Srebrenica of de mandaad – Derde bedrijf


toneelstuk in 3 bedrijven door Meurs A.M.

(Eerste Bedrijf)

(Tweede bedrijf)

Personen

OUDERE MILITAIR

 De oudere militair is niet alleen Overste Karre­mans maar net zo goed de oudere soldaat Piet Hein Both als minister Voorhoeve, premier Kok, het Neder­lands op­perbevel, de VN, zelfs opperbevelhebber Janvier en president Chirac en wij allemaal met ons opportu­nisme en onze problemen.

JONGE SOLDAAT

 De jonge soldaat is niet alleen de argeloze die gebruikt wordt, die het niet meer weet en die verdringt, maar ook de wij allemaal die uiteindelijk uit elkaar barst door de ongerijmdheid en misdadigheid.

MARSKRAMER

 De marskramer is het soort oude slachtoffer, in de zin van slachtoffer van eerdere misdaden, dat letterlijk, ook moreel, boven de partijen is komen staan, zich daarop niet laat voorstaan en zijn ogenschijnlijk onno­zele rol speelt.

VROUW

GIJZELAARSTER

 De vrouw en de gijzelaarster zijn de slachtoffers aan beide kanten wier levensrollen verwisselbaar zijn.

VLUCHTELING/GENERAAL

 De vluchteling/generaal is niet alleen Mladic maar net zo goed Karadzic en Milosovic, de wapenhandelaars en iedereen die macht en voordeel ontleent aan de oorlog.

SOLDAAT HERMAN

 Soldaat Herman is de botterik, de voetbalvandaal, de discovechter, de eigen-volk-eerst-aanhanger, kortom het kanonnenvlees bij uitstek voor beide partijen.

BODYBUILDER

 Typisch iemand die niet is wat men denkt. Een spiegel, hoe dan ook.

DERDE BEDRIJF

Kort voor de genocide van Srebrenica. De resten van een loods vol kogelgaten en bloedvlekken, boven de hoofden van de personages hangt een brug. De militai­ren hebben hun mouwtjes karikaturaal hoog opge­schoven, ze doen steeds tussendoor wat lichaamsoefe­ningen, hun bodycultuur steekt schril af tegen de (on­zichtbare), vermagerde en verpauperde bevolking.

De OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT los­sen een vrachtwagen met grote blikken, dozen en kratten.

JONGE SOLDAAT: Hoe was het in Bratunac, majoor? Weer zo in de watten gelegd door die Serviërs, ma­joor? U bent de hele nacht weggebleven, majoor.

OUDERE MILITAIR: Onvoorstelbaar, jongen. Wat die lui je voorschotelen: eten, wijn!… Om van de zaken waarvan ik als hoofd van een gezin geen gebruik wens te maken maar te zwijgen.

JONGE SOLDAAT: U bent gelukkig getrouwd, hè majoor?

OUDERE MILITAIR: Maar ja, je koopt dan ook in één keer voor 25000 mark. Daar willen ze wel wat tegen­over stellen.

JONGE SOLDAAT: (kijkt geïnteresseerd in een half geopende doos) Ze schijnen ook aan de Moslims te verkopen, maar die kunnen natuurlijk nooit de prijs betalen die wij geven, majoor. (Haalt een blikje uit de doos) Bavaria, dat is toch uit de buurt van Breda, ma­joor?

OUDERE MILITAIR: Wat ze aan ons niet kwijt kun­nen, slijten ze aan de plaatselijke bevolking. Nou, die willen wel na die maandenlange blokkades.

JONGE SOLDAAT: (houdt de doos omhoog, leest) “Dutchbat, speciale zending.” Zouden ze ons onze eigen spullen durven verkopen, majoor?

OUDERE MILITAIR: (antwoordt niet, kijkt naar SOLDAAT HERMAN, die in trainingsbroek en een ge­bloemd over­hemd, de mouwen extreem hoog opge­rold, onopvallend het toneel op is komen schuifelen) Hoezo ben jij in burger? Heb jij soms iets geprobeerd? Kijk maar uit. Ze heb­ben het recht je als spion zonder meer te liquideren. Als guerilla-strijder trouwens ook.

JONGE SOLDAAT: Ja eigenaardig. Beide partijen ma­ken gebruik van spionnen, maar ze vinden het no­dig zo verontwaardigd te doen over die van de te­genpartij dat ze menen het recht te hebben deze zonder meer neer te schieten.

SOLDAAT HERMAN: Na ze eerst gemarteld te heb­ben om nog zoveel mogelijk te weten te komen na­tuurlijk.

JONGE SOLDAAT: Natuurlijk. Een riskant beroep, spion.

SOLDAAT HERMAN: Maar wel goed betaald.

JONGE SOLDAAT: Toch geen vluchtpoging gedaan, hè Herman?

SOLDAAT HERMAN: (scherp) Als ik een vluchtpo­ging doe, dan lukt ie ook. Dan ben ik vertrokken.

JONGE SOLDAAT: Rustig maar, ‘t kon zijn dat ‘t je alle­maal teveel werd. ‘t Valt niet mee om maan­denlang opgesloten te zijn en niet met verlof te kunnen. Wij hebben het daar ook moeilijk mee.

SOLDAAT HERMAN: Zoals ik zei, ik ben geen mietje. Als ik weg wil, ben ik weg.

Haalt zijn uniform, legt zijn pistool en een dikke por­te­monnee uit zijn broek, wrijft liefkozend over de por­temon­nee terwijl de JONGE SOLDAAT zegt:

JONGE SOLDAAT: Had jij trouwens niet veel meer kleren aan daar­straks?

Er rennen enkele gestaltes over de hangbrug.

SOLDAAT HERMAN: Verrek, dat waren Moslims! Die haal ik terug!

Pakt een machinepistool en gaat, nog steeds in trai­nings­broek, achter ze aan over de hangbrug, de ande­ren kijken hem hoofdschuddend na.

OUDERE MILITAIR: Moet jij niet eens proberen weg te komen? Je neemt gewoon een voertuig mee. Ik heb liever dat het jou lukt dan Herman. Die durf ik niet bij me thuis langs te sturen.

JONGE SOLDAAT: Ik wil de zaak hier niet in de steek laten.

OUDERE MILITAIR: Kom zeg, normaal was je allang met verlof geweest.

JONGE SOLDAAT: Stil, daar is ie weer.

SOLDAAT HERMAN: (Komt op met enkele verou­derde gewe­ren, gooit ze op de grond) Waren zoge­naamd op jacht.

OUDERE MILITAIR: Die mensen zíjn op jacht! Ze hebben niets te eten. Die lui zijn wanhopig. Er zijn al meer dan tien mensen van honger omgekomen!

SOLDAAT HERMAN: Ik hou me aan het mandaat: ont­wapen iedereen binnen de compound.

JONGE SOLDAAT: Heb jij al één Serviër een wapen afge­nomen?

SOLDAAT HERMAN: Nee, maar dat doet niets af aan het principe.

Er gaat een mijn af. Daarna is het even doodstil. Dan klinkt een jongemeisjesstem:

JONGEMEISJESSTEM: (buiten beeld) Zijn jullie daar, schatjes van me? Lieve Hollandertjes! Wij waren met ons tweeën gekomen om jullie te ver­wennen en wat brood en sigaretten van jullie te krij­gen. Maar nu mijn zusje op een mijn is gelopen, wil ik jullie vragen mij een keer extra te neuken, zodat ik de begrafenis kan betalen. Doen jullie dat, lieve Hollan­dertjes van me?

OUDERE MILITAIR: (Overstuur) Ga weg! Ga terug! Loop midden op de weg. Hier zijn brood en sigaretten. Kom niet terug!

Pakt een brood en een pakje sigaretten, wil ze gooien, maar wordt tegengehouden door SOLDAAT HERMAN die nog maar half is aangekleed.

