THEORIE vraagt zijn assistent wat hij er voor over heeft om van asielzoekers af te komen

4.
Dus plaatst hij de advertentie voor een personal assistant. Daar komen enkele tientallen mensen op, de meesten leken de conclusie te hebben getrokken dat hij een lijfwacht zocht en zagen er navenant uit. Een totaal ander type, oude hippie met staart maar dan niet zo oud, een jaar of 45, wekte zijn interesse. Theorie vraagt ‘ Ken je mijn doelstellingen? O.k., prima. Maar heb je daar ook iets voor over? Ik moet je vragen om een heel groot offer te brengen. Namelijk om precies het tegenovergestelde te gaan doen als dat je dacht dat je moest gaan doen. Namelijk, je moet asielzoekers gaan verwelkomen, je moet ze op de stations gaan ophalen, je moet een AZC opzetten, je moet ze daar opnemen en vertroetelen. Wil je dat doen? Dat moet ik eerst van je weten voor ik zeg waarom. Als je niet meteen nee zegt, dan wil ik dat je daar een nachtje over slaapt en morgen terugkomt, dan praten we verder, tenminste als je daar dan zonder meer, zonder te vragen, laat staan te weten waarom, ja op zegt.’
De sollicitant, die Rein heette, zei de volgende dag zonder te vragen waarom: ja. ‘Goed,’ zei Theorie, ‘maar ons doel is om van asielzoekers af te komen. Ik kan je vertellen dat je uiteindelijk toch dat wat je wilde en wat de reden is dat je hier kwam, zult bereiken. De vraag is: Wat heb je er voor over? Je hebt al aangegeven dat je bereid bent je naar de buitenwereld totaal anders te gaan gedragen dan je overtuiging is, en dat je het er voor over hebt als een asielzoekersvriend aangezien te worden. Maar de eigenlijke vraag is: wat heb je er uiteindelijk voor over om van asielzoekers af te komen? Hoe ver durf je te gaan? Ik zeg niet dat het moet, maar ik moet het wel weten: zou je bijvoorbeeld wat in het burgerlijk jargon een misdaad heet, een moord heet, willen doen om van asielzoekers af te komen?
Nu vroeg de sollicitant of hij er een paar dagen over na mocht denken.
Na die paar dagen kwam hij terug en zei: ‘Het is niet gemakkelijk. Ik ben niet gewend dingen te doen tegen mijn karakter, tegen mijn geweten in. Ik heb het heel moeilijk om asielzoekers binnen te halen, om vriendelijk tegen ze te zijn, ze te vertroetelen. Maar ik heb het ook moeilijk ze te vermoorden. Ik ben wel tegen asielzoekers maar ik ben geen moordenaar. Maar ik geloof nu dat het me toch zal lukken, juist door de combinatie van de twee die de tegenstelling tussen die twee opheft. Dat ik eerst zeer tegen mijn aard en zin asielzoekers moet verwelkomen, ze vertroetelen, zal zo’n frustratie, zo’n agressie in me opwekken, dat ik tenslotte dáárdoor in staat zal zijn ze te vermoorden. Dus: Top! Ik doe het!’
Theorie klopte hem op zijn schouder, omhelsde hem. ‘ Ik wist dat ik op je kon rekenen. Ik weet als ik naar mensen kijk wat voor vlees ik in de kuip heb. Dat zal trouwens nog wel eens een uitdrukking kunnen zijn waar we aan moeten denken als ik je de komende tijd verder in zal wijden in mijn plannen.’
(uit De Mensensmokkelaar van Amsterdam)
(De Mensensmokkelaar van Amsterdam/ The Amsterdam human smuggler)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *