DE VROUWEN VAN DE EERSTE HUIZEN: ER VALLEN WEL VEEL DODEN… SCHRIJVEN TEGEN DE VOORUITGANG? ‘MIJN ZOON IS DOOD!’ JAMMERT HANNA BOSMANS VAN DE EERSTE HUIZEN

Er vallen wel veel doden

“Dat vorige deel is me goed bevallen,” zegt een van de Vrou­wen van de Eerste Huizen, “maar er vallen wel veel doden.”

 “Da’s nog niks,” wilde A.M. zeggen, “moet je het vol­gende deel zien.” Maar ze was al weer weg.

“Net als in het echte leven,” had hij willen zeggen.

Want eerst was daar Herman Brood, die hij als rockandrollzanger kon waarderen, maar die zo nodig van het dak van een Amsterdams filiaal van een internationaal hotelketen moest springen, en het dus niet kon opbrengen om ten minste in zijn doodgaan enige nederigheid te betrachten.

Dan moemoe. Die ging zoals ze zesentachtig jaar geleefd had, rustig haar plicht doend, en vooral zonder ophef. Hoewel, spectaculair was haar dood toch heel even, in ieder geval van dichtbij. Haar temperatuur steeg tot ongekende hoogte, tot drieënveertig graden. De digitale thermometer sprong stuk en ook twee haastig opgehaalde gewone thermometers begaven het. Toen zuchtte ze en was dood. Buiten de paar vierkante meter van de ziekenhuiskamer had niemand iets gemerkt, zelfs de vrouw in het bed naast haar sliep rustig door. Maar A.M. luisterde, nadat hij haar dood telefonisch had doorgekregen, vijftig kilometer daarvandaan naar de radio en merkte dat hij verwachtte dat ze haar overlijden bij het nieuws zouden mel­den. Hij hield dat zo een paar dagen.

Toen kreeg hij een kaartje met de groeten van de dichter Jan Kostwinder, die jaren geleden opeens verhuisd was en sindsdien niets meer van zich had laten horen, en een paar dagen later ontving hij het bericht van zijn overlijden. Het was geen zelfmoord, gewoon een plotselinge dood.

En dan de tv-presentatrice Sylvia Millecam. Een van de Vrouwen van de Eerste Huizen zei dat ze zo`n keuze wel kon begrijpen. Dat zij misschien ook wel zo zou hebben gehandeld als haar borsten haar handelsmerk waren. Ze bedoelde dat ze liever dood zou gaan dan een borst te laten amputeren. Waren de borsten van Sylvia Millecam haar handelsmerk? Had hij iets gemist? Hij hoopte in ieder geval dat een levensgevaarlijke oplichtster als de “gebedsgenezeres” Jomanda, die haar van een normale medische behandeling had afgehouden door te bewe­ren dat ze geen borstkanker had, eindelijk eens werd aange­pakt.

Hij zat in de trein en die stond opeens met een schok stil. En misschien wel omdat men het beu was om altijd maar verwijten te krijgen voor al die vertragingen, riep men om dat de zelfmoordpoging gelukt was. Ze zaten daar uren zonder dat ze er uit mochten en in de mobieltjes werd luidruchtig en wellustig gemeld dat er eentje voor de trein was gaan liggen. Hij dacht aan degene die voor de trein was gaan liggen en aan iemand die hem heel na was die ook voor de trein was gaan liggen en was een paar uur heel stil.

En toen was daar 11 september en de duizenden doden on­der het puin van de Twin Towers in New York en dacht hij: hoeveel is veel? We schrijven verder, maar inderdaad, er vallen wel veel doden.
(Uit Aan de Lange Weg, roman van Meurs A.M.)

(….)

Schrijven tegen de Vooruitgang?

“Genoeg,” zegt Hanna Knietel tegen de twee andere Vrouwen van de Eerste Huizen die nog in een discussie zijn gewikkeld over het vorige hoofdstuk, met name over de vraag of de nonnen niet te grof aangepakt worden. “We zijn hier tenslotte bij elkaar gekomen omdat de Eerste Huizen bedreigd worden.”

            “En omdat A.M. iets moet doen,” zegt de oudste dochter van Meijer met haar zware stem.

            “Jezus!” zegt Hanna Bosmans. “Schrijven tegen de sloper? Het klooster, de meisjesschool, het patronaat, en nu onze huizen, de eerste huizen van het dorp, hij kan wel aan de gang blijven! Schrijven tegen de vooruitgang?”

            “Alsof zo`n gemeentebestuur weet wat vooruitgang is,” zegt de oudste dochter van Meijer.

            “Maar wij moeten niet willen uitmaken wat goed is voor het dorp omdat wij nu toevallig in die eerste huizen wonen,” zegt Hanna Knietel.

            “Geen flauwekul, de beuk erin!” zegt Hanna Bosmans. “Ja, de eerste bewoonster van de Lange Weg is door de bocht, hoor,” lacht ze. “Ik wou jullie alleen even plagen.”

            “Dat is een eik hoor op het altaar van de Mariakapel,” grapt op haar beurt de oudste dochter van Meijer met haar zware stem. Of bedoel je die rode beuk op het kerkhof? Buitenstaan­ders zullen denken dat we hier meer met bomen dan met bestaande huizen en gebouwen hebben.”

            “Je zegt het goed,” zegt Hanna Bosmans, “bestaande huizen en gebouwen, want nieuwe huizen,  wat zeg ik, hele nieuwe wijken worden er meer dan genoeg gebouwd.”

            “Laat A.M. dan maar het verhaal van de rode beuk vertel­len,” zegt Hanna Knietel, “want dat vind ik net een sprookje. Zeker nu wij ondertussen weten dat de beuk toch uiteindelijk wint.”

(…)

“Mijn zoon is dood!” jammert Hanna Bosmans van de Eerste Huizen.

“Mijn zoon is dood!” jammert Hanna Bosmans van de Eerste Huizen tegen A.M. “Aan kanker gestorven. Vijfenvijftig, even oud als jij, en jij klaagt dat het schrijven niet lukt en dat je er te weinig tijd voor hebt, maar jij bent gezond. Jij klaagt en van de enkele vrienden die je hebt is er een dood en hebben er twee kanker gehad en vechten en hopen dat het maar niet terugkomt. Jij klaagt en je buurvrouw van zevenenvijftig droeg een pruik als gevolg van de bestralingen en chemokuren, maar ze vocht, want als er iemand levenslustig was, dan was zij het, en had ze dan ook niet het recht…? Ze dacht dat ze ook al geen wimpers meer had, maar dat was duidelijk niet zo, dat zag je als ze haar hoofd opzij draaide, en daar was jij dan weer blij om. En toen ze nog geen weet had van haar ziekte zei ze eens: ‘Dood? Dat is het laatste wat ik wil!’ Jij vond dat grappig en zei: ‘Als dat het laatste is, heb je het voor elkaar.’ Maar de ziekte was onverbiddelijk en vorige week hebben jullie haar begraven met heel veel familie en vrienden. En sinds ze dood is hoor je haar stem de hele dag voor en achter het huis. En deze week is het een oom van eenenzeventig aan dezelfde soort ziekte…  Maar jij klaagt.

            Je hebt van mijn zoon nooit een personage gemaakt, dus dood is in dit geval dood voor jou, want hij was misschien niet interessant genoeg, te braaf, maar hij was wel mijn kind. En het enige dat jou lijkt te interesseren is hoe oud zijn moeder dan wel zou zijn. Nou, een jaar of negentig dus, want hij was mijn vierde, dus ik had er best nog kunnen zijn.”

Ja, je schaamt je als je Hanna Bosmans van de Eerste Hui­zen zo bezig hoort in haar verdriet. Ze heeft gelijk, je hebt niets te klagen.

Je schaamt je, want ze heeft gelijk dat bij jou ook hier het schrijven het echte leven verdringt. Want je realiseerde je inderdaad dat er een zoon van vijfenvijftig dood was van een vrouw die in jouw geschriften die leeftijd niet eens heeft. Want Hanna Bosmans van de Eerste Huizen is bij jou ergens tussen de vijfendertig en vijfenvijftig.

We waren van dezelfde leeftijd. We zaten dus samen in de­zelfde klas van de lagere school. Hij was een knappe, lieve, brave jongen. Misschien waren we ook samen bij de welpen. Later werd hij leider van de andere jeugdbeweging. Ik denk ook dat hij misdienaar is geweest. En hij was bij de harmonie.

Toen we een jaar of achttien/negentien waren en veel uit­gingen, kwamen we hem nooit tegen. Waarschijnlijk had hij al vaste verkering en zat hij rustig bij zijn meisje thuis.

Hij woonde dus in het allereerste huis. Of in het allerlaatste, het was maar van welke kant je het bekeek. Naast hun huis was een weiland tot aan de Gender. We voetbalden er soms, niet vaak, het was er ongelijk, hobbelig, met lastige hoge graspollen en distels. Er stonden ook koeien, die weliswaar tweehonderd meter naar achter, naar de Gender opschoven als wij kwamen maar toch hun vlaaien achterlieten. Dat was een probleem, zeker omdat onze kleren als doelpaal dienden.

En als we het huis in gingen om wat water te drinken, was daar zijn luidruchtige moeder, die zo heel anders was dan hij en ons een rooie kop deed krijgen als ze riep: “Hoe is het met jullie vader en moeder? Slapen ze nog steeds samen in één bed?”

Ja, moeder Hanna Bosmans van de Eerste Huizen, ik schaam me dat ik zo weinig kan schrijven over jouw zoon die dood is.

            Aldus A.M.
(Uit Aan de Lange Weg van Meurs A.M.)


De Eerste Huizen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *