De Mensensmokkelaar van Amsterdam door MEURS A.M. Dl 1A en Dl 2

(bewerkt op 23 oktober 2025)

(Hieraan voorafgaand Deel 1)

1A

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is MensensmokkelaarHumansmugglerKaftjuli2019.jpg

Je kunt deze uitgave online bestellen bij Boekwinkeltje Wonderland. Je kunt ook €6,62 (inclusief verzendkosten) overmaken naar NL17TRIO0379714574 t.n.v. AMJ Meurs, met vermelding van een gewenst adres, en het wordt naar je opgestuurd. De volledige verkoopprijs van €4 gaat naar ongedocumenteerde vluchtelingen die geen steun ontvangen van de staat of stad en ook niet kunnen terugkeren naar hun land van herkomst.

DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM, dl 1A

(Theorie:) Maar kort daarna besefte hij ook dat hij dat niet zelf kon doen, met zijn reputatie. Hij zou immers een eigen asielzoekerscentrum moeten oprichten, een AZC, maar dan een particulier asielzoekerscentrum, een PAZC, en zo een particuliere bijdrage leveren aan het lenigen van het vluchtelingenvraagstuk. We doen allemaal wat we kunnen, nietwaar? En een met een slagerij erbij. Halal! Pure dienstverlening.
Hij plaatste een advertentie.
Een advertentie voor een directeur van een PAZC met als buur een Islamitische slagerij?
Nee. Want Theorie was ervan overtuigd dat je iemand die solliciteert op een functie provluchteling niet tot het tegenovergestelde krijgt, zeker niet tot het extreme tegenovergestelde, het andere uiterste.
En andersom wel. Zij het niet vanuit het extreme andere uiterste, het vermoorden van vluchtelingen, waar je natuurlijk ook geen advertentie voor kunt plaatsen. Nog niet in ieder geval. Sommigen moeten nog even geduld hebben.
Theorie plaatst een advertentie voor een persoonlijk assistent. Assistent van hem, Theorie, met zijn antivluchtelingen-, antivreemdelingen- antiMoslim, antiEuropareputatie. Zo’n sollicitant hoort dan op gesprek dat het tegenovergestelde van hem verwacht wordt als waarop hij heeft gereageerd. Maar denkt toch: hier zit meer achter. Wanneer hij dan ook, na enig nadenken, toch ja zegt maar even later te horen krijgt dat het provluchteling zijn maar schijn is, en hij opgelucht en dankbaar heeft ademgehaald, en dan te horen krijgt dat het er eigenlijk zelfs om gaat om zo snel mogelijk zo veel mogelijk vluchtelingen fysiek uit te schakelen en te doen verdwijnen, dan kan de net nog opgeluchte sollicitant niet meer terug. Aldus de gedachtengang van Theorie.

Dus plaatst hij de advertentie voor een personal assistant. Daar komen enkele tientallen mensen op, de meesten leken de conclusie te hebben getrokken dat hij een lijfwacht zocht en zagen er navenant uit. Een totaal ander type, oude hippie met staart maar dan niet zo oud, een jaar of 45, wekte zijn interesse. Theorie vraagt ‘Ken je mijn doelstellingen? O.k., prima. Maar heb je daar ook iets voor over? Ik moet je vragen om een heel groot offer te brengen. Namelijk om precies het tegenovergestelde te gaan doen als dat je dacht dat je moest gaan doen. Namelijk, je moet asielzoekers gaan verwelkomen, je moet ze op de stations gaan ophalen, je moet een AZC opzetten, je moet ze daar opnemen en vertroetelen. Wil je dat doen? Dat moet ik eerst van je weten voor ik zeg waarom. Als je niet meteen nee zegt, dan wil ik dat je daar een nachtje over slaapt en morgen terugkomt, dan praten we verder, tenminste als je daar dan zonder meer, zonder te vragen, laat staan te weten waarom, ja op zegt.’
De sollicitant, die Rein heette, zei de volgende dag zonder te vragen waarom: ja. ‘Goed,’ zei Theorie, ‘maar ons doel is om van asielzoekers af te komen. Ik kan je vertellen dat je uiteindelijk toch dat wat je wilde en wat de reden is dat je hier kwam, zult bereiken. De vraag is: Wat heb je er voor over? Je hebt al aangegeven dat je bereid bent je naar de buitenwereld totaal anders te gaan gedragen dan je overtuiging is, en dat je het er voor over hebt als een asielzoekersvriend aangezien te worden. Maar de eigenlijke vraag is: wat heb je er uiteindelijk voor over om van asielzoekers af te komen? Hoe ver durf je te gaan? Ik zeg niet dat het moet, maar ik moet het wel weten: zou je bijvoorbeeld wat in het burgerlijk jargon een misdaad heet, een moord heet, willen doen om van asielzoekers af te komen?
Nu vroeg de sollicitant of hij er een paar dagen over na mocht denken.
Na die paar dagen kwam hij terug en zei: ‘Het is niet gemakkelijk. Ik ben niet gewend dingen te doen tegen mijn karakter, tegen mijn geweten in. Ik heb het heel moeilijk om asielzoekers binnen te halen, om vriendelijk tegen ze te zijn, ze te vertroetelen. Maar ik heb het ook moeilijk ze te vermoorden. Ik ben wel tegen asielzoekers maar ik ben geen moordenaar. Maar ik geloof nu dat het me toch zal lukken, juist door de combinatie van de twee die de tegenstelling tussen die twee opheft. Dat ik eerst zeer tegen mijn aard en zin asielzoekers moet verwelkomen, ze vertroetelen, zal zo’n frustratie, zo’n agressie in me opwekken, dat ik tenslotte dáárdoor in staat zal zijn ze te vermoorden. Dus: Top! Ik doe het!’
Theorie klopte hem op zijn schouder, omhelsde hem. ‘Ik wist dat ik op je kon rekenen. Ik weet als ik naar mensen kijk wat voor vlees ik in de kuip heb. Dat zal trouwens nog wel eens een uitdrukking kunnen zijn waar we aan moeten denken als ik je de komende tijd verder in zal wijden in mijn plannen.’

De mensensmokkelaar van Amsterdam Deel 2 ( Wordt vervolgd) – Meursam

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is WAHmensenhandelaarHasekkaft.jpg

Dat werd, geïnspireerd door het verhaal van Jaroslav Hasek, getiteld De Mensenhandelaar van Amsterdam, mijn DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM.

Net als in de oorspronkelijke uitgave combineer ik mijn verhaal met de hartverscheurende statements van de vluchteling uit Soedan, Hashim, omdat ik de situatie van een vluchteling in Europa en in Nederland nooit aangrijpender zag beschreven. Bij Hashim las ik, nadat deze in 2016 een eind aan zijn leven had gemaakt, hoe hij, voor het zover was,  eerst langzaam intellectueel dood was gemaakt ‘als gevolg van zijn wrede ervaringen en lijden’. Dit, en de manier waarop hij dat beschrijft, ging bij  mij door merg en been. Ik kan daar niks aan toevoegen. Ik schreef mijn DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM.
Meurs A.M.


Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is WAHStatementHashim24062016-1024x683.png

De Mensensmokkelaar van Amsterdam door MEURS A.M. Dl 1

( bewerkt 23 okt. 2025, wordt vervolgd)

Dit is het horrorvluchtelingenverhaal DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM, dat voor het eerst verscheen op 18 januari 2017 in het HetWerk66A, literair kladschrift van Meurs A.M., en dat hier en daar een schok veroorzaakte. Op 18 februari 2017 werd door middel van inlegvellen een Engelse vertaling, THE AMSTERDAM HUMAN SMUGGLER, toegevoegd. Begin 2018 verscheen een special, een gecombineerde Nederlandse en Engelse uitgave, speciaal ter ondersteuning van de vluchtelingen tussen procedures van www.wijzijnhier.org die niets krijgen van staat of stad en evenmin terugkunnen naar hun land van herkomst. Zij spelen een hoofdrol in dit verhaal dat zeker ook is geschreven ter morele ondersteuning.
Als schrijver heb ik me ingebeeld wat er kan gebeuren als de vreemdelingenhaters onder ons nog 1 stap verder gaan.
Dat werd, geïnspireerd door het verhaal van Jaroslav Hasek, getiteld De Mensenhandelaar van Amsterdam, mijn DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM.
Zowel het Nederlandse origineel als de Engelse vertaling verschijnen de komende tijd opnieuw in afleveringen op Facebook en twitter. En tja, al begin januari 2017 was het bedoeld als waarschuwing. En dat is het nog steeds.

Net als in de oorspronkelijke uitgave combineer ik mijn verhaal met de hartverscheurende statements van de vluchteling uit Soedan, Hashim, omdat ik de situatie van een vluchteling in Europa en in Nederland nooit aangrijpender zag beschreven. Bij Hashim las ik, nadat deze in 2016 een eind aan zijn leven had gemaakt, hoe hij, voor het zover was,  eerst langzaam intellectueel dood was gemaakt ‘als gevolg van zijn wrede ervaringen en lijden’. Dit, en de manier waarop hij dat beschrijft, ging bij  mij door merg en been. Ik kan daar niks aan toevoegen. Ik schreef mijn DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM.
Meurs A.M.

DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM

1
Theorie was een vrij jonge, maar wel volwassen man, van zo´n 35 jaar namelijk, die niet wist hoe hij aan zijn naam kwam. Was het ´theorie in tegenstelling tot de praktijk´? Was het zijn moeder die op die manier tegen zijn vader aankeek die haar al voor zijn geboorte in de steek had gelaten? Zijn moeder, die toen het een jongetje bleek dat bovendien nog op de vader leek, zo wraak had genomen? Theorie zei trouwens zelf altijd: ‘ Het is de theorie die de praktijk vooraf gaat en het is de theorie die weer uit die praktijk voortkomt.’ ‘ Jaja, ‘ zeiden zijn toehoorders dan. Of was het gewoon de combinatie van de namen van zijn grootvader aan zijn vaders kant en zijn grootmoeder aan zijn moeders kant? Theo en Rie. Maar dan nog vond zijn moeder het waarschijnlijk een goede grap. Ook zij was uit zijn leven verdwenen voor hij het kon vragen. In ieder geval was Theorie niet tevreden over zijn leven tot nu toe. Wetenschap zat er niet in, rijk worden evenmin, schrijven kon hij niet, andere artistieke aanleg had hij niet, dus hij dacht: ik moet de politiek in. En waar kon je in deze tijd mee scoren? Ja, met rechtspopulisme. En met wat als onderwerp? De vluchtelingenstroom. Haha. De Islam. Haha. Nationalisme, tegen Europa. Haha. Natuurlijk was er al veel op dit gebied, maar hij vond dat hij daar wel een intellectueel tintje aan kon toevoegen. Theorie had namelijk de neiging zichzelf een beetje te overschatten. Hij dacht dat hij origineel was toen hij zei dat het niet genoeg was om te roepen dat er minder vluchtelingen moesten komen, dat de grenzen dicht moesten, dat mensen terug moesten, je moest ook daadwerkelijk aantonen dat jij er voor zorgde dat er vluchtelingen teruggingen, of dat er minder binnenkwamen. Maar dat laatste, en dat vond hij heel slim van zichzelf, die vluchtelingenstroom mocht niet echt stoppen, of hoogstens tijdelijk, want die stroom voedde jouw partij. Je moest als Theorie ook praktisch zijn. Hij noemde zijn partij daarom De Partij voor Theorie en Praktijk, de PTP.

En toen vond Theorie dat citaat. Hij was niet iemand die echt in boekhandels kwam maar in de bakken met ramsj voor de deur wilde hij wel eens rommelen. Voor 1 of 2 euro kon je je immers geen buil vallen. Het was de titel die opviel: <De mensenhandelaar van Amsterdam>. Dat Amsterdam natuurlijk, maar ook dat mensenhandelaar. Mensenhandel, vrouwenhandel, mensensmokkel, actuele onderwerpen. De schrijver van het boek kende hij niet, pas later zag hij dat het ook de schrijver was van <De brave soldaat Svejk>. Van dat boek had hij gehoord maar het had hem nooit aangetrokken. Die Svejk leek hem een sukkel, een loser. Ook dit boek viel al meteen tegen. Het waren verhalen, en één verhaal van maar net iets meer dan 3 bladzijden heette <De mensenhandelaar van Amsterdam>. En dat bleek dan eigenlijk te gaan over de invloed van keukenmeidenromans op het leven van sommige mensen. Dat sloeg dus niet op hem. Maar toen stond er dit:

<In Amsterdam, in een afgelegen straat bij de haven, waar in het water van een gracht in één jaar honderden vreemdelingen verdwijnen, ligt een klein café waarin je kamers kunt huren. In de drankjes voor de gasten, die hier willen overnachten, wordt echter een slaaptablet gemengd en daarna… daarna verdwijnt het bed met de gast door een valluik in de kelders. Een klap, een huiveringwekkende gedempte kreet… Naast het café is een slagerij. Daar wordt het vlees zo goedkoop verkocht en gehouwen, dat de winkel steeds vol kopers is. Het vlees heeft een eigenaardige bijsmaak – daar wordt immers mensenvlees gehouwen! Begrijpt u hoe dat gaat ? In de kelder worden de gasten met een slag van een bijl kapot geslagen, zij worden geslacht, gehouwen en in de nacht wordt het vlees naar de slagerij vervoerd.>

Theorie vergat het intellectuele tintje dat hij aan het vluchtelingenvraagstuk wilde toevoegen, hij wist wat hem te doen stond.
(wordt vervolgd) (zie deel 2:
De Mensensmokkelaar van Amsterdam door MEURS A.M. Dl 2 wordt vervolgd – Meursam


U kunt deze uitgave via internet bestellen bij Boekwinkeltje Wonderland. U kunt ook €6,62 (inclusief verzendkosten) overmaken naar  NL17TRIO0379714574  tnv Meurs A.M. Amsterdam ovv een door u gewenst adres en u krijgt het thuisgestuurd. De volledige verkoopprijs van €4 gaat naar ongedocumenteerde vluchtelingen.

Net als in de oorspronkelijke uitgave combineer ik mijn verhaal met de hartverscheurende statements van de vluchteling uit Soedan, Hashim, omdat ik de situatie van een vluchteling in Europa en in Nederland nooit aangrijpender zag beschreven. Bij Hashim las ik, nadat deze in 2016 een eind aan zijn leven had gemaakt, hoe hij, voor het zover was,  eerst langzaam intellectueel dood was gemaakt ‘als gevolg van zijn wrede ervaringen en lijden’. Dit, en de manier waarop hij dat beschrijft, ging bij  mij door merg en been. Ik kan daar niks aan toevoegen. Ik schreef mijn DE MENSENSMOKKELAAR VAN AMSTERDAM.

1 Mei en De schuld van het kapitaal

Wat de geschreven tekst niet zegt is dat onze held op het eind met een bord door Laren loopt waarop één woord is veranderd, en dan wordt het:
Eens dan zing je allemaal,
allemaal het ouwe liedje,
het LIEDJE van het kapitaal.

Het refrein is dus door dat ene woord totaal anders.

En ik kan daar wel een beetje om lachen,
want dat is inderdaad vaak het eind van het liedje.
Kijk naar Viëtnam, waar tot 50 jaar geleden het volk heldhaftig vocht, eerst tegen het Franse en daarna tegen het Amerikaanse imperialisme.
En waar wij, jongeren van de hele wereld, voor meevochten, niet met wapens maar met acties, demonstraties, bezettingen, en zij en wij wonnen!

Maar… het verenigde, vrije Viëtnam, waar nog steeds mensen sterven en verminkt geboren worden door het door de VS uitgestrooide ontbladeringsmiddel Agent Orange, werd het meest succesvolle KAPITALISTISCHE land van de regio!
Het einde van het liedje.

Toch… De Communistische Partij van Viëtnam, die nog steeds populair is omdat ze o.l.v. Ho Chi Minh leiding heeft gegeven aan de bevrijdingsstrijd, is begonnen grote hervormingen door te voeren m.n. tegen de burocratie, en heeft nu ter gelegenheid van 50 jaar bevrijding nog veel meer aangekondigd.
Hoop op toch weer een ander ‘einde’ van het liedje?

De ‘viering’ van 1 Mei begon met de strijd voor de 8-urige werkdag van een vakbond in de VS, werd kort daarna tot een internationale strijddag voor dat doel en voor internationale solidariteit uitgeroepen door de Tweede (socialistische) Internationale, en voor het eerst als zodanig gehouden op 1 Mei 1890.
In de meeste landen ter wereld wordt 1 Mei als zodanig gevierd en is het ook een officiële vrije dag.

Sinds de bevrijding van Viëtnam 50 jaar geleden was/is er ook aan het kolonialisme van landen en gebieden in Azië, Afrika en ZuidAmerika door Westerse landen een eind gekomen, dwz dat deze landen zich hebben bevrijd. Door de grote macht echter van eerst nog vooral de Westerse kapitalistische monopolies, en later ook van landen als China en Rusland, werd het oude kolonialisme vervangen door neokolonialisme, waarbij de politieke macht officieel niet meer in handen was van Westerse landen, maar de feitelijke en economische macht wel, zij het de laatste jaren in concurrentie dus met China en Rusland, die ook een, weliswaar door de staat gecontroleerde, kapitalistische economie hebben.

Wat niemand had verwacht is dat sinds Trump het ouderwetse kolonialisme met zijn bezetting van andere landen ook dreigt terug te keren. De VS heeft met Trump zijn ogen tenminste laten vallen op Panama, Canada, Groenland en Gaza. Stropop van de VS, Israël, doet daar natuurlijk gretig aan mee, gericht tenminste op (ook) Gaza, de rest van Palestina, (delen van) Libanon, Syrië, Jordaniê en Yemen, wellicht ook Egypte. De Verenigde Naties worden door Trump opzijgezet, de VS met Trump kiezen voor een beheersing van de wereld door of in concurrentie met de andere 2 supermachten. China zal naast het al geannexeerde Tibet tenminste ook Taiwan gaan bezetten. Rusland zal tenminste Oekraïne innnemen, maar ook andere grenslanden zullen niet veilig zijn.

HET gevolg van de kapitalistische productiewijze is, naast de ongelijkheid van mensen en volkeren, de bedreiging van de aarde door klimaatverandering. Uit puur winstbejag gaan de monopolies in feite gewoon door met het boren naar, delven van en verstoken van fossiele brandstoffen, het kappen van bossen, het telen van vee, de oceanen vervuilen met plastic, de wereld vergiftigen met bestrijdingsmiddelen. Opportunistische regeringen en politieke partijen kiezen voor populariteit en korte termijnbelangen, daarmee de zeer noodzakelijke maatregelen tegen klimaatverandering steeds weer uitstellend.

Tegen de verdeling van de landen ter wereld tussen de supermachten moeten alle landen gemobiliseerd
en de Verenigde Naties grondig hervormd worden. Te beginnen met verplichte deelname van alle landen en afschaffing van het veto.

1 Mei is nog steeds nodig om de nood van velen door de ongelijkheid van mensen en volkeren te bestrijden.
Die strijd gaat gepaard met de strijd tegen de machten die door hun blinde eigenbelang meer dan ooit de wereld naar de ondergang dreigen te leiden.
Leve de 1e Mei, 1 Mei strijddag!

Hetmooiste Gedicht

11u  · 

DAGGEDICHT – Michel van der Plas (1927-2013) – De schuld van het kapitaal

De schuld van het kapitaal

’t Was een knul van achttien jaren,
Nog wel groen, maar fors gebouwd
Die werd tuinknecht onder Laren
En dat heeft hem diep berouwd

[Refrein:]
Mensen, noem elkaar geen mietje
Eenmaal zing je allemaal,
Allemaal het ouwe liedje:
’t Is de schuld van ’t kapitaal

De mevrouw wier gras hij maaide
Riep hem binnen voor de thee,
Waarbij zij zijn krullen aaide,
Wat hem eerst nog niet veel dee

[refrein]

Zij verleidde ‘m in het schuurtje
Bij de schoffel en de schaar
En alras voor nog een uurtje
Moest hij mee naar haar boudoir

[refrein]

En meteen voor vast genomen,
Deed ‘ie wat ze van hem wou
Van de tuin zou niks meer komen,
Er kwam veel meer van mevrouw

En hij raakte zo van zinnen
Dat ‘ie ’t gras niet meer wou doen
Als ‘ie werkte was het binnen,
En daar was al niks meer groen

[refrein]

Toen ontdekte hij op een morgen
Dat de bakker en de post
Vele malen ’s nachts bezorgden
En dat hij werd afgelost

[refrein]

En zo kreeg na deze dame
Ook de grote stad hem klein,
Want hoe vindt een vakbekwame
Tuinknecht werk op ’t Leidscheplein?

’t Water van de gracht ging lokken,
’t Droevig einde leek nabij, –
Toen ‘ie plots werd weggetrokken
Door een pacifist die zei:

[refrein]

Zo loopt hij, pas 18 jaren
En met een brutale kop,
Bij een villa onder Laren
Met een bord en daar staat op:

[refrein]

Hier het lied gezongen door Leen Jongewaard:
https://www.youtube.com/watch?v=ZEOj23fN20Q

Beeldhouwer Arie Berkulin, geboren 18 juni 1939, is op 31 maart 2025 overleden.

Beeldhouwer Arie Berkulin, geboren 18 juni 1939, is op 31 maart 2025 overleden.

Arie richtte in 1965 samen met Willem Adams, Theo Kuypers, Ron Rooymans en Guido Lippens de kunstenaarsgroep Mei65 op.

De groep bestond niet lang, naar verluid omdat de toenmalige directeur van het Van Abbemuseum, Jean Leering, weigerde om de groep gezamenlijk te laten exposeren.

Ik leerde Arie kennen via mijn vroegere dorpsgenoot uit Meerveldhoven, Willem Adams. We bezochten hem en zijn vrouw midden 60er jaren toen ze in de Peel woonden. Ik herinner me de platen van Bob Dylan die gedraaid werden.

Legendarisch in het Eindhovense kunstleven is de avond van 8 december 1967 waarop de bekende Vlaamse schrijver Louis Paul Boon de tentoonstelling van Willem Adams kwam openen.
Een paar weken eerder was Theo Kuypers met Adams naar Boons woonplaats Erembodegem in België gereden om Boon over te halen.
Het was vooral Boons vrouw Jeanneke die overgehaald werd door een van de schilderijen die haar werd beloofd en die ze zag in een kijkdoosje met dia’s.
In het door Adams vertelde verhaal is dat De Eerste Tocht.
De Tweede Tocht is die waarbij Adams, samen met zijn zwager Van Gennep, Boon ook daadwerkelijk ophaalt om op de avond van 8 december 1967 de opening te verrichten, en deze dezelfde nacht nog terugbrengt naar Erembodegem.
De Derde Tocht is een maand later waarin Arie Berkulin en Wim Spruit Adams vergezellen om (Jeanneke) Boon het beloofde schilderij te brengen.

Ontroerend is de titel van een schilderij van Willem Adams ‘Zonder titel (over A.B.)’, dat in 1987 in een solotentoonstelling in het Van Abbemuseum wordt geëxposeerd.
Het is in dezelfde stijl geschilderd als zijn veel bewonderde ‘Dommel’, een titel die in de catalogus van die expositie aan het verkeerde schilderij werd gegeven.

Maar ‘Zonder titel (over A.B.)’ is een dank en een hommage van Willem Adams aan Arie Berkulin die ondertussen vooral beeldhouwer is geworden en zijn naar zijn gevoel mislukte schilderij met lijst en al overdraagt aan zijn vriend en collega om er overheen te schilderen.

In Amsterdam herinner ik me vooral het kleinere werk van Arie dat na midden 80er jaren in de Weteringgalerie werd geëxposeerd waar ik het zowel met als zonder Willem Adams bekeek. Tijdens mijn eerste 15 jaar in Amsterdam had ik daar weinig oog voor.

Arie Berkulin is bekend geworden met zijn beelden die van aanzicht veranderen naarmate je ze passeert.
Een beroemd voorbeeld is de stalen constructie aan de weg in Eindhoven richting Veldhoven, die de afgelopen tientallen jaren zo is veranderd, en waar het grote beeld staat dat officieel ‘Swing’ heet maar voor mij altijd ‘Verschuivende Driehoeken’ zal heten.
Vanaf eind jaren 80 passeerde ik daar, veelal op de fiets, op weg naar Veldhoven om de verhalen van mensen en gebouwen op te schrijven voor ze waren verdwenen.
En telkens voltrok zich dat kleine, langzame wonder van die verandering.
Het moest een kalm en rustig mens zijn die dat gemaakt had. Of misschien was hij dat juist tijdens dat maken geworden.
Arie Berkulin was behalve een groot kunstenaar ook een beminnelijk mens.
Ik wens zijn vrouw, kinderen, familie en vrienden veel sterkte.

Arie Berkulin – Wikipedia

Bij het overlijden van Willem Adams in januari 2022 publiceerde ik opnieuw het verhaal van eind 1967 en begin 1968 waarin deze met zijn vrienden Boon naar Eindhoven haalde, terugbracht en een maand later het schilderij als beloning afleverde: https://www.facebook.com/media/set/?vanity=ton.meurs.7…

En nog veel meer…

BY NOT PROVIDING PEACEKEEPING TROOPS TO UKRAINE, ALL COUNTRIES HAVE FAILED

BY NOT PROVIDING PEACEKEEPING TROOPS TO UKRAINE, ALL COUNTRIES HAVE FAILED.

Meetings between the US and Russia are a pointless exercise.

Protecting a country’s sovereignty is the duty of all countries in the world. Of course, this can only be done with peacekeeping troops.

Delivering weapons is therefore not a favor but only half work. Countries that only supply weapons to Ukraine have in fact abandoned the people of Ukraine.

Mentioning the billions that the arms deliveries have cost is an insult, an insult to the hundreds of thousands of war victims among the Ukrainians who have made the real sacrifices.

The country with the largest and strongest army in the world, the US, has therefore also failed the most.

Certainly, in that capacity, it has nothing to demand from other countries in the world, and certainly not from Ukraine. The US must humbly look at itself and still work on the unity of all countries in the world to defend Ukraine against Russia.

Of course, this must be done through the United Nations, which must be thoroughly reformed at the same time.

How it really should be done.

First of all, all countries are obliged to be members of the UN and therefore obliged to ensure the sovereignty of each country.
The members are delegated by their country but do not represent the interests of that country but the interests of all countries. Each country is obliged to provide troops and weapons in proportion. The supreme command rotates.
The Security Council rotates. The right of veto is abolished. Decisions on the deployment of troops and the use of force are taken by a two-thirds majority.

While the armed forces are transferred to the UN, NATO must be dismantled. Participation of all countries in both the decision-making and the implementation of the UN must prevent, for example, the superpowers from dividing the world among themselves.

Group formation, such as NATO, to defend one’s own group, must be rejected to prevent a chain reaction and countries outside the group feeling threatened or using threats as a pretext to use violence themselves, as Russia has done and is doing.

This also applies to the group formation of 2 superpowers, such as the US and Russia, or of another combination, or of 3 superpowers.
The US has already shown through its unilateral contacts with Russia that it considers this group formation to be more important than that with NATO.

The meetings of the UN General Assembly have shown that good decisions can be taken with almost unanimous votes regarding Gaza, Lebanon, Palestine, Israel. It is the veto of the US that prevents the implementation of such an almost general decision.

Of course, it will not be so easy on other issues, such as Ukraine, but for that, the participation of all countries, including Russia, China, India, Japan, Iran, African and South American countries, etc., all of which are obliged to participate in the decision-making and troop supply of the UN, and the dissolution of NATO, must be an incentive to reach a two-thirds majority.

The current meetings between the US and Russia are a pointless exercise, because in the event of any decisions, the UN and its organizations, such as the International Court of Justice and the International Criminal Court, will be in their path.

Facebook

Photo: Trump: <Zelensky talked the US into a war that could not be won and should never have been started and that would cost us 350 billion dollars.>
(The reality is that the American arms manufacturers have made a lot of money from it and that it has boosted the economy nicely)

Donald Trump accused Kyiv of starting the war despite the fact Russia invades Ukanian territory in 2022. (And annexed Crimea in 2014!)

Zelensky says Ukraïne’s goal is to create secure peace together with U.S. and European partners.

DOOR HET NIET LEVEREN VAN VREDESTROEPEN AAN OEKRAÏNE ZIJN ALLE LANDEN TEKORTGESCHOTEN

DOOR HET NIET LEVEREN VAN VREDESTROEPEN AAN OEKRAÏNE ZIJN ALLE LANDEN TEKORTGESCHOTEN.
Bijeenkomsten van de VS en Rusland zijn een nutteloze exercitie.

De soevereiniteit van een land beschermen is de plicht van alle landen op de wereld. Vanzelfsprekend kan dat alleen met vredestroepen.

Het leveren van wapens is dan ook geen gunst maar slechts half werk. Landen die Oekraïne alleen wapens leveren hebben in feite het volk van Oekraïne in de steek gelaten.

Het noemen van de miljarden die de wapenleveranties gekost hebben is een belediging, een schoffering van de honderdduizenden oorlogsslachtoffers onder de Oekraïners die de echte offers gebracht hebben.

Het land met het grootste en sterkste leger ter wereld, de VS, is daarom ook het meest tekortgeschoten.

Zeker heeft het in die hoedanigheid niets te eisen van andere landen op de wereld, en zeker niet van Oekraïne. De VS hebben nederig de hand in eigen boezem te steken en alsnog te werken aan de eenheid van alle landen ter wereld om Oekraïne te verdedigen tegen Rusland.

Natuurlijk moet dat door middel van de Verenigde Naties, die daarvoor tegelijk grondig hervormd moeten worden.

Hoe het echt zou moeten gaan.

Op de eerste plaats zijn alle landen verplicht lid van de VN en daarmee verplicht zorg te dragen voor de soevereiniteit van elk land.
De leden worden afgevaardigd door hun land maar behartigen niet de belangen van dat land maar het belang van alle landen. Elk land is verplicht naar verhouding troepen en wapens ter beschikking te stellen. Het opperbevel rouleert.
De Veiligheidsraad rouleert. Het vetorecht wordt afgeschaft. Beslissingen over inzet van troepen en gebruik van geweld worden met tweederde meerderheid genomen.

Terwijl de gewapende macht bij de VN komt te liggen moet de NAVO worden afgebouwd. Deelname van alle landen zowel aan de besluitvorming als de uitvoering van de VN moet verhinderen dat bijvoorbeeld de supermachten de wereld onder elkaar verdelen.

Groepsvorming, zoals de NAVO, om de eigen groep te verdedigen, moet worden afgewezen om te voorkomen dat een kettingreactie ontstaat en landen buiten de groep zich bedreigd voelen of bedreiging als voorwendsel gebruiken om zelf geweld te gebruiken, zoals Rusland heeft gedaan en doet.

Dat geldt ook voor de groepsvorming van 2 supermachten, zoals de VS en Rusland, of van een andere combinatie, of van 3 supermachten.
De VS heeft door zijn unilaterale contacten met Rusland al laten blijken deze groepsvorming zwaarder te laten wegen dan die met de NAVO.

Bij de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering van de VN is gebleken dat wat betreft Gaza, Libanon, Palestina, Israël, goede besluiten kunnen worden genomen met bijna algemene stemmen. Het is het veto van de VS dat de uitvoering van zo’n nagenoeg algemeen besluit verhindert.

Natuurlijk zal het bij andere onderwerpen, zoals Oekraïne, niet zo eenvoudig zijn, maar daarvoor moet dus de deelname van alle landen, inclusief Rusland, China, India, Japan, Iran, Afrikaanse en Zuidamerikaanse landen, enzovoort, alle dus, die verplicht aan de besluitvorming en troepenlevering van de VN deelnemen, én de opheffing van de NAVO, een stimulans zijn om tot een tweederde meerderheid te komen.

De huidige bijeenkomsten van de VS en Rusland zijn een nutteloze exercitie, want zullen bij eventuele besluiten de VN en zijn organisaties, zoals het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof, op hun pad vinden.

Foto: Trump: <Zelensky praatte de VS een oorlog in die niet gewonnen kon worden en nooit had mogen worden begonnen en die ons 350 miljard dollar zou kosten.>
(De werkelijkheid is dat de Amerikaanse wapenfabrikanten er flink aan hebben verdiend en dat het de economie lekker heeft opgekrikt)

Donald Trump beschuldigde Kyev ervan de oorlog te zijn begonnen ondanks het feit dat Rusland in 2022 Oekraïens grondgebied binnenviel. (En in 2014 De Krim annexeerde)

Zelensky says Ukraïne’s goal is to create secure peace together with U.S. and European partners.

On Facebook: Ton Meurs – DOOR HET NIET LEVEREN VAN VREDESTROEPEN AAN OEKRAÏNE… | Facebook

Louis Paul Boon: gedicht bij de dood van zijn broer Frans

Gedicht van Louis Paul Boon (1912-1979) n.a.v. de plotselinge dood van zijn jongere broer Frans in juli 1976. Frans was geboren in 1928, Louis in 1912. Hun in 1923 geboren zus Jeanneke verloren ze al in 1949. Frans was getrouwd met Josken Vermoesen (1932), met wie ik het boek Over Louis Paul Boon ‘Die twee broers en hun zuster dat was heilig’ (2012) schreef.

Bij de foto: het schilderspalet met glassnijder van Frans Boon


Herinnering aan
Gedichtendag 31 januari 2013

Louis Paul Boon Uit:

V bos bij nacht

Vier gedichten bij de dood van mijn broer frans-herman

1 (van 4)
vallen van de avond

vallen van de avond duister om me heen
ruik ik de laatste nachten van oktober
het bos donkere herfst en dood
fluister ik broer ik mag je niet vergeten
zogeteld vijftien jaar jonger dan ik
moest je in de natte aarde neergelegd
ik moet het vergeten hoor ik om me heen
straks is de nieuwe dag daar
jaagt men me voor teevee de hoeveelste keer
Hoe bent u beginnen schrijven meneer
mijn beste zondaggezicht zal ik opzetten
vragen beantwoorden duizend keer verzonnen
nooit oprecht nooit zonder scheve sprongen
weet ik hoe ik verwekt werd en door wie
was het moeder vader die de leugenpen
bij mijn geboorte in gretige handen stopte
waarom vraagt men nooit gewoon
Wanneer gaat u ermee ophouden meneer
meneer wanneer sterft u eindelijk ook eens

aan een onverklaarbaar gezwel in de hersenen
een tumor ben je plots bezweken
en ook hiervoor wordt me geen tijd gegund
geen uur geen dag van stil herdenken
weigeren me in te zetten voor dit verlies
komt traag de nacht aan wandelen in het bos
teken ik daar nog de dode boom
haastige schets in donker van mauve
en roze-laatste zoen van het dode hout

(Uit: Louis Paul Boon – Verzamelde Gedichten, Arbeiderspers 1980. Dit gedicht is, met de 3 andere gedichten die Boon als cyclus schreef naar aanleiding van de dood van zijn broer Frans, opgenomen in het boek <OVER LOUIS PAUL BOON ‘Die twee gebroers en hun zuster, dat was heilig’>van Meurs A.M. Josken Boon-Vermoesen over de familie Boon, uitgeverij Booklight, verkrijgbaar: https://www.boekwinkeltjes.nl/…/OVER-LP-BOON-Die-twee/ )

Josken in het boek:

<Dan is er het verhaal dat Louis in zijn bos met stiften een treurwilg aan het tekenen was. En de directeur van de gemeenteschool die achter hem woonde kwam daar voorbij, want ge had een gemeenteschool in Erembodegem, een nonnenschool, en ge had een lyceum waar mijn kinderen gingen. Die directeur zegt: Louis, dat zie ik graag, dat zou ik willen kopen. Dat is voor mijn broer zijn vrouw, zegt Louis.>

De nieuwjaarswens van Meurs A.M. voor 2013 was op zijn beurt een kort gedicht (ook uit een cyclus maar dan van 2, getiteld ‘Trein vol Vlaamse Chiromeisjes’), opgedragen aan Louis Paul Boon en eveneens opgenomen in het hierboven genoemde boek. De nieuwjaarswens met het gedicht:

Datjeophandenmagwordengedragen

#Gedichtendag, #LouisPaulBoon, #JoskenBoonVermoesen, #FransBoon, @MeursAM



Sinterklaas was vaak geen feest. Je ouders dreigden je wekenlang met Zwarte Piet

EN WAT #GUST VAN BRUSSEL EROVER VERTELT

Wanneer we het de laatste 15 jaar over Zwarte Piet hebben, hebben de tegenstanders het erover wat die betekent voor mensen van kleur en de voorstanders over wat die betekent voor Sinterklaas als kinderfeest en voor onze vertrouwde cultuur.

De voorstanders gaan ervanuit dat het voor kinderen altijd een feest was, die kregen immers toen ze heel klein waren snoep en pepernoten in hun schoen en cadeautjes op de ochtend van 6 december.

In werkelijkheid waren, in ieder geval tot begin jaren 60, de kinderen die nog in Sinterklaas ‘geloofden’ vaak doodsbang, al weken van tevoren, Sinterklaas wist immers alles en had het opgeschreven in zijn grote boek. Je opvoeders chanteerden je. Als je stout geweest was kreeg je niets in je schoen, soms mocht je zelfs je schoen niet zetten. Er werd voortdurend met Zwarte Piet gedreigd. Die dreiging was veel concreter dan die andere, vaste, dreiging, met hel en verdoemenis of op zijn best vagevuur. Wanneer Sinterklaas en Zwarte Piet, toen je wat groter was, ’s avonds bij jou thuis langskwamen, zweette je van angst voor wat de Sint zou vertellen van wat hij van jou wist. Zou je een cadeau krijgen uit de zak van Sinterklaas of moest je in de zak van Zwarte Piet en kreeg je zelfs met de roe? Het was immers onmogelijk om zo braaf te zijn als dat je ouders van je wilden.

De grote Vlaamse schrijver #GustvanBrussel (1924 – 2015) vertelde mij hoe dat ging toen hij in 1929, op zijn 5e jaar, in een weeshuis werd opgenomen en op school niet meer aan de kant mocht zitten van de kinderen die ouders hadden, omdat zijn ouders in de kliniek lagen en volgens de nonnen zouden sterven aan de vogelpest.

<Mijn ouders werden toen weggevoerd omdat ze vogelpest kregen. Men wist toen nog niet hoe dat te behandelen. Wij woonden in een heel klein huisje. Ze hadden een papegaai gekocht van een matroos. Een fel gekleurde Braziliaanse papegaai. De zeeman smokkelde die mee en liep dan het dorp af om te zien of iemand die wilde hebben. Mijn ouders waren daar gek van. Met het gevolg dat ze de vogelpest kregen. Ze zijn toen heel lang in de kliniek gebleven, heel mijn schooljaar. Men heeft mij toen in een weeshuis geplaatst. We mochten niet spreken, alleen als we gingen eten konden we met elkaar praten. Dat was een heel vreemde wereld, een Jansenistische (23) wereld., alles afgesloten, de luiken dicht, de poorten dicht. Heel streng. Veel gebeurde er op maat, broekje uit!, op maat. Dan stond ge daar naast uw bedje.>

(…)

<Er was daar een meisje en dat had van die pijpenkrullen en ik vond dat zo mooi! We hadden bij een les een schaartje om papier te knippen en ik knipte die een lok af, en die maakte me een kabaal! En dan kwam de zuster naar me toe gelopen, zo’n struise Kempische boerin, en die gaf me zoveel slagen dat ik op de grond bleef liggen. En toen zei ze: Met Sinterklaas krijg je niks! En toen Sinterklaas kwam en wij daar waren met alle kinderen en ik als laatste moest, zei ze: Hier is iemand die met Zwarte Piet van doen heeft. Sinterklaas zei: Voor slecht gedrag. En ik kreeg slaag van Zwarte Piet. Ik ben daar niet zozeer verbitterd geworden maar wel een beetje vervreemd van de wereld. ’t Is in die jaren, met 5 jaar, dat je al herinneringen hebt, dat je al gezichten herkent, dat je al gevolgen kent, dat dit gebeurt. In wezen ontdekte ik met 5 jaar de wereld en dat was zo’n vieze ontdekking! Ik heb daarvan overgehouden dat ik heel terughoudend ben. Als ik in een vreemde wereld ben, zeg ik niks. Ik zeg niks, ik luister en ik zie, ik observeer. Dat is mijn taak als auteur. Maar toen wist ik dat nog niet.>

(23) Jansenisme: stroming in de R.K. kerk en later ook politieke beweging gekenmerkt door zijn ascetische wereldverwerping en pessimistische ethiek, genoemd naar de Leuvense hoogleraar en bisschop van Ieper, Cornelius Jansenius (1585 – 1638)

Uit: HetWerk literair kladschrift van Meurs A.M., Gust van Brussel (90) aan het woord, nr 65, 5 januari 2015. https://www.boekwinkeltjes.nl/b/152042467/AAAA-Gust-van-Brussel90-aan/?fbclid=IwY2xjawG9PE9leHRuA2FlbQIxMAABHfaDV2tCSDOa_sUxiVbj0Un1abV1xADBYut0NHALtOnK6O-jjotlnXWvNw_aem_NA4gO0sWldzOUvne9j1tuQ

In het onlangs verschenen boek FANTASTISCHE ONTMOETINGEN van Paul van Leeuwenkamp is bijna een kwart van het boek ingeruimd voor een essay over Gust van Brussel. https://www.quasis.nl/fantastische-ontmoetingen/

‘Toafelen’

fragment uit het hoofdstuk <Alles beter dan zo’n pak slaag> ‘Jongen van 8 tijdens 1e Wereldoorlog’, van roman in wording, HetWerk63 , literair kladschrift van Meurs A.M. 20 november 2013

Ik mag op een zondagmiddag met mijn broer mee naar het dorp van onze kerk. Naar het lof? vraag ik onnozel. Kom nou maar, zegt mijn broer. We gaan richting dorp. Als we, in plaats van langs de slootkant naar de kerk te lopen, de weg oversteken, ben ik even bang dat mijn broer voor de pastorie het pad naar de Manke zal inslaan en dat ik daar met mijn daden zal worden geconfronteerd, die waren nog maar een paar dagen geleden. Maar we lopen het pad voorbij, waarop trouwens niemand te zien is. Ik zie nu meer mensen dezelfde richting uit gaan, de kerk voorbij. Wanneer we in de bocht komen bij café Laarmans, waar ze grote honden hebben waar ik een beetje bang voor ben, hoor ik muziek en als we de bocht door zijn zie ik een heleboel mensen, en tussen de mensen door ook een heleboel karren kriskras rond de boerderij van Koperslagers die aan het begin van een zijweg staat. Vanuit mijn lage standpunt  lijkt de bovenkant van het huis te drijven in een kleine vijver waarvan de oever rondom is afgezet met allerlei soorten karren: hoogkarren, aardkarren, platte wagens, kruiwagens, hondenkarren, maar ook ploegen en eggen, troggen, kinderwagens, en ook een kafmolen. Alles wat normaal op en rond de erven en in de open schuren in de wijde omgeving staat, is hier verzameld. En niet zomaar verzameld, de ene kar staat met de dissel hoog tegen het huis, tot meters voorbij de dakrand, bij de ander is de dissel onder de as door gehaald en denk je aan woorden als onnatuurlijk en ontwricht. Op een platte kar, die ik herken als de kar waarmee de melkbussen worden opgehaald, ligt een grote slijpsteen van meer dan een meter doorsnee met daarop allerlei viezigheid. Naast de slijpsteen staat een soldaat op een trekharmonica te spelen. Die soldaat woont bij ons, zegt Saartje Simons. Er zijn overal soldaten ingekwartierd en in de meeste stallen staan paarden en kanonnen. Nederland is niet in oorlog, het is neutraal, maar het is wel gemobiliseerd. Ik vind het fijn dat ze tegen me praat, want ze is een jaar ouder. In de kerk kijkt ze me nooit aan. Maar nu, hier vlak bij haar huis, blijkt ze toch niet zo verwaand als ik dacht. Ik ben wel op mijn hoede, want de Manke is haar tante. De slijpsteen dient als tafel, legt mijn broer uit, en wat daarop ligt is wat Dina Koperslagers die hier woont opgediend krijgt omdat ze haar verloving na zeven jaar heeft verbroken. Ze noemen dit toafelen, het is een heel oud volksgebruik. De buurt is kwaad, ze straffen haar op deze manier. 
Het is erg voor haar verloofde, begrijp ik, want die is al bijna veertig, en de kans is klein dat hij nog ooit een ander vindt. Zelf is Dina trouwens ook al achter in de dertig. Verloving is dus als je niet alleen met een meid gaat om haar eens lekker te pakken, maar als je beloofd hebt met haar te trouwen, voegt mijn broer eraan toe. Meestal mag je haar dan pas in de huwelijksnacht te pakken nemen. Je begrijpt wel dat ik me nooit zal verloven. Zeven jaar!
De mensen om mij heen zijn heel druk aan het praten. Ze wijzen elkaar op de levensgrote poppen, een mannetje en een vrouwtje van takken, stro en vodden, die op de houtmutserds zijn gezet. Ze zouden Dina zelf in haar nakie op zo’n mutserd moeten zetten, dat zou ik wel eens willen zien, zegt mijn broer. Ik zou wel zo ’n pop willen, hoor ik naast me. Het is Leentje Koolen, die woont bij mij in de buurt en moet net als ik hier naar de kerk en in het andere dorp naar school. Maar zij hoeft niet elke dag naar de kerk. Die is veel te groot voor jou, zeg ik, die kun jij niet baas. Leentje is een paar maanden jonger dan ik maar ze is sterk. Jij ook niet, zegt ze. Waar slaat dat nou op, ik wil helemaal niet zo’n pop. Poppen zijn voor meisjes. Ze doet zeker zo vrij omdat ze denkt dat ze sterker is dan ik.

               Een boerenknecht die niet helemaal normaal is, dat zie je zo aan zijn gezicht, en die altijd in werkbroek en kiel rondloopt, ook op zondag, gaat naar de mesthoop, pakt daar met twee handen mest en wil die bij het vuil op de slijpsteen leggen. Maar jongemannen slaan de mest telkens lachend uit zijn handen. Niet doen, vuil Pietje, zeggen ze steeds, het is genoeg, we houden het netjes. Maar Pietje kan het niet laten en loopt toch steeds weer achter ze langs naar de mesthoop.

               Ze zouden in jullie huis gaan wonen, zegt Leentje tegen Saartje. Och, kleintje, zegt Saartje, dat zou toch nooit kunnen, ons huis is vol, zeker met die twee soldaten. De verloofde van Dina heeft jullie huis gekocht om daar met Dina te gaan wonen en jullie zouden gaan verhuizen, zegt Leentje. Gaan jullie nou niet verhuizen? Wij gingen nooit verhuizen, zegt Saartje. Ze hebben jou wat wijs gemaakt, zo’n kleintje als jij kunnen ze alles wijsmaken. Jullie gingen verhuizen omdat jullie vader zich schaamt voor zijn dochters, zegt Leentje. Jullie moeten altijd werken, poetsen en aan de slijpsteen draaien, maar ik denk dat jullie dat niet goed doen. Ik kijk naar de twee meisjes, naar het kleine en het grote, en ik schaam me voor het kleine. Ik sta aan de kant van Saartje die zo vriendelijk tegen me is gaan praten en nu is die kleine Leen de zaak aan het bederven met haar geklets. Wees maar blij, zegt Leentje, want als jullie verhuizen gaat de slijpsteen niet mee, daar hoeven jullie dus niet meer aan te draaien, aan dat zware ding, om gereedschappen te schuren of te slijpen, want waar jullie gaan hebben jullie geen smederij meer. Ik heb dat mijn moeder horen zeggen, zegt ze. Ik wou dat ze haar snavel hield. Maar ze gaat maar door. En dan hoeft jullie moeder niet meer in het onweer helemaal met de koe naar de wei, want dat is wel een half uur gaan, dat hoeft ze dan niet meer en dat is ook goed voor jullie moeder. Jullie hebben daarginds geen koe of geit of varken zoals hier, hoogstens een paar kippen en konijnen. Gelukkig wordt de aandacht afgeleid van dat maar doorratelende Leentje. Vuile Pietje is naar de overkant van de harde weg gegaan en heeft uit het open stalletje van de mandenmaker een aantal manden gehaald en die is hij aan de takken van de bomen aan het hangen. Ze laten hem nu maar begaan, er is toch geen houden aan, en die manden komen wel weer op hun plaats. Maar daar is Leentje weer: Ik denk dat ze bij die andere winkel, daar voorbij de pastorie, die winkel waar ook een café aan is, wel blij zullen zijn dat jullie verhuizen. Dat is waar ook, denk ik, bij Simons houden ze ook winkel. Hij had gehoord dat de meisjes daar soms in moesten helpen, vanaf een jaar of twaalf moesten ze dat, de leeftijd van Saartje, want het was haar laatste jaar op school. Hij had ook gehoord dat ze altijd de vloer moesten schrobben, de meisjes van de familie Simons hadden het niet makkelijk. Misschien gaat die grote kachel die jullie elke morgen nog voor je naar school gaat met blink moeten poetsen ook wel niet mee, zegt Leentje. Ik zie hoe bij Saartje de tranen in de ogen staan, ik heb zin Leentje een klap te geven.

Kom, we gaan naar de grote mensen luisteren, zeg ik tegen Saartje en hoop dat Leentje niet meegaat. Ik loop naar mijn broer die in een groepje staat en die me ziet aankomen. Leentje schreeuwt ons na: En mijn moeder zegt dat jullie Bet wel gauw zal genezen na de verhuizing en dat ze bij de Manke best een mondje meer kunnen open houden. Saartje en ik komen met kwade gezichten bij mijn broer aan. Zoiets zie je niet elke dag, probeert mijn broer ons op te vrolijken. Dit gebeurt maar eens in de zoveel jaar. Dat kan wel weer tien jaar of meer duren. Wie weet, bijvoorbeeld als Saartje over twintig jaar de verloving met jou uitmaakt. De mannen bulderen van het lachen. Bij mij springen nu de tranen in de ogen en ik draai me gauw om, ik ben woedend op mijn broer. Iedereen staat te lachen. Maar Saartje niet, zie ik als ik vanuit een ooghoek naar haar kijk. Dat is een troost. Ik sta met mijn rug naar het groepje mannen en veins aandacht voor vuile Pietje die de manden aan de takken steeds verhangt.

               ’ t Is ook niet niks, zeggen de mannen, zeven jaar verloofd. ’ t Is niet netjes. Het komt door die soldaten. Die hebben hier te lang gelegen. En hebben niks te doen. Die hoeven alleen maar naar de vrouwen te kijken. Die ene meid van Koperslagers, Jans, kreeg iets met een van de twee soldaten van Simons. Maar die twee meiden van Koperslagers, Jans en Dina, trekken altijd samen op, dansen, naar de kermissen en zo. En die twee soldaten zijn ook altijd bij elkaar. En Gied, de verloofde van Dina, is niet zo ’n uitgaanstype, hij ziet haar elke dag als ze buitenkomt, zegt hij, ze wonen naast elkaar. Zo schijnt er iets gegroeid te zijn tussen Dina, die dus de verloofde is van Gied, en de tweede soldaat. Maar toen de zus van Dina haar soldaat aan de kant zette, deed de andere soldaat hetzelfde met Dina. En zo had er uiteindelijk niemand iets. Gied hoopte nog even dat Dina met hangende pootjes bij hem terug zou komen, maar dat deed ze niet. En het huis was al gekocht. Ja, dat van Simons. Dat is een verhaal apart.

               Opeens veel lawaai. Vuile Pietje is de kafmolen de verkeerde kant op aan het draaien, het is een hels geratel, het kaf stuift alle kanten op. Maar hiermee heeft hij succes, de mensen lachen, hij krijgt er zelfs applaus voor. Waar hadden we het over? Over Simons ja, met zijn vijf dochters ja, die zijn huis verkocht heeft omdat hij weg wil wezen, naar een ander dorp waar ze hem niet kennen. Die vindt zichzelf heel wat met zijn bestuursfuncties. Maar die mag wel eens beter op zijn dochters letten. Maar het is niet eens zijn eigen dochter! Nou ja, van zijn vrouw dan, ze hoort toch bij het gezin. Wat kan hij eraan doen, hij kan ze toch niet altijd bij het handje houden? Hij schaamt zich genoeg. Ja, daarom wil hij ook verhuizen. Normaal zou hij niet stoppen met zijn smederij, hij is nog geen zestig. Nou ja, ga er maar aan staan. Trouwen kunnen ze niet, het is van een getrouwde man.

Ik trek mijn broer aan een arm en vraag hoe al die karren hier zijn gekomen. Als we dat eens wisten, zegt mijn broer geheimzinnig. Dat interesseert de veldwachter ook, hoewel die waarschijnlijk een oogje heeft dichtgeknepen. En iedereen weet dat die karren vannacht ook weer teruggaan, maar als je dat niet weet hoef je ook niets te doen. De rijkspolitie is er wel eens op af gekomen. En gingen ze hier dan vechten met de politie? vraag ik. Met rieken, batsen en dorsvlegels tegen geweren en sabels zeker! Waarom zouden ze? Uiteindelijk moet de politie toch weer terug naar hun standplaats. De jongelui wachten gewoon tot er op een zaterdagnacht eens iets te doen is daar, misschien spreken ze zelfs wat af met jongelui in die plaats en slaan dan hier hun slag.

Op de kar staat nu iemand een brief voor te lezen. Het is een brief op rijm. Het gaat over liefde en eeuwige trouw en over ontrouw en berouw. Ik kijk eens naar het huis, er is niets te zien, er moeten daar zeker een stuk of zes mensen binnen zijn maar ze blijven weg bij de ramen, de gordijnen zijn gesloten, ze houden zich muisstil en zeker komen ze niet naar buiten, ze zijn wel wijzer! De brief wordt onder een deur geschoven.

Ik kijkt nog eens naar Saartje. Ze is wel een jaar ouder, maar als ik verloofd met haar was, zou ik ook met haar trouwen, daar zou ze van op aan kunnen. Ik krijg een kleur als Saartje plotseling naar mij kijkt.

(HetWerk63 , literair kladschrift van Meurs A.M. 20 november 2013)