SOLDAAT HERMAN: Zonde! (halveert het brood, pakt een paar sigaretten uit het pakje) Zou marktbe­derf zijn. (roept) Ik kom eraan, schatje! (gaat af)

JONGE SOLDAAT: (mompelt) O god, laat hem op een mijn lopen voor hij bij dat meisje is. (Blijft staan luiste­ren, sluit zich dan bij de OUDERE MILITAIR aan die woest ver­der gaat met het lossen van de vrachtwagen. Na een poosje) Misschien moet ik inderdaad hier weg voor ik een van mijn eigen mensen vermoord.

Ze lossen de vrachtwagen.

SOLDAAT HERMAN komt terug en trekt wellustig zijn trainingsbroek op.

Had je die sigaretten en dat brood niet zo kunnen ge­ven?

SOLDAAT HERMAN: Ik neem wat ze aanbiedt, zij krijgt wat ze vraagt. Ik blij met haar kutje, zij blij met het brood. Ik ben lief tegen haar. Wat wil je nog meer! Bovendien vrij ik veilig. Ook voor mezelf en mijn meisje thuis trouwens.

JONGE SOLDAAT: Je bent een schoft.

SOLDAAT HERMAN: De Serviërs snijden haar bor­sten en haar schaamlippen af! Want, zeggen ze, dat deden de Ustasja’s in de Tweede Wereldoorlog ook met de Servische vrouwen.

JONGE SOLDAAT: Klootzak, moet ze soms blij zijn dat jij dat niet doet?

SOLDAAT HERMAN: Gelul, ik doe gewoon wat ie­dere man zou doen en betaal ervoor wat ervoor staat. Als de prijs omhoog gaat betaal ik meer. We weten pre­cies wat we aan elkaar hebben. Niet meer en niet minder. De rest is schijnheiligheid. Bovendien heb ik haar zus begraven. De stukken bij elkaar geraapt en begraven. Moest terplekke gebeuren. Zie ik jou nog niet doen. Ben je vast ook te fijngevoelig voor. Ik heb er een extra beurt voor gekregen. Maar daar deed ik het niet voor. Ik had echt met haar te doen. Ik heb ook mijn zwakke kanten. En nou, shit, wil ik een pils.

Er sluipen, nu van de andere kant, gewapende gestal­tes over de brug.

OUDERE MILITAIR: Serviërs, zie je zo, aan de wapens en hun hele stijl: goed getraind.

Er wordt over hun hoofden heen geschoten.

Ik moet toegeven dat ik de verdwaalde kogels van de Moslims voor ons gevaarlijker vind dan het gerichte vuur van de Serviërs.

JONGE SOLDAAT: Moet je er niet achteraan, Herman?

Heviger artillerievuur.

OUDERE MILITAIR: De mensen zitten daar op elkaar ge­pakt. Dat kan nooit missen.

JONGE SOLDAAT: Ik voel me niet op mijn gemak.

SOLDAAT HERMAN: Dat zijn je vrienden, man! (luistert naar het schieten, grinnikt) Ik geloof dat ik eens ga kij­ken of er in de stad iets te beleven valt. (af)

De OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT zit­ten elkaar een poosje aan te kijken.

JONGE SOLDAAT: (staat op) Ja, ik denk dat ik het moet proberen.

OUDERE MILITAIR: Wacht.( af en meteen terug met een klein pakje) Geef dit voor me af. (Drukt de JONGE SOLDAAT even tegen zich aan)

JONGE SOLDAAT af. De OUDERE MILITAIR raakt in een cri­sis vol drukke bewegingen en wanhoopsgeba­ren maar maakt geen geluid, gaat dan zitten, zegt voor zich uit:

Jezus in de hof van Getsemane… (plechtig) Kunt gij dan niet één uur met mij waken? (stilte)

JONGE SOLDAAT: (komt verslagen op, geeft de OUDERE MI­LITAIR het pakje terug) Herman is erger, staat vastge­bonden aan een lantaarn­paal de verschrikkelijkste dingen te schreeuwen. Als zo dadelijk mét de Serviërs ook de pers komt, gaat dat de hele wereld rond. We moeten hem doodschieten. Ik geef me op als vrijwilliger.

SOLDAAT HERMAN: (buiten beeld schreeuwend) Jullie heb­ben de verkeerde! Ik sta aan jullie kant! Ik heb een hekel aan Moslims. Het zijn geen mensen! Het zijn scharminkels! Haal me hier weg! Ik vecht met jullie mee! Geef me Arkan! Dat is een man naar mijn hart. Stelletje dienstplichtigen die me hier vastgeketend hebben. Ik wil Arkan zien! Arkan! Was ik Serviër zou ik een Arkan zijn! Arkan! Weg met de NAVO! Fuck de NATO! Maak me los, Arkan! Maak je vriend los, Arkan!

Het schieten neemt in hevigheid toe, dan klinkt er mars­muziek en wordt een ijzeren gevaarte in de vorm van een hoge steile tent op wielen het toneel op ge­trokken. Het heeft ijzeren pinnen als een fakirbed en in het midden van een de zijden is een opengesneden varken gespietst.

OUDERE MILITAIR: Jezus, de generaal komt eraan!

GENERAAL: (komt autoritair op) Zo, majoor. Wij moeten even wat dingen regelen. Tus­sen haakjes, ik heb vers vlees voor je meegebracht. Mijn jongens komen mor­gen binnen en ik verwacht dat jij je er buiten houdt. Ik bedoel dat niet een van je mannen per ongeluk be­gint te schieten, uit plichtsbesef of zo. Daarginds heb ik een oude tank neergezet, daar mogen jouw land­genoten een luchtaanval op uitvoe­ren. Dus blijf uit de buurt. Dat is van hogerop zo gere­geld. Grote po­litiek, majoortje. Nog wat, een van jouw gasten staat daar de hele tijd te schreeuwen – weinig militaire discipline trouwens –  die krijg je zo terug. Zo, neem het vlees mee, nee op je nek. (tegen JONGE SOLDAAT) Help even. Morgen rekenen we wel af.

Legt samen met de JONGE SOLDAAT het varken op de rug van de OUDERE MILITAIR, de JONGE SOLDAAT ondersteunt de OUDERE MILITAIR, sa­men gaan ze af, de GENERAAL kijkt goedkeurend en zelf­voldaan in het rond, zijn ‘stan­daard’ wordt van het toneel getrokken en hijzelf gaat daarna met ferme pas af.

OUDERE MILITAIR: (komt verslagen op met JONGE SOL­DAAT) Niet te geloven dat dat dezelfde man is die me gisteren in Bratunac zo voorkomend heeft behan­deld. Hij was toen wel in burger.

SOLDAAT HERMAN: (komt op, verwilderd maar lachend) Misverstand. Het was een misverstand. Als ze ge­weten hadden wie ik was, hadden ze het niet ge­daan, zeiden ze. Kom, ik heb goeie zin. Morgen zijn ze hier en wij kunnen naar huis. Zet de tv even aan: RTL 4.

Kijkt naar tv buiten beeld.

Tjee, hun jeugd afgenomen, willen liefst zo ver moge­lijk weg, niemand doodschieten… En wij dan! Wij hier voor ze de kastanjes uit het vuur halen. Mooi niet! Eerst zij, dan wij! Als we er dan toch alle­maal aan moeten. Maar wat klets ik!

Staat op, gaat met vinger over een grote rode vlek op de muur van de loods, ruikt aan zijn vinger.

Slechte verf trouwens. Morgen is het afgelopen. We hebben wat te vieren. Niet in het minst mijn behou­den terugkeer natuurlijk.

Ze drinken, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT aanvankelijk met tegenzin. SOLDAAT HERMAN zet telkens flarden van het lied ‘Wij houden van oranje’ in, geleidelijk aan beginnen de anderen mee te zingen, ze worden senti­menteel.

OUDERE MILITAIR: Mijn vader had in Indië ge­vochten, kwam terug, dacht een baantje te krijgen. Maar hij kon kolen gaan sjouwen! Ja, een paar jaar la­ter, toen hadden ze hem weer nodig. Toen kwamen ze aan de deur. Voor Korea. Om het Vrije Westen te ver­dedi­gen.

JONGE SOLDAAT: Libanon, o Libanon, het liefste wat ik heb zit in Libanon.

SOLDAAT HERMAN: Ik was de beste op de oefen­baan, eigenlijk was ik in alles de beste. Ik had álles kunnen bereiken in het leger. Als ik die mietjes niet was te­gengekomen. Handen van het lijf, zei ik nog. Maar ze dachten dat ik een grapje maakte. Maar met zulke dingen lach ik niet. Ik heb ze vreselijk in elkaar ge­ramd. Er was niets aan te doen. Ik moest het gewoon doen.

BODYBUILDER: (staat plotseling daar in camouflage­tenue dat zijn figuur goed doet uitkomen) Goeden­avond.

OUDERE MILITAIR: U bent vroeg, u bent de eerste.

SOLDAAT HERMAN: (kijkt bewonderend, raakt de bovenar­men van de BODYBUILDER aan) Tjee, wat een spieren, daar zitten wat oefenuurtjes in! De superiori­teit straalt er toch vanaf, zeg nou eerlijk. Als je dit ziet kun je toch niet volhouden dat die Moslims gelijk­waardig zijn, dat ze dezelfde rechten hebben. ‘t Is toch in één oogopslag duidelijk wie hier de baas moet zijn.

BODYBUILDER: Ik ben Moslim. Ik kom jullie een voorstel doen.

SOLDAAT HERMAN: Moslim? Met zo’n lichaam, dat be­staat niet!

BODYBUILDER: (richt zich tot de OUDERE MILITAIR) De zaak is ernstig. Ik ben commandant Pilav. Morgen doen de Cetniks een beslissende aanval. We denken een kans te hebben als Dutchbat zijaanzij met ons wil vechten.

De JONGE SOLDAAT kijkt hoopvol, de OUDERE MILITAIR schrompelt in elkaar, SOLDAAT HERMAN zegt verontwaar­digd:

SOLDAAT HERMAN: Wat!

BODYBUILDER: (Gaat ernstig verder)U, wij allemaal weten wat er gebeurt als we ons overgeven. U bevindt zich hier bij een loods waar al eerder massa-excecuties hebben plaatsgevonden. Alle mannen zullen worden afgeslacht. Net als in de andere plaatsen die de Cet­niks hebben veroverd. Iedereen kan dit weten, want het is overal gebeurd. Als u niet samen met ons vecht, zult u medeverantwoordelijk zijn voor de moord op duizen­den mannen.

JONGE SOLDAAT: Ik wil vechten!

De OUDERE MILITAIR lijkt nog verder in elkaar te krim­pen.

SOLDAAT HERMAN: Shit, wat een klerezooi!

Er klinken voetstappen en geweerschoten vlakbij, de BO­DYBUILDER duikt de coulissen in.

OUDERE MILITAIR: (dronken) Er moet iets gebeuren. We hebben te weinig steun. Er moet iets gebeuren dat de Amerikaanse publieke opinie achter president Clinton gaat staan. En dat de Russen de Serviërs moeten laten val­len. Zoiets als met die vele doden op de markt van Sarajevo. We moeten ze tot iets provo­ceren waardoor er een ommekeer ont­staat. Enkele tientallen levens om duizenden te redden. (Jankt) Hoe moet ik het thuis uitleggen als mijn jon­gens niet terugkomen? (Begint te zingen🙂

’De machtigste koning van storm en van wind is de arend geweldig en groot.’

SOLDAAT HERMAN: (zingt aanvankelijk mee) Shit, ik ben ervandoor. Straks laat ik mijn hachie voor iets waar ik totaal niet achtersta. Dat zou ik mezelf erg kwalijk nemen.

JONGE SOLDAAT: Dat is een fascistenlied.

OUDERE MILITAIR: Dat zongen we vroeger al bij het kampvuur en bij de wandelclub. Je kon er prachtig op marcheren. De wandelclub van het gekkenhuis won trouwens altijd de eerste prijs. Die waren door niks afgeleid en gingen kaarsrecht en fier vijfentwin­tig kilometer lang de paden en lanen door.

SOLDAAT HERMAN verdwijnt, stilte, de OUDERE MILITAIR neuriet zijn lied, dan buiten beeld schreeu­wend:

SOLDAAT HERMAN: Kleremoslims, laat me door. Herman laat zich niet tegenhouden. Niet door een stelletje schapeneukers. Jullie zijn het niet waard dat we voor jullie opkomen. Weg met de ayatolla’s! Ga uit de weg, stelletje fundamentalisten! Herman gaat door!

Er klinkt een schot, stilte, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT staren elkaar aan. Stilte.

Hevige beschietingen, lichtflitsen, geren over de hang­brug, de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT gaan in dek­king, dan laat de brug aan één kant los en dondert naar beneden. Het wordt stil, er klinkt mars­muziek, de ‘stan­daard’ met een open gesneden varken erop wordt het toneel opgetrokken en achter op het toneel, het varken richting publiek, neergezet. De GENERAAL komt op en begint meteen het toneel met roodwitte plastic linten in ‘corri­dors’ te verdelen, zegt tegen de OUDERE MILITAIR en de JONGE SOLDAAT die opgesprongen zijn:

GENERAAL: Hier help even mee. Hier de vrouwen, daar de mannen.

Pakt de helm van het hoofd van de OUDERE MILITAIR en zet hem op, drukt zijn eigen helm op het hoofd van de OU­DERE MILITAIR, gaat naar de coulis­sen en roept:

Kom maar, jullie zijn hier veilig. Verenigde Naties hier, kom maar. Ja, u hier, ja en u daar. Prima.

Er komt een eindeloze stroom mannen en vrouwen op gang, die opkomen, via de uitgezette ’gangen’ ge­scheiden worden en weer afgaan. Telkens als er een man is afgegaan klinkt er een schot. De OUDERE MILITAIR staat stram in de houding en salueert met op zijn hoofd de helm van de GE­NERAAL.

(opgewekt) Ons volk is blij, majoor. Ze schieten in de lucht. Ze zijn terug op hun geboortegrond. Ze zijn blij, majoor!

De GENERAAL blijft de mensen lokken en indelen.

(steeds opgewekter) Ja, kom maar, u daar en u daar. ‘t Gaat goed zo. Verenigde Naties ja, komt u maar hoor. In spin de bocht gaat in, uit spuit de bocht gaat uit. Zo was het toch, hè majoor?

De JONGE SOLDAAT krimpt bij elk schot in elkaar alsof hij­zelf geraakt wordt. Een salvo machinegeweer­vuur, door­gaand terwijl de lichten doven. Stilte.

EPILOOG

Terwijl de lichten zijn aangegaan, het publiek eventu­eel klapt en de acteurs buigen, doet de JONGE SOLDAAT plotse­ling een stap naar voren, er klinkt een schot, de JONGE SOL­DAAT krimpt in elkaar, doet nog een stap naar voren, weer een schot, krimpt weer in elkaar, nog een stap, maar stoot dan een woedende schreeuw uit, draait zich om en rent op de OUDERE MILITAIR en de VLUCHTELING/GENERAAL af die stram in de houding saluerend naast elkaar staan, deze doen een stap opzij om hem door te laten, maar hij sleurt ze met gespreide armen op hun keelhoogte ach­terwaarts mee en spietst ze ieder aan een kant naast het varken op de ‘stan­daard’. Dan blijft hij er hijgend even naar kijken. Het licht gaat uit. De acteurs blijven in het donker doodstil op hun plek staan. Vóór de zaallichten aangaan zijn ze verdwenen en KEREN NIET TERUG.

Einde

Srebrenica of de mandaad (c) 1996, 2005 Meurs A.M.
uit Spelen 2006 Meurs A.M.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *