Een belangrijke dag (voor Aan de Lange Weg, dat 6 jaar later verscheen)

In mijn herinnering is het een maandag, 18 januari, 1998 of zo, en 18 graden. Ik woon 30 jaar in Amsterdam en mijn kameraad en vroegere dorpsgenoot Willem Adams de schilder, die al zo’n 35 jaar in Eindhoven woont, zal me laten zien wat er in rond Veldhoven allemaal veranderd is. Op de fiets.

Zie aub de eerste 5 foto’s en tekst.


Bij de Dommel. Het is er prachtig. Voor we Eindhoven uit waren hadden we op een rustig plekje aan de Gender een soortgelijke vergadering bijgewoond.



Ook bij de Dommel.



Het patronaat van Meerveldhoven ziet er aan de voorkant nog vrij goed uit.



Aan de achterkant is het anders. Het kwam zo in Aan de Lange Weg terecht:

<Aan de achterkant van het patronaat graast jaren later achter een dubbel rasterwerk een paard. Het staat vlak tegen de ramen waarachter vroeger de kleuters zaten. De ramen zijn grotendeels geblindeerd. Op de bovenverdieping zijn er ruitjes ingegooid. Van de dikke haag met de beroemde poortjes tussen bewaarschool en kloosterhof en tussen meisjesschool en kloosterhof is niks over. De kloostertuin zelf staat vol bouwwerken van ongelijke hoogte en vorm.>
(uit het hoofdstuk Het Patronaat)



<De meisjesschool is gekraakt, er steken kachelpijpen door de ruiten, het stinkt, er wordt rotzooi gestookt.>
(uit het hoofdstuk Het Patronaat)

Ik laat me vertellen dat er op deze maandagmiddag in heel de gemeente Veldhoven maar één café open is: Neggers aan de Heuvelstraat in Zeelst. Ik ben er vroeger met de kermis wel eens geweest. Het café was van een broer van mijn peetoom Tinuske Neggers. Het is er druk, allemaal mannen, er wordt flink geouwehoerd, ik ben een spons. Ik doe er het volgende verhaal op:

<Maar het gesprek van de dag is de voetbalpool. Opeens kun je in één dag stinkend rijk worden. En je hoeft geen verstand van voetballen te hebben, al moet je wel een beetje je gezond verstand gebruiken. Ergens verderop aan de Lange Weg is een man die zegt dat het een kwestie is van kansberekening, alles kan in min- en pluscijfers uitgedrukt worden. Hij begon op een velletje papier: de resultaten tot nu toe, de uitslag de vorige keer tegen dezelfde club, een uit- of thuiswedstrijd, het weer in verband gebracht met het type spelers van een bepaalde club, doet de voornaamste aanvaller mee? Allemaal min- of pluspunten. De vellen papier lagen eerst nog op tafel, toen op de vloer, en dan moesten de schuifdeuren open en werd de voorkamer vol gelegd en moesten de kinderen stil zijn op zondagmiddag en uit de buurt blijven om niet op de papieren te trappen. En hij heeft wel eens wat gewonnen maar tot nu toe geen echt grote prijzen. Maar dat is een kwestie van tijd, want hoe langer het duurt hoe meer gegevens hij natuurlijk krijgt en op een gegeven moment kan het niet meer missen.> (uit het hoofdstuk Als het maar weer eens zomer wordt )

Bij al dat bier moet ik veel eten van het enige dat er te eten is: chips en pinda’s. Het is al donker wanneer we terug naar Eindhoven beginnen te rijden. Maar Willem heeft nog een tussenstop in gedachten, aan de Binnenweg, bij de burgemeester van Zeelst, zegt Willem, hier worden de echte gemeenteraadsvergaderingen gehouden, het blijkt bij de familie Van de Weijer.

Ik maak kennis met de broer van mijn vroegere buurman in de Achtwoningen, en met zijn vrouw. We krijgen volop te eten en koffie en thee.

De heer Van de Weijer wil alleen op de foto als dat samen mag met het portret van zijn kleinzoon.
De informatie bij deze foto klopte niet, op verzoek van de kleinzoon heb ik de foto verwijderd. Juist omdat de heer Van de Weijer alleen wilde poseren met het portret van zijn kleinzoon in zijn hand, wil ik dit respecteren en de foto niet publiceren zonder dat portret in zijn hand. Dat geldt ook voor andere foto die ik nog van hem heb.


De foto van zijn vrouw wordt prachtig.

Ik leer een zeer wereldwijs man kennen. Van die eerste ontmoeting herinner ik me boven alles de uitspraak: ‘Het zou met Willem heel anders zijn gelopen als ze vroeger bij hun thuis hem een hutje in hun hof hadden gegeven en wat linnen en verf.’

Het is een belangrijke ontmoeting, ik zal er nog herhaaldelijk terugkomen om over Tinuske Neggers, mijn oom, te praten, naar wiens verhaal ik op zoek ben.

Als ik op de fiets ben word ik met fiets en weekendtas de gang in getrokken. Wanneer zijn vrouw is overleden en hij in Merefelt terechtkomt zoek ik hem ook daar op. Hij is de enige in heel het gebouw met een duivenkooi op zijn balkon. Tenslotte zal ik ook op zijn begrafenis zijn en in het zaaltje in Zeelst mijn vroegere buurjongens en buurmeisjes, zijn neven en nichten, terugzien. Mijn boek Aan de lange Weg, waarvoor dit zo’n belangrijke dag was, is dan al verschenen.


En zo prachtig schilderde Willem Adams daarvoor al de Dommel. Willem vloog.

Aan de Lange Weg, roman van Meurs A.M., geïllustreerd, nieuwstaat, verkrijgbaar, €19,95, geen verzendkosten, op verzoek gesigneerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.