De gekke onderwijzer (uit roman Aan de Lange Weg, +1e epis. uit hoorspel De gekke onderwijzer)

DE GEKKE ONDERWIJZER

Het is bijna stil in de kerk. Op het altaar murmelt de priester. Achterin en buiten de openstaande deuren fluisteren de opgeschoten jongemannen. De Suisse in zijn zwart pak met zilveren rand en met zijn steek op zijn hoofd hoor je die kant op gaan: stapstap, bonk. Die bonk is zijn staf.
Dan een uitroep vanuit het midden van de linker zijbeuk. Je hoort de hoofden draaien. Ook de stappen en de bonk van de Suisse veranderen van richting.
De priester bidt nu hardop, alsof hij de aandacht zijn kant op wil krijgen. “Godverdomme!” Een knallende vloek, weer vanaf de linkerkant.
“Wat was dat?” vraagt Jantje aan zijn moeder. Anneke fluistert met moeite: “Dat is de gekke onderwijzer. Bij wie je wel eens boeken leent.” Jantje kijkt haar vragend aan. Zij vervolgt: “Vroeger was hij onderwijzer. Nu heeft hij een bibliotheekje. Soms denkt hij dat hij nog voor de klas staat.”
Wat doen mijn knieën zeer, denkt Anneke. Kom zeg, ik ga op mijn kont zitten. En die jongen maar blijven knielen. En dan nog zonder viltje. Brave jongen, maar ik heb toch liever dat-ie op zijn broek let. Die is op zijn knieën al zowat door, en híer hoef ik niet aan te komen voor een nieuwe broek. Neem me niet kwalijk, Heer… O, dat doet deugd!… Die dikke engelenkopjes aan die pilaren… Nee, niet doorgaan.
Kijk, de hele familie Maas, man, vrouw en vijf dochters, hij, chef van de weverij die het met zijn secretaresse houdt en die de Duitse deserteur Weebe eruit heeft gewerkt. Zou-ie ter communie durven gaan?
En Van der Reijden, de gemeentesecretaris: “Wij zijn geen filantropische instelling, wij houden niet van rekken.” Ligt je kind jaren in het ziekenhuis en vraag je wat geld te leen aan de gemeente…
Ja, ga maar allemaal vooraan zitten, allemaal op de eerste rij. Allemaal meebetaald aan de nieuwe kerk? Nou, wij ook hoor! Laat ons maar lekker hier zitten, kunnen we de zaak beter overzien. Oké, iedereen heeft jullie nu wel gezien, kijk ze maar eens fluisteren.
Ha, Bosmans, de buschauffeur, touringcar wel te verstaan, vaak dagen van huis, Lourdes, Rome, Kevelaer, in ieder stadje een ander schatje, zeggen ze, maar waarschijnlijk een brave huisvader, allang blij zijn eigen vrouw niet teleur te hoeven stellen.
Van Zand, je bent een komediant. Je zegt: wij bidden niet. Maar je durft niet thuis te blijven.
Hé, we mogen gaan staan, even de benen strekken…
O, we mogen weer gaan zitten. Gaat-ie weer knielen! En weer zonder kussen. Wat mankeert die jongen? Heeft-ie iets goed te maken? Is-ie zich aan het versterven? Dat doet-ie maar als-ie een korte broek aan heeft.
Kijk die daar met een rooie kop terugkomen van de communiebank. Is zeker door de pastoor de communie geweigerd omdat ze geen hoofddoek of hoed op heeft. “Hoedje op,” zegt hij dan en slaat je over. O, dan zou ik hem wel iets aan kunnen doen! Hoewel hij uit hetzelfde dorp komt als ik. Hij is een van de laatsten die de vrouwen wil blijven verplichten om met bedekt hoofd in de kerk te verschijnen.
“Gòòòòdverdomme!” hoor je weer de gekke onderwijzer. “Eruit!, zeg ik.” Stilte, alleen het gemurmel van de priester.
“Nou is het genoeg geweest. Ga met je armen over elkaar, hoger, zeg ik, nog hoger, die ellebogen op schouderhoogte, zo zitten blijven! Schijnheiligen! Zeker op een mars uit, hè? Of moet ik voorlezen? Uit Monus de man van de Maan? Ga normaal zitten, ik ben de Steile niet! Dat doe je maar bij hem.” Stilte.
“Ik heb het wel gezien, hoor, onder de bank met jezelf spelen.”
Zacht gelach. “Aha!”
Voetstappen en de staf van de Suisse.
“Mij bedonder je niet, ja jullie daarachter, ik ken jullie wel, waar is die stok gebleven? Je denkt dat ik gek ben, hè.” Gelach.
“Stiekem in het speelkwartier terugpakken wat ik heb afgepakt, denk je dat ik zo vergeetachtig ben? Ik ben de Kuus niet of de Wieber, godgodgodgodverdomme! Sodemieter nogantoe! Terugpakken wat ik heb afgepakt, alsof ik gek ben, jezusminanondeju…”
De staf van de Suisse, gemompel, het orgel zet luid in.

(uit Aan de lange weg , roman van Meurs A.M.)

(Nieuwe FB-pagina’s als Veldhoven zoals het was , Meerveldhoven zoals het was en Zeelst zoals het was zijn voor mij aanleiding om fragmenten uit Aan de Lange Weg weer naarvoren te halen)

Zie na de foto’s Episode 1 uit het hoorspel De gekke onderwijzer.

(foto met dank aan #SHEV)


De in 1953 alvast in gebruik genomen nieuwe St. Lambertuskerk in Meerveldhoven. De Mariakapel rechts is nog afgeschut. De stoelen, nog uit de oude kerk, zullen binnenkort vervangen worden door banken. De jongste kinderen bij ons thuis zitten dan aan hun eigen tafeltje in de woonkeuken op kerkstoelen waarvan de poten zijn ingekort.
Het ‘groot’ van het dorp zit vooraan in de kerk. Achteraan, in de portalen en half buiten, staan opgeschoten jongelui hun seksuele blufverhalen te fluisteren. Als het stil is hoor je de stappen en de staf van de Suisse. Vanachter uit de linker kerkbeuk klinkt met tussenpozen de luide vloek van de Gekke Onderwijzer.





Zo zag een Suisse, een kerkbaljuw naar voorbeeld van de Zwitserse garde van de paus, er in 1890 uit. Misschien heeft iemand zo’n foto van de Suisse van de kerk van Meerveldhoven rond 1950?

De bouw van de St Lambertuskerk Meerveldhoven in 1952.

De Gekke Onderwijzer is een kort hoofdstuk in mijn roman Aan de Lange weg. Maar ik schreef al eerder (eerste versie 1990) ook een hoorspel met dezelfde titel. De theatermaakster en schrijfster Patrizia Filia maakte in 2009 een hoorspel van mijn roman Aan de Lange Weg. In dat hoorspel verwerkte ze de Eerste episode van het hoorspel De Gekke Onderwijzer, die dezelfde scène in de kerk beschrijft maar veel uitgebreider. Het geschreeuw van de Gekke Onderwijzer, de mijmeringen van mevrouw Derkinderen en de gefluisterde verhalen van de opgeschoten jongelui wisselen elkaar af. In het hoorspel Aan de Lange Weg werden mevrouw DerKinderen en de Jongen respectievelijk weer Anneke en Jantje, net als in het boek. Het hoorspel werd ten gehore gebracht in zaaltjes in Dordrecht en andere Drechtsteden. De laatste uitvoering was op 17 september 2010 in De Schalm in Veldhoven. Hieronder de tekst van Episode 1 van het hoorspel De Gekke Onderwijzer zoals ik dat geschreven heb en gepubliceerd in het boek Spelen. De tekst die uitgesproken werd in het hoorspel Aan de Lange Weg was hierop gebaseerd maar niet letterlijk dezelfde.

DE 

GEKKE

ONDERWIJZER

Hoorspel in 3 episodes

Personen:

JONGEMAN 1 – 6

MEVROUW  DERKINDEREN

GEKKE ONDERWIJZER

JONGEN

Episode 1

Het holle geluid van een kerk: gemompel, gefluister, gekuch, voetstappen. Op de achtergrond een belletje, voetstappen van priester en misdienaars, je hoort een ouderwetse hoogmis opdragen, maar steeds op de achtergrond, er mag niet ‘inge­zoomd’ worden.

Ondertussen op de voorgrond de fluisterende en mompe­lende stemmen van jongemannen die achter in de kerk staan, sommige zelfs zo goed als buiten, de deuren zijn open, zo nu en dan komt een brommer voorbij. De jongemannen fluiste­ren luid en snel.

JONGEMAN 1:
Zeg hé, ik weet niet of ik erin geweest ben, hoor!
ik kwam al klaar zo gauw ik voelde
dat ik ergens tussen zat.
Toch zou ik het willen weten,
maar kun je dat nou vragen?
Zo van: was je nog maagd
en hoe is de toestand nu?
Gaat het al wat beter?
En als je al geen maagd meer was,
weet jij het dan misschien
met je ervaring…
het ging natuurlijk veel te vlug…

GEKKE ONDERWIJZER: (luid) Godverdomme.

