Verhalen over v/h de 8-Huizen ofwel de Achtwoningen (uit Aan de Lange Weg)

(Nieuwe FB-pagina’s als Veldhoven zoals het was, Zeelst zoals het was en Meerveldhoven zoals het was, zijn voor mij aanleiding om fragmenten uit Aan de Lange Weg weer naarvoren te halen) 
(Over de Achtwoningen publiceerde ik hier eerder: Voorheen de Acht-huizen https://meursam.nl/?p=908)

(De familie Weels verhuist in 1957 van de eerste bocht van de Lange Weg, waar ze tot zijn dood naast de schoenmaker met het houten been woonden, naar v/h de Achthuizen, een paar honderd meter verderop aan de Lange Weg)

De Verhuizing

Tante Jo gooit alles uit het raam van de opkamer zo in de kippenren. Alles van de zolder en ook heel wat van de dingen die ze op de meisjeskamer en op de opkamer tegenkomt. De kippen zijn allang naar binnen gevlucht. Leo Weels staat er gelaten bij, hij durft niet tegen zijn radicale oudere zuster in te gaan. Ze is speciaal van bij het vliegveld gekomen om schot in de verhuizing te brengen. Tien jaar geleden heeft ze hier nog tijdelijk gewoond, de Duitsers hadden haar huis gevorderd, bovendien was het toen veel te gevaarlijk bij het vliegveld. Ze heeft toen het pasgeboren Jantje tijdens het bombardement de schuilkelder in gedragen.

Leo maakt er zonde van, hij zou nog heel wat van die spul­len kunnen gebruiken.

“Steek maar in de fik,” zegt ze, “dan heb je er geen last meer van.” Ze heeft er een kleur van. Later lijkt ze toch een beetje van zichzelf geschrokken en pakt enkele dingen terug. Leo maakt van alles zonde, dus ook van de seringenstruik bij de kippenkooi, om het over die prachtige hoge fruitbomen maar niet te hebben. En van het varkenshok dat hij zelf heeft gemetseld en de overdekte zandbak. Waar hebben de kinderen een overdekte zandbak! En van zijn rommel in het houthok. In de Acht-Huizen is niet eens een houthok!

De verhuizing gaat helemaal met de hand en te voet, al da­gen gaan ze met zijn allen die paar honderd meter heen en weer, gewoon te voet of met de fiets, de kruiwagen, zelfs met de kinderwagen. Om de grotere meubels over te brengen hebben ze van de broer van Heintje van der Horst een handkar gehuurd. Veel moet weg, zoals de plattebuiskachel. Zo`n ding past niet in de Acht-Huizen. Daar is de oudijzerman voor geweest. Dat ging gewoon per gewicht. Nog geen twee tientjes kreeg Leo ervoor. Maar toch voor mij een dagloon op de bouw, dacht hij. Hij verdiende niet veel als ongeschoold arbeider. Die snotneuzen van een jaar of twintig met ambachtsschool hadden meer. Dat stak.

            Nu het varken nog. Het is bang geworden van de luide klappen waarmee er vanalles uit het raam op de grond terecht­kwam. Eerst is er geen beweging in het beest te krijgen en dan schiet het opeens de hof in. Met man en macht wordt er aan het beest geduwd en getrokken, alle kinderen uit de buurt helpen mee. Leo heeft een stok in zijn hand, waarmee hij het varken zo nu en dan een zachte tik geeft. Niemand anders mag het met een stok aanraken. Wat absoluut niet mocht gebeuren, gebeurt toch: het schiet de Lange Weg over en raakt in de droge sloot aan de overkant. Ze maken dan maar van de nood een deugd en drijven het verder door de sloot – daar kan het alleen niet uit – in de richting van de Acht-Huizen. Maar bij het paadje gaat de sloot door een rioolbuis en moet het varken omhoog. Het krijgt eindelijk een touw om de nek en door aan de voorkant te trekken en aan de achterkant met alle macht te duwen, raakt het varken op het fietspad. De nieuwe buren van de Acht-Huizen aan de overkant van de sloot komen het gezelschap tegemoet en met zijn allen krijgen ze het varken, waarvan het luide gekrijs heen en weer kaatst in het tunnelgangetje tussen de woningen, in zijn nieuwe hok. De familie Weels is verhuisd naar de Acht-Huizen.

(Lees het vervolg: Voorheen de Acht-Huizen:
https://meursam.nl/?p=908 )



En ook dit is een verhaal uit v/h de Achthuizen:

Vrolijke buurmeisjes in de typische voordeurnis van de Achtwoningen

Verder met Adri

Hij was in zijn element, Adri, hij stond aan de weg druk te gebaren, alle buren om hem heen, hij was het middelpunt, want zijn kind was zoek. Er is al overal gezocht, navraag gedaan, men heeft de naam van het kind geroepen. Iemand heeft toen voorzichtig gevraagd of het kind niet in zijn bedje kan liggen en Adri heeft verontwaardigd geantwoord dat ze daar allang hebben gekeken.

            “Ik denk dat ik de zwarte mannen er maar bijhaal,” zegt Adri ferm.

            “De politie!” legt een jongetje fluisterend uit. De politie heeft lange tijd een zwart uniform gedragen.

            Midden op de Lange Weg nadert in het donker langzaam een wiebelend, onzeker lichtje. Men zwijgt verbaasd en hoort een zacht geprevel uit de richting van het lichtje komen. Het is vrouw Brems die van haar ziekbed is opgestaan en in een kamerjas en met een brandende kaars in haar hand biddend midden op de rijweg komt aanlopen. Niet ongevaarlijk, want het is de doorgaande weg naar de grens, net tussen de eerste en de tweede bocht van de Lange Weg, en de straatverlichting is nog slecht.

            “Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U,” bidt vrouw Brems, loopt om het groepje heen en keert terug. Zo blijft ze op-en-neer lopen: van haar huis een honderd meter van de woning in de Acht-Huizen, om de mensen heen, en terug. Tot ze tussen de menigte vrouwtje de Laat, de moeder van het verloren kind, ontdekt. Dan maakt ze een scapulier los van haar hals, drukt het de moeder in de hand en zegt gedre­ven: “Hier, bid, bid, BID!”

            Vanuit de voordeur wordt Adri door zijn dochtertje geroe­pen: “Papa, kom eens.” Even later loopt hij met grote stappen en breed met zijn armen zwaaiend weer op de buren af.

            “Nou ligt-ie snotverdomme in een ander bed!” zegt Adri.

            En nu de oudste dochter van Meijer dit zo beeldend verteld heeft met haar zware stem en de Vrouwen van de Eerste Huizen lachen om de herinnering en Hanna Knietel zegt: “Ja, dat scapulier, dat is waar ook, dat was ik vergeten”, en nóg zegt: “Vrouw Brems is niet lang daarna overleden”, nu wil Hanna Bosmans toch wel kwijt dat er bij Adri eigenlijk niks kwaads bij zat en dat, als in dat huwelijk een van beide hon­derd procent  zou zijn geweest, het nooit zo`n goed huwelijk was geworden. Daar zijn ze het over eens. Adri was eigenlijk een kwajongen gebleven, niet te beroerd om met de jongens op handen en knieën onder de heg naar meikevers, hegmulders, te zoeken of voor “bok” te spelen: met gespreide benen op de grond zitten met daartussen een “bok”, een kleine of grote piramide van stuiters die de jongens met een stuiter om moes­ten gooien om de bok te winnen. Een bok die zo goed als plat was en waarvan de stuiters helemaal in de modder waren geduwd, werd verontwaardigd een plekbok genoemd. Van het werkwoord plekken, ofwel plakken.

            “Maar hij was eigenlijk niet bekwaam om brommer te rijden,” zegt Hanna Bosmans en nu is ze serieus. Want wat gebeurt er? Het is donker en daar komt Adri uit de richting van het dorp aanrijden. Eigenlijk zou hij het bord moeten gehoor­zamen dat zegt: “Wielrijders oversteken”, want enkele meters na het bord houdt het fietspad op. Maar ach, het is maar een paar honderd meter en dan is Adri thuis, en als hij hier naar links zou oversteken zou hij bij zijn huis weer naar rechts moeten oversteken, dus vindt hij het veiliger rechtdoor te gaan. Niet te hard, denkt Adri, niet te hard, anders ga ik die vracht­wagen nog inhalen… nog wat langzamer, maar nog komen de achterlichten dichterbij… de vrachtwagen staat stil!… En Adri roept nog “hoho, hoho!” en botst er met een klap tegenaan, maar veel en veel harder dan thuis tegen de poort, hij schuift er met brommer en al onder… Adri de Laat is voorgoed thuisge­komen.

            “Dat is de zoveelste dode in dat korte stukje van de Lange Weg in een paar jaar, en allemaal mensen onder de zestig,” zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen.

Het kind dat zoek was maar in een ander bed bleek te slapen gaat naar de HBS, een uitzondering in de buurt. En Leo Weels kan niet nalaten te zeggen: “Dat zal dan wel niet de echte Hoge Burger School zijn.”

            Vrouw de Laat toont zich na het verongelukken van haar man opvallend zelfstandig en bijdehand, ze brengt zonder al te veel problemen haar kinderen groot. Twintig jaar na Adri wordt ze doodgereden bij het oversteken van een van de wegen die tussen de nieuwe wijken zijn aangelegd.

            Hors Teunis verwisselt zijn fiets voor een gemotoriseerd invalidenwagentje en rijdt daarmee uiterst traag door het dorp. Hij komt in een aanleunwoning van het bejaardenhuis te wonen, waar zijn moeder in de verzorgingsflat zit, en sterft voor zijn zestigste. De meeste van de broers zijn dan al overle­den en wij vragen ons af hoe het met onze klasgenoot Ko is, want die zag er de laatste keer niet goed uit, werkt als metse­laar dag en nacht voor zijn opgetutte vrouw.

            “Ko?” zegt iemand, “wanneer heb jij die voor het laatst gezien? Ko is al twee jaar geleden overleden!”

            Dat is een schok, we wisten van niks, en als het enigszins kan gaan we nog wel naar alle begrafenissen van de vroegere bewoners van de Lange Weg. Daarmee is er van de zes zonen van de familie Teunis geen een meer in leven

            Van de Acht-Huizen zijn twee woningen afgebroken, voor de nieuwe weg, zoals de meeste huizen waarvan we verteld hebben. Voorheen de Acht-Huizen.

Kaft 1e druk van Aan de Lange Weg, foto van rond 1988, in het midden rechts v/h de Achthuizen, waarvan de eerste 2 woningen vanaf de andere kant dan al zijn dichtgetimmerd voor de Kempenbaan. In de 2e woning woonden de meisjes op de andere foto. In het witte huis woonde toen Oosterbosch (Kempen Cars), begin 50erjaren de schoenmaker met het houten been en aan de andere kant van deze tweewoonst de familie Weels.


V/H de Acht-huizen, – woningen rond 1988, de 2 linkerwoningen al dichtgetimmerd met het oog op afbraak voor de Kempenbaan
Links woonde hier in de 50er jaren de familie Weels, aan de rechterkant de Schoenmaker met het houten been. Rechts naast het gapende gat zicht op v/h/de Acht-huizen, -woningen.

Verhalen uit Aan de Lange Weg, roman van Meurs A.M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *