Willem Adams als model voor literaire personages De Wildeman, Dolf (Mens) de kunstenaar, DE KUNSTENAAR, de kankeraar

(Willem Adams 1937 – 2022
In dat kleine streepje tussen die 2 jaartallen zit zijn, soms vrij heftige, leven. De kunstschilder Willem Adams werd geboren op 23 februari 1937 in Veldhoven, in het deel Meerveldhoven, en overleed op 5 januari 2022 in Eindhoven waar hij sinds 1964 woonde. )

DE WILDEMAN (in Aan de lange Weg, roman)

Of moest hij (Jan) naar de Wildeman luisteren die had gezegd: “Er moet gewerkt worden, die pen moet over het papier krassen!”

Tja, wat moet je als schrijver als je, zoals in Aan de lange Weg, zelf ook een personage bent, meerdere zelfs: Jan(tje) en de (schrijver) A.M.? Luisteren naar een ander personage, de Wildeman?
Natuurlijk ben je als schrijver verantwoordelijk voor elk personage, ongeacht wie daarvoor model staat. Alles wat het personage doet komt voor jouw rekening! Want jij schrijft het op… Maar toch. Hoe de personages zich tegenover elkaar gaan gedragen, ho, hoe jij de personages zich tegenover elkaar laat gedragen, zeker als jij een of meerdere van deze personages bent, hoe het model voor een personage zich gedraagt… beïnvloedt jou als schrijver.
SOMMIGE PERSONAGES DRAAG JE JE HELE LEVEN MEE.

Willem Adams noemt in het begin van zijn verhaal Louis Paul Boon in Eindhoven ‘Van de Mierden, een ex-onderwijzer die in zijn huiskamer een uitleenbibliotheek had.’ Bij mij heet die ‘de Gekke Onderwijzer, in Aan de Lange Weg als roman, in een gelijknamig hoorspel, in de roman die ik aan het schrijven ben, ook daarin wordt de Gekke Onderwijzer toegesproken en om raad gevraagd. Hij is een personage dat ik mijn hele leven meedraag. Willem Adams, de Wildeman, Dolf (Mens), DE KUNSTENAAR, enzovoort zijn ook personages die ik mijn hele leven meedraag.

DE WILDEMAN (Aan de lange Weg, roman)

Sommigen zeiden dat het door die zon kwam in Nieuw Guinea, anderen door wat hij daar gezien had. Weer anderen zeiden: “Welnee, ’t is omdat hij twee jaar niets van zijn meisje had gehoord – ‘maar hij had helemaal geen meisje!’ onderbreekt nog iemand – “en toen hij terugkwam bleek ze al twee jaar uit het dorp verdwenen en zou ze zelfs een kind gehad hebben dat ze had afgestaan en zou ze ergens bij de grote rivieren in de verpleging werken.”

            In ieder geval was de magere jongen een woeste man geworden die zijn haar en zijn baard liet groeien en woest op zijn motor door het dorp reed en ergens in een hutje was gaan wonen waar je door de modder alleen te voet of met de motor kon komen. En het scheen dat hij daar in die verlaten hoek zelfs niet over de paden reed maar soms dwars door de weiden en akkerlanden en zelfs door het prikkeldraad scheurde. De rustige magere jongen was een wildeman geworden die wilde tekeningen van Nieuw Guinea liet zien en bijna even wilde tekeningen van vrouwen- en paardenkonten, zoals hij ze noemde, en die die tekeningen ook exposeerde en de affiches met “Dolf Mens exposeert vrouwen- en paardenkonten” nog net niet zoals Luther op de kerkdeuren spijkerde, maar wel op de bomen rond de kerk. En die dronk en vloekte en kaartte en voor wie geen vrouw veilig was. Zei men.

            Ja, de verhalen deden al gauw de ronde. Dat hij de meisjes op de benzinetank van zijn motor door de opspattende modder tot vlak voor zijn hutje reed. Dat hij, als ze klaagden dat ze helemaal onder zaten, de modder van hun gezicht en benen likte.

DOLF DE KUNSTENAAR
(De Personages, columns,
alleen gepubliceerd in literair kladschrift HetWerk,DE KOK IS KONING)

(fragment) “En dan kan Kok zich helemaal richten op wat die niet al te slimme  – hoewel natuurlijk altijd nog slim genoeg om de koning uit te hangen – jongen van een Alexander eruit flapt,” zegt Dolf de kunstenaar.

“Wat anders nu ,” zegt Harrieke, “bij mij in de buurt was geen ei meer te krijgen. En dat deed me, hoewel ik van een eitje hou, deze keer eens oprecht genoegen, want ik wist dat ze goed terechtgekomen waren.”

 “Namelijk op de neus van Adelmund, de staatssecretaris,” zegt Dikke Jos. “Die heeft vroeger als voorzitter van een vakbond geleerd dat je vanaf het podium altijd de leuzen van de demonstranten moet overnemen. Dus die kwam het podium op en riep:

‘We want war!  Het beleid deugt niet! (Pats, een ei!) Weg met de staatssecretaris!’

‘Maar mevrouw, dat bent u zelf!’ (Weer een ei)”

            “En Rosenmöller zegt dat het aan de grootte van zijn neus ligt, dat dat ei erop is terechtgekomen,” zegt de Zangeres, “en dat dat verder niks met hem persoonlijk te maken heeft.”

            “Maar het is een ei op de neus van de gelijkgeschakelde politiek,” zegt Dikke Jos. “Op de salonfähigkeit van Groenlinks dat zich, door de milieubeweging te laten vallen in de zaak Schiphol, klaarmaakt om zitting te nemen in het volgende kabinet.”

            “Het zijn de ruiten die ingegooid worden van de opportunistische politiek rond de Waddenzee,” zegt Dolf de kunstenaar.

“En dan vraag je je niet meer af of het kan en of het mag, die eieren en die kapotte ruiten,” zegt Dikke Jos, “maar of ze het verdienen, die politici.  Voor hun kortzichtigheid, hun schijnheiligheid, hun draaikonterij. Is het niet voor het een dan is het wel voor het ander.”

“En dan is het antwoord volmondig ja!” zeggen de personages.


DE KUNSTENAAR
(Toneelstuk Gerechtigheid, een Kunstenaar, een Intellectueel, een Vakbondsbestuurster, een Politicus en een Onderneemster zijn in een oorlogssituatie opgesloten met een gastarbeider die ze de Beul noemen)

POLITICUS: Een van de redenen dat ik van mijn vrouw houd, is dat ze zich goed verzorgt.

KUNSTENAAR: (komt op, hoort nog net het laat­ste, luchtig) Welja, als je haar maar goed zit.  Weet iemand eigen­lijk waarom we hier zijn?

VAKBONDSBESTUURSTER: Hoe is het buiten?

ONDERNEEMSTER: (keert zich hooghartig naar de KUN­STENAAR)  Ja, hoe is het daar?

De sirene van een politieauto is te horen, men luistert.

KUNSTENAAR: Tot aan het hek prima.

VAKBONDSBESTUURSTER: Kunnen we even iets bespreken?

KUNSTENAAR: Voor mijn part, ik haal even Ahmad erbij.

ONDERNEEMSTER: Nee, wacht even. (tot de VAKBONDSBESTUURSTER) Ik weet niet waarover jij het wilt hebben maar­… Voor mij is het duidelijk waarom WIJ hier zijn… Er zijn daarbuiten wat vooraan­staande mensen gegijzeld –

KUNSTENAAR: Gegijzeld? Er zijn er al 14 doodge­schoten!

ONDERNEEMSTER: Nou goed. Hierbinnen zijn een poli­ticus, een intellectueel, een vakbondsbestuurster, een kunstenaar en een onderneemster. Het is duidelijk: de belangrijk­ste lagen van de maatschappij zijn vertegenwoordigd. Wij vormen een soort schaduwelite. Men heeft ons in veilig­heid willen brengen.

KUNSTENAAR: Laat mij er even buiten, wil je, met je e­lite!

POLITICUS: Nou goed, ze wisten natuurlijk niet welk type kun­stenaar… Maar inder­daad, het principe zie ik nu ook.

INTELLECTUEEL: We kunnen niet allemaal hetzelfde zijn.

ONDERNEEMSTER: Okay, we zijn het praktisch eens… Maar wat doet die… eh..­. gastarbeider hier dan?

KUNSTENAAR: Ik zal hem even roepen, dan vraagt u ’t hem zelf.

VAKBONDSBESTUURSTER: Ik geloof dat u ons bewust niet wilt begrijpen.

De BEUL komt op met een dienblad waarop theepot en kopjes, hij lacht en knikt terwijl hij de thee serveert

KUNSTENAAR: (spottend) Heeft er nog iemand vragen?

Men drinkt  zwijgend de thee.

DE WILDEMAN (in Aan de lange Weg, roman)

Nee, als je midden in de kroeg zulke verhalen zit te vertel­len, dan wordt het niet rustig rond je. Maar toch raken steeds meer mensen ervan overtuigd dat al die verhalen nooit op het conto van één persoon kunnen worden geschreven. Dat de Wildeman op totaal verschillende plaatsen gelijktijdig is gezien, is daarvan het beste bewijs.

            En dan wordt er inderdaad een dubbelganger gevonden. En niet zomaar eentje. Een dubbelganger die in dezelfde straat in het dorp aan de Lange Weg is geboren, dus alles weet van de achtergrond van de Wildeman. Die zich zijn uiterlijk heeft aangemeten en zich voor hem uitgeeft in de stad en in de dorpen er omheen en zelfs kroegschulden op zijn naam heeft achtergelaten. (…)

            Maar de ontdekking van deze dubbelganger deed dan weer het gerucht toenemen dat er misschien wel drie Wilde­mannen waren en dat de echte zich allang had teruggetrokken en al dertig jaar bij Philips werkte en binnenkort met pensioen ging.

            Toch wilde weer een ander verhaal dat de Wildeman een succesvol kunstenaar was, die door de bekende museumdirecteur Rudie Fuchs was ontdekt, en met hem naar Amsterdam was verhuisd en exposeerde in de belangrijkste musea ter wereld.

            Niemand weet het.

            “Maar ik weet wel,” zegt iemand, “dat de echte Wildeman gestopt is met het vertellen van verhalen over vrouwen en ook die ‘godverdommese bloedmooie meid van een Petra’ nooit meer noemt, nadat hij haar onverwacht heeft aangetroffen bij zijn ouders thuis die toen nog leefden: een oude vrouw met spierwit haar die zei dat ze maar eens opstapte omdat ze nog moest poetsen. En die dus blijkbaar door de smetvrees was gegrepen, net als vroeger buurvrouw Van de Stal, bij wie ze nog ooit aan de deur was geweest voor een betrekking, en die de kolenkist vanbinnen schrobde.”

            En de vrouw van de Wildeman zou gezegd hebben: “Het is maar goed dat hij haar zo eens heeft gezien, hij altijd met zijn verhalen!”

            De Wildeman zelf had haar naam nog één keer genoemd toen hij haar broer aanhaalde: “Onze Petra zou nooit gek zijn geworden als ze met jou was getrouwd.”

            Daarna noemde de Wildeman haar naam nooit meer. En ook schepte hij nooit meer op over andere vrouwen. Dus als er toch nog zulke verhalen de ronde doen, dan komen die vast van zijn dubbelgangers.            

“Ziezo,” zeggen de Vrouwen van de Eerste Huizen.

(Uit de
Adams(Boon)-special bij het overlijden van de kunstschilder Willem Adams, met Persoonlijk eerbetoon, onze kennismaking zoals beschreven in Aan de Lange Weg, Willem- Adams over Louis Paul Boon in Eindhoven, de 3 autotochten heenenweer tussen Eindhoven en Erembodegem in België, de opening in 1967 van zijn tentoonstelling door Boon, de expositie, de problemen met de kunstenaarsregeling de Contraprestatie, de Sociale Dienst, met de publicaties in het Eindhovens Dagblad. Ook de Boontjes in het dagblad Vooruit, en Willem Adams als model voor personages in mijn schrijven, 16 pag, waarvan 4 met afbeeldingen in kleur: €4 plus €1,92 verzendkosten.

Zie ook:
Willem Adams 1937 – 2022;

Willem Adams – Louis Paul Boon in Eindhoven

Louis Paul Boon in Eindhoven 8 december 1967, de avond, de nacht

.