JONGEMAN 2: (neemt het op dezelfde toon van JONGEMAN 1 over maar sneller)
Als Marie een lage jurk aan heeft
worden er opvallend veel
flesjes van onder de bar gedronken,
ze hoeft dan praktisch niet te tappen
maar des te meer te bukken,
zelfs de stugste tapdrinkers
stappen tijdelijk over…
Soms tilt ze haar knie hoog op,
er zitten er altijd op de hoek te loeren
– de vleugels zijn goed bezet –
op elk stukje bloot
vanonder of vanboven
dat even bliksemt,
met eindeloos geduld…

JONGEMAN 3: (nog sneller)
Had geen ervaring met zo’n regenjasje,
deed het altijd met de blote sab-,
nu met zo’n ding erom,
wist niet eens of ik erin geweest was,
onder de loods van de Mavo,
ze had me gevraagd
dringend nog één keer te komen,
en nu: of ik dát alleen maar wilde,
of ik dáárvoor alleen gekomen was,
terwijl zij toch…
(iemand snuit luid zijn neus)
Ze wist dat het uit was,
waarvoor anders zou ik?..
ze wou het toch zelf!
dacht ze soms zo?
mij op andere gedachten?…
zeg nu zelf,
maar ik wist dus niet
of ik erin zat
of alleen tussen haar dijen
die ze dichtkneep
staande onder die loods
vlakbij haar huis…

Zwijgt, de voetstappen en de bonkende staf van de Suisse komen naderbij en verdwijnen.

GEKKE ONDERWIJZER: (knallende vloek) Godver­domme!

Stilte

DE JONGEN: (fluisterend) Wat was dat, oma?

MEVROUW DERKINDEREN: (met moeite fluisterend) Dat is.de gekke onderwijzer (Wacht) Bij wie je wel eens boeken leent.

Op de achtergrond de geluiden van de kerk, wat dichterbij de snel fluisterende jongemannen, die om beurten met de traag mijmerende  MEVROUW DERKINDEREN op de voor­grond komen. Wanneer  MEVROUW DERKINDEREN praat, gaat het gefluister van de jongemannen op de achtergrond onverstaan­baar door.

JONGEMAN 4: (schiet enigszins in de lach, luid fluis­terend)
Hebben jullie ook gemerkt
bij de steenfabriek
als die stenen warm zijn
willen ze maar al te graag
met hun blote kont daartegen staan
zijn ze letterlijk al opgewarmd
heb jij even een makkie dan!

MEVROUW DERKINDEREN: (wij horen haar traag hardop mijmeren)
Oooh, wat doen mijn knieën zeer!

Kom zeg, ik ga op mijn kont zitten.

En die jongen maar blijven knielen.

En dan nog zonder viltje.

Brave jongen, maar ik heb toch liever

dat-ie op zijn broek let.

Die is op zijn knieën

al zowat dóór.

En hier hoef ik niet aan te komen

voor een nieuwe broek..

Neem me niet kwalijk, Heer…

Ooh, dat doet deugd!…

JONGEMAN 4:
Een dak boven je hoofd,
een gezonde weldadige warmte,
een beetje uit de wind blijven
onder die loods…
Als de stenen warm zijn
succes verzekerd,
geen voorspel nodig…

MEVROUW DERKINDEREN:
Die dikke engelenkopjes aan die pilaren…

Dat lijkt precies op…

Dat ze die kist niet dicht hebben gelaten…

Moet voor die kinderen toch ook geen gezicht –

Enfin, het is nu voorbij…

(zucht, zwijgt)

JONGEMAN 5:
Ik was naar het bos gegaan
en toen we eindelijk zaten, lagen
stuitte ik op een keiharde
voorgevormde beha
en toen ik haar bovenbeen aanraakte
sprong ze op…

MEVROUW DERKINDEREN:
Dat dode kindje in de gang.

Nu begin ik weer…

Een dik gezwollen waterhoofd.

Engelenkopje aan pilaar.

Nee, niet doorgaan.

(zwijgt, zucht)

 JONGEMAN 5:
Daarvoor had ik dan
haar familie getrotseerd
inclusief haar blinde opa
was ik naar de stad gefietst
naar een dancing
waarvan me het publiek niet lag
om af te ketsen op,
nou ja…

 MEVROUW DERKINDEREN:
Kijk, de hele familie Maas.

Man, vrouw, 2 zonen en 4 dochters.

Hij, chef van de wasserij,

Die het met zijn secretaresse houdt,

zou-ie ter communie durven gaan?

En Van der Reyden, de  gemeentesecretaris:

’wij zijn geen filantropische instelling,

wij houden niet van rekken’

Ligt je kind jaren in het ziekenhuis,

zeurt hij over afbetaling van de lening…

JONGEMAN 2:
Mijn vriend en ik
hadden verkering met twee zusjes
ieder van ons met een natuurlijk
en ik mocht onder de tafel in de danszaal
aan haar kutje zitten
en achter haar huis
tegen haar heup klaarkomen
dus lang niet slecht…

 MEVROUW DERKINDEREN:
Ha, van Houten, de buschauffeur,

touringcar wel te verstaan,

vaak dagen van huis,

Lourdes, Rome, Kevelaer,

in ieder stadje een ander schatje,

zeggen ze,

maar waarschijnlijk een brave huisvader,

allang blij zijn eigen VROUW niet teleur te stellen…

JONGEMAN 2:
maar ik werd vreselijk verliefd
op een ander
maar toen ik het uitmaakte
gaf haar zus mijn vriend de bons
dus ik maakte het weer aan
maar de zus wilde niet meer
met mijn vriend
da’s nou tragisch
vind ik zelf.

 MEVROUW DERKINDEREN:
Ja, ga maar vooraan zitten,

allemaal op de eerste rij,

allemaal meebetaald aan de nieuwe kerk?

Nou, wij ook hoor!

Laat ons maar lekker hier zitten,

kunnen we de zaak beter overzien.

Okay, iedereen heeft je nu wel gezien,

kijk ze maar eens fluisteren.

JONGEMAN 3:
We waren in het Broek
maar waar het droog was
stonden brandnetels
en ik zag ook mieren
we hadden alleen een smal jasje
om op te liggen
dus ik zeg
ik lig op jou.

 MEVROUW DERKINDEREN:
Van Zand, je bent een rare kwant,

je zegt: wij bidden niet,

maar je durft niet weg te blijven.

Hé, we mogen even gaan staan,

even de benen strekken…

JONGEMAN 3:
Zijn we net goed bezig
springt daar in zijn manchesterpak
de Heskok uit het riet
met een geweer
en een schreeuw!
we hebben geen tijd genomen
alles op te hijsen
en zijn ervandoor gegaan.

 MEVROUW DERKINDEREN:
Hèhè, wat een oud wijf ben ik geworden.

Maar goed dat mijn man dood is,

anders hadden we daar ook nog commentaar op ge­kregen.

Hij vond zichzelf toch altijd al minder oud.

Arme, goeie man.

de jongen lijkt op hem…

JONGEMAN 4:
Ik ging naar het Maagdenpad
en die van Dwazewind
die tweeling weetjewel
die hebben van die pettycoats
zodat je niet alleen van haar
maar ook van de heg een heel eind af staat
en het is daar hartstikke donker
rijdt er een fietser zonder licht
vanachter tegen me op
en ik schiet me er diep in!
ik zeg: bedankt!
en zij gilt eerst
maar dan: zucht, zucht
en zegt: dat zetje had je nodig
en we schieten in de lach!

 MEVROUW DERKINDEREN:
O, we mogen weer gaan zitten.

Gaat ie weer knielen.

En weer zonder kussen.

Wat mankeert die jongen?

Heeft ie iets goed te maken?

Is ie zich aan het versterven?

Dat doet ie maar als ie een korte broek aan heeft.

JONGEMAN 6:
Had ik haar dan zover,
stel je voor, ze is er helemaal klaar voor,
is verdomme mijn pik te groot,
neenee, geen flauwe kul
hij ging er echt niet in
aan mij lag het dus niet
en evenmin aan haar
maar nou die weddenschap
dat is toch overmacht?

JONGEMAN 2:
Kom we gaan in de biechtstoel
een potje kaarten
ik wil revanche op gisteravond
kom op man
voor een pilsje aan de overkant
er gebeurt toch niks meer
de voorstelling is voorbij
kom het gordijntje dicht
ik heb een aansteker bij me
of durf jij een kaars gaan halen?
dat zou een stunt zijn!

GEKKE ONDERWIJZER:
Gooooodverdomme!
Eruit!, zeg ik!
(Stilte, alleen het gemurmel van de priester op de ach­ter­grond.)
Nou is het genoeg geweest!
ga met je armen over elkaar!
hoger, zeg ik!
nog hoger!
die ellebogen op schouderhoogte!
zo zitten blijven!
schijnheiligen!
zeker op een mars uit, hè?
of moet ik voorlezen
uit Monus de man van de Maan?
ga normaal zitten!
ik ben de Steile niet!
dat doe je maar bij hem…
(pauze, stilte)
Ik heb het wel gezien, hoor!
Onder de bank met jezelf spelen…
(zacht gelach)
Aha!…
(voetstappen en de staf van de Suisse)
Mij bedonder je niet!
ja jullie daarachter
ik ken jullie wel
waar is die stok gebleven?
je denkt dat ik gek ben, hè
(gelach)
stiekem in het speelkwartier…
terugpakken wat ik heb afgepakt
denk je dat ik zo vergeetachtig ben?
ik ben de Kuus niet
of de Wieber
godgodgodgodverdomme!
sodemieternogantoe!
terugpakken wat ik heb afgepakt!
alsof ik gek ben!
jezusminanondeju!

De staf van de Suisse, luid gemompel, het orgel zet hard in.

Einde episode 1

(uit De Gekke Onderwijzer, hoorspel van Meurs A.M in het boek Spelen)




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *