betreft de landing van de eerste mens op de maan opnieuw door de Russen zullen worden afgetroefd, zoals dat in 1957 gebeurde met de eerste satelliet in de ruimte, de Spoetnik, vervolgens een paar maanden later met het eerste levende wezen, het hondje Laika, in een satelliet die nog niet op aarde kon terugkeren en dus verbrandde maar toch de eerste stap was naar de bemande ruimtevaart, en zoals dat in 1961 gebeurde met het lanceren van de eerste mens in de ruimte, Joeri Gagarin, die zoals bekend wel terugkeerde. De senator Mansfield stelt voor de Amerikaanse troepensterkte in Europa tot tweevijfde terug te brengen, onder andere omdat de Europese Navo-bondgenoten niet aan hun verplichtingen voldoen inzake de oorlog in Vietnam.

Zijn verwarming is een butagaskacheltje. Daarom moet het dakraampje altijd een beetje openstaan. Zijn elektriciteit komt via een draad die naast zijn deur door de vloer gaat, zijn hospita woont vlak onder hem. Als je de stekker uit het stopcontact trekt is de kamer zonder stroom. Bovendien is dat gevaarlijk want de stroom staat op de stekker. Zijn hospes is een marktkoopman die niet op het idee is gekomen om de stroom op het stopcontact te zetten.

De derde wet op de Burgerrechten, die een verdere stap moest betekenen naar het einde van de rassenongelijkheid in de VS, is door de senaat verworpen. Ook dit jaar zijn er bij rassenrellen reeds tientallen zwarten door de politie gedood. De oprichting van Black Power is het antwoord van radicale zwarten die zich niet langer door de politie en organisaties als de Ku Klux Klan willen laten afslachten.

Eerst haalt hij de doeken weg die de dakbalken verbergen. Hij wil ze bruin beitsen en ze daarmee accentueren. Soms snuift hij voorzichtig, bang weer de bedorven pis te ruiken die de vorige bewoner had laten staan. Hij valt een paar keer met wat alcohol op in de stoel in slaap. Hij droomt. Hij is in Vietnam. Hij kan zich niet voorstellen dat hij er vrijwillig naartoe is gegaan. Hij moet vechten aan de kant van de Amerikanen. Er is een bruingroen water dat aan zijn kant door horizontale palen in drieën is verdeeld. Het doet hem aan een buitenzwembad dat hij kent denken maar dit water is veel uitgestrekter. In de verte ligt links het kamp van de vijand. In zijn kamp liggen in het grote middenvak in rijen die weliswaar niet meer volledig gevuld zijn toch nog heel wat zeer kleine gevechtsbootjes, niet groter dan een roeiboot. In het kleinere vak rechts liggen er ongeveer even veel, maar ook hier is uitgedund. Aan de linker kant zijn er nog maar een stuk of vier over. Hij kiest links omdat hij meent dat links altijd het beste is. Dit linker vak ligt het dichtst bij de vijand, bij een gelijke start zijn deze bootjes er dus het eerst. Ze kunnen niet uitwijken naar rechts want dan komen ze in de vuurlinie van de midden- en rechterbootjes. Hij en zijn twee vrienden die ook net zijn aangekomen staan onder leiding van een man met een lang gezicht en blond haar dat in een paar slagen achterover is gekamd. Hij lijkt op T’s eerste baas. Na het eerste gevecht keren zijn twee vrienden niet terug. De leider vertelt dat hij Porter heet, de naam van T’s tweede baas. T zegt dat hij waarschijnlijk zijn broer kent maar dat deze helemaal niet op hem lijkt, hij zal hem de groeten doen. “Neenee,” zegt de man en vertelt dan dat hij eigenlijk helemaal geen Porter heet. Ze zwemmen in een smalle inham waar grote zware bomen het licht wegnemen en het water zwart is. De man gaat soms even onder waarbij hij rochelt en kreunt. T meent dat de man hem iets wil leren, soms denkt hij dat de man dronken is, hij vertrouwt hem niet en houdt hem in de gaten. Opeens gilt de man: “Je bloedt, het bloed stroomt uit je neus. Gauw naar de kant!” T wordt wee van angst dat hij dood zal bloeden. Hij zwemt met zijn hoofd omhoog naar de kant en gaat op de rand zitten, zijn benen in het water. De man zal in het grauwe huis aan de overkant van de inham iets gaan halen. T wordt opeens doodsbang dat de man boven in het huis aan de overkant plotseling een raampje zal openstoten en hem met zijn machinegeweer van de kant maaien. Hij zit daar als een makkelijk doelwit. T loopt achter de bomen hard weg.

In een stadion in Phnom-Penh, de hoofdstad van Cambodja, heeft president De Gaulle van Frankrijk voor een gehoor van honderdduizend mensen felle kritiek geuit op de oorlogspolitiek van de VS in Vietnam.

Telkens als hij zo in zijn luie stoel wakker wordt, slapen zijn handen. Hij zit dan wel een uur voor zich uit te staren, niet in staat iets te doen. De eerste keer dat hem dat overkwam was op een avond, het was zo goed als donker geworden. Na het slapen bekijkt hij lange tijd met twee spiegels zijn gezicht van alle kanten. Door de ene spiegel door de kamer te bewegen krijgt hij het effect van een film.

Hij is alleen. De ene dag haalt hij de affiches van boerenkool en braadkuiken van de wanden, de andere dag de hoezen van kleine grammofoonplaten. Elke dag moet hij iets doen. Toen hij in het toilet van zijn hospita de emmer bedorven pis niet snel genoeg kon doorgetrokken krijgen, liep hij kokhalzend weg. In de eerste week loopt hij elke avond langs de hoeren in de buurt en masturbeert daarna in bed.

Denk je dat er eindelijk een belangrijke politieke daad wordt gesteld, de moord door een parlementsbode op Verwoerd van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, blijkt de moordenaar geestelijk gestoord… Maar dat zeiden de nazi’s ook over Van der Lubbe die de Reichstag in brand heeft gestoken. Die was communist of geestelijk gestoord. Het is in ieder geval niet langer verantwoord om niet politiek geëngageerd te zijn. Hij moet zich verdiepen in communisme en socialisme, in hoe Rusland zijn veroveringen gemaakt heeft, in de situatie Laos, Vietnam, in rechts en links, in de Zuid-Europese rechtse dictaturen, in het ontstaan van Israël.

In café Hoppe op het Spui raken twee Zuiderlingen met elkaar in gesprek. De een is een politicus uit Helmond die de VVD heeft verlaten en van plan is een nieuwe politieke partij op te richten, hij zoekt nog naar een aansprekende naam. De ander is een kunstschilder uit Eindhoven die vertelt dat hij vorig jaar de kunstenaarsgroep Mei ’65 heeft opgericht. Enkele dagen later wordt de oprichting bekend gemaakt van de politieke partij Democraten ’66 oftewel D’66. Zo gaat dat dus, denkt de kunstenaar in Eindhoven.

Onze jongen walgt van heel rechts Nederland, van alles wat fascistisch of zelfs maar gewoon conservatief is. De zeer rechtse KVP-er Schmelzer heeft het kabinet van katholieken, sociaaldemocraten en antirevolutionairen laten vallen. Het kabinet was naar de zin van conservatieve katholieken te “links” bezig. Deze maandag is hij door zijn rotstemming niet gaan werken, hij lost vrachtwagens bij een groothandel op de kop van de Zeedijk. Er is daar een meisje waar hij geil op is. Hij is erg alleen. Mag dat misschien? Het gaat niemand iets aan.

Het is een gedachte die hij steeds verdringt maar het is waar, hij ziet Amsterdam niet meer als in het begin, hij is teleurgesteld. Hij is teruggevallen op deze buurt en ziet van Amsterdam nu minder dan toen hij op zoek was naar een kamer. Hij ging toen geregeld over het Y en kwam ook aan de andere kant van het Damrak. Hij is die enthousiaste frisse blik van het begin kwijt en denkt met heimwee terug aan hoe hij voor het eerst Amsterdam binnenkwam, die sensatie om in de tram te zitten die maar net tussen de hoge huizen scheen door te kunnen.

In de deelstaat Hessen in West-Duitsland heeft de neonazistische NPD 8% van de stemmen gekregen. Het aantal ultrarechtse elementen in Duitsland is weer ontzettend toegenomen. Nochtans vormen zij volgens de regering geen gevaar voor de democratie. In Nederland zijn de regionale kranten en praktisch alle geïllustreerde tijdschriften in één rechtse hand gekomen. Daarom, dames en heren, moet ik u eens te meer waarschuwen voor de gevaarlijke linkse voorlichting in de persorganen. Wij zijn blij dat de ultrarechtsen in Duitsland geen gevaar vormen voor de democratie in Portugal, Spanje, Rhodesië, Zuid-Afrika en andere dictaturen.

De gordijnen en doeken in zijn kamer zijn vroegere, merkwaardige en vooral zeer wijde jurken van zijn zeer dikke, lieve hospita. Zittend op de vloer onder het schuine dakgedeelte van zijn kamer, overal gaten en hoeken en opbergruimtes ontdekkend, wordt hij vertrouwd met zijn kamer en overweegt om allerlei verborgen kastjes te maken en, bijvoorbeeld, een geheime toegang tot de kamer van zijn buurmeisje. Feit is dat hij vanuit zijn kamer een ruimte achter die van haar heeft ontdekt waarin hij al wat spullen heeft opgeborgen, en als hij een stuk uit de balk zou zagen zou hij zelfs in de ruimte kunnen komen. Zijn butagaskacheltje verspreidt bij het aansteken een aangename geur van verbranding die meteen het idee van warmte geeft. Hij heeft die gewaarwording ook bij het ruiken van de uitlaatgassen van een vrachtwagen die hij in de kou moet lossen. Op zijn kamer is hij steeds bang voor kolendampvergiftiging, waar volgens de krant dagelijks vooral oude mensen aan sterven. Zijn dakraam moet altijd een beetje openstaan, al is het nog zo koud.

Er is dankzij Zuid-Afrika in ieder geval één Nederlands woord dat de hele wereld kent: apartheid. Hij loopt zenuwachtig heen-en-weer, hij heeft het koud, hij moet zijn sokken aan doen, maar de kou komt van binnen. Hij moet zich verdiepen in de politiek, in Marx, in het socialisme, maar wanneer moet hij dat godverdomme allemaal doen! Hij klappertandt, hij heeft de sokken nog niet aan gedaan. Hij is bang, bang voor de rechtse krachten die overal opduiken. Er zitten hier in de gemeenteraad nota bene vier Boeren, een uiterst rechtse, bijna fascistische partij die landelijk 9% van de stemmen heeft gehaald, tegenover één Provo. En ondertussen doet men alsof het een tijd is van uiterst gevaarlijke links-radicale krachten die de maatschappij trachten over te nemen.

In Hanoi en omgeving hebben de Amerikanen systematisch woonwijken gebombardeerd. Aldus de Amerikaanse journalist Salisbury die ter plekke is geweest.

Hij kan niet blijven vluchten. Hij krabt de roos van zijn hoofd. Hij wrijft over zijn jeukende oren. Hij vertrekt zijn gezicht en vormt met zijn mond de woorden van de beatplaat op de radio. Al voor het avondeten gemasturbeerd op Corrie van zijn werk. Hij is duidelijk bezeten van haar, moet hij haar mee uit vragen? Maar hoe lang werkt hij daar nog? Nu al staat hij bij gebrek aan laad- en loswerk in te pakken, waar hij een gruwelijke hekel aan heeft.

Het sneeuwt als hij uit het koffiehuis komt. Het zat er vol oude mannetjes, twee vrouwen en een paar zwarten. Iedereen keek geboeid naar het zaterdagmiddag-programma op de tv. Een man die zat te slapen werd door roepen wakker gemaakt, slapen mocht niet. T had hoofdpijn van de jenever die hij op zijn kamer gedronken had en was terneergeslagen door de vele dingen die hij moest doen en niet gedaan had. Harry, de kunstenaar die hij op zoek naar een kamer heeft leren kennen, was niet thuis. T wilde bij hem schijten, douchen en zijn haar wassen, bovendien zou hij hem helpen met het ophangen van een paar spotjes. Hij heeft jeuk op zijn hoofd en ergert zich aan zijn baard. Hij is schraal onder zijn neus en zijn linkermondhoek gaat weer kapot. Hij heeft geen zin in fruit. Hij zou zich meer moeten bezighouden met wat andere jongeren doen.

Toch bevalt het me om hier te wonen, denkt hij terwijl hij in een koffiehuis aan de Nieuwmarkt zit, de sfeer bevalt me. Overal elders is het erger. Toen hij in de kou liep had hij weer even aan een hoer gedacht, vergetend dat hij er geen warmte zou vinden en na tien minuten weer buiten zou staan.

De Rechtsen besluiten voortaan elke vergrijp, hoe klein ook, met de dood te bestraffen. Dit ter vereenvoudiging van de rechtspraak, afschaffing van dure gevangenissen en als bijdrage aan de oplossing van het overbevolkingsvraagstuk.

In café De Vriendschap op de Nieuwmarkt zit een oude man met wit haar, open gezicht en grote kinderogen steeds onverstaanbaar te praten. Een man zegt: “Het is een Turk, komt voor vanavond: AjaxBesiktas.” Opeens valt de oude man met stoel en al achterover met zijn achterhoofd op de tegels. “Die is dood,” zegt de man van ‘Ajax-Besiktas’, “die is dood.” “Nee, hij is niet dood,” zegt T, “ ik zag zijn ogen bewegen.” “Die gaat dood!” schreeuwt een kleine artistieke man met grijze baard en zwarte jas met capuchon naast hem. De oude man ligt op de kale vloer en de man met de baard schreeuwt: “Die gaat vanavond de pijp uit!” en ondertussen knijpt hij T hard in zijn bovenarm. Iemand duwt de oude man op zijn zij. “Niet aankomen!” wordt er geschreeuwd. “Hij bloedt niet,” zegt een ander, “hij bloedt niet uit zijn mond.” “Ook niet uit zijn achterhoofd,” zegt nog een ander. “Die is er geweest!“ danst de man met de capuchon en de baard, “ik heb het zo al eens meegemaakt.” Ze trekken de oude man overeind.

Als ze de man met de witte haren, het open gezicht en de grote kinderogen overeind hebben getrokken, zetten ze hem op een stoel en schuiven een tafel in zijn buik zodat hij niet kan vallen. De oude man begint even later weer in onverstaanbaar Nederlands te mompelen en kijkt je met zijn grote ogen aan. “Stil maar,” zegt iemand, “we weten wel dat je uit Turkije komt.” Dan pakt iemand hem van achter om zijn middel en draagt hem naar buiten. Als zijn voeten de grond raken zakt hij door zijn knieën en zit op handen en knieën op de stoep. Iemand maakt de deur dicht en zegt tegen T: “Hij zei tegen me: ik ga op handen en knieën, dat gaat net zo vlug.” “Je kunt hem toch zo niet laten zitten,” zegt T. “Die is allang weg,” zegt de ander, “kijk maar.” Hij opent de deur weer, de oude man is weg.

Op Sinterklaasavond heeft hij de neiging door de hoerenbuurt te gaan lopen en te kijken hoeveel er werken en hoeveel belangstelling er is maar hij wordt weerhouden door de kou en door zijn verlegenheid. Hij zou alle hoeren van de buurt moeten proberen, alle honderden, stelselmatig, een voor een, telkens als hij een paar tientjes over heeft. Hij heeft wat extra flesjes bier gehaald voor vanavond. Hij had een hoer horen zeggen: “Ik kousen stoppen en hij met een ander in de koffer.” Ging het maar zo makkelijk! Zijn moeder heeft hem een tientje gestuurd. Voor dat tientje kan hij nu voor haar een cadeautje kopen. Wie is ermee gebaat? De winkelier, de groothandel, de fabrikant. Sinterklaas een kapitalistisch feest. Hij voelt zich opgelucht dat hij helemaal geen pakjes hoeft in te pakken, rijmpjes te maken en vooral dat hij helemaal niet leuk hoeft te zijn. Hij heeft zojuist zijn handen ingesmeerd omdat ze schraal zijn en jeuken. Verdomme, telkens die drang tot janken: bij mensen die verdronken zijn, bij een astronaut die de ruimte in gaat.

De hele buurt hier, de rosse, de donkere, zou gesocialiseerd moeten worden. De hoeren zouden maatschappelijk werksters moeten zijn. Die hele buurt is één groot teken van het falen van de seks in onze samenleving. Hij moet zich in ieder geval zo gauw mogelijk politiek op de hoogte stellen.

In het proces tegen oorlogsmisdadigers van het kamp Sobibor zijn straffen uitgesproken van drie jaar tot levenslang. Hij hoort zijn vader zeggen: “Die hadden ze allang op moeten hangen, die vuile beesten. Waarom moeten ze daar zo lang mee wachten? Dat vuile wijf, ze stopte er honderd in een treinwagon waar maar plaats was voor vijfentwintig. Ik zou zo’n wijf pas kunnen vergeven als ik ze es flink had afgeranseld, er flink met de zweep over was gegaan.” Veel ex-nazi’s zijn opnieuw aan de macht.

Hij droomt van zijn vader op krukken. Het is oorlog, met krukken onder zijn oksels loopt zijn vader over heuvels. Waar lijken die heuvels op? Ze bestaan uit zand en hier en daar een beetje gras. Het zijn geen duinen. Het is Vietnam. Nu weet hij het niet meer zeker. Is het Vietnam?

Hij voelt zich ontzettend ver van alle bossen verwijderd. Hij moet in een makkelijke stoel gaan zitten. Hij heeft de hele dag aan een stuk vrachtwagens gelost en heeft nu pijn in zijn rug. Hij voelt zich vies en heeft een baard, hij ziet er vermoeid uit en zijn mondhoeken zijn nog steeds kapot. Dacht je dat de sinaasappels en citroenen hielpen, de zalf? Nee hoor. Hij stoot zijn koude bovenhand aan het cement van de schoorsteen die door zijn kamer loopt. Dat is om erg kwaad van te worden. Hij heeft de laatste dagen om de haverklap de aandrang tot janken. Zou hij overspannen zijn? Hij is steeds bang dat zijn hospita naar boven komt als hij de radio hard heeft staan.

Hij gaat er even uit. Als hij de kamer uit gaat controleert hij altijd of zijn buren er zijn: zijn buurmeisje, zijn buurjongen en zijn overbuurmeisje, het meisje aan de andere kant van het trappenhuis. Als de buurmeisjes er zijn vindt hij dat meestal fijn, als zijn buurjongen er is meestal niet, tenzij het vriendinnetje van de buurjongen er ook is. Er ligt overal sneeuw. Harry de kunstenaar aan de Amstel is niet thuis. Hij loopt over het Rembrandtplein naar het Muntplein, door een stukje Kalverstraat, door de Nes langs de Brakke Grond, langs een paar hoeren, maar DE hoer ziet hij niet. Ze zaten allemaal te lezen, kerstverhalen, denkt hij. De hoer die altijd verlegen zit te kijken ziet hij op de Zeedijk bij een man in een auto stappen. Ze kijkt hem aan, herkent hem waarschijnlijk. Voor haar raam ziet hij even later een bordje: “Gem. kamer te huur, tel. …”

In Vietnam is de toestand zo in-triest dat je niet weet of een kind

dat vandaag hulp krijgt morgen nog in leven is. De Amerikaanse regering weigert verantwoording te aanvaarden voor de kinderen die voortkomen uit de pleziertjes van de Amerikaanse soldaten. Wel is er in Amerika een groot persoonlijk initiatief. Persoonlijk initiatief helpt persoonlijk initiatief. De kinderen in Korea die gemengd bloed hebben worden erg gediscrimineerd, er zijn kinderen gestenigd.

“Als ik niet gek was liep ik hier niet met jou,” zegt zijn buurmeisje. Ze is meegeweest naar het personeelsfeest van zijn werk en nu lopen ze met nog wat jongelui over de Zeedijk op zoek naar een café dat nog open is. Als ze met hun tweetjes op zijn kamer zijn durft hij eerst niet, want ze had gezegd dat haar vriend het vast zou uitmaken als ze met een ander naar bed ging. Maar dan komt ze vlak voor hem op de vloer bij het kacheltje zitten en dan moet hij wel.

De zon en de politieagenten op de Zeedijk, hij met een kachel op een steekwagen, de witte kerstklokken voor het raam van de hoer die pas om half zes komt, Annemieke het eerste meisje waarmee hij naar bed is geweest na al die jaren met zijn vriendin, dit allemaal propt hem boordevol gevoel en hij snikt van geluk terwijl hij met de kachel op de steekkar in de winterzon over de Zeedijk loopt.

De huidige president van West-Duitsland, Heinrich Lübke, heeft in 1964 onderscheidingen (Verdienstkreuze) uitgereikt aan enkele Duitse oorlogsmisdadigers, zoals aan Heinrich Bütefisch die in Neurenberg tot 6 jaar gevangenisstraf was veroordeeld. Na hevig wereldwijd protest moest de laatste de onderscheiding teruggeven. Zelf heeft de architect Lübke een aantal concentratiekampen gebouwd voor de nazi’s. Na de oorlog werd hij dan ook door de Amerikanen gezocht maar was spoorloos. De nazi-officier Von Kielmansegg is nu opperbevelhebber van de NAVO in Midden-Europa.

“Je gezicht verandert meteen als je begint te vrijen,” zei ze, “je bent dan lang niet zo streng.” In het weekeinde moest ze naar haar vriend maar maandagnacht was ze er weer en tegen de ochtend, vier uur, keek ze hem met dronken ogen die niets met drank te maken hadden aan en zei: “Ik voel je tot hier joh,” en wees op haar borst. Hij had het nog steeds volgehouden om niet klaar te komen… en toen hoorden ze gerammel van sleutels, geklop op haar deur, lagen ze tien minuten te zweten, dan geklop op zijn deur en toen haar vriend die riep dat hij de boel kort en klein zou slaan als ze niet vlug open deden. “Ik kom, Ron,” zei ze, “wacht even hiernaast, Ron.” En sindsdien is ze weg.

Ulrich de Maizière, vertrouwensman van Hitler, is nu generaalinspecteur van de Bundesarmee. Alfred Krupp, in 1948 door het Amerikaanse Militair Gerechtshof nog gekenschetst als een van de hoofdschuldigen aan de Tweede Wereldoorlog, is sinds 1951 vrij en weer aan de macht in zijn naar hem genoemde concern (voornamelijk wapens, omzet 6 miljard mark per jaar). De Duitse oorlogsmisdadiger Lages, verantwoordelijk voor de deportatie en dood van 70.000 joodse Nederlanders en de executie van honderden andere Nederlanders en hiervoor aanvankelijk ter dood veroordeeld, mocht voor verpleging drie maanden naar Duitsland. We hebben hem niet meer teruggezien.

Hij ziet dat haar gastoestel op de gang verdwenen is. Verdomme. Die afwas, is die van haar? Hij wil het aan de anderen vragen maar er is niemand. “Je buurmeisje gaat weg hè,” zegt zijn hospita als hij haar een gelukkig nieuwjaar wenst. In de week erna merkt hij dat ze steeds haar post ophaalt als hij er niet is. Hij is weer alleen. Hij zit heel de avond in de spiegel te kijken, basta.

Als hij zijn jas er niet voor heeft hangen kun je op de plaats waar bij de deur het hangslot gemaakt is in zijn kamer kijken. Als hij iets voor zijn kamer hoort kijkt hij naar die plek. Hij heeft het gevoel dat hij in een cel zit waarin hij altijd bespied kan worden. Het heeft geen zin om bijna te staan janken boven zijn afwasbak, van ellende en vermoeidheid. Zo doorgaan kan ook niet. Geen vaste vriendin meer hebben moet hem dwingen de straat op te gaan, de café’s in, en contacten te leggen met andere jongelui.

T droomt dat hij aanplakbiljetten ophangt. Als de politie komt holt hij weg. “Sta of ik schiet,” mompelt de agent. T holt door. De agent schiet. T fluistert nog: “De schoft, hij heeft me doodgeschoten omdat ik aanplakbiljetten ophing, de schoft!” Hij denkt er nog over om te zeggen dat hij hem vergeeft, maar hij doet het niet.

De regering Zijlstra heeft een militaire attaché benoemd in Saigon. Als reden wordt opgegeven dat de militaire situatie daar in de gaten moet worden gehouden.

Hij heeft hoofdpijn, een kater. Hij kan niet naar buiten, want het regent te hard. Hij is bang dat er weer opeens bloed uit zijn neus begint te stromen, hij heeft net de zwarte korsten eruit gehaald. Opeens had hij zin zijn eigen vertrokken gezicht te fotograferen. Of is dat kitsch? Hoe kan iemand met wie je twee heerlijke nachten hebt doorgebracht zomaar uit je bed stappen en uit je leven verdwijnen? Moet hij in een commune gaan? Welk alternatief is er voor deze mannetje-vrouwtjehuisje-kindje wereld? Hij moet nu gaan luisteren naar een programma over ontwikkelingshulp op de radio.

De Rechtse laat de krullen uit zijn schaamhaar halen om niet op een neger te lijken.

Opeens komt hij Annemieke tegen op de Zeedijk. Hij heeft haar weken niet gezien. Ze loopt daar, klein met alleen haar ogen boven haar dikke sjaal uit, haar hoofd naar de grond. Er is geen verband tussen haar plotselinge verhuizing en jeweetwel. Ze had gereageerd op een raamadvertentie. Ze had wel gedacht dat hij er misschien iets achter zou zoeken, ze was nog bij hem aan de deur geweest. Gaat ze met Ron samenwonen? Waarschijnlijk wel. Ze komt nog een keer langs maar kan nu nog niet tegen Ron zeggen: ik ga naar T. Ze praat nog wat door maar hij denkt alleen: ze is harder dan ik.

1000 Papoea’s komen om in gevechten met het Indonesische leger. Soeharto neemt alle macht over van Soekarno.

 Op een zaterdagmiddag zit Annemieke zo’n anderhalf uur op zijn kamer. Hij kan niets meer terugvinden van de twee nachten die ze samen hebben doorgebracht.

Gewapend met broekriemen, knipmessen en scharen hebben zo’n 140 marinesoldaten de zogenaamde CS-jeugd het Centraal Station van Amsterdam uitgejaagd. Daar waren 20, veelal langharige jongens en tien meisjes van tussen de 15 en 20 jaar aanwezig. Ze hingen in de hal van het CS rond sinds ze door de penose van de Dam waren gejaagd. Eerder had onroerendgoedmagnaat Caransa hun vorige pleisterplaats, het Rembrandttheater gesloten. De actie vond plaats nadat een dag eerder de Telegraaf een artikel had geplaatst onder de kop: “CS geen baas in eigen huis. Matrozenmeisjes lastig gevallen na afscheid van hun jongens”. Voordat de “jongens” optraden was er al een verslaggever en een fotograaf van dit blad aanwezig. De volgende dag publiceerden ze dan ook een smeuïge reportage. Evenals bij het optreden van de penose tegen deze jongeren bleef de politie weg, hoewel ze was gewaarschuwd. Wel hield de politie aan het begin van de Haarlemmerstraat een grote groep jongeren tegen die de CS-jeugd te hulp wilde komen. De NS hadden niet om bijstand gevraagd. De jeugd krijgt daarna een kelder aan de Prins Hendrikkade, waar de politie regelmatig invallen doet; volgens hoofdinspecteur Valken is deze jeugd toch alleen uit op rellen.

In de Poppub op het Rembrandtplein kijkt T lange tijd naar een lang blond meisje dat bij de deur is gaan staan. Opeens is ze weg. Dan kijkt hij lang naar een klein zwartharig meisje dat telkens van plaats verandert. Hij moet naar het toilet maar er is geen papier en de deur kan niet op slot. Het kleine meisje met het zwarte haar ziet hij wat later met een negerjongen de Phonobar op het Thorbeckeplein binnenkomen. Er komen nog een blond en een donkerharig meisje binnen die hij ook bij de Poppub gezien heeft. Een blonde man kijkt vaak naar hem. Een man met bontjas en bril komt naast hem aan de bar zitten, dut in, laat zijn sigaar op de grond vallen, trapt hem uit. Hij vraagt T in het engels wat de serveerster heeft gezegd. “Do you like boys?” zegt hij dan. “No,” zegt T, “anyway not in the way you mean.” De man legt uit dat T dan nog twee dingen kan bedoelen: “for money or not for money.” T zegt: “Okay, I’m sorry.” “Everybody is free,” zegt de man. Hij vertelt dat hij een pil heeft genomen, daarom zo slaperig is. Wat denkt T van het gebruiken van drugs? “Eh…,” zegt T. En wat vindt T van Vietnam? “That’s a lot of questions,” zegt T. “You’re right,” zegt de man, staat op en gaat weg, een andere jongen zoeken.

Een vrouw van in de dertig met lichte regenjas en blond krulkapsel gaat op een kruk vlakbij T zitten, maakt flauwekul met de serveerster, aait over haar arm. “Ik geloof dat ik hier vanavond maar blijf staan,” zegt de serveerster. Het blonde en het donkerharige meisje komen opnieuw binnen. Het blonde meisje kust de vrouw met het blonde krulkapsel en gaat met haar kruis boven de knieën van de vrouw staan en beweegt haar onderlijf heen en weer. “Even jou klaarspelen,” zegt ze. Het zwartharige meisje gaat tegenover T zitten. De vrouw met het blonde krulkapsel heeft geen zin om te werken maar het zal wel moeten. “Er is veel MP,” zegt het donkerharige meisje, “als het weer niet meezit, zit alles tegen”. “Je moet nu ook niet gaan lopen,” zegt de vrouw met het blonde krulkapsel, “om een uur of twee.” “En je moet je een keer laten pakken door zo’n MP,” zegt het blonde meisje, “een beetje glijmiddel, weetjewel, dan laten ze jou en je klanten de rest van de avond met rust.” “Of je vertelt ze iets wat ze graag willen weten,” zegt de vrouw met het blonde krulkapsel, “je moet een beetje investeren!” T heeft medelijden met het donkerharige meisje tegenover hem: ze heeft een te smalle spitse neus. Hij staat op en gaat naar huis.

Hij hoort Annemieke in de kamer naast hem. Ze maakt veel lawaai om hem te laten horen dat ze er is. Maar hij gaat zijn kamer niet uit. Misschien is het wraak waarom hij niet gaat kijken. Waarom komt ze op dit uur, half elf ’s avonds? Hij hoort haar rammelen. Hoe meer lawaai ze maakt hoe vaster hij besluit om niet te reageren. Maar hoe zal hij zich voelen als ze nu zonder meer weggaat? Zijn hart bonst. Ze kan zijn muziek horen. Bombom! Het lijkt wel of ze alles op de grond smijt om te laten horen dat ze er is. Maar het kan ook haar vriend zijn. Wat moet hij doen? Zijn hart gaat vreselijk tekeer, hij ziet het kloppen bij zijn buik. Hij maakt de deur open, hij hoort haar in het trappenhuis bij de kraan, hij hoort ook een mannenstem en maakt de deur weer dicht. Even later loopt hij langzaam de gang op. Hij ziet dat ze een steelpan weggooit en haalt hem weer uit de vuilnisbak, zij vraagt of hij een theedoek voor haar heeft. Ze bekvechten wat. “Was je nog van plan langs te komen?” vraagt hij. “Ja, morgen,” zegt ze. “Ik bedoel nu,” zegt hij, “morgen ben ik er niet.” “Nee, nu mag het niet,” zegt ze. “Fijn,” zegt hij, “enfin, je komt maar eens langs als je van je vriend mag.” Hij slaat haar met de theedoek om haar oren, trapt op haar tenen. Hij heeft dat nodig, hij wil haar over de knie leggen, moet zijn agressie tegen haar kwijt. “Als je toch alles vraagt aan je vriend,” zegt hij, “vraag hem dan eens of ik je een flink pak slaag mag geven. Als hij het goed vindt doe ik het.”

Staatsgreep van kolonels in Griekenland. Voor jongens worden lange haren verboden en voor meisjes minirokken. Scholieren moeten voortaan elke zondag naar de kerk en ter communie.

Hij moet zich helemaal wassen maar heeft geen zin. Hij heeft het water al een keer koud laten worden en is benieuwd hoe warm het, nadat hij het heeft opgewarmd en het wassen opnieuw uitgesteld, nu nog is. Het is 30 april, Koninginnedag. Omdat hij niet in vaste dienst is krijgt hij deze dag niet uitbetaald. Het is een nationale feestdag. Zoals op elke algemene feestdag voelt hij zich ver van de andere mensen afstaan. Zou hij schadevergoeding kunnen vragen? Leve de koningin? Eens beginnen met het nationaal programma op de radio uit te zetten. Misschien is dat de oorzaak van alles: de stem van Duys. Had het ongetwijfeld eerder moeten doen.

Terwijl hij een grote koelkast op een steekkar over de hoge drempel van het magazijn op de Zeedijk probeert te krijgen, ziet hij hoe aan de overkant een vrouw in een heel kort rokje de trap af komt. Als ze helemaal te zien is heeft ze een lelijk gezicht en een hoofddoek met daaronder krulspelden. “Godsklere!” zeggen de meisjes die de ramen van het café lappen. Daarna staat hij uren onder de houten trap naar de kelder vrachtwagens te lossen. Hij had gehoopt dat Corrie over die trap zou komen zodat hij onder haar rok kon kijken. Maar ze kwam niet. Hij moet toegeven dat hij haar hoe dan ook graag even gezien had.

Wanneer hij naast zich gestommel hoort, gaat hij niet meer kijken. Het zou Annemieke kunnen zijn, want ze heeft haar kamer pas volgende maand opgezegd omdat ze haar spullen niet kwijt kon. Hij zou wel willen dat ze kwam en gewoon deed. Ze doet zo omdat ze eigenlijk dolgraag met me naar bed wil maar de relatie met haar vriend niet opnieuw op het spel wil zetten, troost hij zichzelf. Hij heeft zin haar na te doen en op de gang te roepen: “Ik voel je tot híer, joh!”

Burgemeester van Hall, die weigerde zelf ontslag te nemen, is door de regering ontslagen. Aanleiding zijn de rellen en het politieoptreden van juni 1966. Eerder, vorig jaar, had de hoofdcommissaris van politie al ontslag gekregen.

Het Internationaal Vietnamtribunaal onder leiding van de filosoof Jean-Paul Sartre heeft in Stockholm de VS schuldig bevonden aan agressie in Vietnam, aan massale, systematische en opzettelijke bombardementen op burgerdoelen en aan de schending van de soevereiniteit en neutraliteit van Cambodja. Ongeveer 10.000 mensen demonstreren in Amsterdam tegen de Amerikaanse Vietnamoorlog. De zwarte Amerikaanse wereldkampioen zwaargewicht boksen, Mohamed Ali, krijgt vijf jaar gevangenisstraf omdat hij weigert zijn militaire dienstplicht te vervullen.

Geschreeuw, gehuil van een vrouw midden in de nacht op de gang. Het is een dik Amerikaans meisje dat bij de buurjongen slaapt. Als T vraagt wat er is zegt ze: “Vietnam.” Maar als ze de volgende dag weg is zegt de buurjongen: “Ze had geen kut en wilde dat ik haar in haar kont neukte, maar daar had ik geen zin in, niet hier, niet in deze omstandigheden”. Ja, denkt T, stel dat hij er onder de stront uitkomt, kun je het eerst met papiertjes afvegen, die papiertjes moet je daarna weer uit de prullenbak halen omdat het te erg stinkt, je moet ze in een plastic zak doen, dan moet je wat aantrekken en een bakje water pakken op de gang en dan pas kun je je wassen op je kamer, en dan hebben we het niet eens over haar. “Ik was kwaad omdat ze het niet van tevoren gezegd had,” zei de buurjongen maar zij had gezegd: “Als ik het van tevoren zeg wil je me niet, terwijl als we zover zijn en je merkt het of ik zeg het en je mag in mijn kont, dan maakt het meestal niks meer uit.” “O, speel jij het altijd zo,” had hij gezegd en was kwaad geworden. “Ik moet wel,” had ze gezegd en was gaan huilen.

Je zou de macht of eigenlijk de oorlog moeten reduceren: president Johnson van de VS vecht tegen de president van Noord-Vietnam. Toch zou dat weer niet fair zijn tegenover die ouwe Ho Chi Minh. Misschien heeft T te veel zwart-wit cowboyfilms gezien: naïef! Hier in Amsterdam spelen ze agentje met hun geweer, hun revolver, hun sabel en hun gummistok voor doffe klappen.

Allicht zeg dat de openbare orde, hoezo orde?, verstoord mag worden als het erom gaat te protesteren tegen fascisme en massamoorden! Zeker als de handhavers van die orde ook nog eens opvallend gelijke trekjes vertonen met de sujetten waartegen men protesteert… Wie anders dan blaaskaken gaan er bij de politie! Wedden dat het daar barst van de fascistische tendensen? Stoere pik zal wel eens de orde, wiens orde eigenlijk?, handhaven.

T ergert zich aan zichzelf als hij zich heeft laten verleiden om in discussie te gaan met Amerikaanse soldaten op verlof. Het valt op dat Amerikaanse militairen die hier komen er zo ouderwets uitzien. Het zijn over het algemeen vetkuiven.

Israël valt met luchtsteun van de VS en Engeland zijn Arabische buurlanden aan. De Egyptische luchtmacht, en ook die van Syrië en Jordanië, wordt op de grond vernietigd. Israël houdt na deze zesdaagse oorlog grondgebied van Egypte, Jordanië, waaronder het oude, zogenaamde “Oost”-Jeruzalem, Syrië en Libanon bezet.

In Newark zijn deze zomer 26 zwarten gedood, in Detroit 41. Afgevaardigden van tientallen zwarte organisaties zijn bijeengekomen in een “Black Power”-conferentie. Voortaan zal geweld met geweld worden beantwoord.

T loopt nog steeds veel rond. Een man drukt zijn gezicht tegen het raam van de oude hoer die achter donkere vitrage in een schemerig kamertje zit en die je niet opvalt als je het niet weet. De man klopt op het raam en nu ziet ze hem en staat op. Het is een vrouw, ziet T nu, met wie hij verschillende keren in het café op de Nieuwmarkt heeft zitten praten en die de laatste keer stiekem naar hem lachte als een wat aangeschoten man haar probeerde te kussen. “’t Is een erg aardige kerel hoor,” zei ze, “maar als-ie gedronken heeft… En ik krijg nog een borreltje ook hoor als ik met hem dans maar ja…” en ze lachte.

De man die over het bruggetje over de Oude Zijdskolk heen en weer loopt, naar het bordeel kijkt en met zijn hand via de zak van zijn regenjas aan zijn lul zit.

Twee mannen liggen met hun hoofd helemaal open op straat, naast hen de gekantelde wagen. Een ligt doodstil, de ander houdt zijn hoofd met beide handen vast en schreeuwt met lange uithalen, als een hysterische vrouw.

De Tweede Kamer neemt een motie aan waarin de regering wordt verzocht er bij de Amerikanen op aan te dringen om de bombardementen op Noord-Vietnam te stoppen. Opvallend is dat niet gevraagd wordt om terugtrekking uit geheel Vietnam of stopzetting van de oorlog, het doel van de eerste Vietnamdemonstraties.

In een café op de hoek van de Amstel krijgt T een pils van een man van zo’n achtentwintig die aan de overkant van de bar staat. Hij geeft er een terug. Het loopt tegen sluitingstijd. De man komt naast hem staan en oppert dat ze nog ergens anders naartoe kunnen gaan. Of T nog bij zijn ouders woont. “Nee,” zegt T, “en ik ben niet te versieren.” Daar moet de man erg hard om lachen, het moet een keer de eerste zijn. Wat denkt hij eigenlijk van die actievoerders? Ze konden wat vrijen in zijn wagen. Is het niet heerlijk om zo’n agent een steen midden in zijn gezicht te smijten! T kon hem een zoen geven. “Nee,” zegt T, “ik ga naar huis. Tot ziens.”

Hij is langs de hoeren gelopen. Maar, had hij tegen zichzelf gezegd, ik maak niet dezelfde fout als de vorige keer. Ik loop rond, kijk goed naar ze, als ik een stijve krijg ga ik naar binnen. Maar het werd niks. DE hoer niet gezien, voor de zoveelste keer al niet.

De beroemde linkse guerillastrijder Che Guevara is in Bolivia gearresteerd en daarna vermoord. De Franse schrijver Régis Debray wordt in dat land tot 30 jaar veroordeeld wegens steun aan de guerillastrijd. Hij had contact gezocht met Che Guevara, volgens zeggen van Debray alleen om hem te interviewen.

Moet hij eigenlijk niet naar Zuid-Amerika gaan en aan de kant van de guerilleros vechten? Wat is eigenlijk het excuus om niet te gaan? Heeft iemand het recht te zeggen: ik ben moe, het is me te moeilijk, ik heb genoeg van het me moeilijk maken, ik wil gewoon mijn eigen leven leiden en van daaruit eerlijk proberen te blijven?

Hij heeft nu meer dan een jaar geprobeerd alles bij te houden wat er in de wereld gebeurt. Verder nergens tijd voor. Moet hij daar dan maar mee stoppen? Maar nauwelijks enkele minuten later beseft hij, na het nieuws gehoord te hebben, dat het weglaten van dit alles de dood zou betekenen voor zijn nieuwe bestaan.

Ex-nazigeneraal Von Kielmansegg is weg als opperbevelhebber van de NAVO-strijdkrachten in Midden-Europa. Maar zijn opvolger is een SS-er: Schnez, onder andere verantwoordelijk voor het in 1942 ter plaatse doodschieten van joden in Poltawa in de Oekraïne.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties eist met algemene stemmen dat Israël zich terugtrekt uit de bezette gebieden. Israël negeert de resolutie.

Zijn baas staat opeens belangstellend stil bij de luidspreker van de radio en kijkt T met grote ogen aan. “Wat is er?” vraagt T. “O, een stel linkse jongelui hebben een warenhuis bezet om te protesteren tegen het kapitalistische sinterklaasfeest.” T zegt dat hij het ook een kapitalistisch feest vindt waar alleen de winkelier, de groothandel en de fabrikant iets mee op schieten.” “Wat zijn jullie toch dom,” zegt zijn baas en staart schuin over hem heen, “ik begrijp niet dat jullie je nog studenten mogen noemen. Dat die werkloosheid nu zo goed als weg is, waar ligt dat aan? Aan de sinterklaas! Waar zouden die studenten, waar zou jij met je grote mond, jij zou hier niet werken als er geen sinterklaas was!”

Zeven leden van de Ku Klux Klan worden tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege de moord op drie strijders voor burgerrechten.

Als oude man, na de dood van zijn vrouw en als zijn kinderen weg en getrouwd zijn, gaat hij terug naar deze fijne buurt van Amsterdam, naar de Nieuwmarkt en leeft hij in de café’s met de andere zonderlingen.

Tijdens het zogenaamde Tet-offensief dat een maand heeft geduurd lanceert de Vietcong spectaculaire aanvallen op Amerikaanse bases, op de ambassade van de VS en regeringsgebouwen en steden in heel ZuidVietnam. De aanvallen zijn zo goed voorbereid en wijd verspreid dat zij slechts konden plaatsvinden met brede ondersteuning van de plaatselijke bevolking.

In de wasserette ziet hij een mooie jonge vrouw, degelijk maar modern gekleed. Hij heeft haar goed aangekeken en zou graag een verhouding met haar willen hebben. Soms keek ze terug. Ze was op de fiets, dat vertederde hem helemaal. Laat ze nou die middag in dezelfde lichtgroene getailleerde jas voor hem staan in de rij voor de kassa van Simon de Wit! Ze zag hem niet of deed alsof. Waarschijnlijk zal hij haar vaker tegenkomen. De vraag is hoe hij met haar in contact komt. Ze maakt een bedeesde indruk, echt een vrouw om te verleiden.

Hij loopt door zijn kamer, verwijt tv-presentatrice Mies Bouwman voor de zoveelste keer dat ze een probleem waar zoveel vooroordelen over bestaan zo afhandelt, houdt een verhandeling over de dingen die moeten veranderen, verwijt de communisten dat ze ook niet eerlijk zijn, spreekt vergaderingen toe, bekijkt zichzelf daarbij in de spiegel, vergelijkt zichzelf met de Duitse studentenleider Rudi Dutschke en vindt het tijd om in de openbaarheid te treden.

Aanslagen op gebouwen van het Springerconcern in West-Berlijn. Het krantenconcern voert al maandenlang een hetze tegen de studentenbeweging en de Vietnamdemonstranten. In Den Haag aanslagen op de ambassades van Spanje, Portugal en Griekenland, landen met een uiterst rechts dictatoriaal regime. Opvallend is dat geen van de aanslagen door een linkse groepering wordt opgeëist. Velen denken dan ook aan een provocatie van uiterst rechts.

De president loopt met een levensgroot kruisbeeld. In elke hand van Christus een automatisch pistool dat vuur spuwt. De dictator die vrijheidsstrijders onderdrukt, priesters om hem heen, telkens wanneer ze een kruis slaan knetteren de machinepistolen. De militairen marcheren: RECHTS, links… LANGE stap, korte stap. Dan alleen: RECHTS, RECHTS… het linkerbeen wordt heel snel bijgetrokken.

Een jongen vraagt T in het Engels een kwartje voor brood, hij heeft al twee kwartjes. T is op weg naar het postkantoor en denkt: als ik hem op de terugweg zie neem ik hem mee naar mijn kamer en geef hem wat warms te eten, laat hem zich warmen bij mijn kacheltje maar zeg dat hij niet te lang kan blijven want dat ik het druk heb maar dat hij kan terugkomen wanneer hij wil.

Ziezo, Nederland is totaal ontwapend. Een kleine vrijwilligersgroep wordt nu en dan ingezet om de vrijheidsstrijd tegen fascistische regimes te ondersteunen. Dus dat is ook in orde.

Minister Luns van Buitenlandse Zaken wordt door de Tweede Kamer op zijn vingers getikt voor de manier waarop hij de vorige motie van afkeuring van het Amerikaanse beleid aan de regering van de VS heeft overgebracht, hij had deze gebracht als “zijnde de mening van het Nederlandse parlement”, daarmee aangevend dat de Nederlandse regering er anders over dacht. Opnieuw wordt een motie aangenomen die het VS-beleid veroordeelt.

De Amerikaanse opperbevelhebber in Vietnam wordt teruggeroepen en vervangen. Er zijn nu officieel een half miljoen Amerikaanse soldaten in Vietnam. Vorig jaar vonden er zo’n tienduizend de dood. Het aantal slachtoffers aan Vietnamese kant is onbekend.

Toen de Amerikanen Hué in Zuid-Vietnam heroverden werden er massagraven aangetroffen, met een gezamenlijke inhoud van ruim duizend lijken, de meesten geboeid, velen gedood door kogels, een groot aantal onthoofd, veel anderen levend begraven. Dit zou gebeurd zijn tijdens de bezetting van een maand door de Vietcong en de NoordVietnamezen. Dit is dankbaar voer voor de verdedigers van de Amerikanen. Waarom weet hij niet hoe de vork werkelijk aan de steel zit? Een teken dat hij de zaken nog steeds niet goed bijhoudt.

Soms wil T studentenleider worden, maar daarvoor moet je student zijn en dat zal hij nooit worden. Hij zal een andere manier moeten vinden om zich te uiten.

Hij loopt over de Nieuwmarkt en ziet een dame oversteken die hem aankijkt en als hij alweer op de hoek van de Rechtboomsloot is realiseert hij zich dat het de dame was waarvan hij die keer in de wasserette onder de indruk kwam en die hij later die dag nog een keer zag bij Simon de Wit. Hij blijft staan, draait zich om en kijkt haar na terwijl ze over de Nieuwmarkt loopt en op de Zeedijk verdwijnt. Ze droeg deze keer geen groene maar een bruine jas.

Er is van de moordenaar van Marten Luther King nog steeds geen spoor, wel is er een geweer gevonden. 25 à 30 mensen gedood tijdens de onlusten na de dood van Martin Luther King, uiteindelijk worden het er 46. Gisteren was er een moordaanslag op de Duitse studentenleider Rudi Dutschke, neergeschoten door een nog onbekende jongeman. Dutschke raakt zwaargewond maar overleeft. Overal demonstraties en rellen, vaak gericht tegen het Springerconcern. Tweehonderd politieke moorden van rechts, dertig van links.

Een miljoen betogers tegen De Gaulle in Parijs. De studenten zijn al een aantal weken in opstand onder leiding van Daniel Cohn-Bendit. Veel intellectuelen, waaronder Sartre en Simone de Beauvoir, ondersteunen de acties. De vakbonden houden een vierentwintiguursstaking. In Duitsland worden noodtoestandwetten aangenomen. Andreas Baader is veroordeeld tot 3 jaar tuchthuis vanwege brandstichting.

Hij heeft voor het eerst met Annelies, het meisje van de overkant van het trappenhuis, gegeten, ze draagt een kortere rok. Hij zou haar nu best willen neuken. Hij kon steeds een stukje zien van haar bh die haar grote borsten bedekt. Hij vraagt haar naar haar buurman in het gangetje aan de overkant van het trappenhuis, de wat oudere man met het sluike vette haar die er soms als een zwerver uitziet en dan weer een net pak aan heeft. Ze vertelt dat hij altijd de gang op komt als zij bij de wasbak bezig is. “Heb je nog gezegd dat je hem het politiebureau uit hebt zien komen?” vraagt T. In werkelijkheid was hij het zelf die hem gezien had. “Ja,” zegt Annelies, “hij had makkelijk wat kunnen verzinnen, aangifte, gevonden voorwerpen of zoiets, maar hij zei: ‘Ik doe wel eens wat voor ze.’ Zei ik: “Hoe bedoel je: ik doe wel eens wat voor ze, ben je een verklikker?” ‘Zou ik zijn als ik alleen ten nadele van die jongens werkte. Ik geef de ene kant wat en dan de andere kant wat. Ben ervan overtuigd dat die penosejongens er uiteindelijk het beste afkomen,’ had hij gezegd. Annelies vertelt nog meer, ze wil nu duidelijk bij T in de smaak vallen. In de kerk heeft de dominee gezegd dat christendom en marxisme niet te verenigen zijn. Als de gelovigen uitingen van marxisme om zich heen opmerken, moeten ze goed opletten en het rapporteren. Rapporteren aan wie? hadden de mensen gevraagd. Vertel het voorlopig maar aan mij, had de dominee gezegd.

Robert Kennedy vermoord. De dader is een Palestijn met als motief de oproep van Kennedy voor militaire steun aan Israël. Omdat die steun niets nieuws is en Robert Kennedy een grote kanshebber was voor het presidentschap blijft er, evenals bij de moord op zijn broer, president John Kennedy in december 1963, veel onduidelijk. Driehonderdenvierenvijftig moorden van rechts, vierentwintig van links. Dat is minder van links dan de vorige keer, hoe kan dat? Noodtoestand in Berkeley VS, vanwege de opstand van de studenten in deze universiteitsstad. Rassenonlusten in Chicago, Miami en Little Rock.

Hij komt op zijn werk de lift op de vijfde verdieping uit en hoort een enorm gestommel. Het zijn vallende doosjes met fluitketels. Het is collega Nico die met een rooie kop van de stapel dozen komt waarachter het gaatje in het matglas zit dat uitzicht biedt op het kamertje van een hoer aan de overkant van de Zeedijk. Wie ben ik? denkt T om deze jongen te veroordelen? Zelf sta ik onder de trap in de hoop onder de rok van Corrie te kijken en ’s avonds thuis trek ik me af en denk aan haar.

Of aan Annemieke, voegt hij eraan toe.

Het Warschaupact valt Tsjecho-Slowakije binnen om de zogenaamde Praagse Lente te beëindigen. De hervormingsgezinde president Dubček wordt naar Moskou afgevoerd. VS en Europa protesteren slechts formeel.

Opeens ziet hij de dame van de wasserette. Ze draagt weer haar groene jas. Hij blijft staan op de Nieuwmarkt en kijkt haar na tot ver in de Korte Koningstraat, tot hij haar niet meer ziet.

In het kraakheldere kaaswinkeltje met de kraakheldere wat oudere man en vrouw in witte jassen midden op de smoezelige Zeedijk koopt hij, als hij aan het werk is en vindt dat hij het verdiend heeft, een broodje met roomboter en oude kaas, altijd weer verbaasd deze winkel met deze mensen hier aan te treffen. De man heeft natgemaakt gladgekamd grijs haar en een bril met donker montuur. Net als hij heeft ook zij een net schoongeschrobd gezicht met blosjes. Hoogtepunt van de voorstelling is altijd weer als er een ordinaire del binnenkomt, de winkeliers met oom en tante aanspreekt en plat maar beleefd zegt: “Hep-u voor mij een onsje kaas? Weertje hè, oom Kees en tante Jet.”

Tijdens een demonstratie van 15.000 mensen tegen de regering heeft de politie in Mexico-stad het vuur geopend en honderden mensen gedood. Over 10 dagen zullen hier de Olympische Spelen beginnen. Bij de huldigingsceremonie tijdens de Spelen brengen twee zwarte medaillewinnaars de Black Powergroet en worden later voor het leven geschorst. Nederland wint 3 gouden, 3 zilveren en een bronzen medaille.

Café de Vriendschap. “Ik doe niets,” zegt de vrij oude man huilerig, “ik kom gewoon mijn pilsje drinken.” “Ik sla hem op zijn sodemieter,” zegt de ongeveer dertigjarige man met om zijn hals een rozenkrans die hij zegt te hebben gekregen van een knap nonnetje: “Ik zeg tegen haar: neem hem maar in je mond.” “Begrijp u mijn?” zegt de oude man. “Origineel? Begrijp u mijn?” Hij heet Harmen Ridder, 64 jaar, geboren in Doornspijk, litteken rechterwang. “Het is een Turk,” zegt iemand, “komt voor Ajax-Fehnerbace vanavond.” T schiet in de lach. Hoe lang is dat geleden dat hij dezelfde grap hoorde toen er een andere Turkse club tegen Ajax voetbalde? De man met de rozenkrans heet Sjonnie, hij wil T’s sjaal. Een neger knoopt midden in het café zijn gulp los. Een man met waterige ogen loopt hem achterna en zegt dat hij dat niet moet doen en brengt hem terug naar het tafeltje waar ze zaten te praten. “Hou je in, roetpijp,” zegt de barman.

De Olympische spelen voor gehandicapten op de radio, in de krant een vrouwtje in de banken van de avondschool voor volwassenen. Janken.

Zijn haar begint langzamerhand zijn schouders te raken.

De briefkaart die hij naar het ministerie van Defensie heeft gestuurd om te protesteren tegen de verhoging van de defensie-uitgaven met 225 miljoen gulden heeft niet geholpen. In een café op de Prins Hendrikkade, vlakbij de Schreierstoren, praat hij met een directeur van een reclamebureau die de reclame wel zou willen vervangen door voorlichting, maar wat moet je voor voorlichting geven over van Dam chips?, en die vindt dat je geen kritiek mag leveren als je geen pasklare oplossing achter de hand hebt. En verder heeft hij gepraat met een meneer die veel reisde en in een concentratiekamp had gezeten en omdat hij dat nooit meer wilde meemaken die 225 miljoen erbij wilde.

In Biafra sterven dagelijks 8 tot 10 duizend mensen. Zou hij niet eens moeten informeren wat hij kan doen? Zijn krantenknipsel met “Nieuwe actie voor ontwikkelingshulp” kan hij wel van de muur halen. Het staat in geen verhouding. Moet hij zich dan alleen met Biafra, Vietnam, Tsjecho-Slowakije, Mexico, Zuid-Amerika, Portugal, Griekenland, Spanje, studentenrevoluties, Rusland, China enzovoort bezighouden?

Eindelijk heeft hij iets om op zijn schuine dakwand te prikken; talrijke feiten over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië: hele kampongs uitgemoord, gevangenen vermoord (ga maar even pissen in de kali), martelen (draden van de veldtelefoon op testikels en dan draaien aan de slinger), het als cadeau verpakte hoofd van een vrijheidsstrijder als verjaardagspresentje voor de commandant, enzovoort, enzovoort. Naast het artikel over de oorlogsmisdaden van de Nederlanders hangt hij een artikel van een Tilburgse professor met kritiek op het huidige kapitalisme. Maak economie ondergeschikt aan de mens, niet andersom.

Het is zijn eerste demonstratie. Het is geen demonstratie van meer dan 10.000 mensen met als leus: “Stop de bombardementen.” Het is de maandelijkse, radicale demonstratie van enkele duizenden mensen, de demonstranten van het eerste uur met leuzen als “Johnson moordenaar” en nu “Nixon moordenaar” en “Viva Vietcong!”, “Amerikanen uit Vietnam” en “Ho, Ho, Ho Chi Minh!” Ze worden nog steeds lastig gevallen en geprovoceerd door de politie, het wordt ze verboden naar het Amerikaanse Consulaat op het Museumplein te gaan. Als ze dat toch doen worden er charges uitgevoerd. T moet vluchten. Thuis bekijkt hij de pamfletten die hij in zijn hand geduwd heeft gekregen. Hij staat in het trappenhuis te wachten tot het water op het gastoestel heeft gekookt en leest ondertussen het verfrommelde stencil. De buurman met het sluike haar komt de trap op, mompelt goedenavond en loopt achter hem langs het gangetje in naar zijn kamer. Opeens denkt T: ik heb die man de afgelopen uren ergens gezien! Het is een pamflet van Cineclub, T gaat een paar dagen later in een buurthuis naar een film over het slachten van koeien in Argentinië. Het is gruwelijk hoe de koeien aan hun einde komen. Hij tekent de petitie. Daarna krijgt hij regelmatig post van Cineclub. Hij wordt vegetariër. Hij heeft wel veel meer tijd nodig om te koken. Het is toch weer een stap verder op de weg naar het gelijkschakelen van zijn gedrag met zijn ideeën.

De 20-jarige student Jan Palach heeft zich op het Wenceslasplein in Praag in brand gestoken uit protest tegen de Russische bezetting van Tsjecho-Slowakije. Zijn begrafenis wordt een stille demonstratie van 100.000 mensen. De zelfverbranding een paar weken later van een andere student wordt door de media in Praag afgedaan als de daad van een psychopaat. Kafka, janken.

Terwijl hij op de tram staat te wachten dragen aan de overkant twee mannen op hun rug bebloede halve runderen een slagerswinkel binnen.

Eindelijk een eerlijk en radicaal mens te zijn, het ene moment met een begrijpende glimlach voor al die blunders en tekortkomingen, het andere moment met een machinegeweer gericht op de uitbuiter.

Op het Leidseplein staat hij in een bar naast een jonge vrouw. Ze kijkt nogal zorgelijk en dat bevalt hem. Hij kijkt haar aan, glimlacht een beetje, bloost en kijkt weer voor zich. Zij kijkt onderzoekend van opzij naar hem. Als haar glas leeg is drinkt hij snel het zijne leeg maar ze is hem voor en bestelt opnieuw voor haarzelf. Na een aantal glazen bier heeft hij de moed te zeggen: “Weet u waar je hier zoal naartoe kunt?” “Naar die bar hiernaast,” zegt ze. “Daar ben ik al geweest,” zegt hij, “ik zag u binnenkomen en terugschrikken. Was het te druk?” “Mijn vriend moet hier ergens rondhangen,” zegt ze, “maar ik zie hem niet.” “Ik kom hier nooit,” zegt hij, “ik weet helemaal niet waar je hier naartoe kan.”

Hij vertelt waar hij woont en waar hij meestal naartoe gaat. Als ze wat later de trap naar het toilet op klimt glimlacht ze naar hem. Hij staat in twijfel of hij haar achterna moet gaan maar hij hoeft nog niet. “Wilt u iets drinken?” zegt hij tegen haar. “Ik kan het nu nog doen zolang uw vriend er niet is.” “Ik ga zo,” zegt ze. “Weet u het heel zeker? “zegt hij. “Ja, heel zeker,” zegt zij. Ze rekent af en vergeet hem goedendag te zeggen. Hij kijkt nog wat naar een meisje aan de overkant van de bar dat soms terugkijkt, maar hij krijgt opeens overal genoeg van en is om kwart over twaalf thuis.

Na een verpletterende nederlaag in een referendum is de Franse president De Gaulle afgetreden. De opstand van mei ’68 had mede zijn aftreden tot doel. Na de door hem vorig jaar juni uitgeschreven verkiezingen wist hij een tijdelijke “restauratie” te bewerkstelligen.

Op de kermis van de Nieuwmarkt loopt T de vrouw van de Leidsepleinbar tegen het lijf. Ze komt lachend op hem toe. “Dat is toevallig,” zegt hij. “Nee,” zegt ze, “ik hang hier al een paar uur rond. Je had gezegd dat je hier in de buurt woonde en dat je wel eens naar de kermis ging.” Ze gaan in het reuzenrad, zij is bang, ze moet huilen. Hij moet daar eerst een beetje om lachen, hij schat haar toch een kleine twee jaar ouder dan hij. Dan slaat hij een arm om haar heen. Op haar kamer kijkt hij naar haar terwijl ze met opgetrokken benen tegenover hem in een lage stoel zit. Ze speelt met een glad zwartgroen marmeren eitje. Hij vindt dat ze uitgesproken geil kan grinniken. Hij hurkt voor haar neer en pakt haar handen vast samen met het eitje. Het moet dat gegrinnik zijn waardoor hij durft te zeggen: “Zal ik dat eitje in je kutje stoppen?” Ze hinnikt nu zowat van geilheid en trekt hem over zich heen. “Dan krijgen we het er niet meer uit, “ zegt ze. “Stop maar gauw dat andere ding erin, je maakt me helemaal nat.“ En daarna zegt ze nog een paar keer terwijl ze wegzwijmelt: “Helemaal nat!” Later zegt ze: “Ik dacht eerst dat het er niet meer van zou komen” en “je doet zo heerlijk alles” en “je bent de eerste die me echt goed neukt.” “Hoe is het eigenlijk met je vriend die je toen zocht?” vraagt hij. “O, dat is gewoon een vriend,” zegt zij, “die zie ik zo nu en dan.” Ze vertelt dat de vriend journalist is en noemt zijn naam. T kent de naam en concludeert dat het een nogal rechtse journalist is en in zichzelf zegt hij: dus neuken kan hij ook al niet.

“Ik krijg opeens 25 piek!” zegt Jan, de student die op de kamer van Annemieke is komen wonen. “Zomaar opeens. Van een kerel op straat die ik helemaal niet kende. Hij vroeg of ik ook nog naar het Maagdenhuis ging. Ik heb gezegd: ja, ik denk het wel, ben al een keer geweest, kon er niet in, maar ik ga wel terug, met mijn buurjongen waarschijnlijk. ‘Dank je,’ zei de man en gaf me een geeltje, ‘we spreken mekaar nog wel.’ Hoe? zei ik nog. ‘Ik vind je wel,’ zei hij. Nou, mooi verdiend toch?” “Lul,” zegt T. “Ik heb toch niks verteld wat geheim is!” zegt Jan. “ ’t Is toch zo, iedereen mag dat toch gewoon weten!” “Toch ben je een lul,” zegt T.

T gaat weer vlees eten als hij in het dagboek van Che Guevara leest hoe de guerillastrijders overleven door de vondst van worstjes in blik.

Op de tweede dag van de bezetting van het Maagdenhuis, het bestuurscentrum van de universiteit van Amsterdam, gaat hij met Jan, zijn nieuwe buurjongen, naar het Spui. Ze lopen om het cordon marechaussee, om de gebouwen heen en slagen er niet in binnen te komen. Hij ziet hoe een mevrouw kroketten koopt bij Broodje van Kootje en hoe die in een doosje aan een touwtje op de eerste verdieping boven de aula, een gebouw naast het Maagdenhuis, naar binnen worden gehaald. De volgende dag raakt hij via de universiteitsbibliotheek en veel kruipdoor-sluip-door en over een provisorische loopbrug in het Maagdenhuis. Hij was net de universiteitsbibliotheek binnen toen de politie een aanval deed op de glazen deuren. De agenten kwamen niet verder dan het voorportaal en werden daar als in een aquarium bekeken door de studenten binnen en buiten. Na een poosje trokken ze zich onder luid gejoel terug. Ze waren niet gerechtigd een universiteitsgebouw binnen te dringen.

T is op het dak. Op straat wordt nu hevig gevochten. Een jongen wil een zware typemachine die hij in de dakgoot heeft gezet naar beneden op de politie gooien. Ze worden door de ordedienst uit de dakgoot geroepen.

T is verbaasd dat een beroemd iemand als de ex-provo Rob Stolk hier gewoon staat te stencillen. Dan ziet hij in het raam bij de loopbrug iemand staan die hij kent. De bekende trekt voedsel aan een touw naar binnen en wordt daarbij door een waterkanon van de politie met een nogal slappe waterstraal natgespoten. T ziet in gedachten hoe de rossige baardige man een gebaar maakt alsof hij iemand optilt en dan bovenop de kap van een auto zet, vervolgens ziet hij hem het bierschuim uit zijn snor vegen. T heeft Rooie Willem van de Rode Jeugd teruggevonden met wie hij bijna 3 jaar geleden heeft gedronken en die hem in hun actielokaal hebben laten slapen op het einde van de dag van de bouwvakkersopstand, de dag waarop T meteen bij aankomst in Amsterdam een klap op zijn hoofd kreeg van een agent, waardoor hij alles in een waas beleefde en lange tijd vergat waar hij was geweest en wat hij had gezien en meegemaakt.

(Uit de roman Mijn liefde is scharlakenrood van Meurs A.M., in nieuwstaat alleen nog verkrijgbaar via Boekwinkeltje Wonderland , zonder verzendkosten in Nederland en België. U koopt bij de auteur, op uw verzoek is gesigneerd en een opdracht mogelijk)